Use quotation marks to search for an "exact phrase". Append an asterisk (*) to a search term to find variations of it (transp*, 32019R*). Use a question mark (?) instead of a single character in your search term to find variations of it (ca?e finds case, cane, care).
Richtlijn 2014/62/EU stelt minimumnormen vast inzake strafbare feiten en sancties op het gebied van valsemunterij van de euro en andere valuta. Zij voert gemeenschappelijke bepalingen in om:
de bestrijding van strafbare feiten inzake valsemunterij te versterken;
het onderzoek naar deze strafbare feiten te verbeteren;
een betere samenwerking bij de bestrijding van valsemunterij te waarborgen.
KERNPUNTEN
De richtlijn is van toepassing op de bescherming van alle wettige betaalmiddelen, met inbegrip van eurobankbiljetten en -munten, en vervangt voor de lidstaten van de Europese Unie die eraan gebonden zijn Kaderbesluit 2000/383/JBZ van de Raad.
Strafbare feiten
De lidstaten zorgen ervoor dat de volgende gedragingen strafbaar zijn wanneer zij opzettelijk worden gepleegd:
elke frauduleuze vervaardiging of wijziging van valuta, met welke middelen dan ook;
het frauduleus in omloop brengen van valse valuta;
de invoer, uitvoer, vervoer, ontvangst of verkrijging van vals geld met het oog op het in omloop brengen ervan en in de wetenschap dat het vals is;
het frauduleus vervaardigen, ontvangen, verkrijgen of in bezit hebben van valsemunterijmiddelen en -componenten, met inbegrip van maar niet beperkt tot:
instrumenten, voorwerpen, computerprogramma's en gegevens die zijn aangepast voor het vervalsen of veranderen van valuta,
veiligheidskenmerken, zoals hologrammen, watermerken of andere onderdelen van valuta die dienen ter bescherming tegen vervalsing.
Deze strafbare feiten zijn eveneens van toepassing op bankbiljetten of munten die zijn vervaardigd met gebruikmaking van rechtmatige faciliteiten of materialen, in strijd met de rechten of voorwaarden waaronder bevoegde autoriteiten dergelijke bankbiljetten of munten mogen uitgeven. Zij zijn voorts van toepassing op bankbiljetten en munten die nog niet in omloop zijn gebracht, maar bestemd zijn om als wettig betaalmiddel in omloop te worden gebracht.
Uitlokking, hulp en medeplichtigheid, en poging
De lidstaten moeten er ook voor zorgen dat de volgende gedragingen als strafbaar feit strafbaar worden gesteld:
uitlokking van of hulp bij en medeplichtigheid aan een van de hierboven genoemde strafbare feiten;
poging tot het plegen van de strafbare feiten van het frauduleus vervaardigen of wijzigen van valuta, alsmede het in omloop brengen, invoeren, uitvoeren, vervoeren, ontvangen of verkrijgen van valse valuta.
Sancties tegen personen (natuurlijke personen)
Alle strafbare feiten inzake valsemunterij moeten worden bestraft met doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties. In de richtlijn worden de volgende minimumsancties vastgesteld:
strafbare feiten in verband met vervalsingsinstrumenten worden bestraft met een maximumstraf die voorziet in gevangenisstraf;
het frauduleus vervaardigen of vervalsen van valuta wordt bestraft met een maximale gevangenisstraf van ten minste acht jaar;
het in omloop brengen, verkrijgen en verhandelen van vals geld wordt bestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste vijf jaar;
voor het bewust doorgeven van vals geld dat te goeder trouw is ontvangen, kunnen de lidstaten voorzien in doeltreffende sancties, waaronder boetes en gevangenisstraffen.
Aansprakelijkheid van en sancties tegen rechtspersonen
Rechtspersonen kunnen aansprakelijk worden gesteld voor strafbare feiten inzake valsemunterij die in hun voordeel zijn gepleegd, en kunnen worden onderworpen aan een reeks strafrechtelijke of niet-strafrechtelijke sancties. Met name:
zijn rechtspersonen aansprakelijk wanneer het strafbare feit is gepleegd door een persoon met een leidende positie (vertegenwoordigingsbevoegdheid, beslissingsbevoegdheid of zeggenschap);
zij zijn ook aansprakelijk wanneer gebrek aan toezicht of controle door een dergelijke persoon het strafbare feit mogelijk heeft gemaakt;
de aansprakelijkheid van rechtspersonen sluit strafvervolging tegen de betrokken natuurlijke personen niet uit;
sancties omvatten strafrechtelijke of niet-strafrechtelijke boetes en kunnen ook het volgende omvatten:
uitsluiting van aanspraak op overheidsuitkeringen of -steun,
tijdelijke of permanente ontzegging van het recht om commerciële activiteiten uit te oefenen,
onder gerechtelijk toezicht stellen,
gerechtelijke liquidatie,
tijdelijke of permanente sluiting van inrichtingen die voor het plegen van het strafbare feit worden gebruikt.
Rechtsmacht
De lidstaten moeten rechtsmacht uitoefenen ten aanzien van strafbare feiten inzake valsemunterij om doeltreffende vervolging te waarborgen. Met name:
elke lidstaat moet rechtsmacht vestigen ten aanzien van strafbare feiten die zijn gepleegd op zijn grondgebied of door zijn onderdanen;
Lidstaten die de euro als munt hebben, moeten ook rechtsmacht vestigen ten aanzien van strafbare feiten in verband met de vervalsing van de euro die buiten hun grondgebied zijn gepleegd, ten minste wanneer de dader zich op hun grondgebied bevindt en niet wordt uitgeleverd, of wanneer op hun grondgebied valse eurobankbiljetten of -munten zijn ontdekt;
voor de vervolging van strafbare feiten in verband met de productie van valse eurobankbiljetten of -munten geldt niet de voorwaarde van dubbele strafbaarheid (d.w.z. de voorwaarde dat de feiten strafbaar zijn op de plaats waar zij zijn gepleegd).
Analyse en opsporing van valsemunterij
Tijdens strafprocedures moeten de bevoegde autoriteiten ervoor zorgen dat vermoedelijk valse eurobankbiljetten en -munten kunnen worden onderzocht met het oog op analyse, identificatie en opsporing. Dit is van cruciaal belang om criminele netwerken op te sporen en een coherente handhavingsstrategie mogelijk te maken. Met name:
het onderzoek door het relevante Nationaal Analysecentrum en het relevante Nationale Analysecentrum voor Munten moet onverwijld worden toegestaan;
de bevoegde autoriteiten moeten de nodige monsters uiterlijk zodra een definitieve beslissing over de strafprocedure is genomen, toezenden aan het betrokken Nationaal Analysecentrum en het betrokken Nationaal Muntanalysecentrum.
VANAF WANNEER TREDEN DE REGELS IN WERKING?
De richtlijn diende uiterlijk te zijn omgezet in nationaal recht op . De bepalingen van de richtlijn zijn met ingang van dezelfde datum van toepassing geworden.
Richtlijn 2014/62/EU van het Europees Parlement en de Raad van betreffende de strafrechtelijke bescherming van de euro en andere munten tegen valsemunterij en ter vervanging van Kaderbesluit 2000/383/JBZ van de Raad (PB L 151 van , blz. 1-8).
Achtereenvolgende wijzigingen aan Richtlijn 2014/62/EU werden in de basistekst opgenomen. Deze geconsolideerde versie is enkel van documentaire waarde.
GERELATEERDE DOCUMENTEN
Verordening (EG) nr. 1338/2001 van de Raad tot vaststelling van maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij.