Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62019TN0322

Zaak T-322/19: Beroep ingesteld op 27 mei 2019 — El-Qaddafi/Raad

PB C 246 van 22.7.2019, pp. 38–39 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

22.7.2019   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 246/38


Beroep ingesteld op 27 mei 2019 — El-Qaddafi/Raad

(Zaak T-322/19)

(2019/C 246/40)

Procestaal: Engels

Partijen

Verzoekende partij: Aisha Muammer Mohamed El-Qaddafi (Masqat, Oman) (vertegenwoordiger: S. Bafadhel, Barrister)

Verwerende partij: Raad van de Europese Unie

Conclusies

uitvoeringsbesluit (GBVB) 2017/497 van de Raad van 21 maart 2017 tot uitvoering van besluit (GBVB) 2015/1333 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië, nietig verklaren voor zover verzoeksters naam daarbij wordt gehandhaafd op de lijst in bijlagen I en III bij besluit (GBVB) 2015/1333 van de Raad van 31 juli 2015 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië;

uitvoeringsverordening (EU) 2017/489 van de Raad van 21 maart 2017 tot uitvoering van artikel 21, lid 5, van verordening (EU) 2016/44 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië, nietig verklaren voor zover verzoeksters naam daarbij wordt gehandhaafd op de lijst in bijlage II bij verordening (EU) 2016/44 van de Raad van 18 januari 2016 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Libië; en

de Raad van de Europese Unie overeenkomstig het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht verwijzen in de kosten die zijn gemaakt in verband met de procedure voor het Gerecht.

Middelen en voornaamste argumenten

Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vier middelen aan.

1.

De Raad van de Europese Unie heeft niet tijdig gehandeld wat betreft de kennisgeving van de bestreden handelingen ten aanzien van verzoekster. Dit komt neer op schending van een wezenlijk vormvoorschrift met betrekking tot het recht op effectieve rechterlijke bescherming, waardoor verzoekster schade heeft geleden.

2.

Het besluit van de Raad om verzoekster opnieuw op een lijst te plaatsen is gebaseerd op dezelfde redenen als die van beperkende maatregelen die eerder nietig waren verklaard bij arrest van het Gerecht van 28 maart 2017 in zaak T-681/14, wat in strijd is met het beginsel van kracht van gewijsde, het rechtszekerheidsbeginsel en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte.

3.

In de bestreden handelingen is geen geldige grondslag vermeld om verzoeksters naam op een lijst te handhaven, in weerwil van fundamentele wijzigingen van de situatie in Libië. De Raad heeft geen individuele, specifieke en concrete redenen opgegeven voor de bestreden maatregelen, die in geen van de ter staving ervan aangevoerde bewijzen toereikend gemotiveerd zijn.

4.

De bestreden maatregelen schenden verzoeksters grondrechten, daaronder begrepen haar recht op gezondheid, haar recht op een gezinsleven, haar recht op eigendom en haar recht op daadwerkelijk verweer, als gewaarborgd door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.


Top