Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62011CN0047

Zaak C-47/11: Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Judecătoria Timișoara (Roemenië) op 2 februari 2011 — SC Volksbank România SA/Autoritatea Națională pentru Protecția Consumatorilor CRPC ARAD TIMIȘ

PB C 113 van 9.4.2011, p. 7–7 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

9.4.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 113/7


Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Judecătoria Timișoara (Roemenië) op 2 februari 2011 — SC Volksbank România SA/Autoritatea Națională pentru Protecția Consumatorilor CRPC ARAD TIMIȘ

(Zaak C-47/11)

2011/C 113/13

Procestaal: Roemeens

Verwijzende rechter

Judecătoria Timișoara

Partijen in het hoofdgeding

Verzoekende partij: SC Volksbank România SA

Verwerende partij: Autoritatea Națională pentru Protecția Consumatorilor — Comisariatul Județean pentru Protecția Consumatorilor (CRPC) ARAD TIMIȘ

Prejudiciële vragen

1)

In hoeverre moet artikel 30, lid 1, van richtlijn 2008/48 (1) aldus worden uitgelegd dat het de lidstaten verbiedt te bepalen dat de nationale wet tot omzetting van deze richtlijn ook van toepassing is op overeenkomsten die vóór de inwerkingtreding van de nationale bepaling zijn gesloten?

2)

In hoeverre moet artikel 22, lid 1, van richtlijn 2008/48 aldus worden uitgelegd dat het op het gebied van de consumentenkredieten een maximale harmonisatie invoert die het de lidstaten niet toestaat:

2.1.

de werkingssfeer van de regels van richtlijn 2008/48 uit te breiden tot overeenkomsten die uitdrukkelijk van de werkingssfeer van deze richtlijn zijn uitgesloten (zoals hypothecaire kredieten) of

2.2.

voor de kredietinstellingen bijkomende verplichtingen in te voeren, wat betreft de soorten provisies die deze instellingen in rekening mogen brengen in consumentenkredietovereenkomsten die binnen de werkingssfeer van de nationale omzettingsbepaling vallen?

3)

Ingeval de tweede vraag ontkennend wordt beantwoord: In hoeverre moeten de beginselen van het vrij verrichten van diensten en het vrije verkeer van kapitaal aldus worden uitgelegd dat zij een lidstaat verbieden, aan kredietinstellingen maatregelen op te leggen volgens welke zij in consumentenkredietovereenkomsten geen bankprovisies in rekening mogen brengen die niet op de lijst van de toegelaten provisies voorkomen, zonder dat deze laatste door de wetgeving van de betrokken lidstaat zijn bepaald?


(1)  Richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van richtlijn 87/102/EEG van de Raad (PB L 133, blz. 66).


Top