This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document E2017P0017
Action brought on 21 December 2017 by the EFTA Surveillance Authority against Iceland (Case E-17/17)
Beroep tegen IJsland, ingesteld door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op 21 december 2017 (Zaak E-17/17)
Beroep tegen IJsland, ingesteld door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op 21 december 2017 (Zaak E-17/17)
PB C 67 van 22.2.2018, p. 16–16
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
22.2.2018 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 67/16 |
Beroep tegen IJsland, ingesteld door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op 21 december 2017
(Zaak E-17/17)
(2018/C 67/16)
Op 21 december 2017 is bij het EVA-Hof beroep ingesteld tegen IJsland door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, vertegenwoordigd door Carsten Zatschler, Catherine Howdle en Ingibjörg Ólöf Vilhjálmsdóttir, optredend als gemachtigden van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, Belliardstraat 35, 1040 Brussel, België.
De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA vraagt het EVA-Hof:
|
1. |
te verklaren dat IJsland, door niet de maatregelen vast te stellen die nodig zijn om de in punt 8 van bijlage V bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte genoemde handeling (Richtlijn 2014/54/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende maatregelen om de uitoefening van de in de context van het vrije verkeer van werknemers aan werknemers verleende rechten te vergemakkelijken), zoals aangepast bij Protocol 1 bij de EER-overeenkomst, om te zetten en door hoe dan ook de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA geen kennis te geven van de maatregelen die het heeft genomen om die handeling om te zetten, de op grond van die handeling en van artikel 7 van de overeenkomst op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen; |
|
2. |
de Republiek IJsland te verwijzen in de kosten van de procedure. |
Feiten en argumenten:
|
— |
Op 18 januari 2017 heeft de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA een met redenen omkleed advies uitgebracht waarin zij concludeerde dat IJsland, door niet de maatregelen vast te stellen die nodig zijn om de in punt 8 van bijlage V bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte genoemde handeling (Richtlijn 2014/54/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 betreffende maatregelen om de uitoefening van de in de context van het vrije verkeer van werknemers aan werknemers verleende rechten te vergemakkelijken) om te zetten en/of de Autoriteit daarvan geen kennis te geven, de op grond van die handeling en van artikel 7 van de EER-overeenkomst op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen. Overeenkomstig de tweede alinea van artikel 31 van de Toezichtovereenkomst heeft de Autoriteit van IJsland geëist dat IJsland de maatregelen neemt die nodig zijn om het met redenen omklede advies na te komen binnen twee maanden na de kennisgeving, d.w.z. tegen uiterlijk 18 maart 2017. |
|
— |
Op 13 februari 2017 heeft de IJslandse regering geantwoord op het met redenen omklede advies van de Autoriteit. In haar antwoord verwees de IJslandse regering naar haar antwoord op de ingebrekestelling en verklaarde zij voornemens te zijn de wet tot omzetting van de handeling in IJslands recht vóór 1 april 2017 bij het Parlement in te dienen. |
|
— |
De Autoriteit heeft geen verdere informatie over de omzetting ontvangen totdat zij op 30 november 2017 formulier 1 ontving. In formulier 1 gaf de IJslandse regering aan dat zij de handeling volledig had omgezet in IJslands recht. Hoewel geen datum voor omzetting was vermeld, had de IJslandse regering aan formulier 1 een afschrift gehecht van wat, naar haar zeggen, een omzettingsmaatregel van 30 oktober 2014 was: de IJslandse wet nr. 105/2014 op het vrije recht op arbeid en verblijf binnen de Europese Economische Ruimte (wet nr. 105/2014). |
|
— |
Bij e-mail van 4 december 2017 heeft de Autoriteit het IJslandse Ministerie van Welzijn gevraagd toe te lichten of, in het licht van de antwoorden op de ingebrekestelling en het met redenen omklede advies, de kennisgeving van wet nr. 105/2014 als omzettingsmaatregel een vergissing was. Het ministerie heeft bij e-mail van 7 december 2017 geantwoord dat met wet nr. 105/2014 de richtlijn volledig wordt omgezet, en gaf als verklaring voor de voorafgaande antwoorden dat het transparanter werd geacht om een speciale clausule in [wet nr. 105/2014] op te nemen met de vermelding dat de wet de richtlijn omzet en dat dit zou worden toegevoegd via het wetsvoorstel van april 2017. |
|
— |
Op 19 december 2017 heeft de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, na onderzocht te hebben of maatregelen waarvan was kennisgegeven, geacht konden worden de handeling om te zetten, besloten de zaak voor het Hof te brengen overeenkomstig de tweede alinea van artikel 31 van de Toezichtovereenkomst. |