EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 1.7.2026
COM(2026) 335 final
BIJLAGE
bij het
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt betreffende een wijziging van bijlage XX (Milieu) bij de EER-overeenkomst
(CBAM)
BIJLAGE
ONTWERPBESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER
van […]
tot wijziging van bijlage XX (Milieu) bij de EER-overeenkomst
HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Verordening (EU) 2023/956 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 tot instelling van een mechanisme voor koolstofgrenscorrectie (hierna het “CBAM” genoemd) moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.
(2)Verordening (EU) 2025/2083 van het Europees Parlement en de Raad van 8 oktober 2025 tot wijziging van Verordening (EU) 2023/956 wat betreft de vereenvoudiging en versterking van het mechanisme voor koolstofgrenscorrectie moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.
(3)Hoewel Verordening (EU) 2023/956 het gebruik veronderstelt van douanegegevens en -systemen binnen de douane-unie van de EU die buiten het toepassingsgebied van de EER-overeenkomst vallen, erkennen de overeenkomstsluitende partijen dat de EVA-staten zich ertoe moeten verbinden hun nationale wetgeving aan te passen om ervoor te zorgen dat het CBAM in de hele Europese Economische Ruimte op uniforme wijze functioneert.
(4)Met het oog op een homogene toepassing van Verordening (EU) 2023/956 in de hele Europese Economische Ruimte moeten de bepaling van de oorsprong van goederen en de indeling van goederen die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2023/956 vallen, in de hele Europese Economische Ruimte op elkaar worden afgestemd. In de Unie wordt dit gedefinieerd overeenkomstig de niet-preferentiële oorsprongsregels op basis van artikel 59 van Verordening (EU) nr. 952/2013 en de GN-codes in de gecombineerde nomenclatuur die is gehecht aan Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief. De EVA-staten stellen bij de uitvoering van deze verordening in hun respectieve nationale wetgeving overeenkomstige regels vast die inhoudelijk identiek zijn aan de regels die in de Unie van toepassing zijn, waarbij volledige homogeniteit in de hele Europese Economische Ruimte wordt gewaarborgd. De Commissie stelt de EVA-staten in kennis van alle wijzigingen in de niet-preferentiële oorsprongsregels, de GN-codes en de aanvullende Taric-onderverdelingen die relevant zijn voor de bepaling van het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2023/956. De EVA-staten zorgen ervoor dat de niet-preferentiële oorsprongsregels en de indeling van goederen die relevant zijn voor de toepassing van Verordening (EU) 2023/956 in hun nationale wetgeving voortdurend overeenstemmen met de toepasselijke regels binnen de Unie en zorgen voor een uniforme en gelijktijdige toepassing. Overeenkomstig artikel 109, lid 1, van de EER-overeenkomst houdt de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA waar nodig toezicht op de omzetting en uitvoering van Verordening (EU) 2023/956 in de EVA-staten om een uniforme toepassing in de hele Europese Economische Ruimte te waarborgen.
(5)Inkomsten uit de verkoop van CBAM-certificaten aan in de EVA-staten gevestigde CBAM-aangevers komen toe aan de EVA-staten.
(6)De overeenkomstsluitende partijen erkennen het belang van efficiënte en automatische inlichtingenuitwisseling om te voldoen aan de verplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) 2023/956 en te voorzien in een uitvoering zoals bepaald in de verordening, en komen overeen samen te werken op het gebied van efficiënte gegevensuitwisseling. De douaneautoriteiten van de EVA-staten rapporteren de douanegegevens die nodig zijn om aan de verplichtingen van Verordening (EU) 2023/956 te voldoen aan het CBAM-register, in een formaat dat identiek is aan het formaat dat door de EU-lidstaten wordt gebruikt overeenkomstig bijlage 21-03 bij Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447.
(7)Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een systeem voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Unie en tot wijziging van Richtlijn 96/61/EG van de Raad is bij Besluit nr. 146/2007 van het Gemengd Comité van de EER in de EER-overeenkomst opgenomen. Artikel 25 van de richtlijn, zoals opgenomen in de EER-overeenkomst in punt 21al van bijlage XX, vormt de rechtsgrondslag voor de sluiting van overeenkomsten als bedoeld in artikel 2, lid 6, punt a), van Verordening (EU) 2023/956. Overweging 17 van Besluit nr. 146/2007 van het Gemengd Comité van de EER, betreffende de non-discriminatie van de EVA-staten en hun exploitanten, is ook van kracht op de toepassing van dergelijke overeenkomsten in het kader van de CBAM-verordening.
