This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 32025R2303
Commission Implementing Regulation (EU) 2025/2303 of 14 November 2025 laying down implementing technical standards with regard to procedures, standard forms and templates for the provision of information for the purposes of resolution plans for credit institutions and investment firms pursuant to Directive 2014/59/EU of the European Parliament and of the Council, and repealing Commission Implementing Regulation (EU) 2018/1624
Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2303 van de Commissie van 14 november 2025 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot procedures, standaardformulieren en templates ten behoeve van de informatieverstrekking voor de opstelling en uitvoering van afwikkelingsplannen voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen overeenkomstig Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1624 van de Commissie
Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2303 van de Commissie van 14 november 2025 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot procedures, standaardformulieren en templates ten behoeve van de informatieverstrekking voor de opstelling en uitvoering van afwikkelingsplannen voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen overeenkomstig Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1624 van de Commissie
C/2025/7604
PB L, 2025/2303, 10.12.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/2303/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
In force
|
Publicatieblad |
NL L-serie |
|
2025/2303 |
10.12.2025 |
UITVOERINGSVERORDENING (EU) 2025/2303 VAN DE COMMISSIE
van 14 november 2025
tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot procedures, standaardformulieren en templates ten behoeve van de informatieverstrekking voor de opstelling en uitvoering van afwikkelingsplannen voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen overeenkomstig Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1624 van de Commissie
(Voor de EER relevante tekst)
DE EUROPESE COMMISSIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het herstel en de afwikkeling van kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijn 82/891/EEG van de Raad en de Richtlijnen 2001/24/EG, 2002/47/EG, 2004/25/EG, 2005/56/EG, 2007/36/EG, 2011/35/EU, 2012/30/EU en 2013/36/EU en de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 648/2012, van het Europees Parlement en de Raad (1), en met name artikel 11, lid 3,
Overwegende hetgeen volgt:
|
(1) |
In Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1624 van de Commissie (2) wordt de procedure vastgesteld en wordt een minimumaantal templates geïntroduceerd voor de verstrekking door kredietinstellingen of beleggingsondernemingen aan afwikkelingsautoriteiten van informatie ten behoeve van de opstelling en uitvoering van afwikkelingsplannen voor instellingen. Sinds de vaststelling van die verordening hebben de afwikkelingsautoriteiten ervaring opgedaan op het gebied van afwikkelingsplanning, en is Richtlijn 2014/59/EU gewijzigd. In het licht van die ervaring, en teneinde rekening te kunnen houden met de nieuwe bepalingen van die richtlijn, dient het minimumaantal templates voor het verzamelen van informatie ten behoeve van afwikkelingsplanning te worden bijgewerkt. |
|
(2) |
Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1624 voorziet in een procedure en een minimumreeks templates voor de informatieverstrekking door instellingen aan afwikkelingsautoriteiten, en wel in zodanige vorm dat de afwikkelingsautoriteiten die informatie op een consistente wijze in de hele Unie kunnen verzamelen en dat de uitwisseling van informatie tussen de betrokken autoriteiten wordt vergemakkelijkt. De ervaring heeft evenwel geleerd dat een geharmoniseerde benadering van het verzamelen van die informatie slechts ten dele is verwezenlijkt. Die uitvoeringsverordening moet dan ook worden herzien teneinde de harmonisatie van rapportageverplichtingen in de hele Unie te bevorderen op basis van een herziene reeks templates waarmee de behoeften van de afwikkelingsautoriteiten op consistentere wijze in kaart kunnen worden gebracht. Een en ander zou er niet aan in de weg mogen staan dat de afwikkelingsautoriteiten alle aanvullende informatie verzamelen die zij nodig achten om afwikkelingsplannen op te stellen en uit te voeren, of om vereenvoudigde informatieverplichtingen vast te stellen overeenkomstig artikel 4 van Richtlijn 2014/59/EU. |
|
(3) |
Teneinde te waarborgen dat de groepsafwikkelingsplannen de desbetreffende groep afdoende bestrijken, mogen de aan de EU-moederondernemingen opgelegde rapportageverplichtingen niet beperkt blijven tot afwikkelingsentiteiten, maar moeten deze ook van toepassing zijn op andere relevante juridische entiteiten. Die relevantie moet echter duidelijk worden omlijnd zodat entiteiten die niet relevant voor de groep of niet systeemrelevant zijn, van de rapportageverplichting worden uitgesloten. Hiertoe dienen er drempels te worden vastgesteld om aan te geven welke juridische entiteiten in de groep onderhevig zijn aan rapportageverplichtingen betreffende afwikkeling. Daarnaast is Richtlijn 2014/59/EU gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2024/1174 van het Europees Parlement en de Raad (3), onder meer in de vorm van de invoering van een definitie van het begrip “liquidatie-entiteit”. Met het oog op die nieuwe definitie moet er onderscheid worden gemaakt tussen rapportageverplichtingen betreffende afwikkeling voor liquidatie-entiteiten, voor afwikkelingsentiteiten en voor entiteiten die tot afwikkelingsgroepen behoren. Zo is het bij het opleggen van rapportageverplichtingen met name van belang aan te duiden of de betreffende entiteiten op zichzelf staande entiteiten zijn of tot een groep behoren, en of dergelijke entiteiten of groepen zijn aangemerkt als liquidatie-entiteiten of entiteiten omvatten die als zodanig zijn aangemerkt. Die rapportageverplichtingen moeten op individueel, gesubconsolideerd of geconsolideerd niveau worden vastgesteld, en wel op zodanige wijze dat de evenredigheid wordt gewaarborgd, dat een doeltreffende afwikkelingsplanning niet wordt belemmerd, dat wordt voorkomen dat entiteiten door verschillende autoriteiten worden gevraagd om parallelle gegevensverzameling, en dat overlappende gegevenspunten worden vermeden door middel van kaders voor toezichtrapportage. Dit moet worden bereikt middels een aanpak waarbij het aantal templates wordt afgestemd op het type rapporterende entiteit. Daarnaast moet bijzondere aandacht uitgaan naar afwikkelingsgroepen bestaande uit kredietinstellingen die blijvend aangesloten zijn bij een centraal orgaan en naar het centrale orgaan zelf, teneinde te waarborgen dat de rapportageverplichtingen betreffende afwikkeling alle kredietinstellingen die blijvend aangesloten zijn bij het centrale orgaan van die afwikkelingsgroep, het centrale orgaan zelf, alsook de dochterondernemingen ervan, op individueel, gesubconsolideerd of geconsolideerd niveau op doeltreffende wijze bestrijken. |
|
(4) |
Teneinde efficiënte afwikkelingsplanning te waarborgen met behoud van evenredigheid, kan het toepassingsgebied van rapportageverplichtingen betreffende afwikkeling mogelijk afwijken van het toepassingsgebied van rapportageverplichtingen betreffende prudentiële rapportage, voor zover dit nodig is om ervoor te zorgen dat afwikkelingsautoriteiten over voldoende en geloofwaardige gegevens beschikken om hun taken uit te voeren. In dat kader moet worden gewaarborgd dat de afwikkelingsrapportage niet wordt belemmerd door prudentiële ontheffingen of door het feit dat afwikkelingsgroepen niet onder prudentiële consolidatievereisten vallen. |
|
(5) |
Teneinde ervoor te zorgen dat afwikkelingsplannen zijn gebaseerd op een minimumaantal gegevens van consistent hoge kwaliteit en nauwkeurigheid, dient een gemeenschappelijk gegevenspuntenmodel te worden toegepast, zoals bij rapportage voor toezichtsdoeleinden de praktijk is. Het gemeenschappelijke gegevenspuntenmodel dient de vorm aan te nemen van een gestructureerde voorstelling van de gegevensitems en tevens alle relevante bedrijfsconcepten weer te geven om tot een eenvormige rapportage ten behoeve van de afwikkelingsplanning te komen. Voorts dient het model alle relevante specificaties te bevatten die voor een verdere ontwikkeling van uniforme IT-rapportageoplossingen zijn vereist. |
|
(6) |
Teneinde de kwaliteit, de consistentie en de juistheid van de door de instellingen gerapporteerde gegevens te waarborgen, dienen voor die gegevensitems gemeenschappelijke validatievoorschriften te gelden. |
|
(7) |
Validatievoorschriften en gegevenspuntendefinities worden, naar hun aard, periodiek geactualiseerd zodat zij te allen tijde aan de toepasselijke regulerings-, analytische en IT-vereisten voldoen. De vaststelling en publicatie van het gedetailleerde gemeenschappelijke gegevenspuntenmodel en de gedetailleerde validatievoorschriften nemen thans echter zoveel tijd in beslag dat wijzigingen niet snel en tijdig genoeg kunnen worden aangebracht om in de gehele Unie een permanente eenvormige informatieverstrekking ten behoeve van afwikkelingsplanning te verzekeren. Daarom dienen strenge kwalitatieve criteria te worden vastgesteld voor het gedetailleerde gemeenschappelijke gegevenspuntenmodel en de gedetailleerde validatievoorschriften, die de Europese Bankautoriteit (EBA) in elektronische vorm op haar website zal publiceren. Bovenstaande sluit niet uit dat de EBA ook technische voorschriften op haar website kan publiceren voor het invullen van de in deze verordening genoemde formulieren en templates. |
|
(8) |
Overeenkomstig artikel 11, lid 2, van Richtlijn 2014/59/EU, zijn bevoegde autoriteiten en afwikkelingsautoriteiten verplicht samen te werken om duplicering van informatievereisten tot een minimum te beperken. Met het oog daarop is in Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1624 een procedure ingesteld voor samenwerking tussen bevoegde autoriteiten en afwikkelingsautoriteiten, die gehandhaafd dient te worden zodat bevoegde autoriteiten en afwikkelingsautoriteiten gezamenlijk kunnen nagaan of de verlangde informatie niet reeds geheel of gedeeltelijk beschikbaar is voor de bevoegde autoriteit. Wanneer de informatie voor de bevoegde autoriteit beschikbaar is, is het passend dat deze die rechtstreeks naar de afwikkelingsautoriteit doorzendt. |
|
(9) |
Gezien de omvang van de wijzigingen van Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1624 van de Commissie is het, om redenen van rechtszekerheid en duidelijkheid, passend om een nieuwe uitvoeringsverordening vast te stellen, en derhalve Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1624 in te trekken en te vervangen. |
|
(10) |
Deze verordening is gebaseerd op de technische uitvoeringsnormen die de EBA aan de Commissie heeft voorgelegd. |
|
(11) |
De EBA heeft open publieksconsultaties georganiseerd over de technische uitvoeringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, heeft de mogelijke kosten en baten ervan geanalyseerd en heeft het advies van de overeenkomstig artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad (4) opgerichte Stakeholdergroep bankwezen ingewonnen, |
HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Definitie
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder “relevante juridische entiteit” een groepsentiteit die geen afwikkelingsentiteit is en overeenkomstig artikel 2, lid 1, punt 31, van Richtlijn 2014/59/EU, in de Unie is gevestigd en aan een of meer van de volgende voorwaarden voldoet:
|
a) |
zij voert kritieke functies uit; |
|
b) |
het individuele totaal van de risicoposten van de entiteit, berekend overeenkomstig artikel 92, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (5), is gelijk aan of groter dan 2 % van het geconsolideerde totaal van de risicoposten van de EU-moederonderneming; |
|
c) |
de individuele maatstaf voor de totale risicoblootstelling zoals bedoeld in artikel 429, lid 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013, is gelijk aan of groter dan 2 % van het geconsolideerde totaal van de maatstaf voor de totale risicoblootstelling van de EU-moederonderneming; |
|
d) |
de individuele bedrijfsopbrengsten zijn gelijk aan of hoger dan 2 % van de totale bedrijfsopbrengsten van de groep op geconsolideerde basis, berekend op het niveau van de EU-moederonderneming; |
|
e) |
de totale activa bedragen meer dan 5 miljard EUR; |
|
f) |
zij is van belang voor de financiële stabiliteit van minstens één lidstaat. |
Voor de toepassing van punt b) van de eerste alinea wordt wat betreft een groep die uit meer dan één afwikkelingsentiteit bestaat, onder een “entiteit” verstaan een relevante juridische entiteit waarvan het individuele totaal van de risicoposten gelijk aan of groter is dan 2 % van het totaal van de risicoposten van de afwikkelingsautoriteit op het geconsolideerde niveau van de af te wikkelen groep.
