BIJLAGE
1.Inleiding
Voor de toepassing van deze aanbeveling wordt verstaan onder:
a)“exploitatiekosten”: de kosten die de onderneming maakt in het kader van haar normale bedrijfsactiviteiten, bestaande uit alle kosten die nodig zijn voor de productie van goederen en de verlening van diensten tijdens de boekhoudperiode, inclusief personeelskosten, kosten voor materialen, uitbestede diensten, communicatie, energie, onderhoud, huur en administratie, maar exclusief financierings- en fiscale posten;
b)“netto-omzet”: het bedrag met betrekking tot de verkoop van goederen en de verlening van diensten, na aftrek van kortingen en belasting over de toegevoegde waarde en andere rechtstreeks met de omzet verbonden belastingen;
c)“onderzoek en ontwikkeling”: alle werkzaamheden die vallen onder de begrippen “fundamenteel onderzoek”, “industrieel onderzoek” of “experimentele ontwikkeling”, zoals gedefinieerd in artikel 2, punten 84, 85 en 86, van Verordening (EU) nr. 651/2014;
d)“onderneming”: een entiteit die een economische activiteit uitoefent, ongeacht de rechtsvorm ervan, met inbegrip van maatschappen en persoonsvennootschappen of verenigingen die regelmatig een economische activiteit uitoefenen.
2.Innovatieve onderneming
2.1.Een “innovatieve onderneming” is een onderneming die aan ten minste een van de volgende criteria voldoet:
a)in ten minste een van de drie voorgaande boekjaren bedroegen de onderzoeks- en ontwikkelingskosten van de onderneming ofwel ten minste 10 % van de totale exploitatiekosten, ofwel ten minste 5 % van de totale netto-omzet;
b)de onderneming heeft in de afgelopen drie jaar producten, diensten of bedrijfsprocessen ontwikkeld, ontwikkelt deze momenteel of zal deze in de toekomst ontwikkelen, die nieuw zijn of aanzienlijk verbeterd zijn ten opzichte van de stand van de techniek in haar sector en waarvoor een risico op technologische of industriële mislukking bestaat, met als doel deze op de markt te brengen.
2.2.Voor de bepaling van het bedrag van de in punt 2.1, a), bedoelde onderzoeks- en ontwikkelingskosten, omvatten die onderzoeks- en ontwikkelingskosten de volgende kosten:
a)personeelskosten, met inbegrip van de kosten van onderzoekers, technici en ander ondersteunend personeel voor zover zij zich met onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten bezighouden;
b)kosten van apparatuur en uitrusting voor zover en voor zolang deze voor onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten worden gebruikt; wanneer deze apparatuur en uitrusting niet gedurende hun volledige levensduur voor de projecten worden gebruikt, moeten alleen de afschrijvingskosten overeenstemmend met de looptijd van de projecten, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen, als in aanmerking komende kosten worden beschouwd;
c)kosten voor gebouwen en grond, voor zover en voor zolang deze voor onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten worden gebruikt; voor gebouwen: alleen de met de looptijd van de projecten overeenstemmende afschrijvingskosten, berekend volgens algemeen erkende boekhoudkundige beginselen; voor grond: de kosten van de commerciële overdracht of de daadwerkelijk gemaakte kapitaalkosten;
d)kosten van contractonderzoek, kennis en octrooien die onder wederzijds onafhankelijke voorwaarden zijn ingekocht bij of in licentie zijn verkregen van externe bronnen, alsmede kosten van consultancy en gelijkwaardige diensten die uitsluitend voor onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten worden gebruikt;
e)bijkomende overheadkosten en andere operationele uitgaven, waaronder die van materiaal, leveranties en soortgelijke producten, die rechtstreeks uit onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten voortvloeien.
