Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61992CJ0272

Arrest van het Hof van 20 oktober 1993.
Maria Chiara Spotti tegen Freistaat Bayern.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Arbeitsgericht Passau - Duitsland.
Vrij verkeer van werknemers - Gelijke behandeling - Duur van arbeidsovereenkomsten van lectoren vreemde talen.
Zaak C-272/92.

Jurisprudentie 1993 I-05185

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1993:848

61992J0272

ARREST VAN HET HOF VAN 20 OKTOBER 1993. - MARIA CHIARA SPOTTI TEGEN FREISTAAT BAYERN. - VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING: ARBEITSGERICHT PASSAU - DUITSLAND. - VRIJ VERKEER VAN WERKNEMERS - GELIJKE BEHANDELING - CONTRACTSDUUR VAN LECTOR VREEMDE TALEN. - ZAAK C-272/92.

Jurisprudentie 1993 bladzijde I-05185


Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


Vrij verkeer van personen - Werknemers - Gelijke behandeling - Tewerkstellingsvoorwaarden - Vrijstelling, uitsluitend ten aanzien van lectoren vreemde talen, van verplichting om toepassing van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd op objectieve gronden te rechtvaardigen - Verkapte discriminatie - Ontoelaatbaarheid

(EEG-Verdrag, art. 48, lid 2)

Samenvatting


Artikel 48, lid 2, van het Verdrag verzet zich tegen een nationale wettelijke regeling volgens welke in posten van lectoren vreemde talen moet of kan worden voorzien door middel van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, terwijl voor andere met bijzondere taken belaste leerkrachten de toepassing van dergelijke contracten in elke individueel geval op een objectieve grond gerechtvaardigd moet zijn.

Daar immers lectoren vreemde talen in grote meerderheid buitenlandse onderdanen zijn, brengt dit verschil in behandeling hen in een minder gunstige positie dan onderdanen van de betrokken staat en vormt het derhalve een door artikel 48, lid 2, van het Verdrag verboden indirecte discriminatie, tenzij dat verschil gerechtvaardigd zou zijn om objectieve redenen; een dergelijke reden kan echter niet bestaan in de noodzaak geactualiseerd onderwijs te waarborgen.

Partijen


In zaak C-272/92,

betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Arbeitsgericht Passau (Bondsrepubliek Duitsland), in het aldaar aanhangig geding tussen

M. C. Spotti

en

Freistaat Bayern,

om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 48, lid 2, EEG-Verdrag,

wijst

HET HOF VAN JUSTITIE,

samengesteld als volgt: O. Due, president, G. F. Mancini, J. C. Moitinho de Almeida en D. A. O. Edward, kamerpresidenten, R. Joliet, F. A. Schockweiler, F. Grévisse, M. Zuleeg en J. L. Murray, rechters,

advocaat-generaal: F. G. Jacobs

griffier: J.-G. Giraud

gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:

- verzoekster in het hoofdgeding, vertegenwoordigd door A. Kähler, advocaat te Frankfurt am Main,

- de Duitse regering, vertegenwoordigd door E. Röder, Ministerialrat bij het Bondsministerie van Economische zaken, als gemachtigde,

- de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur D. Gouloussis en R. Hayder, representant van haar juridische dienst, als gemachtigden,

gezien het rapport van de rechter-rapporteur,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 12 mei 1993,

het navolgende

Arrest

Overwegingen van het arrest


1 Bij beschikking van 27 mei 1992, ingekomen bij het Hof op 15 juni daaraanvolgend, heeft het Arbeitsgericht Passau krachtens artikel 177 EEG-Verdrag twee prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van artikel 48, lid 2, EEG-Verdrag.

2 Die vragen zijn gerezen in een geschil tussen M. C. Spotti en de Freistaat Bayern.

3 Spotti was lector vreemde talen aan de universiteit te Passau van 1 november 1986 tot en met 31 juli 1991 krachtens twee arbeidsovereenkomsten, de eerste gedateerd 22 oktober 1986 en lopende van 1 november 1986 tot en met 31 oktober 1987, de tweede gedateerd 22 september 1987 en lopende van 1 november 1987 tot en met 31 juli 1991.

4 De beperking van de duur van het dienstverband werd in artikel 1, tweede alinea, van laatstgenoemd contract gemotiveerd als volgt:

"(...) Het waarborgen van een voortdurende culturele uitwisseling, het voorkomen van vervreemding van het land van herkomst, waardoor op de actualiteit gericht onderwijs kan worden verzekerd; de periode van verblijf buiten het land van herkomst, ingegaan op 1 november 1986 (= 1 jaar) wordt aangerekend op de wettelijk toegestane maximumaanstellingsduur. Werkzaamheden in het vreemde-talenonderwijs in de zin van § 57, lid 3, HRG."

