Kies de experimentele functies die u wilt uitproberen

Dit document is overgenomen van EUR-Lex

Eenparigheid van stemmen

Eenparigheid van stemmen, waarbij alle EU-lidstaten het eens moeten zijn, is een van de stemregels van de Raad. De Raad moet op een aantal beleidsterreinen, die door de lidstaten als gevoelig worden beschouwd, met eenparigheid stemmen.

De beleidsterreinen waarop de Raad met eenparigheid van stemmen handelt, worden uitputtend opgesomd in de verdragen.

De Europese Akte werd getekend in 1986 en wijzigde het Verdrag van Rome om de Europese integratie een nieuwe impuls te geven en de interne markt te voltooien. Deze verminderde het aantal beleidsterreinen waarvoor eenparigheid van stemmen was vereist om de wetgeving goed te keuren.

Het Verdrag van Lissabon, dat in 2009 van kracht is geworden, omvat de laatste wijziging van de verdragen en zorgde voor een uitbreiding van het aantal beleidsterreinen waarop besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid van toepassing is in de Raad.

Op een beperkt aantal als gevoelig beschouwde beleidsterreinen is nog steeds eenparigheid van stemmen vereist:

  • belastingen;
  • sociale zekerheid of sociale bescherming;
  • de toetreding van nieuwe EU-lidstaten;
  • gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB), met inbegrip van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB);
  • operationele politiële samenwerking tussen lidstaten.

Met de passerelle kunnen echter uitzonderingen worden toegestaan op de wetgevingsprocedures waarin de verdragen voorzien. In de passerelle zijn procedures vastgelegd waarbij eenparigheid van stemmen wordt vervangen door stemmen met gekwalificeerde meerderheid, of besluitvormingsprocedures voor bepaalde terreinen worden aangepast.

Met de passerelle heeft de Europese Raad bijvoorbeeld de bevoegdheid om de Raad met eenparigheid van stemmen toe te staan om te handelen met gekwalificeerde meerderheid, zie:

  • Artikel 48, lid 7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie – VEU;
  • Artikel 31, lid 3 VEU (GBVB);
  • Artikel 312, lid 2 van het Verdrag betreffende de werking van de EU – VWEU (Meerjarig financieel kader – MFK).

Verder heeft de Raad van de Europese Unie met de passerelle de bevoegdheid om na raadpleging van het Europees Parlement met eenparigheid van stemmen te besluiten om de gewone wetgevingsprocedure van toepassing te verklaren op specifieke onderwerpen. Voorbeelden daarvan zijn:

  • Artikel 81, lid 3 VWEU (familierecht met grensoverschrijdende gevolgen);
  • Artikel 153, lid 2 VWEU (sociaal beleid);
  • Artikel 192, lid 2 VWEU (milieubeleid).

Tenslotte heeft de Raad met de passerelle de bevoegdheid om met eenparigheid van stemmen te besluiten om met gekwalificeerde meerderheid te handelen (artikel 333 VWEU (nauwere samenwerking)).

Eveneens kan de Raad in overeenstemming met artikel 293, lid 1 VWEU, waar de Raad handelt naar aanleiding van een voorstel van de Commissie, dit voorstel wijzigen met eenparigheid van stemmen, waarbij een aantal uitzonderingen gelden.

ZIE OOK

Naar boven