Voor de toepassing van punt c) van de eerste alinea wordt wat betreft een groep die uit meer dan één afwikkelingsentiteit bestaat, onder een “entiteit” verstaan een relevante juridische entiteit waarvan de individuele maatstaf voor de totale risicoblootstelling gelijk is aan of groter is dan 2% van de maatstaf voor de totale risicoblootstelling van de afwikkelingsautoriteit op het geconsolideerde niveau van de af te wikkelen groep.
Artikel 2
Afwikkelingsrapportage door instellingen die geen deel uitmaken van een groep die overeenkomstig de artikelen 111 en 112 van Richtlijn 2013/36/EU onderworpen is aan toezicht op geconsolideerde basis
1. Afwikkelingsentiteiten die overeenkomstig de artikelen 111 en 112 van Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad (6) geen deel uitmaken van een groep die onderworpen is aan toezicht op geconsolideerde basis, moeten de afwikkelingsautoriteit op individuele basis voorzien van de in alle templates in bijlage I bij de verordening genoemde informatie, met uitzondering van de informatie genoemd in de templates Z 01.01, Z 04.00, Z 07.02, Z 07.03 en Z 11.00.
2. Liquidatie-entiteiten waarop geen vereenvoudigde verplichtingen van toepassing zijn, die geen deel uitmaken van een groep die onderworpen is aan toezicht op geconsolideerde basis overeenkomstig de artikelen 111 en 112 van Richtlijn 2013/36/EU, en waarvoor de afwikkelingsautoriteit niet de vereiste heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 45, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU, in overeenstemming met artikel 45 quater, lid 2 bis, tweede alinea, van die richtlijn, moeten de afwikkelingsautoriteit op individuele basis voorzien van de in de templates Z 01.02, Z 02.00, Z 05.01, Z 05.02, Z 06.00, Z 07.01.1 tot en met Z 07.01.5, Z 07.04 en Z 09.01 van bijlage I bij deze verordening genoemde informatie.
3. Liquidatie-entiteiten waarop geen vereenvoudigde verplichtingen van toepassing zijn, die geen deel uitmaken van een groep die onderworpen is aan toezicht op geconsolideerde basis overeenkomstig de artikelen 111 en 112 van Richtlijn 2013/36/EU, en waarvoor de afwikkelingsautoriteit de vereiste heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 45, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU, in overeenstemming met artikel 45 quater, lid 2 bis, tweede alinea, van die richtlijn, moeten de afwikkelingsautoriteit op individuele basis voorzien van de in de templates Z 01.02, Z 02.00, Z 03.01, Z 03.02, Z 05.01, Z 05.02, Z 06.00, Z 07.01.1 tot en met Z 07.01.5, Z 07.04 en Z 09.01 van bijlage I bij deze verordening genoemde informatie.
Artikel 3
Groepsafwikkelingsrapportage — afwikkelingsgroepen
1. EU-moederondernemingen doen de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau de in de templates Z 01.01, Z 01.02 en Z 08.01 tot en met Z 09.04 van bijlage I genoemde informatie met betrekking tot alle groepsentiteiten toekomen.
2. EU-moederondernemingen doen de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau de in template Z 04.00 van bijlage I genoemde informatie over de financiële verwevenheid tussen alle groepsentiteiten toekomen.
3. EU-moederondernemingen doen de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau de in template Z 02.00 van bijlage I genoemde informatie als volgt toekomen:
|
a) |
op individuele basis voor alle afwikkelingsentiteiten van de groep, waaronder de EU-moederonderneming, en voor alle relevante juridische entiteiten die instellingen zijn; |
|
b) |
op geconsolideerde basis of, in voorkomend geval, op gesubconsolideerde basis, voor alle afwikkelingsentiteiten van de groep, waaronder de EU-moederonderneming, en voor alle relevante juridische entiteiten waarvoor de afwikkelingsautoriteit een vereiste heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 45, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU, op geconsolideerde of gesubconsolideerde basis, ongeacht de vraag of die entiteiten onder deel 1, titel II, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen. |
4. EU-moederondernemingen doen de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau de in template Z 03.01 of Z 03.02 van bijlage I genoemde informatie als volgt toekomen:
|
a) |
op individuele basis voor alle afwikkelingsentiteiten van de groep, waaronder de EU-moederonderneming, en voor alle relevante juridische entiteiten die instellingen zijn waarvoor de afwikkelingsautoriteit een vereiste heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 45, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU; |
|
b) |
op geconsolideerde of gesubconsolideerde basis voor alle afwikkelingsentiteiten van de groep, waaronder de EU-moederonderneming, en voor alle relevante juridische entiteiten die instellingen zijn waarvoor de afwikkelingsautoriteit een vereiste heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 45, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU, ongeacht de vraag of die entiteiten onder deel 1, titel II, hoofdstuk 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 vallen. |
5. EU-moederondernemingen doen de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau de in de templates Z 07.01.1, Z 07.01.2, Z 07.01.3, Z 07.01.4 en Z 07.01.5 van bijlage I genoemde informatie toekomen op het niveau van iedere lidstaat waarin de groep actief is.
6. EU-moederondernemingen doen de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau de in de templates Z 07.02, Z 07.03 en Z 07.04 van bijlage I genoemde informatie met betrekking tot de door groepsentiteiten uitgevoerde kritieke functies en kernbedrijfsonderdelen toekomen.
7. EU-moederondernemingen doen voor alle afwikkelingsentiteiten van de groep, waaronder de EU-moederonderneming, de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau de in de templates Z 05.01, Z 05.02, Z 06.00, Z 07.01.1 tot en met Z 07.01.5, Z 07.04 en Z 11.00 tot en met Z 17.00 van bijlage I genoemde informatie op individuele basis toekomen.
8. EU-moederondernemingen doen voor alle relevante juridische entiteiten die instellingen zijn, de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau de in de templates Z 05.01, Z 05.02, Z 06.00, Z 07.01.1 tot en met Z 07.01.5 en Z 07.04 van bijlage I genoemde informatie op individuele basis toekomen.
9. Lid 2, lid 3, punt a), en de leden 4, 5 en 6 van dit artikel zijn van toepassing niettegenstaande een eventuele afwijking van de toepassing van prudentiële vereisten uit hoofde van artikel 7, lid 1, of artikel 7, lid 3, van Verordening (EU) nr. 575/2013, of artikel 8 van Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad (7), of een ontheffing betreffende de minimumvereisten voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva overeenkomstig artikel 45 septies van Richtlijn 2014/59/EU.
Artikel 4
Groepsafwikkelingsrapportage — groepen die uitsluitend uit liquidatie-entiteiten bestaan
EU-moederondernemingen van een groep die uitsluitend uit liquidatie-entiteiten bestaat waarop geen vereenvoudigde verplichtingen van toepassing zijn, doen de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau het volgende toekomen:
|
a) |
de in de templates Z 01.01, Z 01.02, Z 07.01.1 tot en met Z 07.01.5 en Z 09.01 van bijlage I bij deze verordening genoemde informatie met betrekking tot alle groepsentiteiten, de in template Z 02.00 genoemde informatie op geconsolideerde basis, en de in template Z 04.00 genoemde informatie met betrekking tot de financiële verwevenheid tussen alle groepsentiteiten; |
|
b) |
op individuele basis, voor zichzelf en voor iedere relevante juridische entiteit waarvoor de afwikkelingsautoriteit niet de vereiste heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 45, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU, in overeenstemming met artikel 45 quater, lid 2 bis, tweede alinea, van die richtlijn, de in de templates Z 02.00, Z 05.01, Z 05.02, Z 06.00, Z 07.01.1 tot en met Z 07.01.5, Z 07.04 van bijlage I bij deze verordening genoemde informatie; |
|
c) |
op individuele basis, voor zichzelf en voor iedere relevante juridische entiteit waarvoor de afwikkelingsautoriteit de vereiste heeft vastgesteld overeenkomstig artikel 45, lid 1, van Richtlijn 2014/59/EU, in overeenstemming met artikel 45 quater, lid 2 bis, tweede alinea, van die richtlijn, de in de templates Z 02.00, Z 03.01, Z 03.02, Z 05.01, Z 05.02, Z 06.00, Z 07.01.1 tot en met Z 07.01.5, Z 07.04 van bijlage I bij deze verordening genoemde informatie. |
Artikel 5
Aanpassingen betreffende groepsafwikkelingsrapportage
1. Voor een groep waarvan de EU-moederonderneming een liquidatie-entiteit is en die uit afwikkelingsentiteiten bestaat, dient de EU-moederonderneming het volgende in:
|
a) |
voor groepsentiteiten die tot afwikkelingsgroepen behoren, de in artikel 3 genoemde informatie; |
|
b) |
voor liquidatie-entiteiten waarop geen vereenvoudigde verplichtingen van toepassing zijn en die geen deel uitmaken van een afwikkelingsgroep, de in artikel 4 genoemde informatie. |
2. Voor een afwikkelingsgroep als bedoeld in artikel 2, lid 1, punt 83 ter, b), van Richtlijn 2014/59/EU, wordt de in artikel 3 van deze verordening genoemde informatie door minstens één van de afwikkelingsentiteiten van de groep ingediend. Die informatie moet alle kredietinstellingen die blijvend aangesloten zijn bij het centrale orgaan van die afwikkelingsgroep, het centrale orgaan zelf, alsook de dochterondernemingen ervan, op doeltreffende wijze bestrijken op individuele, gesubconsolideerde en geconsolideerde basis, naargelang het geval.
