EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 2.2.2021
COM(2021) 37 final
2021/0020(COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
betreffende statistieken over de landbouwinput en -output en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 1165/2008, (EG) nr. 543/2009, (EG) nr. 1185/2009 en Richtlijn 96/16/EG van de Raad
(Voor de EER relevante tekst)
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
Eurostat heeft al tientallen jaren Europese landbouwstatistieken over de landbouw in de EU opgesteld. Tegenwoordig hebben zij betrekking op de volgende aspecten: structuur van landbouwbedrijven, economische rekeningen voor landbouw, dierlijke en plantaardige productie, biologische landbouw, landbouwprijzen, pesticiden, voedingsstoffen en andere agromilieuaspecten. Het hoofddoel is monitoring en evaluatie van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en andere belangrijke beleidsterreinen van de EU, en het ondersteunen van de beleidsvorming.
Deze gegevensverzamelingen werden in 2016 geëvalueerd en bleken een update nodig te hebben om rekening te houden met de veranderingen op het gebied van landbouw, het GLB en andere gerelateerde EU-beleidsterreinen. De “strategie voor landbouwstatistieken voor 2020 en daarna” is een belangrijk programma voor de modernisering van de landbouwstatistiek van de Europese Unie, dat door de Europese Commissie in nauwe samenwerking met de lidstaten wordt uitgevoerd. De strategie, ondersteund door het Comité voor het Europees statistisch systeem, maakt deel uit van het programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving (REFIT) en is erop gericht het Europees stelsel van landbouwstatistieken (EASS) te stroomlijnen en te verbeteren. De strategie volgt ook internationale aanbevelingen, zoals de richtsnoeren voor de rapportage van broeikasgasemissies van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering en de normen van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN, en de strategie geeft ook uitvoering aan de mondiale strategie van de VN ter verbetering van de landbouw- en plattelandsstatistieken.
De landbouw is economisch gezien een relatief kleine sector, maar beslaat bijna de helft van het landoppervlak van de EU en levert het grootste deel van haar voedsel, waardoor zowel de voedselveiligheid als de voedselzekerheid worden gewaarborgd. De landbouw heeft grote gevolgen voor de klimaatverandering en het milieu, en veel plattelandsgemeenschappen zijn ervan afhankelijk. De EU heeft behoefte aan zo accuraat mogelijke informatie over landbouw, die haar in staat stelt beleid uit te stippelen dat alle burgers van de Europese Unie ten goede komt en de aanzienlijke begroting van het GLB en de daarmee samenhangende maatregelen zo efficiënt en doeltreffend mogelijk over meerdere dimensies toe te wijzen. Bovendien staat landbouw centraal in de Europese Green Deal, met name de “van boer tot bord”-strategie.
Het is van het grootste belang ervoor te zorgen dat de inwoners van de EU te allen tijde toegang hebben tot voldoende voedsel van hoge kwaliteit. Dit betekent dat er regelmatig statistieken beschikbaar moeten zijn over de oppervlakten en de productie van verschillende gewassen en over de dieren en afgeleide producten. De landbouw is ook van invloed op het milieu. Dit kan niet worden beoordeeld zonder informatie over de input van voedingsstoffen en gewasbeschermingsmiddelen. De prestaties van de landbouwsector als geheel kunnen worden beoordeeld aan de hand van statistieken over de prijzen van landbouwinputs en -outputs. Landbouw helpt plattelandsgebieden en landschappen in de hele EU in stand te houden en de plattelandseconomie levend te houden door banen te creëren in bedrijven die goederen en diensten leveren aan de sector, in de agrovoedingsindustrie en aanverwante sectoren. Daarom moeten de landbouwstatistieken betrekking hebben op de economische, ecologische en sociale dimensies van de landbouw.
Eurostat heeft sinds de jaren 1950 statistieken over plantaardige en dierlijk productie verstrekt en vervolgens statistieken over landbouwprijzen, statistieken over de structuur van landbouwbedrijven en statistieken over voedingsstoffen en gewasbeschermingsmiddelen daaraan toegevoegd. Deze statistieken zijn geregeld in vaak bijgewerkte Europese wetgeving of via gentlemen’s agreements en overeenkomsten betreffende het Europees statistisch systeem (ESS). In de evaluatie van het huidige systeem voor landbouwstatistieken werd ten zeerste aanbevolen om in het gehele systeem voor landbouwstatistieken een systematische aanpak te hanteren.
De meest haalbare opties die in de effectbeoordeling zijn geanalyseerd en vervolgens als koers voor de toekomst werden voorgesteld, waren dat alle landbouwstatistieken onder drie verordeningen van het Europees Parlement en de Raad moeten vallen:
·gegevens op bedrijfsniveau met microgegevensoverdracht, op basis van een modulaire aanpak met kernvariabelen, modules en satellieten;
·landbouwrekeningen, en
·geaggregeerde landbouwinput-/outputstatistieken met tabelgegevens.
De eerste verordening, de verordening inzake geïntegreerde landbouwstatistieken, is in 2018 goedgekeurd, terwijl de tweede verordening, de verordening inzake de economische rekeningen van de landbouw (EAA), momenteel een moderniseringsproces ondergaat.
De derde verordening is het huidige wetgevingsvoorstel betreffende statistieken over landbouwinput en -output (SAIO).
•Samenhang met bestaand beleid op het betrokken gebied
Om beleidsmakers, bedrijven en het grote publiek in staat te stellen passende empirisch onderbouwde beslissingen te nemen, moeten statistieken betrouwbaar en van hoge kwaliteit zijn.
De hierboven genoemde strategie voor landbouwstatistieken voor 2020 omvat de volgende hoofddoelstellingen:
·hoogwaardige statistieken produceren, die efficiënt en doeltreffend inspelen op de behoeften van de gebruikers, en
·de harmonisatie en de coherentie van de Europese landbouwstatistiek verbeteren.
Dit voorstel heeft als doel, deze doelstellingen rechtstreeks te bereiken.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
Het leveren van hoogwaardige statistieken ter ondersteuning van het EU-beleid is de belangrijkste rechtvaardiging voor het Europees statistisch programma 2013–2017 (verlengd tot 2018-2020). De milieu- en landbouwstatistiek is één van de drie pijlers van productie van statistieken in het kader van dat programma. Een van de relevante doelstellingen van het programma is “het herzien en vereenvoudigen van de gegevensverzameling voor de landbouw in overeenstemming met de herziening van het GLB na 2013 en het herontwerpen van de gegevensverzamelingsmethoden voor de landbouw, met name met het oog op verbetering van de kwaliteit en actualiteit van de gegevens”. Dit initiatief maakt die doelstelling waar.
Door betere gegevens te verstrekken voor de beoordeling van de duurzaamheid van de sector voor milieu, mensen, regio’s en economie, zal het Europees stelsel van landbouwstatistieken ook bijdragen tot ten minste twee van de zes prioriteiten van de Commissie-Von der Leyen, namelijk:
·een Europese Green Deal met de onderliggende strategieën van boer tot bord en biodiversiteit
·een economie die werkt voor de mensen.
. Landbouwstatistieken kunnen ook van nut zijn voor andere prioriteiten op Unie- en nationaal niveau die gevolgen hebben voor of gevolgen ondervinden van landbouw en plattelandsontwikkeling.
Daarnaast biedt het voorstel voor een programma voor de eengemaakte markt waarover momenteel interinstitutionele besprekingen gaande zijn een kader voor de financiering van de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken. Voor de uitvoering van het EU-beleid zijn hoogwaardige, vergelijkbare en betrouwbare statistische gegevens vereist over de economische, sociale, territoriale en milieusituatie in de Unie. Daarnaast maken Europese statistieken het voor Europese burgers mogelijk het democratische proces en het debat over de huidige staat en de toekomst van de Unie te begrijpen en eraan deel te nemen. Wat de landbouwstatistieken betreft, ligt de nadruk op het tijdig verstrekken van relevante gegevens voor de behoeften van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, het gemeenschappelijk visserijbeleid en het beleid op het gebied van milieu, voedselzekerheid en dierenwelzijn.
Landbouwstatistieken verschaffen hoogwaardige statistische gegevens voor de uitvoering en monitoring van het GLB. Het GLB is een belangrijke motor voor banen en slimme, duurzame en inclusieve groei in de Unie. Plattelandsontwikkelingsbeleid – dat integraal deel uitmaakt van het GLB – heeft bovenop de sociale doelstellingen tot doel het concurrentievermogen en de duurzaamheid van landbouwproductie te verbeteren. Het GLB is goed voor meer dan 37 % van de totale begroting van de Unie in de context van het meerjarig financieel kader (MFK) 2014-2020.
Landbouwstatistieken zijn ook steeds meer nodig voor andere belangrijke beleidsterreinen van de Unie, zoals de Europese Green Deal, beleid op het gebied van milieu en klimaatverandering, handelsbeleid, regionaal beleid enz.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
De rechtsgrondslag voor de Europese statistiek is artikel 338 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Het Europees Parlement en de Raad moeten volgens de gewone wetgevingsprocedure maatregelen aannemen voor de productie van statistieken wanneer deze statistieken nodig zijn voor de vervulling van de taken van de Unie. In artikel 338 VWEU wordt bepaald aan welke eisen de productie van Europese statistieken moet voldoen, namelijk onpartijdigheid, betrouwbaarheid, objectiviteit, wetenschappelijke onafhankelijkheid, kosteneffectiviteit en statistische geheimhouding.
De rechtsgrondslag voor de kwaliteitsverslagen is artikel 12 van Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad.
•Subsidiariteit (voor niet-exclusieve bevoegdheden)
Het subsidiariteitsbeginsel is van toepassing omdat het voorstel geen gebieden bestrijkt die onder de exclusieve bevoegdheid van de EU vallen. Het ESS biedt een infrastructuur voor statistische informatie. Het systeem is ontworpen om te voldoen aan de behoeften van verschillende gebruikers, ter ondersteuning van de besluitvorming in democratische samenlevingen. Het voorstel voor deze verordening is opgesteld om de kernactiviteiten van ESS-partners te beschermen en tegelijkertijd de kwaliteit en vergelijkbaarheid van landbouwstatistieken beter te waarborgen.
