Vyberte pokusně zaváděné prvky, které byste chtěli vyzkoušet

Tento dokument je výňatkem z internetových stránek EUR-Lex

Dokument 32025R1143

Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/1143 van de Commissie van 12 juni 2025 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen betreffende de vergunningverlening aan en organisatorische vereisten voor goedgekeurde publicatieregelingen en goedgekeurde rapporteringsmechanismen en betreffende de vergunningvereisten voor aanbieders van consolidated tape, en tot intrekking van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/571 van de Commissie

C/2025/3100

PB L, 2025/1143, 3.11.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2025/1143/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Právní stav dokumentu platné

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2025/1143/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

L-serie


2025/1143

3.11.2025

GEDELEGEERDE VERORDENING (EU) 2025/1143 VAN DE COMMISSIE

van 12 juni 2025

tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen betreffende de vergunningverlening aan en organisatorische vereisten voor goedgekeurde publicatieregelingen en goedgekeurde rapporteringsmechanismen en betreffende de vergunningvereisten voor aanbieders van consolidated tape, en tot intrekking van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/571 van de Commissie

(Voor de EER relevante tekst)

DE EUROPESE COMMISSIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (1), en met name artikel 27 quinquies, lid 4, tweede alinea, artikel 7 quinquies ter, lid 7, derde alinea, artikel 27 octies, lid 6, tweede alinea, artikel 27 octies, lid 8, tweede alinea, en artikel 27 decies, lid 5, tweede alinea,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Artikel 2, lid 1, punt 36 bis), van Verordening (EU) nr. 600/2014 definieert aanbieders van datarapporteringsdiensten (Data Reporting Services Providers — “DRSP’s”) als zijnde goedgekeurde publicatieregelingen (Approved Publication Arrangements — “APA’s”), goedgekeurde rapporteringsmechanismen (Approved Reporting Mechanisms — “ARM’s”) en verstrekkers van consolidated tape (Consolidated Tape Providers — “CTP’s”). Alhoewel dit soort entiteiten verschillende datarapporteringswerkzaamheden uitoefenen, bepaalden Verordening (EU) nr. 600/2014 en Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/571 van de Commissie (2) een vergelijkbare vergunningprocedure. Verordening (EU) 2024/791 van het Europees Parlement en de Raad (3) wijzigde Verordening (EU) nr. 600/2014 om een onderscheid in te voeren tussen de vergunningprocedure voor APA’s en ARM’s, enerzijds, en de vergunningprocedure voor CTP’s, anderzijds. Ook wijzigde Verordening (EU) 2024/791 organisatorische vereisten voor CTP’s. Bovendien moeten DRSP’s vanaf 2025 Verordening (EU) 2022/2554 van het Europees Parlement en de Raad (4) naleven. Om al die wijzigingen tot uiting te brengen, moet Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/571 worden ingetrokken en door een nieuwe verordening worden vervangen.

(2)

Om de Europese Autoriteit voor effecten en markten (“ESMA”) of, in voorkomend geval, de nationale bevoegde autoriteit in staat te stellen na te gaan of de APA of het ARM over voldoende menselijke hulpbronnen en oversight over hun activiteiten beschikken, moet de in artikel 27 quinquies, lid 1, van Verordening (EU) nr. 600/2014 bedoelde organisatiestructuur identificeren wie verantwoordelijk is voor de verschillende werkzaamheden van die APA of dat ARM. Om de sectoren in beeld te krijgen die op de onafhankelijkheid van de APA of het ARM van invloed kunnen zijn en tot een belangenconflict aanleiding kunnen geven, moet de organisatiestructuur niet alleen de reikwijdte van de door de APA of het ARM verrichte datarapporteringsdiensten bestrijken, maar ook alle overige diensten die de APA of het ARM verricht. Om bevoegde autoriteiten in staat te stellen na te gaan of de gedragsregels, procedures en corporate-governancestructuur garanties bieden voor de onafhankelijkheid van de APA of het ARM en het vermijden van belangenconflicten, moet een aanvrager van een vergunning als APA of ARM ook informatie verschaffen over de samenstelling, het functioneren en de onafhankelijkheid van zijn bestuursorganen.

(3)

Belangenconflicten kunnen zich voordoen tussen, enerzijds, APA’s of ARM’s en, anderzijds, cliënten die van hun diensten gebruikmaken om aan hun wettelijke verplichtingen te voldoen, en andere entiteiten die data van APA’s of ARM’s aankopen. Die conflicten kunnen zich met name voordoen wanneer de APA of het ARM andere activiteiten uitoefenen, zoals optreden als marktexploitant, beleggingsonderneming of transactieregister. Een belangenconflict dat niet wordt aangepakt, kan voor APA’s of ARM’s een prikkel zijn om de publicatie of het doorgeven van data te vertragen of om te handelen op basis van de vertrouwelijke informatie die zij hebben ontvangen. APA’s en ARM’s moeten daarom doeltreffende administratieve regelingen treffen en handhaven om bestaande en potentiële belangenconflicten te identificeren, te voorkomen en te beheren, onder meer door een overzicht van belangenconflicten op te stellen en door gedragsregels en procedures toe te passen die passend zijn om met die conflicten om te gaan en, waar nodig, door bedrijfsfuncties en personeel te scheiden om de stroom van gevoelige informatie tussen verschillende bedrijfsonderdelen te beperken.

(4)

Om te garanderen dat alle leden van het leidinggevend orgaan van een APA of ARM als voldoende betrouwbaar bekend staan, over voldoende kennis, vaardigheden en ervaring beschikken en voldoende tijd aan de vervulling van hun taken besteden, zoals voorgeschreven door artikel 27 septies van Verordening (EU) nr. 600/2014, moeten APA’s en ARM’s kunnen aantonen dat zij beschikken over robuuste procedures voor de benoeming en prestatiebeoordeling van leden van het leidinggevend orgaan en dat heldere rapportagelijnen en regelmatige rapportage aan het leidinggevend orgaan voorhanden zijn.

(5)

De interne-controleomgeving van APA’s en ARM’s is een essentieel onderdeel van hun organisatiestructuur als bedoeld in artikel 27 quinquies, lid 1, van Verordening (EU) nr. 600/2014. Om de ESMA of, in voorkomend geval, de nationale bevoegde autoriteit in staat te stellen na te gaan of APA’s en ARM’s alle noodzakelijke regelingen hebben getroffen om op het tijdstip van de initiële vergunningverlening aan hun verplichtingen te voldoen, moeten aanvragende APA’s en ARM’s bij hun bevoegde autoriteit informatie aanleveren over hun interne-controleomgeving, daaronder begrepen informatie over hun interne-controle-, compliance-, risicomanagement- en interneauditfuncties.

(6)

APA’s en ARM’s vallen onder het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2022/2554 en zijn dus onderworpen aan de daarin opgenomen vereisten inzake digitale operationele weerbaarheid. Een aanvragende APA of aanvragend ARM moet dus ten genoegen van de ESMA of, in voorkomend geval, de nationale bevoegde autoriteit aantonen dat alle toepasselijke verplichtingen uit hoofde van die verordening worden nagekomen. Een aanvragende APA of aanvragend ARM moet met name de naleving aantonen van de verplichtingen wat betreft risicomanagement op het gebied van informatie- en communicatietechnologie (“ICT”), ICT-risicomanagement voor derde partijen, bedrijfscontinuïteits- en back-upfaciliteiten, testing en capaciteit, beveiliging en melding van incidenten.

(7)

APA’s en ARM’s moeten monitoren dat de data die zij publiceren of aanleveren, juist en volledig zijn. Ook moeten zij erop toezien dat zij over mechanismen beschikken om fouten of omissies op te sporen die de cliënten of zijzelf hebben veroorzaakt. Voor ARM’s kan dit onder meer inhouden dat aansluitingscontroles worden uitgevoerd tussen een steekproef van data die een beleggingsonderneming aan het ARM heeft aangeleverd of die het ARM namens de beleggingsonderneming heeft gegenereerd, en de desbetreffende door de bevoegde autoriteit verstrekte data. De frequentie en omvang van die aansluitingscontroles moeten in verhouding staan tot de hoeveelheid door het ARM verwerkte data en afgestemd zijn op de mate waarin het ARM op basis van cliëntdata transactiemeldingen genereert, dan wel door cliënten ingevulde transactiemeldingen doorgeeft. Om een tijdige transactiemelding zonder fouten of omissies te verzekeren, moeten ARM’s doorlopend de prestaties van hun systemen monitoren.

(8)

Een ARM dat een fout of omissie veroorzaakt, moet die fout of omissie onverwijld corrigeren. Dat ARM moet ook de ESMA of, in voorkomend geval, de nationale bevoegde autoriteit en alle bevoegde autoriteiten aan wie het meldingen aanlevert, in kennis stellen van die fout of omissie en van de correctie daarvan. Om een cliënt in staat te stellen zijn interne records af te stemmen op de informatie die het ARM namens de cliënt aan de bevoegde autoriteit heeft aangeleverd, moet een ARM zijn cliënten ook kennisgeven van de bijzonderheden van de fout of omissie en hun een geactualiseerde transactiemelding bezorgen.

