EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 29.6.2026
COM(2026) 341 final
2026/0183(NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende de ondertekening van de brede economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en Indonesië
This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52026PC0341
Proposal for a COUNCIL DECISION on the signing of the Comprehensive Economic Partnership Agreement between the European Union and Indonesia
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening van de brede economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en Indonesië
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening van de brede economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en Indonesië
COM/2026/341 final
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 29.6.2026
COM(2026) 341 final
2026/0183(NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende de ondertekening van de brede economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en Indonesië
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
Op de ranglijst van grootste handelspartners van de EU voor goederen stond Indonesië in 2025 op plaats dertig van alle landen en op plaats vijf van de Asean-landen. Andersom was de EU voor Indonesië de op drie na grootste handelspartner, die goed was voor 6 % van de totale handel. De bilaterale handel tussen de twee partners vertegenwoordigde dat jaar een waarde van 28,9 miljard EUR (10,2 miljard EUR uitvoer uit de EU; 18,7 miljard EUR invoer in de EU). Indonesië exporteert voornamelijk landbouwproducten, basismetalen, chemische stoffen, machines en apparaten, vetten en oliën en schoeisel naar de EU. De EU exporteert voornamelijk industriële producten naar Indonesië, waaronder machines en apparaten, transportmiddelen en chemische producten. De bilaterale handel in diensten tussen de EU en Indonesië vertegenwoordigde in 2024 een waarde van 9,3 miljard EUR (5,8 miljard EUR uitvoer uit de EU; 3,5 miljard EUR invoer in de EU). De totale buitenlandse directe investeringen (BDI) van de EU in Indonesië hadden in 2024 een waarde van 24,7 miljard EUR, terwijl de Indonesische BDI in de EU 1,3 miljard EUR bedroegen.
Indonesië is sinds 1995 lid van de WTO en geniet momenteel handelspreferenties van de EU in het kader van het stelsel van algemene preferenties (SAP), waarvan het de op een na grootste begunstigde is. In 2024 kwam 44 % van de Indonesische uitvoer naar de EU in aanmerking voor verlaagde tarieven in het kader van het SAP. Met ingang van 1 januari 2027 zal Indonesië echter niet meer van het SAP kunnen profiteren, omdat het de afgelopen drie jaar de status van “hogermiddeninkomensland” had.
Op 23 april 2007 heeft de Raad de Commissie gemachtigd met de Asean-landen te onderhandelen over een vrijhandelsovereenkomst. Het doel was destijds te onderhandelen over een interregionale vrijhandelsovereenkomst. De machtiging voorzag echter in de mogelijkheid van bilaterale onderhandelingen indien gezamenlijke onderhandelingen niet haalbaar waren, mits dergelijke bilaterale onderhandelingen politiek aanvaardbaar en economisch zinvol waren.
Op 8 mei 2009 heeft de Commissie aan het toenmalige Comité van artikel 133 verslag uitgebracht over de moeilijkheden bij de onderhandelingen tussen de EU en de Asean, die beide partijen ertoe hadden gebracht de onderhandelingen op te schorten. Het Comité van artikel 133 verzocht de Commissie na te gaan of het zinvol was afzonderlijke bilaterale onderhandelingen met een aantal Asean-landen te voeren en in december 2009 heeft de Raad deze aanpak goedgekeurd.
Eind 2009 hebben de Indonesische president Susilo Bambang Yudhoyono en de voorzitter van de Europese Commissie José Manuel Barroso besloten te onderzoeken hoe de handelsbetrekkingen tussen de EU en Indonesië konden worden verdiept. Zij hebben een visiegroep met vertegenwoordigers van Indonesië en de EU opgedragen aanbevelingen te doen over de wijze waarop de betrekkingen op een hoger plan konden worden gebracht. De visiegroep heeft op 4 mei 2011 aanbevolen een brede economische partnerschapsovereenkomst (Comprehensive Economic Partnership Agreement; CEPA) tussen de EU en Indonesië te sluiten die berust op een vrijhandelszone, met verbeterde markttoegang, capaciteitsopbouw en facilitering van handel en investeringen. Er werd met name gewezen op het grote potentieel dat Indonesië heeft door zijn omvang, huidige en verwachte groeicijfers, de verschuiving van zijn economie naar de uitvoer van industrieproducten, opkomende diensten, toenemende openheid en macro-economische stabiliteit. Ook de complementariteit van de economieën van de EU en Indonesië, waarbij de EU heel andere producten naar Indonesië uitvoert dan andersom, werd benadrukt.
