This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document C2005/143/71
Case T-117/05: Action brought on 9 March 2005 by Andreas Rodenbröker and Others against the Commission of the European Communities
Zaak T-117/05: Beroep, op 9 maart 2005 ingesteld door Andreas Rodenbröker e.a. tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen
Zaak T-117/05: Beroep, op 9 maart 2005 ingesteld door Andreas Rodenbröker e.a. tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen
PB C 143 van 11.6.2005, pp. 37–38
(ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
|
11.6.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 143/37 |
Beroep, op 9 maart 2005 ingesteld door Andreas Rodenbröker e.a. tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen
(Zaak T-117/05)
(2005/C 143/71)
Procestaal: Duits
Bij het Gerecht van eerste aanleg van de Europese Gemeenschappen is op 9 maart 2005 beroep ingesteld tegen de Commissie van de Europese Gemeenschappen door Andreas Rodenbröker, wonende te Hövelhof (Duitsland), en anderen, vertegenwoordigd door H. Glatzel, advocaat.
Verzoekers concluderen dat het het Gerecht behage:
|
— |
de beschikking van de Commissie van 7 december 2004 tot vaststelling, op grond van richtlijn 92/43/EEG van de Raad (1), van de lijst van gebieden van communautair belang voor de Atlantische biogeografische regio met betrekking tot de opname van de volgende gebieden
nietig verklaren voor zover het percelen betreft die verzoekers in eigendom hebben, waarvan hun het gebruik is gelaten (pacht) of ten aanzien waarvan zij tot planning bevoegd zijn; |
|
— |
verweerster te verwijzen in de kosten. |
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoekers zijn eigenaren van gebieden die overeenkomstig de litigieuze beschikking zijn opgenomen in de communautaire lijst van gebieden van communautair belang, op grond dat daarin volgens de Flora-Fauna-Habitatrichtlijn habitats en soorten voorkomen die voor bescherming in aanmerking komen.
Verzoekers voeren aan dat
|
— |
de eigendomsrechten van verzoekers door de litigieuze beschikking wezenlijk zijn beperkt waar het de ongestoorde exploitatie van hun grond betreft en |
|
— |
deze ingreep onrechtmatig is, omdat daarbij vormvoorschriften zijn geschonden en misbruik van bevoegdheid is gemaakt aangezien de habitats en diersoorten die beweerdelijk voor bescherming in aanmerking komen, in het geheel niet voorkomen dan wel op grond van de criteria van bijlage III bij de Flora-Fauna-Habitatrichtlijn niet voldoende representatief zijn of een te kleine populatieomvang hebben. |
(1) Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206, blz. 7).