(9)

APA’s moeten in staat zijn informatie die wordt ontvangen van een beleggingsonderneming die de transactiemelding aanlevert, te verwijderen en te wijzigen wanneer die beleggingsonderneming technische moeilijkheden ondervindt en de informatie niet zelf kan verwijderen of wijzigen. Omdat APA’s echter niet zeker kunnen zijn of een gepercipieerde fout of omissie inderdaad correct is — aangezien zij geen partij waren bij de uitgevoerde transactie — mogen APA’s niet verantwoordelijk zijn voor het corrigeren van in gepubliceerde meldingen vervatte informatie wanneer de fout of omissie is toe te schrijven aan de beleggingsonderneming die de transactiemelding aanlevert.

(10)

Om betrouwbare communicatie te faciliteren tussen APA’s en beleggingsondernemingen die de transactiemeldingen aanleveren, en met name bij annuleringen en wijzigingen van specifieke transacties, moeten APA’s in de bevestigingsberichten aan die beleggingsondernemingen de transactie-identificatiecode opnemen die de betrokken APA bij het openbaar maken van de informatie heeft toegekend.

(11)

Om aan hun rapportageverplichting uit hoofde van Verordening (EU) nr. 600/2014 te voldoen, moeten ARM’s de soepele informatiestroom naar en van een bevoegde autoriteit verzekeren. Bijgevolg moeten ARM’s kunnen aantonen dat zij kunnen voldoen aan de technische specificaties die een bevoegde autoriteit heeft vastgesteld met betrekking tot de interface tussen die ARM’s en de bevoegde autoriteit.

(12)

Om ervoor te zorgen dat APA’s informatie efficiënt verspreiden en deze informatie gemakkelijk toegankelijk en bruikbaar is voor marktdeelnemers, moet die informatie in een machinaal leesbaar formaat worden gepubliceerd via robuuste communicatiekanalen die een automatische toegang tot die informatie mogelijk maken. Websites bieden misschien niet altijd een architectuur die voldoende robuust en schaalbaar is, en maken misschien niet altijd gemakkelijke automatische toegang tot data mogelijk. Die technologische beperkingen kunnen echter in de toekomst misschien worden overwonnen. Een specifieke technologie hoeft dus niet te worden voorgeschreven. In plaats daarvan moeten criteria worden bepaald waaraan de gekozen technologie moet voldoen.

(13)

Om de ESMA in staat te stellen na te gaan of een aanvrager van een CTP-vergunning, op het tijdstip van de vergunningaanvraag, alle noodzakelijke regelingen heeft getroffen om aan de criteria van artikel 27 quinquies bis, lid 2, van Verordening (EU) nr. 600/2014 te voldoen, moet die aanvrager, in zijn vergunningaanvraag, een programma van werkzaamheden, een organogram en een eigendomsschema opnemen. Om de ESMA in staat te stellen na te gaan of een aanvrager van een CTP-vergunning over voldoende menselijke hulpbronnen en oversight over zijn activiteiten beschikt, moet het organogram identificeren wie voor de verschillende activiteiten verantwoordelijk is. Voorts moet, om de ESMA in staat te stellen de sectoren te identificeren die van invloed kunnen zijn op de onafhankelijkheid van een CTP en die tot een belangenconflict aanleiding kunnen geven, het organogram niet alleen de reikwijdte van de consolidated tape-dienst bestrijken, maar ook alle overige diensten die de aanvragende CTP voornemens is te verrichten. Ten slotte moet een aanvrager van een CTP-vergunning, om de ESMA in staat te stellen na te gaan of de gedragsregels, procedures en corporate-governancestructuur garanties bieden voor zowel de onafhankelijkheid van de CTP als het vermijden van belangenconflicten, ook informatie verschaffen over de samenstelling, het functioneren en de onafhankelijkheid van zijn bestuursorganen en over zijn interne-controleomgeving.

(14)

Om te garanderen dat alle leden van het leidinggevend orgaan van een CTP personen zijn die als voldoende betrouwbaar bekend staan, over voldoende kennis, vaardigheden en ervaring beschikken, moet een aanvrager van een CTP-vergunning kunnen aantonen dat hij beschikt over robuuste procedures voor de benoeming en prestatiebeoordeling van leden van het leidinggevend orgaan en dat heldere rapportagelijnen en regelmatige rapportage aan het leidinggevend orgaan voorhanden zijn.

(15)

Belangenconflicten kunnen zich voordoen tussen de CTP, enerzijds, en dataverstrekkers of datagebruikers, anderzijds. Die conflicten kunnen zich met name voordoen wanneer de CTP andere activiteiten uitoefent, zoals optreden als marktexploitant, beleggingsonderneming of transactieregister. Als onderdeel van zijn corporate governance moet een aanvrager van een CTP-vergunning ten genoegen van de ESMA aantonen dat hij doeltreffende administratieve regelingen heeft getroffen om bestaande en potentiële belangenconflicten te identificeren, te voorkomen en te beheren, onder meer door een overzicht van belangenconflicten op te stellen en door gedragsregels en procedures toe te passen die passend zijn om met die conflicten om te gaan en, waar nodig, door bedrijfsfuncties en personeel te scheiden om de stroom van gevoelige informatie tussen verschillende bedrijfsonderdelen van de CTP te beperken.

(16)

Het uitbesteden van werkzaamheden, en met name van kritieke en belangrijke functies, kan een materiële wijziging inhouden van de voorwaarden om een CTP-vergunning te krijgen. Om te voorkomen dat de uitbesteding van werkzaamheden de mogelijkheden van de CTP aantast om aan zijn verplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) nr. 600/2014 te voldoen of tot belangenconflicten leidt, moet een CTP voldoende oversight en controle over die activiteiten kunnen aantonen.

(17)

CTP’s vallen onder het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2022/2554 en zijn dus onderworpen aan de in die verordening opgenomen vereisten inzake digitale operationele weerbaarheid. In hun vergunningaanvraag moeten aanvragers voor een CTP-vergunning dus assurance kunnen bieden dat zij in die verordening vastgelegde toepasselijke vereisten naleven.

(18)

Een aanvrager van een CTP-vergunning moet aantonen dat zijn systemen in staat zijn data van handelsplatformen en APA’s in te laden (data ingestion) en die informatie zonder verstoringen te consolideren en te publiceren. Ook moet hij aantonen dat hij in staat is data te consolideren en te publiceren in lijn met de vereisten geformuleerd in Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/1155 van de Commissie (5).

(19)

Om het redelijke niveau aan te tonen van vergoedingen die een aanvrager van een CTP-vergunning voornemens is zijn cliënten te berekenen, moet die aanvrager de ESMA zijn marktdatabeleid verschaffen, met inbegrip van een gedetailleerde toelichting bij licentiemodellen en het beoogde vergoedingsschema krachtens artikel 17 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/1156 van de Commissie (6). Een aanvrager van een CTP-vergunning voor obligaties moet regelingen openbaarmaken voor herverdeling van inkomsten aan dataverstrekkers als bedoeld in artikel 27 nonies, lid 5, van Verordening (EU) nr. 600/2014.

(20)

Om de ESMA in staat te stellen inzicht te krijgen in het energieverbruik veroorzaakt door de werkzaamheden met betrekking tot verzameling, verwerking en opslag van data, moet een aanvrager van een CTP-vergunning de verwachte Power Utilisation Effectiveness-ratio (PUE-ratio) verschaffen zoals die wordt gedefinieerd door internationale standaarden.

(21)

De in artikel 27 quinquies bis, lid 2, punt n), van Verordening (EU) nr. 600/2014 bedoelde gezamenlijke aanvragers moeten, om de ESMA in staat te stellen te bepalen of hun gecombineerde middelen van essentieel belang zijn voor het opereren van de consolidated tape, de noodzaak aantonen in termen van technische en logistieke capaciteit voor iedere aanvrager om de consolidated tape gezamenlijk te opereren.

(22)

Informatie die bij de bevoegde autoriteiten wordt aangeleverd, moet informatie bevatten over de identiteit van de leden van het leidinggevend orgaan van een DRSP en over hun geschiktheid. Die informatie bevat persoonsgegevens. In lijn met het beginsel van minimale gegevensverwerking dat is vastgelegd in artikel 5, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad (7), mogen alleen persoonsgegevens worden verlangd die noodzakelijk zijn om de bevoegde autoriteit in staat te stellen de mogelijkheden te toetsen van de leden van het leidinggevend orgaan van een DRSP om de vereisten van Verordening (EU) nr. 600/2014 na te leven. De verwerking van persoonsgegevens ten behoeve van deze verordening moet plaatsvinden in overeenstemming met het toepasselijke Unierecht inzake de bescherming van persoonsgegevens. In dat verband moet elke verwerking van persoonsgegevens door de nationale bevoegde autoriteiten op grond van deze verordening plaatsvinden in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/679 en de nationale voorschriften inzake de bescherming van natuurlijke personen wat betreft de verwerking van persoonsgegevens. Elke verwerking van persoonsgegevens door de ESMA in het kader van deze verordening moet plaatsvinden in overeenstemming met Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (8). Om bevoegde autoriteiten in staat te stellen de aanvangstoetsing voor de vergunningverlening en de toetsing ten behoeve van het doorlopend toezicht uit te voeren, maar daarbij de nodige garanties in acht te nemen, moeten persoonsgegevens met betrekking tot de goede reputatie van een lid van het leidinggevend orgaan door DRSP’s en bevoegde autoriteiten niet langer dan vijf jaar nadat dat lid de uitoefening van zijn functie heeft beëindigd, worden bewaard.

