Dit document is overgenomen van EUR-Lex
Document 52003PC0121(02)
Proposal for a Council Decision concerning the conclusion of an Agreement in the form of an exchange of letters between the European Community and the Republic of Croatia concerning the system of ecopoints to be applied to Croatian transit traffic through Austria
Voorstel voor een Besluit van de Raad inzake de sluiting van een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kroatië betreffende het ecopuntensysteem dat zal worden toegepast op het transitoverkeer door Oostenrijk uit de Republiek Kroatië
Voorstel voor een Besluit van de Raad inzake de sluiting van een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kroatië betreffende het ecopuntensysteem dat zal worden toegepast op het transitoverkeer door Oostenrijk uit de Republiek Kroatië
/* COM/2003/0121 def. - CNS 2003/0051 */
Voorstel voor een Besluit van de Raad inzake de sluiting van een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kroatië betreffende het ecopuntensysteem dat zal worden toegepast op het transitoverkeer door Oostenrijk uit de Republiek Kroatië /* COM/2003/0121 def. - CNS 2003/0051 */
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD inzake de sluiting van een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kroatië betreffende het ecopuntensysteem dat zal worden toegepast op het transitoverkeer door Oostenrijk uit de Republiek Kroatië (door de Commissie ingediend) TOELICHTING 1. De Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kroatië betreffende handel en aanverwante zaken werd op 28 januari 2002 gesloten en is op 1 maart 2002 in werking getreden [1]. In het aan deze Overeenkomst gehechte Protocol nr. 6 inzake het transitoverkeer over de weg is bepaald dat er vanaf 1 januari 2003 een ecopuntensysteem geldt voor het transitoverkeer door Oostenrijk uit de Republiek Kroatië. [1] PB L 330 van 14.12.2001, blz.3. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, lid 2, onder b) van dit Protocol worden de wijze van berekening en de gedetailleerde voorschriften en procedures voor beheer en controle van de ecopunten te zijner tijd vastgesteld bij een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Overeenkomstsluitende partijen, en komen deze overeen met de bepalingen van de artikelen 11 en 14, lid 2, van protocol nr. 9 bij de Akte van Toetreding van de Republiek Oostenrijk, het Koninkrijk Zweden en de Republiek Finland tot de Europese Unie, waarbij het in de Gemeenschap geldende ecopuntensysteem is ingesteld. 2. De onderhandelingen over de briefwisseling vonden plaats in juli en november 2002. Tijdens de onderhandelingen informeerden de diensten van de Commissie de lidstaten en pleegden met deze het nodige overleg. De aangehechte tekst werd op 15 november 2002 door het in het kader van de Interimovereenkomst opgerichte subcomité voor vervoer geparafeerd. Bij dezelfde gelegenheid werd de werking van het systeem dat gedurende het jaar 2002 op het transitoverkeer tussen de Republiek Oostenrijk en de Republiek Kroatië werd toegepast, onderzocht waarbij geen discriminerende effecten werden vastgesteld. 3. In de Overeenkomst is het aantal ecopunten vastgesteld dat voor het jaar 2003 is toegewezen aan vrachtwagens uit de Republiek Kroatië op basis van het beginsel dat de "behandeling niet minder gunstig zal zijn dan voor vrachtwagens uit de Gemeenschap". Er zijn ook bepalingen opgenomen voor passende documenten, procedureregels en controlemethodes om het systeem te beheren. De Commissie verzoekt de Raad een beslissing te nemen over de ondertekening en de voorlopige toepassing van de Overeenkomst en een aanvang te maken met de procedure voor het sluiten daarvan. Dienovereenkomstig legt zij de Raad de volgende twee voorstellen voor: 1. Voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening en de voorlopige toepassing van een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling inzake de toepassing van het ecopuntensysteem op het transitoverkeer door Oostenrijk uit de Republiek Kroatië. 2. Voorstel voor een besluit van de Raad met betrekking tot het sluiten van de Overeenkomst. 