This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document E2012P0006
Action brought on 19 June 2012 by the EFTA Surveillance Authority against the Kingdom of Norway (Case E-6/12)
Beroep tegen het Koninkrijk Noorwegen, ingesteld door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op 19 juni 2012 (Zaak E-6/12)
Beroep tegen het Koninkrijk Noorwegen, ingesteld door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op 19 juni 2012 (Zaak E-6/12)
PB C 360 van 22.11.2012, pp. 6–7
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
22.11.2012 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 360/6 |
Beroep tegen het Koninkrijk Noorwegen, ingesteld door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op 19 juni 2012
(Zaak E-6/12)
2012/C 360/05
Op 19 juni 2012 is bij het EVA-Hof beroep ingesteld tegen het Koninkrijk Noorwegen door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, vertegenwoordigd door Xavier Lewis en Fiona M. Cloarec, optredend als gemachtigden van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, Belliardstraat 35, 1040 Brussel, Belgium.
De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA vraagt het EVA-Hof vast te stellen dat:
|
1. |
het Koninkrijk Noorwegen, door de administratieve praktijk te handhaven op grond waarvan niet wordt nagegaan of een kind dat buiten Noorwegen bij een andere ouder woont, in hoofdzaak wordt onderhouden op kosten van de ouder die in Noorwegen woont en gescheiden is van de andere ouder, inbreuk heeft gemaakt op artikel 1, onder f), i), tweede zin, juncto artikel 76 van het in punt 1 van Bijlage VI bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte bedoelde besluit (Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, zoals gewijzigd), zoals aangepast aan de EER-Overeenkomst bij Protocol 1 daarbij, |
|
2. |
het Koninkrijk Noorwegen wordt verwezen in de kosten van deze procedure. |
Feiten en argumenten:
|
— |
In hoofdstuk 7 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 wordt de coördinatie van gezinsbijslagen in grensoverschrijdende zaken geregeld. |
|
— |
Overeenkomstig artikel 1, onder f), i), van Verordening (EEG) nr. 1408/71 wordt onder „gezinslid” verstaan „iedere persoon die in de wetgeving krachtens welke de prestaties worden verleend (…) als gezinslid wordt aangemerkt of erkend, of als huisgenoot wordt aangeduid; indien deze wetgevingen echter uitsluitend als gezinslid of huisgenoot beschouwen degene die bij de werknemer, zelfstandige of student inwoont, wordt aan deze voorwaarde geacht te zijn voldaan wanneer de betrokkene in hoofdzaak op kosten van deze werknemer, zelfstandige of student wordt onderhouden (…)”. |
|
— |
Volgens de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA strekken gezinsbijslagen in de zin van artikel 4, lid 1, onder h), van Verordening (EEG) nr. 1408/71 ertoe een van de ouders in staat te stellen de opvoeding van een jong kind op zich te nemen en hebben zij tot doel het opvoeden van het kind te vergoeden, de overige kosten van verzorging en opvoeding te compenseren en eventueel de financiële nadelen die verbonden zijn aan het feit dat van het inkomen uit een beroepswerkzaamheid wordt afgezien, te verzachten. |
|
— |
Volgens de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA hebben de artikelen 73 en 74 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 tot doel de in een andere EER-staat wonende gezinsleden van een werknemer de toekenning te garanderen van de gezinsbijslagen die zijn vastgesteld in de toepasselijke wetgeving van de staat waarbij de werknemer is aangesloten. |
|
— |
De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA betoogt dat de administratieve praktijk op grond waarvan de Noorse autoriteiten (namelijk de Noorse Dienst voor arbeid en welzijn, NAV) bij grensoverschrijdende zaken nagaan of de in Noorwegen werkende ouder tijdens de tijdvakken dat hij niet in Noorwegen werkt zijn rechtmatige verblijfplaats bij zijn gezin in de andere EER-staat heeft, zonder na te gaan of het kind „in hoofdzaak wordt onderhouden op kosten” van de ouder die in Noorwegen werkt, in strijd is met artikel 1, onder f), i), tweede zin, juncto artikel 76 van Verordening (EEG) nr. 1408/71. |