Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32026R0331

Gedelegeerde Verordening (EU) 2026/331 van de Commissie van 13 februari 2026 tot aanvulling van Verordening (EU) 2024/3110 van het Europees Parlement en de Raad door de vaststelling van prestatieklassen met betrekking tot het essentiële kenmerk brandgedrag

C/2026/774

PB L, 2026/331, 21.4.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/331/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force: This act has been changed. Current consolidated version: 21/04/2026

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/331/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2026/331

21.4.2026

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2026/331 VAN DE COMMISSIE

van 13 februari 2026

tot aanvulling van Verordening (EU) 2024/3110 van het Europees Parlement en de Raad door de vaststelling van prestatieklassen met betrekking tot het essentiële kenmerk brandgedrag

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2024/3110 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 305/2011 (1), en met name artikel 5, lid 5, derde alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Om fabrikanten in staat te stellen voldoende gedetailleerde prestatieklassen van producten op te geven binnen de op grond van artikel 11 van Verordening (EU) 2024/3110 ingestelde geharmoniseerde zone, moeten prestatieklassen worden vastgesteld die zijn afgestemd op de recentste technologische en marktontwikkelingen.

(2)

Bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/364 van de Commissie (2) zijn prestatieklassen met betrekking tot het essentiële kenmerk brandgedrag vastgesteld op basis van Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad (3). Die prestatieklassen zijn echter niet van toepassing in het kader van Verordening (EU) 2024/3110. Om de continuïteit van het systeem te waarborgen, heeft de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening de Commissie derhalve geadviseerd dezelfde prestatieklassen vast te stellen als die welke zijn vastgesteld in Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/364.

(3)

De Commissie moet daarom de prestatieklassen vaststellen die moeten worden gebruikt voor de verklaring van de essentiële eigenschap brandgedrag,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De prestatieklassen met betrekking tot het essentiële kenmerk brandgedrag van producten worden vastgesteld zoals uiteengezet in de bijlage.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 13 februari 2026.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L, 2024/3110, 18.12.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/3110/oj.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/364 van de Commissie van 1 juli 2015 betreffende de indeling van bouwproducten in klassen van materiaalgedrag bij brand overeenkomstig Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 68 van 15.3.2016, blz. 4, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2016/364/oj).

(3)  Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PB L 88 van 4.4.2011, blz. 5, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/305/oj).


BIJLAGE

A.   SYMBOLEN

Voor de toepassing van deze bijlage zijn de volgende symbolen van toepassing:

Voor alle klassen

ΔΤ

temperatuurstijging

Δm

massaverlies

tf

duur van de ontvlamming

PCS

bruto calorische waarde

LFS

laterale vlamuitbreiding

SMOGRA

rookontwikkelingssnelheid

Voor alle klassen met uitzondering van klassen met betrekking tot elektrische leidingen

FIGRA

brandvoortplantingssnelheid

THR

totale warmteafgifte

TSP

totale rookproductie

Fs

vlamuitbreiding

Alleen voor klassen met betrekking tot elektrische leidingen

HRRsm30, kW

warmteafgifte volgens een voortschrijdend gemiddelde over 30 s

SPRsm60, m2/s

rookproductie volgens een voortschrijdend gemiddelde over 60 s

HRRmax, kW

maximum van HRRsm30 tussen begin en einde van de test, zonder de bijdrage van de ontstekingsbron

SPRmax, m2/s

maximum van SPRsm60 tussen begin en einde van de test

THR1200, MJ

totale warmteafgifte (HRRsm30) van begin tot einde van de test, zonder de bijdrage van de ontstekingsbron

TSP1200, m2

totale rookproductie (HRRsm60) van begin tot einde van de test

FIGRA, W/s

brandvoortplantingssnelheid gedefinieerd als de hoogste waarde van het quotiënt van HRRsm30, zonder de bijdrage van de ontstekingsbron, en de tijd. Drempelwaarden: HRRsm30 = 3 kW en THR = 0,4 MJ

FS

vlamuitbreiding (beschadigde lengte)

H

vlamuitbreiding

B.   DEFINITIES

Voor de toepassing van deze bijlage wordt verstaan onder:

1)

“materiaal”: een enkelvoudige basisstof of een gelijkmatig verdeeld mengsel van stoffen;

2)

“homogeen product”: een product bestaande uit één enkel materiaal met een gelijke dichtheid en samenstelling van het gehele product;

3)