(8)Bijlage XX bij de EER-overeenkomst moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In bijlage XX bij de EER-overeenkomst wordt na punt 21azt (Uitvoeringsbesluit (EU) 2024/3098 van de Commissie) het volgende ingevoegd:
“21azu.32023 R 0956: Verordening (EU) 2023/956 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 tot instelling van een mechanisme voor koolstofgrenscorrectie (PB L 130 van 16.5.2023, blz. 52), gewijzigd bij:
-
32025 R 2083: Verordening (EU) 2025/2083 van het Europees Parlement en de Raad van 8 oktober 2025 (PB L, 2025/2083, 17.10.2025).
De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van deze overeenkomst met de volgende aanpassingen gelezen:
a)In artikel 1, leden 1 en 2, worden na de woorden “het douanegebied van de Unie” de woorden “of het douanegebied van de EVA-staten” ingevoegd.
b)In artikel 2:
i)worden in lid 1 en in lid 2, eerste alinea, na de verwijzing naar artikel 256 van Verordening (EU) nr. 952/2013, de woorden “of, wat de EVA-staten betreft, de desbetreffende procedures overeenkomstig hun respectieve nationale douanewetgeving” ingevoegd;
ii)worden in de leden 1, 2 en 7, na de woorden “het douanegebied van de Unie” de woorden “of het douanegebied van de EVA-staten” ingevoegd;
iii)wordt in lid 2 de volgende alinea ingevoegd:
“Deze verordening is tevens van toepassing op:
a)
veredelingsproducten van in bijlage I genoemde goederen van oorsprong uit een derde land die voortkomen uit de regeling actieve veredeling als bedoeld in artikel 256 van Verordening (EU) nr. 952/2013 wanneer zij het douanegebied van een EVA-staat worden binnengebracht, mits zij naar een van de douanegebieden van de EVA-staten worden ingevoerd, en,
b)
wat de EVA-staten betreft, veredelingsproducten van in bijlage I vermelde goederen van oorsprong uit een derde land die het resultaat zijn van de gelijkwaardige procedures overeenkomstig hun respectieve nationale wetgeving, wanneer zij het douanegebied van de Unie worden binnengebracht, mits zij in dat douanegebied worden ingevoerd.”;
iv)worden in lid 4 de volgende alinea’s ingevoegd:
“In afwijking van de leden 1 en 2 is deze verordening niet van toepassing op goederen die eerder in het douanegebied van de Unie of van een EVA-staat in het vrije verkeer zijn gebracht, mits de aangever bij de douane in de volgende douaneaangifte aangeeft dat de goederen eerder in het vrije verkeer zijn gebracht.
Op verzoek van de douaneautoriteit waar de goederen worden ingevoerd, stelt de aangever documenten of informatie ter beschikking waaruit blijkt dat de goederen eerder in het vrije verkeer zijn gebracht binnen het douanegebied van de Unie of van een EVA-staat. De aangever is verantwoordelijk voor de beschikbaarheid van dit bewijsmateriaal op het moment waarop de douaneaangifte wordt ingediend.”;
v)in lid 5:
i)
worden na de woorden “artikel 59 van Verordening (EU) nr. 952/2013” de woorden “of, wat de EVA-staten betreft, de desbetreffende regels overeenkomstig hun respectieve nationale wetgeving” ingevoegd;
ii)
wordt de volgende alinea ingevoegd:
“Uiterlijk 45 dagen vóór de inwerkingtreding in de Unie van wijzigingen van de niet-preferentiële oorsprongsregels als bedoeld in artikel 59 van Verordening (EU) nr. 952/2013 stelt de Unie het Permanent Comité van de EVA-staten in kennis van de voorgestelde wijzigingen. De EVA-staten wijzigen binnen 45 dagen na ontvangst van de kennisgeving hun overeenkomstige regels in hun respectieve nationale wetgeving met het oog op een uniforme en gelijktijdige toepassing van deze wijzigingen. Het Gemengd Comité van de EER wordt van deze besluiten in kennis gesteld en publiceert periodiek een lijst van die besluiten in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.”;
vi)wordt in lid 12 de volgende alinea ingevoegd:
“Bij de sluiting door de Unie van een in dit artikel bedoelde overeenkomst wordt geen onderscheid gemaakt tussen CBAM-aangevers die in de EU en CBAM-aangevers die in de EVA-staten zijn gevestigd. De Unie houdt de EVA-staten in een vroeg stadium op de hoogte van de onderhandelingen over en de sluiting van overeenkomsten overeenkomstig dit artikel met het oog op de toepassing van artikel 9.”;
vii)wordt het volgende lid ingevoegd:
“13. Met het oog op een uniforme en gelijktijdige toepassing van goederencodes voor de identificatie van goederen die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen, is het volgende van toepassing:
Uiterlijk 45 dagen vóór de inwerkingtreding in de Unie van wijzigingen van de GN-codes uit hoofde van Verordening (EEG) nr. 2658/87 die zijn opgenomen in bijlage I, stelt de Unie het Permanent Comité van de EVA-staten in kennis van de voorgestelde wijzigingen. De EVA-staten wijzigen binnen 45 dagen na ontvangst van de kennisgeving de overeenkomstige goederencodes in hun nationale wetgeving die van toepassing is op de invoer in de douanegebieden van de EVA-staten van goederen die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen. Het Gemengd Comité van de EER wordt van deze besluiten in kennis gesteld en publiceert periodiek een lijst van die besluiten in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.