Artikel 6
Frequentie, referentiedata en indieningsdata
1. Instellingen of, in het geval van groepen, EU-moederondernemingen, dienen de in de artikelen 2 tot en met 5 bedoelde informatie als volgt in:
|
a) |
wat betreft de templates Z 01.01, Z 01.02, Z 02.00, Z 03.01, Z 03.02, Z 04.00, Z 05.01, Z 05.02, Z 06.00 en Z 11.00 tot en met Z 17.00, uiterlijk op 31 maart van elk jaar ten aanzien van de laatste dag van het voorafgaande kalenderjaar; |
|
b) |
wat betreft de templates Z 07.01.1 tot en met Z 07.04, Z 08.01 tot en met Z 08.05 en Z 09.01 tot en met Z 09.04, uiterlijk op 30 april van elk jaar ten aanzien van de laatste dag van het voorafgaande kalenderjaar. |
Wat betreft punt a) van de eerste alinea: indien 31 maart geen werkdag is, wordt de informatie op de daaropvolgende werkdag verstrekt.
Wat betreft punt b) van de eerste alinea: indien 30 april geen werkdag is, wordt de informatie op de daaropvolgende werkdag verstrekt.
2. De afwikkelingsautoriteiten geven aan of de informatie rechtstreeks moet worden ingediend bij de afwikkelingsautoriteit dan wel, in voorkomend geval, bij de bevoegde autoriteit.
3. Instellingen of, in het geval van groepen, EU-moederondernemingen, mogen ongecontroleerde cijfers indienen. Wanneer gecontroleerde cijfers afwijken van ingediende ongecontroleerde cijfers, worden de herziene, gecontroleerde cijfers onverwijld ingediend.
4. Voor de toepassing van lid 3 worden onder “ongecontroleerde cijfers” verstaan cijfers waarvoor geen verklaring is afgegeven door een externe accountant, terwijl “gecontroleerde cijfers” cijfers zijn die gecontroleerd zijn door een externe accountant die daarbij een verklaring heeft afgegeven.
5. Correcties van de ingediende rapportages worden onverwijld ingediend.
Artikel 7
Formats voor gegevensuitwisseling en bij de indiening te voegen informatie
1. Instellingen of, in het geval van groepen, EU-moederondernemingen, verstrekken de in de artikelen 2 tot en met 5 bedoelde informatie, zoals genoemd in de templates van bijlage I, in de door de afwikkelingsautoriteiten vastgestelde formats voor gegevensuitwisseling en -presentatie, met inachtneming van de definities van gegevenspunten in het in bijlage II bedoelde gemeenschappelijke gegevenspuntenmodel en de in bijlage III bedoelde validatievoorschriften.
2. Naast de in lid 1 genoemde verplichting zorgen instellingen of, in het geval van groepen, EU-moederondernemingen, ervoor dat:
|
a) |
numerieke waarden als volgt worden aangeleverd:
|
|
b) |
instellingen en verzekeringsondernemingen uitsluitend worden geïdentificeerd aan de hand van hun identificatiecode voor juridische entiteiten; |
|
c) |
juridische entiteiten en tegenpartijen, andere dan instellingen en verzekeringsondernemingen, worden geïdentificeerd aan de hand van hun identificatiecode voor juridische entiteiten, indien beschikbaar; |
|
d) |
bij het indienen van gegevens niet-gevraagde of niet-toepasselijke informatie achterwege wordt gelaten. |
3. Instellingen of, in het geval van groepen, EU-moederondernemingen, voegen de volgende gegevens toe aan de ingediende informatie:
|
a) |
de referentiedatum; |
|
b) |
de rapportagevaluta; |
|
c) |
de standaard voor jaarrekeningen; |
|
d) |
de identificatiecode voor juridische entiteiten van de rapporterende entiteit; |
|
e) |
het toepassingsniveau als bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4. |
Artikel 8
Verstrekking van aanvullende informatie voor individuele afwikkelingsplannen of groepsafwikkelingsplannen
1. De afwikkelingsautoriteit of de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau verzoekt de betrokken instelling of de EU-moederonderneming om aanvullende informatie of om informatie in een nieuw format, indien een van de volgende situaties van toepassing is:
|
a) |
de afwikkelingsautoriteit of de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau is van oordeel dat dergelijke informatie niet onder een van de templates van bijlage I valt en noodzakelijk is voor de opstelling en uitvoering van afwikkelingsplannen; |
|
b) |
de afwikkelingsautoriteit of de afwikkelingsautoriteit op groepsniveau is van oordeel dat het verkrijgen van dergelijke informatie van entiteiten waarop vereenvoudigde verplichtingen van toepassing zijn, noodzakelijk is voor de opstelling en uitvoering van afwikkelingsplannen; |
|
c) |
het format waarin de bevoegde autoriteit de informatie verstrekt overeenkomstig artikel 9, lid 2, is niet geschikt voor het opstellen of uitvoeren van afwikkelingsplannen. |
2. Wat betreft het in lid 1 bedoelde verzoek doet de afwikkelingsautoriteit het volgende:
|
a) |
zij geeft aan welke aanvullende informatie dient te worden verstrekt; |
|
b) |
zij geeft, rekening houdende met het volume en de complexiteit van de verlangde informatie, nader aan wat het passende tijdsbestek is waarbinnen de instelling of, in het geval van groepen, de EU-moederonderneming, de informatie aan de afwikkelingsautoriteit moet verstrekken; |
|
c) |
zij geeft nader aan welk format instellingen of, in het geval van groepen, EU-moederondernemingen, moeten gebruiken om de informatie aan de afwikkelingsautoriteit te verstrekken; |
|
d) |
zij vermeldt of de informatie dient te worden verstrekt op individuele, gesubconsolideerde of geconsolideerde basis, en of de reikwijdte ervan lokaal, Uniebreed of mondiaal is; |
|
e) |
zij geeft precies aan wie de informatie moet ontvangen, en vermeldt de formats voor gegevensuitwisseling en de informatie die bij de indiening moet worden gevoegd wanneer er aanvullende informatie dient te worden verstrekt. |
Artikel 9
Samenwerking tussen bevoegde autoriteiten en afwikkelingsautoriteiten
1. Bevoegde autoriteiten en afwikkelingsautoriteiten gaan samen na of de overeenkomstig de artikelen 2 tot en met 5 en de artikelen 7 en 8 aan de afwikkelingsautoriteit te verstrekken informatie niet reeds geheel of gedeeltelijk beschikbaar is voor de bevoegde autoriteit.
2. Wanneer de informatie reeds geheel of gedeeltelijk voor de bevoegde autoriteit beschikbaar is, verstrekt die autoriteit de informatie tijdig aan de afwikkelingsautoriteit.
3. Wat betreft lid 2, stellen afwikkelingsautoriteiten instellingen of, in het geval van groepen, EU-moederondernemingen, in kennis van de informatie die in de overeenkomstig deze verordening te verstrekken informatie moet worden opgenomen. De afwikkelingsautoriteiten identificeren die informatie aan de hand van de templates in bijlage I.
Artikel 10
Intrekking
Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1624 wordt ingetrokken.
Verwijzingen naar de ingetrokken uitvoeringsverordening gelden als verwijzingen naar deze verordening.
Artikel 11
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel, 14 november 2025.
Voor de Commissie
De voorzitter
Ursula VON DER LEYEN
(1) PB L 173 van 12.6.2014, blz. 190, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/59/oj.
(2) Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1624 van de Commissie van 23 oktober 2018 tot vaststelling van technische uitvoeringsnormen met betrekking tot procedures, standaardformulieren en templates ten behoeve van de informatieverstrekking voor de opstelling en uitvoering van afwikkelingsplannen voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen overeenkomstig Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1066 van de Commissie (PB L 277 van 7.11.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2018/1624/oj).
(3) Richtlijn (EU) 2024/1174 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot wijziging van Richtlijn 2014/59/EU en Verordening (EU) nr. 806/2014 met betrekking tot bepaalde aspecten van het minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva (PB L, 2024/1174, 22.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1174/oj).
(4) Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2010/1093/oj).
(5) Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/575/oj).
(6) Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2013/36/oj).
(7) Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 575/2013, (EU) nr. 600/2014 en (EU) nr. 806/2014 (PB L 314 van 5.12.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/2033/oj).
