This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32012D0669
2012/669/EU: Council Decision of 9 October 2012 on the signing, on behalf of the European Union, and provisional application of the Protocol setting out the fishing opportunities and financial contribution provided for in the Fisheries Partnership Agreement between the European Community, on the one hand, and the Republic of Kiribati, on the other
2012/669/EU: Besluit van de Raad van 9 oktober 2012 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van het Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Kiribati, anderzijds
2012/669/EU: Besluit van de Raad van 9 oktober 2012 betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van het Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Kiribati, anderzijds
PB L 300 van 30.10.2012, p. 2–2
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV) Dit document is verschenen in een speciale editie.
(HR)
In force
ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2012/669/oj
|
30.10.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 300/2 |
BESLUIT VAN DE RAAD
van 9 oktober 2012
betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van het Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Kiribati, anderzijds
(2012/669/EU)
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 2, juncto artikel 218, lid 5,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
Op 23 juli 2007 heeft de Raad zijn goedkeuring gehecht aan Verordening (EG) nr. 893/2007 betreffende de sluiting van een Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Kiribati, anderzijds (1) („de overeenkomst”). Het protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de overeenkomst, loopt af op 15 september 2012. |
|
(2) |
De Unie heeft met de Republiek Kiribati onderhandeld over een nieuw protocol, waarbij aan EU-vaartuigen vangstmogelijkheden worden geboden in de wateren waarin de Republiek Kiribati de soevereiniteit of de jurisdictie wat visserij betreft heeft („het protocol”). |
|
(3) |
Ten gevolge van deze onderhandelingen is op 3 juni 2012 het protocol geparafeerd. |
|
(4) |
Om ervoor te zorgen dat de EU-vaartuigen hun visserijactiviteiten kunnen voortzetten, dient het protocol, zoals bepaald in artikel 15 daarvan voorlopig te worden toegepast vanaf 16 september 2012. |
|
(5) |
Het protocol moet worden ondertekend en voorlopig worden toegepast, in afwachting van de voltooiing van de procedures voor de sluiting ervan, |
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Er wordt namens de Unie machtiging verleend tot de ondertekening van het Protocol tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Republiek Kiribati, anderzijds („het protocol”), onder voorbehoud van de sluiting ervan.
De tekst van het protocol is aan dit besluit gehecht.
Artikel 2
De voorzitter van de Raad wordt gemachtigd de persoon (personen) aan te wijzen die bevoegd is (zijn) het protocol namens de Unie te ondertekenen.
Artikel 3
Het protocol wordt voorlopig toegepast met ingang van 16 september 2012 in afwachting van de voltooiing van de procedures voor de sluiting ervan.
Artikel 4
Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Luxemburg, 9 oktober 2012.
Voor de Raad
De voorzitter
V. SHIARLY
PROTOCOL
tot vaststelling van de vangstmogelijkheden en de financiële tegenprestatie waarin is voorzien bij de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij tussen de Europese Gemeenschap (1), enerzijds, en de Republiek Kiribati, anderzijds
Artikel 1
Geldigheidsduur en vangstmogelijkheden
1. Op grond van artikel 6 van de Partnerschapsovereenkomst inzake visserij (hierna „de overeenkomst” genoemd) kent Kiribati aan vaartuigen van de Unie voor de tonijnvisserij jaarlijkse vismachtigingen (2) toe binnen de grenzen die zijn vastgesteld in het kader van de instandhoudings- en beheersmaatregelen (CMM — conservation and management measures) van de Commissie voor de visserij in het westelijke en het centrale deel van de Stille Oceaan (WCPFC), en met name CMM 2008-01.
2. Voor een periode van drie jaar die ingaat op 16 september 2012, worden de vangstmogelijkheden waarin artikel 5 van de overeenkomst voorziet, vastgesteld op 15 000 ton sterk migrerende soorten als opgenomen in bijlage 1 bij het Zeerechtverdrag van de Verenigde Naties van 1982, die in de exclusieve economische zone (EEZ) van Kiribati mogen worden gevangen door 4 (vier) vaartuigen voor de ringzegenvisserij en 6 (zes) vaartuigen voor de beugvisserij.
3. Vanaf het tweede jaar van toepassing van dit protocol en onverminderd artikel 9, lid 1, onder d), van de overeenkomst en artikel 5 van dit protocol kan het in artikel 1, lid 2, van dit protocol toegekende aantal vismachtigingen voor beugvisserijvaartuigen op verzoek van de Unie worden verhoogd als de visbestanden dit mogelijk maken en voor zover dit in overeenstemming is met de instandhoudings- en beheersmaatregelen van de WCPFC.
4. De leden 1, 2 en 3 zijn van toepassing onverminderd de artikelen 5 en 6 van dit protocol.
Artikel 2
Financiële tegenprestatie — Betalingswijze
1. Zolang dit protocol van toepassing is, betaalt de Unie elk jaar de som van de in lid 2 bedoelde bedragen.
2. De in artikel 7 van de overeenkomst bedoelde financiële tegenprestatie bestaat, voor de in artikel 1, lid 2, van dit protocol vermelde periode, uit:
|
a) |
een jaarlijks bedrag van 975 000 EUR voor toegang tot de EEZ van Kiribati, wat overeenkomt met een referentiehoeveelheid van 15 000 ton per jaar; |
|
b) |
een specifiek bedrag van 350 000 EUR per jaar voor de ondersteuning en de uitvoering van initiatieven die worden genomen in het kader van het sectorale visserijbeleid van Kiribati. |
3. Lid 1 van dit artikel is van toepassing onverminderd de artikelen 4, 5, 6 en 8 van dit protocol en de artikelen 14 en 15 van de overeenkomst.
4. Beide partijen garanderen een nauwgezette follow-up van de EU-vangsten in de EEZ van Kiribati. Als de vaartuigen van de Europese Unie in de EEZ van Kiribati per jaar in totaal meer dan 15 000 ton vangen, wordt de in lid 2, onder a), van dit artikel bedoelde jaarlijkse financiële tegenprestatie verhoogd met 250 EUR per ton voor de eerste 2 500 ton die extra wordt gevangen en met 300 EUR per ton voor elke ton waarmee ook die extra hoeveelheid van 2 500 ton wordt overschreden. Van deze extra kosten wordt 65 EUR per extra ton door de EU gedragen; het resterende bedrag is ten laste van de reders.
5. Voor het eerste jaar gebeurt de betaling van de in artikel 2, lid 2, onder a) en b), vastgestelde bedragen uiterlijk op 30 juni na de inwerkingtreding van dit protocol, en voor de volgende jaren uiterlijk op 30 juni.
6. De beslissing over de bestemming van de in artikel 2, lid 2, onder a), van dit protocol vastgestelde financiële tegenprestatie valt onder de exclusieve bevoegdheid van de autoriteiten van Kiribati.
7. Het in artikel 2, lid 2, onder b), van dit protocol vermelde deel van de financiële tegenprestatie wordt overgemaakt op rekening nr. 4 van de regering van Kiribati bij de „ANZ Bank of Kiribati, Ltd, Betio, Tarawa” („Fisheries Development Fund” — Fonds voor de ontwikkeling van de visserij), die het Ministerie van Financiën voor de regering van Kiribati heeft geopend. Het andere deel van de financiële tegenprestatie wordt overgemaakt op rekening nr. 1 van de regering van Kiribati bij de „ANZ Bank of Kiribati, Ltd, Betio, Tarawa”, die het Ministerie van Financiën voor de regering van Kiribati heeft geopend.
Artikel 3
Bevordering van een verantwoorde visserij in de EEZ van Kiribati
1. De autoriteiten van Kiribati beheren de in artikel 2, lid 2, onder b), vermelde financiële tegenprestatie in het licht van de doelstellingen die de twee partijen in onderlinge overeenstemming vaststellen.
2. Zodra dit protocol in werking treedt en uiterlijk drie maanden na de datum van inwerkingtreding ervan leggen de autoriteiten van Kiribati de Gemengde Commissie een gedetailleerd jaarlijks en meerjarig programma voor. De Gemengde Commissie neemt dit programma aan, dat het volgende moet bevatten:
|
a) |
jaarlijkse en meerjarige richtsnoeren voor het gebruik van de in artikel 2, lid 2, onder b), bedoelde financiële tegenprestatie voor de jaarlijks uit te voeren initiatieven; |
|
b) |
de doelstellingen, zowel per jaar als op meerjarige basis, die moeten worden bereikt om mettertijd tot de bevordering van een verantwoorde en duurzame visserij te komen, waarbij rekening wordt gehouden met de prioriteiten in de nationale beleidslijnen van Kiribati op het gebied van de visserij en andere terreinen die met de versterking van een duurzame en verantwoorde visserij in verband staan of deze kunnen beïnvloeden; |
|
c) |
criteria en procedures voor de beoordeling van de elk jaar verkregen resultaten. |
3. Voorstellen tot wijziging van het meerjarige sectorale programma moeten in de Gemengde Commissie door beide partijen worden goedgekeurd. Als de autoriteiten van Kiribati met betrekking tot de bevordering van verantwoorde visserij dringende wijzigingen in het meerjarige sectorale programma wensen aan te brengen, kan dit buiten de Gemengde Commissie om gebeuren, in samenspraak met de EU.
4. Zo nodigt wijst Kiribati, met het oog op de tenuitvoerlegging van het meerjarige programma, jaarlijks een extra bedrag toe aan de in artikel 2, lid 2, onder b), bedoelde financiële tegenprestatie. Deze toewijzing moet aan de Europese Unie worden gemeld. Kiribati stelt de EU uiterlijk op 1 maart van elk jaar in kennis van de nieuwe toewijzing.
5. Wanneer de jaarlijkse beoordeling van de resultaten van de uitvoering van het meerjarige sectorale programma dat rechtvaardigt, kan de Europese Unie via de Gemengde Commissie een aanpassing van de in artikel 2, lid 2, onder b), van dit protocol bedoelde financiële tegenprestatie vragen om het daadwerkelijk aan het programma toegewezen bedrag met die resultaten in overeenstemming te brengen.