De EU en Indonesië hebben een gezamenlijk verkennend onderzoek uitgevoerd om de reikwijdte en het ambitieniveau van een toekomstige handelsovereenkomst te bepalen. Dat onderzoek is in april 2016 afgesloten met de conclusie dat onderhandelingen zouden kunnen leiden tot een handelsovereenkomst die beide partijen tot voordeel strekt.
Op 13 juli 2016 heeft de Raad de Commissie gemachtigd bilaterale onderhandelingen over een vrijhandelsovereenkomst met Indonesië te openen. De onderhandelingen over een brede economische partnerschapsovereenkomst (hierna “CEPA” of “de overeenkomst” genoemd) tussen de EU en Indonesië zijn op 19 juli 2016 officieel geopend door de Indonesische minister van Handel Thomas Lembong en de ambassadeur van de EU in Indonesië Vincent Guérend. De eerste onderhandelingsronde heeft op 20-21 september 2016 plaatsgevonden in Brussel. De onderhandelingen werden ondersteund door een duurzaamheidseffectbeoordeling van de handel. Na een onderhandelingsproces van negen jaar en 19 onderhandelingsronden hebben de EU en Indonesië de CEPA-onderhandelingen op 23 september 2025 afgesloten.
Met de afronding van deze onderhandelingen tussen de belangrijkste Asean-economie en de EU wordt, in de huidige wereldwijde politieke en economische context, een duidelijk signaal gegeven dat de EU en Indonesië zich gezamenlijk inzetten voor een op regels gebaseerd handelsstelsel, en dat de EU haar agenda voor openheid en diversificatie van de handel resoluut zal versnellen.
De overeenkomst zal de tarieven afschaffen voor meer dan 98 % van de tariefposten, die bijna 100 % van de waarde vertegenwoordigen. Reeds bij de inwerkingtreding zal 80 % van de bilaterale handel worden geliberaliseerd, en na een afbouwperiode van vijf jaar zal dit stijgen naar 96 %. De CEPA heeft ook tot doel technische belemmeringen voor de handel in goederen tussen de EU en Indonesië weg te nemen. Er wordt gezorgd voor een transparanter, voorspelbaarder en kosteneffectiever handelsklimaat, met betere markttoegang en lagere kosten. Voor dienstverleners en investeerders in de EU en Indonesië zal de overeenkomst leiden tot meer kansen en een voorspelbaarder handelsklimaat. De CEPA bevordert niet alleen de handels- en investeringsstromen tussen de EU en Indonesië, maar geeft elke partij ook expliciet het recht regelgeving vast te stellen met het oog op legitieme beleidsdoelstellingen. Daarnaast biedt de overeenkomst rechtstreekse bescherming voor 221 geografische aanduidingen in de EU en 72 in Indonesië en bevat zij krachtige verbintenissen op het gebied van handel en duurzame ontwikkeling.
De juridisch getoetste teksten van de CEPA zijn openbaar gemaakt en kunnen via de volgende link worden geraadpleegd:
Text of the agreements - Trade and Economic Security - European Commission
De Commissie doet de volgende voorstellen voor besluiten van de Raad:
–voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening van de brede economische partnerschapsovereenkomsten tussen de Europese Unie en Indonesië;
–voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van de brede economische partnerschapsovereenkomsten tussen de Europese Unie en Indonesië;
–voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de ondertekening van de investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en Indonesië;
–voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de sluiting van de investeringsbeschermingsovereenkomst tussen de Europese Unie en Indonesië.
Bijgevoegd voorstel voor een besluit van de Raad vormt het rechtsinstrument waarbij machtiging wordt verleend voor de ondertekening van de CEPA tussen de Europese Unie en Indonesië.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
Voordat de onderhandelingen over de CEPA werden afgerond, hebben de EU en Indonesië onderhandeld over een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst (PSO), die op 9 november 2009 in Jakarta werd ondertekend en op 1 mei 2014 in werking is getreden. De overeenkomst vormt de basis voor samenwerking op uiteenlopende beleidsterreinen, waaronder mensenrechten en handel, alsook voor een regelmatige politieke dialoog en sectorale samenwerking.
Zodra de CEPA in werking treedt, zal zij naast de PSO bestaan als een specifieke overeenkomst en een integraal onderdeel van de algemene bilaterale betrekkingen tussen de EU en Indonesië. De twee overeenkomsten bevatten geen tegenstrijdige bepalingen.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
De CEPA is volledig in overeenstemming met het beleid van de Unie en vereist niet dat de EU overgaat tot wijziging van haar regels, voorschriften of normen op enig gereglementeerd gebied. Voorts waarborgt de CEPA de openbare dienstverlening ten volle, zoals alle andere handelsovereenkomsten waarover de Commissie heeft onderhandeld, en waarborgt zij dat het recht van regeringen om in het algemeen belang regelgeving vast te stellen, door de overeenkomst volledig wordt beschermd en een basisbeginsel ervan vormt.
