This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52000PC0301
Amended proposal for a Regulation of the European Parliament and of the Council establishing a system for the identification and registration of bovine animals and regarding the labelling of beef and beef products and repealing Council Regulation (EC) No 820/97
Gewijzigd voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad
Gewijzigd voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad
/* COM/2000/0301 def. - COD 99/0204 */
PB C 311E van 31.10.2000, pp. 217–237
(ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Gewijzigd voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad /* COM/2000/0301 def. - COD 99/0204 */
Publicatieblad Nr. C 311 E van 31/10/2000 blz. 0217 - 0237
Gewijzigd voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad (door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag ingediend) TOELICHTING In haar voorstel COM(1999) 0487 definitief - 1999/0204 (COD) - heeft de Commissie de algemene bepalingen voor een in twee stappen in te voeren verplichte regeling vastgesteld. Er wordt een verplichte rundvleesetiketteringsregeling ingevoerd die in alle lidstaten verplicht wordt toegepast. Handelaren en organisaties die rundvlees in de handel brengen moeten op het etiket gegevens over bepaalde kenmerken van het rundvlees vermelden, alsmede gegevens over de plaats waar het dier of de dieren waarvan het vlees afkomstig is, is/zijn geslacht. De verplichte rundvleesetiketteringsregeling wordt op 1 januari 2003, of indien mogelijk vroeger, aangescherpt. Handelaren en organisaties die rundvlees in de handel brengen moeten bovendien informatie over de oorsprong van het product op het etiket vermelden, met name de plaats waar het dier of de dieren waarvan het rundvlees afkomstig is, is/zijn geboren, gehouden en geslacht. Tijdens zijn plenaire zitting van 12 april 2000 heeft het Parlement in totaal 56 amendementen van de 62 amendementen die oorspronkelijk waren gepresenteerd, goedgekeurd. Sommige van deze amendementen werden in hun geheel door de Commissie aanvaard. Het betrof verbeteringen in de overwegingen en in de formulering van de tekst. Een van de door de Commissie geaccepteerde amendementen betrof het schrappen van een datum: deze datum zou voor de Commissie, die moet erkennen dat de gecomputeriseerde gegevensbestanden van de lidstaten operationeel zijn, een belemmering hebben kunnen vormen. Een ander van die amendementen betrof een verkorting van de termijn binnen welke de lidstaten de verordening ten uitvoer moeten leggen. Verder werd in een van deze amendementen duidelijk bepaald dat er in alle handelsfasen van rundvlees moet worden geëtiketteerd. Er werden verschillende andere amendementen geaccepteerd, maar de Commissie behield zich daarbij het recht voor om kleine redactionele wijzigingen voor te stellen die meestal neerkwamen op een betere formulering. In een van die amendementen wordt in algemene bewoordingen gesteld dat deze verordening van toepassing is onverminderd andere regelgeving betreffende etikettering. Op grond van een ander amendement wordt in de definitie van "etikettering" gespecificeerd dat op niet-verpakt rundvlees andere "schriftelijke en zichtbare" informatie mag worden aangebracht. Deze bepaling biedt kleine slagerijen enige flexibiliteit bij het verstrekken van de verplichte informatie aan de consument. Er werd een overweging toegevoegd waarin wordt bepaald op welke manier de verplichte etikettering naast regionale etikettering kan bestaan zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van Verordening (EG) nr. 2081/92 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen. Om dit te bereiken is echter meer nodig dan het Parlement heeft voorgesteld (artikel 17). Er werd een vereenvoudiging ingevoerd met betrekking tot het bijhouden van het register voor dieren die van de ene bergweide naar de andere worden verplaatst. Verder werd de datum van inwerkingtreding nader gespecificeerd, en vastgesteld op de datum waarna de dieren zijn geslacht. Drie van de amendementen van het Parlement zijn slechts gedeeltelijk door de Commissie geaccepteerd. In artikel 13, lid 2, aanvaardt de Commissie dat alleen de vermelding van het erkenningsnummer van de inrichting waar is geslacht resp. is uitgebeend en van de lidstaat van vestiging van die inrichting wordt gehandhaafd. Zij handhaaft echter wel de "categorie" van het karkas op de lijst van verplichte vermeldingen. Wat betreft artikel 13, lid 5, eerste alinea, accepteert de Commissie dat alleen de vermelding van de lidstaat wordt gehandhaafd, en dat de oorsprong moet worden vastgesteld aan de hand van de plaats waar het dier of de groep dieren waarvan het vlees afkomstig is, is geboren, gemest en geslacht (de bepaling over de vermelding van de plaats waar het dier of de groep dieren is uitgebeend wordt dus geschrapt). De datum van inwerkingtreding voor de verplichte vermelding van de herkomst is echter nog steeds een punt van discussie en is nog niet gewijzigd. Wat betreft artikel 13, lid 5, tweede alinea, stemt de Commissie in met het schrappen van de woorden "en uitgebeend", en van de vermelding "Oorsprong: EG" voor rundvles dat afkomstig is van dieren die zijn geboren, gehouden en geslacht in één en dezelfde lidstaat. Zij handhaaft echter haar voorstel betreffende de mogelijkheid een "EG"-etikettering te gebruiken voor de vermelding van de oorsprong van rundvlees dat afkomstig is van dieren die zijn geboren, gehouden en geslacht in verschillende lidstaten. 1999/0204 (COD) Gewijzigd voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 152, Gezien het voorstel van de Commissie [1], [1] PB C ... Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité [2], [2] PB C ... Gezien het advies van het Comité van de Regio's [3], [3] PB C ... Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag, Overwegende hetgeen volgt: (1) Op grond van artikel 19 van Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad van 21 april 1997 tot vaststelling van een identificatie- en registratieregeling voor runderen en inzake de etikettering van rundvlees en rundvleesproducten [4] moet een verplichte rundvleesetiketteringsregeling worden ingevoerd die vanaf 1 januari 2000 in alle lidstaten verplicht wordt toegepast. Op basis van een voorstel van de Commissie is in datzelfde artikel bepaald dat de algemene bepalingen betreffende die verplichte regeling vóór die datum zullen worden vastgesteld. [4] PB L 117 van 7.5.1997, blz. 1. Verordening als gewijzigd bij Verordening (EG) nr. [ ]. (2) In Verordening (EG) nr. 2772/1999 van 21 december 1999 tot vaststelling van de algemene bepalingen voor een verplichte etiketteringsregeling voor rundvlees [5] is gepreciseerd dat deze algemene bepalingen voorlopig slechts van toepassing zouden zijn voor een periode van ten hoogste 8 maanden, te weten van 1 januari tot en met 31 augustus 2000. [5] PB L 334 van 28.12.1999, blz. 1. (3) Duidelijkheidshalve dient Verordening (EG) nr. 820/97 te worden ingetrokken en door een nieuwe verordening te worden vervangen. (4) Naar aanleiding van de instabiliteit van de markt voor rundvlees en rundvleesproducten die door de crisis in verband met boviene spongiforme encefalopathie is ontstaan, is de transparantie wat betreft de omstandigheden van de productie en de afzet van deze producten, met name ten aanzien van de traceerbaarheid, verbeterd, wat een positief effect heeft gehad op de rundvleesconsumptie. Om het vertrouwen van de consument in rundvlees te behouden en te doen toenemen, en misleiding te voorkomen, moet meer informatie ten behoeve van die consument op het etiket worden vermeld. (5) Te dien einde is het van wezenlijk belang te voorzien in een doeltreffende identificatie- en registratieregeling voor runderen in de productiefase, enerzijds, en in een op objectieve criteria gebaseerde specifieke communautaire etiketteringsregeling in de afzetfase, anderzijds. (6) Als gevolg van de geboden garanties voor een verbetering in dit opzicht, zal eveneens worden voldaan aan een aantal eisen van algemeen belang, zoals de bescherming van de volksgezondheid en van de gezondheid van dieren. Daarom is artikel 152 de passende rechtsgrond voor deze verordening. (7) Het vertrouwen van de consument in de kwaliteit van rundvlees en vleesproducten zal bijgevolg worden gestimuleerd. (8) In artikel 3, lid 1, onder c), van Richtlijn 90/425/EEG van de Raad van 26 juni 1990 inzake veterinaire en zoötechnische controles in het intracommunautaire handelsverkeer in bepaalde levende dieren en producten in het vooruitzicht van de totstandbrenging van de interne markt [6] is bepaald dat voor het intracommunautaire handelsverkeer bestemde dieren overeenkomstig de vereisten van de communautaire voorschriften moeten worden geïdentificeerd en geregistreerd, zodat het bedrijf, het centrum of de instelling van oorsprong of van tijdelijk verblijf is terug te vinden, en dat deze identificatie- en registratieregelingen vóór 1 januari 1993 ook van toepassing moeten worden verklaard op het verkeer van dieren binnen het grondgebied van elke lidstaat. [6] PB L 224 van 18.8.1990, blz. 29. Richtlijn als gewijzigd bij Richtlijn 92/118/EEG (PB L 62 van 15.3.1993, blz. 49). (9) In artikel 14 van Richtlijn 91/496/EEG van de Raad van 15 juli 1991 tot vaststelling van de beginselen voor de organisatie van de veterinaire controles voor dieren uit derde landen die in de Gemeenschap worden binnengebracht en tot wijziging van de Richtlijnen 89/662/EEG, 90/425/EEG en 90/675/EEG [7] is bepaald dat voor die dieren, met uitzondering van slachtdieren en geregistreerde paardachtigen, de in artikel 3, lid 1, onder c), van Richtlijn 90/425/EEG bedoelde identificatie en registratie moeten worden uitgevoerd nadat de controles zijn verricht. [7] PB L 268 van 24.9.1991, blz. 56. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 96/43/EG (PB 162 van 1.7.1996, blz. 1). (10) Voor het beheer van bepaalde communautaire steunregelingen in de landbouwsector moeten bepaalde dieren in bepaalde gevallen individueel worden geïdentificeerd. De identificatie- en registratieregeling moet derhalve zijn afgestemd op de toepassing van die regelingen en de controle daarop. (11)Met het oog op de correcte toepassing van deze verordening moet worden voorzien in een snelle en efficiënte uitwisseling van informatie tussen de lidstaten. Er zijn communautaire voorschriften terzake vastgesteld bij Verordening (EEG) nr. 1468/81 van de Raad van 19 mei 1981 betreffende wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de lidstaten en samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie, met het oog op de juiste toepassing van de douane- en landbouwvoorschriften [8], en bij Richtlijn 89/608/EEG van de Raad van 21 november 1989 betreffende wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten van de lidstaten en samenwerking tussen deze autoriteiten en de Commissie met het oog op de juiste toepassing van de veterinaire en zoötechnische wetgeving [9]. [8] PB L 144 van 2.6.1981, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 515/97 (PB L 82 van 22.3.1997, blz. 1). [9] PB L 351 van 2.12.1989, blz. 34. (12)De momenteel geldende voorschriften betreffende de identificatie en de registratie van runderen zijn vastgesteld bij Richtlijn 92/102/EEG van de Raad van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren [10] en bij Verordening (EG) nr. 820/97 van de Raad. Gebleken is dat de toepassing van de richtlijn voor runderen niet geheel voldoet en nog moet worden verbeterd. Bijgevolg moet voor runderen een specifieke verordening worden vastgesteld die de voorschriften van de huidige richtlijn stringenter maakt. [10] PB L 355 van 5.12.1992, blz. 32. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij de Akte van toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden, 5.12.1992. (13)Om een verbeterd identificatiesysteem te doen aanvaarden mogen geen overdreven administratieve formaliteiten worden verlangd. Voor de tenuitvoerlegging moeten haalbare termijnen worden vastgesteld. (14)Met het oog op snelle en accurate tracering van dieren voor de controles uit hoofde van de communautaire steunregelingen dient elke lidstaat een gecomputeriseerd gegevensbestand op te zetten waarin de identiteit van het dier, alle bedrijven op het grondgebied van de lidstaat en alle verplaatsingen van de dieren worden opgenomen, overeenkomstig Richtlijn 97/12/EG van de Raad van 17 maart 1997 tot wijziging en bijwerking van Richtlijn 64/432/EEG inzake veterinairrechtelijke vraagstukken op het gebied van het intracommunautaire handelsverkeer in runderen en varkens [11], waarin de sanitaire vereisten met betrekking tot dit gegevensbestand duidelijk zijn aangegeven. [11] PB L 109 van 25.4.1997, blz. 1. (15) De lidstaten dienen de nodige maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat de nationale gecomputeriseerde gegevensbestanden zo snel mogelijk volledig operationeel zijn. (16)Er moet worden gezorgd voor de nodige technische voorzieningen om te garanderen dat de producenten optimaal met het gegevensbestand kunnen communiceren en dat het bestand op grote schaal wordt gebruikt. (17)Teneinde de verplaatsingen van runderen te kunnen traceren, moeten de dieren worden geïdentificeerd met een oormerk in elk oor, en moeten zij in beginsel bij elke verplaatsing vergezeld gaan van een paspoort. De kenmerken van het oormerk en het paspoort moeten worden vastgesteld voor de gehele Gemeenschap. In beginsel moet een paspoort worden afgegeven voor elk dier waaraan een oormerk is toegekend. (18)Overeenkomstig Richtlijn 91/496/EEG dienen uit derde landen geïmporteerde dieren aan dezelfde eisen inzake identificatie te voldoen. (19)Elk dier moet zijn oormerk zijn leven lang houden. (20)De Commissie gaat, op basis van door het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek verricht onderzoek, na of voor de identificatie van dieren gebruik kan worden gemaakt van elektronische hulpmiddelen. (21)De houders van de dieren, de vervoerders uitgezonderd, moeten voor de dieren op hun bedrijf een register bijhouden. De kenmerken van dat register moeten worden vastgesteld voor de gehele Gemeenschap. De bevoegde autoriteit moet deze registers kunnen inzien wanneer zij daarom verzoekt. (22)De lidstaten kunnen de uit de toepassing van deze maatregelen voortvloeiende kosten verhalen op de gehele rundvleessector. (23)De voor de toepassing van elke titel van deze verordening bevoegde autoriteiten moeten worden aangewezen. (24)Met betrekking tot de bij deze verordening ingestelde etiketteringsregeling moet onder "rundvlees" een aantal producten als bedoeld in artikel 1, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad van 17 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees [12] worden verstaan. [12] PB L 160 van 26.6.1999, blz. 21. (25)Er moet een verplichte rundvleesetikettering worden ingevoerd die in alle lidstaten verplicht wordt toegepast. Handelaren en organisaties die rundvlees in de handel brengen moeten op grond van deze verplichte regeling op het etiket gegevens vermelden over bepaalde kenmerken van het rundvlees en over de plaats waar het dier of de dieren waarvan het vlees afkomstig is, is/zijn geslacht. (26)De verplichte etiketteringsregeling voor rundvlees moet met ingang van 1 januari 2003 worden aangescherpt. Handelaren en organisaties die rundvlees in de handel brengen moeten op grond van deze verplichte regeling bovendien informatie over de oorsprong van het product op het etiket vermelden, met name de plaats waar het dier of de dieren waarvan het rundvlees afkomstig is, is/zijn geboren, gehouden en geslacht. (27)De verplichte vermelding van de oorsprong kan niet vroeger dan 1 januari 2003 worden ingevoerd. De voornaamste reden waarom de verplichte vermelding van de oorsprong op het etiket niet vóór 1 januari 2003 wordt ingevoerd is dat de verplichting om volledige informatie over verplaatsingen van runderen in de Gemeenschap te verstrekken alleen bestaat ten aanzien van dieren die na 1 januari 1998 zijn geboren. (28)Met het oog op het algemeen belang moet de verplichte rundvleesetiketteringsregeling ook gelden voor in de Gemeenschap ingevoerd rundvlees. Er moet echter rekening mee worden gehouden dat handelaren of organisaties in derde landen wellicht niet over alle informatie beschikken die voor de oorsprongsvermelding op het etiket vereist is. Daarom moet worden bepaald welke gegevens derde landen in ieder geval op het etiket moeten vermelden. (29)Voor handelaren en organisaties die gehakt rundvlees, snijresten van rundvlees of deelstukken van rundvlees produceren en in de handel brengen of die rundvlees uit derde landen naar de Gemeenschap exporteren, en die niet alle in het kader van de verplichte rundvleesetiketteringsregeling vereiste informatie kunnen verstrekken, moeten afwijkende bepalingen gelden, met dien verstande dat toch een bepaald minimum aan informatie moet worden verstrekt. (30)De etikettering is bedoeld om de handel in rundvlees zo transparant mogelijk te maken. Daarom moet aan handelaren en organisaties die hun rundvlees op de markt willen brengen met een etiket dat de traceerbaarheid van elk dier garandeert, toestemming worden verleend om het etiket van een specifiek logo te voorzien. (31) De bepalingen van de onderhavige verordening mogen geen afbreuk doen aan de bepalingen van Verordening (EG) nr. 2081/92 [13] van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen. [13] PB L 208 van 24.7.1992, blz. 1. (32)Voor alle andere gegevens dan die welke in het kader van de verplichte rundvleesetiketteringsregeling moeten worden verstrekt, moet een communautaire kaderregeling worden vastgesteld. In verband met de vele verschillende omschrijvingen voor in de Gemeenschap op de markt gebracht