This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32007D0539
2007/539/EC: Commission Decision of 4 July 2007 terminating the anti-dumping proceeding concerning imports of certain camera systems originating in Japan
2007/539/EG: Besluit van de Commissie van 4 juli 2007 tot beëindiging van de antidumpingprocedure betreffende de invoer van bepaalde camerasystemen van oorsprong uit Japan
2007/539/EG: Besluit van de Commissie van 4 juli 2007 tot beëindiging van de antidumpingprocedure betreffende de invoer van bepaalde camerasystemen van oorsprong uit Japan
PB L 198 van 31.7.2007, pp. 32–34
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
31.7.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 198/32 |
BESLUIT VAN DE COMMISSIE
van 4 juli 2007
tot beëindiging van de antidumpingprocedure betreffende de invoer van bepaalde camerasystemen van oorsprong uit Japan
(2007/539/EG)
DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,
Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,
Gelet op Verordening (EG) nr. 384/96 van de Raad van 22 december 1995 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1) (hierna „de basisverordening” genoemd), en met name op artikel 9,
Na raadpleging van het Raadgevend Comité,
Overwegende hetgeen volgt:
A. ONDERHAVIG ONDERZOEK
|
(1) |
Op 4 april 2006 heeft de Commissie een klacht ontvangen over invoer met schade veroorzakende dumping van bepaalde camerasystemen van oorsprong uit Japan. |
|
(2) |
De klacht werd op grond van artikel 4, lid 1, en artikel 5, lid 4, van de basisverordening ingediend door Grass Valley Nederland BV namens communautaire producenten die goed zijn voor een groot deel van de productie van de hier bedoelde camerasystemen in de Gemeenschap. |
|
(3) |
De klacht bevatte voorlopig bewijsmateriaal van het bestaan van dumping en de hieruit voortvloeiende aanmerkelijke schade, die voldoende werd geacht om de inleiding van een antidumpingprocedure te rechtvaardigen. |
|
(4) |
De Commissie heeft door de bekendmaking van een bericht van inleiding in het Publicatieblad van de Europese Unie (2) een antidumpingprocedure ingeleid betreffende de invoer in de Gemeenschap van bepaalde camerasystemen, momenteel ingedeeld onder de GN-codes ex 8525 80 19 , ex 8528 49 35 , ex 8528 49 91 , ex 8528 59 90 , ex 8529 90 92 , ex 8529 90 97 , ex 8537 10 91 , ex 8537 10 99 en 8543 70 90 (GN-codes sinds 1 januari 2007), van oorsprong uit Japan. |
|
(5) |
In het bericht van inleiding werd het product omschreven als zijnde bepaalde camerasystemen van oorsprong uit Japan bestaande uit:
die hetzij als een geheel of afzonderlijk worden ingevoerd, van oorsprong uit Japan. De camerasystemen behoeven niet noodzakelijkerwijs uit alle bovengenoemde onderdelen te bestaan. De hierboven genoemde verschillende onderdelen (behalve de camerakop) van een camerasysteem kunnen niet afzonderlijk functioneren en kunnen niet voor andere camerasystemen dan die van een bepaalde producent worden gebruikt. Lenzen en recorders die niet in dezelfde behuizing zijn opgenomen als de camerakop, vallen niet onder de productomschrijving. Het betrokken product kan worden gebruikt voor omroep en nieuwsgaring, het digitaal opnemen van films en voor andere professionele doeleinden, zoals onder meer voor het maken van materiaal voor onderwijs, amusement, reclame en van documentair videomateriaal, voor zowel interne als externe distributie. |
|
(6) |
Het product waarop Verordening (EG) nr. 2042/2000 van de Raad (3) betrekking heeft, namelijk televisiecamerasystemen van oorsprong uit Japan, momenteel vallende onder de GN-codes ex 8525 80 19 , ex 8528 49 35 , ex 8528 49 91 , ex 8528 59 90 , ex 8529 90 92 , ex 8529 90 97 , ex 8537 10 91 , ex 8537 10 99 en 8543 70 90 (GN-codes sinds 1 januari 2007), valt geheel en al onder de voorafgaand vermelde productdefinitie. In december 2006 bevestigde de Raad deze maatregelen bij Verordening (EG) nr. 1910/2006 (4) na een nieuw onderzoek bij het vervallen van maatregelen overeenkomstig artikel 11, lid 2, van de basisverordening, hierna „de oorspronkelijke maatregelen” genoemd. De oorspronkelijke maatregelen komen aan de orde in de parallelle Verordening (EG) nr. 906/2007 van de Raad (5). |
|
(7) |
De Commissie heeft de betrokken producenten/exporteurs, importeurs en verenigingen van importeurs of exporteurs, de vertegenwoordigers van het exporterende land, de gebruikers, de consumentenorganisaties en de communautaire producenten die de klacht hebben ingediend, officieel van de opening van het onderzoek op de hoogte gebracht. De belanghebbenden werden in de gelegenheid gesteld hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en konden binnen de in het bericht van inleiding vermelde termijn een verzoek indienen om te worden gehoord; aan alle betrokkenen werden vragenlijsten toegezonden. |
B. INTREKKING VAN DE KLACHT EN BEËINDIGING VAN DE PROCEDURE
|
(8) |
Bij brief van 12 april 2007 aan de Commissie heeft Grass Valley Nederland BV de klacht officieel ingetrokken. |
|
(9) |
Overeenkomstig artikel 9, lid 1, van de basisverordening kan de procedure worden beëindigd wanneer de klacht wordt ingetrokken, tenzij dit strijdig met het belang van de Gemeenschap is. |
|
(10) |
De Commissie was van oordeel dat deze procedure diende te worden beëindigd, daar bij het onderzoek niet is gebleken dat dit strijdig met het belang van de Gemeenschap is. De belanghebbenden zijn hiervan in kennis gesteld en zijn in de gelegenheid gesteld om hierover opmerkingen te maken. Er zijn geen opmerkingen ontvangen als zou beëindiging van de procedure strijdig met het belang van de Gemeenschap zijn. |
|
(11) |
De Commissie is daarom tot de conclusie gekomen dat de antidumpingprocedure betreffende de invoer in de Gemeenschap van bepaalde camerasystemen van oorsprong uit Japan zonder de instelling van antidumpingmaatregelen dient te worden beëindigd. |
|
(12) |
De in dit besluit vermelde bepalingen zijn in overeenstemming met het advies van het Raadgevend Comité, |
BESLUIT:
Enig artikel
De antidumpingprocedure betreffende de invoer in de Gemeenschap van bepaalde camerasystemen van oorsprong uit Japan wordt hierbij beëindigd.
Gedaan te Brussel, 4 juli 2007.
Voor de Commissie
Peter MANDELSON
Lid van de Commissie
(1) PB L 56 van 6.3.1996, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2117/2005 (PB L 340 van 23.12.2005, blz. 17).
(2) PB C 117 van 18.5.2006, blz. 8.
(3) PB L 244 van 29.9.2000, blz. 38. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1909/2006 (PB L 365 van 21.12.2006, blz. 1).
(4) PB L 365 van 21.12.2006, blz. 7.
(5) Zie bladzijde 1 van dit Publicatieblad.