(23)

Deze verordening is gebaseerd op de ontwerpen van technische reguleringsnormen die de ESMA aan de Commissie heeft overgelegd.

(24)

De ESMA heeft open publieke consultaties gehouden over de ontwerpen van technische reguleringsnormen waarop deze verordening is gebaseerd, heeft de mogelijke daaraan verbonden kosten en baten geanalyseerd, en heeft het advies van de bij artikel 37 van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad (9) opgerichte Stakeholdergroep effecten en markten ingewonnen.

(25)

De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 en heeft op 17 maart 2025 formele opmerkingen gemaakt.

(26)

De technische reguleringsnormen die moeten worden vastgesteld op grond van de machtigingen in artikel 27 quinquies, lid 4, artikel 27 quinquies ter, lid 7, artikel 27 octies, leden 6 en 8, en artikel 27 decies, lid 5, van Verordening (EU) nr. 600/2014 moeten worden gebundeld tot één gedelegeerde verordening van de Commissie zodat alle bepalingen tot nadere invulling van de vergunningsvoorwaarden voor DRSP’s in één verordening worden geconsolideerd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

VERGUNNING- EN ORGANISATORISCHE VEREISTEN VOOR APA’S EN ARM’S

AFDELING I

Vergunningvereisten voor APA’s en ARM’s

(Artikel 27 quinquies, lid 1, en artikel 27 septies, lid 2, van Verordening (EU) nr. 600/2014)

Artikel 1

Informatieverstrekking aan bevoegde autoriteiten

(Artikel 27 quinquies, lid 1, van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Een aanvrager van een vergunning tot exploitatie van een APA of ARM overeenkomstig artikel 27 quinquies van Verordening (EU) nr. 600/2014 verstrekt de ESMA of, in voorkomend geval, de nationale bevoegde autoriteit de in de artikelen 2 tot en met 7 bedoelde informatie, alsmede de informatie met betrekking tot alle organisatorische vereisten als beschreven in afdeling II van dit hoofdstuk.

2.   Een APA of ARM stelt de ESMA of, in voorkomend geval, de nationale bevoegde autoriteit prompt op de hoogte van materiële wijzigingen in de informatie die op het tijdstip van de vergunningverlening of nadien is verschaft.

Artikel 2

Informatie over de organisatie

(Artikel 27 quinquies, lid 1, van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Het in artikel 27 quinquies, lid 1, van Verordening (EU) nr. 600/2014 bedoelde programma van werkzaamheden omvat het volgende:

a)

informatie over de organisatiestructuur van de aanvrager, met inbegrip van een organisatieschema en een beschrijving van de voor de bedrijfsuitoefening ingezette personele, technische en juridische middelen;

b)

informatie over gedragsregels en procedures inzake operationele scheiding die de scheiding tussen de APA of het ARM en andere door de aanvrager uitgevoerde activiteiten moeten garanderen;

c)

informatie over compliancegedragsregels en -procedures van de aanvrager van een vergunning tot exploitatie van een APA of ARM, daaronder begrepen:

i)

de naam van de persoon of personen die verantwoordelijk is of zijn voor de goedkeuring en instandhouding van die gedragsregels;

ii)

de regelingen om de compliancegedragsregels en -procedures te bewaken en te handhaven;

iii)

de maatregelen te nemen bij een inbreuk die ertoe kan leiden dat niet langer aan de voorwaarden voor de initiële vergunningverlening is voldaan;

iv)

een beschrijving van de procedure voor het melden aan de ESMA of, in voorkomend geval, de nationale bevoegde autoriteit van elke inbreuk waardoor mogelijk niet langer aan de voorwaarden voor de initiële vergunningverlening kan worden voldaan;

d)

een lijst van alle uitbestede functies en van alle middelen die worden ingezet om op de uitbestede functies toezicht uit te oefenen.

2.   Een aanvrager van een vergunning tot exploitatie van een APA of ARM overeenkomstig artikel 27 quinquies van Verordening (EU) nr. 600/2014 die diensten niet zijnde datarapporteringsdiensten aanbiedt, beschrijft die diensten in het in lid 1, punt a), genoemde organisatieschema.

Artikel 3

Informatie over eigendom

(Artikel 27 quinquies, lid 1, van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Een aanvrager van een vergunning tot exploitatie van een APA of ARM op grond van artikel 27 quinquies van Verordening (EU) nr. 600/2014 neemt in zijn vergunningaanvraag het volgende op:

a)

een lijst met de naam van elke persoon of entiteit die direct of indirect ten minste 10 % van het kapitaal of van de stemrechten van de aanvrager in handen heeft of van wie de deelneming het mogelijk maakt invloed van betekenis op de aanvrager uit te oefenen;

b)

een lijst van alle ondernemingen waarin een in punt a) bedoelde persoon of entiteit ten minste 10 % van het kapitaal of de stemrechten bezit of op de leiding waarvan die persoon of entiteit invloed van betekenis uitoefent;

c)

een schema met de eigendomsverbanden tussen de moederonderneming, de dochterondernemingen en alle andere verbonden entiteiten of bijkantoren.

2.   De ondernemingen die in het in lid 1, punt c), bedoelde schema worden vermeld, worden geïdentificeerd met hun volledige naam, hun rechtsvorm en hun statutaire zetel.

Artikel 4

Informatie over corporate governance

(Artikel 27 quinquies, lid 1, van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Een aanvrager van een vergunning tot exploitatie van een APA of ARM op grond van artikel 27 quinquies van Verordening (EU) nr. 600/2014, neemt in zijn vergunningaanvraag informatie op over de interne gedragsregels op het gebied van corporate governance en over de procedures die voor het leidinggevend orgaan, de directie en eventuele comités gelden.

2.   De in lid 1 bedoelde informatie omvat:

a)

een beschrijving van de procedures voor selectie, benoeming, prestatiebeoordeling en ontslag van directieleden en leden van het leidinggevend orgaan;

b)

een beschrijving van de rapportagelijnen naar en de frequentie van de rapportage aan de directie en het leidinggevend orgaan;

c)

een beschrijving van de gedragsregels en procedures inzake de toegang tot documenten door leden van het leidinggevend orgaan.

Artikel 5

Informatie over de leden van het leidinggevend orgaan

(Artikel 27 septies, lid 2, van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Een aanvrager van een vergunning tot exploitatie van een APA of ARM op grond van artikel 27 septies van Verordening (EU) nr. 600/2014 neemt in zijn vergunningaanvraag de volgende informatie op voor ieder lid van het leidinggevend orgaan:

a)

naam, geboortedatum en -plaats, persoonlijk nationaal identificatienummer (of gelijkwaardig), adres en contactgegevens;

b)

de positie waarin dat lid is aangesteld of zal worden aangesteld;

c)

een curriculum vitae waaruit voldoende ervaring en kennis blijkt om de toevertrouwde verantwoordelijkheden naar behoren te kunnen vervullen;

d)

bewijs voor het ontbreken van strafrechtelijke antecedenten met betrekking tot witwassen, terrorismefinanciering, verschaffen van financiële of datadiensten, fraude of verduistering, met name in de vorm van een officiële verklaring of, indien in de desbetreffende lidstaat geen dergelijke verklaring bestaat, een zelfverklaring van betrouwbaarheid en de machtiging aan de ESMA of, in voorkomend geval, de bevoegde autoriteit om informatie op te vragen over de vraag of dat lid voor een strafbaar feit met betrekking tot witwassen, terrorismefinanciering, het verschaffen van financiële of datadiensten of in verband met fraude of verduistering is veroordeeld;

e)

een zelfverklaring van betrouwbaarheid en de machtiging voor de ESMA of, in voorkomend geval, de nationale bevoegde autoriteit om informatie op te vragen over de vraag of dat lid:

i)

het voorwerp is geweest van een negatieve beslissing in het kader van een door een toezichthoudende autoriteit of overheidsinstantie ingeleide procedure van disciplinaire aard;

ii)

het voorwerp is geweest van een ongunstige gerechtelijke uitspraak in een civiele procedure voor een rechtbank in verband met het aanbieden van financiële of datadiensten, dan wel wegens wangedrag of fraude bij het beheer van een onderneming;

iii)

deel heeft uitgemaakt van het leidinggevend orgaan van een onderneming die het voorwerp is geweest van een negatieve beslissing of sanctie door een toezichthoudende autoriteit of waarvan de registratie of vergunning door een toezichthoudende autoriteit is ingetrokken;

iv)

het recht is ontzegd om activiteiten uit te oefenen waarvoor de registratie of de verlening van een vergunning door een toezichthoudende autoriteit is vereist;

v)

anderszins door een beroepsorganisatie is beboet of geschorst, uit zijn functie is ontheven, dan wel onderworpen is geweest aan enigerlei andere sanctie in verband met fraude of verduistering of in verband met het verrichten van financiële of datadiensten;

vi)

zijn bevoegdheid heeft verloren om als directeur of bestuurder op te treden, dan wel als gevolg van ernstige fouten of onregelmatigheden als werknemer of uit een andere functie bij een onderneming is ontslagen;

f)

een opgave van de minimale tijdsduur die het lid moet besteden aan de uitvoering van zijn functie binnen de APA of het ARM;

g)

een verklaring betreffende eventuele belangenconflicten die kunnen bestaan of optreden bij de vervulling van de taken, en de wijze waarop die belangenconflicten worden aangepakt.

