Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document C2006/261/04

Zaak C-470/04: Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 7 september 2006 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Gerechtshof te Arnhem — Nederland) — N/Inspecteur van de Belastingdienst Oost/kantoor Almelo (Vrij verkeer van personen — Artikel 18 EG — Vrijheid van vestiging — Artikel 43 EG — Directe belastingen — Belasting over fictieve winst uit aanmerkelijk belang bij verlegging van fiscale woonplaats naar andere lidstaat)

PB C 261 van 28.10.2006, pp. 2–3 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)

28.10.2006   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 261/2


Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 7 september 2006 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Gerechtshof te Arnhem — Nederland) — N/Inspecteur van de Belastingdienst Oost/kantoor Almelo

(Zaak C-470/04) (1)

(Vrij verkeer van personen - Artikel 18 EG - Vrijheid van vestiging - Artikel 43 EG - Directe belastingen - Belasting over fictieve winst uit aanmerkelijk belang bij verlegging van fiscale woonplaats naar andere lidstaat)

(2006/C 261/04)

Procestaal: Nederlands

Verwijzende rechter

Gerechtshof te Arnhem

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: N

Verwerende partij: Inspecteur van de Belastingdienst Oost/kantoor Almelo

Voorwerp

Verzoek om een prejudiciële beslissing — Gerechtshof te Arnhem — Uitlegging van artikelen 18 en 43 EG — Vrij verkeer van personen — Vrijheid van vestiging — Fiscale last voortvloeiend uit verlegging van woonplaats naar een andere lidstaat — Uitoefening van economische activiteit in laatstgenoemde staat — Inkomstenbelasting gebaseerd op fictieve winst uit verkoop van aanmerkelijk belang, bestaande uit aandelen, in een vennootschap — Zekerheidstelling voor uitstel van betaling

Dictum

1)

Een gemeenschapsonderdaan die, zoals verzoeker in het hoofdgeding, sinds de verlegging van zijn woonplaats in een lidstaat woont en houder is van alle aandelen van in een andere lidstaat gevestigde vennootschappen, kan zich beroepen op artikel 43 EG.

2)

Artikel 43 EG moet aldus worden uitgelegd dat het zich ertegen verzet dat een lidstaat een systeem invoert van belasting over waardeaangroei in geval van verlegging van de woonplaats van een belastingplichtige van die lidstaat naar het buitenland, zoals in het hoofdgeding aan de orde is, dat voor de verlening van uitstel van betaling van deze belasting zekerheidstelling vereist en niet volledig rekening houdt met waardeverminderingen die na de verlegging van de woonplaats van de belanghebbende kunnen optreden en die niet in aanmerking worden genomen door de lidstaat van ontvangst.

3)

Een eventuele belemmering als gevolg van het stellen van een in strijd met het gemeenschapsrecht verlangde zekerheid kan niet met terugwerkende kracht worden opgeheven door enkel het vrijgeven van die zekerheid. De vorm van de handeling op basis waarvan de zekerheid is vrijgegeven, is voor deze beoordeling irrelevant. Wanneer een lidstaat bepaalt dat in geval van teruggaaf van een in strijd met het nationale recht verlangde zekerheid vertragingsrente wordt betaald, is deze rente ook verschuldigd wanneer het gemeenschapsrecht is geschonden. Bovendien dient de verwijzende rechter, overeenkomstig de door het Hof verschafte richtsnoeren en met inachtneming van het gelijkwaardigheids- en het doeltreffendheidsbeginsel, te beoordelen of de betrokken lidstaat aansprakelijk is voor de schade als gevolg van de verplichting een dergelijke zekerheid te stellen.


(1)  PB C 31 van 5.2.2005.


Top