BIJLAGE I
|
Template |
Beschrijving template |
Korte naam |
|
Organisatiestructuur |
|
|
|
Z 01.01 |
Juridische entiteiten |
ORG 1 |
|
Z 01.02 |
Eigendomsstructuur |
ORG 2 |
|
Geaggregeerde gegevens betreffende passiva |
|
|
|
Z 02.00 |
Passivastructuur |
LIAB 1 |
|
Z 03.01 |
Eigenvermogensvereisten — Kredietinstellingen |
LIAB 2 |
|
Z 03.02 |
Eigenvermogensvereisten — Beleggingsondernemingen |
LIAB 3 |
|
Z 04.00 |
Intragroep financiële verwevenheden |
LIAB 4 |
|
Z 05.01 |
Verplichtingen belangrijkste tegenpartijen |
LIAB 5 |
|
Z 05.02 |
Belangrijkste tegenpartijen buiten de balanstelling |
LIAB 6 |
|
Z 06.00 |
Depositoverzekering |
LIAB 7 |
|
Kritieke functies |
|
|
|
Z 07.01 |
Beoordeling kriticiteit economische functies |
FUNC 1 |
|
Z 07.02 |
Mapping economische functies met juridische entiteiten |
FUNC 2 |
|
Z 07.03 |
Mapping kernbedrijfsonderdelen met juridische entiteiten |
FUNC 3 |
|
Z 07.04 |
Mapping economische functies met kernbedrijfsonderdelen |
FUNC 4 |
|
Relevante diensten |
|
|
|
Z 08.01 |
Relevante diensten |
SERV 1 |
|
Z 08.02 |
Relevante diensten — Mapping met operationele activa |
SERV 2 |
|
Z 08.03 |
Relevante diensten — Mapping met rollen |
SERV 3 |
|
Z 08.04 |
Kritieke diensten — Mapping met kritieke functies |
SERV 4 |
|
Z 08.05 |
Essentiële diensten — Mapping met kernbedrijfsonderdelen |
SERV 5 |
|
Financiëlemarktinfrastructuren |
|
|
|
Z 09.01 |
FMI-diensten — Aanbieders en gebruikers |
FMI 1 |
|
Z 09.02 |
FMI-diensten — Mapping met kritieke en essentiële FMI’s |
FMI 2 |
|
Z 09.03 |
FMI-diensten — Belangrijkste meeteenheden |
FMI 3 |
|
Z 09.04 |
FMI-diensten — CTP’s — Alternatieve aanbieder |
FMI 4 |
|
Gedetailleerde gegevens betreffende passiva |
|
|
|
Z 11.00 |
Intragroepsverplichtingen, met uitzondering van derivaten |
LIAB G 1 |
|
Z 12.00 |
Effecten (met inbegrip van tier 1-kernkapitaal, aanvullend tier 1-kapitaal en tier 2-kapitaal; met uitsluiting van intragroep) |
LIAB G 2 |
|
Z 13.00 |
Alle deposito’s (met uitsluiting van intragroep) |
LIAB G 3 |
|
Z 14.00 |
Andere financiële verplichtingen (die niet in andere tabbladen zijn opgenomen, met uitsluiting van intragroep) |
LIAB G 4 |
|
Z 15.00 |
Derivaten |
LIAB G 5 |
|
Z 16.00 |
Gedekte financieringstransacties, met uitsluiting van intragroep |
LIAB G 6 |
|
Z 17.00 |
Andere niet-financiële verplichtingen (die niet in andere tabbladen zijn opgenomen, met uitsluiting van intragroep) |
LIAB G 7 |
|
Z 01.01 — Juridische entiteiten (ORG 1) |
|
Entiteit |
||||||||||||||||||
|
Naam entiteit |
Code |
Soort code |
Type entiteit |
Land |
LEI- of POE-code van de afwikkelingsgroep |
Ontheffing artikel 7 VKV |
Ontheffing artikel 8 VKV |
Met inachtneming van artikel 9 VKV |
Ontheffing artikel 10 VKV |
Totale activa |
Totaal risicoposten |
Maatstaf totale blootstelling (TEM) |
Totale bedrijfsopbrengsten |
Standaard voor jaarrekeningen |
Bijdrage aan het geconsolideerde totaal van de risicoposten |
Bijdrage aan de maatstaf voor de geconsolideerde totale blootstelling |
Bijdrage aan de geconsolideerde bedrijfsopbrengsten |
Relevante juridische entiteit |
|
0010 |
0020 |
0025 |
0040 |
0050 |
0055 |
0070 |
0080 |
0090 |
0100 |
0110 |
0150 |
0160 |
0170 |
0210 |
0260 |
0270 |
0280 |
0320 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 01.02 — Eigendomsstructuur (ORG 2) |
|
Belegger |
Entiteit waarin wordt deelgenomen |
Eigendom |
||||||
|
Naam |
Code |
Soort code |
Naam |
Code |
Soort code |
Internationaal filiaal |
Aandelenkapitaal |
Stemrechten in de entiteit |
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
0070 |
0080 |
0090 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 02.00 — Passivastructuur (LIAB 1) |
|
|
Tegenpartij |
||||||||||||
|
Huishoudens |
Niet-financiële vennootschappen (kmo’s) |
Niet-financiële vennootschappen (niet-kmo’s) |
Kredietinstellingen |
Andere financiële vennootschappen |
|||||||||
|
Uitstaand bedrag |
Boekwaarde |
Uitstaand bedrag |
Boekwaarde |
Uitstaand bedrag |
Boekwaarde |
Uitstaand bedrag |
Boekwaarde |
Uitstaand bedrag |
Boekwaarde |
Waarvan verzekeringsondernemingen & pensioenfondsen |
|||
|
Uitstaand bedrag |
Boekwaarde |
||||||||||||
|
Rij |
Post |
0010 |
0011 |
0020 |
0021 |
0030 |
0031 |
0040 |
0041 |
0050 |
0051 |
0055 |
0056 |
|
0100 |
VAN BAIL-IN UITGESLOTEN VERPLICHTINGEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0110 |
Gedekte deposito’s |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0120 |
Gedekte verplichtingen — door zekerheden gedekte deel |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0130 |
Verplichtingen jegens cliënten, indien beschermd bij insolventie |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0140 |
Fiduciaire verplichtingen, indien beschermd bij insolventie |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0150 |
Verplichtingen jegens instellingen < 7 dagen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0161 |
Verplichtingen jegens systemen (of exploitanten daarvan) en CTP’s < 7 dagen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0170 |
Verplichtingen jegens werknemers |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0180 |
Verplichtingen van kritiek belang voor dagelijkse bedrijfsactiviteiten |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0190 |
Verplichtingen jegens belastingautoriteiten en socialezekerheidsinstanties, indien preferent |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0200 |
DGS-verplichtingen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0210 |
Verplichtingen jegens andere entiteiten van de af te wikkelen groep |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0300 |
NIET VAN BAIL-IN UITGESLOTEN VERPLICHTINGEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0310 |
Deposito’s, niet gedekt maar preferent |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0311 |
waarvan: resterende looptijd <= 1 maand |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0312 |
waarvan: resterende looptijd > 1 maand < 1 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0313 |
waarvan: resterende looptijd >= 1 jaar en < 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0314 |
waarvan: resterende looptijd >= 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0320 |
Deposito’s, niet gedekt en niet preferent |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0321 |
waarvan: resterende looptijd <= 1 maand |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0322 |
waarvan: resterende looptijd > 1 maand < 1 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0323 |
waarvan: resterende looptijd >= 1 jaar en < 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0324 |
waarvan: resterende looptijd >= 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0330 |
Uit derivaten voortvloeiende balansverplichtingen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0331 |
Som nettopassiefposities rekening houdende met contractuele nettingsets, na aanpassing waardering tegen marktwaarde, vóór verrekening zekerheden |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0332 |
Som nettopassiefposities rekening houdende met contractuele nettingsets, na aanpassing waardering tegen marktwaarde, na verrekening zekerheden |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0333 |
Som nettopassiefposities rekening houdende met contractuele nettingsets, na aanpassing waardering tegen marktwaarde, na verrekening zekerheden, met verwerking geraamde beëindigingsbedragen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0334 |
Som nettopassiefposities rekening houdende met regels inzake prudentiële netting |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0340 |
Niet door zekerheden gedekte verplichtingen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0341 |
waarvan: resterende looptijd <= 1 maand |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0342 |
waarvan: resterende looptijd > 1 maand < 1 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0343 |
waarvan: resterende looptijd >= 1 jaar en < 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0344 |
waarvan: resterende looptijd >= 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0350 |
Structured notes |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0351 |
waarvan: resterende looptijd <= 1 maand |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0352 |
waarvan: resterende looptijd > 1 maand < 1 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0353 |
waarvan: resterende looptijd >= 1 jaar en < 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0354 |
waarvan: resterende looptijd >= 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0360 |
Niet-achtergestelde ongedekte verplichtingen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0361 |
waarvan: resterende looptijd <= 1 maand |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0362 |
waarvan: resterende looptijd > 1 maand < 1 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0363 |
waarvan: resterende looptijd >= 1 jaar en < 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0364 |
waarvan: resterende looptijd >= 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0365 |
Niet-achtergestelde niet-preferente verplichtingen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0366 |
waarvan: resterende looptijd <= 1 maand |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0367 |
waarvan: resterende looptijd > 1 maand < 1 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0368 |
waarvan: resterende looptijd >= 1 jaar en < 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0369 |
waarvan: resterende looptijd >= 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0370 |
Achtergestelde verplichtingen (niet erkend als eigen vermogen) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0371 |
waarvan: resterende looptijd <= 1 maand |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0372 |
waarvan: resterende looptijd > 1 maand < 1 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0373 |
waarvan: resterende looptijd >= 1 jaar en < 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0374 |
waarvan: resterende looptijd >= 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0380 |
Andere voor MREL in aanmerking komende verplichtingen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0381 |
waarvan: resterende looptijd >= 1 jaar en < 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0382 |
waarvan: resterende looptijd >= 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0390 |
Niet-financiële verplichtingen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0400 |
