EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61976CJ0075

Arrest van het Hof van 10 maart 1977.
Silvana Kaucic en Anna Maria Kaucic tegen Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Hof van Cassatie - België.
Zaak 75-76.

European Court Reports 1977 -00495

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1977:46

61976J0075

ARREST VAN HET HOF VAN 10 MAART 1977. - S. KAUCIC EN A. M. KAUCIC TEGEN RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE - EN INVALIDITEITSVERZEKERING. - (VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR HET BELGISCHE HOF VAN CASSATIE). - ZAAK NO. 75/76.

Jurisprudentie 1977 bladzijde 00495
Griekse bijz. uitgave bladzijde 00137
Portugese bijz. uitgave bladzijde 00163


Samenvatting
Partijen
Onderwerp
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


SOCIALE ZEKERHEID VAN MIGREREND WERKNEMERS - INVALIDITEITSVERZEKERING - VERVULDE VERZEKERINGSTIJDVAKKEN - UITKERINGEN - BEREKENING - THEORETISCH BEDRAG - VERMINDERING - NATIONALE REGEL - TOEPASSING OP BETALINGEN WELKE BETROKKENE VAN BUITEN DE GEMEENSCHAP TOEKOMEN

( ' S RAADS VERORDENING 3 , ART . 11 , LID 2 , ART . 26 , ART . 28 ; ' S RAADS VERORDENING 4 , ART . 9 , LID 2 )

Samenvatting


HET IS VOLGENS ' S RAADS VERORDENINGEN 3 EN 4 VAN 25 SEPTEMBER EN 3 DECEMBER 1958 INZAKE DE SOCIALE ZEKERHEID VAN MIGRERENDE WERKNEMERS , EN WEL MET NAME VOLGENS ARTIKEL 28 , LID 1 , VAN VERORDENING NR . 3 , NIET VERBODEN DAT HET ORGAAN VAN EEN LID-STAAT BIJ DE BEREKENING ' ' POUR ORDRE ' ' VAN HET BEDRAG DER UITKERING WAAROP BETROKKENE RECHT ZOU HEBBEN INDIEN ALLE VERZEKERINGSTIJDVAKKEN UITSLUITEND ONDER DE WETTELIJKE REGELING VAN DIE LID-STAAT WAREN VERVULD , MET TOEPASSING VAN EEN VOORSCHRIFT VAN ZIJN EIGEN WETTELIJKE REGELING HET THEORETISCH UITKERINGSBEDRAG VERLAAGT NAAR RATO VAN EEN UITKERING , AAN DE BETROKKENE VAN BUITEN DE GEMEENSCHAP TOEKOMENDE .

Partijen


IN DE ZAAK 75/76

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL 177 EEG-VERDRAG VAN HET BELGISCHE HOF VAN CASSATIE IN HET VOOR DIE RECHTERLIJKE INSTANTIE AANHANGIG GEDING TUSSEN

1 . SILVANA KAUCIC , WONENDE TE GRIMACO , UDINE , ITALIE

2 . ANNA MARIA KAUCIC , WONENDE TE TURIJN , ITALIE

EN

RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE- EN INVALIDITEITSVERZEKERING TE BRUSSEL

Onderwerp


OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING INZAKE DE UITLEGGING VAN DE ARTIKELEN 27 , LID 1 , EN 28 , LID 1 , VAN ' S RAADS VERORDENING NR . 3 VAN 25 SEPTEMBER 1958 INZAKE DE SOCIALE ZEKERHEID VAN MIGRERENDE WERKNEMERS ( PB 1958 , BLZ . 561 ) - MET HET OOG OP DE MOGELIJKHEID TOT CUMULATIE VAN INVALIDITEITSPENSIOENEN WELKE DEELS ONDER DE WETTELIJKE REGELINGEN VAN DE LID-STATEN DER EEG , DEELS ONDER DE WETTELIJKE REGELING VAN EEN DERDE LAND ZIJN VERKREGEN -

Overwegingen van het arrest


1 OVERWEGENDE DAT HET HOF NR . CASSATIE VAN BELGIE BIJ ARREST VAN 16 JUNI 1976 , INGEKOMEN BIJ HET HOF VAN JUSTITIE OP 28 JULI 1976 , KRACHTENS ARTIKEL 177 VAN HET EEG-VERDRAG EEN VRAAG GESTELD HEEFT INZAKE DE UITLEGGING VAN SOMMIGE BEPALINGEN VAN ' S RAADS NR . 3 VAN 25 SEPTEMBER 1958 INZAKE DE SOCIALE ZEKERHEID VAN MIGRERENDE WERKNEMERS ( PB 30 VAN 16 DECEMBER 1958 , BLZ . 561 );

