This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52012PC0167
Proposal for a REGULATION OF THE EUROPEAN PARLIAMENT AND OF THE COUNCIL amending Regulation (EC) No 223/2009 on European statistics
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 223/2009 betreffende de Europese statistiek
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 223/2009 betreffende de Europese statistiek
/* COM/2012/0167 final - 2012/0084 (COD) */
Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr. 223/2009 betreffende de Europese statistiek /* COM/2012/0167 final - 2012/0084 (COD) */
TOELICHTING 1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL Er zijn steeds vaker betrouwbare statistieken
nodig om beleidsmakers, bedrijven en burgers in staat te stellen goede op
feiten gebaseerde beslissingen te nemen. Daarom is de grootste zorg voor alle
statistische instanties ervoor te zorgen dat de geproduceerde gegevens van hoge
kwaliteit zijn. In 2005 werd overeenstemming bereikt over een Praktijkcode
Europese statistieken[1],
en in 2009 werd het juridische basiskader voor de ontwikkeling, productie en
verspreiding van Europese statistieken door het Europees statistisch systeem
(ESS) gemoderniseerd met de goedkeuring van Verordening (EG) nr. 223/2009 van
het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2009 betreffende de Europese
statistiek[2]. De recente economische ontwikkelingen hebben
opnieuw aangetoond dat de geloofwaardigheid van de statistieken verder moet
worden versterkt. De economische beleidsinstrumenten en resultaten worden meer
dan ooit tevoren beïnvloed door de stemming op de wereldwijde financiële markten
en de strategieën van degenen die daarbij betrokken zijn. Statistieken zijn nu
zo geloofwaardig als het publiek, en met name de financiële markten, denkt dat
zij zijn. De betrouwbaarheid van statistische gegevens met betrekking tot
technische criteria inzake kwaliteitsbeoordeling is een eerste vereiste om het
vertrouwen van de gebruikers te winnen. Maar even belangrijk is de
geloofwaardigheid van de instellingen die de statistieken produceren. Daarom
moet de professionele onafhankelijkheid van de statistische instanties speciale
aandacht te krijgen en door de wet worden gewaarborgd. De Commissie erkende deze feiten en wees in
haar mededeling "Naar een robuust kwaliteitsbeheer voor de Europese
statistiek"[3]
op de noodzaak versterking van de governance van het Europees statistisch
systeem (ESS) te bevorderen door ervoor te zorgen dat de professionele
onafhankelijkheid van de nationale instituten voor de statistiek (NSI) een
onaantastbaar principe is, door hun coördinerende rol in de nationale
statistische systemen te verduidelijken en door vaker gebruik te maken van
administratieve gegevens voor statistische doeleinden. Voorts werd voorgesteld
"vertrouwensverbintenissen voor de statistiek" ten uitvoer te leggen,
om de nationale regeringen zich bewust te maken van hun rol ten aanzien van en
hun medeverantwoordelijkheid voor de geloofwaardigheid van de officiële
statistieken door de onafhankelijkheid van de NSI te waarborgen. Volgens de
mededeling moeten al deze maatregelen worden ingevoerd door middel van een wijziging
van Verordening (EG) nr. 223/2009. Daarnaast moet de Praktijkcode Europese
statistieken dienovereenkomstig worden herzien[4]. De diagnose in bovengenoemde mededeling en de
voorgestelde verbeteringen hebben de steun gekregen van de Raad Economische en Financiële
Zaken (3100ste vergadering op 20 juni 2011). Het cruciale belang van
het beginsel van professionele onafhankelijkheid van de NSI werd ook expliciet
erkend door het Europees Parlement en de Raad in het "six-pack" aan
wetgeving voor een sterker economisch bestuur, dat in december 2011 in werking
is getreden. Hierin werd duidelijk gesteld dat de professionele
onafhankelijkheid van de nationale statistische autoriteiten onder andere
transparante aanwervings- en ontslagprocedures vereist die uitsluitend
gebaseerd zijn op professionele criteria[5].