Verder weerspiegelen de bepalingen van de CEPA ten volle het resultaat van de mededeling van de EU over de evaluatie van het duurzame handelsbeleid (“De kracht van handelspartnerschappen: samen voor groene en rechtvaardige groei” van 22 juni 2022).
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Materiële rechtsgrondslag
Artikel 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in onderhandelingen over en sluiting van handelsovereenkomsten in het kader van de gemeenschappelijke handelspolitiek van de Unie. Artikel 91 en artikel 100, lid 2, VWEU vormen de rechtsgrondslag voor het overeenkomen van bepalingen voor internationaal vervoer.
Aangezien de belangrijkste doelstellingen en onderdelen van de CEPA betrekking hebben op de gemeenschappelijke handelspolitiek en vervoer, zijn de materiële rechtsgrondslagen de artikel 207, artikel 91 en artikel 100, lid 2, VWEU.
Gezien het onderwerp van de beoogde overeenkomst, is het passend dat de Commissie het voorstel bij de Raad indient.
•Procedurele rechtsgrondslag
Artikel 218, lid 5, VWEU bepaalt dat, indien de voorgenomen overeenkomst niet uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, de Commissie een voorstel doet aan de Raad. De Raad stelt een besluit vast waarbij machtiging wordt verleend tot ondertekening van de overeenkomst.
De Commissie stelt voor machtiging te verlenen voor de ondertekening van de brede economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en Indonesië, onder voorbehoud van de sluiting ervan op een latere datum.
De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit tot machtiging voor de ondertekening van de beoogde overeenkomst, is artikel 218, lid 5, VWEU.
•Bevoegdheid van de Unie
Overeenkomstig Advies 2/15 van het Hof van Justitie van 16 mei 2017 over de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Singapore zouden alle door de CEPA bestreken gebieden onder de exclusieve bevoegdheid van de EU en meer in het bijzonder onder artikel 91, artikel 100, lid 2, en artikel 207 VWEU vallen. Het Hof leidde de exclusieve bevoegdheid van de EU af uit de werkingssfeer van de gemeenschappelijke handelspolitiek krachtens artikel 207, lid 1, VWEU en uit artikel 3, lid 2, VWEU (op grond van de gevolgen voor bestaande gemeenschappelijke regels in afgeleide wetgeving).
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
De CEPA zoals deze is voorgelegd aan de Raad bestrijkt geen aangelegenheden die niet onder de exclusieve bevoegdheid van de EU vallen.
•Evenredigheid
Handelsovereenkomsten zijn passende middelen om markttoegang en aanverwante kwesties van alomvattende economische betrekkingen met een land buiten de EU te regelen. Er is geen alternatief om de desbetreffende toezeggingen en liberaliseringsinspanningen juridisch bindend te maken.
Dit initiatief streeft rechtstreeks de doelstelling van de Unie op het gebied van extern optreden na en draagt bij tot de politieke prioriteit van de “EU als sterkere mondiale speler”. Het is in overeenstemming met de uitgangspunten van de integrale EU-strategie om met andere partners samen te werken en de externe partnerschappen van de EU op verantwoorde wijze te vernieuwen om aldus de externe prioriteiten van de EU te verwezenlijken. Het draagt bij aan de handels- en ontwikkelingsdoelstellingen van de EU.
•Keuze van het instrument
Dit voorstel voor een besluit van de Raad wordt ingediend overeenkomstig artikel 218, lid 5, VWEU, waarin is bepaald dat de Raad een besluit moet vaststellen waarbij machtiging wordt verleend tot ondertekening van internationale overeenkomsten. Er bestaat geen ander rechtsinstrument dat kan worden gebruikt om de in dit voorstel geformuleerde doelstelling te bereiken.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Raadpleging van belanghebbenden
De EU-lidstaten zijn vóór en tijdens de onderhandelingen via het Comité handelspolitiek van de Raad zowel mondeling als schriftelijk regelmatig geïnformeerd en geraadpleegd over de verschillende aspecten van de onderhandelingen. Ook het Europees Parlement is via zijn Commissie internationale handel (INTA) regelmatig geïnformeerd en geraadpleegd. Beide instellingen kregen gedurende het gehele proces inzage in de teksten van de onderhandelingsresultaten.
Parallel aan de onderhandelingen heeft de Commissie een duurzaamheidseffectbeoordeling van de CEPA tussen de EU en Indonesië laten uitvoeren.