2003/0051 (CNS) Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD inzake de sluiting van een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kroatië betreffende het ecopuntensysteem dat zal worden toegepast op het transitoverkeer door Oostenrijk uit de Republiek Kroatië DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE, Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 71 (1), in samenhang met artikel 300(2), lid 1, eerste zin, eerste alinea, en artikel 300(3), lid 1, Gezien het voorstel van de Commissie [2], [2] PB C van , blz. . Gezien het advies van het Europees Parlement [3], [3] PB C van , blz.. . Overwegende hetgeen volgt: (1) In de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kroatië betreffende handel en aanverwante zaken [4], en met name in artikel 2, lid 2, onder b), van Protocol nr. 6, is bepaald dat een ecopuntensysteem van toepassing wordt overeenkomstig het systeem dat is voorgeschreven bij artikel 11 van protocol 9 bij de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden tot de Europese Unie. [4] PB L 330 van 14.12.2001, blz.3. (2) De Commissie heeft namens de Gemeenschap onderhandeld over een Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kroatië waarin de berekeningsmethode en de gedetailleerde voorschriften en procedures voor het beheer en de controle van de ecopunten worden vastgesteld. (3) Deze Overeenkomst is namens de Gemeenschap ondertekend op ...., behoudens eventuele sluiting op een later tijdstip, overeenkomstig Besluit ../.../EG van de Raad van .... (4) Deze Overeenkomst zou moeten worden goedgekeurd. BESLUIT: Artikel 1 De Overeenkomst in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kroatië inzake de toepassing van het ecopuntensysteem op het transitoverkeer door Oostenrijk uit de Republiek Kroatië wordt hierbij namens de Gemeenschap goedgekeurd. De tekst van de Overeenkomst is aan dit besluit gehecht. Artikel 2 Dit besluit wordt gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. Gedaan te Brussel, Voor de Raad De Voorzitter OVEREENKOMST in de vorm van een briefwisseling tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kroatië inzake de toepassing van het ecopuntensysteem op het transitoverkeer door Oostenrijk uit de Republiek Kroatië vanaf 1 januari 2003 A. Brief van de Europese Gemeenschap Mevrouw, Mijnheer, Ik heb de eer u mede te delen dat, na onderhandelingen tussen de delegatie van de Republiek Kroatië en de delegatie van de Europese Gemeenschap, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, lid 2, onder b), van Protocol nr. 6, artikel 12, lid 3, onder b) van de Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kroatië het volgende is overeengekomen: "1. Er worden ecopunten (transitorechten) toegewezen voor uit de Republiek Kroatië afkomstige vrachtwagens in transito door Oostenrijk, en wel als volgt: voor 2003 - 171.904 ecopunten. Voorts worden er extra ecopunten toegewezen voor uit de Republiek Kroatië afkomstige gebruikers van de "Rollende Landstrasse", en wel tot een maximum van 40% van het totale aantal ecopunten voor dat jaar, neerkomende op: voor 2003 - 68.762 ecopunten. Ecopunten voor gebruikers van de "Rollende Landstrasse" worden aan de overheid van de Republiek Kroatië toegewezen op basis van de ecopunten voor twee ritten over de weg voor elke twee retourritten op de RoLa. De Oostenrijkse maatschappijen voor gecombineerd vervoer verstrekken het ministerie van Maritieme Zaken, Vervoer en Verkeer van de Republiek Kroatië maandelijks informatie over gebruikers van gecombineerd vervoer uit de Republiek Kroatië in transito door Oostenrijk . Voor transitoritten die in de in bijlage A vermelde omstandigheden worden verreden of die met een ECMV-vergunning worden gedaan behoeven geen ecopunten te worden betaald. 2. De bestuurder van een vrachtwagen uit de Republiek Kroatië heeft op het grondgebied van Oostenrijk aan boord en stelt op verzoek van de controle-instanties te allen tijde ter controle beschikbaar: (a) hetzij een volledig ingevuld standaardformulier of een Oostenrijks certificaat waarin de betaling van de ecopunten voor de betrokken rit wordt bevestigd en dat aan het model in bijlage B beantwoordt en hierna 'ecokaart' wordt genoemd, (b) hetzij een op het motorvoertuig gemonteerde elektronische inrichting waarmee automatisch ecopunten kunnen worden gedebiteerd, hierna 'ecodoosje' genoemd, (c) passende documentatie om aan te tonen dat een ecopuntvrije transitorit als omschreven in bijlage A of in het kader van een ECMV-vergunning wordt gemaakt, of (d) passende documenten waaruit blijkt dat het geen transitorit betreft en, indien het voertuig met een ecodoosje is uitgerust, het ecodoosje voor dat doel is ingesteld. De ecokaart wordt door de bevoegde Oostenrijkse instanties verstrekt tegen betaling van de aan de vervaardiging en verzending verbonden kosten van de ecopunten en ecokaarten. 