Een van de hoofdcriteria is dat de statistische gegevens samenhangend en vergelijkbaar moeten zijn. Lidstaten kunnen de nodige samenhang en vergelijkbaarheid niet in voldoende mate garanderen zonder een duidelijk Europees kader, d.w.z. Uniewetgeving waarin gemeenschappelijke statistische begrippen, rapportageformaten en kwaliteitsvoorschriften worden vastgelegd.
De vergelijkbaarheidsvereiste is in verband met het GLB zeer belangrijk voor landbouwstatistieken. De doelstelling van de voorgestelde actie kan niet volledig worden bereikt wanneer lidstaten afzonderlijk handelen. Op EU-niveau kan effectiever actie worden ondernomen op basis van een rechtshandeling van de Unie die garandeert dat de statistische informatie op de in het voorgestelde instrument genoemde gebieden samenhangend en vergelijkbaar zijn. In de tussentijd kan de gegevensverzameling door de lidstaten zelf worden uitgevoerd.
•Evenredigheid
Dit voorstel voldoet aan het beginsel van evenredigheid, en wel om de volgende redenen:
Het zal de kwaliteit en vergelijkbaarheid van de Europese sociale statistieken die worden verzameld en opgesteld door dezelfde beginselen toe te passen in de verschillende lidstaten. Het zal ook garanderen dat de Europese sociale statistieken die worden verzameld door middel van steekproeven relevant blijven en worden aangepast aan de behoeften van de gebruikers. De verordening zal de productie van statistieken kosteneffectiever maken en tegelijkertijd de specifieke eigenschappen van de systemen van de lidstaten eerbiedigen.
Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel beperkt de verordening zich tot het minimum dat nodig is om haar doel te verwezenlijken en gaat zij niet verder.
•Keuze van het instrument
Voorgesteld instrument: een verordening.
Gezien de doelstellingen en de inhoud van het voorstel is een verordening het meest geschikte instrument. Belangrijk gemeenschappelijk EU beleid zoals het GLB is naar zijn aard afhankelijk van vergelijkbare, geharmoniseerde en hoogwaardige landbouwstatistieken op Europees niveau. Dit kan het best worden gewaarborgd door verordeningen, die rechtstreeks toepasselijk zijn in de lidstaten en die niet eerst in nationaal recht moeten worden omgezet.
3.RESULTATEN VAN EX-POSTEVALUATIES, RAADPLEGINGEN VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELINGEN
•Ex-postevaluaties/geschiktheidscontroles van bestaande wetgeving
Uit de evaluatie van het Europees stelsel van landbouwstatistieken voor de strategie voor landbouwstatistieken voor 2020 en daarna bleek dat er behoefte is aan een meer systematische aanpak op dit gebied.
Uit de evaluatie van het systeem van landbouwstatistieken is het volgende gebleken:
·de huidige wetgeving inzake landbouwstatistieken voorziet niet adequaat in nieuwe en opkomende gegevensbehoeften, omdat de verstrekking ervan niet in die wetgeving is opgenomen. Bovendien zijn de rechtshandelingen niet flexibel en geïntegreerd genoeg om tijdig in te spelen op nieuwe behoeften;
·het EASS is niet flexibel genoeg en speelt niet snel genoeg in op nieuwe behoeften, deels vanwege de inherente werking van de statistieken, deels door de manier waarop de verordeningen zijn opgesteld, maar ook als gevolg van een gebrek aan begroting en personeel;
·de verzameling van gegevens is niet in een bevredigende mate geharmoniseerd en coherent, omdat er nieuwe gegevensbehoeften ontstaan, de wetgeving in de loop der jaren afzonderlijk is ontwikkeld, en omdat in verschillende landbouwstatistiekgebieden soms verschillende definities en begrippen worden gebruikt;
·de statistieken zouden efficiënter kunnen worden geproduceerd als de wetgeving wordt aangepast om het gebruik van verschillende informatiebronnen mogelijk te maken en de lidstaten aan de moderne technologie aan te passen.
Er is een openbare raadpleging verricht voor de evaluatie, en de resultaten ervan zijn opgenomen in een afzonderlijk verslag.
In de daaropvolgende strategie voor de landbouwstatistiek werd geconcludeerd dat landbouwstatistieken moeten worden ontworpen en gebruikt als een systeem, waarbij de onderdelen samen passen en de output belangrijker maken dan de som ervan. Bovendien moeten de landbouwstatistieken naadloos in het hele ESS passen. De gegevensbronnen moeten worden gediversifieerd. Waar mogelijk moeten andere gegevensbronnen worden gebruikt; ICT en andere nieuwe technologieën (bv. big data, op onderzoek gebaseerde innovaties) moeten worden geïntegreerd; de doeltreffendheid en efficiëntie van de gegevensverzamelingsmethoden moeten worden beoordeeld aan de hand van de gegevensbehoeften en de kwaliteitscriteria, en de bestaande “stovepipes” moeten worden weggenomen.
•Raadplegingen van belanghebbenden
Eurostat ontwikkelt, produceert en verspreidt Europese landbouwstatistieken door middel van nauwe, gecoördineerde en regelmatige samenwerking binnen het ESS, voortbouwend op een lang partnerschap met de nationale bureaus voor de statistiek en andere relevante instanties.
Op algemeen niveau en onder verwijzing naar de “Strategie voor landbouwstatistieken voor 2020 en daarna” zijn de belangrijkste categorieën belanghebbenden van de Europese landbouwstatistiek gegevensproducenten (nationale bureaus voor de statistiek en andere nationale autoriteiten en Eurostat), respondenten (landbouwers, landbouwersorganisaties en bedrijven) en gebruikers (onderzoekers, journalisten en openbare en particuliere besluitvormers, waaronder met name andere diensten van de Commissie). Deze belanghebbende zijn uitgebreid geraadpleegd over de problemen en de gewenste veranderingen in de status quo, hun gegevensbehoeften en prioriteiten, mogelijke beleidsopties om de problemen op te lossen, effecten van voorgestelde maatregelen, en de formulering van de strategie. De belangrijkste fora voor deze raadplegingen waren i) de vergaderingen en seminars van het Permanent Comité voor de landbouwstatistiek (CPSA) en de opvolger daarvan, de Groep van directeuren voor landbouwstatistieken (DGAS) (bestaande uit directeuren landbouwstatistieken van de nationale bureaus voor de statistiek), waar vaak diensten van de Commissie, internationale organisaties en landbouworganisaties worden gehoord, ii) de vergaderingen van het Comité voor het Europees statistisch systeem (bestaande uit de directeuren-generaal van de nationale bureaus voor de statistiek), en iii) regelmatig overleg en hoorzittingen binnen de diensten van de Commissie. Daarnaast is een routekaart voor het SAIO-voorstel gepubliceerd op het platform “Geef uw mening” van de Europese Commissie gedurende vier weken van feedback van het publiek.
Met de resultaten van al deze raadplegingen is rekening gehouden bij de hierboven genoemde evaluatie en gedurende de gehele ontwikkeling van het voorstel.
•Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid
Eurostat heeft de inhoud van het voorstel uitgebreid besproken met de nationale bureaus voor de statistiek via specifieke taskforces en via bestaande deskundigengroepen, ook op directieniveau.
Het voorstel is ook in oktober 2020 aan het Comité voor het Europees statistisch systeem voorgelegd.
•Effectbeoordeling
De Raad voor regelgevingstoetsing heeft een positief advies uitgebracht over een effectbeoordeling van de strategie voor landbouwstatistieken voor 2020 en daarna, waarvan SAIO deel uitmaakt.
Deze effectbeoordeling is op strategisch niveau uitgevoerd vanwege de systematische aanpak in het hele systeem van landbouwstatistieken om ervoor te zorgen dat alle onderdelen op elkaar aansluiten.
Er zijn vier opties overwogen:
1)uitgangssituatie — Geen EU-maatregelen op het gebied van structurele landbouwgegevens: deze optie houdt in dat het verzamelen van de gegevens aan de lidstaten wordt overgelaten, met als gevolg een lappendeken van verschillende benaderingen en kwaliteitsniveaus.
2)verlenging van Verordening (EG) nr. 1166/2008: bij deze optie wordt de status quo gehandhaafd.
3)een enkel rechtskader voor alle landbouwstatistieken: bij deze optie wordt de verzameling van alle landbouwstatistieken in één nieuwe kaderverordening geïntegreerd.
4)integratie van landbouwstatistieken in twee stappen: deze optie heeft de voordelen van optie 3, maar vergroot de flexibiliteit en vermindert de tijdsdruk door in twee verschillende stadia twee nieuwe kaderverordeningen op te stellen.
De voorkeur ging uit naar optie 4, aangezien deze de beste manier bood om de doelstellingen te bereiken.
Uit de effectbeoordeling is gebleken dat het EASS, als voorkeursoptie, uiteindelijk onder drie verordeningen zou moeten vallen. Twee van deze verordeningen zouden nieuw zijn en een aantal oudere EU-verordeningen inzake landbouwstatistieken vervangen. De eerste daarvan, Verordening (EU) 2018/1091 betreffende geïntegreerde landbouwstatistieken (IFS), die betrekking heeft op gegevens over de structuur van landbouwbedrijven, boomgaarden en wijngaarden, is goedgekeurd in 2018. Het tweede is het onderhavige voorstel voor een verordening betreffende statistieken over de input en output van de landbouw (SAIO), dat betrekking heeft op de inputs en outputs van de landbouwsector: landbouwproductie (gewassen en dieren) met inbegrip van biologische landbouw, landbouwprijzen, voedingsstoffen en gewasbeschermingsmiddelen. De derde verordening, waarnaar in de effectbeoordeling wordt verwezen, betreft een wijziging van Verordening (EG) nr. 138/2004 betreffende de economische rekeningen van de landbouw (LR). Omdat de LR een satellietrekening van de nationale rekeningen en van macro-economische aard zijn, werd niet voorgesteld deze in de nieuwe kaderverordeningen op te nemen. In plaats daarvan werd voorgesteld dat zij onderworpen blijven aan onafhankelijke wetgeving, zoals het geval is sinds de EAA-verordening in 2004 in werking trad, en dat zij gelijktijdig met de ontwikkeling van SAIO worden gemoderniseerd.