3.Innovatieve start-up
Een “innovatieve start-up” is een onderneming die aan de volgende criteria voldoet:
a)het betreft een innovatieve onderneming in de zin van punt 2;
b)het betreft een zelfstandige onderneming in de zin van punt 5.1;
c)het betreft een onderneming met minder dan 100 werknemers en met een jaaromzet en/of een jaarlijks balanstotaal van maximaal 10 miljoen EUR, en
d)de onderneming is sinds haar registratie minder dan tien jaar actief.
4.Innovatieve scale-up
Een “innovatieve scale-up” is een onderneming die aan de volgende criteria voldoet:
a)het betreft een innovatieve onderneming in de zin van punt 2;
b)het betreft een zelfstandige onderneming in de zin van punt 5.1;
c)het betreft een onderneming met een jaaromzet en/of balanstotaal van meer dan 10 miljoen EUR;
d) het betreft een onderneming waarvan het aantal werknemers of de inkomsten in de voorgaande twee jaren gemiddeld met meer dan 20 % per jaar zijn toegenomen, en
e)de onderneming voldoet aan ten minste een van de volgende twee criteria:
i)het betreft een onderneming met minder dan 750 werknemers;
ii)de onderneming is niet beursgenoteerd.
5.Soorten ondernemingen die voor de berekening van het aantal werkzame personen en de financiële bedragen in aanmerking worden genomen
5.1.Een “zelfstandige onderneming” is een onderneming die niet als partneronderneming in de zin van punt 5.2 of als verbonden onderneming in de zin van punt 5.5 wordt aangemerkt.
5.2.“Partnerondernemingen” zijn alle ondernemingen die niet als verbonden ondernemingen in de zin van punt 5.4 worden aangemerkt en waarbij een onderneming (van een hoger niveau), alleen of samen met een of meer verbonden ondernemingen in de zin van punt 5.5, 25 % of meer van het kapitaal of de stemrechten van een andere onderneming (van een lager niveau) heeft.
5.3.Behoudens de in punt 5.4 bedoelde gevallen wordt een onderneming niet als innovatieve start-up of innovatieve scale-up aangemerkt indien een of meer overheidsinstanties of openbare lichamen gezamenlijk direct of indirect zeggenschap hebben over 25 % of meer van het kapitaal of de stemrechten.
5.4.In afwijking van punt 5.2 kan een onderneming toch als zelfstandige onderneming, dus als onderneming zonder partnerondernemingen, worden aangemerkt indien 25 % of meer van het kapitaal of de stemrechten van die onderneming in bezit is van een van de volgende investeerders en deze individueel noch gezamenlijk met de betrokken onderneming verbonden zijn in de zin van punt 5.5:
a)openbare participatiemaatschappijen, durfkapitaal- of private-equityfondsen, natuurlijke personen of groepen natuurlijke personen die geregeld risicokapitaal beleggen en aandeleninvesteringen doen in niet-beursgenoteerde ondernemingen (“business angels”), mits zij in totaal niet meer dan 5 000 000 EUR in eenzelfde onderneming investeren;
b)universiteiten of onderzoekcentra zonder winstoogmerk;
c)institutionele beleggers, met inbegrip van regionale ontwikkelingsfondsen;
d)autonome lokale autoriteiten met een jaarbegroting van minder dan 10 miljoen EUR en minder dan 5 000 inwoners.
5.5.“Verbonden ondernemingen” zijn ondernemingen die met elkaar een van de volgende banden onderhouden:
a)een onderneming heeft de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van een andere onderneming;
b)een onderneming heeft het recht de meerderheid van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van een andere onderneming te benoemen of te ontslaan;
c)een onderneming heeft het recht een overheersende invloed op een andere onderneming uit te oefenen op grond van een met deze onderneming gesloten overeenkomst of een bepaling in de statuten van laatstgenoemde onderneming;
d)een onderneming die aandeelhouder of vennoot is van een andere onderneming, heeft op grond van een met andere aandeelhouders of vennoten van die andere onderneming gesloten overeenkomst als enige zeggenschap over de meerderheid van de stemrechten van de aandeelhouders of vennoten van laatstgenoemde onderneming.
