This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62011CN0226
Case C-226/11: Reference for a preliminary ruling from the Cour de cassation (France) lodged on 16 May 2011 — Expedia Inc. v Autorité de la concurrence, Ministre de l’économie de l’industrie et de l’emploi, Société nationale des chemins de fer français (SNCF), Voyages-SNCF.Com, Agence Voyages-SNCF.Com, Société VFE Commerce, Société IDTGV, société par actions simplifiée
Zaak C-226/11: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Cour de cassation (Frankrijk) op 16 mei 2011 — Expedia Inc./Autorité de la concurrence, Ministre de l’Économie, de l’Industrie et de l’Emploi, Société nationale des chemins de fer français (SNCF), Voyages-SNCF.Com, Agence Voyages-SNCF.Com, VFE Commerce, IDTGV
Zaak C-226/11: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Cour de cassation (Frankrijk) op 16 mei 2011 — Expedia Inc./Autorité de la concurrence, Ministre de l’Économie, de l’Industrie et de l’Emploi, Société nationale des chemins de fer français (SNCF), Voyages-SNCF.Com, Agence Voyages-SNCF.Com, VFE Commerce, IDTGV
PB C 211 van 16.7.2011, p. 17–17
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
16.7.2011 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 211/17 |
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Cour de cassation (Frankrijk) op 16 mei 2011 — Expedia Inc./Autorité de la concurrence, Ministre de l’Économie, de l’Industrie et de l’Emploi, Société nationale des chemins de fer français (SNCF), Voyages-SNCF.Com, Agence Voyages-SNCF.Com, VFE Commerce, IDTGV
(Zaak C-226/11)
2011/C 211/32
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Cour de cassation
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Expedia Inc.
Verwerende partijen: Autorité de la concurrence, Ministre de l’Économie, de l’Industrie et de l’Emploi, Société nationale des chemins de fer français (SNCF), Voyages-SNCF.Com, Agence Voyages-SNCF.Com, VFE Commerce, IDTGV
Prejudiciële vraag
Moeten artikel 101, lid 1, VWEU en artikel 3, lid 2, van verordening nr. 1/2003 (1) aldus worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzetten dat een nationale mededingingsautoriteit op de dubbele grondslag van artikel 101, lid 1, VWEU en het nationale mededingingsrecht optreedt tegen overeenkomsten, besluiten van ondernemersverenigingen of onderling afgestemde feitelijke gedragingen die de handel tussen lidstaten ongunstig kunnen beïnvloeden maar waarbij niet de drempels worden bereikt die de Europese Commissie heeft vastgesteld in haar Bekendmaking van 22 december 2001 inzake overeenkomsten van geringe betekenis die de mededinging niet merkbaar beperken in de zin van artikel 81, lid 1, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (de minimis) (PB C 368, blz. 13), en daarbij sancties oplegt?
(1) Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB 2003, L 1, blz. 1).