Statistische wetgeving is voornamelijk administratieve wetgeving die van invloed is op gebruikers van gegevens (voornamelijk diensten van de Commissie die zich bezighouden met beleid), gegevensproducenten (nationale bureaus voor de statistiek) en respondenten van gegevens (landbouwers). Daarom zijn de directe economische, sociale en milieueffecten beperkt. De belangrijkste directe kosten voor de belanghebbenden betreffen de aanpassing aan nieuwe statistische en technische systemen. Op de middellange tot lange termijn zouden de moderniseringsacties naar verwachting tot een iets lagere last en kostenbesparingen leiden. De meeste besparingen zouden het gevolg zijn van de verlaagde dekkingsvereisten van Verordening (EU) 2018/1091. De kosten van statistieken moeten worden afgewogen tegen de maatschappelijke voordelen ervan, maar moeten ook worden afgewogen tegen de kosten die ontstaan wanneer er geen statistieken of alleen statistieken van lage kwaliteit zijn.
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
Het voorstel maakt deel uit van de strategie voor landbouwstatistieken voor 2020 en daarna, een belangrijk programma voor de modernisering van de landbouwstatistiek van de Europese Unie, dat door de Europese Commissie in nauwe samenwerking met de EU-lidstaten is opgezet. De strategie is met name gericht op stroomlijning en verbetering van het EASS; het wordt ook ondersteund door het Comité voor het Europees statistisch systeem en maakt deel uit van het programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving (REFIT), dat tot doel heeft het EASS te stroomlijnen en te verbeteren.
De landbouwstatistiek is momenteel gebaseerd op verschillende wetteksten en overeenkomsten. Deze moeten allemaal worden samengebracht om tot een systematische aanpak te komen. Dit zal de systemen voor het verzamelen van statistische gegevens vereenvoudigen. Er zijn ook plannen om het gebruik van verschillende gegevensbronnen, waaronder teledetectie, mogelijk te maken, waardoor de last voor de respondenten wordt verminderd.
Dit voorstel heeft betrekking op de totale landbouwproductie (gewassen en dieren), met inbegrip van biologische landbouw, landbouwprijzen, voedingsstoffen en gewasbeschermingsmiddelen . Zij hebben betrekking op landbouwproductiemiddelen (prijzen van zaaigoed, bestrijdingsmiddelen, diervoeder enz.) en op output (plantaardige en dierlijke productie en prijzen). De gegevens kunnen worden verzameld bij landbouwbedrijven, administratieve bronnen, tussenpersonen (zuivelfabrieken enz.), groothandelsentiteiten en marktorganisaties, en omvatten vaak een bepaald aantal ramingen van deskundigen. De invoering van een samenhangend kader zal met name de ontwikkeling van een geïntegreerde juridische architectuur mogelijk maken, evenals een betere planning en samenhang van de enquêtes en andere gegevensverzamelingen.
•Grondrechten
Het voorstel heeft geen gevolgen voor de bescherming van de grondrechten.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
De financiële gevolgen van het voorstel zijn van onbeperkte duur. Het voorstel voorziet niet in de financiering van regelmatige gegevensverzamelingen, maar wel in medefinanciering door de Unie van ad-hocgegevensverzamelingen waarvan het tijdstip niet bekend is. De eerste ad hoc gegevensverzameling kan worden verwacht op zijn vroegst twee jaar na de inwerkingtreding van de geplande verordening. Aangezien deze gegevensverzamelingen niet vooraf bekend zijn, kan geen informatie worden verstrekt over de gevolgen ervan voor de begroting. Zodra dergelijke ad-hocgegevensverzamelingen vereist zijn, zullen de kosten worden geëvalueerd en nader worden gespecificeerd tijdens de opstelling van de gedelegeerde en uitvoeringshandelingen en zullen zij in elk geval worden gedekt door de kredieten die zijn toegewezen aan de financiële middelen voor de betrokken programma’s die in de EU-begroting zijn opgenomen.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplanning en monitoring-, evaluatie- en rapportageregelingen
De voorgestelde verordening zal naar verwachting in 2022 door het Europees Parlement en de Raad worden goedgekeurd, waarbij de uitvoeringsmaatregelen van de Commissie kort daarna worden goedgekeurd. De verordening zal rechtstreeks toepasselijk zijn in alle lidstaten van de EU, zonder dat daarvoor een uitvoeringsplan nodig is.
De lidstaten zullen naar verwachting in 2023 beginnen met de verstrekking van gegevens aan de Commissie krachtens de nieuwe verordening.
Het voorgestelde wetgevingsinstrument maakt deel uit van het EASS, dat aan regelmatige evaluaties zal worden onderworpen, onder meer om na te gaan in hoeverre het effectief en efficiënt is geweest bij de verwezenlijking van de doelstellingen en om te beslissen of nieuwe maatregelen of wijzigingen noodzakelijk zijn.
•Monitoring van de naleving van de geproduceerde statistieken
Eurostat verricht jaarlijkse beoordelingen van de naleving. Deze beoordeling omvat een evaluatie van de beschikbaarheid, kwaliteit en stiptheid van de gegevens en follow-up in het geval van niet-naleving.
In overeenstemming met de voorschriften van wetgeving van de Unie wordt de lidstaten verzocht om de Commissie te voorzien van relevante cijfers over landbouwstatistieken. Deze cijfers zijn onderworpen aan strikte indieningstermijnen die moeten worden nagekomen voor een goed beheer, verspreiding en bruikbaarheid van de Europese statistieken, aangezien ontbrekende of onvolledige gegevens leiden tot tekortkomingen in de beschikbaarheid van informatie (dat wil zeggen dat het niet mogelijk is om aggregaten voor de Unie te berekenen en om gegevens te publiceren volgens de geplande tijdschema’s).
Verordening (EG) nr. 223/2009 vormt het basisrechtskader voor de werking van het Europees statistisch systeem en voor alle sectorale wetgeving voor de productie van Europese statistieken.
Tijdigheid, punctualiteit en volledigheid zijn reeds belangrijke factoren in de context van beoordelingen van de naleving om te zorgen voor een tijdige verspreiding van landbouwstatistieken, maar tegelijkertijd moet er meer aandacht worden besteed aan deze en andere kwaliteitsaspecten om het vertrouwen in de door Eurostat en het ESS geproduceerde statistieken te verzekeren.
•
Voortdurende verbetering van het EASS: identificatie van nieuwe behoeften aan gegevens en nieuwe gegevensbronnen, verbetering van de samenhang, vermindering van de lasten
Eurostat houdt momenteel jaarlijks hoorzittingen met andere diensten van de Commissie. Een belangrijk punt voor die hoorzittingen is de uitwisseling van informatie over de respectieve werkprogramma’s. Zij verschaffen een formeel platform voor het vaststellen van opkomende behoeften aan nieuwe statistieken en voor het beoordelen van het nut van de beschikbare statistische gegevens.
Verdere samenwerking met andere diensten van de Commissie, nationale bureaus voor de statistiek en andere nationale autoriteiten vindt plaats op verschillende hiërarchische niveaus, in regelmatige vergaderingen en seminars van deskundigengroepen, in vergaderingen van de Groep directeuren en van het ESSC, en door frequente bilaterale uitwisselingen. Bijzondere aandacht zal worden besteed aan de identificatie van administratieve gegevens en andere op grond van de Uniewetgeving bijgewerkte informatiebronnen en aan de beoordeling van de geschiktheid ervan voor de productie van statistieken, teneinde overeenkomsten voor de stabiliteit, de toegankelijkheid en de eventuele aanpassing te beoordelen om beter in de behoeften aan statistieken te voorzien. Voorts zullen periodieke enquêtes en analyses worden uitgevoerd om vast te stellen of er mogelijkheden zijn om de Europese landbouwstatistiek te verbeteren en de lasten te verminderen.
Deze aanpassingen en de algemene werking van het rechtskader zullen worden onderworpen aan monitoring en evaluatie, met name aan de hand van de eerdergenoemde doelstellingen van de strategie.
•
Driejaarlijkse monitoringsverslagen
Met het oog op monitoring van de werking van het hernieuwde EASS en om toe te zien op de bereiken van de Refit-doelstellingen, namelijk vereenvoudiging en lastvermindering, zal om de drie jaar een verslag over de werking van het totale systeem worden opgesteld.
•
Toetsing
Het tweede driejaarlijkse monitoringverslag zal worden vervangen door een retrospectieve evaluatie van het vernieuwde EASS, uitgevoerd volgens de richtsnoeren van de Commissie. Dit kan ook een basis vormen voor nadere herzieningen van de wetgeving indien dit noodzakelijk wordt geacht.
•
Uitgebreide toelichting bij de specifieke bepalingen van het voorstel
De voorgestelde verordening specificeert de inhoud van statistieken over inputs en outputs in de landbouw. Daarin wordt bepaald dat de lidstaten statistieken moeten verstrekken over vier domeinen en twaalf gerelateerde onderwerpen. De domeinen zijn statistieken over dierlijke productie, statistieken over plantaardige productie, statistieken over landbouwprijzen en statistieken over voedingsstoffen en gewasbeschermingsmiddelen. Dit wordt ondersteund door artikelen over onderwerp, definities, statistische populatie en waarnemingseenheden, dekking, de frequentie van gegevensoverdracht, gegevensbronnen en -methoden, referentieperioden, kwaliteitsspecificaties en mogelijke financiële bijdragen. Daarnaast voorziet de verordening in de mogelijkheid om specifieke ad hoc-onderwerpen in verband met landbouwinputs en -output in te voeren die een aanvulling vormen op de regelmatig verzamelde gegevens.
De gedetailleerde gegevensreeksen zullen worden gespecificeerd in uitvoeringshandelingen (verordeningen).
2021/0020 (COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
betreffende statistieken over de landbouwinput en -output en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 1165/2008, (EG) nr. 543/2009, (EG) nr. 1185/2009 en Richtlijn 96/16/EG van de Raad
(Voor de EER relevante tekst)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 338, lid 1,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Er is een statistische kennisbasis nodig voor het ontwerpen, uitvoeren, monitoren, evalueren en evalueren van het beleid inzake landbouw in de Unie, met name het gemeenschappelijk landbouwbeleid (“GLB”), met inbegrip van maatregelen voor plattelandsontwikkeling, alsmede het beleid van de Unie met betrekking tot onder meer milieu, klimaatverandering, landgebruik, regio’s, volksgezondheid en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties.