Er wordt aangenomen dat geen sprake is van overheersende invloed indien de in punt 5.4 bedoelde investeerders zich niet direct of indirect inlaten met de bedrijfsvoering van de desbetreffende onderneming, onverminderd de rechten die zij als aandeelhouders of vennoten bezitten.
5.5.1.Ondernemingen worden eveneens als verbonden ondernemingen beschouwd indien zij via een of meer andere ondernemingen of via de in punt 5.4 bedoelde investeerders een van de in punt 5.5 hierboven bedoelde banden onderhouden.
5.5.2.Ondernemingen die via een natuurlijke persoon of een in gemeenschappelijk overleg handelende groep van natuurlijke personen de in punt 5.5 hierboven bedoelde banden onderhouden, worden eveneens als verbonden ondernemingen beschouwd indien zij hun activiteiten of een deel van hun activiteiten op dezelfde markt of op aanverwante markten uitoefenen. Voor de toepassing van dit punt wordt de producten- of dienstenmarkt die zich direct boven of onder het niveau van de relevante markt bevindt als de “aanverwante markt” beschouwd.
Ondernemingen kunnen een verklaring opstellen over hun hoedanigheid van zelfstandige onderneming, partneronderneming of verbonden onderneming, met inbegrip van de gegevens met betrekking tot de in de punten 2, 3 en 4 vermelde grenswaarden.
5.5.3.Indien een alternatieve beleggingsinstelling in de zin van artikel 4, lid 1, punt a), van Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad in een onderneming heeft geïnvesteerd, worden de volgende entiteiten voor de toepassing van punt 5.5 van deze bijlage niet als “verbonden ondernemingen” beschouwd:
a)die onderneming en die alternatieve beleggingsinstelling;
b)die onderneming en de beheerder van die alternatieve beleggingsinstelling;
c)die onderneming en een andere onderneming waarin die alternatieve beleggingsinstelling heeft geïnvesteerd.
De eerste alinea van dit punt is alleen van toepassing indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a)de alternatieve beleggingsinstelling en de beheerder ervan, en de desbetreffende ondernemingen voeren gescheiden boekhoudingen;
b)de alternatieve beleggingsinstelling en de beheerder ervan hebben een vooraf bepaalde beleggingsstrategie om de desbetreffende onderneming of ondernemingen te verlaten, onder meer door de waarde ervan door verkoop van de onderneming of anderszins te gelde te maken.
Deze verklaring kan ook worden opgesteld als het vanwege de spreiding van het kapitaal onmogelijk is precies te weten wie het in handen heeft, mits de onderneming te goeder trouw verklaart dat zij redelijkerwijs kan aannemen niet voor 25 % of meer in handen te zijn van één onderneming of van verscheidene verbonden ondernemingen gezamenlijk of via natuurlijke personen afzonderlijk of in een groep. Dergelijke verklaringen doen geen afbreuk aan de controles of verificaties waarin de nationale regelgeving of Unieregelgeving voorziet.
6.Gegevens voor de berekening van het aantal werkzame personen en van de financiële bedragen en referentieperiode
6.1.De gegevens voor de berekening van het aantal werkzame personen en de financiële bedragen hebben betrekking op het laatste afgesloten boekjaar en worden jaarlijks berekend. Zij worden vanaf de datum van sluiting van de rekeningen in aanmerking genomen. Het bedrag van de omzet wordt berekend exclusief belasting over de toegevoegde waarde en andere indirecte belastingen.
6.2.Wanneer een onderneming op de datum van afsluiting van de rekeningen vaststelt dat de op jaarbasis berekende gegevens boven of onder de in punt 2 aangegeven drempels voor het aantal werkzame personen of de financiële maxima liggen, verkrijgt of verliest zij de hoedanigheid van innovatieve onderneming slechts wanneer deze situatie zich in twee opeenvolgende boekjaren voordoet.
6.3.In het geval van recent opgerichte ondernemingen waarvan de eerste jaarrekening nog niet is afgesloten, worden de in aanmerking te nemen gegevens afgeleid van een gedurende het boekjaar te goeder trouw gemaakte schatting.
