This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 61979CC0811
Joined opinion of Mr Advocate General Warner delivered on 5 June 1980. # Amministrazione delle finanze dello Stato v Ariete SpA. # Reference for a preliminary ruling: Corte d'appello di Torino - Italy. # Recovery of undue payment. # Case 811/79. # Amministrazione delle finanze dello Stato v Sas Mediterranea importazione, rappresentanze, esportazione, commercio (MIRECO). # Reference for a preliminary ruling: Corte suprema di Cassazione - Italy. # Recovery of undue payment. # Case 826/79.
Gevoegde conclusies van advocaat-generaal Warner van 5 juni 1980.
Italiaanse Administratie van de Staatsfinanciën tegen Ariete SpA.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Corte d'appello di Torino - Italië.
Vordering uit onverschuldigde betaling.
Zaak 811/79.
Italiaanse Administratie van de Staatsfinanciën tegen Sas Mediterranea importazione, rappresentanze, esportazione, commercio (MIRECO).
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Corte suprema di Cassazione - Italië.
Vordering uit onverschuldigde betaling.
Zaak 826/79.
Gevoegde conclusies van advocaat-generaal Warner van 5 juni 1980.
Italiaanse Administratie van de Staatsfinanciën tegen Ariete SpA.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Corte d'appello di Torino - Italië.
Vordering uit onverschuldigde betaling.
Zaak 811/79.
Italiaanse Administratie van de Staatsfinanciën tegen Sas Mediterranea importazione, rappresentanze, esportazione, commercio (MIRECO).
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Corte suprema di Cassazione - Italië.
Vordering uit onverschuldigde betaling.
Zaak 826/79.
Jurisprudentie 1980 -02545
ECLI identifier: ECLI:EU:C:1980:147
CONCLUSIE VAN DE ADVOCAAT-GENERAAL
J.-P. WARNER
VAN 5 JUNI 1980 ( 1 )
Mijnheer de President,
mijne heren Rechters,
Ik hoop dat men mij niet van onhoffelijkheid tegenover de raadslieden zal betichten wanneer ik in deze zaken terstond en zeer kort conclusie neem. Ik doe dit omdat ik meen dat de thans voorgelegde vragen, op één klein onderdeel na, reeds door het Hof zijn beantwoord in zijn arresten van 27 februari en 27 maart 1980 (zaak 68/79, Just, resp. zaak 61/79, Denkavit Italiana, en gevoegde zaken 66, 127 en 128/79, Salumi e.a.). Ik zie geen reden het Hof thans in overweging te geven, af te wijken van de aldaar gegeven beslissingen. Ik sluit mij in dit opzicht aan bij de conclusie van advocaat-generaal Capotorti van 6 mei 1980 in zaak 130/79 (Express Dairy Foods Ltd.). Deze arresten zijn uiteraard gewezen nadat de verwijzingsbeschikkingen in de onderhavige zaken waren gegeven. Het ene onderdeel waar ik op doelde, is dat in die arresten niet wordt gesproken over artikel 171 EEG-Verdrag, terwijl dit wel het geval is in de eerste vraag aan het Hof in zaak 826/79. Het is mijns inziens echter duidelijk dat een arrest van het Hof van het type waarop artikel 171 betrekking heeft, evenmin als een arrest krachtens artikel 177 nieuw recht kan scheppen. Het kan slechts verklaren wat rechtens was. Dit kan ook niet anders, want een dergelijk arrest behelst de vaststelling dat de betrokken Lid-Staat een krachtens het Verdrag „op hem rustende verplichting niet is nagekomen.”
Ik concludeer derhalve dat het Hof in de onderhavige zaken de door mij genoemde jurisprudentie volge. Het is mijns inziens niet de taak van het Hof een oplossing te zoeken voor de twijfels en moeilijkheden die uit de relevante Italiaanse wetgeving voortvloeien en waarover tijdens de pleidooien voor het Hof is gesproken.
( 1 ) Vertaald uit het Engels.