(2)De verzameling van statistische gegevens, met name over de landbouwinput en -output, moet er onder meer op gericht zijn het besluitvormingsproces te voeden met geactualiseerde gegevens ter ondersteuning van de Europese Green Deal met de daarmee verband houdende strategieën “van boer tot bord” en “biodiversiteit” en toekomstige GLB-hervormingen.
(3)Geharmoniseerde statistische gegevens van hoge kwaliteit zijn belangrijk om de toestand en trends van de landbouwinput en -output in de Unie, de werking van de markten en de voedselzekerheid te beoordelen en om de duurzaamheid en de ecologische, economische en sociale gevolgen van Unie- en nationaal beleid te beoordelen. Deze gegevens omvatten, maar zijn niet beperkt tot, vee- en vleesstatistieken, de productie en het gebruik van eieren en de productie en het gebruik van melk en zuivelproducten. Ook statistieken over het areaal, de opbrengst en de productie van akkerbouwgewassen, groenten, meerjarige teelten en graslanden en grondstoffenbalansen zijn van belang. Er is steeds meer behoefte aan statistieken over de verkoop en het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen.
(4)Een internationale evaluatie van landbouwstatistieken heeft geleid tot de ontwikkeling van een algemene strategie ter verbetering van de landbouw- en plattelandsstatistieken van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, die in 2010 door het Comité statistieken van de Verenigde Naties is goedgekeurd. In de Europese landbouwstatistiek moeten in voorkomend geval de aanbevelingen van die algemene strategie worden gevolgd.
(5)Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad() voorziet in een kader voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken op basis van gemeenschappelijke statistische beginselen. In Verordening (EG) nr. 223/2009 worden kwaliteitscriteria vastgesteld en wordt gewezen op de noodzaak de enquêtedruk voor de bevraagden zo veel mogelijk te beperken en er meer in het algemeen toe bij te dragen dat de administratieve lasten worden verminderd.
(6)De strategie voor de landbouwstatistieken voor 2020 en daarna(), die in november 2015 is goedgekeurd door het Comité voor het Europees statistisch systeem (ESS-comité), beoogt twee kaderverordeningen vast te stellen die alle aspecten van landbouwstatistieken behelzen, met uitzondering van de Landbouwrekeningen. Deze verordening is een van deze twee kaderverordeningen en moet een aanvulling vormen op de reeds vastgestelde kaderverordening (EU) 2018/1091().
(7)Europese statistieken over landbouwinputs en -output worden momenteel verzameld, geproduceerd en verspreid op basis van een aantal rechtshandelingen. Deze structuur zorgt niet voor een goede samenhang tussen de verschillende statistische gebieden en bevordert evenmin een geïntegreerde aanpak van de ontwikkeling, productie en verspreiding van landbouwstatistieken. Deze verordening moet deze rechtshandelingen vervangen met het oog op de harmonisatie en vergelijkbaarheid van informatie, om te zorgen voor consistentie en coördinatie tussen de Europese landbouwstatistieken, om de integratie en stroomlijning van de desbetreffende statistische processen te vergemakkelijken en om een meer holistische aanpak mogelijk te maken. Daarom moeten de Verordeningen (EG) nr. 1165/2008 (), (EG) nr. 543/2009() en (EG) nr. 1185/2009 van het Europees Parlement en de Raad() en Richtlijn 96/16/EG van de Raad() worden ingetrokken. De talrijke daarmee verband houdende overeenkomsten over het Europees statistisch systeem (ESS) en gentlemen’s agreements over gegevensoverdracht moeten in deze verordening worden opgenomen wanneer er bewijs is dat de gegevens voldoen aan de gebruikersbehoeften, dat de overeengekomen werkwijze werkt en dat de gegevens van passende kwaliteit zijn.
(8)De overeenkomstig Verordening (EG) nr. 617/2008 van de Commissie() vereiste statistieken zijn verzameld door het ESS en voldoen aan sommige, maar niet alle kwaliteitsnormen. Deze statistieken ondersteunen Europees en nationaal beleid op langere termijn en moeten als Europese statistieken worden geïntegreerd om de beschikbaarheid en kwaliteit van de gegevens te waarborgen. Om dubbele rapportage door de lidstaten te voorkomen, moeten de statistische vereisten uit hoofde van Verordening (EG) nr. 617/2008 worden geschrapt.
(9)Een groot deel van het Europese landbouwareaal bestaat uit grasland. De productie van deze arealen werd in het verleden niet belangrijk geacht, zodat er geen productiegegevens zijn opgenomen in de gewasstatistieken. Aangezien de impact van grasland en herkauwers op het milieu als gevolg van de klimaatverandering belangrijker is geworden, zijn statistieken over de productie van grasland en begrazing door dieren nodig.
(10)Met het oog op de harmonisatie en de vergelijkbaarheid van de informatie over de productiemiddelen en -output van de landbouw met informatie over de structuur van landbouwbedrijven en met het oog op de verdere uitvoering van de strategie voor landbouwstatistieken voor 2020 en daarna, moet deze verordening een aanvulling vormen op Verordening (EU) 2018/1091.
(11)Verordening (EG) nr. 138/2004 van het Europees Parlement en de Raad() heeft geen betrekking op landbouwprijsstatistieken, maar de beschikbaarheid en samenhang met de landbouwrekeningen (“LR”) moeten worden gewaarborgd. Aangezien de LR een satellietrekening van de nationale rekeningen zijn, is het niet passend landbouwprijsstatistieken op te nemen in Verordening (EG) nr. 138/2004. De statistieken over de landbouwinput en -output moeten daarom betrekking hebben op statistieken over de inputprijzen van de landbouw die coherent zijn met de LR. Er moeten absolute landbouwproductieprijsgegevens beschikbaar zijn in de lidstaten om de LR te kunnen berekenen en vergelijkbare prijsindexcijfers mogelijk te maken.
(12)Gegevens over het op de markt brengen en het gebruik van pesticiden die overeenkomstig Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad() en Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad() moeten worden gebruikt overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van die richtlijn en van die verordening voor de toepassing van de voorschriften van deze verordening.
(13)Vergelijkbare statistieken van alle lidstaten over de landbouwinput en -output zijn belangrijk om de ontwikkeling van het GLB te bepalen. Daarom moet, voor zover mogelijk, voor variabelen worden gebruikgemaakt van standaardclassificaties en gemeenschappelijke definities.
(14)De gegevens die nodig zijn voor het opstellen van statistieken moeten, waar mogelijk, worden verzameld op een wijze die zo min mogelijk kosten en administratieve lasten met zich meebrengt. Het is daarom noodzakelijk mogelijke eigenaars van bronnen van de vereiste gegevens te identificeren en ervoor te zorgen dat deze voor statistieken kunnen worden gebruikt.
(15)De in te dienen gegevensreeksen bestrijken verschillende statistische domeinen. Om een flexibele aanpak te handhaven die het mogelijk maakt de statistieken aan te passen wanneer de gegevensvereisten veranderen, moeten in de basisverordening alleen de domeinen, onderwerpen en gedetailleerde onderwerpen worden gespecificeerd, waarbij de gedetailleerde gegevensreeksen in uitvoeringshandelingen worden gespecificeerd.
(16)Biologische productie wordt steeds belangrijker als indicator voor duurzame landbouwproductiesystemen. Daarom moet ervoor worden gezorgd dat de beschikbare statistieken over biologische landbouw consistent zijn met andere landbouwproductiestatistieken doordat deze in de gegevensreeksen worden geïntegreerd. Deze statistieken over biologische productie moeten ook coherent zijn met en gebruik maken van de administratieve informatie die is geproduceerd op grond van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad ().
(17)In overeenstemming met Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad() moeten de territoriale eenheden worden gedefinieerd overeenkomstig de nomenclatuur van territoriale eenheden voor de statistiek (NUTS).
(18)Het moet mogelijk zijn om op een specifiek tijdstip gegevens te verzamelen over ad-hoconderwerpen in verband met landbouwinput en -output, teneinde de op gezette tijden verzamelde gegevens aan te vullen met aanvullende gegevens over proefpersonen die meer informatie, nieuwe verschijnselen of innovaties vereisen.
(19)Om de administratieve lasten voor de lidstaten te verminderen, moeten vrijstellingen van bepaalde regelmatige indieningen van gegevens worden toegestaan indien de bijdragen van de lidstaten aan het EU-totaal voor deze gegevens laag zijn.
(20)Om de efficiëntie van de statistische productieprocessen van het ESS te verbeteren en de administratieve lasten voor de respondenten te verminderen, moeten de nationale bureaus voor de statistiek en andere nationale instanties het recht hebben om voor publieke doeleinden verzamelde administratieve gegevens snel en kosteloos in te zien en te gebruiken, ongeacht of zij in het bezit zijn van openbare of particuliere instanties. De nationale bureaus voor de statistiek en andere nationale autoriteiten moeten deze administratieve gegevens ook kunnen integreren in statistieken, voor zover die gegevens nodig zijn voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese landbouwstatistieken, overeenkomstig artikel 17 bis van Verordening (EG) nr. 223/2009.
(21)De lidstaten of de verantwoordelijke nationale autoriteiten moeten ernaar streven om de wijze waarop gegevens over landbouwbedrijven worden verzameld, zo veel mogelijk te moderniseren. Daartoe moet het gebruik van digitale oplossingen worden bevorderd.
(22)Met het oog op flexibiliteit en minder lasten voor de respondenten, de nationale bureaus voor de statistiek en andere nationale autoriteiten moet de lidstaten worden toegestaan om gebruik te maken van statistische enquêtes, administratieve bestanden en andere bronnen, methoden of innovatieve benaderingen, waaronder wetenschappelijk onderbouwde en goed gedocumenteerde methoden zoals verrekeningen, ramingen en modellen. De kwaliteit, en met name de nauwkeurigheid, tijdigheid en vergelijkbaarheid van de statistieken op basis van deze bronnen, moet altijd worden gewaarborgd.