In de duurzaamheidseffectbeoordeling ter ondersteuning van de CEPA-onderhandelingen, die in september 2019 werd afgerond, werd onderzocht hoe de handels- en handelsgerelateerde bepalingen van de CEPA waarover werd onderhandeld, van invloed kunnen zijn op economische, sociale, mensenrechten- en milieukwesties in de EU en in Indonesië. Daarbij werd voorgebouwd op de analyse in de duurzaamheidseffectbeoordeling die in 2008 werd uitgevoerd ter ondersteuning van de interregionale onderhandelingen over een handelsovereenkomst tussen de EU en de Asean, die werd aangevuld met actuelere informatie. Ook werd de beoordeling sterk toegespitst op de specifieke kenmerken en mogelijke gevolgen van bilaterale onderhandelingen met alleen Indonesië. Er werd met name dieper ingegaan op de mogelijke gevolgen van de CEPA in een aantal sectoren die van specifiek belang zijn voor de handelsbetrekkingen tussen de EU en Indonesië, zoals plantaardige oliën en oliehoudende zaden, kleding en financiële diensten.
In het algemeen werd in de duurzaamheidseffectbeoordeling geconcludeerd dat verwacht werd dat een overeenkomst tussen de EU en Indonesië voor beide partijen en hun samenlevingen positief zou uitpakken ten aanzien van alle belangrijke economische indicatoren (bbp, welvaart, mondiale en bilaterale handel), waarbij de voordelen voor Indonesië groter zouden zijn dan voor de EU door de verschillende relatieve omvang van de twee economieën. Volgens het economische model zou in de EU de welvaart met 2 tot 2,4 miljard EUR toenemen en het bbp met 2,5 tot 3,1 miljard EUR. De verwachte economische voordelen voor beide partijen zouden toenemen naarmate de overeenkomst een grotere mate van liberalisering van de handel bewerkstelligde, wat ervoor pleitte om bij de onderhandelingen te streven naar een zo groot mogelijke mate van liberalisering. Het opheffen van niet-tarifaire handelsbelemmeringen bleek een bepalende factor te zijn voor de omvang van de verwachte economische voordelen, en in het verslag werd benadrukt dat bijzondere aandacht moest worden besteed aan gebieden als sanitaire en fytosanitaire maatregelen (SPS-maatregelen) en technische handelsbelemmeringen (TBT).
De Commissie heeft op 26 juni 2020 een standpuntnota uitgebracht over de duurzaamheidseffectbeoordeling. Geconcludeerd werd dat de duurzaamheidseffectbeoordeling bevestigde dat bij de onderhandelingen gestreefd moest worden naar een ambitieuze handels- en investeringsovereenkomst en anderzijds inzicht verschafte in specifieke sectoren of actoren die negatieve gevolgen zouden kunnen ondervinden en waaraan bijzondere aandacht moest worden besteed.
In het kader van de duurzaamheidseffectbeoordeling en tijdens de onderhandelingen heeft de Commissie maatschappelijke organisaties de kans gegeven hun stem te laten horen, vragen te stellen en bij te dragen aan een degelijk, empirisch onderbouwd en transparant maatschappelijk debat, onder meer door middel van specifieke dialogen met het maatschappelijk middenveld, een workshop met lokale belanghebbenden in Indonesië, bilaterale bijeenkomsten, interviews en online-enquêtes.
Voorts heeft de Commissie tijdens de onderhandelingen op haar website verslagen over de onderhandelingsronden, de tekstvoorstellen, persberichten, factsheets en achtergrondinformatie gepubliceerd en regelmatig bijgewerkt, overeenkomstig haar transparantiebeleid.
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
De duurzaamheidseffectbeoordeling van de CEPA werd uitgevoerd door een consortium van onafhankelijke adviesbureaus onder leiding van Development Solutions en in opdracht van het directoraat-generaal Handel van de Commissie.
•Effectbeoordeling
In de effectbeoordeling van augustus 2009 in het kader van het voorstel van de Commissie voor een onderhandelingsmandaat voor een vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en de Asean is ook aandacht besteed aan onderhandelingen over bilaterale vrijhandelsovereenkomsten tussen de EU en Zuidoost-Aziatische landen.
