This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document C2004/239/14
Case C-334/04: Action brought on 30 July 2004 by the Commission of the European Communities against the Hellenic Republic
Zaak C-334/04: Beroep, op 30 juli 2004 ingesteld door Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Helleense Republiek
Zaak C-334/04: Beroep, op 30 juli 2004 ingesteld door Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Helleense Republiek
PB C 239 van 25.9.2004, p. 8–8
(ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
|
25.9.2004 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 239/8 |
Beroep, op 30 juli 2004 ingesteld door Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Helleense Republiek
(Zaak C-334/04)
(2004/C 239/14)
Bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is op 30 juli 2004 beroep ingesteld tegen Helleense Republiek door Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door M. Patakia en M. van Beek, leden van haar juridische dienst.
Verzoekster concludeert dat het Hof behage:
vast te stellen dat de Helleense Republiek,
|
|
door als speciale beschermingszones gebieden aan te wijzen die naar aantal en totale oppervlakte duidelijk kleiner zijn dan het aantal en de totale oppervlakte van de gebieden die voldoen aan de voorwaarden om te worden aangewezen als speciale beschermingszones in de zin van artikel 4 van de richtlijn, |
|
|
door speciale beschermingszones aan te wijzen waarvan de oppervlakte duidelijk kleiner is dan de oppervlakte van de overeenkomstige gebieden in IBA 2000 die voldoen aan de voorwaarden om te worden aangewezen als speciale beschermingszones, |
|
|
door geen speciale beschermingszones aan te wijzen voor verschillende soorten vogels die in bijlage I bij richtlijn 79/409 zijn vermeld, of door als speciale beschermingszones gebieden aan te wijzen waar de betrokken soorten onvoldoende zijn vertegenwoordigd, |
|
|
door geen speciale beschermingszones aan te wijzen voor verschillende soorten trekvogels of door als speciale beschermingszones gebieden aan te wijzen waar de betrokken soorten onvoldoende zijn vertegenwoordigd, |
de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 4, leden 1 en 2, van richtlijn 79/409 van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand.
Middelen en voornaamste argumenten
Volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen brengt artikel 4, leden 1 en 2, van Richtlijn 79/409 EEG inzake het behoud van de vogelstand, voor de lidstaten de verplichting mee om voor speciale beschermingszones een bijzondere regeling vast te stellen die voornamelijk het voortbestaan en de voortplanting van de in bijlage I bij de richtlijn genoemde soorten verzekert.
Volgens de rechtspraak, maar ook volgens de Commissie, wordt de lijst „Belangrijke Vogelgebieden” (Important Bird Areas – IBA) beschouwd als een geldige wetenschappelijke referentiebasis.
Volgens die lijst moeten 186 zones in Griekenland als speciale beschermingszones worden aangemerkt.
Op het moment van het instellen van het beroep had Griekenland slechts 151 speciale beschermingszones aangewezen, en dan nog met een kleinere oppervlakte dan bedoeld in IBA 2000.
De Commissie concludeert dat die speciale beschermingszones niet zijn vastgesteld op grond van ornithologische criteria, zoals artikel 4 van de richtlijn bepaalt.
Het Griekse nationale grondgebied is van groot ornithologisch belang voor vele in bijlage I bij de richtlijn genoemde soorten vogels, waarvan sommige wereldwijd worden bedreigd. Die soorten worden onvoldoende gedekt door de in Griekenland bestaande speciale beschermingszones.