3. Ecodoosjes worden vervaardigd, geprogrammeerd en geïnstalleerd overeenkomstig de in bijlage C vervatte algemene technische specificaties. Het ministerie van Maritieme Zaken, Vervoer en Verkeer van de Republiek Kroatië wordt gemachtigd de ecodoosjes goed te keuren, te programmeren en te installeren. Het ecodoosje wordt zodanig geprogrammeerd dat het informatie bevat over het land van registratie en over de NOx-waarde van het motorvoertuig, als vermeld in het in lid 4 omschreven COP ('Conformity of Production')-document. Het ecodoosje wordt op een in bijlage D aangegeven plaats op de voorruit van het motorvoertuig bevestigd. Het ecodoosje mag niet verwijderbaar zijn. 4. De bestuurder van een op of na 1 oktober 1990 geregistreerde vrachtwagen uit de Republiek Kroatië heeft tevens een COP-document overeenkomstig bijlage E aan boord, waaruit de NOx-emissie van de vrachtwagen blijkt, dat hij desgevraagd moet kunnen overleggen. Voor vrachtwagens die vóór oktober 1990 voor het eerst zijn ingeschreven en voor die waarvoor geen document wordt overgelegd, wordt een COP-waarde van 15,8 g/kWu aangenomen. 5. Het ministerie van Maritieme Zaken, Vervoer en Verkeer van de Republiek Kroatië wordt gemachtigd de documenten en ecodoosjes als bedoeld in de punten 2 tot en met 4 te verstrekken. 6. Tenzij het voertuig van een ecodoosje is voorzien, wordt het aantal vereiste ecopunten op de ecokaart geplakt en ongeldig gemaakt. De ecokaart kan op één van de volgende manieren ongeldig worden gemaakt: (a) door de ecokaart in een daarvoor bestemde machine af te stempelen; (b) door de ecokaart door de Oostenrijkse grenscontroleautoriteiten aan de grenzen van Oostenrijk te laten afstempelen; (c) door de ecokaart te laten afstempelen en te laten dateren door de nationale autoriteiten van het land van de vervoerder, en wel voordat het Oostenrijks grondgebied wordt betreden; (d) door de ecokaart te laten afstempelen in een kantoor waar de ecodoosjes worden geïnitialiseerd. Bijlage F bevat een lijst van Oostenrijkse grensposten waar een ecokaartstempelmachine beschikbaar is. Voor statistische doeleinden moet bladzijde 1 van de volgeplakte ecokaart door de Oostenrijkse autoriteiten worden ingenomen, dan wel binnen drie maanden na beëindiging van de rit aan de Oostenrijkse autoriteiten worden geretourneerd. Aan de hand van de aldus verzamelde statistische gegevens zal de Commissie eventuele voorstellen formuleren voor de verdeling van de ecopuntenreserve. Indien het voertuig is uitgerust met een ecodoosje wordt, na bevestiging dat het voertuig een transitorit uitvoert waarvoor ecopunten vereist zijn, een aantal ecopunten, overeenkomstig de in het ecodoosje van het voertuig opgeslagen informatie over NOx-emissie, afgetrokken van het totale aantal aan de Republiek Kroatië toegekende ecopunten. Dit gebeurt met behulp van door de Oostenrijkse autoriteiten verschafte en bediende infrastructuur. Bij met een ecodoosje uitgeruste voertuigen die bilaterale ritten uitvoeren, wordt het ecodoosje vóór het binnenrijden van het Oostenrijkse grondgebied zodanig ingesteld dat daaruit blijkt dat een niet-transitorit wordt uitgevoerd. Indien een ecokaart wordt gebruikt en de trekker tijdens de transitorit wordt vervangen, blijft het bij binnenkomst ontvangen bewijs van betaling geldig en dient het bewaard te blijven. Indien de COP-waarde van de nieuwe trekker de op het formulier vermelde waarde overschrijdt, worden bij het verlaten van het land op een nieuwe ecokaart bijkomende ecopunten geplakt en ongeldig gemaakt. 7. Ononderbroken vervoer waarbij de Oostenrijkse staatsgrens eenmaal per spoor - ongeacht of het gewoon vervoer per spoor dan wel gecombineerd vervoer betreft - en daarvoor of daarna over de weg wordt overschreden, wordt niet beschouwd als transitogoederenvervoer over de weg door Oostenrijk, maar wel als een bilaterale rit waarvoor geen ecopunten vereist zijn. Ononderbroken transitovervoer door Oostenrijk waarbij gebruik wordt gemaakt van een van de hierna genoemde spoorwegterminals, wordt als een bilaterale rit beschouwd: Fürnitz/Villach Süd, Sillian, Innsbruck/Hall, Brennersee, Graz. 8. Ecopunten zijn geldig tussen 1 januari van het jaar waarvoor zij zijn toegekend en 31 januari van het daaropvolgende jaar. 9. Inbreuken op deze Overeenkomst door een bestuurder van een vrachtwagen of onderneming uit de Republiek Kroatië worden overeenkomstig de nationale voorschriften bestraft. De Commissie en de bevoegde autoriteiten van Oostenrijk en de Republiek Kroatië verlenen elkaar in het kader van hun bevoegdheden administratieve bijstand bij de opsporing en vervolging van deze inbreuken, met name bij de controle op het correcte gebruik en de correcte behandeling van de ecokaarten en van de ecodoosjes. De controles mogen naar believen van de lidstaat van de Europese Gemeenschap elders dan aan de interne grens worden verricht, waarbij het non-discriminatiebeginsel wordt geëerbiedigd. 