Resterende verplichtingen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0500 |
EIGEN VERMOGEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0510 |
Tier 1-kernkapitaal |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0511 |
waarvan: kapitaalinstrumenten/aandelenkapitaal |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0512 |
waarvan: instrumenten met dezelfde rang als gewone aandelen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0520 |
Aanvullend tier 1-kapitaal |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0521 |
waarvan: (deel van) als eigen vermogen erkende achtergestelde verplichtingen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0530 |
Tier 2-kapitaal |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0531 |
waarvan: (deel van) als eigen vermogen erkende achtergestelde verplichtingen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0600 |
TOTAAL VERPLICHTINGEN & EIGEN VERMOGEN MET INBEGRIP VAN UIT DERIVATEN VOORTVLOEIENDE VERPLICHTINGEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0800 |
TOTAAL EIGEN VERMOGEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Tegenpartij |
|
|
||||||||||
|
Overheden en centrale banken |
Niet-geïdentificeerd, genoteerd op handelsplatform |
Niet-geïdentificeerd, niet-genoteerd op handelsplatform |
TOTAAL |
waarvan: intragroep |
waarvan: onder het recht van een derde land vallende verplichtingen, met uitsluiting van intragroep |
||||||||
|
Uitstaand bedrag |
Boekwaarde |
Uitstaand bedrag |
Boekwaarde |
Uitstaand bedrag |
Boekwaarde |
Uitstaand bedrag |
Boekwaarde |
Uitstaand bedrag |
Boekwaarde |
Uitstaand bedrag |
Boekwaarde |
||
|
Rij |
Post |
0060 |
0061 |
0070 |
0071 |
0080 |
0081 |
0090 |
0091 |
0100 |
0101 |
0110 |
0111 |
|
0100 |
VAN BAIL-IN UITGESLOTEN VERPLICHTINGEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0110 |
Gedekte deposito’s |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0120 |
Gedekte verplichtingen — door zekerheden gedekte deel |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0130 |
Verplichtingen jegens cliënten, indien beschermd bij insolventie |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0140 |
Fiduciaire verplichtingen, indien beschermd bij insolventie |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0150 |
Verplichtingen jegens instellingen < 7 dagen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0161 |
Verplichtingen jegens systemen (of exploitanten daarvan) en CTP’s < 7 dagen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0170 |
Verplichtingen jegens werknemers |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0180 |
Verplichtingen van kritiek belang voor dagelijkse bedrijfsactiviteiten |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0190 |
Verplichtingen jegens belastingautoriteiten en socialezekerheidsinstanties, indien preferent |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0200 |
DGS-verplichtingen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0210 |
Verplichtingen jegens andere entiteiten van de af te wikkelen groep |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0300 |
NIET VAN BAIL-IN UITGESLOTEN VERPLICHTINGEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0310 |
Deposito’s, niet gedekt maar preferent |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0311 |
waarvan: resterende looptijd <= 1 maand |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0312 |
waarvan: resterende looptijd > 1 maand < 1 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0313 |
waarvan: resterende looptijd >= 1 jaar en < 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0314 |
waarvan: resterende looptijd >= 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0320 |
Deposito’s, niet gedekt en niet preferent |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0321 |
waarvan: resterende looptijd <= 1 maand |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0322 |
waarvan: resterende looptijd > 1 maand < 1 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0323 |
waarvan: resterende looptijd >= 1 jaar en < 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0324 |
waarvan: resterende looptijd >= 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0330 |
Uit derivaten voortvloeiende balansverplichtingen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0331 |
Som nettopassiefposities rekening houdende met contractuele nettingsets, na aanpassing waardering tegen marktwaarde, vóór verrekening zekerheden |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0332 |
Som nettopassiefposities rekening houdende met contractuele nettingsets, na aanpassing waardering tegen marktwaarde, na verrekening zekerheden |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0333 |
Som nettopassiefposities rekening houdende met contractuele nettingsets, na aanpassing waardering tegen marktwaarde, na verrekening zekerheden, met verwerking geraamde beëindigingsbedragen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0334 |
Som nettopassiefposities rekening houdende met regels inzake prudentiële netting |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0340 |
Niet door zekerheden gedekte verplichtingen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0341 |
waarvan: resterende looptijd <= 1 maand |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0342 |
waarvan: resterende looptijd > 1 maand < 1 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0343 |
waarvan: resterende looptijd >= 1 jaar en < 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0344 |
waarvan: resterende looptijd >= 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0350 |
Structured notes |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0351 |
waarvan: resterende looptijd <= 1 maand |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0352 |
waarvan: resterende looptijd > 1 maand < 1 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0353 |
waarvan: resterende looptijd >= 1 jaar en < 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0354 |
waarvan: resterende looptijd >= 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0360 |
Niet-achtergestelde ongedekte verplichtingen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0361 |
waarvan: resterende looptijd <= 1 maand |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0362 |
waarvan: resterende looptijd > 1 maand < 1 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0363 |
waarvan: resterende looptijd >= 1 jaar en < 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0364 |
waarvan: resterende looptijd >= 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0365 |
Niet-achtergestelde niet-preferente verplichtingen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0366 |
waarvan: resterende looptijd <= 1 maand |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0367 |
waarvan: resterende looptijd > 1 maand < 1 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0368 |
waarvan: resterende looptijd >= 1 jaar en < 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0369 |
waarvan: resterende looptijd >= 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0370 |
Achtergestelde verplichtingen (niet erkend als eigen vermogen) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0371 |
waarvan: resterende looptijd <= 1 maand |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0372 |
waarvan: resterende looptijd > 1 maand < 1 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0373 |
waarvan: resterende looptijd >= 1 jaar en < 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0374 |
waarvan: resterende looptijd >= 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0380 |
Andere voor MREL in aanmerking komende verplichtingen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0381 |
waarvan: resterende looptijd >= 1 jaar en < 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0382 |
waarvan: resterende looptijd >= 2 jaar |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0390 |
Niet-financiële verplichtingen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0400 |
Resterende verplichtingen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0500 |
EIGEN VERMOGEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0510 |
Tier 1-kernkapitaal |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0511 |
waarvan: kapitaalinstrumenten/aandelenkapitaal |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0512 |
waarvan: instrumenten met dezelfde rang als gewone aandelen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0520 |
Aanvullend tier 1-kapitaal |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0521 |
waarvan: (deel van) als eigen vermogen erkende achtergestelde verplichtingen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0530 |
Tier 2-kapitaal |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0531 |
waarvan: (deel van) als eigen vermogen erkende achtergestelde verplichtingen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0600 |
TOTAAL VERPLICHTINGEN & EIGEN VERMOGEN MET INBEGRIP VAN UIT DERIVATEN VOORTVLOEIENDE VERPLICHTINGEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0800 |
TOTAAL EIGEN VERMOGEN |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 03.01 — Eigenvermogensvereisten — Kredietinstellingen (LIAB 2) |
|
|
|
Bedrag of percentage |
|
0010 |
||
|
0100 |
Totaal risicoposten |
|
|
0120 |
Maatstaf totale blootstelling (TEM) |
|
|
0210 |
Aanvangskapitaal |
|
|
0220 |
Hefboomratiovereiste |
|
|
0300 |
Totale SREP-kapitaalvereiste-ratio (TSCR-ratio) |
|
|
0400 |
Gecombineerde buffervereiste |
|
|
0410 |
Kapitaalconserveringsbuffer |
|
|
0420 |
Conserveringsbuffer als gevolg van macroprudentieel of systeemrisico onderkend op het niveau van een lidstaat |
|
|
0430 |
Instellingsspecifieke contracyclische kapitaalbuffer |
|
|
0440 |
Systeemrisicobuffer |
|
|
0450 |
Buffer voor mondiaal systeemrelevante instellingen |
|
|
0460 |
Buffer voor andere systeemrelevante instellingen |
|
|
0500 |
Algeheel kapitaalvereiste-ratio (OCR-ratio) |
|
|
Z 03.02 Eigenvermogensvereisten — Beleggingsondernemingen (LIAB 3) |
|
|
|
Bedrag |
|
0010 |
||
|
0100 |
Totaal eigenvermogensvereiste |
|
|
0110 |
Eigenvermogensvereiste |
|
|
0120 |
Additionele eigenvermogensvereiste |
|
|
0130 |
Richtsnoeren inzake aanvullend eigen vermogen |
|
|
Z 04.00 — Intragroep financiële verwevenheden (LIAB 4) |
|
Uitgevende entiteit of gegarandeerde entiteit |
Schuldeiser, houder of garantieverstrekker |
|
Financiële verwevenheid |
||||||
|
Naam entiteit |
Code |
Soort code |
Naam entiteit |
Code |
Soort code |
|
|