“niet-homogeen product”: een product dat niet aan de omschrijving van een homogeen product voldoet en dat is samengesteld uit één of meer wezenlijke en/of niet-wezenlijke onderdelen;

4)

“wezenlijk onderdeel”: een materiaal dat een belangrijk deel van een niet-homogeen product uitmaakt. Een laag met een massa per oppervlakte-eenheid ≥ 1,0 kg/m2 of een dikte ≥ 1,0 mm wordt als wezenlijk onderdeel beschouwd;

5)

“niet-wezenlijk onderdeel”: een materiaal dat geen belangrijk deel van een niet-homogeen product uitmaakt. Een laag met een massa per oppervlakte-eenheid < 1,0 kg/m2 en een dikte < 1,0 mm wordt als niet-wezenlijk onderdeel beschouwd. Twee of meer niet-wezenlijke lagen die aan elkaar grenzen, d.w.z. zonder één of meer wezenlijke onderdelen tussen de lagen, worden als één niet-wezenlijk onderdeel beschouwd en worden ingedeeld volgens de criteria voor een laag die een niet-wezenlijk onderdeel is;

6)

“inwendig niet-wezenlijk onderdeel”: een niet-wezenlijk onderdeel dat aan beide zijden wordt afgedekt door ten minste één wezenlijk onderdeel;

7)

“uitwendig niet-wezenlijk onderdeel”: een niet-wezenlijk onderdeel dat aan één zijde niet wordt afgedekt door een wezenlijk onderdeel.

C.   PRESTATIEKLASSEN MET BETREKKING TOT HET ESSENTIËLE KENMERK BRANDGEDRAG VAN PRODUCTEN

Algemeen

De relevante definities, tests en prestatiecriteria worden volledig beschreven of vermeld in de desbetreffende geharmoniseerde technische specificaties, Europese beoordelingsdocumenten, Europese classificatienormen met betrekking tot brandgedrag en Europese testnormen.

1.   Producten met uitzondering van vloeren, lineaire warmte-isolatieproducten voor buizen, en elektrische leidingen

Tabel 1

Klasse

Testmethode(n)

Classificatiecriteria

Verplichte aanvullende verklaring

A1

Niet-brandbaarheidstest (1);

en

ΔΤ ≤ 30 °C;

en

Δm ≤ 50 %;

en

tf = 0 (d.w.z. ontvlamming niet in stand gehouden).

 

Verbrandingswarmtetest

PCS ≤ 2,0 MJkg-1  (1);

en

PCS ≤ 2,0 MJkg-1  (2)  (3);

en

PCS ≤ 1,4 MJm-2  (4);

en

PCS ≤ 2,0 MJkg-1  (5)

 

A2

Niet-brandbaarheidstest (1);

of

ΔΤ ≤ 50 °C;

en

Δm ≤ 50 %;

en

tf ≤ 20 s.

 

Verbrandingswarmtetest;

en

PCS ≤ 3,0 MJkg-1  (1);

en

PCS ≤ 4,0 MJm-2  (2);

en

PCS ≤ 4,0 MJm-2  (4);

en

PCS ≤ 3,0 MJkg-1  (5).

 

“Single burning item”-test.

FIGRA0,2MJ ≤ 120 Ws-1;

en

LFS < rand van het proefstuk;

en

THR600s ≤ 7,5 MJ.

Rookproductie (6);

en

Brandende druppels/deeltjes (7).

B

“Single burning item”-test;

en

FIGRA0,2MJ ≤ 120 Ws-1;

en

LFS < rand van het proefstuk;

en

THR600s ≤ 7,5 MJ.

Rookproductie (6);

en

Brandende druppels/deeltjes (7).

Ontvlambaarheidstest (8):

Blootstelling = 30 s.

Fs ≤ 150 mm binnen 60 s.

C

“Single burning item”-test;

en

FIGRA0,4MJ ≤ 250 Ws-1;

en

LFS < rand van het proefstuk;

en

THR600s ≤ 15 MJ.

Rookproductie (6);

en

Brandende druppels/deeltjes (7).

Ontvlambaarheidstest (8):

Blootstelling = 30 s.

Fs ≤ 150 mm binnen 60 s.

D

“Single burning item”-test;

en

FIGRA0,4MJ ≤ 750 Ws-1.

Rookproductie (6);

en

Brandende druppels/deeltjes (7).

Ontvlambaarheidstest (8):

Blootstelling = 30 s.

Fs ≤ 150 mm binnen 60 s.

E

Ontvlambaarheidstest (8):

Blootstelling = 15 s.