(23)Verordening (EG) nr. 223/2009 voorziet in voorschriften voor de verzending van gegevens van de lidstaten naar de Commissie (Eurostat) en het gebruik daarvan, waaronder voor de verzending en bescherming van vertrouwelijke gegevens. Maatregelen die overeenkomstig deze verordening worden genomen, moeten ervoor zorgen dat vertrouwelijke gegevens uitsluitend voor statistische doeleinden worden verzonden en gebruikt, overeenkomstig de artikelen 21 en 22 van Verordening (EG) nr. 223/2009.
(24)Verordening (EG) nr. 223/2009 biedt een referentiekader voor Europese statistieken en verplicht de lidstaten te voldoen aan de statistische beginselen en kwaliteitscriteria die in die verordening worden uiteengezet. Kwaliteitsverslagen zijn essentieel voor het beoordelen en verbeteren van en het communiceren over de kwaliteit van de Europese statistieken. Het ESS-comité heeft zijn goedkeuring gehecht aan de geïntegreerde metagegevensstructuur als ESS-norm voor kwaliteitsrapportage, waardoor het door middel van uniforme normen en geharmoniseerde methoden helpt te voldoen aan de statistische kwaliteitseisen van artikel 12, lid 3, van Verordening (EG) nr. 223/2009. Die ESS-norm moet bijdragen aan de harmonisatie van de kwaliteitsverslagen op grond van deze verordening.
(25)Overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer is een effectbeoordeling uitgevoerd. Doel daarvan was het bij deze verordening ingestelde statistische programma de noodzakelijke effectiviteit te geven voor het bereiken van de doelstellingen en de budgettaire beperkingen in aanmerking te nemen.
(26)Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk de systematische productie van Europese statistieken over landbouwinput en -output in de Unie, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt omdat een gecoördineerde aanpak noodzakelijk is, maar om redenen van coherentie en vergelijkbaarheid beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.
(27)Teneinde rekening te houden met opkomende behoeften aan gegevens die hoofdzakelijk voortkomen uit nieuwe ontwikkelingen in de landbouw, herziene wetgeving en veranderende beleidsprioriteiten, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen om de in deze verordening vermelde gedetailleerde onderwerpen te wijzigen en om de te verstrekken onderwerpen en gedetailleerde onderwerpen en andere praktische regelingen voor het verzamelen van ad-hocgegevens vast te stellen, zoals bepaald in deze verordening. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij de voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven(). Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die de gedelegeerde handelingen voorbereiden.
(28)Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om de gegevensreeksen in verband met de in de bijlage vermelde onderwerpen en gedetailleerde onderwerpen en de technische elementen van de te verstrekken gegevens te specificeren, om de lijsten en beschrijvingen van de variabelen en andere praktische regelingen voor het verzamelen van ad-hocgegevens vast te stellen en om de praktische regelingen voor en de inhoud van de kwaliteitsverslagen vast te stellen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad().
(29)Indien voor de uitvoering van deze verordening grote aanpassingen van het nationale statistische systeem van een lidstaat nodig zouden zijn, moet de Commissie, in naar behoren gerechtvaardigde gevallen en voor een beperkte tijd, de betrokken lidstaten afwijkingen kunnen toestaan. Dergelijke ingrijpende aanpassingen kunnen met name nodig zijn om de gegevensverzamelingssystemen aan te passen aan de nieuwe gegevensvereisten, met inbegrip van de toegang tot administratieve bronnen.
(30)De financiële belangen van de Unie moeten worden beschermd met evenredige maatregelen in de hele uitgavencyclus, onder meer op het gebied van preventie, opsporing en onderzoek van onregelmatigheden, terugvordering van verloren gegane, ten onrechte betaalde of onjuist bestede financiële middelen, en, voor zover van toepassing, met administratieve en financiële sancties.
(31)Deze verordening geldt onverminderd Richtlijn 2003/4/EG() en Verordening (EG) nr. 1367/2006().
(32)De samenwerking en coördinatie tussen de autoriteiten in het kader van het ESS moeten worden versterkt om te zorgen voor samenhang en vergelijkbaarheid van de Europese landbouwstatistieken die overeenkomstig de beginselen van artikel 338, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden geproduceerd. Gegevens worden ook verzameld door andere organen van de Unie dan die bedoeld in deze verordening en door andere organisaties. Deze organisaties en de bij het ESS betrokken instanties moeten daarom nauwer samenwerken, zodat synergieën kunnen worden benut.
(33)Het ESS-comité is geraadpleegd,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Voorwerp
Deze verordening stelt een kader vast voor geaggregeerde Europese statistieken over de inputs en outputs van landbouwactiviteiten en het intermediaire gebruik van deze output binnen de landbouw en de verzameling en industriële verwerking daarvan.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities van “landbouwactiviteit”, “oppervlakte cultuurgrond”, “grootvee-eenheid”, “landbouwbedrijf” en “landbouweenheid voor gemeenschappelijke grond”, zoals vastgesteld in artikel 2, onder a), b), d) en e), van Verordening (EU) 2018/1091.
Daarnaast wordt verstaan onder:
1)
“zuivelonderneming”: een onderneming of landbouwbedrijf die of dat volle melk of, in bepaalde gevallen, melkproducten koopt om deze tot melkproducten te verwerken; met inbegrip van ondernemingen die melk of room ophalen om deze, zonder behandeling of verwerking, volledig of gedeeltelijk aan andere zuivelondernemingen over te dragen;
2)
“slachthuis”: een officieel geregistreerde en erkende onderneming met een vergunning voor het slachten en uitslachten van dieren waarvan het vlees voor de menselijke consumptie bestemd is;
3)
“broederij:” onderneming die zich toelegt op het inleggen en uitbroeden van broedeieren en het leveren van kuikens;
4)
“rapportage-eenheid”: de eenheid die de gegevens verstrekt;
5)
“waarnemingseenheid”: een identificeerbare entiteit waarover gegevens kunnen worden verkregen;
6)
“domein”: een of meer gegevensreeksen die specifieke onderwerpen bestrijken;
7)
“onderwerp”: de inhoud van de te verzamelen informatie over de waarnemingseenheden, waarbij elk onderwerp betrekking heeft op meerdere gedetailleerde onderwerpen;
8)
“gedetailleerd onderwerp”: de gedetailleerde inhoud van de te verzamelen informatie over de waarnemingseenheden met betrekking tot een onderwerp, waarbij elk gedetailleerd onderwerp betrekking heeft op meerdere variabelen;
9)
“gegevensreeks”: een of meer geaggregeerde variabelen die in een tabel zijn opgenomen;
10)
“variabele”: een kenmerk van een eenheid onder observatie, dat voor meer dan één waarde uit een reeks waarden kan staan;
11)
“vooraf gecontroleerde gegevens”: gegevens die door de lidstaten zijn geverifieerd op basis van overeengekomen gemeenschappelijke validatieregels, voor zover beschikbaar;
12)
“ad-hocgegevens”: gegevens die van bijzonder belang zijn voor gebruikers op een bepaald tijdstip, maar die niet zijn opgenomen in de gewone gegevensreeksen;
13)
“administratieve gegevens”: gegevens die zijn gegenereerd door een niet-statistische bron die de levering van statistieken niet als hoofdfunctie heeft, en die gewoonlijk in het bezit zijn van een publiek- of privaatrechtelijke instantie;
14)
“metagegevens”: informatie die nodig is om statistieken te gebruiken en te interpreteren en waarmee gegevens op een gestructureerde manier worden beschreven;
15)
“professionele gebruiker”: persoon die in de landbouwsector gewasbeschermingsmiddelen gebruikt in het kader van zijn beroepsactiviteiten, met inbegrip van bedieners van toepassingsapparatuur, technici, werkgevers en zelfstandigen.
Artikel 3
Statistische populatie en waarnemingseenheden
1.
De te beschrijven statistische populatie bestaat uit statistische eenheden zoals landbouwbedrijven, landbouweenheden voor gemeenschappelijke grond, ondernemingen die goederen en diensten aan de landbouw leveren of producten van landbouwactiviteiten kopen of verzamelen, en ondernemingen die deze landbouwproducten verwerken, met name broederijen, zuivelondernemingen en slachthuizen.
2.
De in het statistische kader te vertegenwoordigen waarnemingseenheden zijn de in lid 1 bedoelde statistische eenheden en, afhankelijk van de te rapporteren statistieken, het volgende:
a)
land gebruikt voor landbouwactiviteit;
b)
dieren gebruikt voor landbouwactiviteit;
c)
de invoer en uitvoer van producten van landbouwactiviteiten door niet-landbouwbedrijven;
d)
transacties en stromen van productiefactoren, van goederen en diensten naar en van landbouwactiviteiten.
3.
De rapportage-eenheden zijn de in lid 1 bedoelde statistische eenheden en andere ondernemingen en instellingen die informatie over de in de artikelen 5 en 6 bedoelde gegevensvereisten verwerken.
Artikel 4
Dekkingsvereisten
1. De statistieken moeten representatief zijn voor de statistische populatie die zij beschrijven.
2. Voor het domein van de statistieken over dierlijke productie als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder a), bestrijken de gegevens 95 % van de grootvee-eenheden van elke lidstaat en de daarmee verband houdende activiteiten of outputs.
3. Voor het domein van de statistieken over plantaardige productie als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder b), en het onderwerp voedingsstoffen als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder d), i), bestrijken de gegevens 95 % van de totale oppervlakte cultuurgrond (met uitzondering van tuinen voor eigen gebruik) van elke lidstaat en de daarmee verband houdende productievolumes.
4. Voor het onderwerp gewasbeschermingsmiddelen als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder d), iii), hebben de gegevens betrekking op de gewasbeschermingsmiddelen die op de markt worden gebracht in de zin van artikel 3, punt 9, van Verordening (EG) nr. 1107/2009.
5. De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen tot nadere bepaling van de in de leden 2, 3 en 4 bedoelde dekkingsvereisten. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 15, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Artikel 5
Vereisten voor regelmatig noodzakelijke gegevens
1.
De statistieken met betrekking tot de inputs en outputs van landbouwactiviteiten hebben betrekking op de volgende gebieden en onderwerpen:
a)
statistieken over dierlijke productie
i)
vee en vlees
ii)
eieren en kuikens
iii)
melk en melkproducten
b)
statistieken over plantaardige productie
i)
plantaardige productie
ii)
balansen van plantaardige producten
iii)
grasland en graasweiden
c)
statistieken over landbouwprijzen
i)
indexcijfers van landbouwprijzen
ii)
absolute inputprijzen
iii)
prijzen en pacht van landbouwgrond
d)
statistieken over voedingsstoffen en gewasbeschermingsmiddelen
i)
voedingsstoffen in landbouwmeststoffen
ii)
voedingsstoffenbalansen
iii)
gewasbeschermingsmiddelen
2.
