This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62024CN0634
Case C-634/24, Lenaimon: Request for a preliminary ruling from the Lietuvos vyriausiasis administracinis teismas (Lithuania) lodged on 30 September 2024 – M.P. v Migracijos departamentas prie Lietuvos Respublikos vidaus reikalų ministerijos
Zaak C-634/24, Lenaimon: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Lietuvos vyriausiasis administracinis teismas (Litouwen) op 30 september 2024 – M.P. / Migracijos departamentas prie Lietuvos Respublikos vidaus reikalų ministerijos
Zaak C-634/24, Lenaimon: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Lietuvos vyriausiasis administracinis teismas (Litouwen) op 30 september 2024 – M.P. / Migracijos departamentas prie Lietuvos Respublikos vidaus reikalų ministerijos
PB C, C/2025/246, 20.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/246/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
Publicatieblad |
NL C-serie |
|
C/2025/246 |
20.1.2025 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Lietuvos vyriausiasis administracinis teismas (Litouwen) op 30 september 2024 – M.P. / Migracijos departamentas prie Lietuvos Respublikos vidaus reikalų ministerijos
(Zaak C-634/24, Lenaimon (1) )
(C/2025/246)
Procestaal: Litouws
Verwijzende rechter
Lietuvos vyriausiasis administracinis teismas
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: M.P.
Verwerende partij: Migracijos departamentas prie Lietuvos Respublikos vidaus reikalų ministerijos
Prejudiciële vragen
|
1) |
Moet artikel 30.6 van de Brede Economische en Handelsovereenkomst tussen Canada, enerzijds (2), en de Europese Unie en haar lidstaten, anderzijds (CETA), aldus worden uitgelegd dat het in omstandigheden als die in de onderhavige zaak een persoon die de Canadese, de Israëlische en de Russische nationaliteit bezit, belet zich op de bepalingen van deze overeenkomst te beroepen in een beroep bij een nationale rechterlijke instantie betreffende een tijdelijke vergunning tot verblijf in de Republiek Litouwen? |
|
2) |
Moet artikel 4, lid 1, van verordening (EU) 2018/1806 (3) van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld, gelezen in samenhang met bijlage II ervan, aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale regeling die voor een beperkte periode geldt en op grond waarvan een Russisch staatsburger die een tijdelijke vergunning tot verblijf in de Republiek Litouwen wenst aan te vragen, een geldig visum of een geldige verblijfsvergunning dient over te leggen, niettegenstaande het feit dat deze persoon de Republiek Litouwen is binnengekomen op grond van een visumvrije regeling, als onderdaan van een staat die is opgenomen in bijlage II bij verordening 2018/1806, en zijn deze bepalingen van verordening 2018/1806 in omstandigheden als die in casu verenigbaar met de CETA? |
(1) Dit is een fictieve naam, die niet overeenkomt met de werkelijke naam van enige partij in de procedure.
ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/246/oj
ISSN 1977-0995 (electronic edition)