2.   De in lid 1 bedoelde informatie wordt ook opgenomen in de in artikel 27 septies, lid 2, van Verordening (EU) nr. 600/2014 bedoelde kennisgevingen ten aanzien van APA’s en ARM’s. Een APA of ARM geven de ESMA of, in voorkomend geval, hun nationale bevoegde autoriteit elektronisch kennis van alle wijzigingen in het lidmaatschap van hun leidinggevend orgaan voordat die wijzigingen in werking treden.

Wanneer het om terdege gemotiveerde redenen onmogelijk is om kennis te geven voordat de wijziging in werking treedt, vindt de kennisgeving binnen tien werkdagen na de wijziging plaats.

3.   Een APA of ARM legt de in lid 1 bedoelde informatie vast op een medium waarmee deze informatie zodanig kan worden opgeslagen dat deze toegankelijk is voor raadpleging in de toekomst en dat de opgeslagen informatie in ongewijzigde vorm kan worden gereproduceerd. Een APA of ARM houdt die informatie actueel.

4.   Een APA of ARM houdt de in lid 1, punten d) en e), bedoelde informatie niet langer bij dan vijf jaar nadat het betrokken lid de uitoefening van zijn functie heeft beëindigd.

5.   Wanneer het in lid 1, punt d), bedoelde bewijsmateriaal informatie bevat over andere strafrechtelijke veroordelingen dan deze vermeld in die bepaling, ziet een APA of ARM erop toe dat alleen personen die belast zijn met de geschiktheidstoetsing van de leden van het leidinggevend orgaan, toegang hebben tot die informatie. Die informatie wordt gescheiden van andere informatie over een lid van het leidinggevend orgaan opgeslagen. Toegang tot die informatie wordt vastgelegd. Die informatie wordt niet opgeslagen wanneer deze kandidaat-leden van het leidinggevend orgaan bevat die niet zijn aangesteld.

6.   De ESMA of, in voorkomend geval, de nationale bevoegde autoriteit houdt de in lid 1, punten d) en e), bedoelde informatie niet langer bij dan vijf jaar nadat het betrokken lid de uitoefening van zijn functie heeft beëindigd.

Artikel 6

Informatie over interne controles

(Artikel 27 quinquies, lid 1, van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Een aanvrager van een vergunning tot exploitatie van een APA of ARM op grond van artikel 27 quinquies van Verordening (EU) nr. 600/2014 neemt in zijn vergunningaanvraag nadere informatie over zijn interne-controleomgeving op. Dit omvat informatie over zijn interne-controlefunctie, zijn compliancefunctie, zijn risicomanagement- en zijn interneauditfunctie.

2.   De in lid 1 bedoelde nadere informatie omvat:

a)

een overzicht van de organisatie van de interne-controle-, risicomanagement-, compliance- en interneauditfuncties van de aanvrager, ook wanneer de aanvrager een beroep doet op uitbestede functies;

b)

een inschatting van de belangrijkste risico’s die zich bij de exploitatie van de APA of het ARM kunnen voordoen;

c)

de gedragsregels en procedures voor interne controle van de aanvrager die de consistente en effectieve implementatie van die gedragsregels waarborgen;

d)

alle gedragsregels, procedures en handleidingen voor monitoring en evaluatie van de adequaatheid en effectiviteit van de systemen van de aanvrager;

e)

alle gedragsregels, procedures en handleidingen voor de controle en beveiliging van de informatieverwerkingssystemen van de aanvrager;

f)

de identiteit van de interne organen belast met het evalueren van bevindingen van de uitvoering van de interne controle en de beslissingen over de uitkomsten daarvan.

3.   Wat de interneauditfunctie van de aanvrager betreft, de in lid 1 bedoelde nadere informatie omvat het volgende:

a)

informatie over de naleving door de aanvrager van nationale of internationale professionele standaarden;

b)

een handvest voor de interneauditfunctie, interneauditmethoden en -procedures;

c)

een toelichting over de wijze waarop de eventuele interneauditmethode wordt ontwikkeld en toegepast, rekening houdende met de aard van de activiteiten, complexiteit en risico’s van de aanvrager;

d)

wanneer er een intern auditcomité bestaat:

i)

informatie over de samenstelling, bevoegdheden en verantwoordelijkheden daarvan;

ii)

zijn werkplan voor de periode van drie jaar na de aanvraagdatum, rekening houdende met de aard en omvang van de activiteiten, complexiteit en risico’s van de aanvrager.

Artikel 7

Informatie over digitale operationele weerbaarheid

(Artikel 27 quinquies, lid 1, van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Een aanvrager van een vergunning tot exploitatie van een APA of ARM op grond van artikel 27 quinquies van Verordening (EU) nr. 600/2014 neemt in zijn vergunningaanvraag bewijs op voor de inachtneming van de vereisten inzake organisatie en capaciteit voor ICT-risicomanagement, strategie voor en testen van operationele weerbaarheid, incidentmanagement en ICT-risicomanagement voor derde partijen op grond van Verordening (EU) 2022/2554.

2.   De in lid 1 bedoelde informatie omvat documenten met betrekking tot de regelingen van de aanvrager, overeenkomstig Verordening (EU) 2022/2554, wat betreft:

a)

ICT-risicomanagement;

b)

ICT-incidentmanagement;

c)

het testen van de digitale operationele weerbaarheid;

d)

monitoring van ICT-risico van derden.

3.   De in lid 1 bedoelde informatie houdt rekening met de omvang en het algehele risicoprofiel, en de aard, schaal en complexiteit van de diensten, activiteiten en operaties van de aanvrager.

AFDELING II

Organisatorische vereisten voor APA’s en ARM’s

(Artikel 27 octies, leden 1, 3 en 5, en artikel 27 decies, leden 2 en 4, van Verordening (EU) nr. 600/2014)

Artikel 8

Belangenconflicten

(Artikel 27 octies, lid 3, en artikel 27 decies, lid 2, van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Een APA of ARM treft en handhaaft doeltreffende administratieve regelingen ter voorkoming van belangenconflicten met cliënten die van hun diensten gebruikmaken om aan hun wettelijke verplichtingen te voldoen, en met andere entiteiten die data bij de APA of het ARM aankopen. Die regelingen bevatten gedragsregels en procedures voor het onderkennen, beheersen en bekendmaken van bestaande en potentiële belangenconflicten, en omvatten:

a)

een overzicht van bestaande en potentiële belangenconflicten, met een beschrijving ervan, alsook nadere uitleg over de onderkenning, voorkoming, beheersing en bekendmaking ervan;

b)

de scheiding van taken en bedrijfsfuncties binnen de APA of het ARM, met inbegrip van:

i)

maatregelen ter voorkoming of ter controle van de uitwisseling van informatie waarbij er een mogelijk risico op belangenconflicten bestaat;

ii)

het aparte toezicht op betrokken personen van wie belangen bij de uitvoering van hun hoofdtaken strijdig kunnen zijn met die van een cliënt;

c)

een beschrijving van het vergoedingenbeleid voor het bepalen van de vergoedingen die de APA of het ARM, en ondernemingen waarmee de APA of het ARM nauwe banden heeft, berekenen;

d)

een beschrijving van het beloningsbeleid voor de leden van het leidinggevend orgaan en de directie;

e)

de voorschriften betreffende de aanvaarding van geld, geschenken of gunsten door het personeel van de APA of het ARM en hun leidinggevend orgaan.

2.   Het overzicht van belangenconflicten als bedoeld in lid 1, punt a), omvat belangenconflicten die zich voordoen in situaties waarin de APA of het ARM:

a)

financieel gewin kan behalen of een financieel verlies kan vermijden — ten koste van een cliënt;

b)

een belang kan hebben bij het resultaat van een ten behoeve van een cliënt verrichte dienst, dat verschilt van het belang van de cliënt bij dit resultaat;

c)

een drijfveer kan hebben om zijn eigen belangen of het belang van een andere cliënt of groep cliënten te laten voorgaan op het belang van de cliënt aan wie de dienst wordt verleend;

d)

van een andere persoon dan de cliënt voor een aan een cliënt verleende dienst een prestatiebeloning in de vorm van geld, goederen of diensten ontvangt of kan ontvangen die verschilt van de prestatiebeloningen die als provisie of vergoeding voor deze dienst worden ontvangen.

Artikel 9

Organisatorische vereisten betreffende uitbesteding

(Artikel 27 octies, lid 3, en artikel 27 decies, lid 2, van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Een APA of ARM die activiteiten voor hun rekening laten uitvoeren door derden-dienstverleners, met inbegrip van ondernemingen waarmee zij nauwe banden hebben, zorgen ervoor dat de derde-dienstverlener de nodige bekwaamheid en capaciteit bezit om die activiteiten op betrouwbare en professionele wijze uit te voeren.

Een APA of ARM preciseert welke activiteiten worden uitbesteed en hoeveel personele en technische middelen nodig zijn om elk van die uitbestede activiteiten uit te voeren.

2.   Een APA of ARM die activiteiten uitbesteedt, draagt er zorg voor dat de uitbesteding niet ten koste gaat van hun bekwaamheid of vermogen om leidinggevende of directiefuncties uit te voeren.