10. De Oostenrijkse controle-instanties kunnen, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel, passende maatregelen nemen indien een voertuig is uitgerust met een ecodoosje en zich ten minste één van de volgende situaties voordoet: (a) het voertuig of de ondernemer die het voertuig exploiteert, heeft herhaaldelijk inbreuken gepleegd; (b) er resteren onvoldoende ecopunten voor de Republiek Kroatië; (c) er is met het ecodoosje geknoeid of het is veranderd door een andere partij dan diegene die volgens punt 3 daartoe is gemachtigd; (d) de Republiek Kroatië heeft het voertuig voor een transitorit ontoereikende ecopunten toegekend; (e) het voertuig heeft geen geschikte documenten overeenkomstig punt 2, onder c) of d), waaruit blijkt waarom het ecodoosje is ingesteld om aan te tonen dat een niet-transitorit op Oostenrijks grondgebied wordt uitgevoerd; (f) het in bijlage C gespecificeerde ecodoosje is voor een transitorit ontoereikend van ecopunten voorzien. De Oostenrijkse controle-instanties kunnen, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel, passende maatregelen nemen, indien een voertuig niet met een ecodoosje is uitgerust en zich ten minste één van de volgende situaties voordoet: (a) aan de controle-instanties wordt geen ecokaart voorgelegd overeenkomstig het bepaalde in deze Overeenkomst; (b) er wordt een ecokaart voorgelegd die onvolledig of onjuist is of waarop de ecopunten niet naar behoren zijn aangebracht; (c) het voertuig beschikt niet over de geschikte documenten waaruit blijkt dat het geen ecopunten behoeft; (d) of de ecokaart is niet ongeldig gemaakt overeenkomstig de in artikel 6 genoemde procedure. 11. De gedrukte ecopunten die op ecokaarten moeten worden geplakt, worden elk jaar vóór 1 november van het voorafgaande jaar ter beschikking gesteld. 12. Voor voertuigen die vóór 1 oktober 1990 zijn ingeschreven en waarvan de motor sindsdien is vervangen, wordt het COP-niveau van de nieuwe motor toegepast. In dit geval moet in het door de bevoegde autoriteiten afgegeven certificaat melding worden gemaakt van de vervanging van de motor en moeten in dit certificaat nadere gegevens over het nieuwe COP-niveau voor de NOx-emissie worden verstrekt. 13. Voor een transitorit behoeven geen ecopunten te worden betaald, indien de volgende drie voorwaarden zijn vervuld: (i) de rit heeft geen ander doel dan een gloednieuw voertuig of een gloednieuwe voertuigcombinatie vanuit de fabriek op een plaats van bestemming in een andere staat af te leveren, (ii) tijdens de rit worden geen goederen vervoerd, (iii) het voertuig of de voertuigcombinatie is voorzien van passende internationale registratiedocumenten en uitvoernummerborden. 14. Voor een transitorit behoeven geen ecopunten te worden betaald, indien het gaat om het leeg gereden deel van een rit die op grond van bijlage A geen ecopunten kost, en in het voertuig geschikte documenten om dit aan te tonen aanwezig zijn. Als geschikte documenten zullen worden beschouwd: - een vrachtbrief; - een volledig ingevulde ecokaart waarop echter geen ecopunten zijn geplakt; of - een volledig ingevulde ecokaart met ecopunten die achteraf zullen worden vergoed. 15. Ieder probleem dat voortkomt uit het beheer van dit stelsel van ecopunten wordt voorgelegd aan het Interimsubcomité voor Vervoer Gemeenschap/Republiek Kroatië, zoals dat is opgericht overeenkomstig artikel 41 van de Interimovereenkomst, dat de situatie beoordeelt en passende maatregelen aanbeveelt. Iedere te nemen maatregel wordt onmiddellijk ten uitvoer gelegd en is evenredig met het probleem en niet-discriminerend van aard." Ik zou u zeer dankbaar zijn indien u de instemming van uw regering met de inhoud van deze brief zou willen bevestigen. Met bijzondere hoogachting, Namens de Europese Gemeenschap BIJLAGE A VERVOER WAARVOOR GEEN ECOPUNTEN BEHOEVEN TE WORDEN BETAALD 1. Incidenteel vervoer van goederen van en naar luchthavens in geval van verlegging van de diensten. 