De gedetailleerde onderwerpen zijn in de bijlage opgenomen.
3.
De gegevens worden aan de Commissie toegezonden in de vorm van geaggregeerde gegevensreeksen.
4.
De gegevens over de biologische productie en de producten die aan Verordening (EU) 2018/848 voldoen, worden in de gegevensreeksen opgenomen.
5.
Regionale gegevens worden verstrekt op NUTS2-niveau, zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 1059/2003.
6.
Wanneer een variabele in een lidstaat weinig of niet voorkomt, mogen de waarden van die variabele van de ingediende gegevensreeksen worden uitgesloten, mits de betrokken lidstaat de uitsluiting van die variabele bij de Commissie (Eurostat) naar behoren heeft gemotiveerd.
7.
De lidstaten verzamelen relevante prijsinformatie over de landbouwinput en -output, met inbegrip van de kenmerken en gewichten van de goederen en diensten, voor de opstelling van vergelijkbare prijsindexcijfers en voor de variabelen die nodig zijn voor de economische rekeningen voor landbouw die onder Verordening (EG) nr. 138/2004 vallen.
8.
De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 14 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de in de bijlage opgenomen gedetailleerde onderwerpen.
9.
De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen om te bepalen welke gegevensreeksen aan de Commissie (Eurostat) moeten worden toegezonden. In die uitvoeringshandelingen worden in voorkomend geval de volgende technische elementen van de te verstrekken gegevens gespecificeerd:
a)de lijst van variabelen;
b)de beschrijvingen van de variabelen;
c)de variabelen voor biologische productie en producten;
d)de variabelen op regionaal niveau;
e)de waarnemings- en rapportage-eenheden;
f)de nauwkeurigheidseisen;
g)de methodologische regels;
h)de termijnen voor de indiening van de gegevens.
Deze uitvoeringshandelingen worden uiterlijk negen maanden vóór het begin van het referentiejaar vastgesteld overeenkomstig de in artikel 15, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
10.
De lidstaten dienen de vooraf gecontroleerde gegevens en de daarmee samenhangende metagegevens in met gebruikmaking van een door de Commissie (Eurostat) voorgeschreven technisch formaat voor elke gegevensreeks. De diensten van het centrale toegangspunt worden gebruikt om de gegevens bij de Commissie (Eurostat) in te dienen.
Artikel 6
Vereisten voor ad-hocgegevens
1.
De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 14 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanvulling van deze verordening met betrekking tot het nader bepalen van de informatie die op ad-hocbasis moet worden verstrekt, indien het verzamelen van aanvullende informatie noodzakelijk wordt geacht. In die gedelegeerde handelingen wordt het volgende gespecificeerd:
a)de onderwerpen en gedetailleerde onderwerpen die in de verzameling van de ad-hocgegevens worden verstrekt en de redenen voor deze aanvullende statistische behoeften;
b)de referentieperioden.
2.
De Commissie is bevoegd de in lid 1 bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen met ingang van het referentiejaar [insert 2 years after entering into force of the regulation] en met een minimum van twee jaar tussen elke verzameling van ad-hocgegevens.
3.
De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen voor het verstrekken van:
a)een lijst van variabelen die bij de Commissie (Eurostat) moeten worden ingediend;
b)de beschrijvingen van de variabelen;
c)de nauwkeurigheidseisen;
d)de termijnen voor de toezending van gegevens.
Deze uitvoeringshandelingen worden uiterlijk twaalf maanden vóór het begin van het referentiejaar vastgesteld overeenkomstig de in artikel 15 bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 7
Indieningsfrequentie van de gegevensreeksen
1.
De indieningsfrequentie van de gegevensreeksen is vastgesteld in de bijlage. De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin nadere invulling wordt gegeven aan elke indieningsfrequentie.
2.
Een lidstaat kan worden vrijgesteld van bepaalde regelmatige verstrekkingen van de gegevens wanneer de weerslag van de lidstaat op het totaal van een variabele voor de EU beperkt is. De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen tot vaststelling van drempels voor variabelen volgens een specifieke werkwijze, op zodanige wijze dat de toepassing van die drempels de informatie over het verwachte EU-totaal van de variabele in het referentiejaar met niet meer dan 5 % vermindert. De drempels worden zodanig herzien dat zij overeenstemmen met de door de Commissie (Eurostat) geïnitieerde trends van EU-totalen.
3.
De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin nadere invulling wordt gegeven aan het volgende:
a)de drempel waaronder de productie van een variabele wordt geacht een beperkt effect te hebben op het verwachte totale EU-aggregaat;
b)de bron van de gegevens en de werkwijze die moeten worden gebruikt om de drempel vast te stellen;
c)de variabelen waarop deze vrijstelling van toepassing is.
De in de leden 1, 2 en 3 bedoelde uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 15, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Artikel 8
Gegevensbronnen en methoden
1.
Ter verkrijging van de in deze verordening bedoelde statistieken over de inputs en outputs van landbouwactiviteiten gebruiken de lidstaten één of meer van de volgende bronnen of methoden, mits de informatie het mogelijk maakt statistieken te produceren die voldoen aan de kwaliteitsvereisten van artikel 10:
a)statistische enquêtes of andere methoden voor het verzamelen van statistische gegevens;
b)de in lid 2 van dit artikel genoemde administratieve gegevensbronnen;
c)andere bronnen, methoden of innovatieve benaderingen.
2.
De lidstaten kunnen gebruikmaken van alle informatie afkomstig van het geïntegreerd beheers- en controlesysteem dat is vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad(), de identificatie- en registratieregeling voor runderen die is vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1760/2000 van het Europees Parlement en de Raad(), de identificatie-en registratieregeling voor schapen en geiten die is vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 21/2004() van de Raad, het wijnbouwkadaster dat is ingevoerd overeenkomstig artikel 145 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad(), en de registers van biologische bedrijven die zijn ingevoerd overeenkomstig Verordening (EU) 2018/848.
3.
De statistieken over gewasbeschermingsmiddelen als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder d), iii), worden verstrekt aan de hand van de overeenkomstig artikel 67 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bijgehouden en ter beschikking gestelde registers.
4. Daartoe verzoeken de lidstaten professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen, in elektronisch formaat, om gegevens over ten minste de naam van het gewasbeschermingsmiddel, de dosering van de toepassing, het hoofdareaal en het gewas waarvoor het gewasbeschermingsmiddel overeenkomstig deze verordening is gebruikt.
5.
Lidstaten die besluiten om de in lid 1, onder c), vermelde bronnen, methoden of innovatieve benaderingen te gebruiken, informeren de Commissie (Eurostat) hierover in het jaar voorafgaand aan het referentiejaar waarin de bronnen, methoden of innovatieve benaderingen worden opgenomen, en geven nadere informatie over de kwaliteit van de verkregen gegevens.
6.
De nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor de naleving van de voorschriften van deze verordening hebben recht op onmiddellijke en kosteloze toegang tot en gebruikmaking van gegevens, met inbegrip van individuele gegevens over ondernemingen en landbouwbedrijven die zijn opgenomen in de administratieve bestanden die op hun nationale grondgebied worden opgesteld overeenkomstig artikel 17 bis van Verordening (EG) nr. 223/2009. De nationale autoriteiten en de eigenaren van administratieve bestanden voorzien in de nodige samenwerkingsmechanismen voor deze toegang. Deze toegang wordt ook verleend in gevallen waarin de bevoegde autoriteit taken heeft gedelegeerd die namens haar moeten worden uitgevoerd aan particuliere of semi-overheidsinstanties.
Artikel 9
Referentieperiode
De verzamelde informatie heeft betrekking op een enkele referentieperiode voor alle lidstaten, onder verwijzing naar de situatie gedurende een vastgestelde termijn.
De referentieperiode voor elk gedetailleerd onderwerp is zoals gespecificeerd in de bijlage. De eerste referentieperioden beginnen in het kalenderjaar [vul het jaar in dat begint op 1 januari volgend op 18 maanden na de vaststelling].
De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin nadere invulling wordt gegeven aan de referentieperioden. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 15, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Artikel 10
Kwaliteit en kwaliteitsrapportage
1.
De lidstaten nemen de nodige maatregelen ter waarborging van de kwaliteit van de toegezonden gegevens en metagegevens.
2.
De lidstaten zorgen ervoor dat de gegevens die met behulp van de in artikel 8 genoemde bronnen en methoden zijn verkregen, accurate ramingen geven van de in artikel 3 omschreven statistische populatie op nationaal niveau en, indien nodig, op regionaal niveau.
3.
Voor de toepassing van deze verordening zijn de kwaliteitscriteria van artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 223/2009 van toepassing.
4.
De Commissie (Eurostat) beoordeelt de kwaliteit van de ingediende gegevens en metagegevens op een transparante en controleerbare wijze.
5.
Daartoe dienen de lidstaten voor het eerst uiterlijk op 31 december van het jaar [insert the year start 1 januari following 30 months after adoption] en vervolgens om de 3 jaar een kwaliteitsverslag in bij de Commissie (Eurostat) voor de gegevensreeksen die tijdens de periode worden ingediend, met name:
a)metagegevens waarin wordt beschreven welke werkwijze is gebruikt en hoe de technische specificaties zijn verwezenlijkt aan de hand van de eisen van deze verordening;
b)informatie over de naleving van de in artikel 4 beschreven dekkingsvereisten, met inbegrip van de ontwikkeling en actualisering ervan.
6.
Tegelijk met de gegevens worden afzonderlijke verslagen over de gebruikte werkwijzen voor het gedetailleerde onderwerp “Gewichten en omgeschaalde indices” ingediend.
7.
De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen waarin de praktische regelingen voor de kwaliteitsverslagen en de inhoud ervan worden bepaald. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 15, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
8.
De lidstaten stellen de Commissie (Eurostat) zo nodig in kennis van elke relevante informatie of wijziging in verband met de uitvoering van deze verordening die van significante invloed kan zijn op de kwaliteit van de ingediende gegevens.