3.   Een APA of ARM blijft verantwoordelijk voor uitbestede activiteiten en neemt organisatorische maatregelen om:

a)

te kunnen nagaan of de derde-dienstverlener de uitbestede activiteiten doeltreffend en met inachtneming van de toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen uitvoert en vastgestelde tekortkomingen op adequate wijze aanpakt;

b)

risico’s met betrekking tot uitbestede activiteiten te kunnen onderkennen en naar behoren periodiek te kunnen monitoren;

c)

adequate controleprocedures met betrekking tot uitbestede activiteiten in te stellen, met inbegrip van een effectief toezicht op de activiteiten en de daaraan verbonden risico’s binnen de APA of het ARM;

d)

de bedrijfscontinuïteit van uitbestede activiteiten op adequate wijze te waarborgen.

Voor de toepassing van punt d) wint de APA of het ARM informatie in over de bedrijfscontinuïteitsregelingen van de derde-dienstverlener, toetsen zij de kwaliteit daarvan en vragen zij om, waar nodig, verbeteringen aan te brengen.

4.   Een APA of ARM zorgt ervoor dat de derde-dienstverlener in het kader van de uitbestede activiteiten met de ESMA of, in voorkomend geval, de nationale bevoegde autoriteit samenwerkt.

5.   Wanneer een APA of ARM een kritieke of belangrijke functie uitbesteedt, verschaffen zij de ESMA of, in voorkomend geval, de nationale bevoegde autoriteit:

a)

de identificatie van de derde-dienstverlener;

b)

de organisatorische maatregelen ten aanzien van uitbesteding en de daaraan verbonden risico’s als bedoeld in lid 3;

c)

interne of externe verslagen over de uitbestede activiteiten.

Artikel 10

Beheer van onvolledige of mogelijk foutieve informatie door APA’s

(Artikel 27 octies, lid 5, van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   APA’s treffen en handhaven passende regelingen met het oog op een correcte publicatie van de transactiemeldingen die zij ontvangen van beleggingsondernemingen, zonder zelf fouten in te voeren of informatie weg te laten. Zij corrigeren de informatie indien de fout of omissie door henzelf is veroorzaakt.

2.   APA’s monitoren doorlopend en in realtime de prestaties van hun IT-systemen om te waarborgen dat de ontvangen transactiemeldingen succesvol zijn gepubliceerd.

3.   APA’s voeren periodiek aansluitingscontroles uit tussen de transactiemeldingen die zij ontvangen en de transactiemeldingen die zij publiceren, om zich ervan te vergewissen dat de informatie correct is gepubliceerd.

4.   Een APA bevestigt de ontvangst van een transactiemelding aan de meldende beleggingsonderneming, met opgave van de door de APA toegekende transactie-identificatiecode. Een APA verwijst met betrekking tot een specifieke transactiemelding in alle verdere communicatie met de meldende onderneming naar de transactie-identificatiecode.

5.   Een APA treft en handhaaft passende regelingen om direct bij ontvangst transactiemeldingen te identificeren die onvolledig zijn of die informatie bevatten die waarschijnlijk foutief is. Deze regelingen genereren automatische waarschuwingen met betrekking tot prijzen en transactievolumes, rekening houdende met:

a)

de sector en het marktsegment waarin het financiële instrument wordt verhandeld;

b)

liquiditeitsniveaus, met inbegrip van historische transactievolumes;

c)

passende benchmarks voor prijzen en transactievolumes;

d)

in voorkomend geval, andere parameters met betrekking tot de kenmerken van het financiële instrument.

6.   Wanneer een APA constateert dat een door haar ontvangen transactiemelding onvolledig is of informatie bevat die waarschijnlijk foutief is, publiceert zij de transactiemelding niet en waarschuwt zij prompt de beleggingsonderneming die de transactiemelding heeft ingediend.

7.   In uitzonderlijke omstandigheden verwijderen en wijzigen APA’s informatie uit een transactiemelding indien de entiteit die de informatie verstrekt daarom verzoekt omdat technische redenen haar beletten haar eigen informatie te verwijderen of te wijzigen.

8.   APA’s publiceren voor de intrekking en wijziging van informatie in transactiemeldingen niet-discretionaire gedragsregels die de sancties beschrijven die APA’s kunnen opleggen aan beleggingsondernemingen die transactiemeldingen indienen waarvan de onvolledige of foutieve informatie tot de intrekking of wijziging van transactiemeldingen heeft geleid.

Artikel 11

Beheer van onvolledige of mogelijk foutieve informatie door ARM’s

(Artikel 27 decies, lid 4, van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Een ARM treft en handhaaft passende regelingen om transactiemeldingen op te sporen die onvolledig zijn of die aperte, door cliënten veroorzaakte fouten bevatten. Een ARM valideert de transactiemeldingen volgens de vereisten van artikel 26 van Verordening (EU) nr. 600/2014 voor veld, format en inhoud van de velden overeenkomstig tabel 1 in bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/590 van de Commissie (10).

2.   Een ARM treft en handhaaft passende regelingen om transactiemeldingen op te sporen die door dat ARM zelf veroorzaakte fouten of omissies bevatten en om die fouten of omissies te corrigeren, onder meer door informatie te verwijderen of te wijzigen. Een ARM valideert voor veld, format en inhoud van de velden overeenkomstig tabel 2 in bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/590.

3.   Een ARM monitort doorlopend en in realtime de prestaties van zijn systemen, en zorgt er daarbij voor dat transactiemeldingen die het ontvangt, succesvol worden gerapporteerd aan de bevoegde autoriteit overeenkomstig artikel 26 van Verordening (EU) nr. 600/2014.

4.   Op verzoek van de ESMA of, in voorkomend geval, de nationale bevoegde autoriteit of de bevoegde autoriteit waarbij het ARM transactiemeldingen indient, voert een ARM periodieke aansluitingscontroles uit tussen de informatie die het ARM van zijn cliënt ontvangt of die het namens de cliënt genereert voor het melden van transacties, en data samples van de door de bevoegde autoriteit verstrekte informatie.

5.   Eventuele correcties, met inbegrip van intrekkingen of wijzigingen van transactiemeldingen, die geen door een ARM veroorzaakte fouten of omissies corrigeren, worden uitsluitend op verzoek van de cliënt en per transactiemelding uitgevoerd. Wanneer een ARM op verzoek van een cliënt de informatie in een transactiemelding intrekt of wijzigt, bezorgt het de cliënt deze geactualiseerde transactiemelding.

6.   Wanneer een ARM, voordat de transactiemelding wordt ingediend, een door een cliënt veroorzaakte fout of omissie vaststelt, dient het ARM deze transactiemelding niet in en brengt het de beleggingsonderneming prompt op de hoogte van de bijzonderheden van de fout of omissie, zodat de cliënt een gecorrigeerde set informatie kan indienen.

7.   Wanneer een ARM kennis krijgt van door hemzelf veroorzaakte fouten of omissies, dient het prompt een gecorrigeerde en volledige melding in.

8.   Een ARM stelt de cliënt prompt in kennis van de bijzonderheden van de fout of omissie, en bezorgt de cliënt een geactualiseerde transactiemelding. Tevens geeft een ARM prompt kennis van de fout of omissie aan de ESMA of, in voorkomend geval, de nationale bevoegde autoriteit en aan de bevoegde autoriteit waarbij het ARM de transactiemelding heeft ingediend.

9.   Het vereiste om foutieve transactiemeldingen te corrigeren of in te trekken, dan wel om ontbrekende transacties te melden, geldt niet voor fouten of omissies die verder teruggaan dan vijf jaar vóór de datum waarop het ARM kennis kreeg van deze fouten of omissies.

Artikel 12

Connectiviteit van ARM’s

(Artikel 27 decies, lid 4, van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Een ARM beschikt over gedragsregels, regelingen en technische capaciteiten om te voldoen aan de technische specificaties betreffende de indiening van transactiemeldingen die worden voorgeschreven door de ESMA of, in voorkomend geval, de nationale bevoegde autoriteit en door andere bevoegde autoriteiten waaraan het ARM transactiemeldingen zendt.

2.   Een ARM beschikt over passende gedragsregels, regelingen en technische capaciteiten om transactiemeldingen van cliënten te ontvangen en om informatie terug te zenden naar cliënten. Het ARM bezorgt de cliënt een kopie van de transactiemelding die het namens de cliënt bij de bevoegde autoriteit heeft ingediend.

Artikel 13

Verplichtingen voor APA’s wat betreft machinale leesbaarheid

(Artikel 27 octies, lid 1, van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   APA’s publiceren informatie overeenkomstig artikel 27 octies, lid 1, van Verordening (EU) nr. 600/2014 op een wijze dat die machinaal leesbaar is.

2.   Informatie wordt alleen als in een machinaal leesbaar formaat gepubliceerde informatie beschouwd wanneer aan elk van de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de informatie heeft een bestandsformaat dat zo gestructureerd is dat softwaretoepassingen specifieke data gemakkelijk kunnen identificeren, herkennen en extraheren;

b)

de informatie is opgeslagen in een passende IT-architectuur die automatische toegang mogelijk maakt;

c)

de informatie is robuust genoeg om de continuïteit en regelmatigheid bij het verlenen van de diensten te waarborgen en kan met een adequate toegangssnelheid worden geraadpleegd;

d)

de informatie kan worden geraadpleegd, gelezen, gebruikt en gekopieerd met behulp van computersoftware die kosteloos en publiek beschikbaar is.