rundvlees is een facultatieve rundvleesetiketteringsregeling het meest geschikt. Een etiketteringsregeling is slechts doeltreffend wanneer aan de hand ervan kan worden nagegaan van welk dier of welke dieren het betrokken rundvlees afkomstig is. Een door een handelaar of een organisatie toegepaste etikettering mag slechts geldig zijn als binnen een bepaalde termijn een productspecificatie is ingediend bij de bevoegde autoriteit. Om goed te kunnen nagaan wie verantwoordelijk is voor de op de etiketten vermelde informatie mag aan handelaren en organisaties slechts toestemming worden gegeven om rundvlees te etiketteren indien op het etiket de naam of het identificatielogo van de handelaar of organisatie wordt vermeld. Om te garanderen dat de op het etiket vermelde gegevens in de hele Gemeenschap kunnen worden erkend, moet worden voorzien in onderlinge uitwisseling van informatie tussen de lidstaten. (33)Het is mogelijk dat ook handelaren en organisaties die rundvlees uit derde landen in de Gemeenschap invoeren, hun producten overeenkomstig de facultatieve rundvleesetiketteringsregeling willen etiketteren. Bijgevolg moeten voorschriften worden vastgesteld om ervoor te zorgen dat ook ingevoerd rundvlees onder die regeling kan vallen. Die voorschriften moeten garanderen dat de etiketteringsregeling voor ingevoerd rundvlees even betrouwbaar is als die voor rundvlees uit de Gemeenschap. (34)Bij de overgang van de bij Titel II van Verordening (EG) nr. 820/97 vastgestelde regeling naar de bij deze verordening vastgestelde regeling zouden zich moeilijkheden kunnen voordoen waarmee in deze verordening geen rekening is gehouden. Met het oog op deze mogelijkheid moet worden bepaald dat de Commissie de nodige overgangsmaatregelen kan vaststellen. De Commissie moet ook worden gemachtigd om specifieke praktische problemen op te lossen. (35)Om de betrouwbaarheid van de in de verordening vermelde maatregelen te garanderen, moeten de lidstaten ertoe worden verplicht adequate en efficiënte controlemaatregelen te treffen. Deze controles moeten los staan van de controles die de Commissie kan uitvoeren naar analogie van artikel 9 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen [14]. De bevoegde autoriteiten van de lidstaten moeten worden gemachtigd om, indien onregelmatigheden worden geconstateerd, de goedkeuring van een productspecificatie in te trekken. [14] PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1036/1999 (PB L 127 van 21.5.1999, blz. 4). (36)Er moet worden voorzien in passende sancties voor gevallen van overtreding van de bepalingen van deze verordening, HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD: TITEL I Identificatie en registratie van runderen Artikel 1 1. Elke lidstaat stelt, overeenkomstig deze titel, een identificatie- en registratieregeling voor runderen (hierna "dieren" genoemd) vast. 2. Deze titel geldt onverminderd communautaire voorschriften met het oog op de uitroeiing of de bestrijding van dierziekten en onverminderd Richtlijn 91/496/EEG en Verordening (EEG) nr. 3508/92. De bepalingen van Richtlijn 92/102/EEG die specifiek betrekking hebben op runderen, zijn evenwel niet langer van toepassing vanaf de datum waarop deze dieren overeenkomstig het bepaalde in deze titel moeten worden geïdentificeerd. Artikel 2 In deze titel wordt verstaan onder: -"dier": rund als bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 97/12/EG, -"bedrijf": een op het grondgebied van een lidstaat gelegen inrichting, constructie of, in het geval van een boerderij in de open lucht, elke plaats waar dieren waarop deze verordening betrekking heeft, worden gehouden, opgefokt of verzorgd, -"houder": een natuurlijke of rechtspersoon die permanent of tijdelijk verantwoordelijk is voor dieren, ook tijdens het vervoer of op een markt, -"bevoegde autoriteit": de centrale autoriteit of autoriteiten in een lidstaat die verantwoordelijk is/zijn voor of belast is/zijn met het uitvoeren van de veterinaire controles en de tenuitvoerlegging van deze titel of, voor wat betreft de controle van de premies, de autoriteiten die belast zijn met de tenuitvoerlegging van Verordening (EEG) nr. 3508/92. Artikel 3 De identificatie- en registratieregeling voor runderen omvat de volgende elementen: a) oormerken om de dieren individueel te identificeren, b) gecomputeriseerde gegevensbestanden, c) dierpaspoorten, d) individuele registers op elk bedrijf. De Commissie en de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat hebben toegang tot alle informatie waarop deze titel betrekking heeft. De lidstaten en de Commissie treffen de nodige maatregelen om erop toe te zien dat alle belanghebbenden, waaronder de door de lidstaat erkende belanghebbende consumentenverenigingen, toegang kunnen krijgen tot deze gegevens, op voorwaarde dat de overeenkomstig het nationale recht vereiste vertrouwelijke behandeling en bescherming van gegevens worden gegarandeerd. Artikel 4 1. Alle dieren op een bedrijf die na 1 januari 1998 zijn geboren of na 1 januari 1998 worden bestemd voor het intracommunautaire handelsverkeer, worden geïdentificeerd met een door de bevoegde autoriteit goedgekeurd merk in elk oor. Beide oormerken zijn voorzien van dezelfde identificatiecode aan de hand waarvan elk individueel dier kan worden geïdentificeerd en kan worden nagegaan op welk bedrijf het is geboren. In afwijking van het voorgaande mogen dieren die vóór 1 januari 1998 zijn geboren, en na die datum bestemd worden voor het intracommunautaire handelsverkeer, tot 1 september 1998 overeenkomstig Richtlijn 92/102/EEG worden geïdentificeerd. Bovendien mogen in afwijking van het voorgaande dieren die vóór 1 januari 1998 zijn geboren en na die datum bestemd worden voor het intracommunautaire handelsverkeer met het oog op onmiddellijke slachting, tot 1 september 1999 overeenkomstig Richtlijn 92/102/EEG worden geïdentificeerd. Runderen bestemd voor culturele of sportieve evenementen (met uitzondering van beurzen en tentoonstellingen) mogen, in plaats van met een oormerk, worden geïdentificeerd volgens een door de Commissie erkend identificatiesysteem dat gelijkwaardige waarborgen biedt. 