2 DAT HET HOF VAN CASSATIE VRAAGT OF INGEVOLGE DE ARTIKELEN 27 , LID 1 , EN 28 , LID 1 , VAN VERORDENING NR . 3 VAN 25 SEPTEMBER 1958 VAN DE RAAD VAN DE EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP INZAKE DE SOCIALE ZEKERHEID VAN MIGRERENDE WERKNEMERS , HET ORGAAN VAN EEN LID-STAAT DE BEPALINGEN VAN ZIJN EIGEN WETTELIJKE REGELING BETREFFENDE DE CUMULATIE VAN DE KRACHTENS DIE REGELING VERSCHULDIGDE UITKERING MET EEN KRACHTENS DE WETTELIJKE REGELING VAN EEN DERDE STAAT VERLEENDE UITKERING , EN INZONDERHEID ARTIKEL 70 , LID 2 , VAN DE BELGISCHE WET VAN 9 AUGUSTUS 1963 , NIET MAG TOEPASSEN OP DE CUMULATIE VAN DE DOOR HET BELGISCHE ORGAAN VERSCHULDIGDE UITKERING MET EEN UITKERING , VERSCHULDIGD DOOR DE OOSTENRIJKSE STAAT WAARMEE BELGIE GEEN BILATERAAL VERDRAG INZAKE SOCIALE ZEKERHEID HEEFT GESLOTEN , EN WEL MET NAME IN DIE ZIN DAT HET BELGISCHE ORGAAN AAN GENOEMD ARTIKEL 70 , LID 2 , GEEN TOEPASSING MAG GEVEN WAARBIJ EERST HET BEDRAG WORDT BEPAALD WAAROP DE BELANGHEBBENDE RECHT ZOU HEBBEN INDIEN ALLE TIJDVAKKEN VAN VERZEKERING OF DAARMEDE GELIJKGESTELDE TIJDVAKKEN , SAMENGETELD OP DE IN ARTIKEL 27 VAN VERORDENING NR . 3 AANGEGEVEN WIJZE , UITSLUITEND ONDER DE BELGISCHE WETTELIJKE REGELING ZOUDEN ZIJN VERVULD ;

3 DAT TIJDENS DE MONDELINGE BEHANDELING IN OVERWEGING IS GEGEVEN DAT HET HOF , TER BEANTWOORDING VAN DE GESTELDE VRAAG , OOK ARTIKEL 11 , LID 2 , VAN VERORDENING 3 EN ARTIKEL 9 , LID 2 , VAN ' S RAADS VERORDENING 4 VAN 3 DECEMBER 1958 STREKKENDE TOT UITVOERING EN AANVULLING VAN DE BEPALINGEN VAN VERORDENING NR . 3 INZAKE DE SOCIALE ZEKERHEID VAN MIGRERENDE WERKNEMERS ( PB 30 VAN 16 DECEMBER 1958 , BLZ . 597 ) IN ZIJN OVERWEGINGEN ZOU BETREKKEN ;

4 DAT DE HIERBEDOELDE VRAAG GESTELD IS IN EEN GEDING BETREFFENDE HET BEDRAG DAT BIJ WEGE VAN INVALIDITEITSPENSIOEN MOET WORDEN BETAALD AAN DE RECHTHEBBENDEN VAN EEN - IN ITALIE OVERLEDEN - ITALIAANSE WERKNEMER DIE NIET SLECHTS IN ITALIE EN BELGIE HAD GEWERKT , DOCH OOK IN OOSTENRIJK , DAT GEEN LID VAN DE GEMEENSCHAP IS , EN ZICH DOOR DE VERZEKERINGSORGANEN ALDAAR EEN INVALIDITEITSPENSIOEN HAD ZIEN TOEGEKEND DAT WAS BEREKEND OVEREENKOMSTIG DE TUSSEN ITALIE EN OOSTENRIJK AANGEGANE BILATERALE OVEREENKOMST INZAKE DE SOCIALE ZEKERHEID ;