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
De CEPA valt niet onder Refit-procedures. Niettemin bevat zij een aantal bepalingen waardoor de handelsprocedures en daarmee samenhangende procedures zullen worden vereenvoudigd, de met uitvoer verband houdende kosten zullen worden verminderd en er meer kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) in staat worden gesteld op beide markten zaken te doen. Een specifiek hoofdstuk inzake kmo’s voorziet met name in betere informatie-uitwisseling en samenwerking met Indonesië op het gebied van kmo-gerelateerde kwesties. De afschaffing van tarieven, inclusief elektronische communicatie, vereenvoudigde en gedigitaliseerde douaneprocedures en meer compatibele technische vereisten zullen de exportgerelateerde kosten verlagen en kmo’s met kleinere handelsvolumes in staat stellen te concurreren met grotere ondernemingen. Dit stelt kmo’s ook beter in staat deel te nemen aan toeleveringsketens, digitale handel en overheidsopdrachten en diensten te verlenen op de Indonesische markt. De CEPA bevordert ook de transparantie en het gebruik van internationale normen om de markttoegang te vergemakkelijken en de nalevingskosten te verlagen.
•Grondrechten
Het voorstel heeft geen gevolgen voor de bescherming van de grondrechten in de Unie.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
De CEPA zal financiële gevolgen hebben voor de EU-begroting aan de ontvangstenzijde. De gederfde rechten zouden bij volledige uitvoering van de CEPA naar schatting 630 miljoen tot 700 miljoen EUR per jaar kunnen bedragen. De raming is gebaseerd op de verwachte gemiddelde invoer in 2041 bij gebrek aan een vrijhandelsovereenkomst.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
De CEPA omvat institutionele bepalingen die voorzien in een structuur voor uitvoeringsorganen teneinde voortdurend toezicht te houden op de uitvoering, de werking en het effect van de CEPA.
Het institutionele hoofdstuk van de CEPA stelt een Handelscomité in dat als voornaamste taak het toezicht houden op en het vergemakkelijken van de uitvoering en toepassing van de CEPA heeft. Het Handelscomité zal worden belast met het toezicht op de werkzaamheden van alle in het kader van de CEPA opgerichte gespecialiseerde comités en werkgroepen.
Het Handelscomité zal met deelnemende vertegenwoordigers aan een dialoog met het maatschappelijk middenveld van gedachten wisselen over onderwerpen die verband houden met de uitvoering van de overeenkomst.
De CEPA voorziet ook in de oprichting van interne adviesgroepen met een evenwichtige vertegenwoordiging van onafhankelijke maatschappelijke organisaties, waaronder niet-gouvernementele organisaties, bedrijfs- en werkgeversorganisaties en vakbonden, die zich bezighouden met economische, maatschappelijke en milieukwesties. De interne adviesgroepen kunnen standpunten te kennen geven en aanbevelingen doen met betrekking tot de werking en uitvoering van de CEPA; zij komen ten minste eenmaal per jaar bijeen.
Zoals benadrukt in de mededeling “Handel voor iedereen”, besteedt de Commissie meer middelen aan de doeltreffende uitvoering en handhaving van handels- en investeringsovereenkomsten. In november 2025 heeft de Commissie haar vijfde jaarlijkse uitvoerings- en handhavingsverslag gepubliceerd. Het voornaamste doel van het verslag is een objectief overzicht te geven van de uitvoering van de vrijhandelsovereenkomsten van de EU, waarin de geboekte vooruitgang en de tekortkomingen die moeten worden aangepakt, worden onderstreept. Het is de bedoeling dat het verslag als basis dient voor een open debat over de werking en de uitvoering van de vrijhandelsovereenkomsten waarbij de lidstaten, het Europees Parlement en het maatschappelijk middenveld in het algemeen worden betrokken. De publicatie van het verslag op jaarbasis zal de regelmatige monitoring van ontwikkelingen mogelijk maken, waarbij ook kan worden vastgelegd hoe prioritaire aangelegenheden zijn aangepakt. Het verslag zal de CEPA tussen de EU en Indonesië vanaf de inwerkingtreding ervan bestrijken.
•Toelichtende stukken (bij richtlijnen)
Niet van toepassing.
•Artikelsgewijze toelichting
Krachtens hoofdstuk 2 van de CEPA zullen de EU en Indonesië de tarieven afschaffen voor meer dan 98 % van de tariefposten, die bijna 100 % van de waarde vertegenwoordigen. 80 % daarvan zal reeds bij de inwerkingtreding worden geliberaliseerd. Na een uitfasering van vijf jaar zal 96 % van de onderlinge handel geliberaliseerd zijn. Zo zal Indonesië hoge rechten op industriële producten, zoals motorvoertuigen (huidige tarieven tot 50 %), machines en elektrische apparatuur, farmaceutische en chemische producten en agrovoedingsproducten afschaffen. Ook zullen met de overeenkomst de EU-rechten op de meeste Indonesische goederen die naar de EU worden uitgevoerd, worden afgeschaft of aanzienlijk worden verlaagd.