9
De lidstaten verstrekken de Commissie (Eurostat) desgevraagd de aanvullende verduidelijking die nodig is om de kwaliteit van de statistische informatie te beoordelen.
Artikel 11
Bijdrage van de Unie
1.
Voor de uitvoering van deze verordening kan de Unie financiële steun toekennen aan de nationale instituten voor de statistiek en andere nationale instanties zoals bedoeld in artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad, teneinde de uitvoeringskosten van een verzameling van ad-hocgegevens.te dekken.
2.
Het bedrag van de financiële bijdrage van de Unie mag niet hoger zijn dan 90 % van de voor financiële steun in aanmerking komende kosten.
Artikel 12
Bescherming van de financiële belangen van de Unie
1.
De Commissie neemt passende maatregelen om ervoor te zorgen dat bij de uitvoering van uit hoofde van deze verordening gefinancierde acties de financiële belangen van de Unie worden beschermd door de toepassing van preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten, door doeltreffende controles en, indien onregelmatigheden worden ontdekt, door de terugvordering van de ten onrechte betaalde bedragen en, voor zover van toepassing, door doeltreffende, evenredige en afschrikkende administratieve en financiële sancties.
2.
De Commissie of haar vertegenwoordigers en de Rekenkamer zijn bevoegd om op basis van documenten en ter plaatse audits uit te voeren bij alle begunstigden van subsidies, contractanten en subcontractanten die uit hoofde van het programma middelen van de Unie hebben ontvangen.
3.
Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) kan, overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad() en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad(), onderzoeken instellen, met inbegrip van controles en verificaties ter plaatse, om vast te stellen of er sprake is geweest van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten in verband met een subsidieovereenkomst of -besluit of een uit hoofde van dit programma gefinancierd contract, waardoor de financiële belangen van de Unie zijn geschaad.
4.
Onverminderd de leden 1, 2 en 3, bevatten de samenwerkingsovereenkomsten met derde landen en met internationale organisaties, contracten en subsidieovereenkomsten en -besluiten die voorvloeien uit de toepassing van deze verordening, bepalingen die de Commissie, de Rekenkamer en het OLAF uitdrukkelijk de bevoegdheid geven dergelijke audits en onderzoeken binnen hun respectieve bevoegdheden te verrichten.
Artikel 13
Afwijkingen
1.
Wanneer voor de toepassing van deze verordening of van de op grond daarvan vastgestelde uitvoeringsmaatregelen en gedelegeerde handelingen ingrijpende aanpassingen in een nationaal statistisch systeem van een lidstaat noodzakelijk zijn, kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen waarbij aan de lidstaten afwijkingen worden toegestaan voor een maximale duur van twee jaar.
Voor een dergelijke afwijking dient de betrokken lidstaat binnen drie maanden vanaf de datum van inwerkingtreding van de betrokken handeling een naar behoren gemotiveerd verzoek in bij de Commissie.
Het effect van dergelijke afwijkingen op de vergelijkbaarheid van de gegevens van de lidstaten of op de berekening van de vereiste tijdige en representatieve Europese aggregaten moet tot een minimum worden beperkt. Bij het toestaan van de afwijking wordt rekening gehouden met de lasten voor de respondenten.
2.
De in lid 1, eerste alinea, bedoelde uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 15, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 14
Uitoefening van bevoegdheidsdelegatie
1
De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.
2.
De in artikel 5, lid 8, en artikel 6, leden 1 en 2, bedoelde bevoegdheid tot vaststelling van gedelegeerde handelingen wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd vanaf [Publications Office: please insert exact date of entry into force of the Regulation].
3.
Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 5, lid 8, en artikel 6, leden 1 en 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
4.
Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.
5.
Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
6.
Een overeenkomstig artikel 5, lid 8, en artikel 6, leden 1 en 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie heeft medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.
Artikel 15
Comitéprocedure
1.
De Commissie wordt bijgestaan door het Comité voor het Europees statistisch systeem ingesteld bij Verordening (EG) nr. 223/2009. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2.
Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
Artikel 16
Wijziging van Verordening (EG) nr. 617/2008
Verordening (EG) nr. 617/2008 wordt als volgt gewijzigd:
1)
In artikel 8 worden de leden 3, 4 en 5 geschrapt.
2)
Artikel 11 wordt geschrapt.
3)
De bijlagen III en IV worden geschrapt.
Deze wijziging is van toepassing met ingang van 1 januari [van het jaar volgend op 18 maanden na de vaststelling].
Artikel 17
Intrekkingen
1.
De Verordeningen (EG) nr. 1165/2008, (EG) nr. 543/2009, (EG) nr. 1185/2009 en Richtlijn 96/16/EG worden ingetrokken met ingang van 1 januari [van het eerste kalenderjaar dat ten minste 18 maanden na de vaststelling aanvangt].
2.
Verwijzingen naar de ingetrokken wetsbesluiten gelden als verwijzingen naar deze verordening.
Artikel 18
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari [ van het eerste jaar dat 18 maanden na de vaststelling aanvangt].
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement
Voor de Raad
De voorzitter
De voorzitter
FINANCIEEL MEMORANDUM
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief
1.2.Betrokken beleidsterrein(en)
1.3.Het voorstel/initiatief betreft
1.4.Motivering van het voorstel/initiatief
1.5.Duur en financiële gevolgen
1.6.Beheersvorm(en)
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Voorschriften voor monitoring en verslaglegging
2.2.Beheers- en controlesysteem
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven
3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven
3.2.2.Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
3.2.3.Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader
3.2.5.Bijdragen van derden
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
FINANCIEEL MEMORANDUM
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief
|
Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende statistieken over de landbouwinput en -output en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 1165/2008, (EG) nr. 543/2009, (EG) nr. 1185/2009 en Richtlijn 96/16/EG.
|
1.2.Betrokken beleidsterrein(en) (programmacluster)
Productie van Europese statistieken
1.3.Het voorstel/initiatief betreft:
◻ een nieuwe actie
◻ een nieuwe actie na een proefproject / voorbereidende actie
◻ de verlenging van een bestaande actie
X de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie
1.4.Motivering van het voorstel/initiatief
1.4.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief
|
Het doel van dit voorstel inzake statistieken over landbouwinput en -output statistieken van de landbouwinput en -output (Statistics on Agricultural Input and Output – SAIO) is de kwaliteit, vergelijkbaarheid en samenhang van de Europese landbouwstatistieken te verbeteren, zodat beleidsmakers, bedrijven en het grote publiek passende, empirisch onderbouwde besluiten kunnen nemen.
De SAIO-verordening heeft betrekking op de verzameling van landbouwstatistieken wat betreft statistieken over dierlijke productie, statistieken over plantaardige productie, statistieken over landbouwprijzen en statistieken en over voedingsstoffen en gewasbeschermingsmiddelen. met een principale kaderverordening en uitvoeringshandelingen. Aangezien het een verordening betreft, zal deze rechtstreeks toepasselijk zijn in alle lidstaten. De vier uitvoeringshandelingen zullen voornamelijk variabele lijsten en beschrijvingen en methodologische eisen vaststellen. Het wetgevingspakket zal in de lidstaten afzonderlijk ten uitvoer worden gelegd door de variabelen en andere vereisten vanaf het moment van de vaststelling van de handelingen om te zetten in nationale databanken, vragenlijsten enz. De verordening zal naar verwachting in 2022 door het Europees Parlement en de Raad worden vastgesteld, en de uitvoeringshandelingen in 2023.
|
1.4.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de Unie (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van de deelname van de Unie” verstaan de waarde die een optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die door een optreden van alleen de lidstaat zou zijn gecreëerd.
|
Belangrijk gemeenschappelijk EU beleid zoals het GLB is naar zijn aard afhankelijk van vergelijkbare, geharmoniseerde en hoogwaardige landbouwstatistieken op Europees niveau. Dit kan het best worden gewaarborgd door verordeningen, die rechtstreeks toepasselijk zijn in de lidstaten en die niet eerst in nationaal recht moeten worden omgezet.
Nadat de SAIO-verordening volledig in werking is getreden, moeten de EU en haar lidstaten beschikken over Europese landbouwstatistieken van hoge kwaliteit die vergelijkbaar en coherent zijn en een aanvaardbare belasting vormen voor de gegevensverstrekkers en gegevensproducenten in vergelijking met de voordelen ervan. Empirisch onderbouwde beleidsvorming is van cruciaal belang voor het welslagen van beleid zoals het GLB, een belangrijke motor voor banen en slimme, duurzame en inclusieve groei in de Unie.
|
1.4.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
Europese landbouwstatistieken vormen al decennialang een fundamentele hoeksteen van het GLB en vele andere belangrijke EU-beleidsterreinen. Hun rechtsgrondslag moet echter worden geactualiseerd om in te spelen op veranderingen in de landbouw en om het hoofd te bieden aan de belangrijkste kwesties die bij de evaluatie van het huidige Europese stelsel van landbouwstatistieken aan het licht zijn gekomen. Deze kwesties zijn:
1. De huidige landbouwstatistiekwetgeving speelt niet adequaat in op de nieuwe en opkomende behoeften aan gegevens
2. Het EASS is niet flexibel genoeg en speelt niet snel genoeg in op opkomende behoeften
3. De gegevensverzamelingen zijn niet voldoende geharmoniseerd en samenhangend
4. De statistieken zouden efficiënter geproduceerd kunnen worden
5. De last van het verstrekken van gegevens wordt als hoog ervaren
1.4.4.Verenigbaarheid en eventuele synergie met andere passende relevante instrumenten
|
De voorgestelde verordening maakt deel uit van de strategie van Eurostat voor landbouwstatistieken voor 2020 en daarna, en bestaat uit twee kaderverordeningen betreffende respectievelijk geïntegreerde landbouwstatistieken (IFS) en statistieken over landbouwinput en -output (SAIO), en een geactualiseerde verordening betreffende landbouwrekeningen (LR). De drie verordeningen omvatten een gemeenschappelijk kader en gemeenschappelijke technische en methodologische documentatie en dekken samen alle aspecten van landbouwstatistieken af.
|
1.5.Duur en financiële gevolgen
◻ beperkte geldigheidsduur
◻
van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ
◻
Financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor vastleggingskredieten en vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor betalingskredieten.