7.Aantal werkzame personen
7.1.Het aantal werkzame personen komt overeen met het aantal personen dat het gehele referentiejaar voltijds in de betrokken onderneming of voor rekening van deze onderneming heeft gewerkt (“arbeidsjaareenheden”). Het werk van personen die niet het gehele jaar hebben gewerkt of deeltijd hebben gewerkt, ongeacht de duur ervan, en het werk van seizoenarbeiders worden in breuken van arbeidsjaareenheden uitgedrukt. Tot werkzame personen worden gerekend:
a)werknemers;
b)personen die voor de onderneming werken, er een ondergeschikte verhouding mee hebben en voor het nationale recht met werknemers in loondienst gelijkgesteld zijn;
c)eigenaren die tevens bedrijfsleider zijn;
d)vennoten die geregeld een activiteit in de onderneming uitoefenen en financiële voordelen van de onderneming genieten.
7.2.Leerlingen en studenten die een beroepsopleiding volgen met een leerling- of beroepsopleidingsovereenkomst worden niet meegerekend in het aantal werkzame personen. De duur van zwangerschaps- of ouderschapsverlof wordt niet meegerekend.
8.Vaststelling van de gegevens van een onderneming
8.1.In het geval van een zelfstandige onderneming worden de gegevens, met inbegrip van het aantal werkzame personen, uitsluitend op basis van de rekeningen van die onderneming vastgesteld.
8.2.De gegevens, met inbegrip van het aantal werkzame personen, van een onderneming die partnerondernemingen of verbonden ondernemingen als bedoeld in punt 5 heeft, worden vastgesteld op basis van de rekeningen en andere gegevens van de onderneming of in voorkomend geval van de geconsolideerde rekeningen van de onderneming of van de geconsolideerde rekeningen waarin de onderneming door consolidatie is opgenomen.
De in de eerste alinea van dit punt bedoelde gegevens worden samengeteld met de gegevens van de eventuele partnerondernemingen van de betrokken onderneming, die zich direct boven of onder het niveau van die onderneming bevinden. De samentelling geschiedt in verhouding tot het aandeel in het kapitaal of de stemrechten (het hoogste van de twee percentages). Bij wederzijdse participatie geldt het hoogste van deze percentages.
De in de eerste en tweede alinea van dit punt bedoelde gegevens worden samengeteld met alle nog niet door consolidatie in de rekeningen opgenomen gegevens (100 %) van de eventuele, direct of indirect met de betrokken onderneming verbonden ondernemingen.
8.3.Voor de toepassing van punt 8.2 worden de gegevens van de partnerondernemingen van de desbetreffende onderneming in voorkomend geval afgeleid uit de geconsolideerde rekeningen en andere gegevens. Deze gegevens worden samengeteld met alle gegevens (100 %) van de met deze partnerondernemingen verbonden ondernemingen, tenzij hun gegevens reeds door consolidatie daarin zijn opgenomen.
Voor de toepassing van punt 8.2 moeten de gegevens van de met de betrokken onderneming verbonden ondernemingen in voorkomend geval worden afgeleid uit hun geconsolideerde rekeningen en andere gegevens. Deze gegevens worden pro rata samengeteld met de gegevens van de eventuele partnerondernemingen van deze verbonden ondernemingen, die zich meteen boven of onder het niveau van laatstgenoemde ondernemingen bevinden, mits deze gegevens in de geconsolideerde jaarrekeningen nog niet zijn opgenomen in een verhouding die ten minste gelijk is aan het in punt 8.2, tweede alinea, vastgestelde percentage.
8.4.Indien het aantal werkzame personen van een bepaalde onderneming niet uit de geconsolideerde rekeningen blijkt, wordt dit berekend door de gegevens van haar partnerondernemingen pro rata samen te tellen en daaraan de gegevens toe te voegen van de ondernemingen waarmee de onderneming is verbonden.