Hoofdstuk 3 van de CEPA bevat oorsprongsregels die waarborgen dat alleen producten die in aanzienlijke mate in de EU of Indonesië zijn verwerkt, in aanmerking komen voor de tariefpreferenties van de overeenkomst.
Hoofdstuk 4 van de CEPA zal bedrijven die goederen tussen de EU en Indonesië verhandelen, helpen hun producten gemakkelijker en sneller door de douane te krijgen. Daarmee zal worden bijgedragen tot een doeltreffende douanecontrole zodat ingevoerde goederen voldoen aan alle regels van het invoerende land, met inbegrip van de vereisten op het gebied van veiligheid, beveiliging en eerbiediging van intellectuele-eigendomsrechten. De overeenkomst bevat met name bepalingen over douaneprocedures die aan de grens moeten worden nageleefd, toezeggingen om eenvoudige toegang tot informatie over de toegepaste tarieven te verschaffen, en gemeenschappelijke beginselen voor douanewetgeving.
Hoofdstuk 5 van de CEPA bevat ook een bilateraal vrijwaringsmechanisme, waarmee de EU en Indonesië tijdelijke maatregelen kunnen instellen indien een aanzienlijke toename van de preferentiële invoer ernstige schade toebrengt of dreigt toe te brengen aan hun respectieve economieën.
Hoofdstuk 6 van de CEPA over sanitaire en fytosanitaire aangelegenheden heeft betrekking op voedselveiligheid en de gezondheid van dieren en planten. Daarmee wordt de manier waarop de EU haar voedselveiligheidsregels vaststelt en handhaaft in stand gehouden, zowel voor in de EU geproduceerde als voor ingevoerde producten. Met deze overeenkomst worden de beginselen van de SPS-overeenkomst van de WTO nogmaals bevestigd. De EU en Indonesië zullen hun gezamenlijke sanitaire en fytosanitaire werkzaamheden versterken om ervoor te zorgen dat zij bij noodsituaties in verband met de in- en uitvoer van landbouw- en visserijproducten snel kunnen optreden.
Hoofdstuk 7 van de CEPA heeft tot doel technische belemmeringen voor de handel in goederen tussen de EU en Indonesië weg te nemen. Voor belangrijke sectoren, zoals elektronica, machines en energie-efficiënte producten, worden certificaten en testverslagen van in de EU gevestigde geaccrediteerde instanties erkend, zodat er in Indonesië geen dure en tijdrovende hertests en hercertificeringen nodig zijn. Daarnaast bevat de CEPA gestroomlijnde etiketteringsprocedures. De CEPA voorziet in meer transparantie en voorspelbaarheid van de regelgeving, waardoor belanghebbenden en autoriteiten betere feedback kunnen verstrekken over ontwerpen van technische voorschriften van de andere partij en er voldoende tijd overblijft om zich aan te passen vóór de inwerkingtreding daarvan. Ook moeten beide partijen volgens de overeenkomst relevante internationaal erkende normen invoeren en toepassen als basis voor hun technische regelgeving. Door middel van een specifieke bijlage voor de automobielsector bij de CEPA wordt gewaarborgd dat voor in de overeenkomst aangewezen EU-voertuigen met VN-typegoedkeuringscertificaten geen aanvullende test- of markeringsvoorschriften in Indonesië gelden, waardoor kosten worden bespaard en deze voertuigen sneller op de markt kunnen komen.
Daarnaast worden dienstverleners en investeerders in de EU en Indonesië met hoofdstuk 8 van de CEPA meer kansen en een voorspelbaarder handelsklimaat geboden. Daarmee wordt met name gegarandeerd dat dienstverleners en investeerders uit de EU in sectoren die in de CEPA zijn geïdentificeerd geen discriminatie zullen ondervinden ten opzichte van hun Indonesische tegenhangers. Het zal voor EU-exploitanten gemakkelijker worden om door middel van duidelijke, eerlijke en tijdige processen de vergunningen of kwalificaties te verkrijgen die nodig zijn om hun diensten te verlenen. Ook zullen EU-dienstverleners in bepaalde sectoren geen lokale aanwezigheid (zoals een filiaal), een bepaald aantal exploitanten of een bepaalde waarde van transacties in Indonesië hoeven te hebben.
De CEPA bevordert niet alleen de handels- en investeringsstromen tussen de EU en Indonesië, maar geeft elke partij ook expliciet het recht regelgeving vast te stellen met het oog op legitieme beleidsdoelstellingen.
Met hoofdstuk 9 van de CEPA wordt ervoor gezorgd dat het kapitaal dat nodig is om de uit hoofde van de overeenkomst geliberaliseerde transacties (bijvoorbeeld het opzetten van een bedrijf in buitenlandse eigendom) te verrichten, in de praktijk van de EU naar Indonesië kan vloeien en omgekeerd. Tegelijkertijd kunnen beide partijen waar nodig hun eigen wet- en regelgeving blijven toepassen, bijvoorbeeld bij faillissementen of de omgang met effecten.