6. De Gemengde Commissie is verantwoordelijk voor de follow-up van de uitvoering van het meerjarige sectorale steunprogramma. Zo nodig zetten beide partijen deze follow-up na het verstrijken van dit protocol in het kader van de Gemengde Commissie voort totdat de specifieke financiële tegenprestatie in verband met de in artikel 2, lid 2, onder b), bedoelde sectorale steun is opgebruikt.
7. De financiële tegenprestatie als bedoeld in artikel 2, lid 2, onder b), mag evenwel niet later dan tien maanden na het verstrijken van dit protocol worden betaald.
Artikel 4
Wetenschappelijke samenwerking voor een verantwoorde visserij
1. Beide partijen verbinden zich ertoe een verantwoorde visserij in de wateren van Kiribati te bevorderen volgens de Gedragscode van de FAO en zonder onderscheid te maken tussen de verschillende vloten die in die wateren actief zijn.
2. Gedurende de door dit protocol bestreken periode garanderen de Europese Unie en Kiribati een duurzaam gebruik van de visbestanden in de EEZ van Kiribati.
3. De partijen verbinden zich ertoe de subregionale samenwerking op het gebied van verantwoorde visserij te bevorderen, met name in het kader van de Commissie voor de visserij in het westelijke en het centrale deel van de Stille Oceaan (WCPFC), de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn (IATTC) en iedere andere betrokken subregionale of internationale organisatie.
4. Overeenkomstig artikel 4 van de overeenkomst en artikel 4, lid 1, van dit protocol en op basis van het beste beschikbare wetenschappelijke advies treffen de partijen in het kader van de Gemengde Commissie indien nodig maatregelen met betrekking tot de activiteiten van de vaartuigen van de Europese Unie die over een vergunning of machtiging voor de uitoefening van visserijactiviteiten in het kader van dit protocol beschikken, om een duurzaam beheer van de visbestanden in de EEZ van Kiribati te waarborgen.
Artikel 5
Aanpassing van de vangstmogelijkheden in onderlinge overeenstemming
1. De in artikel 1 van dit protocol bedoelde vangstmogelijkheden kunnen in onderlinge overeenstemming worden aangepast, mits de door de WCPFC gegeven aanbevelingen bevestigen dat deze aanpassing een duurzaam beheer van de visbestanden van Kiribati garandeert. De in artikel 2, lid 2, onder a), van dit protocol bedoelde financiële tegenprestatie wordt dan evenredig en pro rata temporis aangepast.
2. Als de vangstmogelijkheden worden beperkt door de nieuwe sluiting van een aanzienlijk deel van de EEZ van Kiribati, kan de in het kader van dit protocol toegekende financiële tegenprestatie na het overleg tussen beide partijen in de Gemengde Commissie evenredig en pro rata temporis worden aangepast.
Artikel 6
Nieuwe vangstmogelijkheden
1. Wanneer de EU er blijk van geeft dat zij voor nieuwe, niet in artikel 1 van dit protocol genoemde vangstmogelijkheden in aanmerking wenst te komen, wordt deze belangstelling aan Kiribati kenbaar gemaakt. Een dergelijk verzoek tot toegang tot nieuwe vangstmogelijkheden kan worden ingewilligd en in een afzonderlijke overeenkomst worden geregeld.
2. Op verzoek van een van de partijen plegen de partijen overleg en bepalen zij per geval de toepasselijke soorten, voorwaarden en andere parameters voor de experimentele visserij in de wateren van Kiribati.
3. De partijen oefenen experimentele visserijactiviteiten uit in onderling overleg, in overeenstemming met de wet- en regelgeving van Kiribati. De machtigingen voor experimentele visserij mogen hoogstens drie (3) maanden geldig zijn.
4. Wanneer de partijen vaststellen dat de experimentele onderzoeken positieve resultaten hebben opgeleverd en nieuwe commerciële soorten aan het licht hebben gebracht, zonder dat de ecosystemen werden aangetast, maar met instandhouding van de levende mariene rijkdommen, kunnen na overleg tussen beide partijen nieuwe vangstmogelijkheden voor die soort aan EU-vaartuigen worden aangeboden.
Artikel 7
Voorwaarden voor de uitoefening van de visserij — Exclusiviteitsclausule
1. Vaartuigen van de Europese Unie mogen slechts visserijactiviteiten in de EEZ van Kiribati uitoefenen als zij in het bezit zijn van een geldige vismachtiging die door de autoriteiten van Kiribati in het kader van dit protocol is afgegeven.
2. Voor visserijcategorieën die niet onder dit protocol vallen, en voor de experimentele visserij kunnen de autoriteiten van Kiribati vismachtigingen afgeven aan vaartuigen van de Europese Unie. Deze machtigingen worden evenwel slechts in onderling overleg en in overeenstemming met de wet- en regelgeving van Kiribati afgegeven.
Artikel 8
Schorsing en herziening van de betaling van de financiële tegenprestatie
1. De in artikel 2, lid 2, onder a) en b), van dit protocol bedoelde financiële tegenprestatie kan worden herzien of geschorst als abnormale omstandigheden, met uitzondering van natuurverschijnselen, de visserij in de EEZ van Kiribati onmogelijk maken na overleg tussen beide partijen binnen een periode van twee maanden volgend op het verzoek van een van beide partijen, en op voorwaarde dat de EU op het moment van de schorsing alle verschuldigde bedragen heeft betaald.
2. De Europese Unie kan de betaling van het in artikel 2, lid 2, onder b), van dit protocol bedoelde specifieke bedrag geheel of gedeeltelijk schorsen als de Gemengde Commissie tot het besluit komt dat:
|
a) |
de resultaten na de evaluatie in de Gemengde Commissie niet in overeenstemming met de programmering zijn; of |
|
b) |
Kiribati zijn verplichtingen ten aanzien van dit specifieke bedrag niet nakomt. |
3. De betaling kan slechts worden geschorst indien de EU haar voornemen daartoe schriftelijk en ten minste twee maanden vóór de datum van inwerkingtreding van de schorsing meldt.
4. De betaling van de financiële tegenprestatie wordt hervat zodra de situatie is rechtgezet na maatregelen om de bovengenoemde omstandigheden te verzachten, en na overleg en overeenstemming tussen beide partijen, die bevestigen dat normale visserijactiviteiten opnieuw mogelijk zijn.
Artikel 9
Schorsing en wederafgifte van de vismachtiging
Kiribati behoudt zich het recht voor om de in artikel 1, lid 2, van dit protocol bedoelde vismachtigingen te schorsen wanneer:
|
a) |
een bepaald vaartuig een ernstige inbreuk op de wet- en regelgeving van Kiribati heeft begaan; of |
|
b) |
door de reder geen gevolg is gegeven aan een rechterlijk bevel met betrekking tot de inbreuk van een bepaald vaartuig. Zodra gevolg is gegeven aan het rechterlijk bevel, wordt de vismachtiging voor het vaartuig opnieuw afgegeven voor de resterende geldigheidsduur ervan. |
Artikel 10
Schorsing van de toepassing van het protocol
1. Als het overleg wordt beëindigd zonder dat het tot een minnelijke schikking heeft geleid, kan de toepassing van dit protocol op initiatief van een van de partijen worden geschorst als:
|
a) |
de Europese Unie de in artikel 2, lid 2, van dit protocol bedoelde betalingen niet verricht om redenen die niet onder artikel 8 van dit protocol vallen; of |
|
b) |
er een geschil tussen de partijen ontstaat inzake de interpretatie of de toepassing van dit protocol; |
|
c) |
één van de partijen ingaat tegen de in dit protocol vastgelegde bepalingen; of |
|
d) |
één van de partijen een inbreuk vaststelt op essentiële en fundamentele aspecten van de mensenrechten zoals verankerd in artikel 9 van de Overeenkomst van Cotonou. |
2. De toepassing van dit protocol kan op initiatief van één partij worden geschorst wanneer het geschil tussen de partijen als ernstig wordt beschouwd en het overleg tussen beide partijen niet tot een minnelijke schikking heeft geleid.
3. De toepassing van dit protocol kan slechts worden geschorst als de betrokken partij haar voornemen hiertoe schriftelijk en ten minste twee maanden vóór de datum van inwerkingtreding van de schorsing meldt.
4. In geval van schorsing van de toepassing blijven de partijen in onderling overleg streven naar een minnelijke schikking van hun geschil. Wanneer zij hierin slagen, wordt de toepassing van dit protocol hervat en wordt het bedrag van de financiële tegenprestatie evenredig en pro rata temporis verlaagd naargelang van de duur van de periode waarin de toepassing van het protocol was geschorst.
Artikel 11
Nationale wet- en regelgeving
1. De activiteiten van vissersvaartuigen van de Europese Unie die in het kader van dit protocol in de EEZ van Kiribati actief zijn, vallen onder de in Kiribati geldende wet- en regelgeving, tenzij anders is bepaald in de overeenkomst of in dit protocol en de bijbehorende bijlage en aanhangsels.
2. Als in verband met visserij wijzigingen in de wetgeving worden aangebracht of nieuwe wetgeving wordt vastgesteld, zijn die bepalingen voor de EU van toepassing met ingang van de 60e dag na die waarop de EU daarvan door Kiribati in kennis is gesteld.
Artikel 12
Herzieningsclausule
Wanneer het protocol twee jaar van toepassing is geweest, wordt de bijdrage van de reder opnieuw bezien en kunnen, als beide partijen het daarover eens zijn, wijzigingen worden aangebracht. Het derde jaar van de toepassing van dit protocol wordt beschouwd als overgangsperiode in afwachting van de toekomstige invoering van de nieuwe, door de autoriteiten van Kiribati geïnitieerde instandhoudings- en beheersmaatregelen op visserijgebied.
