Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61994CC0065

Conclusie van advocaat-generaal Darmon van 12 juli 1994.
Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Koninkrijk België.
Niet-nakoming - Richtlijn 90/167/EEG - Voorwaarden voor de bereiding, het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders met medicinale werking in de Gemeenschap.
Zaak C-65/94.

Jurisprudentie 1994 I-04627

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1994:287

61994C0065

Conclusie van advocaat-generaal Darmon van 12 juli 1994. - COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN TEGEN KONINKRIJK BELGIE. - NIET-NAKOMING - RICHTLIJN 90/167/EEG - VOORWAARDEN VOOR DE BEREIDING, HET IN DE HANDEL BRENGEN EN HET GEBRUIK VAN DIERVOEDERS MET MEDICINALE WERKING IN DE GEMEENSCHAP. - ZAAK C-65/94.

Jurisprudentie 1994 bladzijde I-04627


Conclusie van de advocaat generaal


++++

Mijnheer de President,

mijne heren Rechters,

1. Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het Hof op 15 februari 1994, heeft de Commissie van de Europese Gemeenschappen het Hof krachtens artikel 169 EG-Verdrag verzocht vast te stellen dat het Koninkrijk België, door richtlijn 90/167/EEG van de Raad(1) (met uitzondering van artikel 11, lid 2) niet in nationaal recht om te zetten en/of door de daartoe vastgestelde nationale bepalingen niet aan de Commissie mee te delen, de krachtens artikel 15 van die richtlijn en de artikelen 5 en 189 EG-Verdrag op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen.

2. Deze procedure is voorafgaan door een met redenen omkleed advies de dato 3 mei 1993.

3. Artikel 15 van bovengenoemde richtlijn bepaalt:

"De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om te voldoen:

° aan de eisen bedoeld in artikel 11, lid 2, op de datum waarop zij zullen moeten voldoen aan de communautaire voorschriften betreffende de bescherming van diervoeders tegen ziekteverwekkers, doch uiterlijk op 31 december 1992,

° vóór 1 oktober 1991, aan de andere bepalingen van deze richtlijn.

Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis."

4. Het Koninkrijk België betwist de gegrondheid van het beroep niet en verklaart in zijn verweerschrift enkel: "Een ontwerp van koninklijk besluit wordt voorbereid en daarover wordt tussen de betrokken ministeries overleg gepleegd."

5. Opgemerkt zij, dat volgens de recentste rechtspraak van het Hof(2), wanneer een Lid-Staat zijn uit een richtlijn voortvloeiende specifieke verplichtingen niet is nagekomen, niet behoeft te worden onderzocht, of hij daardoor tevens zijn verplichtingen krachtens artikel 5 van het Verdrag niet is nagekomen.

6. Mitsdien geef ik het Hof in overweging:

° vast te stellen dat het Koninkrijk België, door richtlijn 90/167/EEG van de Raad van 26 maart 1990 tot vaststelling van de voorwaarden voor de bereiding, het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders met medicinale werking in de Gemeenschap (met uitzondering van artikel 11, lid 2) niet in nationaal recht om te zetten, de krachtens artikel 189 EEG-Verdrag en artikel 15, eerste alinea, tweede streepje, van die richtlijn op hem rustende verplichtingen niet is nagekomen;

° verweerder in de kosten van de procedure te verwijzen.

(*) Oorspronkelijke taal: Frans.

(1) ° Richtlijn van de Raad van 26 maart 1990 tot vaststelling van de voorwaarden voor de bereiding, het in de handel brengen en het gebruik van diervoeders met medicinale werking in de Gemeenschap (PB 1990, L 92, blz. 42).

(2) ° Arresten van 13 oktober 1993 (zaak C-378/92, Commissie/Spanje, Jurispr. 1993, blz. I-5095) en 18 mei 1994 (zaak C-303/93, Commissie/Italië, nog niet gepubliceerd in de Jurisprudentie, r.o. 7). Zie over dit punt, Blanquet, M.: La conception de l' article 5, lex generalis inopérante , in L' article 5 du Traité CEE ° Recherche sur les obligations de fidélité des États membres de la Communauté, LGDJ, 1994, blz. 281.

Top