Bovendien heeft het Europees Parlement op 13 maart 2012 een resolutie
goedgekeurd waarin de Commissie werd opgeroepen om op korte termijn maatregelen
te nemen om het kwaliteitsbeheer en de governance in de Europese statistiek te
verbeteren. 2. RESULTATEN VAN DE
RAADPLEGING VAN BETROKKEN PARTIJEN Het voorstel bouwt grotendeels voort op de
definitieve conclusies en aanbevelingen van de task force van het ESS voor de
herziening van Verordening (EG) nr. 223/2009 en voor de
vertrouwensverbintenissen voor de statistiek, die tussen juni en oktober 2011
meermaals is bijeengekomen. Deze task force bestond uit vertegenwoordigers van
14 landen en besprak vier belangrijke onderwerpen uit de mededeling "Naar
een robuust kwaliteitsbeheer voor de Europese statistiek" met betrekking
tot de versterking van de governance van het Europees statistisch systeem: de
onafhankelijkheid van de nationale instituten voor de statistiek, hun
coördinerende rol in de nationale statistische systemen, het gebruik en beheer
van administratieve gegevens en de "vertrouwensverbintenissen voor de
statistiek". Verder is over het ontwerpvoorstel overlegd
met het ESS-comité, dat als algemene taak heeft het ESS te voorzien van
professionele begeleiding bij de ontwikkeling, productie en verspreiding van
Europese statistieken overeenkomstig de statistische beginselen. 3. JURIDISCHE ELEMENTEN VAN HET
VOORSTEL In het voorstel wordt opgeroepen tot een
herziening van het huidige juridische basiskader voor de Europese statistiek,
om dit aan te passen aan de behoeften van en uitdagingen voor het beleid als
gevolg van de recente ontwikkelingen in de wereldeconomie voor de Europese
statistiek. Het belangrijkste doel is de governance in het Europese
statistische systeem verder te versterken, om de grote geloofwaardigheid ervan
te behouden en op passende wijze tegemoet te komen aan de gegevensbehoeften die
het gevolg zijn van de versterkte coördinatie van het economisch beleid in de
Europese Unie. In dit verband is met name de professionele
onafhankelijkheid van de nationale statistische instanties van groot belang.
Het huidige voorstel verwijst expliciet naar de hoofden van de NSI, omdat de
onafhankelijkheid van deze personen bij de uitoefening van hun taak een voorwaarde
is voor de onafhankelijkheid van de desbetreffende instellingen. Daarom is het
essentieel dat de hoofden van de NSI de vrijheid hebben om te beslissen over
processen, statistische methoden, normen en procedures en over de inhoud en het
tijdstip van statistische berichten en publicaties voor alle Europese
statistieken. Zij mogen geen aanwijzingen vragen aan nationale overheden en
andere instellingen en zij moeten worden beschermd tegen het ontvangen van
dergelijke aanwijzingen. Bovendien moeten de hoofden van de NSI aanzienlijke
autonomie krijgen in de besluitvorming over het interne beheer van het bureau
voor de statistiek en moet het hun worden toegestaan zich publiekelijk uit te
spreken over de begroting die het nationale bureau voor de statistiek ter beschikking
heeft om statistische taken uit te voeren. Bovendien moeten er transparante,
wettelijk bindende voorschriften komen voor de benoeming, de overplaatsing en
het ontslag van hoofden van de NSI, die uitsluitend gebaseerd mogen zijn op
professionele criteria. De hoofden van de NSI moeten echter niet
alleen een grote mate van autonomie genieten, maar moeten ook verantwoording
afleggen over de resultaten van de NSI, zowel wat de statistische output als de
uitvoering van de begroting betreft. Derhalve moeten zij ieder jaar een verslag
indienen over de statistische werkzaamheden en de financiële situatie van hun
instantie. Zoals de Commissie in haar mededeling
"Naar een robuust kwaliteitsbeheer voor de Europese statistiek"
voorschreef, omvat het voorstel voor een wijziging van Verordening (EG) nr.