Artikel 13
Looptijd
Dit protocol en de bijlage zijn met ingang van 16 september 2012 van toepassing voor een periode van drie jaar, tenzij zij overeenkomstig artikel 14 van dit protocol worden opgezegd.
Artikel 14
Opzegging
1. Dit protocol kan door elke partij worden opgezegd wegens abnormale omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer de toestand van de betrokken visbestanden verslechtert, wanneer wordt geconstateerd dat de aan vaartuigen van de Europese Unie toegestane vangstmogelijkheden slechts in beperkte mate worden benut of wanneer de door de partijen aangegane verbintenissen tot het bestrijden van illegale, niet-aangegeven en niet-gereglementeerde visvangst niet worden nagekomen.
2. In geval van opzegging van dit protocol stelt de betrokken partij de andere partij ten minste zes maanden vóór de datum waarop de opzegging in werking treedt, schriftelijk in kennis van haar voornemen om het protocol op te zeggen. Beide partijen gaan in onderhandeling zodra de in de vorige zin bedoelde kennisgeving is verzonden.
3. De in artikel 2 van dit protocol bedoelde financiële tegenprestatie voor het jaar waarin de opzegging van kracht wordt, wordt evenredig en pro rata temporis verlaagd.
Artikel 15
Voorlopige toepassing
Dit protocol is voorlopig van toepassing met ingang van 16 september 2012.
Artikel 16
Inwerkingtreding
Dit protocol en de bijbehorende bijlage treden in werking op de dag waarop de partijen elkaar ervan in kennis stellen dat de daartoe vereiste procedures zijn voltooid.
(1) De Europese Gemeenschap is op 1 december 2009 omgedoopt tot „Europese Unie”.
(2) Voor de toepassing van dit protocol en de bijlage daarbij wordt onder „vismachtiging” visvergunning verstaan.
BIJLAGE
VOORWAARDEN VOOR DE UITOEFENING VAN DE VISSERIJ DOOR VAARTUIGEN VAN DE EUROPESE UNIE IN DE VISSERIJZONE VAN KIRIBATI
HOOFDSTUK I
BEHEER VAN VISMACHTIGINGEN (VERGUNNINGEN)
AFDELING 1
Registratie
|
1. |
Om in de EEZ van Kiribati te mogen vissen moeten de vaartuigen van de Europese Unie een door de bevoegde autoriteiten van Kiribati afgegeven registratienummer hebben. |
|
2. |
De registratieaanvragen moeten worden ingediend op het formulier dat de voor visserij verantwoordelijke autoriteiten van Kiribati daartoe verstrekken, en waarvan een model is opgenomen in aanhangsel I. |
|
3. |
Registratie is pas mogelijk na ontvangst van een foto van 15 cm bij 20 cm van het vaartuig waarvoor de aanvraag wordt ingediend en nadat het registratiegeld van 2 300 EUR per vaartuig per jaar integraal en netto is overgemaakt op rekening nr. 1 van de regering van Kiribati, overeenkomstig artikel 2, lid 7, van het protocol. |
AFDELING 2
Vismachtigingen
|
1. |
Alleen daarvoor in aanmerking komende vaartuigen kunnen een vismachtiging krijgen voor de EEZ van Kiribati. |
|
2. |
Een vaartuig komt slechts in aanmerking als de reder en de kapitein alle voorafgaande verplichtingen in verband met hun visserijactiviteiten in Kiribati uit hoofde van de overeenkomst zijn nagekomen. Het vaartuig zelf moet geregistreerd zijn in het regionaal FFA-register van vissersvaartuigen en het WCPFC-register van vissersvaartuigen.
Vaartuigen van de Europese Unie waarvoor een vismachtiging wordt aangevraagd, moeten worden vertegenwoordigd door een op Kiribati verblijvende vertegenwoordiger. De naam, het adres en de contactgegevens van deze vertegenwoordiger worden in de vismachtigingsaanvraag vermeld. De Europese Commissie dient voor elk vaartuig dat in het kader van het protocol wenst te vissen, een aanvraag in bij het Ministerie van Visserij van Kiribati, met kopie aan de voor Kiribati bevoegde delegatie van de Europese Unie (hierna „de delegatie” genoemd). Voor het indienen van de aanvragen bij het Ministerie van Visserij van Kiribati wordt gebruikgemaakt van het formulier volgens het model in aanhangsel II. |
|
3. |
De autoriteiten van Kiribati nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in het kader van de vismachtigingsaanvraag ontvangen gegevens vertrouwelijk worden behandeld. Deze gegevens worden uitsluitend in het kader van de toepassing van het protocol gebruikt. |
|
4. |
Elke machtigingsaanvraag gaat vergezeld van de volgende documenten:
|
|
5. |
Het bedrag van de visrechten, met uitzondering van de waarnemersbijdrage, wordt integraal en netto op rekening nr. 1 van de regering van Kiribati overgemaakt, overeenkomstig artikel 2, lid 7, van het protocol.
De rechten omvatten alle nationale en lokale belastingen, met uitzondering van havenbelastingen, kosten voor dienstverlening en rechten voor overlading. De vismachtigingen voor alle vaartuigen worden uiterlijk 15 werkdagen na de datum waarop het Ministerie van Visserij van Kiribati alle in punt 4 bedoelde documenten heeft ontvangen, aan de reders afgegeven in elektronische en papieren versie (met een elektronische kopie aan de Europese Commissie en de delegatie). Na ontvangst van de papieren versie wordt de elektronische kopie door die papieren versie vervangen. |
|
6. |
De vismachtiging wordt afgegeven voor een welbepaald afzonderlijk vaartuig en is niet overdraagbaar. |
|
7. |
Wanneer wordt geconstateerd dat er sprake is van overmacht, kan de vismachtiging van een bepaald vaartuig op verzoek van de Europese Unie voor de resterende geldigheidsduur ervan worden vervangen door een nieuwe vismachtiging voor een ander vaartuig met vergelijkbare kenmerken, zonder dat hiervoor nieuwe visrechten hoeven te worden betaald. De totale vangst van beide vaartuigen wordt in aanmerking genomen bij de bepaling van de eventueel door de Europese Unie overeenkomstig artikel 2, lid 4, van het protocol op basis van de vangsten van de vaartuigen van de Europese Unie te verrichten aanvullende betalingen.
De reder van het eerste vaartuig zendt de te annuleren vismachtiging via de delegatie terug aan de bevoegde autoriteiten van Kiribati. De nieuwe vismachtiging gaat in op de datum van afgifte ervan door het Ministerie van Visserij van Kiribati en is geldig voor de resterende geldigheidsduur van de eerste vismachtiging. De delegatie wordt van de nieuwe vismachtiging in kennis gesteld. |
|
8. |
De vismachtiging moet te allen tijde aan boord van het vaartuig worden gehouden, duidelijk zichtbaar in de stuurhut, onverminderd hoofdstuk V, afdeling 3, van deze bijlage. Gedurende een redelijke periode na de afgifte van de vismachtiging, die niet meer dan 45 dagen mag bedragen, en in afwachting van de ontvangst door het vaartuig van de originele vismachtiging geldt een elektronisch ontvangen document of een ander door de autoriteiten van Kiribati erkend document als een geldig document en als toereikend bewijs ten behoeve van controle, monitoring en handhaving in verband met de overeenkomst. Na ontvangst van de papieren versie wordt de elektronische kopie door die papieren versie vervangen. |
|
9. |
De twee partijen streven ernaar overeenstemming te bereiken over het bevorderen van de invoering van een vismachtigingssysteem dat uitsluitend is gebaseerd op elektronische uitwisseling van alle hierboven genoemde gegevens en documenten. De twee partijen streven ernaar overeenstemming te bereiken met het oog op de snelle vervanging van de papieren vismachtiging door een elektronisch equivalent zoals de lijst van de in punt 1 van deze afdeling bedoelde vaartuigen die in de EEZ van Kiribati mogen vissen. |
AFDELING 3
Voorwaarden betreffende de vismachtiging — Visrechten en voorschotten
|
1. |
De vismachtigingen zijn één jaar geldig. Zij kunnen telkens voor een jaar worden verlengd. Vismachtigingen kunnen slechts worden verlengd binnen de grenzen van de in het protocol vastgestelde beschikbare vangstmogelijkheden. |
|
2. |
De rechten voor de vismachtiging bedragen 35 EUR per ton in de EEZ van Kiribati gevangen vis. |
|
3. |
De vismachtigingen worden afgegeven zodra de reders de volgende forfaitaire bedragen overeenkomstig artikel 2, lid 7, van het protocol op rekening nr. 1 van de regering van Kiribati hebben overgemaakt:
|
|
4. |
Bij het in punt 3 van deze afdeling vermelde bedrag komt nog een bijzondere bijdrage voor de vismachtiging ten belope van 300 000 EUR per vaartuig voor de tonijnvisserij met de zegen, die de reders overeenkomstig artikel 2, lid 7, van het protocol op rekening nr. 1 van de regering van Kiribati moeten overmaken. |
|
5. |
Uiterlijk op 30 juni van elk jaar stelt de Europese Commissie op basis van de door de reders opgestelde vangstaangiften de eindafrekening van de voor een bepaald visseizoen verschuldigde rechten vast voor de vangsten van het voorgaande kalenderjaar. De gegevens moeten zijn bevestigd door de voor de verificatie van vangstgegevens bevoegde wetenschappelijke instellingen van de Europese Unie, zoals het Institut de recherche pour le développement (IRD), het Instituto Español de Oceanografia (IEO) of het Instituto Portugues de Investigaçao Maritima (IPIMAR). |
|
6. |
De door de Europese Commissie vastgestelde afrekening wordt ter controle en goedkeuring toegezonden aan het Ministerie van Visserij van Kiribati.