Met hoofdstuk 10 van de CEPA wordt een voorspelbare, veilige en eerlijke digitale handelsomgeving gecreëerd. Er wordt met name gezorgd voor vrije gegevensstromen over grenzen heen door ongerechtvaardigde lokalisatievereisten te verbieden. Ook worden douanerechten op elektronische transmissies verboden. Daarnaast bevat dit hoofdstuk bindende regels waarmee het vertrouwen van consumenten wordt vergroot, de rechtszekerheid voor het bedrijfsleven wordt gewaarborgd en de innovatie wordt ondersteund.
Hoofdstuk 11 van de CEPA bevat regels die ervoor zorgen dat de procedures voor de gunning van overheidsopdrachten transparant, eerlijk en niet-discriminerend zijn voor bedrijven uit de EU.
De EU en Indonesië zijn het eens geworden over de doeltreffende bescherming en handhaving van intellectuele-eigendomsrechten in hoofdstuk 12. De CEPA voorziet met name in de rechtstreekse bescherming van 221 geografische aanduidingen uit de EU en 72 uit Indonesië, bijvoorbeeld van agrovoedingsproducten zoals vlees en kaas uit de EU en specerijen en koffie uit Indonesië. Dit hoge niveau van bescherming van geografische aanduidingen versterkt het uitvoerpotentieel in hoogwaardige agrovoedingssectoren, zorgt voor exclusieve aanduiding en helpt producenten hoogwaardige producten op de markt te brengen.
Hoofdstuk 13 van de CEPA zorgt ervoor dat in beide rechtsgebieden doeltreffende mededingingswetgeving in stand wordt gehouden, die wordt uitgevoerd door operationeel onafhankelijke autoriteiten die op transparante en niet-discriminerende wijze moeten handelen, met inachtneming van het recht op verweer. De overeenkomst voorziet ook in samenwerking tussen de autoriteiten. Het bevat regels inzake subsidies, antitrustkwesties en staatsbedrijven.
Hoofdstuk 14 van de CEPA vormt een belangrijke stap in het openstellen van handel en investeringen en het veiligstellen van de toeleveringsketens voor energie en grondstoffen tussen de EU en Indonesië.
Hoofdstuk 15 biedt een alomvattend kader voor handel en duurzame groei en ontwikkeling, met juridisch bindende toezeggingen die afdwingbaar zijn via het geschillenbeslechtingsmechanisme van de CEPA. De CEPA voorziet ook in een platform voor dialoog en samenwerking op het gebied van handelsgerelateerde milieu- en klimaatkwesties, onder meer in de palmoliesector. De overeenkomst bevat specifieke bepalingen over de bescherming en het beheer van natuurlijke hulpbronnen, met toezeggingen wat betreft de instandhouding van bossen, de biodiversiteit, en de bestrijding van illegale handel in wilde dieren en planten en van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (IOO-visserij).
Hoofdstuk 16 van de CEPA creëert een kader voor samenwerking tussen de EU en Indonesië voor het versterken van beleid en het vaststellen van programma’s die bijdragen tot de ontwikkeling van duurzame, inclusieve, gezonde en veerkrachtige voedselsystemen.
Hoofdstuk 17 van de overeenkomst bevat basisbeginselen en operationele richtsnoeren voor economische samenwerking en capaciteitsopbouw op gebieden die onder het toepassingsgebied ervan vallen.
Hoofdstuk 18 is gewijd aan kmo’s en bevat een aantal andere bepalingen die dergelijke ondernemingen ten goede komen, bijvoorbeeld wat betreft de oprichting van één openbaar toegankelijk digitaal platform met informatie over de toegang tot en het zaken doen op elkaars markten en van contactpunten voor kmo’s, de digitalisering van commerciële activiteiten enzovoort.
Met hoofdstuk 19 van de CEPA wordt transparante, gecoördineerde en empirisch onderbouwde regelgeving bevorderd die de interne wetgeving eerbiedigt, de doelstellingen van het overheidsbeleid ondersteunt en rekening houdt met de belangen van bedrijven en belanghebbenden. De partijen moeten met name een jaarlijkse lijst van belangrijke geplande regelgeving publiceren, waarin het doel en het tijdschema ervan worden toegelicht.