5 DAT HET BEVOEGDE BELGISCHE ORGAAN EVENWEL TER BEREKENING VAN HET BELGISCHE PENSIOEN , EN WEL VOOR DE SAMENTELLING VAN IN ITALIE EN BELGIE VERVULDE VERZEKERINGSTIJDVAKKEN , NIET SLECHTS VERORDENING 3 HEEFT TOEGEPAST , DOCH BOVENDIEN MET HET OOSTENRIJKSE PENSIOEN REKENING HEEFT GEHOUDEN IN DIER VOEGE DAT MET EEN BEROEP OP ARTIKEL 70 , LID 2 , VAN DE BELGISCHE WET VAN 9 AUGUSTUS 1963 , VOOR HET TIJDVAK NA 1 JANUARI 1964 OP DE UITKERING EEN KORTING IS TOEGEPAST ;

6 DAT ER VOLGENS DAT VOORSCHRIFT GEEN CUMULATIE PLAATSVINDT VAN DE BELGISCHE VERZEKERINGSUITKERINGEN MET DE VERGOEDING WELKE TERZAKE VAN DEZELFDE SCHADE KRACHTENS EEN ANDERE WETTELIJKE REGELING VERSCHULDIGD IS , MET DIEN VERSTANDE DAT AAN BETROKKENE IN IEDER GEVAL HET BEDRAG VAN BEDOELDE VERZEKERINGSUITKERINGEN WORDT UITBETAALD ;

7 DAT BLIJKENS HET VERWIJZINGSARREST VOOR DE BELGISCHE RECHTERLIJKE INSTANTIE IS KOMEN VAST TE STAAN DAT ENERZIJDS HET VOORSCHRIFT ALDUS TE VERSTAAN IS DAT HET OOK TOEPASSING MOET VINDEN WANNEER DE SCHADE DOOR EEN BUITENLANDSE WET GEDEKT WORDT , EN ANDERZIJDS DAT DE SCHADE WELKE DE BETROKKEN WERKNEMER HEEFT GELEDEN , INDERDAAD VIEL ONDER HET KRACHTENS DE OOSTENRIJKSE WET TOEGEKENDE PENSIOEN ;

8 OVERWEGENDE DAT DE IN DE VERORDENINGEN 3 EN 4 VOORKOMENDE BEPALINGEN INZAKE DE SAMENTELLING VAN VERZEKERINGSTIJDVAKKEN SLECHTS BETREKKING HEBBEN OP TIJDVAKKEN , KRACHTENS DE WETTELIJKE REGELING DER LID-STATEN VERVULD ;

9 DAT TIJDVAKKEN VERVULD IN EEN NIET-LID-STAAT , AL DAN NIET DOOR EEN OVEREENKOMST INZAKE DE SOCIALE ZEKERHEID AAN EEN OF MEER LID-STATEN GEBONDEN , NIET VALLEN ONDER ENIGERLEI BEPALING VAN DE COMMUNAUTAIRE VERORDENINGEN BETREFFENDE DE TUSSEN DE LID-STATEN TE BETRACHTEN COORDINATIE VAN SOCIALE ZEKERHEIDSSTELSELS ;

10 DAT MET NAME ARTIKEL 11 , LID 2 , TWEEDE VOLZIN , VAN VERORDENING NR . 3 - VOLGENS WELKE ' ' BEPALINGEN INZAKE VERMINDERING ' ' AAN BETROKKENE NIET MOGEN WORDEN TEGENGEWORPEN - SLECHTS BETREKKING HEEFT OP GEVALLEN WAARIN ER OVEREENKOMSTIG DE ARTIKELEN 26 EN 28 DER VERORDENING GELIJKSOORTIGE UITKERINGEN WORDEN VERKREGEN EN DERHALVE AAN DE TOEPASSING VAN ZULKE BEPALINGEN IN GEVALLEN WAARIN EEN DER UITKERINGEN KRACHTENS DE WETTELIJKE REGELING VAN EEN NIET-LID-STAAT WORDT VERKREGEN NIET IN DE WEG STAAT ;

11 DAT LAATSTBEDOELDE GEBEURLIJKHEID DAN OOK NIET VALT ONDER ARTIKEL 9 , LID 2 , VAN VERORDENING 4 , VOLGENS HETWELK DE UITKERING WELKE TOT SCHORSING LEIDT BIJ DE BEREKENING VAN HET ' ' POUR ORDRE ' ' -BEDRAG VOLGENS ARTIKEL 28 VAN VERORDENING 3 NIET IN AANMERKING MAG WORDEN GENOMEN ;

