Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62025CN0599

Zaak C-599/25, J. Cruz & M. Cruz – Restauração e Hotelaria: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Supremo Tribunal Administrativo (Portugal) op 10 september 2025 – J. Cruz & M. Cruz – Restauração e Hotelaria, Lda. / Ministério do Ambiente e da Transição Energética, Ministério da Economia e da Coesão Territorial, voorheen Ministério da Economia, Turismo de Portugal, I.P.

PB C, C/2026/924, 23.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/924/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/924/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2026/924

23.2.2026

Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Supremo Tribunal Administrativo (Portugal) op 10 september 2025 – J. Cruz & M. Cruz – Restauração e Hotelaria, Lda. / Ministério do Ambiente e da Transição Energética, Ministério da Economia e da Coesão Territorial, voorheen Ministério da Economia, Turismo de Portugal, I.P.

(Zaak C-599/25, J. Cruz & M. Cruz – Restauração e Hotelaria)

(C/2026/924)

Procestaal: Portugees

Verwijzende rechter

Supremo Tribunal Administrativo

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: J. Cruz & M. Cruz – Restauração e Hotelaria, Lda.

Verwerende partijen: Ministério do Ambiente e da Transição Energética, Ministério da Economia e da Coesão Territorial, voorheen Ministério da Economia en Turismo de Portugal, I.P.

Prejudiciële vragen

1)

Kan de rechter op basis van de bewezen feiten overeenkomstig artikel 2[, lid 1, punt 7,] van richtlijn 2014/24/[EU] (1) vaststellen dat er bij de kwalificatie van een geheel van werkzaamheden als “werk” geen sprake is van een en dezelfde economische en technische functie, of moet die omstandigheid uitdrukkelijk worden aangevoerd en aangetoond door de partij die zich daarop wil beroepen?

2)

Wanneer er sprake is van een financieringsovereenkomst voor een project dat verschillende diensten omvat, kan die overeenkomst dan tot gevolg hebben dat de genoemde economische en technische eenvormigheid wordt vermoed te bestaan?

3)

Indien wordt geoordeeld dat de rechter van de lidstaat in het licht van de bewezen feiten kan bepalen of er sprake is van één “werk” dan wel of het project meerdere “werken” omvat, en indien deze rechter concludeert dat er sprake is van meerdere werken, impliceert het feit dat er één enkele financieringsovereenkomst is dan dat deze werken als percelen moeten worden beschouwd voor de toepassing van hetgeen voor het vaststellen van de waarde van de opdracht is bepaald in artikel 5, leden 8 tot en met 10, van richtlijn 2014/24/[EU]?


(1)  Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG Voor de EER relevante tekst (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65-242).


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/924/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)


Top