This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62001CJ0211
Judgment of the Court (Fifth Chamber) of 11 September 2003. # Commission of the European Communities v Council of the European Union. # EC/Bulgaria and EC/Hungary Agreements - Carriage of goods by road and combined transport - Taxation - Legal basis - Articles 71 EC and 93 EC. # Case C-211/01.
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 11 september 2003.
Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Raad van de Europese Unie.
Overeenkomst EG-Bulgarije en Overeenkomst EG-Hongarije - Goederenvervoer over de weg en gecombineerd vervoer - Belastingen - Rechtsgrondslag - Artikelen 71 EG en 93 EG.
Zaak C-211/01.
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 11 september 2003.
Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Raad van de Europese Unie.
Overeenkomst EG-Bulgarije en Overeenkomst EG-Hongarije - Goederenvervoer over de weg en gecombineerd vervoer - Belastingen - Rechtsgrondslag - Artikelen 71 EG en 93 EG.
Zaak C-211/01.
Jurisprudentie 2003 I-08913
ECLI identifier: ECLI:EU:C:2003:452
«Overeenkomst EG-Bulgarije en Overeenkomst EG-Hongarije – Goederenvervoer over weg en gecombineerd vervoer – Belastingen – Rechtsgrondslag – Artikelen 71 EG en 93 EG»
|
I - 0000 | |||
|
I - 0000 | |||
(Art. 71 EG, 93 EG en 300, lid 3, EG; Overeenkomst EG/Bulgarije; Overeenkomst EG/Hongarije)
(Art. 231, tweede alinea, EG; besluiten 2000/265 en 2001/266 van de Raad)
ARREST VAN HET HOF (Vijfde kamer)
11 september 2003 (1)
„Overeenkomst EG-Bulgarije en Overeenkomst EG-Hongarije – Goederenvervoer over de weg en gecombineerd vervoer – Belastingen – Rechtsgrondslag – Artikelen 71 EG en 93 EG”
In zaak C-211/01, Commissie van de Europese Gemeenschappen, aanvankelijk vertegenwoordigd door M. Wolfcarius en vervolgens door W. Wils als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,verzoekster,
tegen
Raad van de Europese Unie, vertegenwoordigd door A. Lopes Sabino en E. Karlsson als gemachtigden,verweerder,
ondersteund door Bondsrepubliek Duitsland, vertegenwoordigd door W.-D. Plessing en M. Lumma als gemachtigden,en Groothertogdom Luxemburg, vertegenwoordigd door J. Faltz en N. Mackel als gemachtigden,interveniënten,
betreffende een verzoek tot nietigverklaring van besluit 2001/265/EG van de Raad van 19 maart 2001 betreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Bulgarije houdende vaststelling van bepaalde voorwaarden voor het goederenvervoer over de weg en de bevordering van het gecombineerd vervoer (PB L 108, blz. 4) en van besluit 2001/266/EG van de Raad van 19 maart 2001 bestreffende de sluiting van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Hongarije houdende vaststelling van bepaalde voorwaarden voor het goederenvervoer over de weg en de bevordering van het gecombineerd vervoer (PB L 108, blz. 27), doch uitsluitend voorzover deze besluiten steunen op artikel 93 EG en zonder dat de gevolgen ervan worden aangetast, welke in stand dienen te blijven, wijstHET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),,
gezien het rapport ter terechtzitting,
gehoord de pleidooien van partijen ter terechtzitting van 5 februari 2003, waarbij de Commissie was vertegenwoordigd door W. Wils en de Raad door A. Lopes Sabino,gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 13 maart 2003,
het navolgende
HET HOF VAN JUSTITIE (Vijfde kamer),
rechtdoende:|
Wathelet |
Timmermans |
Edward |
|
La Pergola |
von Bahr |
|
|
De griffier |
De president van de Vijfde kamer |
|
R. Grass |
M. Wathelet |