2. Vervoer van bagage met aanhangwagens, gekoppeld aan voor reizigersvervoer bestemde voertuigen, en vervoer van bagage van en naar luchthavens met voertuigen van welke aard dan ook. 3. Postvervoer 4. Vervoer van beschadigde of te repareren voertuigen. 5. Vervoer van faecaliën en vuilnis. 6. Vervoer van voor destructie bestemde dode dieren. 7. Vervoer van bijen en pootvis 8. Begrafenisvervoer 9. Vervoer van kunstvoorwerpen en kunstwerken voor tentoonstellings- of handelsdoeleinden 10. Incidenteel vervoer van goederen uitsluitend bestemd voor reclame of voorlichting 11. Verhuizingen door ondernemingen die daartoe speciaal zijn uitgerust wat betreft personeel en materieel 12. Vervoer van materieel, rekwisieten en dieren van of naar toneelvoorstellingen, muziekuitvoeringen, filmvoorstellingen, sportmanifestaties, circusvoorstellingen, tentoonstellingen of kermissen alsmede vervoer ten behoeve van radio-, film- en televisieopnamen 13. Vervoer van reserveonderdelen voor zeeschepen en vliegtuigen 14. Lege ritten van een voor goederenvervoer gebruikt voertuig dat een voertuig moet vervangen dat tijdens een transitorit onklaar is geraakt alsmede de voortzetting van het vervoer door het vervangingsvoertuig met de voor het defecte voertuig verleende vergunning 15. Vervoer van goederen voor medische verzorging voor hulpverlening in dringende gevallen (met name in geval van natuurrampen) 16. Vervoer van goederen van hoge waarde (bijvoorbeeld edele metalen) in speciale voertuigen die door de politie of ander bewakingspersoneel worden begeleid BIJLAGE B >REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK> >REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK> >REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK> >REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK> >REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK> >REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK> BIJLAGE C ALGEMENE TECHNISCHE SPECIFICATIES VAN HET ECODOOSJE Korte-afstandscommunicatie tussen baken en voertuig Voor DSRC relevante (voor)normen en technische mededelingen Voor de korte-afstandscommunicatie tussen voertuigen en infrastructuur langs de weg moet aan de volgende, door CEN/TC 278 vastgestelde voorschriften worden voldaan: (a) prENV278/No 62 "DSRC physical layer using microwave at 5,8 GHz"; (b) prENV278/No 64 "DSRC data link layer"; (c) prENV278/No 65 "DSRC application layer" Typekeuring De leverancier van het ecodoosje moet voor deze toestellen typekeuringscertificaten van een geaccrediteerde keuringsinstantie voorleggen, waarin wordt bevestigd dat is voldaan aan alle grenswaarden als bepaald in de huidige norm I-ETS 300674. Bedrijfsvoorwaarden Het ecodoosje voor het automatische ecopuntensysteem moet de vereiste functionaliteit waarborgen onder de volgende bedrijfsomstandigheden: - omgevingsvoorwaarden: omgevingstemperatuur van -25 °C tot +70 °C; - weersomstandigheden: alle te verwachten omstandigheden; - verkeersomstandigheden: meerbaans, doorstromend; - snelheidsbereik: van "stop and go" tot 120 km/u. Bovengenoemde bedrijfsvoorwaarden gelden alleen als minimumvereisten totdat de voor DSRC relevante (voor)normen worden vastgesteld. Het ecodoosje mag alleen reageren op microgolfsignalen die kenmerkend zijn voor de erdoor ondersteunde applicaties. Ecodoosje Identificatie Elk ecodoosje moet een uniek identificatienummer hebben. Dit moet, naast het aantal cijfers dat nodig is voor herkenning, ook een controlecijfer bevatten ter verificatie van de integriteit. Installatie Het ecodoosje moet ontworpen zijn voor installatie achter de voorruit van de vrachtwagen of trekker. Het moet onverwijderbaar op het voertuig worden gemonteerd. Transitoverklaring Het ecodoosje moet een faciliteit hebben om aan te geven dat voor de rit geen ecopunten behoeven te worden betaald. Deze faciliteit moet op het ecodoosje duidelijk zichtbaar zijn voor controledoeleinden; als alternatief moet het mogelijk zijn het ecodoosje in een bepaalde beginstand te zetten. In ieder geval moet ervoor worden gezorgd dat voor de evaluatie in het systeem alleen de status op het tijdstip van het binnenrijden in rekening wordt gebracht. Externe kenmerking Elk ecodoosje moet ook visueel duidelijk identificeerbaar zijn. Daartoe moet het bovengenoemde unieke