Wanneer de Unie Taric-goederencodes uit hoofde van Verordening (EG) nr. 2658/87 van de Raad met maximaal 10 cijfers gebruikt om goederen te identificeren die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen, voeren de EVA-staten in hun nationale wetgeving overeenkomstige codes met aanvullende cijfers in die van toepassing zijn op de invoer in de douanegebieden van de EVA-staten van goederen die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen. Uiterlijk 45 dagen vóór de inwerkingtreding in de Unie van dergelijke Taric-goederencodes stelt de Unie het Permanent Comité van de EVA-staten in kennis van die Taric-goederencodes, en binnen 45 dagen na ontvangst van de kennisgeving voeren de EVA-staten de nodige wijzigingen in hun nationale wetgeving in die van toepassing zijn op de invoer in de douanegebieden van de EVA-staten van goederen die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen.
De Unie stelt het Permanent Comité van de EVA-staten onverwijld in kennis van de referenties van elektronische douanedocumenten, certificeringsvereisten en toepasselijke vrijstellingen die relevant zijn voor de toepassing van deze verordening, met inbegrip van actualiseringen van dergelijke gegevenselementen. De EVA-staten stellen de Commissie ook in kennis van de overeenkomstige uitvoering van dergelijke elementen, waarbij zij zorgen voor afstemming en interoperabiliteit.
Goederen die in de douanegebieden van de EVA-staten worden ingevoerd, worden ingedeeld overeenkomstig hun respectieve nationale wetgeving, die identiek is aan de goederencodes die in de Unie van toepassing zijn op goederen die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen.”.
c)In artikel 3:
i)worden in punt 4), na de woorden “artikel 201 van Verordening (EU) nr. 952/2013”, de woorden “of, wat de EVA-staten betreft, de desbetreffende procedures overeenkomstig hun respectieve nationale douanewetgeving” ingevoegd;
ii)worden in punt 6), na de woorden “artikel 4 van Verordening (EU) nr. 952/2013”, de woorden “of, wat betreft de EVA-staten, de douanegebieden van de EVA-staten zoals omschreven in hun respectieve nationale wetgeving” ingevoegd;
iii)worden in punt 7), na de woorden “het douanegebied van de Unie”, de woorden “of de douanegebieden van de EVA-staten” ingevoegd;
iv)worden in punt 10), na de woorden “artikel 1, punt 48), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446”, de woorden “of, wat de EVA-staten betreft, de prijs van de goederen zelf bij verkoop voor uitvoer naar een douanegebied van de EVA-staten, met uitzondering van vervoers- en verzekeringskosten, tenzij deze in de prijs zijn begrepen en niet afzonderlijk op de factuur zijn vermeld, en andere belastingen en heffingen zoals die door de douaneautoriteiten aan de hand van relevante documenten kunnen worden vastgesteld” ingevoegd;
v)worden in punt 14), na de woorden “artikel 5, punt 1), van Verordening (EU) nr. 952/2013”, de woorden “of de douanediensten van de EVA-staten die verantwoordelijk zijn voor de toepassing van de douanewetgeving en alle andere autoriteiten van de EVA-staten die krachtens het nationale recht gemachtigd zijn bepaalde douanewetgeving toe te passen” ingevoegd;
vi)worden in punt 15), na de woorden “Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446”, de woorden “of, wat betreft de EVA-staten, de desbetreffende documentatie overeenkomstig de nationale wetgeving van de EVA-staten”, en, na de woorden “artikel 18 van Verordening (EU) nr. 952/2013”, de woorden “of een douanevertegenwoordiger overeenkomstig de nationale wetgeving van de EVA-staten” ingevoegd;
vii)worden in punt 16), na de woorden “Verordening (EU) nr. 952/2013”, de woorden “of, wat de EVA-staten betreft, de aangever als gedefinieerd overeenkomstig hun respectieve nationale douanewetgeving” ingevoegd;
viii)worden in punt 18) de woorden “Unierecht of nationaal recht” vervangen door de woorden “de EER-overeenkomst of het nationale recht”;
ix)worden in punt 20), na de woorden “artikel 9 van Verordening (EU) nr. 952/2013”, de woorden “of, wat de EVA-staten betreft, de relevante nationale bedrijfsidentificatiecode overeenkomstig hun respectieve nationale wetgeving” ingevoegd.