Uitstaand bedrag |
|
|
Type |
|
waarvan uitgegeven volgens recht derde land |
waarvanvoor MREL in aanmerking komend |
||||||
|
0010 |
0020 |
0025 |
0030 |
0040 |
0045 |
0050 |
0060 |
0070 |
0080 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 05.01 — Verplichtingen belangrijkste tegenpartijen (LIAB 5) |
|
Tegenpartij |
Type |
Bedrag |
|||||
|
Naam entiteit |
Code |
Soort code |
Groep of individueel |
Land |
Sector |
||
|
0010 |
0020 |
0025 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
0070 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 05.02 — Belangrijkste tegenpartijen buiten de balanstelling (LIAB 6) |
|
Tegenpartij |
Type |
Bedrag |
|||||
|
Naam entiteit |
Code |
Soort code |
Groep of individueel |
Land |
Sector |
||
|
0010 |
0020 |
0025 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
0070 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 06.00 — Depositoverzekering (LIAB 7) |
|
Juridische entiteit |
DGS-Lidmaatschap |
Institutioneel protectiestelsel |
Aanvullende bescherming op grond van contractuele regeling |
||
|
Naam entiteit |
Code |
DGS |
Bedrag gedekte deposito’s |
||
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 07.01 — Beoordeling kriticiteit economische functies (FUNC 1) |
|
|
|
|
|
Land: |
|
Blad per land plus (sub)regio |
|
|
|
|
|
|
Economische functies |
Kwantitatieve gegevens |
|||||||||
|
ID |
Economische functie |
Beschrijving economische functie |
Marktaandeel |
|
Totaal |
Aantal cliënten |
|
Totaal |
Grensoverschrijdende waarde |
||
|
Waarde op de rekeningen |
Waarvan niet gedekt |
Waarvan periodiek |
Aantal rekeningen |
Waarvan periodiek |
|||||||
|
Rij |
|
|
0010 |
0020 |
0030 |
0035 |
0036 |
0040 |
0050 |
0055 |
0060 |
|
|
1 |
Deposito’s |
|||||||||
|
0010 |
1.1 |
Huishoudens |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0020 |
1.2 |
Niet-financiële vennootschappen — kmo's |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0030 |
1.3 |
Niet-financiële vennootschappen — niet-kmo's |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0040 |
1.4 |
Overheden |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0050 |
1.5 |
Andere sectoren/tegenpartijen (1) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0060 |
1.6 |
Andere sectoren/tegenpartijen (2) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0070 |
1.7 |
Andere sectoren/tegenpartijen (2) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Economische functies |
Analyses betreffende effect en vervangbaarheid |
Verwerkingscapaciteit |
Beoordeling kriticiteit |
Opmerkingen van de groep |
||||||||||
|
ID |
Economische functie |
Aard en reikwijdte |
Relevantie |
Marktstructuur |
Tijdpad |
Mogelijkheid tot vervanging |
Aantal rekeningen |
||||||||
|
Omvangindicator 1 (op basis van waarden) |
Omvangindicator 2 (op basis van aantallen) |
Grensoverschrijdende indicator |
Marktaandeel |
Marktconcentratie |
Verwachte tijd voor vervanging |
Juridische belemmeringen voor markttoegang of -uitbreiding |
Operationele eisen |
Aantal aanvragen van nieuwe cliënten gedurende één werkdag (aantal rekeningen) |
Impact op de markt |
Vervangbaarheid |
Kritieke functie |
||||
|
Rij |
|
|
0070 |
0080 |
0090 |
0100 |
0110 |
0120 |
0130 |
0140 |
0145 |
150 |
0160 |
0170 |
0180 |
|
|
1 |
Deposito’s |
|||||||||||||
|
0010 |
1.1 |
Huishoudens |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0020 |
1.2 |
Niet-financiële vennootschappen — kmo's |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0030 |
1.3 |
Niet-financiële vennootschappen — niet-kmo's |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0040 |
1.4 |
Overheden |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0050 |
1.5 |
Andere sectoren/tegenpartijen (1) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0060 |
1.6 |
Andere sectoren/tegenpartijen (2) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0070 |
1.7 |
Andere sectoren/tegenpartijen (2) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 07.01 — Beoordeling kriticiteit economische functies (FUNC 1) |
|
|
|
|
|
Land: |
|
Blad per land plus (sub)regio |
|
|
|
|
|
|
Economische functies |
Kwantitatieve gegevens |
|||||
|
ID |
Economische functie |
Beschrijving economische functie |
Marktaandeel |
Uitstaande waarde |
Aantal cliënten |
Uitstaande waarde — grensoverschrijdende waarde |
|
|
Rij |
|
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0060 |
|
|
2 |
Verstrekte leningen |
|||||
|
0080 |
2.1 |
Huishoudens — lening voor huisaankoop |
|
|
|
|
|
|
0090 |
2.2 |
Huishoudens — andere lening |
|
|
|
|
|
|
0100 |
2.3 |
Niet-financiële vennootschappen — kmo's |
|
|
|
|
|
|
0110 |
2.4 |
Niet-financiële vennootschappen — niet-kmo's |
|
|
|
|
|
|
0120 |
2.5 |
Overheden |
|
|
|
|
|
|
0130 |
2.6 |
Andere sectoren/tegenpartijen (1) |
|
|
|
|
|
|
0140 |
2.7 |
Andere sectoren/tegenpartijen (2) |
|
|
|
|
|
|
0150 |
2.8 |
Andere sectoren/tegenpartijen (3) |
|
|
|
|
|
|
|
Economische functies |
Analyses betreffende effect en vervangbaarheid |
Beoordeling kriticiteit |
|
||||||||||
|
ID |
Economische functie |
Aard en reikwijdte |
Relevantie |
Marktstructuur |
Tijdpad |
Mogelijkheid tot vervanging |
|
Opmerkingen van de groep |
||||||
|
Omvangindicator 1 (op basis van waarden) |
Omvangindicator 2 (op basis van aantallen) |
Grensoverschrijdende indicator |
Marktaandeel |
Marktconcentratie |
Verwachte tijd voor vervanging |
Juridische belemmeringen voor markttoegang of -uitbreiding |
Operationele eisen |
Impact op de markt |
Vervangbaarheid |
Kritieke functie |
||||
|
Rij |
|
|
0080 |
0090 |
0100 |
0110 |
0120 |
0130 |
0140 |
0150 |
0160 |
0170 |
0180 |
0190 |
|
|
2 |
Verstrekte leningen |
|
|||||||||||
|
0080 |
2.1 |
Huishoudens — lening voor huisaankoop |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0090 |
2.2 |
Huishoudens — andere lening |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0100 |
2.3 |
Niet-financiële vennootschappen — kmo's |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0110 |
2.4 |
Niet-financiële vennootschappen — niet-kmo's |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0120 |
2.5 |
Overheden |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0130 |
2.6 |
Andere sectoren/tegenpartijen (1) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0140 |
2.7 |
Andere sectoren/tegenpartijen (2) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0150 |
2.8 |
Andere sectoren/tegenpartijen (3) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 07.01 — Beoordeling kriticiteit economische functies (FUNC 1) |
|
|
|
|
|
Land: |
|
Blad per land plus (sub)regio |
|
|
|
|
|
|
Economische functies |
Kwantitatieve gegevens |
|||||||||||
|
ID |
Economische functie |
Beschrijving economische functie |
Marktaandeel |
Waarde van transacties |
Waarde van transacties, waarvan periodiek |
Waarde van openstaande posities |
Waarde van in bewaring gegeven activa |
Grensoverschrijdende activiteiten |
Aantal transacties |
Aantal cliënten |
|||
|
Waarde van transacties |
Waarde van openstaande posities |
Waarde van in bewaring gegeven activa |
|||||||||||
|
Rij |
|
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
0070 |
0080 |
0090 |
0100 |
0110 |
|
|
3 |
Diensten voor betaling, contanten, afwikkeling, clearing, bewaring |
|||||||||||
|
0160 |
3.1 |
Betalingsdiensten MFI’s |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0170 |
3.2 |
Betalingsdiensten niet-MFI’s |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0172 |
3.2.1 |
(1) Huishoudens |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0174 |
3.2.2 |
(2) Niet-financiële vennootschappen — kmo's |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0176 |
3.2.3 |
(3) Niet-financiële vennootschappen — niet-kmo’s |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0180 |
3.3 |
Cashdiensten |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0190 |
3.4 |
Effectenafwikkelingsdiensten |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0200 |
3.5 |
CTP-clearingdiensten |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0210 |
3.6 |
Bewaring |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0220 |
3.7 |
Andere diensten/activiteiten/functies (1) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0230 |
3.8 |
Andere diensten/activiteiten/functies (2) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0240 |
3.9 |
Andere diensten/activiteiten/functies (3) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Economische functies |
Analyses betreffende effect en vervangbaarheid |
Verwerkingscapaciteit |
Beoordeling kriticiteit |
|
|||||||||||
|
ID |
Economische functie |
Aard en reikwijdte |
Relevantie |
Marktstructuur |
Tijdpad |
Mogelijkheid tot vervanging |
Aantal rekeningen |
|
Opmerkingen van de groep |
|||||||
|
Omvangindicator 1 (op basis van waarden) |
Omvangindicator 2 (op basis van aantallen) |
Grensoverschrijdende indicator |
Marktaandeel |
Marktconcentratie |
Verwachte tijd voor vervanging |
Juridische belemmeringen voor markttoegang of -uitbreiding |
Operationele eisen |
Aantal aanvragen van nieuwe cliënten gedurende één werkdag (aantal) |
Aantal aanvragen van nieuwe cliënten gedurende zeven werkdagen (aantal) |
Impact op de markt |
Vervangbaarheid |
Kritieke functie |
||||
|
Rij |
|
|
0120 |
0130 |
0140 |
0150 |
0160 |
0170 |
0180 |
0190 |
0200 |
0210 |
0230 |
0240 |
0250 |
0260 |
|
|
3 |
Diensten voor betaling, contanten, afwikkeling, clearing, bewaring |
|
|||||||||||||
|
0160 |
3.1 |
Betalingsdiensten MFI’s |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0170 |
3.2 |
Betalingsdiensten niet-MFI’s |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0172 |
3.2.1 |
(1) Huishoudens |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0174 |
3.2.2 |
(2) Niet-financiële vennootschappen — kmo's |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0176 |
3.2.3 |
(3) Niet-financiële vennootschappen — niet-kmo’s |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0180 |
3.3 |
Cashdiensten |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0190 |
3.4 |
Effectenafwikkelingsdiensten |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0200 |
3.5 |
CTP-clearingdiensten |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0210 |
3.6 |
Bewaring |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0220 |
3.7 |
Andere diensten/activiteiten/functies (1) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0230 |
3.8 |
Andere diensten/activiteiten/functies (2) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0240 |
3.9 |
Andere diensten/activiteiten/functies (3) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 07.01 — Beoordeling kriticiteit economische functies (FUNC 1) |