Binnen 30 dagen na ontvangst van de afrekening kunnen de autoriteiten van Kiribati daartegen bezwaar aantekenen en bij onenigheid kunnen zij overeenkomstig artikel 9, lid 2, van de overeenkomst een buitengewone vergadering van de Gemengde Commissie bijeenroepen. Als binnen die periode van 30 dagen geen bezwaar wordt aangetekend, wordt aangenomen dat de autoriteiten van Kiribati de afrekening aanvaard hebben. |
|
7. |
Het Ministerie van Visserij van Kiribati, de delegatie en de reders worden onverwijld in kennis gesteld van de eindafrekening.
Binnen vijfenveertig (45) dagen na de kennisgeving van de bevestigde eindafrekening betalen de reders eventuele extra bedragen aan de bevoegde autoriteiten van Kiribati door die overeenkomstig artikel 2, lid 7, van het protocol integraal en netto over te maken op rekening nr. 1 van de regering van Kiribati. |
|
8. |
Als het bedrag van de eindafrekening kleiner is dan het in punt 3 van deze afdeling bedoelde voorschot, wordt het verschil evenwel niet aan de reder terugbetaald. |
|
9. |
Ingeval de vangstmogelijkheden worden beperkt door de nieuwe sluiting van een aanzienlijk deel van de EEZ van Kiribati, kan het door de reder te betalen bedrag na overleg tussen beide partijen in de Gemengde Commissie evenredig en pro rata temporis worden aangepast. |
HOOFDSTUK II
VISSERIJZONES EN VISSERIJACTIVITEITEN
AFDELING 1
Visserijzones
|
1. |
De in artikel 1 van het protocol bedoelde vaartuigen mogen overeenkomstig de wet- en regelgeving van Kiribati visserijactiviteiten uitoefenen in de EEZ van Kiribati, behalve in deze gebieden die als beschermd zijn aangemerkt of die op kaart 83005-FLC als verboden gebieden zijn aangemerkt. |
|
2. |
Kiribati stelt de Europese Commissie van elke wijziging van de vermelde beschermde of verboden gebieden in kennis, onmiddellijk na de vaststelling van dergelijke wijziging. |
|
3. |
In geen geval zijn visserijactiviteiten toegestaan binnen 12 zeemijl van de basislijn en binnen 1 zeemijl van geankerde visaantrekkende voorzieningen waarvan een andere natuurlijke of rechtspersoon de ligging aan de hand van de geografische coördinaten meedeelt. Wat met name de ringzegenvaartuigen betreft, is het verboden te vissen binnen 60 zeemijl van de basislijnen van de eilanden Tarawa, Kanton en Kiritimati en van onderwaterriffen die zijn aangegeven op de in punt 1 van deze afdeling vermelde kaarten. |
AFDELING 2
Visserijactiviteiten
|
1. |
De ringzegenvaartuigen en beugvisserijvaartuigen mogen uitsluitend op de in artikel 1 van het protocol omschreven soorten vissen. Alle incidentele bijvangsten van vis van andere soorten dan die welke in artikel 1 van het protocol zijn omschreven, moeten overeenkomstig hoofdstuk III van deze bijlage aan de autoriteiten van Kiribati worden gemeld. |
|
2. |
De visserijactiviteiten van de vaartuigen van de Europese Unie worden uitgeoefend overeenkomstig de voorschriften in het kader van de instandhoudings- en beheersmaatregelen van de WCPFC. |
|
3. |
Bodem- of koraalvisserij is in de EEZ van Kiribati niet toegestaan. |
|
4. |
De vaartuigen van de Europese Unie zorgen ervoor dat hun visserijactiviteiten de traditionele plaatselijke visserij niet verstoren en laten alle schildpadden, zeezoogdieren, zeevogels en rifvissen op zodanige wijze vrij dat deze bijvangsten optimale overlevingskansen hebben. |
|
5. |
De vaartuigen van de Europese Unie en hun kapitein en exploitant zorgen ervoor dat hun visserijoperaties de activiteiten van andere vissersvaartuigen niet verstoren en het vistuig van andere vissersvaartuigen niet belemmeren. |
HOOFDSTUK III
MONITORING
AFDELING 1
Regeling inzake de vangstregistratie
|
1. |
De kapiteins van de vaartuigen registreren in hun logboek de in de aanhangsels III A en III B vermelde gegevens. Vaartuigen met een lengte van meer dan 24 m moeten de vangst/logboekgegevens sinds 1 januari 2010 elektronisch indienen; voor vaartuigen met een lengte van meer dan 12 m wordt de elektronische indiening geleidelijk ingevoerd vanaf 2012. De partijen streven ernaar overeenstemming te bereiken over het bevorderen van de invoering van een systeem voor vangstgegevens dat uitsluitend is gebaseerd op elektronische uitwisseling van alle hierboven omschreven gegevens. Beide partijen streven ernaar om overeenstemming te bereiken met het oog op de snelle vervanging van de papieren versies van de logboeken door elektronische versies. |
|
2. |
Indien een vaartuig op een bepaalde dag geen vistuig heeft uitgezet, of indien er bij het uitzetten niets is gevangen, vermeldt de kapitein van het vaartuig deze informatie ook op het logboekformulier voor die dag. Indien een vaartuig op een bepaalde dag (tot middernacht plaatselijke tijd) geen visserijactiviteiten verricht, moet dit voor de betrokken dag in het logboek van het vaartuig worden vermeld. |
|
3. |
Tijdstip en datum van het binnenvaren en verlaten van de EEZ van Kiribati worden onmiddellijk na het binnenvaren en verlaten van de EEZ van Kiribati in het logboek geregistreerd. |
|
4. |
Voor incidentele bijvangsten van andere soorten dan die welke in artikel 1 van het protocol zijn omschreven, registreren de vaartuigen van de Europese Unie per gevangen soort de grootte en de hoeveelheid, uitgedrukt in gewicht of aantal, zoals aangegeven in het logboek, zowel voor aan boord gehouden als voor teruggegooide exemplaren. |
|
5. |
De logboeken worden elke dag leesbaar ingevuld en door de kapitein van het vaartuig elke dag uiterlijk om 23:59 uur ondertekend. |
AFDELING 2
Regeling inzake de vangstaangiften
|
1. |
Met het oog op de toepassing van deze bijlage wordt onder de duur van een visreis van een vaartuig van de Europese Unie het volgende verstaan:
|
|
2. |
Alle vaartuigen van de Europese Unie die in het kader van de overeenkomst in de EEZ van Kiribati mogen vissen, delen hun in het logboek vermelde vangsten als volgt mee aan het Ministerie van Visserij van Kiribati:
|
|
3. |
Binnenvaren en verlaten van de zone:
|
|
4. |
Vaartuigen die hun aanwezigheid niet bij het Ministerie van Visserij van Kiribati hebben gemeld en toch op de uitoefening van visserijactiviteiten worden betrapt, worden beschouwd als vaartuigen zonder vismachtiging. |
|
5. |
Fax, telefoonnummer en e-mailadres van de autoriteiten van Kiribati worden aan de vaartuigen meegedeeld bij de afgifte van de vismachtiging. |
|
6. |
Elk vaartuig van de Europese Unie stelt de logboeken en vangstaangiften onverwijld voor controle ter beschikking van handhavingsambtenaren en andere personen en instanties die duidelijk kunnen worden geïdentificeerd aan de hand van een erkende identiteitskaart waaruit blijkt dat de controleur door de autoriteiten van Kiribati is gemachtigd om aanhoudings- en inspectieprocedures uit te voeren. |
AFDELING 3
Satellietvolgsysteem voor vissersvaartuigen (VMS)
|
1. |
Elk vaartuig van de Europese Unie moet bij het vissen in de EEZ van Kiribati voldoen aan de momenteel in de EEZ van Kiribati geldende voorschriften van het satellietvolgsysteem (VMS) van het FFA. Elk vaartuig van de Europese Unie moet een door het FFA goedgekeurde mobiele transmissie-eenheid (mobile transmission unit — MTU) aan boord hebben, deze onderhouden en te allen tijde operationeel houden. |
|
2. |
De exploitant verbindt zich ertoe de MTU na installatie niet te manipuleren, noch van het vaartuig te verwijderen of te laten verwijderen, behalve indien nodig voor onderhoud of reparatie. De exploitant van ieder vaartuig is verantwoordelijk voor de aanschaf, het onderhoud en de operationele kosten van de MTU, en werkt volledig samen met de autoriteiten van Kiribati bij het gebruik ervan (zie nadere gegevens in aanhangsel V). |
|
3. |
Onverminderd punt 1 hierboven kunnen de partijen alternatieve VMS-opties in overweging nemen die verenigbaar zijn met het VMS van de WCPFC. |
|
4. |
Alle gegevens die aan het Centrum voor visserijmonitoring van Kiribati worden doorgegeven, mogen uitsluitend voor controledoeleinden in de EEZ van Kiribati worden gebruikt. De VMS-gegevens mogen niet voor controledoeleinden of enig ander doel buiten de EEZ van Kiribati aan derden worden doorgestuurd, verkocht, aangeboden of in welke vorm ook worden verstrekt. |
|
5. |