d)In artikel 4, artikel 5, leden 1 en 5, artikel 26, leden 2 en 4, worden na de woorden “het douanegebied van de Unie” de woorden “of het douanegebied van de EVA-staten” ingevoegd.
e)In artikel 5:
i)in lid 1 bis:
a)
worden de woorden “of een douanevertegenwoordiger overeenkomstig de nationale wetgeving van de EVA-staten” ingevoegd na het eerste en het tweede voorkomen van de woorden “indirecte douanevertegenwoordiger”;
b)
worden de woorden “of de douanevertegenwoordiger overeenkomstig de nationale wetgeving van de EVA-staten” ingevoegd na het derde voorkomen van de woorden “indirecte douanevertegenwoordiger”;
c)
worden na de woorden “artikel 18 van Verordening (EU) nr. 952/2013” de woorden “of, wat de EVA-staten betreft, hun respectieve nationale wetgeving” ingevoegd;
ii)worden in de leden 2 en 2 bis, na de woorden “de indirecte douanevertegenwoordiger”, de woorden “of een douanevertegenwoordiger overeenkomstig de nationale wetgeving van de EVA-staten” ingevoegd;
iii)wordt in lid 2 de volgende alinea ingevoegd:
“In de EVA-staten gevestigde CBAM-aangevers registreren in de volgende gevallen een EORI-nummer voordat zij in bijlage I vermelde goederen in het douanegebied van de Unie invoeren:
a)
de douaneaangifte wordt ingediend op naam van de importeur, of
b)
de douaneaangifte wordt ingediend door een indirecte douanevertegenwoordiger met gebruikmaking van het CBAM-toelatingsnummer van de importeur.”;
iv)wordt in lid 5 het volgende ingevoegd:
“i)een bedrijfsidentificatiecode die in een andere overeenkomstsluitende partij wordt gebruikt.”;
v)wordt in lid 7 de volgende alinea ingevoegd:
“Marktdeelnemers aan wie een bedrijfsidentificatiecode is toegekend die in een andere overeenkomstsluitende partij wordt gebruikt, moeten de relevante bevoegde autoriteit daarvan in kennis stellen.”.
f)In artikel 5, lid 5, punt b), artikel 14, lid 2, punt b), artikel 17, lid 4, punt b), en artikel 25, lid 2, worden, na de woorden “EORI-nummer”, de woorden “of, wat betreft de EVA-staten, de relevante bedrijfsidentificatiecode overeenkomstig hun nationale wetgeving” ingevoegd.
g)In artikel 6:
i)worden in lid 3, na de woorden “artikel 256 van Verordening (EU) nr. 952/2013”, de woorden “of, wat de EVA-staten betreft, de desbetreffende procedure overeenkomstig hun respectieve nationale wetgeving” ingevoegd;
ii)worden in lid 3, na de woorden “artikel 205 van Verordening (EU) nr. 952/2013”, de woorden “of, wat de EVA-staten betreft, de desbetreffende regels overeenkomstig hun respectieve nationale wetgeving” ingevoegd;
iii)worden in lid 4, na de woorden “artikel 259 van Verordening (EU) nr. 952/2013”, de woorden “of, wat de EVA-staten betreft, de desbetreffende regels overeenkomstig hun respectieve nationale wetgeving” ingevoegd;
iv)worden in lid 4, na de woorden “het douanegebied van de Unie”, de woorden “of de douanegebieden van de EVA-staten” ingevoegd;
v)worden in lid 5, na de woorden “artikel 203 van Verordening (EU) nr. 952/2013”, de woorden “of, wat de EVA-staten betreft, de desbetreffende regels overeenkomstig hun respectieve nationale wetgeving” ingevoegd.