Voor de toepassing van punt a) van de eerste alinea wordt het elektronische formaat gespecificeerd op basis van kosteloze, non-proprietary en open standaarden. Het bestandsformaat bevat het bestands- of berichttype, de regels om deze te identificeren, en de naam en het soort data dat de velden bevatten.

3.   APA’s:

a)

stellen instructies publiek beschikbaar, met nadere uitleg over hoe en waar eenvoudig toegang kan worden verkregen tot en kan worden gebruikgemaakt van de data, daaronder begrepen identificatie van het bestandsformaat;

b)

maken wijzigingen in de punt a) bedoelde instructies bekend ten minste drie maanden voordat deze van kracht worden, tenzij er een dringend en goed gemotiveerde reden is om de wijzigingen in de instructies sneller in werking te laten treden;

c)

nemen op de homepage van hun website een link naar de in punt a) bedoelde instructies op.

Artikel 14

Door APA’s te publiceren bijzonderheden van transacties

(Artikel 27 octies, lid 2, van Verordening (EU) nr. 600/2014)

Een APA maakt het volgende openbaar:

a)

voor transacties met betrekking tot aandelen, representatieve certificaten (depositary receipts), beursverhandelde fondsen (ETF’s), certificaten en andere vergelijkbare financiële instrumenten: de bijzonderheden van een transactie als vermeld in tabel 3 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/587 van de Commissie (11), met gebruikmaking van de passende markeringen vermeld in tabel 4 van bijlage I bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/587;

b)

voor transacties met betrekking tot obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten: de bijzonderheden over een transactie als vermeld in tabel 2 van bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/583 van de Commissie (12), met gebruikmaking van de passende markeringen vermeld in tabel 3 van bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/583.

HOOFDSTUK II

VERGUNNINGVEREISTEN VOOR CTP’S

Artikel 15

Informatieverstrekking aan de ESMA

(Artikel 27 quinquies ter, lid 1, en artikel 27 septies, lid 2, van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Een aanvrager van een vergunning tot exploitatie van een consolidated tape (“CT”) op grond van artikel 27 quinquies ter van Verordening (EU) nr. 600/2014 dient bij de ESMA de in de artikelen 16 tot en met 29 beschreven informatie in.

2.   Een CTP stelt de ESMA prompt op de hoogte van materiële wijzigingen in de informatie die op het tijdstip van de vergunningverlening of nadien is verschaft.

Artikel 16

Informatie over eigendom

(Artikel 27 quinquies bis, lid 2, punt d), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Een aanvrager van een vergunning tot exploitatie van een CT op grond van artikel 27 quinquies ter van Verordening (EU) nr. 600/2014 neemt in zijn vergunningaanvraag het volgende op:

a)

een lijst met de naam van elke persoon of entiteit die direct of indirect ten minste 10 % van het kapitaal of van de stemrechten van de aanvrager in handen heeft of van wie de deelneming het mogelijk maakt invloed van betekenis op de aanvrager uit te oefenen;

b)

een lijst van alle ondernemingen waarin in punt a) bedoelde persoon of entiteit ten minste 10 % van het kapitaal of de stemrechten bezit of op de leiding waarvan die persoon of entiteit invloed van betekenis uitoefent;

c)

een schema met de eigendomsverbanden tussen de moederonderneming, de dochterondernemingen en alle andere verbonden entiteiten of bijkantoren.

2.   De ondernemingen die in het in lid 1, punt c), bedoelde schema worden vermeld, worden geïdentificeerd met hun volledige naam, hun rechtsvorm en hun statutaire zetel.

Artikel 17

Informatie over de organisatie

(Artikel 27 quinquies bis, lid 2, punt d), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Een aanvrager van een vergunning tot exploitatie van een CT op grond van artikel 27 quinquies ter van Verordening (EU) nr. 600/2014 neemt in zijn vergunningaanvraag de volgende informatie over de organisatie op:

a)

informatie over de organisatiestructuur van de aanvrager, met inbegrip van een organisatieschema en een beschrijving van de voor de bedrijfsuitoefening ingezette personele, technische en juridische middelen;

b)

informatie over gedragsregels en procedures inzake operationele scheiding die de scheiding tussen de CTP en andere door de aanvrager uitgevoerde activiteiten moeten garanderen;

c)

informatie over de compliancegedragsregels en -procedures van de CTP, met inbegrip van:

i)

de naam van de persoon of personen die verantwoordelijk is of zijn voor de goedkeuring en instandhouding van die gedragsregels;

ii)

de regelingen om de compliancegedragsregels en -procedures te bewaken en te handhaven;

iii)

de maatregelen te nemen bij een inbreuk die ertoe kan leiden dat niet langer aan de voorwaarden voor de initiële vergunningverlening is voldaan;

iv)

een beschrijving van de procedure voor het melden aan de ESMA van elke inbreuk waardoor mogelijk niet langer kan worden voldaan aan de voorwaarden voor de initiële vergunningverlening;

d)

een lijst van alle uitbestede functies en van alle middelen die worden ingezet om toezicht op de uitbestede functies uit te oefenen.

2.   Een CTP die diensten niet zijnde datarapporteringsdiensten aanbiedt, beschrijft die diensten in het in lid 1, punt a), genoemde organisatieschema.

Artikel 18

Informatie over corporate governance

(Artikel 27 quinquies bis, lid 2, punt d), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Een aanvrager van een vergunning tot exploitatie van een CT op grond van artikel 27 quinquies ter van Verordening (EU) nr. 600/2014, neemt in zijn vergunningaanvraag informatie op over de interne gedragsregels op het gebied van corporate governance en over de procedures die voor het leidinggevend orgaan, de directie en eventuele comités gelden.

2.   De in lid 1 bedoelde informatie omvat:

a)

een beschrijving van de procedures voor selectie, benoeming, prestatiebeoordeling en ontslag van directieleden en leden van het leidinggevend orgaan;

b)

een beschrijving van de rapportagelijnen naar en de frequentie van de rapportage aan de directie en het leidinggevend orgaan;

c)

een beschrijving van de gedragsregels en procedures inzake de toegang tot documenten door leden van het leidinggevend orgaan.

Artikel 19

Informatie over de leden van het leidinggevend orgaan

(Artikel 27 quinquies bis, lid 2, punt d), en artikel 27 septies, lid 2, van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Een aanvrager van een vergunning tot exploitatie van een CT op grond van artikel 27 quinquies ter van Verordening (EU) nr. 600/2014 neemt in zijn vergunningaanvraag de volgende informatie op voor ieder lid van het leidinggevend orgaan:

a)

naam, geboortedatum en -plaats, persoonlijk nationaal identificatienummer (of gelijkwaardig), adres en contactgegevens;

b)

de positie waarin dat lid is aangesteld of zal worden aangesteld;

c)

een curriculum vitae waaruit voldoende ervaring en kennis blijkt om de toevertrouwde verantwoordelijkheden naar behoren te kunnen vervullen;

d)

bewijs van het ontbreken van strafrechtelijke antecedenten met betrekking tot witwassen, terrorismefinanciering, verschaffen van financiële diensten of datadiensten, fraude of verduistering, met name in de vorm van een officiële verklaring of, indien in de desbetreffende lidstaat geen dergelijke verklaring bestaat, een zelfverklaring van betrouwbaarheid en de machtiging aan de ESMA autoriteit om informatie op te vragen over de vraag of dat lid voor een strafbaar feit met betrekking tot witwassen, terrorismefinanciering, het verschaffen van financiële diensten of datadiensten of in verband met fraude of verduistering is veroordeeld;

e)

een zelfverklaring van betrouwbaarheid en de machtiging aan de ESMA om informatie op te vragen over de vraag of dat lid:

i)

het voorwerp is geweest van een negatieve beslissing in het kader van een door een toezichthoudende autoriteit of overheidsinstantie ingeleide procedure van disciplinaire aard;

ii)

het voorwerp is geweest van een ongunstige gerechtelijke uitspraak in een civiele procedure voor een rechtbank in verband met het aanbieden van financiële of datadiensten, dan wel wegens wangedrag of fraude bij het beheer van een onderneming;

iii)

deel heeft uitgemaakt van het leidinggevend orgaan van een onderneming die het voorwerp is geweest van een negatieve beslissing of sanctie door een toezichthoudende autoriteit of waarvan de registratie of vergunning door een toezichthoudende autoriteit is ingetrokken;

iv)

het recht is ontzegd om activiteiten uit te oefenen waarvoor de registratie of de verlening van een vergunning door een toezichthoudende autoriteit is vereist;

v)

anderszins door een beroepsorganisatie is beboet of geschorst, uit zijn functie is ontheven, dan wel onderworpen is geweest aan enigerlei andere sanctie in verband met fraude of verduistering of in verband met het verrichten van financiële of datadiensten;

vi)

zijn bevoegdheid heeft verloren om als directeur of bestuurder op te treden, dan wel als gevolg van ernstige fouten of onregelmatigheden als werknemer of uit een andere functie bij een onderneming is ontslagen;

f)

een opgave van de minimale tijdsduur die het lid moet besteden aan de uitvoering van zijn functie binnen de CTP;

g)

een verklaring betreffende eventuele belangenconflicten die kunnen bestaan of optreden bij de vervulling van de taken, en de wijze waarop die belangenconflicten worden aangepakt.

