Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62000TO0036

Beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Eerste kamer) van 7 februari 2001.
Sonia Marion Elder en Robert Dale Elder tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen.
Maatregelen van instructie - Overlegging van stukken.
Zaak T-36/00.

Jurisprudentie 2001 II-00607

ECLI identifier: ECLI:EU:T:2001:45

62000B0036

Beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Eerste kamer) van 7 februari 2001. - Sonia Marion Elder en Robert Dale Elder tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen. - Maatregelen van instructie - Overlegging van stukken. - Zaak T-36/00.

Jurisprudentie 2001 bladzijde II-00607


Partijen
Overwegingen van het arrest
Dictum

Partijen


In zaak T-36/00,

Sonia Marion Elder en Robert Dale Elder, wonende te Dundee (Verenigd Koninkrijk), vertegenwoordigd door S. Crosby, solicitor,

verzoekers,

tegen

Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door U. Wölker en X. Lewis als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,

verweerster,

betreffende een verzoek tot nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 20 januari 2000 waarbij verzoekers toegang werd geweigerd tot de notulen van het Raadgevend Comité voor de belasting over de toegevoegde waarde,

geeft

HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Eerste kamer),

samengesteld als volgt: B. Vesterdorf, president, M. Vilaras en N. J. Forwood, rechters,

griffier: H. Jung,

de navolgende

Beschikking

Overwegingen van het arrest


Gelet op de artikelen 65, sub b, 66, lid 1, en 67, lid 3, derde alinea, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht;

overwegende dat verzoekers de Commissie bij brief van 30 november 1998 op grond van besluit 94/90/EGKS, EG, Euratom van de Commissie van 8 februari 1994 inzake de toegang tot documenten van de Commissie (PB L 46, blz. 58) hebben verzocht om toegang tot bepaalde notulen van het Raadgevend Comité voor de belasting over de toegevoegde waarde (hierna: BTW-comité");

overwegende dat deze notulen betrekking hebben op de eventuele raadpleging van het BTW-comité door het Verenigd Koninkrijk voorafgaand aan de afkondiging in 1994 en 1997 van wetgeving waarbij deze lidstaat gebruikmaakt van de mogelijkheid bedoeld in artikel 4, lid 4, tweede alinea, van de Zesde richtlijn (77/388/EEG) van de Raad van 17 mei 1977 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting - Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde: uniforme grondslag (PB L 145, blz. 1);

overwegende dat de secretaris-generaal van de Commissie verzoekers bij brief van 20 januari 2000 op de hoogte heeft gebracht van zijn besluit om hun de toegang tot de betrokken notulen te weigeren, op grond dat de verspreiding ervan schade zou kunnen toebrengen aan de bescherming van de vertrouwelijkheid waarom de rechtspersoon die de informatie had verstrekt heeft verzocht, en aan de bescherming van het belang van de instelling met betrekking tot de geheimhouding van haar beraadslagingen;

overwegende dat het in casu noodzakelijk is om de instructie in de onderhavige zaak te voltooien en te beschikken over een complete versie van de notulen van het BTW-comité tot welke de Commissie de toegang heeft geweigerd;

overwegende dat overeenkomstig artikel 67, lid 3, derde alinea, van het Reglement voor de procesvoering de stukken die door de Commissie moeten worden overgelegd niet aan verzoekers ter kennis zullen worden gebracht;

Dictum


HET GERECHT VAN EERSTE AANLEG (Eerste kamer)

beschikt:

1) De Commissie zal aan het Gerecht binnen twee weken na de betekening van deze beschikking de notulen van het Raadgevend Comité voor de belasting over de toegevoegde waarde overleggen tot welke verzoekers de toegang werd geweigerd.

2) Deze beschikking wordt betekend aan partijen.

3) De beslissing omtrent de kosten wordt aangehouden.

Top