223/2009 ook de vaststelling van "vertrouwensverbintenissen voor de
statistiek". Deze verklaringen over de naleving van de Praktijkcode
Europese statistieken, en met name het principe van de onafhankelijkheid van de
NSI, hebben als doel de statistische governance in de EU te versterken en de
geloofwaardigheid van Europese statistieken te waarborgen. Volgens het voorstel
moeten de verbintenissen worden ondertekend door de regeringen van alle
lidstaten en medeondertekend door de Commissie, beide op het hoogste
toepasselijke niveau. Elke vertrouwensverbintenis moet door de betrokken
lidstaat zelf worden opgesteld en specifieke verbeteringsmaatregelen voor dat
land bevatten. De daadwerkelijke uitvoering van deze acties zullen worden
gemonitord door Eurostat als onderdeel van de al bestaande periodieke
beoordeling van de naleving van de Praktijkcode Europese statistieken door de
lidstaten. De coördinerende rol van de NSI in de
nationale statistische systemen wordt verduidelijkt door het voorstel tot
wijziging van artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 223/2009. Er zijn
expliciete verwijzingen toegevoegd naar instellingen en functies die moeten
worden gecoördineerd. Een andere wijziging die de rol van de NSI
verduidelijkt, is het nieuwe artikel 17 bis over de toegang tot en het gebruik
en de integratie van administratieve bestanden, dat het huidige artikel 24
vervangt. Het belangrijkste doel is een wetgevingskader op te stellen voor een
uitgebreider gebruik van administratieve gegevensbronnen voor de productie van
Europese statistieken zonder dat de respondenten, de NSI en de andere nationale
autoriteiten extra worden belast. Volgens het voorstel moeten de NSI, voor
zover nodig, worden betrokken bij beslissingen over de opstelling, de
ontwikkeling en de beëindiging van administratieve bestanden die kunnen worden
gebruikt voor de opstelling van statistische gegevens. Zij moeten tevens
normalisatiewerkzaamheden terzake coördineren en metagegevens over voor
statistische doeleinden gebruikte administratieve gegevens ontvangen. De NSI,
andere nationale instanties en Eurostat moeten gratis en tijdig toegang tot
administratieve bestanden krijgen, maar alleen binnen hun respectieve
bestuurssysteem en alleen voor zover dit noodzakelijk is voor de ontwikkeling,
productie en verspreiding van Europese statistieken. De wijziging van artikel 6 van Verordening
(EG) nr. 223/2009 heeft betrekking op de noodzaak om de onafhankelijke positie
van Eurostat op het niveau van de Unie op dezelfde wijze veilig te stellen als
wordt voorgesteld voor de NSI op nationaal niveau. Het is van vitaal belang
voor de geloofwaardigheid van het gehele Europees statistisch systeem en werd
in de voorafgaande raadpleging van belanghebbenden sterk benadrukt door de
grote meerderheid van de lidstaten. Om de begrotingsplanning voor statistische
activiteiten te vereenvoudigen en stabieler te maken, werd bovendien de
programmeringsperiode van het Europees statistisch programma in overeenstemming
gebracht met het meerjarige financiële kader van de Unie. Ten slotte wordt in de voorgestelde wijziging
van Verordening (EG) nr. 223/2009 rekening gehouden met de nodige aanpassingen
van het Verdrag van Lissabon, wat de gedelegeerde bevoegdheden en
uitvoeringsbevoegdheden van de Commissie betreft. 4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING Het voorstel zal naar verwachting geen
gevolgen hebben voor de middelen binnen het ESS. Het is juist bedoeld om de
coördinatie en samenwerking binnen het systeem te vereenvoudigen en te
verbeteren, hetgeen uiteindelijk moet leiden tot een efficiëntere productie van
Europese statistieken en tot een vermindering van de enquêtedruk. In de benodigde personele middelen binnen de
Commissie zal worden voorzien door middel van het personeel van het
directoraat-generaal dat reeds voor het beheer van de desbetreffende
rechtshandeling is toegewezen en/of binnen het directoraat-generaal is
heringedeeld. 5. AANVULLENDE INFORMATIE Geen. 2012/0084 (COD) Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN
DE RAAD tot wijziging van Verordening (EG) nr.