|
|
|
|
|
Land: |
|
Blad per land plus (sub)regio |
|
|
|
|
|
|
Economische functies |
Kwantitatieve gegevens |
||||||||||
|
ID |
Economische functie |
Beschrijving economische functie |
Marktaandeel |
Notioneel bedrag |
Boekwaarde |
Inkomsten uit vergoedingen |
Grensoverschrijdende waarde |
Aantal tegenpartijen |
Aantal transacties |
|||
|
Notioneel bedrag |
Boekwaarde |
Inkomsten uit vergoedingen |
||||||||||
|
Rij |
|
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
0070 |
0080 |
0090 |
0100 |
|
|
4 |
Kapitaalmarkten |
||||||||||
|
0250 |
4.1 |
Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden — OTC |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0260 |
4.2 |
Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden — niet-OTC |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0270 |
4.3 |
Secundaire markten/handel (uitsl. aangehouden voor handelsdoeleinden) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0280 |
4.4 |
Primaire markten/overnemen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0290 |
4.5 |
Andere diensten/activiteiten/functies (1) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0300 |
4.6 |
Andere diensten/activiteiten/functies (2) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0310 |
4.7 |
Andere diensten/activiteiten/functies (3) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Economische functies |
Analyses betreffende effect en vervangbaarheid |
Beoordeling kriticiteit |
|
||||||||||
|
ID |
Economische functie |
Aard en reikwijdte |
Relevantie |
Marktstructuur |
Tijdpad |
Mogelijkheid tot vervanging |
|
Opmerkingen van de groep |
||||||
|
Omvangindicator 1 (op basis van waarden) |
Omvangindicator 2 (op basis van aantallen) |
Grensoverschrijdende indicator |
Marktaandeel |
Marktconcentratie |
Verwachte tijd voor vervanging |
Juridische belemmeringen voor markttoegang of -uitbreiding |
Operationele eisen |
Impact op de markt |
Vervangbaarheid |
Kritieke functie |
||||
|
Rij |
|
|
0110 |
0120 |
0130 |
0140 |
0150 |
0160 |
0170 |
0180 |
0190 |
0200 |
0210 |
0220 |
|
|
4 |
Kapitaalmarkten |
||||||||||||
|
0250 |
4.1 |
Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden — OTC |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0260 |
4.2 |
Derivaten aangehouden voor handelsdoeleinden — niet-OTC |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0270 |
4.3 |
Secundaire markten/handel (uitsl. aangehouden voor handelsdoeleinden) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0280 |
4.4 |
Primaire markten/overnemen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0290 |
4.5 |
Andere diensten/activiteiten/functies (1) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0300 |
4.6 |
Andere diensten/activiteiten/functies (2) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0310 |
4.7 |
Andere diensten/activiteiten/functies (3) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 07.01 — Beoordeling kriticiteit economische functies (FUNC 1) |
|
|
|
|
|
Land: |
|
Blad per land plus (sub)regio |
|
|
|
|
|
|
Economische functies |
|
|
Kwantitatieve gegevens |
|||||
|
ID |
Economische functie |
Beschrijving economische functie |
Marktaandeel |
Brutoboekwaarde |
Aantal tegenpartijen |
(Omgekeerde) retrocessieovereenkomsten |
Grensoverschrijdende waarde |
Waarde bij kredietinstellingen |
|
|
Rij |
|
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
0070 |
|
|
5 |
Wholesalefinanciering |
|||||||
|
0320 |
5.1 |
Opgenomen leningen |
|
|
|
|
|
|
|
|
0330 |
5.2 |
Derivaten (activa) |
|
|
|
|
|
|
|
|
0340 |
5.3 |
Verstrekte leningen |
|
|
|
|
|
|
|
|
0350 |
5.4 |
Derivaten (verplichtingen) |
|
|
|
|
|
|
|
|
0360 |
5.5 |
Andere productsoorten (1) |
|
|
|
|
|
|
|
|
0370 |
5.6 |
Andere productsoorten (2) |
|
|
|
|
|
|
|
|
0380 |
5.7 |
Andere productsoorten (3) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Economische functies |
Analyses betreffende effect en vervangbaarheid |
Beoordeling kriticiteit |
|
||||||||||
|
ID |
Economische functie |
Aard en reikwijdte |
Relevantie |
Marktstructuur |
Tijdpad |
Mogelijkheid tot vervanging |
|
Opmerkingen van de groep |
||||||
|
Omvangindicator 1 (op basis van waarden) |
Omvangindicator 2 (op basis van aantallen) |
Grensoverschrijdende indicator |
Marktaandeel |
Marktconcentratie |
Verwachte tijd voor vervanging |
Juridische belemmeringen voor markttoegang of -uitbreiding |
Operationele eisen |
Impact op de markt |
Vervangbaarheid |
Kritieke functie |
||||
|
Rij |
|
|
0080 |
0090 |
0100 |
0110 |
0120 |
0130 |
0140 |
0150 |
0160 |
0170 |
0180 |
0190 |
|
|
5 |
Wholesalefinanciering |
|
|||||||||||
|
0320 |
5.1 |
Opgenomen leningen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0330 |
5.2 |
Derivaten (activa) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0340 |
5.3 |
Verstrekte leningen |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0350 |
5.4 |
Derivaten (verplichtingen) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0360 |
5.5 |
Andere productsoorten (1) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0370 |
5.6 |
Andere productsoorten (2) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0380 |
5.7 |
Andere productsoorten (3) |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 07.02 — Mapping economische functies met juridische entiteiten (FUNC 2) |
|
Economische functie |
Juridische entiteit |
Geldelijk belang |
|||
|
Land |
ID |
Naam entiteit |
Code |
Soort code |
Geldbedrag |
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0045 |
0050 |
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 07.03 — Mapping kernbedrijfsonderdelen met juridische entiteiten (FUNC 3) |
|
Kernbedrijfsonderdeel |
Juridische entiteit |
||||
|
Kernbedrijfsonderdeel |
ID bedrijfsonderdeel |
Beschrijving |
Naam entiteit |
Code |
Soort code |
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 07.04 — Mapping economische functies met kernbedrijfsonderdelen (FUNC 4) |
|
Economische functies |
Kernbedrijfsonderdeel |
||
|
Land |
ID |
Kernbedrijfsonderdeel |
ID bedrijfsonderdeel |
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
|
|
|
|
|
|
Z 08.01 — Relevante diensten (SERV 1) |
|
Identificatiecode dienst |
Soort dienst |
Unieke dienstennaam volgens de taxonomie voor banken |
Ontvanger dienst |
Dienstverrichter |
Kriticiteit |
ID van het contract |
Toepasselijk recht |
Afwikkelingsbestendigheid |
Kritieke externe ICT-dienstverrichter in het kader van DORA |
ICT-dienst in het kader van DORA |
|||||||||
|
Entiteit |
Moedermaatschappij |
Dienstverlening |
|||||||||||||||||
|
Naam |
Code |
Naam |
Code |
Soort code |
Naam |
Code |
Soort code |
Kenmerken afwikkelingsbestendigheid |
Bedrijfssaneringsplan |
Alternatieve risicobeperkende maatregelen |
|||||||||
|
0005 |
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
0070 |
0080 |
0090 |
0100 |
0110 |
0120 |
0130 |
0140 |
0150 |
0160 |
0170 |
0180 |
0190 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 08.02 — Relevante diensten — Mapping met operationele activa (SERV 2) |
|
Identificatiecode dienst |
Soort dienst |
Unieke dienstennaam volgens de taxonomie voor banken |
Identificatiecode activa |
Type activa |
Naam activa |
Kriticiteit |
Soort wettelijke overeenkomst |
ID van het contract |
Toepasselijk recht |
Afwikkelingsbestendige kenmerken |
||
|
Kenmerken afwikkelingsbestendigheid |
Bedrijfssaneringsplan |
Alternatieve risicobeperkende maatregelen |
||||||||||
|
0005 |
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
0070 |
0080 |
0090 |
0100 |
0110 |
0120 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 08.03 — Relevante diensten — Mapping met rollen (SERV 3) |
|
Identificatiecode dienst |
Soort dienst |
Unieke dienstennaam volgens de taxonomie voor banken |
ID van de rol |
Naam van de rol |
Afdeling |
Kriticiteit |
|
0005 |
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 08.04 — Kritieke diensten — Mapping met kritieke functies (SERV 4) |
|
Identificatiecode dienst |
Soort dienst |
Unieke dienstennaam volgens de taxonomie voor banken |
Kritieke functie |
|
|
Land |
ID |
|||
|
0005 |
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
|
|
|
|
|
|
|
Z 08.05 — Essentiële diensten — Mapping met kernbedrijfsonderdelen (SERV 5) |
|
Identificatiecode dienst |
Soort dienst |
Unieke dienstennaam volgens de taxonomie voor banken |
Kernbedrijfsonderdeel |
|
|
Naam |
ID |
|||
|
0005 |
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
|
|
|
|
|
|
|
Z 09.01 — FMI-diensten — Aanbieders en gebruikers (FMI 1) |
|
ID die een combinatie van gebruiker, FMI, type systeem en intermediair vertegenwoordigt |
Gebruiker |
Aanbieder |
|||||||||
|
Naam entiteit |
Code entiteit |
FMI |
Intermediair |
|
|||||||
|
Type systeem |
Naam FMI (opgenomen in een vooraf vastgestelde lijst) |
Naam FMI (niet opgenomen in een vooraf vastgestelde lijst) |
FMI-code |
FMI-exploitant |
Deelnemingsvorm |
Naam intermediair |
Code intermediair |
ID van het contract |
|||
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
0070 |
0080 |
0090 |
0100 |
0110 |
0120 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Aanbieder |
Communicatie |
||||||||||||||
|
Contracten en diensten |
Contactpunt FMI/intermediair |
||||||||||||||
|
Toepasselijk recht |
Afwikkelingsbestendig contract |
Voor de rapporterende entiteit relevante valuta |
Aan FMI/intermediair geleverde diensten |
Door FMI/intermediair geleverde diensten |
Aanbieders van communicatiediensten |
Andere dienstverrichters die toegang tot FMI mogelijk maken |
|||||||||
|
EUR |
GBP |
USD |
CHF |
JPY |
Overige valuta |
FMI-eigenaar |
SWIFT |
Andere aanbieders van communicatiediensten — naam |
Naam van aanvullende dienstverrichters |
Aanvullende diensten |
|||||
|
0130 |
0140 |
0150 |
0160 |
0170 |
0180 |
0190 |
0200 |
0210 |
0220 |
0230 |
0240 |
0250 |
0260 |
0270 |
0280 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 09.02 — FMI-diensten — Mapping met kritieke en essentiële FMI’s (FMI 2) |
|
ID die een combinatie van gebruiker, FMI, type systeem en intermediair vertegenwoordigt (FMI-ID) |
|
Kritieke FMI |
|
Essentiële FMI |
|
|
|
Land |
ID kritieke functie |
|
Kernbedrijfsonderdeel ID |
|
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 09.03 — FMI-diensten — Belangrijkste meeteenheden (FMI 3) |
|
ID die een combinatie van gebruiker, FMI, type systeem en intermediair vertegenwoordigt (FMI-ID) |
Segment (alleen voor CTP’s) (SEG) |
Belangrijkste meeteenheden |
||||||||||||||
|
Bijdrage aan het wanbetalingsfonds |
Initiële marge op eigen rekening |