2. Het oormerk wordt aangebracht binnen een door de lidstaat te bepalen termijn vanaf de geboorte van het dier en in elk geval vóórdat het dier het bedrijf waarop het is geboren, verlaat. De bedoelde termijn mag tot en met 31 december 1999 niet langer zijn dan 30 dagen en na die datum niet langer dan 20 dagen. De Commissie kan evenwel op verzoek van een lidstaat en overeenkomstig de in artikel 10 bedoelde procedure bepalen in welke gevallen de lidstaten de maximumtermijn mogen verlengen. Dieren die zijn geboren na 1 januari 1998 mogen slechts van een bedrijf worden afgevoerd indien zij overeenkomstig dit artikel zijn geïdentificeerd. 3. Een uit een derde land ingevoerd dier dat de bij Richtlijn 91/496/EEG vastgestelde controles heeft ondergaan en dat op het grondgebied van de Gemeenschap blijft, wordt door middel van een oormerk dat aan de in dit artikel vastgestelde eisen voldoet, op het bedrijf van bestemming geïdentificeerd binnen een door de lidstaat te bepalen termijn van ten hoogste 20 dagen na de bovenbedoelde controles in elk geval vóórdat het dier het bedrijf weer verlaat. Het dier behoeft evenwel niet te worden geïdentificeerd indien het bedrijf van bestemming een slachthuis is in de lidstaat waar de betrokken controles zijn verricht en waar het dier binnen 20 dagen na de controles wordt geslacht. De oorspronkelijke identificatie door het derde land wordt geregistreerd in het in artikel 5 bedoelde gecomputeriseerd gegevensbestand of, indien dat nog niet volledig operationeel is, in de in artikel 3 bedoelde registers, samen met de door de lidstaat van bestemming toegekende identificatiecode. 4. Dieren uit een andere lidstaat behouden hun oorspronkelijke oormerk. 5. Oormerken mogen niet worden verwijderd of vervangen zonder toestemming van de bevoegde autoriteit. 6. De oormerken worden aan de bedrijven toegekend, verdeeld en bij de dieren aangebracht op de door de bevoegde autoriteit vastgestelde wijze. 7. Uiterlijk op 31 december 2001 nemen het Parlement en de Raad, op basis van een verslag en eventuele voorstellen van de Commissie en overeenkomstig de procedure van artikel 95 van het Verdrag, een besluit over de mogelijkheid om, gelet op de vooruitgang terzake, voor de identificatieregeling gebruik te maken van elektronische hulpmiddelen. Artikel 5 De bevoegde autoriteit van de lidstaten zet een gecomputeriseerd gegevensbestand op overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 14 en 18 van Richtlijn 97/12/EG. De gecomputeriseerde gegevensbestanden worden uiterlijk op 31 december 1999 volledig operationeel en bevatten vanaf die datum alle ingevolge genoemde richtlijn vereiste gegevens. Artikel 6 1. Met ingang van 1 januari 1998 geeft de bevoegde autoriteit voor elk dier dat overeenkomstig artikel 4 moet worden geïdentificeerd, een paspoort af binnen 14 dagen na de kennisgeving van de geboorte van het dier of, voor dieren die uit derde landen zijn ingevoerd, binnen 14 dagen na kennisgeving van de nieuwe identificatie door de betrokken lidstaat overeenkomstig artikel 4, lid 3. De bevoegde autoriteit kan onder dezelfde voorwaarden een paspoort afgeven voor dieren uit een andere lidstaat. In dat geval wordt het paspoort waarvan het dier vergezeld gaat, overhandigd aan de bevoegde autoriteit, die het terugbezorgt aan de lidstaat die het heeft afgegeven. De Commissie kan evenwel op verzoek van een lidstaat en overeenkomstig de in artikel 10 bedoelde procedure bepalen in welke gevallen de maximumtermijn mag worden verlengd. 2. Dieren gaan bij verplaatsingen steeds vergezeld van het paspoort. 3. In afwijking van het bepaalde in lid 1, eerste volzin, en lid 2, kunnen lidstaten: -die beschikken over een gecomputeriseerd gegevensbestand dat naar het oordeel van de Commissie overeenkomstig artikel 5 volledig operationeel is, bepalen dat een paspoort alleen wordt afgegeven voor dieren die bestemd zijn voor het intracommunautaire handelsverkeer en dat dieren uitsluitend bij verplaatsing van het grondgebied van de betrokken lidstaat naar het grondgebied van een andere lidstaat steeds vergezeld gaan van het paspoort, in welk geval het paspoort gegevens bevat die gebaseerd zijn op het gecomputeriseerde gegevensbestand. In deze lidstaten wordt het paspoort waarvan een dier bij invoer uit een andere lidstaat vergezeld gaat, bij aankomst overhandigd aan de bevoegde autoriteit, -tot 1 januari 2000 toestaan dat collectieve dierpaspoorten worden afgegeven voor bestanden die binnen de betreffende lidstaat worden verplaatst, mits deze bestanden dezelfde herkomst en bestemming hebben en vergezeld gaan van het veterinair certificaat. 4. Bij sterfte van een dier wordt het paspoort uiterlijk zeven dagen nadat het dier is gestorven, door de houder terugbezorgd aan de bevoegde autoriteit. Indien het dier naar een slachthuis wordt gezonden, ziet de beheerder van het slachthuis erop toe dat het paspoort aan de bevoegde autoriteit wordt terugbezorgd. 5. Wanneer dieren naar derde landen worden uitgevoerd, wordt het paspoort door de laatste houder overhandigd aan de bevoegde autoriteit op de plaats waar het dier wordt uitgevoerd. Artikel 7 1. Elke houder van dieren, met uitzondering van vervoerders: -houdt een register bij, -stelt, zodra het gecomputeriseerde gegevensbestand volledig operationeel is, de bevoegde autoriteit binnen zeven dagen in kennis van alle verplaatsingen van en naar het bedrijf en van elke geboorte of sterfte van een dier op het bedrijf, samen met de data waarop een en ander heeft plaatsgevonden. De Commissie kan evenwel op verzoek van een lidstaat, overeenkomstig de procedure van artikel 10, bepalen in welke gevallen de lidstaten de maximumtermijn mogen verlengen, en specifieke regelingen treffen voor het opdrijven van de runderen naar de bergweiden en hun verblijf aldaar tijdens de zomermaanden. 