Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62025CN0671

Zaak C-671/25, Konya: Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam (Nederland) op 16 oktober 2025 – KC tegen Minister van Asiel en Migratie

PB C, C/2026/628, 9.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/628/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/628/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2026/628

9.2.2026

Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam (Nederland) op 16 oktober 2025 – KC tegen Minister van Asiel en Migratie

(Zaak C-671/25, Konya  (1) )

(C/2026/628)

Procestaal: Nederlands

Verwijzende rechter

Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekster: KC

Verweerder: Minister van Asiel en Migratie

Prejudiciële vragen

1)

Moet artikel 3, tweede lid, aanhef en onder e, van de Richtlijn langdurig ingezetenen (2) zo worden uitgelegd dat het verblijf op grond van een zogenaamde zoekjaarvergunning op grond van artikel 25 van de Studierichtlijn (3) niet is aan te merken als verblijf uitsluitend om redenen van tijdelijke aard zoals bedoeld in eerstgenoemde bepaling?

2)

Moet artikel 4 van de Richtlijn langdurig ingezetenen zo worden uitgelegd dat het verblijf op grond van een zoekjaarvergunning in volle omvang meetelt voor het volmaken van de vijfjaar? Of is er aanleiding om het verblijf slechts voor de helft mee te tellen zoals in het geval van een verblijfsvergunning in verband met een studie of een beroepsopleiding?

3)

Is voor het antwoord op de eerste en tweede vraag nog relevant of de derdelander feitelijk reeds in het bezit is gesteld van eerst een opvolgend Unierechtelijk verblijfsrecht op grond van de Gezinsherenigingsrichtlijn (4) en vervolgens een nationaal rechtelijk verblijfsrecht voor onbepaalde tijd dat niet uitsluitend om redenen van tijdelijke aard is?


(1)  De naam van de onderhavige zaak is een fictieve naam, die niet overeenkomt met de werkelijke naam van enige partij in de procedure.

(2)  Richtlijn 2003/109/EG van de Raad van 25 november 2003 betreffende de status van langdurig ingezeten onderdanen van derde landen (PB 2004, L 16, blz. 44).

(3)  Richtlijn (EU) 2016/801 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van derdelanders met het oog op onderzoek, studie, stages, vrijwilligerswerk, scholierenuitwisseling, educatieve projecten of au-pairactiviteiten (PB 2016, L 132, blz. 21).

(4)  Richtlijn 2003/86/EG van de Raad van 22 september 2003 inzake het recht op gezinshereniging (PB 2003, L 251, blz. 12).


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/628/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)


Top