Het voorgaande punt is niet van toepassing in het kader van de WCPFC-verplichtingen betreffende activiteiten op het gebied van monitoring, inspectie en bewaking op volle zee in het WCPFC-verdragsgebied. |
AFDELING 4
Aanlanding
|
1. |
De vaartuigen van de Europese Unie die hun vangsten in de havens van Kiribati willen aanlanden, doen dat in een op Kiribati aangewezen haven. De aangewezen havens zijn opgesomd in aanhangsel VI. |
|
2. |
De reders van dergelijke vaartuigen stellen het Ministerie van Visserij van Kiribati en het Centrum voor visserijmonitoring van de vlaglidstaat minstens 48 uur van tevoren in kennis van de gegevens volgens het model in aanhangsel IV, deel 4. Vindt de aanlanding plaats in een haven buiten de EEZ van Kiribati, dan gebeurt de kennisgeving volgens dezelfde voorwaarden aan de havenstaat van aanlanding en het Centrum voor visserijmonitoring van de vlaglidstaat. |
|
3. |
Kapiteins van vaartuigen van de Europese Unie die hun vangst in een haven van Kiribati aanlanden, moeten de controle op deze verrichtingen door ambtenaren die daartoe door Kiribati zijn gemachtigd, toestaan en vergemakkelijken. Na de controle wordt aan de kapitein van het vaartuig een attest afgegeven. |
AFDELING 5
Overlading
|
1. |
De vaartuigen van de Europese Unie die hun vangsten in de wateren van Kiribati willen overladen, doen dat in een op Kiribati aangewezen haven. De aangewezen havens zijn opgesomd in aanhangsel VI. |
|
2. |
De reders van die vaartuigen stellen het Ministerie van Visserij van Kiribati ten minste 48 uur van tevoren in kennis van de betrokken gegevens. |
|
3. |
Het overladen staat gelijk aan het einde van een visreis. De vaartuigen moeten derhalve hun vangstaangiften bij het Ministerie van Visserij van Kiribati indienen en meedelen of zij voornemens zijn door te gaan met vissen, dan wel de EEZ van Kiribati te verlaten. |
|
4. |
Vaartuigen van de Europese Unie die in de EEZ van Kiribati vissen, mogen onder geen beding hun vangsten op zee overladen. |
|
5. |
Overladen op een andere dan de hierboven beschreven wijze is niet toegestaan in de EEZ van Kiribati. Overtredingen worden bestraft met de sancties waarin de wet- en regelgeving van Kiribati voorziet. |
|
6. |
Kapiteins van vissersvaartuigen van de Europese Unie die hun vangst in een haven van Kiribati overladen, moeten de controle op deze verrichtingen door ambtenaren die daartoe door Kiribati zijn gemachtigd, toestaan en vergemakkelijken. Na de controle wordt aan de kapitein van het vaartuig een attest afgegeven. |
HOOFDSTUK IV
WAARNEMERS
|
1. |
Bij de indiening van een vismachtigingsaanvraag maakt ieder betrokken vaartuig van de Europese Unie de in hoofdstuk I, afdeling 2, punt 4, onder f), vastgestelde waarnemersbijdrage over op rekening nr. 4 van de regering van Kiribati. |
|
2. |
Vaartuigen van de Europese Unie die op grond van de overeenkomst in de EEZ van Kiribati mogen vissen, nemen waarnemers aan boord overeenkomstig de onderstaande bepalingen:
|
|
3. |
Onder voorbehoud van punt 2A van dit hoofdstuk meldt de betrokken reder tien dagen vóór de datum waarop volgens de planning de waarnemer bij het begin van de visreis aan boord moet worden genomen, de data en de havens van Kiribati die voor het aan boord nemen van de waarnemer zijn vastgesteld. |
|
4. |
Indien de waarnemer in een buitenlandse haven aan boord wordt genomen, zijn de reiskosten van de waarnemer voor rekening van de reder. Als een vaartuig met een waarnemer van Kiribati aan boord de EEZ van Kiribati verlaat, wordt alles in het werk gesteld om ervoor te zorgen dat de waarnemer zo spoedig mogelijk naar Kiribati kan terugkeren; de kosten hiervan zijn voor rekening van de reder. |
|
5. |
Indien de waarnemer zich binnen zes (6) uur na het afgesproken tijdstip nog niet op de afgesproken plaats heeft gemeld, wordt de reder automatisch ontheven van zijn verplichting hem aan boord te nemen. |
|
6. |
De waarnemer wordt aan boord als een officier behandeld. Hij verricht de volgende taken:
|
|
7. |
De kapitein van een aangewezen vaartuig dat in de EEZ van Kiribati actief is, verleent gemachtigde waarnemers toestemming om aan boord te komen en neemt binnen de grenzen van zijn bevoegdheid de nodige maatregelen om de fysieke veiligheid en het welzijn van de waarnemer bij de uitoefening van zijn taken te garanderen:
|
|
8. |
Tijdens zijn verblijf aan boord:
|
|
9. |
Tijdens zijn verblijf aan boord heeft de waarnemer:
|
|
10. |
Verslaglegging door de waarnemers:
|
|
11. |
De reder zorgt, op zijn kosten, voor kost en logies van de waarnemers, onder dezelfde voorwaarden als voor officieren. |
|
12. |
Het salaris en de sociale premies voor de waarnemer zijn voor rekening van de autoriteiten van Kiribati wanneer het vaartuig in de EEZ van Kiribati actief is. |
HOOFDSTUK V
CONTROLE EN HANDHAVING
AFDELING 1
Identificatie van het vaartuig
|
1. |
Voor visserijdoeleinden en omwille van de veiligheid van de zeevaart moet elk vaartuig overeenkomstig de „Standard Specifications for the Marking and Identification of Fishing Vessels” van de Voedsel- en landbouworganisatie (Food and Agricultural Organisation — FAO) gemerkt en geïdentificeerd zijn. |
|
2. |
De letter(s) van de haven of het district waarin het vaartuig is geregistreerd, en het nummer (of de nummers) waaronder het vaartuig is geregistreerd, moeten in een kleur die contrasteert met de ondergrond, aan weerszijden van de boeg zo hoog mogelijk boven de waterlijn zijn geschilderd of aangebracht, ten einde vanaf zee en vanuit de lucht duidelijk zichtbaar te zijn. De naam van het vaartuig en de haven van registratie moeten ook op de boeg en de achtersteven van het vaartuig zijn geschilderd. |
|
3. |
Kiribati en de Europese Unie kunnen zo nodig verlangen dat de internationale radioroepnaam (international radio call sign — IRCS), het IMO-nummer (Internationale Maritieme Organisatie) of de externe registratieletters en -nummers zodanig op het dak van het stuurhuis worden geschilderd, in een kleur die contrasteert met de ondergrond, dat zij vanuit de lucht duidelijk zichtbaar zijn:
|
|
4. |
Vaartuigen die hun naam en radioroepnaam of -signaal niet overeenkomstig de voorschriften kenbaar maken, kunnen voor verder onderzoek naar een haven in Kiribati worden geëscorteerd. |
|
5. |
De exploitant van het vaartuig zorgt ervoor dat de internationale nood- en oproepfrequentie 2 182 kHz (HF) en/of de internationale veiligheids- en oproepfrequentie 156,8 MHz (kanaal 16, VHF-FM) doorlopend wordt gemonitord om de communicatie met de beheers-, bewakings- en handhavingsautoriteiten van Kiribati op visserijgebied te vergemakkelijken. |
|
6. |
De exploitant van het vaartuig zorgt ervoor dat een recent en bijgewerkt exemplaar van het internationale seinboek (INTERCO) te allen tijde aan boord beschikbaar is. |
AFDELING 2
Communicatie met controlevaartuigen van Kiribati
|
1. |
De communicatie tussen de vaartuigen met een vismachtiging en de controlevaartuigen van de regering verloopt door middel van de volgende internationale signalen:
Internationaal signaal — Betekenis:
|
|
2. |
Kiribati verstrekt de Europese Commissie een lijst van alle controlevaartuigen die voor visserijcontroledoeleinden worden ingezet. Deze lijst bevat alle details van deze vaartuigen, met name: naam, vlag, type, foto, externe identificatietekens, IRCS en communicatiecapaciteit. |
|
3. |
De controlevaartuigen zijn duidelijk gemarkeerd en identificeerbaar als overheidsvaartuigen. |
AFDELING 3
Lijst van vaartuigen
De Europese Commissie houdt een lijst bij van vaartuigen waaraan een vismachtiging is afgegeven in het kader van dit protocol. Deze lijst wordt meteen na de vaststelling ervan en vervolgens na elke bijwerking ervan meegedeeld aan de voor de visserijcontrole bevoegde autoriteiten van Kiribati.
AFDELING 4
Geldende wet- en regelgeving
Het vaartuig en de exploitant ervan leven de bepalingen van deze bijlage en de wet- en regelgeving van Kiribati stipt na. Zij voldoen ook aan de internationale verdragen, overeenkomsten en visserijbeheersovereenkomsten waarbij zowel Kiribati als de Europese Unie partij zijn. Niet-naleving van deze bijlage en van de wet- en regelgeving van Kiribati kan aanleiding geven tot aanzienlijke boeten of andere civiel- of strafrechtelijke sancties.
