This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document C2007/117/36
Case T-76/07: Action brought on 12 March 2007 — El Fatmi v Council of the European Union
Zaak T-76/07: Beroep ingesteld op 12 maart 2007 — El Fatmi/Raad
Zaak T-76/07: Beroep ingesteld op 12 maart 2007 — El Fatmi/Raad
PB C 117 van 26.5.2007, pp. 22–23
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
PB C 117 van 26.5.2007, pp. 21–22
(MT)
|
26.5.2007 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 117/22 |
Beroep ingesteld op 12 maart 2007 — El Fatmi/Raad
(Zaak T-76/07)
(2007/C 117/36)
Procestaal: Nederlands
Partijen
Verzoekende partij: Nouriddin El Fatmi (Amsterdam, Nederland) (vertegenwoordigd door: M.J.G. Uiterwaal, advocaat)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies van verzoekende partij
|
— |
Het gemeenschappelijk standpunt 2002/402/GBVB (PB 2001, L 344, blz. 93) is in het geval van verzoeker ten onrechte ten grondslag gelegd aan Verordening 2001/2580/EG (PB 2001, L 344, blz. 70) zodat de verordening jegens verzoeker onverbindend is; |
|
— |
Althans moet deze verordening ten aanzien van verzoeker buiten toepassing worden gelaten; |
|
— |
Althans dient het Besluit 2006/1008/EG van 21 december 2006 (PB L 379, blz. 123) te worden vernietigd; |
|
— |
De Raad wordt veroordeeld in de kosten van deze procedure. |
Middelen en voornaamste argumenten
De middelen en voornaamste argumenten, ingeroepen door verzoeker, zijn gelijkaardig aan deze ingeroepen in zaak T-75/07, Hamdi/Raad, met uitzondering van het laatste middel, dat niet wordt ingeroepen door verzoeker in de huidige zaak.