223/2009 betreffende de Europese statistiek (Voor de EER en Zwitserland relevante tekst) HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN
DE EUROPESE UNIE, Gezien het Verdrag betreffende de werking van
de Europese Unie, en met name artikel 338, lid 1, Gezien het voorstel van de Europese Commissie, Na toezending van het ontwerp van
wetgevingshandeling aan de nationale parlementen, Handelend volgens de gewone
wetgevingsprocedure, Overwegende hetgeen volgt: (1) Het Europees statistisch
systeem (ESS) heeft als partnerschap in het algemeen met succes zijn
activiteiten voor de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese
statistieken van hoge kwaliteit geconsolideerd, onder meer door de verbetering
van de governance van het systeem. (2) Recentelijk zijn echter
enkele zwakke punten ontdekt, met name met betrekking tot het kader voor het
statistische kwaliteitsbeheer. (3) De Commissie heeft in haar
mededeling van 15 april 2011 aan het Europees Parlement en de Raad
"Naar een robuust kwaliteitsbeheer voor de Europese statistiek"[6] maatregelen voorgesteld om deze
zwakke punten aan te pakken. Zij heeft met name een doelgerichte wijziging van
Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van
11 maart 2009 betreffende de Europese statistiek[7] voorgesteld. (4) In zijn conclusies van
20 juni 2011 heeft de Raad (Ecofin) het initiatief van de Commissie
verwelkomd en het belang van een voortdurende verbetering van de governance en
de efficiëntie van het ESS benadrukt. (5) Voorts moet rekening worden
gehouden met het effect van recente ontwikkelingen in verband met de
economische governance van de Unie op statistisch gebied, met name aspecten in
verband met de statistische onafhankelijkheid, zoals transparante aanwervings-
en ontslagprocedures, toewijzing van budgetten en tijdsschema's voor
voorpublicaties, zoals bepaald in Verordening (EG) nr. 1175/2011 van het
Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 tot wijziging van
Verordening (EG) nr. 1466/97 over versterking van het toezicht op
begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch
beleid[8],
en die in verband met de eis dat instanties die toezicht moeten houden op de
toepassing van nationale begrotingsregels functioneel autonoom zijn, zoals bepaald
in Verordening (EU) nr. …/… van het Europees Parlement en de Raad betreffende
gemeenschappelijke voorschriften voor het monitoren en beoordelen van
ontwerpbegrotingsplannen en voor het garanderen van de correctie van
buitensporige tekorten van de lidstaten van het eurogebied. (6) Die aspecten mogen niet
beperkt blijven tot statistieken die worden geproduceerd ten behoeve van het
systeem voor begrotingstoezicht en de procedure bij buitensporige tekorten,
maar moeten van toepassing zijn op alle Europese statistieken die door het ESS
worden ontwikkeld, geproduceerd en verspreid. (7) Voor de professionele
onafhankelijkheid van de statistische instanties is het bovendien noodzakelijk
dat de middelen die op een jaarlijkse of meerjarige basis worden toegewezen om
te voldoen aan de statistische behoeften, toereikend zijn. (8) Daartoe moet de professionele
onafhankelijkheid van de statistische instanties worden versterkt en moeten
minimumnormen worden gehandhaafd, met name wat de hoofden van de nationale
instituten voor de statistiek (NSI's) betreft, aan wie specifieke garanties
moeten worden geboden met betrekking tot de uitvoering van statistische taken,
het organisatorisch management en de toewijzing van middelen. (9) Bovendien moet de
werkingssfeer van de reeds aan de NSI's toegewezen coördinerende rol worden
verduidelijkt, zodat de statistische activiteiten, waaronder het
kwaliteitsbeheer, op nationaal niveau efficiënter kunnen worden gecoördineerd. (10) Om de lasten voor statistische
instanties en de respondenten te verminderen, moeten de NSI's en andere
nationale instanties snel en kosteloos toegang hebben tot en gebruik kunnen
maken van administratieve bestanden, ook die welke langs elektronische weg
worden opgeslagen, en deze bestanden kunnen integreren in statistieken. (11) De NSI's moeten verder in een
vroeg stadium worden geraadpleegd over het ontwerp van nieuwe administratieve
bestanden waaruit gegevens kunnen worden geput voor statistische doeleinden en
over geplande wijzigingen in of de beëindiging van bestaande administratieve
bronnen. Zij moeten van de eigenaren van administratieve gegevens ook relevante
metagegevens ontvangen en normalisatiewerkzaamheden coördineren betreffende
administratieve bestanden die relevant zijn voor de productie van statistische
gegevens. (12) De vertrouwelijkheid van