12 DAT ZULKS TOT DE SLOTSOM LEIDT DAT HET VOLGENS DIT LAATSTE ARTIKEL , WAARIN EEN BEREKENING ' ' POUR ORDRE ' ' IS VOORZIEN VAN HET UITKERINGSBEDRAG WAAROP BETROKKENE RECHT ZOU HEBBEN GEHAD INDIEN ALLE VERZEKERINGSTIJDVAKKEN UITSLUITEND ONDER DE WETTELIJKE REGELING VAN DE BETROKKEN LID-STATEN WAREN VERVULD , GEOORLOOFD IS REKENING TE HOUDEN MET NATIONALE VOORSCHRIFTEN VOLGENS WELKE DE UITKERING KAN WORDEN GEKORT WANNEER AAN BETROKKENE VAN BUITEN DE GEMEENSCHAP EEN UITKERING TOEKOMT ;

13 DAT DE GESTELDE VRAAG DERHALVE IN DIE ZIN IS TE BEANTWOORDEN DAT HET VOLGENS ' S RAADS VERORDENINGEN 3 EN 4 VAN 25 SEPTEMBER EN 3 DECEMBER 1958 INZAKE DE SOCIALE ZEKERHEID VAN MIGRERENDE WERKNEMERS , EN WEL MET NAME VOLGENS ARTIKEL 28 , LID 1 , VAN VERORDENING 3 , NIET IS VERBODEN DAT HET ORGAAN VAN EEN LID-STAAT BIJ DE BEREKENING ' ' POUR ORDRE ' ' VAN HET BEDRAG DER UITKERING WAAROP BETROKKENE RECHT ZOU HEBBEN INDIEN ALLE VERZEKERINGSTIJDVAKKEN UITSLUITEND ONDER DE WETTELIJKE REGELING VAN DIE LID-STAAT WAREN VERVULD , MET TOEPASSING VAN EEN VOORSCHRIFT VAN ZIJN EIGEN WETTELIJKE REGELING HET THEORETISCH UITKERINGSBEDRAG VERLAAGT NAAR RATO VAN EEN UITKERING , AAN DE BETROKKENE VAN BUITEN DE GEMEENSCHAP TOEKOMENDE ;

Beslissing inzake de kosten


TEN AANZIEN VAN DE KOSTEN

14 OVERWEGENDE DAT DE KOSTEN , DOOR DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WEGENS INDIENING HARER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT , NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KOMEN ;

15 DAT DE PROCEDURE TEN AANZIEN VAN PARTIJEN IN HET HOOFDGEDING ALS EEN VOOR DE NATIONALE RECHTER GEREZEN INCIDENT IS TE BESCHOUWEN , ZODAT DEZE LAATSTE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN ;

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE ,

RECHTDOENDE INZAKE DE VRAAG , DOOR HET HOF VAN CASSATIE VAN BELGIE BIJ ARREST VAN 16 JUNI 1976 GESTELD , VERKLAART VOOR RECHT :

HET IS VOLGENS ' S RAADS VERORDENINGEN 3 EN 4 VAN 25 SEPTEMBER EN 3 DECEMBER 1958 INZAKE DE SOCIALE ZEKERHEID VAN MIGRERENDE WERKNEMERS , EN WEL MET NAME VOLGENS ARTIKEL 28 , LID 1 , VAN VERORDENING NR . 3 , NIET VERBODEN DAT HET ORGAAN VAN EEN LID-STAAT BIJ DE BEREKENING ' ' POUR ORDRE ' ' VAN HET BEDRAG DER UITKERING WAAROP BETROKKENE RECHT ZOU HEBBEN INDIEN ALLE VERZEKERINGSTIJDVAKKEN UITSLUITEND ONDER DE WETTELIJKE REGELING VAN DIE LID-STAAT WAREN VERVULD , MET TOEPASSING VAN EEN VOORSCHRIFT VAN ZIJN EIGEN WETTELIJKE REGELING HET THEORETISCH UITKERINGSBEDRAG VERLAAGT NAAR RATO VAN EEN UITKERING , AAN DE BETROKKENE VAN BUITEN DE GEMEENSCHAP TOEKOMENDE .

Top