identificatienummer onwisbaar op het oppervlak van de inrichting worden aangebracht. Op het oppervlak van het ecodoosje moet een onafneembaar en niet verwisselbaar kenteken worden bevestigd in de vorm van gebruiksklare zelfklevende etiketten. Op dit kenteken moet de ecopuntenwaarde van het desbetreffende voertuig ("5", "6", . . . "16") vermeld staan. Deze speciale etiketten moeten onvervalsbaar zijn, mechanische sterkte hebben en licht- en temperatuurvast zijn. Zij moeten een hoge kleefsterkte hebben en alleen afgenomen kunnen worden door vernietiging. Integriteit De behuizing moet zo geconstrueerd zijn dat iedere manipulatie van de interne componenten uitgesloten is en iedere interferentie later kan worden ontdekt. Geheugen Het geheugen van het ecodoosje moet van voldoende grootte zijn om plaats te bieden voor de volgende gegevens: - identificatienummer; - gegevens over het voertuig: - COP-waarde; - transactiegegevens: - identificatie van de grenspost, - datum/tijd, - status van de ritverklaring, - beschermde informatie; - toestandgegevens: - manipulatie, - batterijtoestand, - status van de recentste communicatie. Voorts moet er een geheugenreserve van minstens 30 % zijn. BIJLAGE D MONTAGEVOORSCHRIFTEN VOOR HET ECODOOSJE Het ecodoosje wordt aan de binnenkant van de voorruit aangebracht binnen het gemarkeerde gebied (zie afbeelding), dat als afmetingen heeft: x = 100 cm y = 80 cm" >REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK> BIJLAGE E >REFERENTIE NAAR EEN GRAFIEK> BIJLAGE F Oostenrijkse grensposten waar een ecokaartstempelmachine beschikbaar is Achenkirch Arnoldstein Braunau Brennerpaß Ehrwald Hangendenstein Hörbranz Kiefersfelden Musau Nauders Neuhaus Pinswang Reit im Winkel Saalbrücke Scharnitz Schleching Sillian Springen Suben Steinpaß Walserberg Wegscheid" B. Brief van de Republiek Kroatië Mevrouw, Mijnheer, Ik heb de eer te verwijzen naar uw brief van ... waarin u mij inlicht over het volgende: " Ik heb de eer u mede te delen dat, na onderhandelingen tussen de delegatie van de Republiek Kroatië en de delegatie van de Europese Gemeenschap, overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, lid 2, onder b), van Protocol nr. 6, artikel 12, lid 3, onder b) van de Interimovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Kroatië het volgende is overeengekomen: "1. Er worden ecopunten (transitorechten) toegewezen voor uit de Republiek Kroatië afkomstige vrachtwagens in transito door Oostenrijk, en wel als volgt: voor 2003 - 171.904 ecopunten. Voorts worden er extra ecopunten toegewezen voor uit de Republiek Kroatië afkomstige gebruikers van de "Rollende Landstrasse", en wel tot een maximum van 40% van het totale aantal ecopunten voor dat jaar, neerkomende op: voor 2003 - 68.762 ecopunten. Ecopunten voor gebruikers van de "Rollende Landstrasse" worden aan de overheid van de Republiek Kroatië toegewezen op basis van de ecopunten voor twee ritten over de weg voor elke twee retourritten op de RoLa. De Oostenrijkse maatschappijen voor gecombineerd vervoer verstrekken het ministerie van Maritieme Zaken, Vervoer en Verkeer van de Republiek Kroatië maandelijks informatie over gebruikers van gecombineerd vervoer uit de Republiek Kroatië in transito door Oostenrijk . Voor transitoritten die in de in bijlage A vermelde omstandigheden worden verreden of die met een ECMV-vergunning worden gedaan behoeven geen ecopunten te worden betaald. 2. De bestuurder van een vrachtwagen uit de Republiek Kroatië heeft op het grondgebied van Oostenrijk aan boord en stelt op verzoek van de controle-instanties te allen tijde ter controle beschikbaar: (a) hetzij een volledig ingevuld standaardformulier of een Oostenrijks certificaat waarin de betaling van de ecopunten voor de betrokken rit wordt bevestigd en dat aan het model in bijlage B beantwoordt en hierna 'ecokaart' wordt genoemd, (b) hetzij een op het motorvoertuig gemonteerde elektronische inrichting waarmee automatisch ecopunten kunnen worden gedebiteerd, hierna 'ecodoosje' genoemd, (c) passende documentatie om aan te tonen dat een ecopuntvrije transitorit als omschreven in bijlage A of in het kader van een ECMV-vergunning wordt gemaakt, of (d) passende documenten waaruit blijkt dat het geen transitorit betreft en, indien het voertuig met een ecodoosje is uitgerust, het ecodoosje voor dat doel is ingesteld. De ecokaart wordt door de bevoegde Oostenrijkse instanties verstrekt tegen betaling van de aan de vervaardiging en verzending verbonden kosten van de ecopunten en ecokaarten. 