This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62023CN0097
Case C-97/23 P: Appeal brought on 17 February 2023 by WhatsApp Ireland Ltd against the order of the General Court (Fourth Chamber, Extended Composition) delivered on 7 December 2022 in Case T-709/21, WhatsApp Ireland v European Data Protection Board
Zaak C-97/23 P: Hogere voorziening ingesteld op 17 februari 2023 door WhatsApp Ireland Ltd tegen de beschikking van het Gerecht (Vierde kamer — uitgebreid) van 7 december 2022 in zaak T-709/21, WhatsApp Ireland / Europees Comité voor gegevensbescherming
Zaak C-97/23 P: Hogere voorziening ingesteld op 17 februari 2023 door WhatsApp Ireland Ltd tegen de beschikking van het Gerecht (Vierde kamer — uitgebreid) van 7 december 2022 in zaak T-709/21, WhatsApp Ireland / Europees Comité voor gegevensbescherming
PB C 121 van 3.4.2023, pp. 8–9
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
3.4.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 121/8 |
Hogere voorziening ingesteld op 17 februari 2023 door WhatsApp Ireland Ltd tegen de beschikking van het Gerecht (Vierde kamer — uitgebreid) van 7 december 2022 in zaak T-709/21, WhatsApp Ireland / Europees Comité voor gegevensbescherming
(Zaak C-97/23 P)
(2023/C 121/12)
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: WhatsApp Ireland Ltd (vertegenwoordigers: H.-G. Kamann, Rechtsanwalt, F. Louis en A. Vallery, advocaten, P. Nolan, B. Johnston en C. Monaghan, Solicitors, P. Sreenan en D. McGrath, Senior Counsel, C. Geoghegan en E. Egan McGrath, Barrister-at-Law)
Andere partij in de procedure: Europees Comité voor gegevensbescherming (EDPB)
Conclusies
|
— |
de bestreden beschikking vernietigen; |
|
— |
het verzoek in zaak T-709/21 ontvankelijk verklaren; |
|
— |
de zaak terugverwijzen naar het Gerecht voor afdoening; |
|
— |
het EDPB in de kosten verwijzen. |
Middelen en voornaamste argumenten
Ter onderbouwing van haar hogere voorziening voert Whatsapp twee middelen aan.
Eerste middel: door vast te stellen dat bindend besluit 1/2021 van 28 juli 2021 van het EDPB over het geschil tussen de betrokken toezichthoudende autoriteiten naar aanleiding van het ontwerpbesluit van de Data Protection Commission (commissie voor gegevensbescherming, Ierland; hierna: “DPC”) (hierna: “bestreden besluit”) slechts een voorbereidende handeling is, heeft het Gerecht blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting bij de uitlegging van het begrip “voor beroep vatbare handeling” en de rechtspraak van het Hof van Justitie met betrekking tot artikel 263 VWEU. Ten gevolge hiervan heeft het Gerecht ten onrechte geoordeeld dat WhatsApp — in haar hoedanigheid van niet-gepriviligieerde verzoekende partij — moest aantonen dat het bestreden besluit haar rechtspositie aanmerkelijk wijzigt. Het Gerecht heeft ook ten onrechte geoordeeld dat Whatsapp niet rechtstreeks wordt geraakt door het bestreden besluit. Voorts geeft de juridische redenering van het Gerecht blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het Gerecht had immers moeten oordelen dat (i) het bestreden besluit niet slechts een tussenliggende handeling is maar wel het definitieve standpunt bevat van het EDPB met betrekking tot de aangelegenheden die naar die autoriteit zijn verwezen op grond van artikel 65 van verordening 2016/679 (AVG) (1), (ii) het bestreden besluit rechtsgevolgen had en de rechtspositie van Whatsapp aanmerkelijk wijzigde, en (iii) Whatsapp rechtstreeks werd geraakt door het bestreden besluit omdat daarin geen daadwerkelijke beoordelingsvrijheid werd gelaten aan de DPC, die belast was met de uitvoering van dat besluit.
Tweede middel: het Gerecht heeft op meerdere punten blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting bij de uitlegging van het begrip “bindend besluit” in de zin van artikel 65, lid 1, AVG en het beginsel van consistente uitlegging en toepassing van het Unierecht.
(1) Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB 2016, L 119, blz. 1).