This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document C2005/069/17
Case C-16/05: Reference for a preliminary ruling by the House of Lords, by order of that court dated 2 December 2004, in the case of The Queen on the application of 1) Veli Tum and 2) Mehmet Dari against Secretary of State for the Home Department
Zaak C-16/05: Verzoek van het House of Lords van 2 december 2004 om een prejudiciële beslissing in het geding tussen The Queen ex parte 1) Veli Tum en 2) Mehmet Dari, en Secretary of State for the Home Department
Zaak C-16/05: Verzoek van het House of Lords van 2 december 2004 om een prejudiciële beslissing in het geding tussen The Queen ex parte 1) Veli Tum en 2) Mehmet Dari, en Secretary of State for the Home Department
PB C 69 van 19.3.2005, p. 8–8
(ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
|
19.3.2005 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 69/8 |
Verzoek van het House of Lords van 2 december 2004 om een prejudiciële beslissing in het geding tussen The Queen ex parte 1) Veli Tum en 2) Mehmet Dari, en Secretary of State for the Home Department
(Zaak C-16/05)
(2005/C 69/17)
Procestaal: Engels
Het House of Lords heeft bij beschikking van 2 december 2004, ingekomen ter griffie van het Hof van Justitie op 19 januari 2005, in het geding tussen The Queen ex parte 1) Veli Tum en 2) Mehmet Dari, en Secretary of State for the Home Department, het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen verzocht om een prejudiciële beslissing over de navolgende vraag:
Moet artikel 41, lid 1, van het op 23 november 1970 te Brussel ondertekende Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst aldus worden uitgelegd dat het eraan in de weg staat dat een lidstaat vanaf de datum waarop het Protocol in die lidstaat van kracht werd, nieuwe beperkingen stelt aan de voorwaarden en de procedures voor toelating tot diens grondgebied voor Turkse onderdanen die in die lidstaat als zelfstandige een bedrijf wensen op te richten?