Fs ≤ 150 mm binnen 20 s.

Brandende druppels/deeltjes (9).

F

Ontvlambaarheidstest (8):

Blootstelling = 15 s.

Fs > 150 mm binnen 20 s.

 

(1)  Voor homogene producten en wezenlijke onderdelen van niet-homogene producten.

(2)  Voor elk uitwendig niet-wezenlijk onderdeel van niet-homogene producten.

(3)  Als alternatief, alle externe niet-wezenlijke onderdelen met een PCS ≤ 2,0 MJm-2, mits het product aan de volgende criteria van de “Single burning item”-test beantwoordt: FIGRA ≤ 20 Ws-1; en

LFS < rand van het proefstuk; en

THR600s ≤ 4,0 MJ; en

s1; en

d0.

(4)  Voor elk inwendig niet-wezenlijk onderdeel van niet-homogene producten.

(5)  Voor het gehele product.

(6)  s1 = SMOGRA ≤ 30 m2s-2 en TSP600s ≤ 50 m2;

s2 = SMOGRA ≤ 180 m2s-2 en TSP600s ≤ 200 m2;

s3 = niet s1 of s2.

(7)  d0 = geen brandende druppels/deeltjes tijdens “Single burning item”-test binnen 600 s;

d1 = geen brandende druppels/deeltjes langer dan 10 s tijdens “Single burning item”-test binnen 600 s;

d2 = niet d0 of d1;

Ontbranding van het papier tijdens ontvlambaarheidstest leidt tot indeling in d2.

(8)  Bij oppervlakteblootstelling aan de vlam en, indien relevant voor het beoogde gebruik van het product, blootstelling van de rand aan de vlam.

(9)  Geen ontbranding van het papier = geen bijkomende indeling;

Ontbranding van het papier = indeling in d2.

2.   vloeren

Tabel 2

Klasse

Testmethode(n)

Classificatiecriteria

Verplichte aanvullende verklaring

A1FL

Niet-brandbaarheidstest (10);

en

ΔΤ ≤ 30 °C;

en

Δm ≤ 50 %;

en

tf = 0 (d.w.z. ontvlamming niet in stand gehouden).

 

Verbrandingswarmtetest.

PCS ≤ 2,0 MJkg-1  (10);

en

PCS ≤ 2,0 MJkg-1  (11);

en

PCS ≤ 1,4 MJm-2  (12);

en

PCS ≤ 2,0 MJkg-1  (13).

 

A2FL

Niet-brandbaarheidstest (10);

of

ΔΤ ≤ 50 °C;

en

Δm ≤ 50 %;

en

tf ≤ 20 s.

 

Verbrandingswarmtetest;

en

PCS ≤ 3,0 MJkg-1  (10);

en

PCS ≤ 4,0 MJm-2  (11);

en

PCS ≤ 4,0 MJm-2  (12);

en

PCS ≤ 3,0 MJkg-1  (13).

 

Bepaling van het brandgedrag met behulp van een test van de stralingswarmtebron (14).

Kritieke flux (15) ≥ 8,0 kWm-2.

Rookproductie (16).

BFL

Bepaling van het brandgedrag met behulp van een test van de stralingswarmtebron (14);

en

Kritieke flux (15) ≥ 8,0 kWm-2.

Rookproductie (16).

Ontvlambaarheidstest (17):

Blootstelling = 15 s.

Fs ≤ 150 mm binnen 20 s.

CFL

Bepaling van het brandgedrag met behulp van een test van de stralingswarmtebron (14);

en

Kritieke flux (15) ≥ 4,5 kWm-2.

Rookproductie (16).

Ontvlambaarheidstest (17):

Blootstelling = 15 s.

Fs ≤ 150 mm binnen 20 s.

DFL

Bepaling van het brandgedrag met behulp van een test van de stralingswarmtebron (14);

en

Kritieke flux (15) ≥ 3,0 kWm-2.

Rookproductie (16).

Ontvlambaarheidstest (17):

Blootstelling = 15 s.

Fs ≤ 150 mm binnen 20 s.

EFL

Ontvlambaarheidstest (17):

Blootstelling = 15 s.

Fs ≤ 150 mm binnen 20 s.

 

FFL

Ontvlambaarheidstest (17):

Blootstelling = 15 s.

Fs > 150 mm binnen 20 s.

 

(10)  Voor homogene producten en wezenlijke onderdelen van niet-homogene producten.