2. Elke houder vult, voorzover van toepassing en overeenkomstig artikel 6, het paspoort in onmiddellijk na aankomst van een dier op het bedrijf en vóór het vertrek van een dier van het bedrijf, en ziet erop toe dat het paspoort het dier vergezelt. 3. Elke houder stelt de bevoegde autoriteit, indien deze daarom verzoekt, in kennis van alle informatie betreffende oorsprong, identificatie en eventueel bestemming van de dieren waarvan hij eigenaar is geweest of die hij heeft gehouden, vervoerd, verkocht of geslacht. 4. Het register wordt handmatig of door middel van een computer bijgehouden in een door de bevoegde autoriteit goedgekeurde vorm en moet te allen tijde en gedurende een door de bevoegde autoriteit vast te stellen periode van ten minste drie jaar ter beschikking worden gehouden van de bevoegde autoriteit, die op haar verzoek inzage krijgt. Artikel 8 De lidstaten wijzen de autoriteit aan die belast is met het toezicht op de naleving van deze titel. Zij delen elkaar en de Commissie mee welke autoriteit is aangewezen. Artikel 9 De lidstaten kunnen de kosten die verbonden zijn aan de in artikel 3 bedoelde regelingen en aan de in deze titel bedoelde controles in rekening brengen aan de in artikel 2 bedoelde houders. Artikel 10 Onverminderd artikel 8 van Besluit 1999/468/EG van de Raad [15] stelt de Commissie de bepalingen ter uitvoering van deze titel vast volgens de procedure van artikel 13 van Verordening (EG) nr. 1258/1999 van de Raad [16]. De uitvoeringsbepalingen betreffen met name: [15] PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23. [16] PB L 160 van 26.6.1999, blz.103. a) de voorschriften betreffende de oormerken, b) de voorschriften betreffende het paspoort, c) de voorschriften betreffende het register, d) de minimaal te verrichten controles, e) de toepassing van administratieve sancties, f) overgangsmaatregelen om de toepassing van deze titel te vergemakkelijken. TITEL II Etikettering van rundvlees en rundvleesproducten Artikel 11 Indien een handelaar of een organisatie in de zin van artikel 12: -op grond van deel I van deze titel in alle handelsfasen van rundvlees moet etiketteren, en/of, -op grond van deel II van deze titel in het verkooppunt vlees op zodanige wijze wenst te etiketteren dat andere informatie dan de in artikel 13 bedoelde wordt verstrekt over bepaalde kenmerken of productieomstandigheden van het geëtiketteerde vlees of van het dier waarvan het vlees afkomstig is, dient dit overeenkomstig deze titel te gebeuren. Deze titel is van toepassing onverminderd de relevante communautaire wetgeving, met name die betreffende rundvlees. Artikel 12 In deze titel wordt verstaan onder: -"rundvlees": alle producten van de GN-codes 0201, 0202, 0206 10 95 en 0206 29 91, -"etikettering": het aanbrengen van een etiket op een stuk vlees of stukken vlees of de verpakking ervan, , indien de producten niet zijn verpakt, het verstrekken van adequate schriftelijke en zichtbare informatie aan de consument op het verkooppunt, -"organisatie": een groep handelaren die werkzaam zijn in hetzij één stadium, hetzij verschillende stadia van de rundvleeshandel. Deel I Verplichte etiketteringsregeling voor rundvlees uit de EG Artikel 13 Algemene bepalingen 1. Handelaren of organisaties die in de Gemeenschap rundvlees op de markt brengen, moeten dit vlees overeenkomstig het bepaalde in dit artikel etiketteren. De verplichte etiketteringsregeling moet garanderen dat een verband kan worden gelegd tussen enerzijds de identificatie van het karkas, de voor- of achtervoet, of het stuk vlees en anderzijds het betrokken dier of, wanneer dat volstaat om de juistheid van de informatie op het etiket te waarborgen, de betrokken groep dieren. 2. Op elk etiket moeten de volgende gegevens zijn vermeld: -een referentienummer of -code waarmee het verband kan worden gelegd tussen het vlees en het dier of de dieren. Dit nummer kan het identificatienummer zijn van het dier waarvan het vlees afkomstig is, of het identificatienummer voor een groep dieren, -het erkenningsnummer van het slachthuis waar het dier of de groep dieren is geslacht en de lidstaat of het derde land waar het slachthuis is gevestigd. De vermelding luidt: "Geslacht in naam van de lidstaat of het derde land en erkenningsnummer", -het erkenningsnummer van de inrichting waar het karkas of de groep karkassen is uitgebeend en de lidstaat of het derde land waar de inrichting is gevestigd. De vermelding luidt: "Uitgebeend in: [naam van de lidstaat of het derde land] [erkenningsnummer]", -de categorie van het dier of de dieren waarvan het vlees afkomstig is, -de datum waarop het dier of de groep dieren waarvan het vlees afkomstig is, is geslacht, 3. Lidstaten waarvan het identificatie- en registratiesysteem voor runderen als bedoeld in Titel I, voldoende gegevens bevat, kunnen evenwel besluiten dat voor rundvlees van dieren die op hun grondgebied geboren, gehouden en geslacht zijn extra informatie op de etiketten moet worden vermeld. 4. Een verplichte regeling als bedoeld in lid 3, mag niet leiden tot verstoring van het handelsverkeer tussen lidstaten. De uitvoeringsbepalingen in de lidstaten die de bepalingen van lid 3 willen toepassen, moeten vooraf door de Commissie zijn goedgekeurd. 