X onbeperkte geldigheidsduur
Uitvoering met een opstartperiode van 2022 tot en met 2024, gevolgd door een volledige uitvoering.
1.6.Beheersvorm(en)
X Direct beheer door de Commissie
X door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;
◻
door de uitvoerende agentschappen
◻ Gedeeld beheer met lidstaten
◻ Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken te delegeren aan:
◻ derde landen of de door hen aangewezen organen;
◻ internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);
◻ de EIB en het Europees Investeringsfonds;
◻ de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen;
◻ publiekrechtelijke organen;
◻ privaatrechtelijke organen met een openbare dienstverleningstaak, voor zover zij voldoende financiële garanties bieden;
◻
privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die voldoende financiële garanties bieden;
◻
personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.
Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder “Opmerkingen”.
Opmerkingen
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Voorschriften voor monitoring en verslaglegging
Vermeld frequentie en voorwaarden.
De subsidieontvangers moeten de verzamelde gegevens en het desbetreffende kwaliteitsverslag indienen.
2.2.Beheers- en controlesyste(e)m(en)
Rechtvaardiging van de voorgestelde beheersvorm(en), uitvoeringsmechanisme(n) voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie
Het subsidiariteitsbeginsel is van toepassing aangezien het voorstel geen gebieden bestrijkt die onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen. Het Europees statistisch systeem ESS biedt een infrastructuur voor statistische informatie. Het systeem is ontworpen om te voldoen aan de behoeften van verschillende gebruikers, ter ondersteuning van de besluitvorming in democratische samenlevingen. Het voorstel voor deze verordening is opgesteld om de kernactiviteiten van ESS-partners te beschermen en tegelijkertijd de kwaliteit en vergelijkbaarheid van landbouwstatistieken beter te waarborgen.
Een van de hoofdcriteria is dat de statistische gegevens samenhangend en vergelijkbaar moeten zijn. Lidstaten kunnen de nodige samenhang en vergelijkbaarheid niet in voldoende mate garanderen zonder een duidelijk Europees kader, d.w.z. Uniewetgeving waarin gemeenschappelijke statistische begrippen, rapportageformaten en kwaliteitsvoorschriften worden vastgelegd.
De doelstelling van de voorgestelde actie kan niet volledig worden bereikt wanneer de lidstaten afzonderlijk handelen. Op EU-niveau kan effectiever actie worden ondernomen op basis van een rechtshandeling van de Unie die garandeert dat de statistische informatie op de in het voorgestelde instrument genoemde gebieden samenhangend en vergelijkbaar zijn. In de tussentijd kan de gegevensverzameling door de lidstaten zelf worden uitgevoerd.
|
2.2.1.Informatie over de geïdentificeerde risico’s en het (de) systeem (systemen) voor interne controle dat is (die zijn) opgezet om die risico’s te beperken
Risico’s: potentiële problemen in verband met gegevenskwaliteit en -actualiteit.
Controlesystemen die zijn opgezet om de risico’s te beperken: Technische en methodologische documentatie en richtsnoeren worden van tevoren aan de lidstaten meegedeeld. Er wordt toegezien op de naleving van deadlines. De kwaliteitsverslagen zullen worden onderzocht.
2.2.2.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding van de controlekosten tot de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)
De controles zullen door ambtenaren van de Commissie in het kader van hun normale taken worden verricht. De voordelen ervan zijn betere kwaliteit en vergelijkbaarheid van de gegevens. De verwachte kans op fouten is laag, aangezien de gegevens in de landbouwstatistiek al sinds de jaren 1950 in goede samenwerking met de lidstaten worden verzameld. De aanpassing van technische en andere systemen kan het foutenrisico op de korte termijn iets verhogen, maar het risico zal naar verwachting afnemen tot het gemiddelde op de korte tot middellange termijn.
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen, bijvoorbeeld in het kader van de fraudebestrijdingsstrategie.
In aanvulling op alle regelgevende controlemechanismen zal Eurostat een fraudebestrijdingsstrategie toepassen in overeenstemming met de algemene fraudebestrijdingsmaatregelen van de Commissie. Dit zorgt ervoor dat de benadering van frauderisicobeheer erop gericht is risicogebieden voor fraude op te merken en daar passend op te reageren. Zo nodig worden netwerken en specifieke IT-instrumenten voor het onderzoeken van fraudegevallen opgezet.
Eurostat heeft een controlestrategie voor de uitvoering van de uitgaven vastgesteld. De maatregelen en hulpmiddelen die in deze strategie zijn opgenomen, zijn volledig van toepassing op de voorgestelde verordening. Een vermindering van de complexiteit, de toepassing van kosteneffectieve monitoringprocedures en de uitvoering van op risico’s gebaseerde ex-ante- en ex-post-controles moeten de kans op fraude verkleinen en fraude helpen voorkomen. De controlestrategie omvat ook specifieke bewustmakingsmaatregelen en relevante opleidingen in fraudepreventie.
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubriek van het meerjarig financieel kader en voorgesteld(e) nieuw(e) begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven
De financiële gevolgen van het voorstel zijn ten tijde van de vaststelling van de verordening nog niet bekend. De bijdrage van de Unie is niet van toepassing op de regelmatige verzameling van statistische gegevens, maar alleen op de in artikel 6 bedoelde ad-hocgegevensverzamelingen. De eerste ad-hocgegevensverzameling kan ten vroegste 2 jaar na het eerste referentiejaar plaatsvinden als er een gerechtvaardigde onverwachte behoefte aan gegevens is vastgesteld. Daardoor is het in dit stadium niet mogelijk om de financiële gevolgen vast te stellen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer […][Omschrijving………………...…………]
|
GK/NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten
|
van derde landen
|
in de zin van artikel [21, lid 2, onder b),] van het Financieel Reglement
|
|
|
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
3.2.Geraamde gevolgen voor de uitgaven
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven
miljoen EUR (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarige financiële kader
|
<…>
|
[…][Omschrijving…...…]
|
|
|
2021
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
Na 2027
|
TOTAAL
|
|
Beleidskredieten (uitgesplitst naar de onder 3.1 vermelde begrotingsonderdelen)
|
Vastleggingen
|
1)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Betalingen
|
2)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Uit het budget van het programma gefinancierde administratieve kredieten
|
Vastleggingen = betalingen
|
3)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten voor het budget van het programma
|
Vastleggingen
|
=1+3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Betalingen
|
=2+3
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Rubriek van het meerjarige financiële kader
|
7
|
“Administratieve uitgaven”
|
Dit deel moet worden ingevuld aan de hand van de “administratieve begrotingsgegevens”, die eerst moeten worden opgenomen in de
bijlage bij het financieel memorandum
, te uploaden in DECIDE met het oog op overleg tussen de diensten.
miljoen EUR (tot op drie decimalen)
|
|
2021
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
Na 2027
|
TOTAAL
|
|
Personele middelen
|
0,300
|
0,300
|
0,300
|
2,100
|
2,100
|
2,100
|
2,100
|
2,100 per jaar
|
9,300
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,030
|
0,030
|
0,030
|
0,030
|
0,030
|
0,030
|
0,030
|
0,030 per jaar
|
0,210
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader
|
(Totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
9,510
|
miljoen EUR (tot op drie decimalen)
|
|
|
|
2021
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
Na 2027
|
TOTAAL
|
|
TOTAAL kredieten
voor alle RUBRIEKEN
van het meerjarig financieel kader
|
Vastleggingen
|
0,330
|
0,330
|
0,330
|
2,130
|
2,130
|
2,130
|
2,130
|
2,130 per jaar
|
9,510
|
|
|
Betalingen
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.2.2.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
◻
Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig
x
Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:
miljoen EUR (tot op drie decimalen)
|
Jaren
|
2021
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
TOTAAL
|
|
RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Personele middelen
|
0,300
|
0,300
|
0,300
|
2,100
|
2,100
|
2,100
|
2,100
|
9,300
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,030
|
0,030
|
0,030
|
0,030
|
0,030
|
0,030
|
0,030
|
0,210
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader
|
0,330
|
0,330
|
0,330
|
2,130
|
2,130
|
2,130
|
2,130
|
9,510
|
|
Buiten RUBRIEK 7
of the multiannual financial framework
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Personele middelen
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Andere administratieve
uitgaven
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal
buiten RUBRIEK 7
van het meerjarig financieel kader
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,330
|
0,330
|
0,330
|
2,130
|
2,130
|
2,130
|
2,130
|
9,510
|
De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
3.2.2.1.Geraamde personeelsbehoeften
◻
Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig.
x
Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:
Raming in voltijdequivalenten
|
Jaren
|
2021
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
Zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie
|
2
|
2
|
2
|
14
|
14
|
14
|
14
|
|
Delegaties
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Onderzoek
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Extern personeel (in voltijdequivalenten – VTE) - AC, AL, END, INT en JPD
Rubriek 7
|
|
Gefinancierd uit RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader
|
- zetel
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- delegaties
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Gefinancierd uit het budget van het programma
|
- zetel
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- delegaties
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Onderzoek
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Andere (specificeren)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL
|
2
|
2
|
2
|
14
|
14
|
14
|
14
|
De benodigde personele middelen zullen worden gefinancierd uit de middelen die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
Beschrijving van de uit te voeren taken:
|
Ambtenaren en tijdelijk personeel
|
- validatie van gegevens
- ondersteuning en methodologische werkzaamheden
- analyse van verslagen
- verspreiding van de gegevens
- beheer van subsidies in verband met het initiatief
|
|
Extern personeel
|
|
3.2.3.Bijdragen van derden
Het voorstel/initiatief:
x
voorziet niet in medefinanciering door derden
◻
²voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:
Kredieten in miljoen EUR (tot op drie decimalen)
|
Jaren
|
2021
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
TOTAAL
|
|
Medefinancieringsbron
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL medegefinancierde kredieten
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
x
Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.
◻
Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:
–◻
voor de eigen middelen
–◻
voor de diverse ontvangsten
Geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven ◻
miljoen EUR (tot op drie decimalen)
|
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:
|
Gevolgen van het voorstel/initiatief
|
|
|
2021
|
2022
|
2023
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
Artikel ….
|
|
|
|
|
|
|
|
Vermeld voor de toegewezen ontvangsten het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.
Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).