Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61998TO0109

Beschikking van het Gerecht (Vijfde kamer) van 24 november 1999.
A.V.M tegen Europese Commissie.
Zaak T-109/98.

Jurisprudentie – Ambtenarenrecht 1999 II-01167
Jurisprudentie 1999 II-03383;FP-I-A-00229

ECLI identifier: ECLI:EU:T:1999:297

61998B0109

Beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Vijfde kamer) van 24 november 1999. - André Van Meuter tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen. - Ambtenaren - Beroepstermijnen - Gevolgen van verzoek om kosteloze rechtsbijstand - Niet-ontvankelijkheid. - Zaak T-109/98.

Jurisprudentie 1999 bladzijde II-03383
bladzijde IA-00229
bladzijde II-01167


Samenvatting

Trefwoorden


1 Ambtenaren - Beroep - Termijnen - Van openbare orde - Onderzoek ambtshalve door rechter

(Ambtenarenstatuut, art. 90 en 91)

2 Procedure - Beroepstermijnen - Verval van recht - Indiening van verzoek om kosteloze rechtsbijstand - Geen invloed

('s Hofs Statuut-EG, art. 42, tweede alinea)

Samenvatting


1 De in de artikelen 90 en 91 van het Statuut gestelde voorwaarden voor ontvankelijkheid van een beroep, inzonderheid die betreffende de beroepstermijn, zijn van openbare orde en de communautaire rechter kan ze derhalve ambtshalve onderzoeken.

2 Van de toepassing van de gemeenschapsregeling inzake procestermijnen kan slechts in hoogst uitzonderlijke gevallen van toeval of overmacht in de zin van artikel 42, tweede alinea, van 's Hofs Statuut worden afgeweken, aangezien een strikte toepassing van deze regeling vereist is ter wille van de rechtszekerheid en de noodzaak om elke discriminatie of willekeurige behandeling bij de rechtsbedeling te vermijden.

Derhalve kan niet worden aanvaard, dat de indiening van een verzoek om rechtsbijstand per se en ongeacht de omstandigheden van het concrete geval tot gevolg heeft dat de termijn voor het instellen van het beroep ten principale wordt verlengd of geschorst.

Top