This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document C2006/048/74
Case T-429/05: Action brought on 7 December 2005 — Artegodan v Commission
Zaak T-429/05: Beroep ingesteld op 7 december 2005 — Artegodan tegen Commissie
Zaak T-429/05: Beroep ingesteld op 7 december 2005 — Artegodan tegen Commissie
PB C 48 van 25.2.2006, p. 38–38
(ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
|
25.2.2006 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 48/38 |
Beroep ingesteld op 7 december 2005 — Artegodan tegen Commissie
(Zaak T-429/05)
(2006/C 48/74)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekster: Artegodan (Lüchow, Duitsland) (vertegenwoordigers: U. Doepner, advocaat)
Verweerster: Commissie van de Europese Gemeenschappen
Conclusies van verzoekster
|
— |
verweerster te veroordelen tot betaling aan verzoekster van een bedrag van 1 430 821,36 EUR, vermeerderd met rente ter hoogte van 8 %, te rekenen vanaf de dag van uitspraak van het arrest tot de datum van volledige voldoening; |
|
— |
vast te stellen dat verweerster verzoekster alle schade dient te vergoeden die zij in de toekomst nog zal lijden ten gevolge van marketinguitgaven die noodzakelijk zullen zijn om voor Tenuate retard weer de marktpositie te verkrijgen die dit geneesmiddel had vóór de intrekking van de vergunning door verweerster; |
|
— |
verweerster in de kosten te verwijzen. |
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoekster vordert schadevergoeding door de Commissie overeenkomstig de artikelen 288, tweede alinea, EG en 235 EG alsmede de vaststelling dat verweerster alle schade dient te verzoeken die verzoekster in de toekomst zal lijden ten gevolge van marketingkosten.
Verzoekster bezit een vergunning voor het op de markt brengen van het geneesmiddel Tenuate retard, dat amfepramon bevat. Verweerster gaf op 9 maart 2000 op basis van artikel 15 bis van richtlijn 75/319/EEG (1) beschikking C (2000) 453 inzake de intrekking van de vergunning voor het in de handel brengen van geneesmiddelen voor menselijk gebruik die amfepramon bevatten. De bevoegde Duitse autoriteiten voerden deze beschikking uit bij besluit van 11 april 2000. Beschikking C (2000) 453 is door het Gerecht van eerste aanleg in het arrest van 26 november 2002 (gevoegde zaken T-74/00, T-76/00, T-83/00 tot en met T-85/00, T-132/00, T-137/00 en T-141/00) nietigverklaard. De hogere voorziening van de Commissie tegen deze uitspraak is in het arrest van het Hof van Justitie in zaak C-39/03 P verworpen.
Verzoekster betoogt dat verweerster door het geven van beschikking C (2000) 453 onrechtmatig heeft gehandeld en daardoor een aantal ter bescherming van verzoekster dienende normen heeft geschonden. Verzoeksters grondrecht, een bedrijf op te richten en voeren (recht op onderneming en eigendomsrecht) is geschonden. Voorts is inbreuk gemaakt op artikel 11 van richtlijn 65/65/EEG. (2) Verzoekster beroept zich voorts op schending van het evenredigheidsbeginsel en schending van het beginsel van goed bestuur.
Door de litigieuze beschikking van de Commissie en de tenuitvoerlegging daarvan heeft verzoekster schade geleden. De aangevoerde schendingen van het recht moeten tot schadevergoeding leiden.
(1) Tweede Richtlijn van de Raad van 20 mei 1975 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake farmaceutische specialiteiten.
(2) Richtlijn van de Raad van 26 januari 1965 betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake farmaceutische specialiteiten.