AFDELING 5
Controleprocedures
|
1. |
Kapiteins van vaartuigen van de Europese Unie die in de EEZ van Kiribati vissen, moeten te allen tijde binnen de EEZ van Kiribati iedere voor de inspectie en controle van de visserijactiviteiten gemachtigde ambtenaar van Kiribati het aan boord gaan toestaan en vergemakkelijken, en hem bijstaan bij het vervullen van zijn taken. |
|
2. |
Met het oog op veilige controleprocedures moet het aan boord gaan worden voorafgegaan door een kennisgeving aan het vaartuig met vermelding van de identiteit van het inspectieplatform en de naam van de inspecteur. |
|
3. |
De gemachtigde ambtenaren hebben volledige toegang tot de documenten van het vaartuig, met inbegrip van de logboeken, vangstaangiften, documenten en elektronische apparatuur voor het registreren en opslaan van gegevens, en de kapitein van het vaartuig geeft de gemachtigde ambtenaren inzage in alle door de autoriteiten van Kiribati afgegeven vismachtigingen of andere in het kader van de overeenkomst vereiste documenten. |
|
4. |
De kapitein geeft onmiddellijk gevolg aan iedere redelijke instructie van gemachtigde ambtenaren, vergemakkelijkt het veilig aan boord gaan en de inspectie van het vaartuig, het vistuig, de apparatuur, de logboeken, de vis en de visproducten. |
|
5. |
De kapitein en de bemanningsleden vallen de gemachtigde ambtenaar tijdens de uitoefening van zijn taken niet aan, belemmeren hem niet, bieden hem geen weerstand, houden hem niet op, weigeren niet hem aan boord te laten, intimideren hem niet en mengen zich niet in zijn werkzaamheden. |
|
6. |
Deze ambtenaren mogen niet langer aan boord blijven dan voor de uitoefening van hun taken nodig is. |
|
7. |
Wanneer de bepalingen van dit hoofdstuk niet worden nageleefd, behoudt Kiribati zich het recht voor om de vismachtiging van het betrokken vaartuig te schorsen totdat de formaliteiten zijn vervuld en de sanctie toe te passen waarin de geldende wet- en regelgeving van Kiribati voorziet. De Europese Commissie wordt hiervan in kennis gesteld. |
|
8. |
Na de controle wordt aan de kapitein van het vaartuig een attest afgegeven. |
|
9. |
Kiribati zorgt ervoor dat al het personeel dat rechtstreeks bij de controle van vissersvaartuigen in het kader van de overeenkomst is betrokken, over de noodzakelijke vaardigheden beschikt om een visserijcontrole uit te voeren, en vertrouwd zijn met de betrokken visserijtakken. Tijdens de controle aan boord van de vissersvaartuigen waarop de overeenkomst van toepassing is, zorgen de gemachtigde visserijambtenaren van Kiribati ervoor dat de bemanning, het vaartuig en de lading worden behandeld met volledige eerbiediging van de internationale bepalingen in het kader van de procedures van de WCPFC voor het aan boord gaan en het inspecteren. |
AFDELING 6
Aanhoudingsprocedure
Aanhouding van vissersvaartuigen:
|
a) |
wanneer een vaartuig van de Europese Unie in de EEZ van Kiribati wordt aangehouden of een sanctie krijgt opgelegd, stelt het Ministerie van Visserij van Kiribati de delegatie daarvan binnen 24 uur in kennis; |
|
b) |
de delegatie ontvangt tegelijk een beknopt verslag over de omstandigheden van en de redenen voor de aanhouding. |
HOOFDSTUK VI
Verantwoordelijkheid voor het milieu
|
1. |
De vaartuigen van de Europese Unie erkennen dat het kwetsbare (mariene) milieu in de lagunes en atollen van Kiribati moet worden beschermd en lozen derhalve geen stoffen die de kwaliteit van de mariene hulpbronnen zouden kunnen schaden of daarop een nadelig effect zouden kunnen hebben. De Europese Unie voldoet aan de „Kiribati Environment Act” (milieuwet van Kiribati). |
|
2. |
Indien tijdens een visreis in de EEZ van Kiribati bunkering of overlading van een in de internationale code voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over zee (IMDG-code) opgenomen product plaatsvindt, wordt dit door de vaartuigen van de Europese Unie aan de autoriteiten van Kiribati gemeld. |
HOOFDSTUK VII
BEMANNING
|
1. |
Elk vaartuig van de Europese Unie dat vist in het kader van de overeenkomst, verbindt zich ertoe ten minste drie zeelieden van Kiribati als bemanningslid in dienst te nemen. De reders spannen zich in om bovenop dit aantal nog meer zeelieden uit Kiribati aan boord te nemen. |
|
2. |
Slaagt de reder er niet in om, als bepaald in lid 1, bemanningsleden van Kiribati in dienst te nemen aan boord van zijn vaartuig waarvoor een vismachtiging is afgegeven, dan betaalt hij een vrijstellingsvergoeding van 600 EUR per maand per bemanning. De reders betalen dit bedrag jaarlijks op rekening nr. 4 van de regering van Kiribati. |
|
3. |
De reders kiezen de op hun vaartuigen aan te monsteren zeelieden vrij uit op basis van een door het Ministerie van Visserij van Kiribati overgelegde lijst. |
|
4. |
De reder of zijn vertegenwoordiger deelt aan het Ministerie van Visserij van Kiribati de namen van de op het betrokken vaartuig aangemonsterde zeelieden van Kiribati mee, met vermelding van hun inschrijving op de bemanningslijst. |
|
5. |
De verklaring van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) over de fundamentele beginselen en rechten op het werk is van rechtswege van toepassing op zeelieden die zijn aangemonsterd op vaartuigen van de Europese Unie. Het gaat daarbij met name om de vrijheid van vereniging, de effectieve erkenning van het recht op collectieve onderhandeling en de bestrijding van discriminatie op het gebied van werk en beroep. |
|
6. |
De arbeidsovereenkomsten van de zeelieden van Kiribati, waarvan de ondertekenende partijen een afschrift ontvangen, worden gesloten tussen de vertegenwoordiger(s) van de reders en de zeelieden en/of hun vakverenigingen of vertegenwoordigers, in overleg met het Ministerie van Visserij van Kiribati. Deze overeenkomsten garanderen de zeelieden de aansluiting bij de socialezekerheidsregeling die op hen van toepassing is, met inbegrip van een overlijdens-, ziekte- en ongevallenverzekering. |
|
7. |
Het loon van de zeelieden van Kiribati komt ten laste van de reder. Het wordt vóór de afgifte van de vismachtigingen vastgesteld in onderling overleg tussen de reders of hun vertegenwoordigers enerzijds en het Ministerie van Visserij van Kiribati anderzijds. De bezoldigingsvoorwaarden van de zeelieden van Kiribati mogen evenwel niet ongunstiger zijn dan die welke worden toegepast voor bemanningen van Kiribati en mogen in geen geval ongunstiger zijn dan de IAO-normen. |
|
8. |
Alle op de vaartuigen van de Europese Unie aangemonsterde zeelieden moeten zich daags vóór de afgesproken datum van aanmonstering melden bij de kapitein van het aangewezen vaartuig. Indien de zeeman zich niet op de voor de aanmonstering afgesproken datum en tijd meldt, wordt de reder automatisch ontheven van zijn verplichting die zeeman aan te monsteren. |
HOOFDSTUK VIII
AANSPRAKELIJKHEID VAN DE EXPLOITANT
|
1. |
De exploitant ziet erop toe dat zijn vaartuig zeewaardig is en adequate reddings- en overlevingsmiddelen voor alle passagiers en bemanningsleden aan boord heeft. |
|
2. |
Ter bescherming van Kiribati en de onderdanen en inwoners daarvan zorgt de exploitant ervoor dat zijn vaartuig bij een internationaal erkende verzekeraar die door de autoriteiten van Kiribati aanvaardbaar wordt geacht, adequaat en volledig verzekerd is voor de EEZ van Kiribati, met inbegrip van de lagunes en atollen, de territoriale wateren en de onderwaterriffen, wat moet blijken uit het in hoofdstuk I, afdeling 2, punt 4, onder e), van deze bijlage bedoelde verzekeringsbewijs. |
|
3. |
Ingeval een vaartuig van de Europese Unie betrokken raakt bij een maritiem ongeval of incident op Kiribati met verontreiniging en enige vorm van schade aan milieu, goederen of personen tot gevolg, delen het vaartuig en de exploitant dit onverwijld mee aan de autoriteiten van Kiribati. Ingeval het vaartuig van de Europese Unie verantwoordelijk is voor de hierboven gemelde schade, zijn het vaartuig en de exploitant aansprakelijk voor de vergoeding de kosten van de hoger gemelde schade. |
Aanhangsels
|
I. |
Aanvraagformulier voor inschrijving van een vissersvaartuig in het register van de Republiek Kiribati |
|
II. |
Formulier voor de aanvraag van een vismachtiging |
|
III A. |
Regionaal spc/ffa-logboek voor de ringzegenvisserij |
|
III B. |
Regionaal spc/ffa-logboek voor de beugvisserij |
|
IV. |
Mededelingen |
|
V. |
VMS-protocol |
|
VI. |
Lijst van aangewezen havens |
|
VII. |
Geografische coördinaten van de visserijzone van Kiribati |
|
VIII. |
Gegevens over het Centrum voor visserijmonitoring van Kiribati |
Aanhangsel III A
REGIONAAL SPC/FFA-LOGBOEK VOOR DE RINGZEGENVISSERIJ
Aanhangsel III B
REGIONAAL SPC/FFA-LOGBOEK VOOR DE BEUGVISSERIJ
Aanhangsel IV
MEDEDELINGEN
BERICHTEN TER ATTENTIE VAN DE DIRECTEUR VISSERIJ
Tel. (686) 21099 Fax (686) 21120 E-mail: flue@mfmrd.gov.ki
1. Bericht bij het binnenvaren van de zone