(11)  Voor elk uitwendig niet-wezenlijk onderdeel van niet-homogene producten.

(12)  Voor elk inwendig niet-wezenlijk onderdeel van niet-homogene producten.

(13)  Voor het gehele product.

(14)  Testduur = 30 minuten.

(15)  Kritieke flux is gedefinieerd als de laagste van de volgende twee waarden: de stralingsflux waarbij de vlam uitdooft of de stralingsflux na een testperiode van 30 minuten (d.w.z. de flux die correspondeert met de grootste vlamuitbreiding).

(16)  s1 = rook ≤ 750 % min;

s2 = niet s1.

(17)  Bij oppervlakteblootstelling aan de vlam en, indien relevant voor het beoogde gebruik van het product, blootstelling van de rand aan de vlam.

3.   Lineaire warmte-isolatieproducten voor buizen

Tabel 3

Klasse

Testmethode(n)

Classificatiecriteria

Verplichte aanvullende verklaring

A1L

Niet-brandbaarheidstest (18);

en

ΔΤ ≤ 30 °C;

en

Δm ≤ 50 %;

en

tf = 0 (d.w.z. ontvlamming niet in stand gehouden).

 

Verbrandingswarmtetest.

PCS ≤ 2,0 MJkg-1  (18);

en

PCS ≤ 2,0 MJkg-1  (19);

en

PCS ≤ 1,4 MJm-2  (20);

en

PCS ≤ 2,0 MJkg-1  (21).

 

A2L

Niet-brandbaarheidstest (18);

of

ΔΤ ≤ 50 °C;

en

Δm ≤ 50 %;

en

tf ≤ 20 s.

 

Verbrandingswarmtetest;

en

PCS ≤ 3,0 MJkg-1  (18);

en

PCS ≤ 4,0 MJm-2  (19);

en

PCS ≤ 4,0 MJm-2  (20);

en

PCS ≤ 3,0 MJkg-1  (21).

 

“Single burning item”-test.

FIGRA0,2MJ ≤ 270 Ws-1;

en

LFS < rand van het proefstuk;

en

THR600s ≤ 7,5 MJ.

Rookproductie (22);

en

Brandende druppels/deeltjes (23).

BL

“Single burning item”-test;

en

FIGRA0,2MJ ≤ 270 Ws-1;

en

LFS < rand van het proefstuk;

en

THR600s ≤ 7,5 MJ.

Rookproductie (22);

en

Brandende druppels/deeltjes (23).

Ontvlambaarheidstest (24):

Blootstelling = 30 s.

Fs ≤ 150 mm binnen 60 s.

CL

“Single burning item”-test;

en

FIGRA0,2MJ ≤ 460 Ws-1;

en

LFS < rand van het proefstuk;

en

THR600s ≤ 15 MJ.

Rookproductie (22);

en

Brandende druppels/deeltjes (23).

Ontvlambaarheidstest (24):

Blootstelling = 30 s.

Fs ≤ 150 mm binnen 60 s.

DL

“Single burning item”-test;

en

FIGRA0,4MJ ≤ 2 100 Ws-1;

en

THR600s ≤ 100 MJ.

Rookproductie (22);

en

Brandende druppels/deeltjes (23).

Ontvlambaarheidstest (24):

Blootstelling = 30 s.

Fs ≤ 150 mm binnen 60 s.

EL

Ontvlambaarheidstest (24):

Blootstelling = 15 s.

Fs ≤ 150 mm binnen 20 s.

Brandende druppels/deeltjes (25).

FL

Ontvlambaarheidstest (24):

Blootstelling = 15 s.

Fs > 150 mm binnen 20 s.

 

(18)  Voor homogene producten en wezenlijke onderdelen van niet-homogene producten.

(19)  Voor elk uitwendig niet-wezenlijk onderdeel van niet-homogene producten.

(20)  Voor elk inwendig niet-wezenlijk onderdeel van niet-homogene producten.

(21)  Voor het gehele product.

(22)  s1 = SMOGRA ≤ 105 m2s-2 en TSP600s ≤ 250 m2;

s2 = SMOGRA ≤ 580 m2s-2 en TSP600s ≤ 1 600 m2;

s3 = niet s1 of s2.

(23)  d0 = geen brandende druppels/deeltjes tijdens “Single burning item”-test binnen 600 s;

d1 = geen brandende druppels/deeltjes langer dan 10 s tijdens “Single burning item”-test binnen 600 s;

d2 = niet d0 of d1;

Ontbranding van het papier tijdens ontvlambaarheidstest leidt tot indeling in d2.