Initiële marge op rekeningen van cliënten |
Positiewaarden op eigen rekeningen |
Positiewaarden op rekeningen van cliënten |
Aantal cliënten dat onder een omnibus-rekening valt |
Aantal cliënten dat onder een afgescheiden rekening valt |
Aantal transacties op eigen rekeningen |
Aantal transacties op rekeningen van cliënten |
Waarde van de transacties op eigen rekeningen |
Waarde van de transacties op rekeningen van cliënten |
Gecumuleerd notioneel bedrag |
Kredietlijn |
Liquiditeitspiek of zekerheidsvereisten |
Geraamde aanvullende liquiditeit of zekerheidsvereisten in stresssituaties |
||
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
0070 |
0080 |
0090 |
0100 |
0110 |
0120 |
0130 |
0140 |
0150 |
0160 |
0170 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 09.04 — FMI-diensten — CTP’s — Alternatieve aanbieder (FMI 4) |
|
ID die een combinatie van gebruiker, FMI, type systeem en intermediair vertegenwoordigt (alleen CTP) |
Productsoort |
Vervangbaarheid (J/N) |
Alternatieve aanbieder |
ID alternatieve aanbieder |
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
|
|
|
|
|
|
|
Z 11.00 — Intragroepsverplichtingen, met uitzondering van derivaten (LIAB G 1) |
|
Nr. |
Afstemming met geaggregeerde gegevens |
Z 11.00 — Intragroepsverplichtingen, met uitzondering van derivaten |
|||||||
|
Rij |
Kolom |
Rang bij insolventie |
Identificatiecode contract |
Naam tegenpartij |
Identificatiecode tegenpartij |
Soort identificatiecode |
Relatie met de tegenpartij |
Soort passiva |
|
|
0010 |
0020 |
0021 |
0030 |
0040 |
0045 |
0050 |
0053 |
0055 |
0056 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 11.00 — Intragroepsverplichtingen, met uitzondering van derivaten |
||||||||||||
|
Toepasselijk recht |
In het geval van een derde land, contractuele erkenning |
Uitstaande hoofdsom |
Opgelopen rente |
Valuta |
Uitgiftedatum |
Vroegste terugbetalingsdatum |
Wettelijke vervaldatum |
Bedrag van het pand, het pandrecht of de zakelijke zekerheid |
Garant, indien van toepassing |
Bedrag om in aanmerking te komen voor MREL |
Aangemerkt als eigen vermogen |
Als eigen vermogen aangemerkt bedrag |
|
0060 |
0070 |
0080 |
0090 |
0100 |
0110 |
0120 |
0130 |
0150 |
0160 |
0175 |
0180 |
0190 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 12.00 — Effecten (met inbegrip van tier 1-kernkapitaal, aanvullend tier 1-kapitaal en tier 2-kapitaal; met uitsluiting van intragroep) (LIAB G 2) |
|
Nr. |
Afstemming met geaggregeerde gegevens |
Z 12.00 — Effecten (met inbegrip van tier 1-kernkapitaal, aanvullend tier 1-kapitaal en tier 2-kapitaal; met uitsluiting van intragroep) (LIAB G 2) |
|||||||
|
Rij |
Kolom |
Rang bij insolventie |
ISIN |
Soort instrument |
Toepasselijk recht |
In het geval van het recht van een derde land, contractuele erkenning |
Valuta |
Uitstaande hoofdsom |
|
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
0070 |
0080 |
0090 |
0110 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 12.00 — Effecten (met inbegrip van tier 1-kernkapitaal, aanvullend tier 1-kapitaal en tier 2-kapitaal; met uitsluiting van intragroep) (LIAB G 2) |
|||||||||
|
Opgelopen rente |
Soort coupon |
Huidige couponrente (%) |
Uitgiftedatum |
Vroegste terugbetalingsdatum |
Wettelijke vervaldatum |
Publieke/onderhandse plaatsing |
Uitbetalende instantie |
Identificatiecode tegenpartij |
Soort identificatiecode |
|
0120 |
0130 |
0140 |
0150 |
0160 |
0170 |
0180 |
0190 |
0210 |
0215 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 12.00 — Effecten (met inbegrip van tier 1-kernkapitaal, aanvullend tier 1-kapitaal en tier 2-kapitaal; met uitsluiting van intragroep) (LIAB G 2) |
||||||||
|
Effecten genoteerd op |
Afwikkelingssystemen |
Griffier |
Centrale effecten- bewaarinstelling |
Bedrag van het pand, het pandrecht of de zakelijke zekerheid |
Garant |
Bedrag om in aanmerking te komen voor MREL |
Aangemerkt als eigen vermogen |
Als eigen vermogen aangemerkt bedrag |
|
0220 |
0230 |
0240 |
0250 |
0270 |
0280 |
0305 |
0310 |
0320 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 13.00 — Alle deposito’s (met uitsluiting van intragroep) (LIAB G 3) |
|
Nr. |
Afstemming met geaggregeerde gegevens |
Z 13.00 — Alle deposito’s (met uitsluiting van intragroep) (LIAB G 3) |
|||||||||||||
|
Rij |
Kolom |
Rang bij insolventie |
Identificatiecode contract |
Identificatiecode tegenpartij |
Soort identificatiecode |
Toepasselijk recht |
Valuta |
Uitstaande hoofdsom |
Opgelopen rente |
Huidige rentevoet (%) |
Bedrag van het pand, het pandrecht of de zakelijke zekerheid |
Bedrag om in aanmerking te komen voor MREL |
Uitgiftedatum voor termijndeposito’s |
Vroegste terugbetalingsdatum |
|
|
0010 |
0020 |
0025 |
0030 |
0035 |
0040 |
0045 |
0050 |
0060 |
0070 |
0080 |
0090 |
0110 |
0115 |
0120 |
0130 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 14.00 — Andere financiële verplichtingen (die niet in andere tabbladen zijn opgenomen, met uitsluiting van intragroep) (LIAB G 4) |
|
Nr. |
Afstemming met geaggregeerde gegevens |
Z 14.00 — Andere financiële verplichtingen (die niet in andere tabbladen zijn opgenomen, met uitsluiting van intragroep) (LIAB G 4) |
||||||||
|
Rij |
Kolom |
Rang bij insolventie |
Identificatiecode contract |
Naam tegenpartij |
Identificatiecode tegenpartij |
Soort identificatiecode |
Toepasselijk recht |
Soort financiële verplichtingen |
In het geval van een derde land, contractuele erkenning |
|
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0055 |
0060 |
0065 |
0070 |
0075 |
0080 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 14.00 — Andere financiële verplichtingen (die niet in andere tabbladen zijn opgenomen, met uitsluiting van intragroep) (LIAB G 4) |
|||||||||||
|
Uitstaande hoofdsom |
Opgelopen rente |
Huidige rentevoet (%) |
Valuta |
Uitgiftedatum |
Vroegste terugbetalingsdatum |
Wettelijke vervaldatum |
Bedrag van het pand, het pandrecht of de zakelijke zekerheid |
Garant |
Bedrag om in aanmerking te komen voor MREL |
Aangemerkt als eigen vermogen |
Als eigen vermogen aangemerkt bedrag |
|
0090 |
0100 |
0110 |
0120 |
0130 |
0140 |
0150 |
0170 |
0180 |
0205 |
0210 |
0220 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 15.00 — Derivaten (LIAB G 5) |
|
Nr. |
Afstemming met geaggregeerde gegevens |
Z 15.00 — Derivaten (LIAB G 5) |
||||||
|
Kolom |
Rang bij insolventie |
ID raamovereenkomst |
Soort raamovereenkomst |
Conformiteit met het ISDA-protocol — Entiteit |
Erkende opschorting van de afwikkeling |
Naam tegenpartij |
Identificatiecode tegenpartij |
|
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0061 |
0071 |
0075 |
0080 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 15.00 — Derivaten (LIAB G 5) |
||||||||
|
Soort identificatiecode |
Land van de tegenpartij |
Intragroeptransactie |
Toepasselijk recht inzake de raamovereenkomst/gemeenschappelijke overeenkomst |
Aantal gedekte transacties |
Waardering tegen nettomarktwaarde |
Nettobedrag aan verschafte zekerheden |
Geraamd beëindigingsbedrag |
Geraamd bedrag vervroegde opzegging |
|
0085 |
0090 |
0095 |
0100 |
0110 |
0120 |
0130 |
0140 |
0150 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 16.00 — Gedekte financieringstransacties, met uitsluiting van intragroep (LIAB G 6) |
|
Nr. |
Afstemming met geaggregeerde gegevens |
Z 16.00 — Gedekte financiering, met uitsluiting van intragroep (LIAB G 6) |
||||||||||
|
Kolom |
Rang bij insolventie |
ID raamovereenkomst |
Soort raamovereenkomst |
Naam tegenpartij |
Identificatiecode tegenpartij |
Soort identificatiecode |
Land van de tegenpartij |
Toepasselijk recht inzake de raamovereenkomst/gemeenschappelijke overeenkomst |
Aantal gedekte transacties |
Nettobedrag ontvangen financiering |
Nettobedrag verschafte zekerheden |
|
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0055 |
0060 |
0065 |
0070 |
0080 |
0090 |
0100 |
0110 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Z 17.00 — Andere niet-financiële verplichtingen (die niet in andere tabbladen zijn opgenomen, met uitsluiting van intragroep) (LIAB G 7) |
|
Nr. |
Afstemming met geaggregeerde gegevens |
Z 17.00 — Andere niet-financiële verplichtingen (die niet in andere tabbladen zijn opgenomen, met uitsluiting van intragroep) (LIAB G 7) |
||||||||||||
|
Rij |
Kolom |
Rang bij insolventie |
Identificatiecode contract |
Identificatiecode tegenpartij |
Soort identificatiecode |
Toepasselijk recht |
Soort niet-financiële verplichtingen |
Uitstaand bedrag |
Valuta |
Datum erkenning |
Vervaldatum |
Aangemerkt als eigen vermogen |
Als eigen vermogen aangemerkt bedrag |
|
|
0010 |
0020 |
0030 |
0040 |
0050 |
0060 |
0065 |
0070 |
0080 |
0090 |
0100 |
0110 |
0120 |
0130 |
0140 |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
BIJLAGE II
Gemeenschappelijk gegevenspuntenmodel
Alle in bijlage I vermelde gegevens worden omgezet in een gemeenschappelijk gegevenspuntenmodel (DPM) dat als basis dient voor uniforme IT-systemen van instellingen en afwikkelingsautoriteiten.
Dit gemeenschappelijke gegevenspuntenmodel voldoet aan de volgende criteria:
|
a) |
het geeft een gestructureerde voorstelling van alle gegevensitems in bijlage I; |
|
b) |
het geeft alle bedrijfsconcepten weer die in bijlage I zijn beschreven; |
|
c) |
het verschaft een data dictionary met tabellabels, ordinaatlabels, aslabels, domeinlabels, dimensielabels en lidlabels; |
|
d) |
het bevat meeteenheden die de eigenschap of hoeveelheid gegevenspunten specificeren; |
|
e) |
het geeft definities van gegevenspunten die zijn uitgedrukt als een samenstel van kenmerken die het financiële concept eenduidig weergeven; |
|
f) |
het bevat alle relevante technische specificaties die noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van IT-rapportageoplossingen die uniforme afwikkelingsplanninggegevens opleveren. |
BIJLAGE III
Validatievoorschriften
Voor de in bijlage I vermelde gegevens gelden validatievoorschriften die de kwaliteit en de consistentie van de gegevens verzekeren. De validatievoorschriften voldoen aan de volgende criteria:
|
a) |
zij definiëren de logische relaties tussen relevante gegevenspunten; |
|
b) |
zij bevatten filters en voorwaarden die een reeks gegevens specificeren waarop een validatievoorschrift van toepassing is; |
|
c) |
zij controleren de consistentie van de gerapporteerde gegevens; |
|
d) |
zij controleren de juistheid van de gerapporteerde gegevens; |
|
e) |
zij stellen standaardwaarden vast die worden gehanteerd ingeval de desbetreffende informatie niet is gerapporteerd. |
ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/2303/oj
ISSN 1977-0758 (electronic edition)