Met hoofdstuk 20 van de CEPA wordt de voorspelbaarheid, verantwoordelijkheid en eerlijkheid met betrekking tot handelsgerelateerde regelgeving verbeterd. Door tijdige publicatie, open toegang tot informatie, eerlijke administratieve processen en onafhankelijke beroepsmogelijkheden te waarborgen, wordt het vertrouwen in regelgevingssystemen vergroot en wordt de onzekerheid voor grensoverschrijdend opererende bedrijven verminderd.
•Ondertekening en tekst van de overeenkomst
De tekst van de overeenkomst wordt samen met dit voorstel aan de Raad voorgelegd.
Overeenkomstig de Verdragen is het aan de Commissie om te zorgen voor de ondertekening van de overeenkomst, onder voorbehoud van de sluiting ervan op een latere datum.
2026/0183 (NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende de ondertekening van de brede economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en Indonesië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91, lid 1, artikel 100, lid 2, artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 5,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)De Commissie heeft onderhandeld over een brede economische partnerschapsovereenkomst met Indonesië (hierna “de overeenkomst” genoemd).
(2)De overeenkomst moet zorgen voor de bevordering van de gemeenschappelijke handelspolitiek van de Unie door een breed economisch partnerschap met Indonesië tot stand te brengen.
(3)De overeenkomst moet daarom worden ondertekend,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Er wordt machtiging verleend voor de ondertekening van de brede economische partnerschapsovereenkomst tussen de Europese Unie en Indonesië (hierna “de overeenkomst” genoemd), onder voorbehoud van de sluiting van die overeenkomst.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
FINANCIEEL MEMORANDUM “ONTVANGSTEN” — VOOR VOORSTELLEN DIE GEVOLGEN HEBBEN AAN DE ONTVANGSTENZIJDE VAN DE BEGROTING
1.BENAMING VAN HET VOORSTEL
Voorstel voor een BESLUIT VAN DE RAAD betreffende de ondertekening van de brede economische partnerschapsovereenkomsten tussen de Europese Unie en Indonesië
2.BEGROTINGSONDERDELEN
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten (hoofdstuk/artikel/post): hoofdstuk 12, artikel 120
Begroot bedrag voor het betrokken jaar: (2026) 21 368 300 000 EUR. De begroting is hier te raadplegen: Ontwerpbegroting 2026 — ALGEMENE STAAT VAN ONTVANGSTEN)
(alleen in geval van bestemmingsontvangsten):
De ontvangsten worden toegewezen aan het volgende begrotingsonderdeel voor uitgaven (hoofdstuk/artikel/post):
3.FINANCIËLE GEVOLGEN
◻ Het voorstel heeft geen financiële gevolgen
x Het voorstel heeft geen financiële gevolgen voor de uitgaven maar wel voor de ontvangsten
◻ Het voorstel heeft financiële gevolgen voor de bestemmingsontvangsten,
namelijk:
(in miljoen EUR, tot op één decimaal)
|
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten |
12 maanden |
Jaar 2027 |
|
|
Hoofdstuk 12, artikel 120 |
630 miljoen EUR |
Inwerkingtreding verwacht in de eerste helft van 2027 |
0 |
|
Situatie na de actie |
|||||
|
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten |
[N+11] |
[N+12] |
[N+13] |
[N+14] |
[N+15] |
|
Hoofdstuk/artikel/post … |
700 miljoen EUR |
700 miljoen EUR |
700 miljoen EUR |
700 miljoen EUR |
700 miljoen EUR |
(Alleen in geval van bestemmingsontvangsten, op voorwaarde dat het begrotingsonderdeel al bekend is):
|
Begrotingsonderdeel voor uitgaven 3 |
Jaar N |
Jaar N+1 |
|
Hoofdstuk/artikel/post … |
||
|
Hoofdstuk/artikel/post … |
|
Begrotingsonderdeel voor uitgaven |
[N+2] |
[N+3] |
[N+4] |
[N+5] |
|
Hoofdstuk/artikel/post … |
||||
|
Hoofdstuk/artikel/post … |
4.FRAUDEBESTRIJDINGSMAATREGELEN
5.ANDERE OPMERKINGEN
Het voorstel brengt geen extra kosten (uitgaven) mee voor de EU-begroting.
De CEPA zal financiële gevolgen hebben voor de EU-begroting aan de ontvangstenzijde. De gederfde rechten zouden bij volledige uitvoering van de CEPA naar schatting 630 miljoen tot 700 miljoen EUR per jaar kunnen bedragen. De raming is gebaseerd op de verwachte gemiddelde invoer in 2042 bij gebrek aan een vrijhandelsovereenkomst.
Indirecte positieve gevolgen worden verwacht in de vorm van een stijging van de middelen in verband met belasting over de toegevoegde waarde en bruto nationaal inkomen.