Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62014CN0480

Zaak C-480/14: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Consiglio di Stato (Italië) op 29 oktober 2014 — Società Sogno di Tolosa Limited e.a./Ministero dell’Economia e delle Finanze, Agenzia delle Dogane e dei Monopoli di Stato

PB C 7 van 12.1.2015, pp. 17–18 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

12.1.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 7/17


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Consiglio di Stato (Italië) op 29 oktober 2014 — Società Sogno di Tolosa Limited e.a./Ministero dell’Economia e delle Finanze, Agenzia delle Dogane e dei Monopoli di Stato

(Zaak C-480/14)

(2015/C 007/23)

Procestaal: Italiaans

Verwijzende rechter

Consiglio di Stato

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partijen: Società Sogno di Tolosa Limited, Ds di Dimarco Enzo & C. Sas, Centro Servizi di Barillà Marco, Assok di Rambaldi Stefano e Casbarra Luca Snc, Dg Comunicazioni di Di Giorno Giancarlo, Tamara Maraboli, Andrea Cappiello, Depa di Delberba C. Sas, Luca Campioni, Danio Milazzo, Andrea Menna, Emilio Schiavone, Sandro Casalboni, Lorena Bertora, Andromeda di Novellis Alessandro e Stellini Roberto Snc

Verwerende partijen: Ministero dell’Economia e delle Finanze, Agenzia delle Dogane e dei Monopoli di Stato

Andere partijen in de procedure: Carmelo Sisino e.a.

Prejudiciële vragen

1)

Moeten de artikelen 49 e.v. VWEU en 56 e.v. VWEU en de beginselen die het Hof van Justitie van de Europese Unie in het arrest van 16 februari 2012 [gevoegde zaken C-72/10 en C-77/10] heeft geformuleerd, aldus worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan de aanbesteding van concessies met een kortere looptijd dan de in het verleden verleende concessies, ingeval deze aanbesteding is uitgeschreven om de gevolgen van de onrechtmatige uitsluiting van een aantal exploitanten van de aanbesteding ongedaan te maken?

2)

Moeten de artikelen 49 e.v. VWEU en 56 e.v. VWEU en de beginselen die het Hof van Justitie van de Europese Unie in het arrest van 16 februari 2012 [gevoegde zaken C-72/10 en C-77/10] heeft geformuleerd, aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen de opvatting dat de verkorte looptijd van de aan te besteden concessies vergeleken met de looptijd van de in het verleden verleende concessies afdoende wordt gerechtvaardigd door de noodzaak het concessiestelsel opnieuw op te zetten door de einddata van de concessies op elkaar af te stemmen?


Top