EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 31.3.2026
COM(2026) 143 final
BIJLAGE
bij
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende het namens de Europese Unie in het Gemengd Comité van de EER in te nemen standpunt betreffende een wijziging van bijlage IX (Financiële diensten) bij de EER-overeenkomst
(Toezicht op bepaalde benchmarkbeheerders door de ESMA)
BIJLAGE
ONTWERPBESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER
Nr. […]
van […]
tot wijziging van bijlage IX (Financiële diensten) bij de EER-overeenkomst
HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,
Gezien de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (hierna “de EER-overeenkomst” genoemd), en met name artikel 98,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/804 van de Commissie van 16 februari 2022 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad door specificatie van procedureregels voor maatregelen die van toepassing zijn op het toezicht door de Europese Autoriteit voor effecten en markten op bepaalde benchmarkbeheerders moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.
(2)Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/805 van de Commissie van 16 februari 2022 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad door specificatie van vergoedingen die van toepassing zijn op het toezicht door de Europese Autoriteit voor effecten en markten op bepaalde benchmarkbeheerders moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.
(3)Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/1705 van de Commissie van 11 maart 2024 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/805 wat betreft de harmonisatie van bepaalde aspecten van door de Europese Autoriteit voor effecten en markten aan bepaalde benchmarkbeheerders aangerekende vergoedingen moet in de EER-overeenkomst worden opgenomen.
(4)Bijlage IX bij de EER-overeenkomst moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Bijlage IX bij de EER-overeenkomst wordt als volgt gewijzigd:
1.In punt 31lzb (Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1848 van de Commissie) wordt het volgende ingevoegd:
“31lzc. 32022 R 0804: Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/804 van de Commissie van 16 februari 2022 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad door specificatie van procedureregels voor maatregelen die van toepassing zijn op het toezicht door de Europese Autoriteit voor effecten en markten op bepaalde benchmarkbeheerders (PB L 145 van 24.5.2022, blz. 7).
De bepalingen van de Gedelegeerde Verordening worden voor de toepassing van deze overeenkomst met de volgende aanpassingen gelezen:
a)in artikel 2, lid 1, wordt “en, wat betreft de EVA-staten, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na “de ESMA”;
b)in artikel 3:
i)wordt in de leden 1 en 6 “en, in voorkomend geval, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na “De ESMA”;
ii) wordt in lid 2 de volgende alinea ingevoegd:
“Wat betreft de EVA-staten stelt de ESMA de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA ervan in kennis wanneer een dossier onvolledig is. De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA stuurt een met redenen omkleed verzoek om aanvullende documenten aan de onderzoeksfunctionaris.”;
iii)wordt in lid 3 “of, wat betreft de EVA-staten, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na “de ESMA”;
iv)wordt in lid 4 wordt de volgende alinea ingevoegd:
“Wat betreft de EVA-staten, stelt de ESMA de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA ervan in kennis wanneer zij niet instemt met de bevindingen van de onderzoeksfunctionaris. De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA legt aan de aan het onderzoek onderworpen persoon een nieuwe mededeling van bevindingen voor. In die mededeling van bevindingen wordt een termijn van ten minste vier weken vastgesteld waarbinnen de aan het onderzoek onderworpen persoon schriftelijke opmerkingen kan indienen. Wanneer de ESMA, vóór het opstellen van een concept voor de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, of de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA een besluit neemt over het bestaan van een inbreuk en over het instellen van toezichtmaatregelen of het opleggen van een geldboete overeenkomstig de artikelen 48 sexies en 48 septies van Verordening (EU) 2016/1011, is zij niet verplicht rekening te houden met schriftelijke opmerkingen die na het verstrijken van deze termijn zijn ontvangen.”;
v)wordt in lid 5 wordt de volgende alinea ingevoegd:
“Wat betreft de EVA-staten, stelt de ESMA de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA ervan in kennis wanneer zij geheel of gedeeltelijk instemt met de bevindingen van de onderzoeksfunctionaris. De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA stelt de aan het onderzoek onderworpen persoon daarvan in kennis. Een dergelijke kennisgeving bevat een termijn van ten minste twee weken indien de ESMA instemt met alle bevindingen, en van ten minste vier weken indien de ESMA niet instemt met alle bevindingen, waarbinnen de aan het onderzoek onderworpen persoon schriftelijke opmerkingen kan indienen. Wanneer de ESMA, vóór het opstellen van een concept voor de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA, of de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA een besluit neemt over het bestaan van een inbreuk en over het instellen van toezichtmaatregelen of het opleggen van een geldboete overeenkomstig de artikelen 48 sexies en 48 septies van Verordening (EU) 2016/1011, is zij niet verplicht rekening te houden met schriftelijke opmerkingen die na het verstrijken van deze termijn zijn ontvangen.”;
vi)wordt in lid 7 “of, in voorkomend geval, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na “de ESMA”;
c)in artikel 4:
i)wordt in lid 1 “of, in voorkomend geval, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na “de ESMA”;
ii)wordt in lid 4 “en, wat betreft de EVA-staten, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na “De ESMA”;
d)in artikel 5:
i)wordt in lid 1, in lid 2, eerste en tweede alinea, in lid 3, eerste alinea, en in lid 4 “of, in voorkomend geval, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na “de ESMA”;
ii)wordt in lid 2, derde en vierde alinea, “en, in voorkomend geval, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na “de ESMA”;
iii)wordt in lid 3 na de tweede alinea de volgende alinea ingevoegd:
“Wat betreft de EVA-staten, als de ESMA, nadat zij de aan het voorlopige besluit onderworpen persoon heeft gehoord, van oordeel is dat deze een inbreuk op de voorschriften van artikel 38 octies, lid 1, van Verordening (EU) 600/2014 heeft gepleegd, stelt zij de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA daarvan in kennis. De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA neemt een definitief besluit tot oplegging van een of meer toezichtsmaatregelen als bedoeld in artikel 48 sexies van Verordening (EU) 2016/1011. De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA stelt de aan het voorlopige besluit onderworpen persoon onmiddellijk in kennis van dat besluit.”;
e)in artikel 6:
i)wordt “en, in voorkomend geval, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na de eerste keer dat “de ESMA” voorkomt;
ii)wordt “of, in voorkomend geval, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na de tweede keer dat “de ESMA” voorkomt;
f)in artikel 7:
i)wordt in lid 3 “en, wat betreft de EVA-staten, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na de eerste keer dat “de ESMA” voorkomt;
ii)wordt in lid 3 “of, in voorkomend geval, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na de tweede keer dat “de ESMA” voorkomt;
iii)wordt in lid 5 wordt de volgende alinea ingevoegd:
“De verjaring voor de oplegging van geldboeten en dwangsommen wordt geschorst zolang het besluit van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA het voorwerp vormt van een procedure bij het EVA-Hof, overeenkomstig artikel 36 van de Overeenkomst tussen de EVA-staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie.”
