This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document C2004/262/20
Judgment of the Court (First Chamber) of 9 September 2004 in Case C-125/03: Commission of the European Communities against Federal Republic of Germany (Failure by a Member State to fulfil its obligations — Admissibility — Legal interest in bringing proceedings — Directive 92/50/EEC — Public contracts — Services for transport of waste — Procedure without prior publication of a contract notice)
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 9 september 2004 in zaak C-125/03: Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Bondsrepubliek Duitsland (Niet-nakoming — Ontvankelijkheid — Procesbelang — Richtlijn 92/50/EEG — Overheidsopdrachten — Afvalvervoerdiensten — Procedure zonder voorafgaande publicatie van aankondiging van opdracht)
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 9 september 2004 in zaak C-125/03: Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Bondsrepubliek Duitsland (Niet-nakoming — Ontvankelijkheid — Procesbelang — Richtlijn 92/50/EEG — Overheidsopdrachten — Afvalvervoerdiensten — Procedure zonder voorafgaande publicatie van aankondiging van opdracht)
PB C 262 van 23.10.2004, p. 10–10
(ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
|
23.10.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 262/10 |
ARREST VAN HET HOF
(Eerste kamer)
van 9 september 2004
in zaak C-125/03: Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Bondsrepubliek Duitsland (1)
(Niet-nakoming - Ontvankelijkheid - Procesbelang - Richtlijn 92/50/EEG - Overheidsopdrachten - Afvalvervoerdiensten - Procedure zonder voorafgaande publicatie van aankondiging van opdracht)
(2004/C 262/20)
Procestaal: Duits
In zaak C-125/03, betreffende een beroep wegens niet-nakoming krachtens artikel 226 EG, ingesteld op 20 maart 2003, Commissie van de Europese Gemeenschappen (gemachtigde: K. Wiedner) tegen Bondsrepubliek Duitsland (gemachtigden: W.-D. Plessing en A. Tiemann), heeft het Hof (Eerste kamer), samengesteld als volgt: P. Jann (rapporteur), kamerpresident, A. Rosas, S. von Bahr, K. Lenaerts en K. Schiemann, rechters; advocaat-generaal: L. A. Geelhoed; griffier: R. Grass, op 9 september 2004 een arrest gewezen waarvan het dictum luidt als volgt:
|
1) |
Doordat de door de steden Lüdinghausen en Olfen, alsmede de gemeenten Nordkirchen, Senden en Ascheberg gesloten overeenkomsten voor de ophaling van afval zijn aanbesteed zonder inachtneming van de in artikel 8, juncto de artikelen 15, lid 2, en 16, lid 1, van richtlijn 92/50/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening neergelegde voorschriften voor aankondiging, is de Bondsrepubliek Duitsland de krachtens deze richtlijn op haar rustende verplichtingen niet nagekomen. |
|
2) |
De Bondsrepubliek Duitsland wordt verwezen in de kosten. |