3. Ecodoosjes worden vervaardigd, geprogrammeerd en geïnstalleerd overeenkomstig de in bijlage C vervatte algemene technische specificaties. Het ministerie van Maritieme Zaken, Vervoer en Verkeer van de Republiek Kroatië wordt gemachtigd de ecodoosjes goed te keuren, te programmeren en te installeren. Het ecodoosje wordt zodanig geprogrammeerd dat het informatie bevat over het land van registratie en over de NOx-waarde van het motorvoertuig, als vermeld in het in lid 4 omschreven COP ('Conformity of Production')-document. Het ecodoosje wordt op een in bijlage D aangegeven plaats op de voorruit van het motorvoertuig bevestigd. Het ecodoosje mag niet verwijderbaar zijn. 4. De bestuurder van een op of na 1 oktober 1990 geregistreerde vrachtwagen uit de Republiek Kroatië heeft tevens een COP-document overeenkomstig bijlage E aan boord, waaruit de NOx-emissie van de vrachtwagen blijkt, dat hij desgevraagd moet kunnen overleggen. Voor vrachtwagens die vóór oktober 1990 voor het eerst zijn ingeschreven en voor die waarvoor geen document wordt overgelegd, wordt een COP-waarde van 15,8 g/kWu aangenomen. 5. Het ministerie van Maritieme Zaken, Vervoer en Verkeer van de Republiek Kroatië wordt gemachtigd de documenten en ecodoosjes als bedoeld in de punten 2 tot en met 4 te verstrekken. 6. Tenzij het voertuig van een ecodoosje is voorzien, wordt het aantal vereiste ecopunten op de ecokaart geplakt en ongeldig gemaakt. De ecokaart kan op één van de volgende manieren ongeldig worden gemaakt: (a) door de ecokaart in een daarvoor bestemde machine af te stempelen; (b) door de ecokaart door de Oostenrijkse grenscontroleautoriteiten aan de grenzen van Oostenrijk te laten afstempelen; (c) door de ecokaart te laten afstempelen en te laten dateren door de nationale autoriteiten van het land van de vervoerder, en wel voordat het Oostenrijks grondgebied wordt betreden; (d) door de ecokaart te laten afstempelen in een kantoor waar de ecodoosjes worden geïnitialiseerd. Bijlage F bevat een lijst van Oostenrijkse grensposten waar een ecokaartstempelmachine beschikbaar is. Voor statistische doeleinden moet bladzijde 1 van de volgeplakte ecokaart door de Oostenrijkse autoriteiten worden ingenomen, dan wel binnen drie maanden na beëindiging van de rit aan de Oostenrijkse autoriteiten worden geretourneerd. Aan de hand van de aldus verzamelde statistische gegevens zal de Commissie eventuele voorstellen formuleren voor de verdeling van de ecopuntenreserve. Indien het voertuig is uitgerust met een ecodoosje wordt, na bevestiging dat het voertuig een transitorit uitvoert waarvoor ecopunten vereist zijn, een aantal ecopunten, overeenkomstig de in het ecodoosje van het voertuig opgeslagen informatie over NOx-emissie, afgetrokken van het totale aantal aan de Republiek Kroatië toegekende ecopunten. Dit gebeurt met behulp van door de Oostenrijkse autoriteiten verschafte en bediende infrastructuur. Bij met een ecodoosje uitgeruste voertuigen die bilaterale ritten uitvoeren, wordt het ecodoosje vóór het binnenrijden van het Oostenrijkse grondgebied zodanig ingesteld dat daaruit blijkt dat een niet-transitorit wordt uitgevoerd. Indien een ecokaart wordt gebruikt en de trekker tijdens de transitorit wordt vervangen, blijft het bij binnenkomst ontvangen bewijs van betaling geldig en dient het bewaard te blijven. Indien de COP-waarde van de nieuwe trekker de op het formulier vermelde waarde overschrijdt, worden bij het verlaten van het land op een nieuwe ecokaart bijkomende ecopunten geplakt en ongeldig gemaakt. 7. Ononderbroken vervoer waarbij de Oostenrijkse staatsgrens eenmaal per spoor - ongeacht of het gewoon vervoer per spoor dan wel gecombineerd vervoer betreft - en daarvoor of daarna over de weg wordt overschreden, wordt niet beschouwd als transitogoederenvervoer over de weg door Oostenrijk, maar wel als een bilaterale rit waarvoor geen ecopunten vereist zijn. Ononderbroken transitovervoer door Oostenrijk waarbij gebruik wordt gemaakt van een van de hierna genoemde spoorwegterminals, wordt als een bilaterale rit beschouwd: Fürnitz/Villach Süd, Sillian, Innsbruck/Hall, Brennersee, Graz. 8. Ecopunten zijn geldig tussen 1 januari van het jaar waarvoor zij zijn toegekend en 31 januari van het daaropvolgende jaar. 9. Inbreuken op deze Overeenkomst door een bestuurder van een vrachtwagen of onderneming uit de Republiek Kroatië worden overeenkomstig de nationale voorschriften bestraft. De Commissie en de bevoegde autoriteiten van Oostenrijk en de Republiek Kroatië verlenen elkaar in het kader van hun bevoegdheden administratieve bijstand bij de opsporing en vervolging van deze inbreuken, met name bij de controle op het correcte gebruik en de correcte behandeling van de ecokaarten en van de ecodoosjes. De controles mogen naar believen van de lidstaat van de Europese Gemeenschap elders dan aan de interne grens worden verricht, waarbij het non-discriminatiebeginsel wordt geëerbiedigd. 