gegevens uit administratieve bestanden moet worden beschermd overeenkomstig de
gemeenschappelijke beginselen en richtsnoeren die van toepassing zijn op alle
vertrouwelijke gegevens die worden gebruikt voor de productie van Europese
statistieken. Tevens moeten kaders worden geschapen voor de beoordeling van de
kwaliteit van die gegevens. (13) De kwaliteit van de Europese
statistieken kan worden verbeterd en het vertrouwen van de gebruikers kan
worden vergroot door de nationale overheden mede verantwoordelijk te maken voor
de toepassing van de Praktijkcode Europese statistieken. Daartoe moet in elke
lidstaat een "vertrouwensverbintenis voor de statistiek" worden
ingevoerd, die specifieke verbintenissen van de regering bevat om de code en
nationale kwaliteitsborgingsprogramma's toe te passen, met inbegrip van
zelfevaluaties en verbeteracties. (14) Daar de productie van Europese
statistieken met het oog op een hoge mate van onafhankelijkheid moet zijn
gebaseerd op een operationele en financiële planning op lange termijn, moet het
Europees statistisch programma dezelfde periode bestrijken als het meerjarig
financieel kader. (15) Bij Verordening (EG)
nr. 223/2009 zijn de Commissie bevoegdheden verleend om een aantal bepalingen
van die verordening uit te voeren; na de inwerkingtreding van het Verdrag van
Lissabon moeten de bevoegdheden van de Commissie uit hoofde van die verordening
worden aangepast aan de artikelen 290 en 291 van het Verdrag. (16) De Commissie moet de bevoegdheid
krijgen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag gedelegeerde
handelingen vast te stellen ter aanvulling of wijziging van bepaalde
niet-essentiële onderdelen van Verordening (EG) nr. 223/2009, teneinde
kwaliteitsvereisten, zoals streefwaarden en minimumnormen voor de productie van
statistieken, te formuleren wanneer de statistieksectorwetgeving daarin niet
voorziet. De Commissie dient ervoor te zorgen dat deze gedelegeerde handelingen
voor de lidstaten en de respondenten geen aanzienlijke extra administratieve
lasten opleveren. (17) Het is van bijzonder belang
dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadpleging
overgaat, onder meer op deskundigenniveau. De Commissie moet bij de
voorbereiding en opstelling van de gedelegeerde handelingen ervoor zorgen dat
de desbetreffende documenten tijdig en op gepaste wijze gelijktijdig worden
toegezonden aan het Europees Parlement en aan de Raad. (18) Er is behoefte aan uniforme
voorwaarden voor het verlenen van toegang tot vertrouwelijke gegevens voor
wetenschappelijke doeleinden. Aan de Commissie dienen uitvoeringsbevoegdheden
te worden verleend, zodat zij de bepalingen, regels en voorwaarden voor die
toegang op het niveau van de Unie kan vaststellen in overeenstemming met de onderzoeksprocedure
van artikel 5 van Verordening (EG) nr. 182/2011 van het Europees
Parlement en de Raad tot vaststelling van de algemene voorschriften en
beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de
uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren[9]. (19) Aangezien de doelstelling van
deze verordening niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt en
beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in
artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde
subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde
artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel, gaat deze verordening niet verder
dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken. (20) Het Comité voor het Europees
statistisch systeem is geraadpleegd, HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING
VASTGESTELD: Artikel 1 Verordening (EG) nr. 223/2009 wordt als
volgt gewijzigd: (1)
Artikel 2, lid 1, onder a), wordt
vervangen door: "a) "professionele onafhankelijkheid":
de ontwikkeling, productie en verspreiding van statistieken moeten op
onafhankelijke wijze geschieden, met name ten aanzien van de keuze van de te
gebruiken technieken, definities, methoden en bronnen en het tijdstip en de
inhoud van alle vormen van verspreiding, zonder inmenging van politieke of
andere belangengroepen of van Unie- of nationale instanties;" (2)
Artikel 5, lid 1, wordt vervangen door: "1. Elke lidstaat wijst een nationale
instantie voor de statistiek aan als het orgaan dat verantwoordelijk is voor de
coördinatie van alle activiteiten op nationaal niveau in verband met de
ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken (de NSI) en
dat in dat verband als enig aanspreekpunt voor de Commissie (Eurostat) fungeert
voor statistische aangelegenheden. De coördinerende taak van de NSI heeft
betrekking op alle andere nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor
de ontwikkeling, de productie en de verspreiding van Europese statistieken. De
NSI is met name op nationaal niveau verantwoordelijk voor de coördinatie van de
statistische programmering en verslaggeving, de kwaliteitscontrole, de
methoden, de datatransmissie en de communicatie over statistische acties van
het ESS." (3)
Het volgende artikel 5 bis wordt ingevoegd: "Artikel
5 bis
Hoofden van NSI's 1. Binnen hun nationaal statistisch
systeem hebben de hoofden van NSI's als enige de beslissingsbevoegdheid ten
aanzien van processen, statistische methoden, normen en procedures en over de
inhoud en het tijdstip van statistische berichten en publicaties voor alle
Europese statistieken. Zij beslissen over alle kwesties met betrekking tot het
interne beheer van de NSI. Zij coördineren de statistische activiteiten van
alle nationale instanties die bijdragen tot de ontwikkeling, productie en
verspreiding van Europese statistieken. Bij de uitvoering van deze taken
handelen de hoofden van NSI's onafhankelijk; zij vragen noch aanvaarden
instructies van overheids- of niet-overheidsinstellingen, ‑organen of ‑instanties;
zij onthouden zich van elke handeling die onverenigbaar is met de uitvoering
van deze taken. 2. De procedures voor de aanwerving,
de overplaatsing en het ontslag van hoofden van NSI's zijn transparant en
uitsluitend gebaseerd op professionele criteria. 3. De hoofden van NSI's zijn
verantwoordelijk voor de statistische werkzaamheden en de uitvoering van de
begroting van hun NSI; zij publiceren een jaarverslag en kunnen opmerkingen
maken over kwesties in verband met de toewijzing van budgetten voor de
statistische activiteiten van hun NSI. 4. De hoofden van NSI's
vertegenwoordigen hun nationaal statistisch systeem in het ESS." (4)
Artikel 6, lid 2, wordt vervangen door: "2. De Commissie (Eurostat) draagt
er op het niveau van de Unie op onafhankelijke wijze zorg voor dat Europese
statistieken volgens de vastgestelde regels en statistische beginselen worden
geproduceerd. Zij heeft in dit verband als enige de beslissingsbevoegdheid ten
aanzien van processen, statistische methoden, normen en procedures en over de
inhoud en het tijdstip van statistische berichten." (5)
Aan artikel 11 wordt het volgende lid 3
toegevoegd: "3. De lidstaten nemen de nodige
maatregelen om de Praktijkcode toe te passen met het oog op het behoud van het
vertrouwen in hun statistieken. Daartoe ondertekent elke lidstaat, vertegenwoordigd
door zijn regering, een "vertrouwensverbintenis voor de statistiek",
waarbij specifieke beleidsverbintenissen worden aangegaan om de Praktijkcode
toe te passen en een nationaal kwaliteitsborgingsprogramma met zelfevaluaties
en verbeteringsmaatregelen op te stellen, en komt hij die verbintenis na. De
verbintenis wordt medeondertekend door de Commissie. Deze verbintenissen worden door de Commissie
regelmatig gecontroleerd op basis van jaarlijkse verslagen van de lidstaten. De
Commissie legt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze verordening aan
het Europees Parlement en de Raad een verslag voor over de nakoming van deze
verbintenissen." (6)
In artikel 12, lid 2, wordt de tweede
alinea vervangen door: "Specifieke kwaliteitsvereisten, zoals
streefwaarden en minimumnormen voor de productie van statistieken, kunnen in de
sectorwetgeving worden vastgelegd. Wanneer hiertoe in de sectorwetgeving geen
bepalingen zijn opgenomen, kan de Commissie bij gedelegeerde handeling
overeenkomstig artikel 26 bis dergelijke specifieke
kwaliteitsvereisten vaststellen." (7)
Artikel 13, lid 1, wordt vervangen door: "1. Het
Europees statistisch programma legt het kader voor de ontwikkeling, productie
en verspreiding van Europese statistieken, de voornaamste gebieden en de
doelstellingen van de voorgenomen acties vast voor een periode die overeenkomt
met die van het meerjarig financieel kader. Het wordt door het Europees
Parlement en de Raad vastgesteld. Het effect en de kosteneffectiviteit ervan
worden beoordeeld met medewerking van onafhankelijke deskundigen." (8)
Het volgende artikel 17 bis wordt
ingevoegd: "Artikel
17 bis Toegang,
gebruik en integratie van administratieve bestanden "1. Om de enquêtedruk te
verminderen, hebben de NSI's, de andere nationale instanties bedoeld in
artikel 4 en de Commissie (Eurostat) het recht op snelle en kosteloze
toegang tot en gebruik van alle administratieve bestanden en op de integratie
van die administratieve bestanden in statistieken, voor zover dit noodzakelijk
is voor de ontwikkeling, de productie en de verspreiding van Europese
statistieken. 2. De NSI's en de Commissie (Eurostat)
worden geraadpleegd over en betrokken bij het oorspronkelijke ontwerp, de