24 uur vóór het binnenvaren van de visserijzone:
|
a) |
berichtcode (ZENT); |
|
b) |
registratienummer of nummer van de vergunning; |
|
c) |
radioroepnaam; |
|
d) |
datum van binnenvaren (DD-MM-JJ); |
|
e) |
tijdstip van binnenvaren (GMT); |
|
f) |
positie bij het binnenvaren; |
|
g) |
totale vangst aan boord in gewicht per soort:
|
bv. ZENT/89TKS-PS001TN/JJAP2/11.10.89/0635Z/0230N;17610E/SK-510:YF-120:OT-10
2. Bericht bij het vertrek uit de zone
Onmiddellijk na het verlaten van het visserijgebied:
|
a) |
berichtcode (ZDEP); |
|
b) |
registratienummer of nummer van de vergunning; |
|
c) |
radioroepnaam; |
|
d) |
datum van vertrek; |
|
e) |
tijdstip van vertrek (GMT); |
|
f) |
positie bij vertrek; |
|
g) |
vangst aan boord in gewicht per soort:
|
|
h) |
totale vangst in de zone in gewicht per soort (zoals vangst aan boord); |
|
i) |
totaal aantal visdagen (het werkelijke aantal dagen waarop een net of een beug in de zone is uitgezet). |
bv. ZDEP/89TKS-PS001TN/JJAP2/21.10.89/1045Z/0125S;16730E/SJ-450:YF-190:OT-4/SJ-42:BE-70:OT-1/14
3. Wekelijks bericht betreffende positie en vangst tijdens de aanwezigheid in de visserijzone
Elke dinsdag waarop het vaartuig in de visserijzone aanwezig is na het bericht van binnenvaren of het laatste wekelijkse bericht:
|
a) |
berichtcode (WPCR); |
|
b) |
registratienummer of nummer van de vergunning; |
|
c) |
radioroepnaam; |
|
d) |
datum van het wekelijks positie- en vangstbericht (DD:MM:JJ); |
|
e) |
positie bij verzending van het bericht; |
|
f) |
vangst sinds het laatste bericht:
|
|
g) |
visdagen sinds het laatste bericht. |
bv. WPCR/89TKS-PS001TN/JJAP2/11.12.89/0140N;16710W/SJ-23:YF-9:OT-2.0/7
4. Bericht bij het binnenvaren van een haven, ook indien voor overlading, bevoorrading, het aan wal brengen van bemanningsleden of in noodgevallen
Ten minste 48 uur voordat het vaartuig de haven binnenvaart:
|
a) |
berichtcode (PENT); |
|
b) |
registratienummer of nummer van de vergunning; |
|
c) |
radioroepnaam; |
|
d) |
datum van het bericht (DD:MM:JJ); |
|
e) |
positie bij verzending van het bericht; |
|
f) |
naam van de haven; |
|
g) |
vermoedelijke tijd van aankomst (LST) DDMM:uumm; |
|
h) |
vangst aan boord in gewicht per soort:
|
|
i) |
reden voor het binnenvaren van de haven. |
bv. PENT/89TKS-PS001TN/JJAP2/24.12.89/0130S;17010E/BETIO /26.12:1600L/SJ-562:YF-150:OT-4/TRANSSHIPPING
5. Bericht bij vertrek uit de haven
Onmiddellijk na het vertrek uit de haven:
|
a) |
berichtcode (PDEP); |
|
b) |
registratienummer of nummer van de vergunning; |
|
c) |
radioroepnaam; |
|
d) |
datum van het bericht (GMT) (DD:MM:JJ); |
|
e) |
naam van de haven; |
|
f) |
datum en tijdstip van vertrek (LST) DD-MM:uumm; |
|
g) |
vangst aan boord in gewicht per soort:
|
|
h) |
volgende bestemming. |
bv. PDEP/89TKS-PS001TN/JJAP2/30.12.89/BETIO/29.12:1600L/SJ-0.0:YF-0.0:OT-4/FISHING GROUND
6. Bericht bij het binnenvaren van of het vertrek uit een gesloten (verboden) of beschermd gebied
Ten minste 12 uur vóór het binnenvaren in een gesloten (verboden) of beschermd gebied en onmiddellijk na het verlaten van een dergelijk gebied:
|
a) |
berichtcode (ENCA bij het binnenvaren en DECA bij het verlaten); |
|
b) |
registratienummer of nummer van de vergunning; |
|
c) |
radioroepnaam; |
|
d) |
datum van ENCA of DECA; |
|
e) |
tijdstip van ENCA of DECA (GMT) DD-MM-JJ:uumm; |
|
f) |
positie bij het verzenden van ENCA of DECA (op 1 boogminuut nauwkeurig); |
|
g) |
snelheid en koers; |
|
h) |
reden voor ENCA. |
bv. ENCA/89TKS-PS001TN/JJAP2/30.12.89:1645Z/0130S;17010E/7:320/ENTER PORT
7. Voorafgaande melding van bijtanken van brandstof
Ten minste 24 uur vóór het bijtanken van brandstof uit een vergunninghoudende tanker:
|
a) |
berichtcode (FUEL); |
|
b) |
registratienummer of nummer van de vergunning; |
|
c) |
radioroepnaam; |
|
d) |
datum van het bericht (GMT); |
|
e) |
positie bij verzending van het bericht (op 1 boogminuut nauwkeurig); |
|
f) |
hoeveelheid brandstof aan boord (kiloliter); |
|
g) |
vermoedelijke datum van het bunkeren; |
|
h) |
vermoedelijke positie bij het bunkeren; |
|
i) |
naam van het tankschip. |
bv. FUEL/89TKS-PS001TN/JJAP2/06.02.90/0130S;17010E/35/08.02.90/0131S;17030E/CHEMSION
8. Bunkerbericht
Onmiddellijk na het bijtanken van brandstof uit een tankschip met een machtiging:
|
a) |
berichtcode (BUNK); |
|
b) |
registratienummer of nummer van de vergunning; |
|
c) |
radioroepnaam; |
|
d) |
datum en tijdstip waarop met het bunkeren is begonnen (GMT) DD-MM-JJ:uumm; |
|
e) |
positie bij de aanvang van het bunkeren; |
|
f) |
getankte hoeveelheid brandstof in kiloliter; |
|
g) |
tijdstip waarop het bunkeren is beëindigd (GMT); |
|
h) |
positie bij het beëindigen van het bunkeren; |
|
i) |
naam van het tankschip. |
bv. BUNK/89TKS-S001TN/JJAP2/08.02.90:1200Z/0131S;17030E/160/08.02.90:1800Z/0131S;17035E/CRANE PHOENIX
9. Bericht van overlading
Onmiddellijk na overlading, in een daartoe gemachtigde haven op Kiribati, op een vergunninghoudend transportvaartuig
|
a) |
berichtcode (TSHP); |
|
b) |
registratienummer of nummer van de vergunning; |
|
c) |
radioroepnaam; |
|
d) |
datum van lossing (DD-MM-JJ); |
|
e) |
loshaven; |
|
f) |
overgeladen vangst, in gewicht per soort:
|
|
g) |
naam van het koeltransportvaartuig; |
|
h) |
bestemming van de vangst. |
bv. TSHP/89TKS-PS001TN/JJAP2/11.12.89/BETIO/SJ-450:YF-150:OT-0.0/JAPANSTAR/PAGO PAGO
10. Bericht van beëindiging visserijactiviteit
Binnen 48 uur na het beëindigen van een visreis door het lossen van de lading in andere vissershavens (buiten Kiribati), met inbegrip van de operationele haven, of de thuishaven.
|
a) |
berichtcode (COMP); |
|
b) |
naam van het vaartuig; |
|
c) |
vergunningsnummer; |
|
d) |
radioroepnaam; |
|
e) |
datum van lossing (DD-MM-JJ); |
|
f) |
geloste vangst per soort:
|
|
g) |
naam van de haven. |
bv. COMP/89TKS-PS001TN/JJAP2/26.12.89/SJ-670:YF-65:OT-0.0/BETIO
Aanhangsel V
VMS-PROTOCOL
Bepalingen voor het volgen per satelliet van de vissersvaartuigen van de Europese Unie die in de EEZ van Kiribati vissen
|
1. |
Alle vissersvaartuigen met een lengte over alles van meer dan 15 m die in het kader van de overeenkomst visserijactiviteiten uitvoeren, worden per satelliet gevolgd wanneer zij zich in de EEZ van Kiribati bevinden.
Hiertoe delen de autoriteiten van Kiribati de coördinaten (lengte- en breedtegraad) van de EEZ van Kiribati mee aan de Europese Unie. De autoriteiten van Kiribati verstrekken deze gegevens in elektronische vorm, uitgedrukt in decimale graden (DD.DDD) (geodetisch systeem WGS84). |
|
2. |
De partijen wisselen overeenkomstig de punten 5 en 7 van dit aanhangsel gegevens uit inzake de adressen en de parameters voor de elektronische communicatie tussen hun Centra voor visserijmonitoring (CVM). Deze gegevens omvatten, voor zover mogelijk, de namen, telefoon-, telex- en faxnummers en de e-mailadressen die kunnen worden gebruikt voor de algemene communicatie tussen de CVM’s. |
|
3. |
De positie van de vaartuigen wordt bepaald met een foutenmarge van minder dan 500 m en een betrouwbaarheidsinterval van 99 %. |
|
4. |
Wanneer een op grond van de overeenkomst vissend vaartuig dat overeenkomstig de EU-wetgeving via satelliet wordt gevolgd, de EEZ van Kiribati binnenvaart, stuurt het CVM de opeenvolgende positierapporten (datum, tijdstip identificatie van het vaartuig, lengtegraad, breedtegraad, vaarrichting en -snelheid) onmiddellijk en met een tussentijd van maximaal 3 uur aan het Centrum voor visserijmonitoring (CVM) van Kiribati.
Voor het eerste positierapport van een vaartuig dat in de EEZ van Kiribati wordt aangetroffen, wordt de code ENTRY (ENT) gebruikt. Deze berichten hebben het in tabel 1 aangegeven formaat. Voor de volgende positierapporten van een vaartuig dat zich in de EEZ van Kiribati bevindt, wordt de code POSITION (POS) gebruikt. Deze berichten hebben het in tabel 2 aangegeven formaat. Voor het eerste positierapport van een vaartuig dat buiten de EEZ van Kiribati wordt aangetroffen, wordt de code EXIT (EXI) gebruikt. Deze berichten hebben het in tabel 3 aangegeven formaat. |
|
5. |
De in punt 4 van dit aanhangsel bedoelde berichten worden elektronisch verstuurd volgens het in dat punt aangegeven formaat (NAF), zonder aanvullend protocol. De communicatie ervan, met de in de tabellen 1, 2 en 3 vermelde inhoud, gebeurt in bijna-realtime. |
|
6. |
Als de aan boord van een vissersvaartuig aanwezige mobiele traceereenheid (MTU) onklaar is, meldt de kapitein van het vaartuig te gelegener tijd de in punt 4 van dit aanhangsel bedoelde gegevens manueel of op een andere wijze aan het CVM van de vlagstaat en aan het CVM van Kiribati. In dat geval moet om de 8 uur een algemeen positierapport worden verzonden. Dit algemene positierapport omvat de positierapporten die om de 3 uur door de kapitein van het vaartuig zijn geregistreerd overeenkomstig de in punt 4 van dit aanhangsel gestelde voorwaarden.
