Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61988CC0200

Conclusie van advocaat-generaal Mischo van 9 oktober 1990.
Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Helleense Republiek.
Verplichting tot het verstrekken van visserijgegevens.
Zaak C-200/88.

Jurisprudentie 1990 I-04299

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1990:346

61988C0200

Conclusie van advocaat-generaal Mischo van 9 oktober 1990. - COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN TEGEN HELLEENSE REPUBLIEK. - VERPLICHTING TOT HET VERSTREKKEN VAN INLICHTINGEN MET BETREKKING TOT DE VISSERIJ. - ZAAK 200/88.

Jurisprudentie 1990 bladzijde I-04299


Conclusie van de advocaat generaal


++++

Mijnheer de President,

mijne heren Rechters,

1 . De Commissie heeft tegen de Helleense Republiek beroep ingesteld, strekkende tot vaststelling dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijnen mededeling te doen van bepaalde gegevens over hoeveelheden en prijzen van vis die door de Griekse vloot is gevangen of uit derde landen is ingevoerd, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens de artikelen 11, leden 1 en 3, 15, lid 2, en 21, lid 3, van verordening ( EEG ) nr . 3796/81 van de Raad van 29 december 1981 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijprodukten ( PB 1981, L 379, blz . 1; hierna : de basisverordening ), alsmede krachtens enige bepalingen van de uitvoeringsverordeningen ( EEG ) nr . 3191/82 en ( EEG ) nr . 3598/83 van de Commissie . Voor de beschrijving van het rechtskader verwijs ik naar het rapport ter terechtzitting .

2 . De Helleense Republiek benadrukt, dat de toezending van gegevens aan de Commissie geleidelijk is verbeterd, maar erkent wel, dat zij tijdens de periode die voorafging aan de instelling van het beroep, de Commissie geen gegevens heeft gezonden die qua inhoud, vorm en regelmaat voldeden aan de door de gemeenschapsregeling gestelde eisen .

3 . In haar verweerschrift heeft de Helleense Republiek verklaard, dat de Commissie zich zou dienen af te vragen of het wel opportuun was om de reeds zwaar belaste rol van het Hof ook nog te belasten met procedures die, zoals in casu, van geen enkel juridisch belang zijn en slechts de feiten betreffen .

4 . In dit verband moet echter worden vastgesteld, dat de betrokken gegevens nodig zijn voor een behoorlijke vaststelling van de oriëntatieprijzen, de referentieprijzen en de prijzen franco-grens, die op hun beurt een belangrijke rol spelen in het kader van diverse marktondersteuningsmaatregelen die ter bescherming van de belangen van de vissers in de Gemeenschap kunnen worden getroffen .

5 . Bovendien staat het volgens vaste rechtspraak van het Hof volledig aan de Commissie om de opportuniteit van de instelling van een beroep wegens niet-nakoming te beoordelen . ( 1 )

6 . De Helleense Republiek verklaart, dat zij te kampen had met structurele problemen in de organisatie van haar diensten, waardoor zij niet al haar verplichtingen correct heeft kunnen nakomen .

7 . Stellig is het begrijpelijk, dat een nieuwe Lid-Staat problemen kan hebben om te voldoen aan de eisen van een gemeenschapsregeling, die zeer zware en, zonder enige twijfel, enigszins te zware, administratieve lasten oplegt, hetgeen blijkt uit de vaststelling van verordening ( EEG ) nr . 1106/90 van de Commissie van 18 april 1990 ( 2 ), waarbij met ingang van 1 januari 1991 de verplichtingen van de Lid-Staten ten opzichte van die in verordening nr . 3598/83 zijn versoepeld .

8 . Het is echter een feit, dat de hier in het geding zijnde verordening houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijprodukten en de betrokken uitvoeringsverordeningen pas zijn vastgesteld na de toetreding van Griekenland op 1 januari 1981 . Bovendien heeft de Commissie pas op 7 oktober 1986 met een schriftelijke ingebrekestelling de niet-nakomingsprocedure ingeleid die tot het onderhavige beroep heeft geleid, dat pas op 21 juli 1988 is ingesteld . De Helleense Republiek heeft dus ruimschoots de tijd gehad om de noodzakelijke administratieve voorzieningen te treffen en mag de Commissie niet verwijten een standpunt te hebben ingenomen "dat onverenigbaar is met het beginsel van samenwerking, dat de betrekkingen tussen de Lid-Staten en de gemeenschapsinstellingen moet beheersen ".

9 . Zolang de geldigheid en de toepasselijkheid van de door de Commissie ingeroepen regels niet worden betwist, wat in casu inderdaad het geval is, is het Hof gehouden van de daaruit voortvloeiende verplichtingen kennis te nemen en vast te stellen dat deze niet zijn nagekomen .

10 . Ik moet het Hof dus in overweging geven om zijn vaste rechtspraak toe te passen, volgens welke :

"een Lid-Staat zich, ter rechtvaardiging van de niet-eerbiediging van verplichtingen en termijnen die in de richtlijnen van de Gemeenschap besloten liggen, niet ten exceptieve op nationale bepalingen, praktijken of toestanden kan beroepen ." ( 3 )

11 . Nog zeer onlangs heeft het Hof op een soortgelijk argument hetzelfde antwoord gegeven in zijn arrest van 14 juni 1990 ( zaak C-48/89, Commissie/Italië, Jurispr . 1990, blz . I-2425 ) waarin de verweerster, evenals in casu, had aangevoerd, dat de uitvoering van het besluit op grond waarvan zij verplicht was, bepaalde gegevens aan de Commissie te verstrekken, moeilijkheden opleverde . Dit arrest bevestigt reeds eerdere rechtspraak van het Hof, volgens welke :

"de bij de uitvoering van een communautair besluit aan de dag getreden moeilijkheden een Lid-Staat niet het recht geven zich eenzijdig van de nakoming zijner verplichtingen ontslagen te achten ." ( 4 )

12 . Concluderend geef ik in overweging vast te stellen, dat de Helleense Republiek, door niet binnen de gestelde termijnen mededeling te doen van bepaalde gegevens inzake de visserijsector, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens de artikelen 11, leden 1 en 3, 15, lid 2, en 21, lid 3, van verordening ( EEG ) nr . 3796/81 van de Raad, artikel 2 van verordening ( EEG ) nr . 3191/82 van de Commissie en de artikelen 1 tot en met 3 van verordening ( EEG ) nr . 3598/83 van de Commissie, en verweerster te verwijzen in de kosten .

(*) Oorspronkelijke taal : Frans .

( 1 ) Zie met name het arrest van 21 juni 1988, zaak 416/85, Commissie/Verenigd Koninkrijk, Jurispr . 1988, blz . 3127, r.o . 9 .

( 2 ) Verordening inzake mededelingen in het kader van de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijprodukten ( PB 1990, L 111, blz . 50 ).

( 3 ) Zie met name het arrest van 3 oktober 1984, zaak 254/83, Commissie/Italië, Jurispr . 1984, blz . 3395 .

( 4 ) Zie met name de arresten van 7 februari 1979 ( zaak 128/78, Commissie/Verenigd Koninkrijk, Jurispr . 1979, blz . 419 ) en 7 februari 1973 ( zaak 39/72, Commissie/Italië, Jurispr . 1973, blz . 101 ).

Top