h)In artikel 12 wordt de volgende zin ingevoegd:
“Voorts verleent de Commissie in voorkomend geval bijstand aan en betrekt zij de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA en de bevoegde autoriteiten van de EVA-staten bij het waarborgen van hetzelfde niveau van samenwerking en het bevorderen van een adequate uitwisseling van informatie tussen de bevoegde autoriteiten van de EVA-staten en de EU-lidstaten, alsook tussen de bevoegde autoriteiten van de EVA-staten en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA.”.
i)In artikel 13:
i)worden in lid 1 na het woord “Commissie” de woorden “of de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd;
ii)in lid 2:
a)
worden na het woord “Commissie” de woorden “en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd;
b)
wordt de volgende alinea ingevoegd:
“Wat de EVA-staten betreft, is het delen van informatie met het Europees Openbaar Ministerie niet van toepassing.”;
iii)worden de woorden “Unierecht of nationaal recht” vervangen door de woorden “de EER-overeenkomst of het nationale recht”.
j)In artikel 14, lid 1, worden na de woorden “bevoegde autoriteiten” de woorden “of in voorkomend geval de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd.
k)In artikel 15, lid 2, worden na de woorden “de betrokken bevoegde autoriteiten” de woorden “en, wat betreft de bevoegde autoriteiten van de EVA-staten, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd.
l)In artikel 17:
i)worden in lid 2, punt d), na de woorden “Verordening (EU) nr. 952/2013”, de woorden “of, wat de EVA-staten betreft, de relevante bedrijfsidentificatiecode overeenkomstig hun nationale wetgeving” ingevoegd;
ii)worden in lid 4, punt b), de volgende woorden ingevoegd: “en, in voorkomend geval, een bedrijfsidentificatiecode die in een andere overeenkomstsluitende partij wordt gebruikt.”;
iii)worden in lid 7 bis, na de woorden “31 maart 2026”, de woorden “of, wat betreft in de EVA-staten gevestigde importeurs en invoer in de douanegebieden van de EVA-staten, uiterlijk op 31 maart 2027” ingevoegd.
m)In artikel 19:
i)wordt in lid 1 de volgende alinea ingevoegd:
“Bij de uitvoering van controletaken met betrekking tot in de EVA-staten gevestigde CBAM-aangevers houdt de Commissie de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op de hoogte van onregelmatigheden met betrekking tot in de EVA-staten gevestigde CBAM-aangevers. Voorts kan de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA CBAM-aangiften met betrekking tot in de EVA-staten gevestigde CBAM-aangevers herzien.”;
ii)worden in lid 2, tweede alinea, de volgende zinnen ingevoegd:
“Audits ter plaatse bij in de EVA-staten gevestigde CBAM-aangevers worden uitgevoerd door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA. Functionarissen van de Commissie en andere door haar gemachtigde personen kunnen worden uitgenodigd om als waarnemer deel te nemen.”.
n)In artikel 20, lid 2:
i)worden in de tweede alinea na het woord “Commissie” de woorden “, in voorkomend geval de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA ten aanzien van in de EVA-staten gevestigde CBAM-aangevers,” ingevoegd;
ii)wordt de volgende alinea ingevoegd:
“Onder voorbehoud van de sluiting, door de EVA-staten en door de Commissie voor eigen rekening en namens de lidstaten, van een overeenkomst waarbij de EVA-staten zich aansluiten bij de gezamenlijke aanbestedingsovereenkomst ter aanwijzing van een gemeenschappelijk centraal platform, nemen de EVA-staten uit hoofde van dit lid deel aan de gezamenlijke actie.”;
o)In artikel 25:
i)wordt in lid 1 de volgende zin ingevoegd: “Daartoe en in afwachting van de aansluiting van de EVA-staten op EU-CSW-CERTEX zorgt de Commissie ervoor dat de douaneautoriteiten van de EVA-staten wekelijks toegang kunnen krijgen tot de nodige informatie over CBAM-toelatingen uit het CBAM-register.”;
ii)in lid 2:
a)worden na het woord “automatisch” de woorden “of, wat de EVA-staten betreft, periodiek en indien mogelijk automatisch” ingevoegd;
b)worden na de woorden “Verordening (EU) nr. 952/2013” de woorden “of, wat betreft de EVA-staten, de relevante functionaliteit die door de Commissie in het CBAM-register beschikbaar is gesteld om transactiegegevens van de douane in de toepasselijke structuur en het toepasselijke formaat te uploaden” ingevoegd;
c)worden na de woorden “de achtcijferige GN-code van de goederen” de woorden “of, wat de EVA-staten betreft, de desbetreffende goederencodes overeenkomstig hun respectieve nationale wetgeving” ingevoegd;
d)wordt de volgende alinea toegevoegd:
“Met het oog op de toepassing van deze verordening wisselen de overeenkomstsluitende partijen regelmatig informatie uit over de identiteit van hun toegelaten CBAM-aangevers en -importeurs.”;
iii)worden in lid 4, na de woorden “artikel 12, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013”, de woorden “of, wat de EVA-staten betreft, de desbetreffende vereisten overeenkomstig hun respectieve nationale wetgeving” ingevoegd;
iv)worden in lid 5 de woorden “Verordening (EG) nr. 515/97” vervangen door de woorden “Protocol nr. 11 bij de EER-overeenkomst”.