5 Toen de universiteit weigerde het dienstverband na 31 juli 1991 te verlengen, diende Spotti een bezwaarschrift in op grond van artikel 22 van het Gesetz zur Ausführung des Gerichtsverfassungsgesetzes. Na afwijzing daarvan wendde Spotti zich tot het Arbeitsgericht Passau, met name om te doen vaststellen dat haar arbeidsverhouding voor onbepaalde duur was aangegaan.

6 Aangezien het ernstige twijfel heeft over de verenigbaarheid van de Duitse regeling betreffende arbeidsovereenkomsten van lectoren vreemde talen met artikel 48, lid 2, EEG-Verdrag, heeft het Arbeitsgericht Passau besloten de behandeling van de zaak te schorsen en het Hof de volgende vragen te stellen:

"1) Is een nationale wet van een Lid-Staat, waarin voor de werkzaamheid van lectoren vreemde talen een bijzondere regeling inzake de contractsduur is opgenomen, in die zin dat deze beperkt is (§§ 57b, lid 3, en 57c, lid 2, Hochschulrahmengesetz - $HRG' - juncto artikel 27, lid 3, Bayerisches Hochschullehrergesetz), terwijl voor andere docenten met bijzondere taken (§ 56 HRG) een dergelijke beperking van de contractsduur niet is voorgeschreven, verenigbaar met artikel 48, lid 2, EEG-Verdrag?

2) Is van verenigbaarheid althans dan sprake, wanneer een dergelijke wettelijke beperking is gebaseerd op bijzondere objectieve gronden, in het bijzonder het waarborgen van op de actualiteit gericht onderwijs?"

7 §§ 57b en 57c HRG zijn ingevoerd bij het Gesetz über befristete Arbeitsverträge mit wissenschaftlichem Personal an Hochschulen und Forschungseinrichtungen van 14 juni 1985.

8 § 57b, lid 1, bepaalt, dat het aangaan van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd in de gevallen bedoeld in § 57a, gerechtvaardigd moet worden door een objectieve grond. Lid 2 somt vervolgens verscheidene objectieve gronden op, waarop een beroep kan worden gedaan bij de aanstelling van personen belast met onderwijs- en onderzoekstaken bedoeld in § 53, of met taken van medische aard bedoeld in § 54: 1) indien het een contract betreft voor de opleiding van de betrokkene, 2) indien de betrokkene bezoldigd wordt uit begrotingsmiddelen die bestemd zijn voor werkzaamheden van beperkte duur, 3) indien de aanstelling dient ter verwerving of overdracht op tijdelijke basis van specifieke kennis of ervaring op het gebied van onderzoek of artistieke werkzaamheid, 4) indien de bezoldiging geschiedt door externe financiering, of 5) indien het gaat om een eerste aanstelling als medewerker belast met onderwijs- en onderzoekstaken.

9 § 57b, lid 3, bepaalt vervolgens:

"Er bestaat eveneens een objectieve grond die het aangaan van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met een docent met een vreemde moedertaal, belast met speciale taken, rechtvaardigt, wanneer zijn leeropdracht in hoofdzaak bestaat uit het opleiden in een vreemde taal (lector)."

10 Naar luid van § 57c, lid 2, van dezelfde wet, kunnen de bedoelde contracten voor bepaalde tijd worden aangegaan voor een maximumduur van vijf jaar. Deze limiet geldt ook wanneer verscheidene contracten door dezelfde lector met dezelfde universiteit worden aangegaan.

11 Artikel 27, lid 3, van het Bayerische Hochschullehrergesetz bepaalt:

"De leerkrachten belast met bijzondere taken worden benoemd als docenten-titulair in de rang van docent tweede graad in het hoger onderwijs of in de rang van docent vakonderwijs.

De docenten belast met speciale taken kunnen worden aangesteld als niet-ambtelijke docenten op een contract voor bepaalde tijd, met name:

1. indien zij niet voldoen aan de algemene voorwaarden voor de aanstelling van ambtenaren,

2. indien zij werkzaam zijn als lector.

Het dienstverband van de lectoren mag de vijf jaar niet overschrijden."

12 Voor een nadere uiteenzetting van de feiten, de in het hoofdgeding toepasselijke bepalingen en de bij het Hof ingediende schriftelijke opmerkingen wordt verwezen naar het rapport van de rechter-rapporteur. Deze elementen van het dossier worden hierna slechts weergegeven voor zover dat noodzakelijk is voor de redenering van het Hof.

13 Met zijn prejudiciële vragen wenst de nationale rechter in de eerste plaats te vernemen, of artikel 48, lid 2, van het Verdrag zich verzet tegen een nationale wettelijke regeling volgens welke posten van lectoren vreemde talen moeten of kunnen worden bezet door middel van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, wanneer voor dergelijke overeenkomsten met andere docenten belast met speciale taken, in elk individueel geval een objectieve grond moet bestaan.