g)wordt in artikel 8, wat betreft de EVA-staten:
i)in de leden 1 en 3 “of, in voorkomend geval, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na “de ESMA”;
ii)in lid 5 “of wat betreft de EVA-staten, toetsing door het EVA-Hof overeenkomstig artikel 35 van de Overeenkomst tussen de EVA-staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie” ingevoegd na “Verordening (EU) 2016/1011”.”
2.In punt 31lzc (Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/804 van de Commissie) wordt het volgende ingevoegd:
“31lzd. 32022 R 0805: Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/805 van de Commissie van 16 februari 2022 tot aanvulling van Verordening (EU) 2016/1011 van het Europees Parlement en de Raad door specificatie van vergoedingen die van toepassing zijn op het toezicht door de Europese Autoriteit voor effecten en markten op bepaalde benchmarkbeheerders (PB L 145 van 24.5.2022, blz. 14), gewijzigd bij:
-32024 R 1705: Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/1705 van de Commissie van 11 maart 2024 (PB L, 2024/1705, 18.6.2024).
De bepalingen van de Gedelegeerde Verordening worden voor de toepassing van deze overeenkomst met de volgende aanpassingen gelezen:
a)in artikel 1, artikel 2 bis, punt b), artikel 4, lid 3, artikel 5, artikel 8, lid 2, artikel 9 en artikel 10, wordt “of, in voorkomend geval, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na “de ESMA”;
b)in artikel 3, lid 3, wordt “of, in voorkomend geval, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na “de debetnota van de ESMA”;
c)in artikel 5 wordt “of, in voorkomend geval, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na “ de desbetreffende debetnota van de ESMA”;
d)in artikel 7:
i)wordt in lid 2 “of, wat betreft de EVA-staten, de in de leden 3 tot en met 6 van dit artikel beschreven achterstandsrente” ingevoegd na “verschuldigd”;
ii)worden na lid 2 de volgende leden ingevoegd:
“3. Onverminderd de specifieke bepalingen die voortvloeien uit de toepassing van specifieke regelingen, is elke schuldvordering die op de vervaldag niet is voldaan, rentedragend overeenkomstig de leden 4 en 5 van dit artikel.
4. De rentevoet voor op de vervaldag te ontvangen, maar nog niet betaalde bedragen is het door de Europese Centrale Bank op haar basisherfinancieringstransacties toegepaste percentage dat geldt op de eerste dag van de maand van de vervaldag, zoals gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie, C-serie, vermeerderd met:
a)acht procentpunten wanneer de schuldvordering voortvloeit uit een overeenkomst voor leveringen of een overeenkomst voor diensten;
b)drieënhalf procentpunten in alle andere gevallen.
5. De rente wordt berekend vanaf de kalenderdag die volgt op de vervaldag tot en met de kalenderdag waarop de schuld volledig is betaald.
De invorderingsopdracht voor de achterstandsrente wordt gedateerd op de dag waarop die rente daadwerkelijk is ontvangen.
6. In gevallen waarin de totale rente negatief zou zijn, wordt deze op nul procent vastgesteld.”;
e)wordt in lid 8 “of, wat betreft de EVA-staten, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA” ingevoegd na “de factuur van de ESMA”;
f)In artikel 10, lid 2, wordt de volgende alinea ingevoegd:
“Wanneer wat betreft in de EVA-staten gevestigde beheerders van kritieke benchmarks, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA-staten een bedrag moet terugbetalen aan een nationale bevoegde instantie, stelt de ESMA hiertoe onverwijld de terug te betalen bedragen ter beschikking van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA.”.”
Artikel 2
De in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie bekend te maken teksten in de IJslandse en de Noorse taal van de Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2022/804, (EU) 2022/805 en (EU) 2024/1705 zijn authentiek.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op […], op voorwaarde dat alle in artikel 103, lid 1, van de EER-overeenkomst bedoelde kennisgevingen hebben plaatsgevonden, of op de dag van de inwerkingtreding van Besluit nr. …/… van of op de dag van de inwerkingtreding van Besluit nr. …/… van [...] van het Gemengd Comité van de EER [waarbij {Verordening (EU) 2019/2175} in de EER-overeenkomst wordt opgenomen], als dat later is.
Artikel 4
Dit besluit wordt bekendgemaakt in het EER-gedeelte van en in het EER-supplement bij het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel,
Voor het Gemengd Comité van de EER
De voorzitter
De secretarissen
van het Gemengd Comité van de EER