p)In artikel 25 bis, lid 1, wordt de volgende alinea ingevoegd:
“Bij de uitvoering van toezichttaken met betrekking tot in de EVA-staten gevestigde importeurs op grond van dit artikel houdt de Commissie de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op de hoogte van onregelmatigheden met betrekking tot in de EVA-staten gevestigde importeurs en kan zij de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA om relevante informatie verzoeken voor zover dit nodig is voor de taken van de Commissie op grond van dit artikel. Voorts houdt de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA toezicht op de unieke op massa gebaseerde drempelwaarde voor in de EVA-staten gevestigde importeurs.”
q)In artikel 27:
i)worden in lid 1, lid 4, tweede zin, en lid 5, na het woord “Commissie”, de woorden “of, wat betreft in de EVA-staten gevestigde importeurs, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd;
ii)worden in lid 2, punt a), na de woorden “die niet in bijlage I zijn opgenomen”, de woorden “of, wat betreft de EVA-staten, onder nationale goederencodes die niet onder het toepassingsgebied van bijlage I vallen” ingevoegd;
r)In artikel 36:
i)worden in lid 2, punt a), de volgende zinnen ingevoegd: “Wat de EVA-staten betreft, zijn de artikelen 5, 14, 16 en 17 van toepassing met ingang van 1 september 2026. De artikelen 10 en 10 bis zijn van toepassing met ingang van 1 december 2026.”;
ii)worden in lid 2, punt b), na de woorden “1 januari 2026”, de woorden “of, wat betreft de EVA-staten, met ingang van 1 januari 2027” ingevoegd.
s)In bijlage I, lid 1, worden na de woorden “Verordening (EEG) nr. 2658/87” de woorden “of, wat de EVA-staten betreft, de desbetreffende goederencodes overeenkomstig hun respectieve nationale wetgeving” ingevoegd.
t)Aan de hoofding van bijlage II wordt de volgende zin toegevoegd:
“Voor de EVA-staten worden de goederen geïdentificeerd aan de hand van de overeenkomstige goederencodes overeenkomstig hun respectieve nationale wetgeving.”.
u)In bijlage III, lid 1, worden de woorden “IJsland” en “Noorwegen” geschrapt.
v)Deze verordening is niet van toepassing op Liechtenstein.
Artikel 2
De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van de Verordeningen (EU) 2023/956 en (EU) 2025/2083 zijn authentiek.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op […], of op de veertiende dag na die van de laatste kennisgeving zoals bedoeld in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst, indien dat later is.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel, […].
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
[…]
De secretarissen
van het Gemengd Comité van de EER
[…]
Verklaring van IJsland en Noorwegen bij Besluit nr. xx/2026 [dit besluit] waarbij Verordening (EU) 2023/956 in de EER-overeenkomst wordt opgenomen
Verordening (EU) 2023/956 is van toepassing op goederen die naar een kunstmatig eiland, een vaste of drijvende structuur of enige andere structuur op het continentaal plat of in de exclusieve economische zone worden gebracht. Er zij aan herinnerd dat de opneming van besluiten met een dergelijke uitzonderlijke toepassing in de EER-overeenkomst geen afbreuk doet aan de afspraak dat de EER-overeenkomst overeenkomstig artikel 126 van toepassing is op het grondgebied van de EVA-staten.