10. De Oostenrijkse controle-instanties kunnen, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel, passende maatregelen nemen indien een voertuig is uitgerust met een ecodoosje en zich ten minste één van de volgende situaties voordoet: (a) het voertuig of de ondernemer die het voertuig exploiteert, heeft herhaaldelijk inbreuken gepleegd; (b) er resteren onvoldoende ecopunten voor de Republiek Kroatië; (c) er is met het ecodoosje geknoeid of het is veranderd door een andere partij dan diegene die volgens punt 3 daartoe is gemachtigd; (d) de Republiek Kroatië heeft het voertuig voor een transitorit ontoereikende ecopunten toegekend; (e) het voertuig heeft geen geschikte documenten overeenkomstig punt 2, onder c) of d), waaruit blijkt waarom het ecodoosje is ingesteld om aan te tonen dat een niet-transitorit op Oostenrijks grondgebied wordt uitgevoerd; (f) het in bijlage C gespecificeerde ecodoosje is voor een transitorit ontoereikend van ecopunten voorzien. De Oostenrijkse controle-instanties kunnen, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel, passende maatregelen nemen, indien een voertuig niet met een ecodoosje is uitgerust en zich ten minste één van de volgende situaties voordoet: (a) aan de controle-instanties wordt geen ecokaart voorgelegd overeenkomstig het bepaalde in deze Overeenkomst; (b) er wordt een ecokaart voorgelegd die onvolledig of onjuist is of waarop de ecopunten niet naar behoren zijn aangebracht; (c) het voertuig beschikt niet over de geschikte documenten waaruit blijkt dat het geen ecopunten behoeft; (d) of de ecokaart is niet ongeldig gemaakt overeenkomstig de in artikel 6 genoemde procedure. 11. De gedrukte ecopunten die op ecokaarten moeten worden geplakt, worden elk jaar vóór 1 november van het voorafgaande jaar ter beschikking gesteld. 12. Voor voertuigen die vóór 1 oktober 1990 zijn ingeschreven en waarvan de motor sindsdien is vervangen, wordt het COP-niveau van de nieuwe motor toegepast. In dit geval moet in het door de bevoegde autoriteiten afgegeven certificaat melding worden gemaakt van de vervanging van de motor en moeten in dit certificaat nadere gegevens over het nieuwe COP-niveau voor de NOx-emissie worden verstrekt. 13. Voor een transitorit behoeven geen ecopunten te worden betaald, indien de volgende drie voorwaarden zijn vervuld: (i) de rit heeft geen ander doel dan een gloednieuw voertuig of een gloednieuwe voertuigcombinatie vanuit de fabriek op een plaats van bestemming in een andere staat af te leveren, (ii) tijdens de rit worden geen goederen vervoerd, (iii) het voertuig of de voertuigcombinatie is voorzien van passende internationale registratiedocumenten en uitvoernummerborden. 14. Voor een transitorit behoeven geen ecopunten te worden betaald, indien het gaat om het leeg gereden deel van een rit die op grond van bijlage A geen ecopunten kost, en in het voertuig geschikte documenten om dit aan te tonen aanwezig zijn. Als geschikte documenten zullen worden beschouwd: - een vrachtbrief; - een volledig ingevulde ecokaart waarop echter geen ecopunten zijn geplakt; of - een volledig ingevulde ecokaart met ecopunten die achteraf zullen worden vergoed. 15. Ieder probleem dat voortkomt uit het beheer van dit stelsel van ecopunten wordt voorgelegd aan het Interimsubcomité voor Vervoer Gemeenschap/Republiek Kroatië, zoals dat is opgericht overeenkomstig artikel 41 van de Interimovereenkomst, dat de situatie beoordeelt en passende maatregelen aanbeveelt. Iedere te nemen maatregel wordt onmiddellijk ten uitvoer gelegd en is evenredig met het probleem en niet-discriminerend van aard." Ik zou u zeer dankbaar zijn indien u de instemming van uw regering met de inhoud van deze brief zou willen bevestigen." Ik heb de eer te bevestigen dat mijn regering met de inhoud van deze brief instemt. Met bijzondere hoogachting, Namens de Republiek Kroatië.