Onklare apparatuur wordt uiterlijk binnen één maand gerepareerd of vervangen. Wanneer die termijn verstreken is, moet het betrokken vaartuig de EEZ van Kiribati verlaten. |
|
7. |
De CVM’s van de vlagstaten controleren de bewegingen van hun vaartuigen in de EEZ van Kiribati. Als de vaartuigen niet volgens de vastgestelde voorwaarden kunnen worden gemonitord, wordt het CVM van Kiribati daarvan onmiddellijk na de constatering ervan in kennis gesteld en is de procedure van punt 6 van dit aanhangsel van toepassing. |
|
8. |
Als het CVM van Kiribati constateert dat de vlagstaat de in punt 4 van dit aanhangsel bedoelde informatie niet verstrekt, wordt de Europese Commissie daarvan onmiddellijk in kennis gesteld. |
|
9. |
De overeenkomstig deze bepalingen aan de andere partij gemelde monitoringgegevens dienen uitsluitend om de autoriteiten van Kiribati in staat te stellen de vaartuigen van de Europese Unie die op grond van de overeenkomst mogen vissen, te controleren en te monitoren. Deze gegevens mogen onder geen beding aan derden worden meegedeeld. |
|
10. |
De software en de hardwarecomponenten van de MTU moeten betrouwbaar zijn; het moet onmogelijk zijn de posities te vervalsen of manueel te bewerken.
Het systeem moet volledig automatisch en permanent operationeel zijn en mag niet worden beïnvloed door milieu- of klimaatfactoren. Het is verboden de MTU te vernielen, te beschadigen, buiten werking te stellen of te beïnvloeden. De kapiteins van de vaartuigen zien erop toe dat:
|
|
11. |
Geschillen over de interpretatie of de toepassing van deze bepalingen worden door de partijen in onderling overleg behandeld in de Gemengde Commissie die is ingesteld bij artikel 9 van de overeenkomst. |
|
12. |
De partijen komen overeen deze bepalingen indien nodig te herzien. |
MELDING VAN DE VMS-GEGEVENS AAN KIRIBATI
POSITIERAPPORT
Tabel 1 — Bericht van BINNENVAREN („ENTRY”)
|
Gegevenselement |
Veldcode |
Verplicht (M)/Facultatief (O) |
Opmerkingen |
|
Begin record |
SR |
M |
Systeemgegeven; geeft het begin van de record aan |
|
Adres |
AD |
M |
Berichtgegeven; ISO-drielettercode van het land van bestemming |
|
Verzender |
FR |
M |
Berichtgegeven; ISO-drielettercode van het land van verzending |
|
Nummer record |
RN |
O |
Berichtgegeven; volgnummer van het bericht voor het betrokken jaar |
|
Datum record |
RD |
O |
Berichtgegeven; datum van verzending |
|
Tijdstip van de record |
RT |
O |
Berichtgegeven; tijdstip van verzending |
|
Type bericht |
TM |
M |
Berichtgegeven; berichttype, „ENT” |
|
Naam vaartuig |
NA |
O |
Naam van het vaartuig |
|
Extern registratienummer |
XR |
O |
Vaartuiggegeven; boegnummer van het vaartuig |
|
Radioroepnaam |
RC |
M |
Vaartuiggegeven; internationale radioroepnaam van het vaartuig |
|
Naam van de kapitein |
MA |
M |
Naam van de kapitein van het vaartuig |
|
Intern referentienummer |
IR |
M |
Vaartuiggegeven; uniek nummer van het vaartuig van de betrokken partij (ISO-drielettercode van de vlagstaat, gevolgd door nummer) |
|
Breedtegraad |
LT |
M |
Positiegegeven; positie ± 99.999 (WGS-84) |
|
Lengtegraad |
LG |
M |
Positiegegeven; positie ± 999.999 (WGS-84) |
|
Snelheid |
SP |
M |
Positiegegeven; vaarsnelheid van het vaartuig in tienden van een knoop |
|
Vaarrichting |
CO |
M |
Positiegegeven; vaarrichting van het vaartuig op een schaal van 360° |
|
Datum |
DA |
M |
Positiegegeven; datum van registratie van de positie in UTC (JJJJMMDD) |
|
Tijdstip |
TI |
M |
Positiegegeven; tijdstip van registratie van de positie in UTC (UUMM) |
|
Einde record |
ER |
M |
Systeemgegeven; geeft het einde van de record aan |
Tabel 2 — Positiebericht/-verslag („POSITION”)
|
Gegevenselement |
Veldcode |
Verplicht (M)/Facultatief (O) |
Opmerkingen |
|
Begin record |
SR |
M |
Systeemgegeven; geeft het begin van de record aan |
|
Adres |
AD |
M |
Berichtgegeven; ISO-drielettercode van het land van bestemming |
|
Verzender |
FR |
M |
Berichtgegeven; ISO-drielettercode van het land van verzending |
|
Nummer record |
RN |
O |
Berichtgegeven; volgnummer van het bericht voor het betrokken jaar |
|
Datum record |
RD |
O |
Berichtgegeven; datum van verzending |
|
Tijdstip van de record |
RT |
O |
Berichtgegeven; tijdstip van verzending |
|
Type bericht |
TM |
M |
Berichtgegeven; type bericht, „POS” (1) |
|
Naam vaartuig |
NA |
O |
Naam van het vaartuig |
|
Extern registratienummer |
XR |
O |
Vaartuiggegeven; boegnummer van het vaartuig |
|
Radioroepnaam |
RC |
M |
Vaartuiggegeven; internationale radioroepnaam van het vaartuig |
|
Naam van de kapitein |
MA |
M |
Naam van de kapitein van het vaartuig |
|
Intern referentienummer |
IR |
M |
Vaartuiggegeven; uniek nummer van het vaartuig van de betrokken partij (ISO-drielettercode van de vlagstaat, gevolgd door nummer) |
|
Breedtegraad |
LT |
M |
Positiegegeven; positie ± 99.999 (WGS-84) |
|
Lengtegraad |
LG |
M |
Positiegegeven; positie ± 999.999 (WGS-84) |
|
Activiteit |
AC |
O (2) |
Positiegegeven; „ANC”, geeft de verminderde rapportage aan |
|
Snelheid |
SP |
M |
Positiegegeven; vaarsnelheid van het vaartuig in tienden van een knoop |
|
Vaarrichting |
CO |
M |
Positiegegeven; vaarrichting van het vaartuig op een schaal van 360° |
|
Datum |
DA |
M |
Positiegegeven; datum van registratie van de positie in UTC (JJJJMMDD) |
|
Tijdstip |
TI |
M |
Positiegegeven; tijdstip van registratie van de positie in UTC (UUMM) |
|
Einde record |
ER |
M |
Systeemgegeven; geeft het einde van de record aan |
Tabel 3 — Bericht van buitenvaren („EXIT”)
|
Gegevenselement |
Veldcode |
Verplicht (M)/Facultatief (O) |
Opmerkingen |
|
Begin record |
SR |
M |
Systeemgegeven; geeft het begin van de record aan |
|
Adres |
AD |
M |
Berichtgegeven; ISO-drielettercode van het land van bestemming |
|
Verzender |
FR |
M |
Berichtgegeven; ISO-drielettercode van het land van verzending |
|
Nummer record |
RN |
O |
Berichtgegeven; volgnummer van het bericht voor het betrokken jaar |
|
Datum record |
RD |
O |
Berichtgegeven; datum van verzending |
|
Tijdstip van de record |
RT |
O |
Berichtgegeven; tijdstip van verzending |
|
Type bericht |
TM |
M |
Berichtgegeven; berichttype, „EXI” |
|
Naam vaartuig |
NA |
O |
Naam van het vaartuig |
|
Extern registratienummer |
XR |
O |
Vaartuiggegeven; boegnummer van het vaartuig |
|
Radioroepnaam |
RC |
M |
Vaartuiggegeven; internationale radioroepnaam van het vaartuig |
|
Naam van de kapitein |
MA |
M |
Naam van de kapitein van het vaartuig |
|
Intern referentienummer |
IR |
M |
Vaartuiggegeven; uniek nummer van het vaartuig van de betrokken partij (ISO-drielettercode van de vlagstaat, gevolgd door nummer) |
|
Datum |
DA |
M |
Positiegegeven; datum van registratie van de positie in UTC (JJJJMMDD) |
|
Tijdstip |
TI |
M |
Positiegegeven; tijdstip van registratie van de positie in UTC (UUMM) |
|
Einde record |
ER |
M |
Systeemgegeven; geeft het einde van de record aan |
4. Rapportageformaat
De structuur van de gegevenstransmissie is als volgt:
|
— |
een dubbele schuine streep (//) en de letters „SR” geven het begin van een bericht aan, |
|
— |
een dubbele schuine streep (//) en een veldcode geven het begin van een gegeven aan, |
|
— |
een enkele schuine streep (/) scheidt de veldcode en de gegevens, |
|
— |
gegevenparen worden gescheiden door een spatie, |
|
— |
de letters „ER” en een dubbele schuine streep (//) geven het einde van een record aan. |
|
— |
Tekenset: ISO 8859.1 |
(1) Type mededeling „MAN” voor verslagen van vaartuigen met defect satellietvolgsysteem.
(2) Uitsluitend van toepassing indien het vaartuig POS-berichten met verminderde frequentie verzendt.
Aanhangsel VI
LIJST VAN AANGEWEZEN HAVENS
De aangewezen havens zijn:
|
— |
Tarawa |
|
— |
Kiritimati |
Aanhangsel VII
GEOGRAFISCHE COÖRDINATEN VAN DE VISSERIJZONE VAN KIRIBATI
Uiterlijk op de 30e dag na die waarop het protocol van kracht wordt, delen de autoriteiten van Kiribati de geografische coördinaten van de EEZ van Kiribati (kaart 83005-FLC) aan de EU mee.
Aanhangsel VIII
GEGEVENS OVER HET CENTRUM VOOR VISSERIJMONITORING VAN KIRIBATI
Naam van het Centrum voor visserijmonitoring: Fisheries Licensing and Enforcement Unit
Tel. VMS: 00686 21099
E-mail: VMS: fleu@mfmrd.gov.ki