14 In zijn arrest van 30 mei 1989 (zaak 33/88, Allué, Jurispr. 1989, blz. 1591) heeft het Hof geoordeeld, dat artikel 48, lid 2, van het Verdrag zich verzet tegen toepassing van een nationale bepaling die een limiet stelt aan de duur van de arbeidsverhouding tussen universiteiten en lectoren vreemde talen, wanneer een dergelijke limiet voor andere werknemers in beginsel niet bestaat.

15 De Duitse regering is van oordeel, dat deze rechtspraak niet van toepassing is in een geval als het onderhavige, waarin de nationale wettelijke regeling toelaat niet enkel lectoren vreemde talen, doch ook andere categorieën personeel aan te stellen op een contract voor bepaalde tijd.

16 Dienaangaande zij erop gewezen, dat wat de andere door de Duitse regering genoemde categorieën personeel betreft, te weten wetenschappelijke onderzoekers, personen belast met medische taken, andere docenten belast met bijzondere taken en wetenschappelijke assistenten voor onderwijs en onderzoek, het aangaan van een contract voor bepaalde tijd slechts is toegelaten indien dit gerechtvaardigd is door een objectieve grond. Volgens de verwijzende rechter hangt, indien de wettelijke regeling niet nauwkeurig aangeeft welke gronden kunnen worden aangevoerd, de geldigheid van het contract ervan af, of men in ieder betrokken geval heeft onderzocht of de bijzonderheden van de arbeidsverhouding deze limiet rechtvaardigen, gelet op de beginselen die dienaangaande door de rechtspraak zijn ontwikkeld.

17 Daarentegen biedt § 57b, lid 3, HRG ten aanzien van lectoren vreemde talen de mogelijkheid, de duur van de overeenkomst enkel op grond van de aard van hun werkzaamheden te beperken, en bepaalt artikel 27, lid 3, van het Bayerische Hochschullehrergesetz, dat de arbeidsovereenkomsten van lectoren vreemde talen steeds van bepaalde duur moeten zijn.

18 Aangezien lectoren vreemde talen in grote meerderheid buitenlandse onderdanen zijn, brengt dit verschil in behandeling hen in een minder gunstige positie dan Duitse onderdanen en vormt het derhalve, voor zover niet gerechtvaardigd door objectieve gronden, een door artikel 48, lid 2, van het Verdrag verboden verkapte discriminatie.

19 In de tweede plaats stelt de verwijzende rechter de vraag, of deze wettelijke regeling gerechtvaardigd is voor zover zij noodzakelijk is om geactualiseerd onderwijs te waarborgen. Hij verwijst daarbij naar de rechtspraak van het Bundesarbeitsgericht inzake de wetgeving die van kracht was vóór de wet van 14 juni 1985; volgens die rechtspraak vormt deze noodzaak een objectieve grond, die toestaat contracten voor bepaalde duur met lectoren aan te gaan.

20 Op dit punt moet worden opgemerkt, dat, zoals het Hof overwoog in zijn arrest van 30 mei 1989 (Allué, reeds aangehaald, r.o. 14), de noodzaak om geactualiseerd onderwijs te waarborgen, de beperking van de duur van de arbeidsovereenkomsten met lectoren vreemde talen niet kan rechtvaardigen. Het gevaar dat de lector het contact met zijn moedertaal verliest, is immers kleiner geworden door de intensieve culturele uitwisseling en de communicatiemogelijkheden, terwijl de universiteiten hoe dan ook de mogelijkheid hebben het kennisniveau van hun lectoren te controleren.

21 Op de door de nationale rechter gestelde vragen moet derhalve worden geantwoord, dat artikel 48, lid 2, EEG-Verdrag zich verzet tegen toepassing van een nationale wettelijke regeling volgens welke posten van lectoren vreemde talen moeten of kunnen worden bezet door middel van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, wanneer voor dergelijke overeenkomsten met andere docenten belast met speciale taken, in elk individueel geval een objectieve grond moet bestaan.

Beslissing inzake de kosten


Kosten

22 De kosten door de Duitse regering en de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van hun opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE,

uitspraak doende op de door het Arbeitsgericht Passau bij beschikking van 27 mei 1992 gestelde vragen, verklaart voor recht:

Artikel 48, lid 2, EEG-Verdrag verzet zich tegen toepassing van een nationale wettelijke regeling volgens welke posten van lectoren vreemde talen moeten of kunnen worden bezet door middel van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, wanneer voor dergelijke overeenkomsten met andere docenten belast met speciale taken, in elk individueel geval een objectieve grond moet bestaan.

Top