5. Vanaf 1 januari 2003 moeten de handelaren of organisaties ook de volgende gegevens op de etiketten vermelden: -de lidstaat of het derde land waar het dier of de groep dieren geboren is, -de lidstaten of de derde landen waar het dier of de groep dieren is gemest, -de lidstaat of het derde land waar het dier of de groep dieren is geslacht, Indien het rundvlees echter afkomstig is van dieren die zijn geboren, gehouden, en geslacht : -in één en dezelfde lidstaat, mag de vermelding "Oorsprong: ..... [naam van de lidstaat]" worden aangebracht, -in verschillende lidstaten, mag de vermelding "Oorsprong: EG", of "Oorsprong: meer dan één lidstaat van de EG" worden aangebracht, -in één of meer lidstaten en één of meer derde landen, mag de vermelding "Oorsprong: EG en niet-EG" worden aangebracht, -in één of meer derde landen, mag de vermelding "Oorsprong: ...... [naam van derde land of landen]", of "Oorsprong: niet-EG" worden aangebracht. Artikel 14 Afwijkingen van de verplichte etiketteringsregeling In afwijking van artikel 13, lid 2, van de eerste drie streepjes van artikel 13, lid 5, en van artikel 13, lid 6, moet een handelaar of organisatie die gehakt rundvlees, snijresten van rundvlees of deelstukken van rundvlees produceert, op het etiket ten minste de lidstaten, regio's of uitbeningsinrichtingen, of derde landen vermelden waar het rundvlees is geproduceerd. Wanneer dit rundvlees is geproduceerd: -in één en dezelfde regio of lidstaat, mag de vermelding "Geproduceerd in: ...... [naam van de regio of lidstaat]" of "Geproduceerd in de EG" worden aangebracht, -in verschillende lidstaten, mag de vermelding "Geproduceerd in: [naam van de lidstaten]" of "Geproduceerd in de EG" worden aangebracht, -in één of meer lidstaten en één of meer derde landen, mag de vermelding "Geproduceerd in: [naam van de lidstaten en de derde landen]" of "Geproduceerd in EG- en niet-EG-landen" worden aangebracht, -in één of meer derde landen, mag de vermelding "Geproduceerd in: ...... [naam van het derde land of landen]", of "Geproduceerd in Niet-EG-landen" worden aangebracht. Artikel 15 Verplichte etiketteringsregeling voor rundvlees uit derde landen In afwijking van artikel 13 wordt bij de etikettering van in de Gemeenschap ingevoerd rundvlees waarvoor niet alle in artikel 13 bedoelde gegevens beschikbaar zijn, de volgende vermelding aangebracht: "Oorsprong: Niet-EG", of "Geslacht in: ...... [naam van het derde land]". Artikel 16 Tracering van de dieren waarvan het vlees afkomstig is Handelaren of organisaties die ervoor zorgen dat aan de hand van de identificatie van het rundvlees kan worden bepaald van welk dier het vlees afkomstig is, mogen bij de etikettering van het rundvlees een specifiek logo gebruiken. Deel II Facultatieve etiketteringsregeling Artikel 17 Algemene bepalingen 1. Wanneer etiketten andere gegevens bevatten dan de in Deel I van deze titel bedoelde gegevens, dient elke betrokken handelaar of organisatie een productspecificatie in bij de bevoegde autoriteit van elke lidstaat waar het betrokken rundvlees wordt geproduceerd of verkocht. Deze productspecificatie moet ten minste een maand vóór de etikettering van het rundvlees worden ingediend. Tevens kan de bevoegde autoriteit productspecificaties vaststellen voor gebruik in de betrokken lidstaat, op voorwaarde dat het gebruik ervan niet verplicht is. In geval van facultatieve etikettering moeten in een specificatie worden vermeld: -de informatie die op het etiket moet worden vermeld, -de maatregelen die moeten worden genomen om de juistheid van deze informatie te garanderen, -de controles die in alle stadia van productie en verkoop zullen worden uitgevoerd, met inbegrip van de controles die moeten worden uitgevoerd door een door de handelaar of organisatie aan te wijzen en door de bevoegde autoriteit erkende onafhankelijke dienst. Deze diensten moeten voldoen aan de criteria van de Europese norm EN/45011, -in het geval van een organisatie, de maatregelen die worden genomen ten aanzien van een lid dat de productspecificatie niet in acht neemt. De lidstaten kunnen besluiten dat de controles door een onafhankelijke dienst vervangen kunnen worden door controles door een bevoegde autoriteit. De bevoegde autoriteit moet in dat geval beschikken over het gekwalificeerde personeel en de middelen die nodig zijn om de noodzakelijke controles te verrichten. De kosten van de uit hoofde van dit deel uitgevoerde controles komen ten laste van de handelaar of de organisatie die de etiketteringsregeling toepast. 2. Een specificatie moet een verband leggen tussen enerzijds de identificatie van het karkas, een voor- of achtervoet, of een stuk vlees en anderzijds het betrokken dier of, wanneer dat volstaat om de juistheid van de informatie op het etiket te waarborgen, de betrokken dieren. 3. Een etiket moet informatie bevatten die: -van tevoren aan de bevoegde autoriteit is medegedeeld, -juist is en aan de hand van de bij de bevoegde autoriteit ingediende specificatie kan worden geverifieerd, -duidelijk en niet misleidend is en, wanneer het rundvlees van verschillende dieren afkomstig is, voor al dat rundvlees geldt. 4. Als de bevoegde autoriteit binnen een maand na de dag van indiening van de specificatie geen bezwaar heeft gemaakt en geen aanvullende informatie over de specificatie heeft gevraagd, mag de betrokken handelaar of organisatie het rundvlees, overeenkomstig de productspecificatie, etiketteren op voorwaarde dat de naam of het logo op het etiket is vermeld. 5. Wanneer de productie en/of de verkoop van rundvlees in twee of meer lidstaten plaatsvindt, moeten de bevoegde autoriteiten van de lidstaten: -elkaar bijstaan met het oog op een doeltreffende uitwisseling van informatie over de etiketteringsspecificaties die van toepassing zijn in de betrokken andere lidstaten, -de specificaties die van toepassing zijn in die andere lidstaten, erkennen. Artikel 18 Facultatieve etiketteringsregeling voor rundvlees uit derde landen 1. Ingeval het rundvlees geheel of gedeeltelijk in een derde land wordt geproduceerd, mogen de betrokken handelaren en organisaties het rundvlees alleen dan overeenkomstig dit deel etiketteren als zij van tevoren hun specificaties hebben ingediend bij de bevoegde autoriteit die daartoe door elk betrokken derde land is aangewezen, en de bevoegde autoriteit binnen een maand na ontvangst van de specificatie geen bezwaar heeft gemaakt noch aanvullende informatie heeft gevraagd. 