(24)  Bij oppervlakteblootstelling aan de vlam en, indien relevant voor het beoogde gebruik van het product, blootstelling van de rand aan de vlam.

(25)  Geen ontbranding van het papier = geen bijkomende indeling;

Ontbranding van het papier = indeling in d2.

4.   Elektrische leidingen

Tabel 4

Klasse

Testmethode(n)

Classificatiecriteria

Verplichte aanvullende verklaring

Aca

Verbrandingswarmtetest.

PCS ≤ 2,0 MJkg-1  (26).

 

B1ca

Test van brandgedrag en rookproductie van een leidingenbundel (30 kW vlambron);

en

FS ≤ 1,75 m;

en

THR1200s ≤ 10 MJ

en

HRRmax ≤ 20 kW

en

FIGRA ≤ 120 Ws-1.

Rookproductie (27)  (28);

en

Brandende druppels/deeltjes (29);

en

Aciditeit (pH en geleidingsvermogen) (30).

Test van verticale vlamuitbreiding bij enkele leiding.

H ≤ 425 mm.

B2ca

Test van brandgedrag en rookproductie van een leidingenbundel (20,5 kW vlambron);

en

FS ≤ 1,5 m;

en

THR1200s ≤ 15 MJ

en

HRRmax ≤ 30 kW

en

FIGRA ≤ 150 Ws-1.

Rookproductie (27)  (31);

en

Brandende druppels/deeltjes (29);

en

Aciditeit (pH en geleidingsvermogen) (30).

Test van verticale vlamuitbreiding bij enkele leiding.

H ≤ 425 mm.

Cca

Test van brandgedrag en rookproductie van een leidingenbundel (20,5 kW vlambron);

en

FS ≤ 2,0 m;

en

THR1200s ≤ 30 MJ;

en

HRRmax ≤ 60 kW;

en

FIGRA ≤ 300 Ws-1.

Rookproductie (27)  (31);

en

Brandende druppels/deeltjes (29);

en

Aciditeit (pH en geleidingsvermogen) (30).

Test van verticale vlamuitbreiding bij enkele leiding.

H ≤ 425 mm.

Dca

Test van brandgedrag en rookproductie van een leidingenbundel (20,5 kW vlambron);

en

THR1200s ≤ 70 MJ;

en

HRRmax ≤ 400 kW;

en

FIGRA ≤ 1 300  Ws-1.

Rookproductie (27)  (31);

en

Brandende druppels/deeltjes (29);

en

Aciditeit (pH en geleidingsvermogen) (30).

Test van verticale vlamuitbreiding bij enkele leiding.

H ≤ 425 mm.

Eca

Test van verticale vlamuitbreiding bij enkele leiding.

H ≤ 425 mm.

 

Fca

Test van verticale vlamuitbreiding bij enkele leiding.

H > 425 mm.

 

(26)  Voor het gehele product, met uitzondering van metallische materialen, en voor uitwendige onderdelen (d.w.z. mantel) van het product.

(27)  s1 = TSP1200 ≤ 50 m2 en SPRmax ≤ 0,25 m2/s;

s1a = s1 en transmissie overeenkomstig test van rookproductie van brandende leiding ≥ 80 %;

s1b = s1 en transmissie overeenkomstig test van rookproductie van brandende leiding ≥ 60 % < 80 %;

s2 = TSP1200 ≤ 400 m2 en SPRmax ≤ 1,5 m2/s;

s3 = niet s1 of s2.

(28)  De voor leidingen van klasse B1ca aangegeven rookklasse moet resulteren uit de test van het brandgedrag en de rookproductie van een leidingenbundel (30 kW vlambron).

(29)  d0 = geen brandende druppels/deeltjes binnen 1 200  s;

d1 = geen brandende druppels/deeltjes langer dan 10 s binnen 1 200  s;

d2 = niet d0 of d1.

(30)  Aciditeit van gassen die worden geproduceerd tijdens test van brandende leidingen:

 

a1 = geleidingsvermogen < 2,5 μS/mm en pH > 4,3;

 

a2 = geleidingsvermogen < 10 μS/mm en pH > 4,3;

 

a3 = niet a1 of a2.

(31)  De voor leidingen van klasse B2ca, Cca, Dca aangegeven rookklasse moet resulteren uit de test van het brandgedrag en de rookproductie van een leidingenbundel (20,5 kW vlambron).


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2026/331/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)


Top