daaropvolgende ontwikkeling en de beëindiging van administratieve bestanden die
zijn opgezet en in stand worden gehouden door andere organen, waardoor het
latere gebruik van deze gegevens voor statistische doeleinden wordt
vergemakkelijkt. Zij hebben het recht om normalisatiewerkzaamheden betreffende
voor de productie van statistische gegevens relevante administratieve bestanden
te coördineren. 3. De toegang en de betrokkenheid van
de NSI's, van andere nationale instanties en van de Commissie (Eurostat)
overeenkomstig de leden 1 en 2 zijn beperkt tot administratieve bestanden
binnen hun respectieve bestuursstelsels. 4. De NSI's ontvangen relevante
metagegevens van de eigenaren van voor statistische doeleinden gebruikte
administratieve bestanden. 5. De NSI's en de eigenaren van
administratieve bestanden voorzien in de nodige samenwerkingsmechanismen." (9)
In artikel 23 wordt de tweede alinea vervangen
door: "De regelingen, voorschriften en
voorwaarden voor toegang op het niveau van de Unie worden vastgesteld
overeenkomstig de onderzoeksprocedure van artikel 27, lid 2." (10)
Artikel 24 wordt geschrapt. (11)
Het volgende artikel 26 bis wordt
ingevoegd: "Artikel
26 bis
Uitoefening van gedelegeerde bevoegdheden 1. De bevoegdheid om gedelegeerde
handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit
artikel neergelegde voorwaarden. 2. De in artikel 12, lid 2,
bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de
Commissie toegekend voor een periode van vijf jaar met ingang van de datum van
inwerkingtreding van deze verordening. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden
voor het einde van de termijn van vijf jaar een verslag op over de
bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met
termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad
zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze
verlenging verzet. 3. Het Europees Parlement of de Raad
kan de in artikel 12, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen
tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de
delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op
de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese
Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de
reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. 4. Zodra de Commissie een gedelegeerde
handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het
Europees Parlement en de Raad. 5. Een overeenkomstig artikel 12,
lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien
het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee
maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de
Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad
voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij
daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het
Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd." (12)
Artikel 27 wordt vervangen door: "Artikel
27
Comité 1. De Commissie wordt bijgestaan door
het Comité voor het Europees statistisch systeem. Dat comité is een comité in
de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011. 2. Wanneer naar dit lid wordt
verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het
Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de voorschriften en algemene
beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de
uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren, van
toepassing." Artikel 2 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de
twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de
Europese Unie. Deze verordening is verbindend in al
haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat. Gedaan te Brussel, op 17.4.2012 Voor het Europees Parlement Voor
de Raad De voorzitter De
voorzitter [1] Aanbeveling van de Commissie over de onafhankelijkheid,
integriteit en verantwoordingsplicht van de nationale en communautaire
statistische instanties, COM(2005) 217 definitief van 25.5.2005. [2] PB L 87 van 31.3.2009, blz. 164. [3] COM(2011) 211 definitief van 15.4.2011. [4] Een herziening van de Praktijkcode Europese statistieken
werd op 28 september 2011 goedgekeurd door het Comité voor het Europees
statistisch systeem. [5] Verordening (EU) nr. 1175/2011 van het Europees
Parlement en de Raad van 16 november 2011 tot wijziging van Verordening (EG)
nr. 1466/97 van de Raad over versterking van het toezicht op
begrotingssituaties en het toezicht op en de coördinatie van het economisch
beleid, PB L 306 van 23.11.2011, blz. 12. [6] COM(2011) 211 definitief. [7] PB L 87 van 31.3.2009, blz. 164. [8] PB L 306 van 23.11.2011, blz. 12. [9] PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.