2. Een in een derde land gebruikte productspecificatie is in de Gemeenschap slechts geldig als het betrokken derde land de Commissie vooraf de volgende gegevens heeft meegedeeld: -de aangewezen bevoegde autoriteit, -de door de bevoegde autoriteit bij het onderzoek van de productspecificatie in acht te nemen procedures en criteria, -elke handelaar en organisatie van wie of waarvan de productspecificatie door de bevoegde autoriteit is goedgekeurd. De Commissie zendt deze gegevens door aan de lidstaten. Als de Commissie, op basis van de bovenbedoelde mededelingen, tot de conclusie komt dat de in een derde land toegepaste procedures en/of criteria niet gelijkwaardig zijn aan de in deze verordening vastgestelde vereisten, besluit zij na overleg met het betrokken derde land, dat de door dat land ingediende productspecificaties niet geldig zijn in de Gemeenschap. Artikel 19 Sancties Onverminderd elke door de organisatie zelf of door de in artikel 17 bedoelde onafhankelijke dienst genomen maatregel, kan de lidstaat, indien blijkt dat een handelaar of een organisatie niet heeft voldaan aan de vereisten van de in artikel 17, lid 1, bedoelde productspecificatie, extra voorwaarden opleggen voor de handhaving van de etikettering. Deel III Algemene bepalingen Artikel 20 Nadere voorschriften 1. Onverminderd artikel 8 van Besluit 1999/468/EG van de Raad stelt de Commissie overeenkomstig de procedure van artikel 43 van Verordening (EG) nr. 1254/1999 van de Raad nadere voorschriften vast voor de tenuitvoerlegging van deze titel, en bepaalt zij met name: -het maximumaantal dieren in een groep als bedoeld in artikel 13, -de categorieën dieren als bedoeld in het vierde streepje van artikel 13, lid 2, -wat wordt bedoeld met "gehakt rundvlees, snijresten van rundvlees of deelstukken van rundvlees" in de zin van artikel 14, lid 1, -het logo, als bedoeld in artikel 16, -de specifieke gegevens die op de etiketten kunnen worden vermeld. 2. Verder stelt de Commissie overeenkomstig dezelfde procedure maatregelen vast die moeten worden getroffen om: a) de overgang van de toepassing van Verordening (EG) 820/97 naar die van deze titel te vergemakkelijken; b) specifieke praktische problemen op te lossen. Dergelijke maatregelen mogen, indien dat naar behoren wordt gemotiveerd, van bepaalde onderdelen van deze titel afwijken. Artikel 21 Aanwijzing van de bevoegde autoriteiten De lidstaten wijzen uiterlijk twee maanden na de inwerkingtreding van deze verordening de met de tenuitvoerlegging van deze titel belaste autoriteit of autoriteiten aan. TITEL III Gemeenschappelijke bepalingen Artikel 22 1. De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de naleving van deze verordening te garanderen. De betrokken controles staan los van de controles die de Commissie naar analogie van artikel 9 van Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 kan uitvoeren. Door een lidstaat opgelegde sancties staan in verhouding tot de ernst van de overtreding. Een sanctie kan, in voorkomend geval, inhouden dat de verplaatsingen van dieren naar of van het bedrijf van de betrokken houder worden beperkt. 2. Veterinaire deskundigen van de Commissie moeten in samenwerking met de bevoegde autoriteiten a) nagaan of de lidstaten de betrokken voorschriften naleven; b) controles ter plaatse verrichten om na te gaan of de controles overeenkomstig deze verordening worden uitgevoerd. 3. De lidstaten op het grondgebied waarvan een inspectie wordt gehouden, verlenen de veterinaire deskundigen van de Commissie alle medewerking die deze deskundigen bij het verrichten van hun taak nodig kunnen hebben. De controleresultaten moeten met de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat worden besproken voordat er een eindverslag wordt opgesteld en verspreid. 4. Als de Commissie dit in het licht van de controleresultaten nodig acht, beziet zij de situatie in het kader van het Permanent Veterinair Comité. Zij kan de nodige besluiten vaststellen overeenkomstig de procedure van artikel 23. 5. De Commissie volgt de ontwikkelingen; in het licht van die ontwikkelingen en overeenkomstig de procedure van artikel 23 kan zij de in lid 3, bedoelde besluiten wijzigen of intrekken. 6. Indien nodig worden overeenkomstig artikel 23 nadere bepalingen ter uitvoering van dit artikel vastgesteld. Artikel 23 1. Voor de tenuitvoerlegging van artikel 22 wordt de Commissie bijgestaan door het bij Besluit 68/361/EEG ingestelde Permanent Veterinair Comité, dat daarbij de procedure van artikel 5 van Besluit 1999/468/EG volgt, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit. 2. De duur van de in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde periode wordt vastgesteld op drie maanden. Artikel 24 1. Verordening (EG) nr. 820/97 wordt ingetrokken. 2. Verwijzingen naar Verordening (EEG) nr. 820/97 gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening, volgens de concordantietabel in bijlage I. Artikel 25 Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Zij is van toepassing op rundvlees dat afkomstig is van dieren die zijn geslacht op of na 1 september 2000. Gedaan te Brussel, op Voor het Europees Parlement Voor de Raad De Voorzitster De Voorzitter Bijlage CONCORDANTIETABEL Verordening (EG) nr. 820/97 // Deze verordening Artikel 1 // Artikel 1 Artikel 2 // Artikel 2 Artikel 3 // Artikel 3 Artikel 4 // Artikel 4 Artikel 5 // Artikel 5 Artikel 6 // Artikel 6 Artikel 7 // Artikel 7 Artikel 8 // Artikel 8 Artikel 9 // Artikel 9 Artikel 10 // Artikel 10 Artikel 11 // Artikel 24 Artikel 12 // Artikel 11 Artikel 13 // Artikel 12 Artikel 14, lid 1 // Artikel 17, lid 1 Artikel 14, lid 2 // Artikel 17, lid 2 Artikel 14, lid 3 // Artikel 17, lid 5 Artikel 14, lid 4 // Artikel 17, lid 4 Artikel 15 // Artikel 18 Artikel 16, lid 1 // Artikel 17, lid 3 Artikel 16, lid 2 // Artikel 17, lid 3 Artikel 16, lid 3 // Artikel 13, lid 2, eerste streepje Artikel 17 // Artikel 19 Artikel 18 // Artikel 20 Artikel 19 // - Artikel 20 // Artikel 21 Artikel 21 // Artikel 22 Artikel 22 // Artikel 24 >RUIMTE VOOR DE TABEL>