2.   De in lid 1 bedoelde informatie wordt ook opgenomen in de in artikel 27 septies, lid 2, van Verordening (EU) nr. 600/2014 bedoelde kennisgevingen ten aanzien van CTP’s. Een CTP geeft de ESMA elektronisch kennis van alle wijzigingen in het lidmaatschap van zijn leidinggevend orgaan voordat die wijzigingen in werking treden.

Wanneer het om terdege gemotiveerde redenen onmogelijk is om kennis te geven voordat de wijziging in werking treedt, vindt de kennisgeving binnen tien werkdagen na de wijziging plaats.

3.   Een CTP legt de in lid 1 bedoelde informatie vast op een medium waarmee deze informatie zodanig kan worden opgeslagen dat deze toegankelijk is voor raadpleging in de toekomst en dat de opgeslagen informatie in ongewijzigde vorm kan worden gereproduceerd. Een CTP houdt die informatie actueel.

4.   Een CTP houdt de in lid 1, punten d) en e), bedoelde informatie niet langer bij dan vijf jaar nadat het betrokken lid de uitoefening van zijn functie heeft beëindigd.

5.   Wanneer het in lid 1, punt d), bedoelde bewijsmateriaal informatie bevat over andere strafrechtelijke veroordelingen dan deze vermeld in die bepaling, ziet een CTP erop toe dat alleen personen die belast zijn met de geschiktheidstoetsing van de leden van het leidinggevend orgaan, toegang hebben tot die informatie. Die informatie wordt gescheiden van andere informatie over een lid van het leidinggevend orgaan opgeslagen. Toegang tot die informatie wordt vastgelegd. Die informatie wordt niet opgeslagen wanneer deze kandidaat-leden van het leidinggevend orgaan bevat die niet zijn aangesteld.

6.   De ESMA houdt de in lid 1, punten d) en e), bedoelde informatie niet langer bij dan vijf jaar nadat het betrokken lid de uitoefening van zijn functie heeft beëindigd.

Artikel 20

Informatie over interne controles

(Artikel 27 quinquies bis, lid 2, punt d), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Een aanvrager van een vergunning tot exploitatie van een CT op grond van artikel 27 quinquies ter van Verordening (EU) nr. 600/2014 neemt in zijn vergunningaanvraag nadere informatie over zijn interne-controleomgeving op. Dit omvat informatie over zijn interne-controlefunctie, zijn compliancefunctie, zijn risicomanagementfunctie en zijn interneauditfunctie.

2.   De in lid 1 bedoelde nadere informatie omvat:

a)

een overzicht van de organisatie van interne-controle-, risicomanagement-, compliance- en interneauditfuncties van de aanvrager, ook wanneer de aanvrager een beroep doet op uitbestede functies;

b)

een inschatting van de belangrijkste risico’s die zich bij de exploitatie van de CT kunnen voordoen;

c)

de gedragsregels en procedures voor interne controle van de aanvrager die de consistente en effectieve implementatie van die gedragsregels waarborgen;

d)

alle gedragsregels, procedures en handleidingen voor monitoring en evaluatie van de adequaatheid en effectiviteit van de systemen van de aanvrager;

e)

alle gedragsregels, procedures en handleidingen voor de controle en beveiliging van de informatieverwerkingssystemen van de aanvrager;

f)

de identiteit van de interne organen belast met het evalueren van bevindingen van de uitvoering van de interne controle en de beslissingen over de uitkomsten daarvan.

3.   Wat de interneauditfunctie van de aanvrager betreft, de in lid 1 bedoelde nadere informatie omvat het volgende:

a)

informatie over de naleving door de aanvrager van nationale of internationale professionele standaarden;

b)

een handvest voor de interneauditfunctie, interneauditmethoden en -procedures;

c)

een toelichting over de wijze waarop de eventuele interneauditmethode wordt ontwikkeld en toegepast, rekening houdende met de aard van de activiteiten, complexiteit en risico’s van de aanvrager;

d)

wanneer er een intern auditcomité bestaat:

i)

informatie over samenstelling, bevoegdheden en verantwoordelijkheden daarvan;

ii)

zijn werkplan voor een periode van drie jaar na de aanvraagdatum, rekening houdende met de aard en omvang van de activiteiten, complexiteit en risico’s van de aanvrager.

Artikel 21

Informatie over belangenconflicten

(Artikel 27 quinquies bis, lid 2, punt d), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

Een aanvrager van een vergunning tot exploitatie van een CT op grond van artikel 27 quinquies ter van Verordening (EU) nr. 600/2014 neemt in zijn vergunningaanvraag nadere informatie op over zijn administratieve regelingen ter voorkoming van belangenconflicten. Die regelingen bevatten gedragsregels en procedures voor het onderkennen, beheersen en bekendmaken van bestaande en potentiële belangenconflicten, en omvatten:

a)

een overzicht van bestaande en potentiële belangenconflicten, met een beschrijving ervan, alsmede nadere uitleg over de onderkenning, voorkoming, beheersing en bekendmaking ervan;

b)

de scheiding van taken en bedrijfsfuncties binnen de CTP, met inbegrip van:

i)

maatregelen ter voorkoming of ter controle van de uitwisseling van informatie waarbij er een mogelijk risico op belangenconflicten bestaat;

ii)

het aparte toezicht op betrokken personen van wie belangen bij de uitvoering van hun hoofdtaken strijdig kunnen zijn met die van een cliënt;

c)

een beschrijving van het beloningsbeleid voor de leden van het leidinggevend orgaan en de directie;

d)

de voorschriften betreffende de aanvaarding van geld, geschenken of gunsten door het personeel van de CTP en zijn leidinggevend orgaan.

Artikel 22

Informatie over de bedrijfsvoering

(Artikel 27 quinquies bis, lid 2, punten g) en i), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Een aanvrager van een vergunning tot exploitatie van een CT op grond van artikel 27 quinquies ter van Verordening (EU) nr. 600/2014 neemt in zijn vergunningaanvraag de volgende informatie op:

a)

de verwachte totale kapitaaluitgaven voor het ontwikkelen van de CT;

b)

de verwachte bedrijfsuitgaven om de CT te exploiteren;

c)

een beschrijving van de uit eigen vermogen gefinancierde liquide nettoactiva ter dekking van potentiële algemene bedrijfsverliezen om diensten continu te kunnen blijven aanbieden, rekening houdende met de in de punten a) en b) bedoelde informatie.

2.   Een aanvrager van een vergunning tot exploitatie van de CT voor obligaties verschaft ook taakomschrijvingen, statuten, contracten of andere documentatie om het bestaan aan te tonen van regelingen voor de herverdeling van inkomsten overeenkomstig artikel 27 nonies, lid 5, van Verordening (EU) nr. 600/2014.

Artikel 23

Informatie over uitbesteding

(Artikel 27 quinquies bis, lid 2, punten a) en l), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Een aanvrager van een vergunning tot exploitatie van een CT die activiteiten voor zijn rekening laat uitvoeren door derden-dienstverleners, met inbegrip van ondernemingen waarmee deze nauwe banden heeft, neemt in zijn vergunningsaanvraag de bevestiging op dat de derde-dienstverlener de nodige bekwaamheid en capaciteit bezit om die activiteiten op betrouwbare en professionele wijze uit te voeren.

2.   De aanvrager preciseert welke activiteiten zullen worden uitbesteed en hoeveel personele en technische middelen nodig zijn om elk van die uitbestede activiteiten uit te voeren.

3.   De aanvrager die activiteiten uitbesteedt, levert het bewijs dat de uitbesteding niet ten koste gaat van zijn bekwaamheid of vermogen om leidinggevende of directiefuncties uit te voeren.

4.   De aanvrager levert het bewijs dat hij verantwoordelijk blijft voor uitbestede activiteiten en treft organisatorische maatregelen om:

a)

te kunnen nagaan of de derde-dienstverlener de uitbestede activiteiten doeltreffend en met inachtneming van de toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen uitvoert en vastgestelde tekortkomingen op adequate wijze aanpakt;

b)

risico’s met betrekking tot uitbestede activiteiten te kunnen onderkennen en naar behoren periodiek te kunnen monitoren;

c)

adequate controleprocedures met betrekking tot uitbestede activiteiten in te stellen, met inbegrip van een effectief toezicht op de activiteiten en de daaraan verbonden risico’s binnen de CTP;

d)

de bedrijfscontinuïteit van uitbestede activiteiten op adequate wijze te waarborgen.

Voor de toepassing van punt d) wint de aanvrager informatie in over de bedrijfscontinuïteitsregelingen van de derde-dienstverlener, toetst de kwaliteit daarvan en vraagt om, waar nodig, verbeteringen aan te brengen.

5.   Wanneer de aanvrager kritieke of belangrijke functies uitbesteedt, verschaft hij de ESMA:

a)

de identificatie van de derde-dienstverlener;

b)

de organisatorische maatregelen en gedragsregels inzake de uitbesteding en de daaraan verbonden risico’s als bedoeld in lid 4;

c)

interne of externe verslagen over de uitbestede activiteiten.

Artikel 24

Informatie over vergoedingen en licentiemodellen voor marktdata

(Artikel 27 quinquies bis, lid 2, punt h), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

Een aanvrager van een vergunning tot exploitatie van een CT overeenkomstig artikel 27 quinquies ter van Verordening (EU) nr. 600/2014 verschaft de ESMA de in artikel 17 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/1156 bedoelde informatie.

Artikel 25

Informatie over digitale operationele weerbaarheid

(Artikel 27 quinquies bis, lid 2, punten a), b) en l), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Een aanvrager van een vergunning tot exploitatie van een CT op grond van artikel 27 quinquies ter van Verordening (EU) nr. 600/2014 neemt in zijn vergunningaanvraag bewijs op voor de inachtneming van de vereisten inzake organisatie en capaciteit voor ICT-risicomanagement, strategie voor en testen van operationele weerbaarheid, incidentmanagement en ICT-risicomanagement voor derde partijen op grond van Verordening (EU) 2022/2554.

2.   De in lid 1 bedoelde informatie omvat documenten met betrekking tot de regelingen van de aanvrager, overeenkomstig Verordening (EU) 2022/2554, wat betreft:

a)

ICT-risicomanagement;

b)

ICT-incidentmanagement;

c)

het testen van de digitale operationele weerbaarheid;

d)

monitoring van ICT-risico van derden.

3.   De in lid 1 bedoelde informatie houdt rekening met de omvang en het algehele risicoprofiel, en de aard, schaal en complexiteit van de diensten, activiteiten en operaties van de aanvrager.

Artikel 26

Informatie over energie-efficiëntie

(Artikel 27 quinquies bis, lid 2, punt m), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

1.   Een aanvrager van een vergunning tot exploitatie van een CT op grond van artikel 27 quinquies ter van Verordening (EU) nr. 600/2014 verschaft in zijn vergunningsaanvraag informatie over de verwachte Power Utilisation Effectivenes-ratio (PUE-ratio) zoals gedefinieerd door ISO/IEC 30134-2:2016 (13) en de goede praktijken waarvan sprake in de recentste versie van de EU-gedragscode inzake energie-efficiëntie in datacentra.

2.   Voor de toepassing van de verwachte Power Utilisation Effectiveness-ratio (PUE-ratio) waarvan sprake in lid 1, neemt de aanvrager de activiteiten in aanmerking die worden vermeld in punt 8.1 van bijlage I en punt 8.1 van bijlage II bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2139 van de Commissie (14).

Artikel 27

Informatie over regelingen inzake recordkeeping

(Artikel 27 quinquies bis, lid 2, punt k), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

Een aanvrager van een vergunning tot exploitatie van een CT op grond van artikel 27 quinquies ter van Verordening (EU) nr. 600/2014 verschaft de ESMA informatie over de regelingen die zijn getroffen om ervoor te zorgen dat:

a)

elke sleutelfase van de CTP-activiteiten kan worden gereconstrueerd;

b)

de originele inhoud van een record over zijn activiteiten overeenkomstig artikel 27 nonies bis, lid 3, van Verordening (EU) nr. 600/2014 kan worden vastgelegd, getraceerd en opgehaald voor eventuele correcties of andere wijzigingen;

c)

maatregelen zijn getroffen om ongeoorloofde wijziging van dit soort records te voorkomen;

d)

de vastgelegde data beveiligd en vertrouwelijk zijn;

e)

in het recordkeepingsysteem een mechanisme is ingebouwd voor het opsporen en corrigeren van fouten;

f)

de records bij een systeemfalen tijdig worden hersteld.

Artikel 28

Informatie over organisatorische vereisten

(Artikel 27 quinquies bis, lid 2, punt b), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

Een aanvrager van een vergunning tot exploitatie van een CT op grond artikel 27 quinquies ter van Verordening (EU) nr. 600/2014 verschaft de ESMA de informatie over de regelingen die zijn getroffen om inachtneming van de in artikel 27 nonies van Verordening (EU) nr. 600/2014 bepaalde organisatorische vereisten te borgen.

Artikel 29

Informatie over ontvangst, consolidatie en verspreiding van data en over datakwaliteit

(Artikel 27 quinquies bis, lid 2, punten c), e), f) en j), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

Een aanvrager van een vergunning tot exploitatie van een CT op grond van artikel 27 quinquies ter van Verordening (EU) nr. 600/2014 verschaft de ESMA informatie over:

a)

de in artikel 22 bis van Verordening (EU) nr. 600/2014 bedoelde transmissieprotocollen, overeenkomstig de vereisten geformuleerd in artikel 2 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/1155;

b)

de technische kenmerken van de systemen die zijn gekozen om ervoor te zorgen dat de snelheid van de verspreiding van de kernmarktdata en wettelijke data beantwoordt aan de informatie op basis waarvan de aanvrager is geselecteerd;

c)

de methoden die zijn gekozen om datakwaliteit te garanderen, in overeenstemming met de vereisten in artikel 10 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/1155;

d)

de documentatie die certificeert dat de moderne interfacetechnologieën die zijn gekozen voor de verspreiding van marktdata en voor connectiviteit, voldoen aan de minimumvereisten geformuleerd in artikel 9 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/1155.

Artikel 30

Informatie afkomstig van gezamenlijke aanvragers

(Artikel 27 quinquies bis, lid 2, punt n), van Verordening (EU) nr. 600/2014)

Naast de in artikel 15 geformuleerde vereisten, nemen gezamenlijke aanvragers van een vergunning tot exploitatie van een CT in hun vergunningaanvraag informatie op over de noodzaak in termen van technische en logistieke capaciteit voor iedere aanvrager om de CT gezamenlijk te exploiteren.

HOOFDSTUK III

SLOTBEPALINGEN

Artikel 31

Intrekking

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/571 wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening.

Artikel 32

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 12 juni 2025.

Voor de Commissie

De voorzitter

Ursula VON DER LEYEN


(1)   PB L 173 van 12.6.2014, blz. 84, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/600/oj.

(2)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/571 van de Commissie van 2 juni 2016 tot aanvulling van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen inzake vergunningverlening aan, organisatorische vereisten voor en publicatie van transactiemeldingen door aanbieders van datarapporteringsdiensten (PB L 87 van 31.3.2017, blz. 126, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2017/571/oj).

(3)  Verordening (EU) 2024/791 van het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2024 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 600/2014 wat betreft het vergroten van de transparantie van gegevens, het wegnemen van belemmeringen voor het ontstaan van consolidated tapes, het optimaliseren van de handelsverplichtingen en het verbod op het ontvangen van betalingen voor orderstromen (PB L, 2024/791, 8.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/791/oj).

(4)  Verordening (EU) 2022/2554 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende digitale operationele weerbaarheid voor de financiële sector en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 909/2014 en (EU) 2016/1011 (PB L 333 van 27.12.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2554/oj).

(5)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/1155 van de Commissie van 12 juni 2025 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen tot nadere bepaling van de input- en outputgegevens van consolidated tapes, de synchronisatie van beursklokken en de herverdeling van de inkomsten door de verstrekker van consolidated tape voor aandelen en ETF’s, en tot intrekking van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/574 (PB L, 2025/1155, 3.11.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2025/1155/oj).

(6)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2025/1156 van de Commissie van 12 juni 2025 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad met technische reguleringsnormen betreffende de verplichting om marktdata tegen redelijke commerciële voorwaarden publiek beschikbaar te stellen (PB L, 2025/1156, 3.11.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2025/1156/oj).

(7)  Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj).

(8)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1725/oj).

(9)  Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2010/1095/oj).

(10)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/590 van de Commissie van 28 juli 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot technische reguleringsnormen voor de melding van transacties aan de bevoegde autoriteiten (PB L 87 van 31.3.2017, blz. 449, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2017/590/oj).

(11)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/587 van de Commissie van 14 juli 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende markten in financiële instrumenten met technische reguleringsnormen inzake transparantievereisten voor handelsplatformen en beleggingsondernemingen met betrekking tot aandelen, representatieve certificaten, beursverhandelde fondsen, certificaten en andere soortgelijke financiële instrumenten en inzake de verplichting tot uitvoering van transacties in bepaalde aandelen op een handelsplatform of door een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling (PB L 87 van 31.3.2017, blz. 387, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2017/587/oj).

(12)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/583 van de Commissie van 14 juli 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad betreffende markten in financiële instrumenten wat betreft technische reguleringsnormen inzake transparantievereisten voor handelsplatforms en beleggingsondernemingen ten aanzien van obligaties, gestructureerde financiële producten, emissierechten en derivaten (PB L 87 van 31.3.2017, blz. 229, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2017/583/oj).

(13)  Beschikbaar op: ISO/IEC 30134-2:2016 — Information technology — Data centres — Key performance indicators — Part 2: Power usage effectiveness (PUE).

(14)  Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2139 van de Commissie van 4 juni 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2020/852 van het Europees Parlement en de Raad door technische screeningcriteria vast te stellen om de voorwaarden te bepalen waaronder een specifieke economische activiteit kan worden aangemerkt als substantieel bijdragend aan de mitigatie van klimaatverandering of de adaptatie aan klimaatverandering, en om uit te maken of die economische activiteit niet ernstig afbreuk doet aan een van de andere milieudoelstellingen (PB L 442 van 9.12.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2021/2139/oj).


ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2025/1143/oj

ISSN 1977-0758 (electronic edition)


Nahoru