This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 61996TO0053
Order of the Court of First Instance (Fifth Chamber) of 21 November 1996.#Syndicat des producteurs de viande bovine de la coordination rurale, Syndicat des producteurs de lait de la coordination rurale and Philippe de Villiers v Commission of the European Communities.#Common agricultural policy - Emergency measures for protection of public health - Action for damages - Unforeseeable damage - Inadmissibility.#Case T-53/96.
Beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Vijfde kamer) van 21 november 1996.
Syndicat des producteurs de viande bovine de la coordination rurale, Syndicat des producteurs de lait de la coordination rurale en Philippe de Villiers tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen.
Gemeenschappelijk landbouwbeleid - Dringende maatregelen inzake bescherming van de volksgezondheid - Beroep tot schadevergoeding - Onvoorzienbare schade - Niet-ontvankelijkheid.
Zaak T-53/96.
Beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Vijfde kamer) van 21 november 1996.
Syndicat des producteurs de viande bovine de la coordination rurale, Syndicat des producteurs de lait de la coordination rurale en Philippe de Villiers tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen.
Gemeenschappelijk landbouwbeleid - Dringende maatregelen inzake bescherming van de volksgezondheid - Beroep tot schadevergoeding - Onvoorzienbare schade - Niet-ontvankelijkheid.
Zaak T-53/96.
Jurisprudentie 1996 II-01579
ECLI identifier: ECLI:EU:T:1996:170
Beschikking van het Gerecht van eerste aanleg (Vijfde kamer) van 21 november 1996. - Syndicat des producteurs de viande bovine de la coordination rurale, Syndicat des producteurs de lait de la coordination rurale en Philippe de Villiers tegen Commissie van de Europese Gemeenschappen. - Gemeenschappelijk landbouwbeleid - Dringende maatregelen inzake bescherming van de volksgezondheid - Beroep tot schadevergoeding - Onvoorzienbare schade - Niet-ontvankelijkheid. - Zaak T-53/96.
Jurisprudentie 1996 bladzijde II-01579
Procedure - Inleidend verzoekschrift - Vormvereisten - Summiere uiteenzetting van aangevoerde middelen - Verzoekschrift strekkende tot vergoeding van door gemeenschapsinstelling veroorzaakte schade - Ontbreken van aanwijzingen betreffende geleden schade en oorzakelijk verband - Niet-ontvankelijkheid - Onmogelijkheid dit goed te maken door verzoek om aanwijzing van deskundige die geleden materiële schade dient vast te stellen
('s Hofs Statuut-EG, art. 19; Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, art. 44, lid 1, sub c, 64, lid 2, sub b en c, en 65, sub d)
Ingevolge artikel 19 van 's Hofs Statuut-EG en artikel 44, lid 1, sub c, van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, dient het verzoekschrift het voorwerp van het geschil en een summiere uiteenzetting van de aangevoerde middelen te bevatten. Aan deze eisen is niet voldaan wanneer in het verzoekschrift strekkende tot vergoeding van de door een gemeenschapsinstelling veroorzaakte schade geen enkel element is meegedeeld betreffende de aard van de gestelde schade en de wijze waarop die schade terug te voeren zou zijn op de aan de verwerende instelling verweten handelwijze.
Het volledig ontbreken van preciseringen wordt niet goedgemaakt door een in het verzoekschrift geformuleerd verzoek om een deskundige te belasten met de vaststelling van de schade waarvan vergoeding wordt gevorderd. Voor zover dit is te beschouwen als een verzoek strekkende tot het gelasten van een maatregel van instructie als bedoeld in artikel 65, sub d, van het Reglement voor de procesvoering, kan dit verzoek niet worden toegewezen, aangezien een dergelijke maatregel veronderstelt dat de feiten zijn gepreciseerd waarvan het bewijs moet worden geleverd, wat in het verzoekschrift niet is gebeurd. Het verzoek kan evenmin worden toegewezen voor zover het ertoe strekt, een maatregel tot organisatie van de procesgang in de zin van artikel 64, lid 2, sub b en c, van het Reglement voor de procesvoering te doen gelasten, aangezien het verzoek er niet toe strekt, de punten te bepalen die instructie behoeven, dan wel de strekking van de conclusies te verduidelijken, of een geschilpunt tussen partijen te verduidelijken.