Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52026PC0074

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekerings- of herverzekeringsondernemingen , e beleggingsondernemingen, vermogensbeheerders en beheerders van alternatieve beleggingsfondsen in een financieel conglomeraate (codificatie)

COM/2026/74 final

Brussel, 17.2.2026

COM(2026) 74 final

2026/0045(COD)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekerings- of herverzekeringsondernemingen , e beleggingsondernemingen, vermogensbeheerders en beheerders van alternatieve beleggingsfondsen in een financieel conglomeraate (codificatie)

(Voor de EER relevante tekst)


TOELICHTING

1.In de context van een Europa van de burgers hecht de Commissie groot belang aan het vereenvoudigen en verduidelijken van het recht van de Unie om het duidelijker en toegankelijker te maken voor de gewone burger, zodat deze nieuwe mogelijkheden krijgt en in staat wordt gesteld gebruik te maken van de specifieke rechten die hij aan het recht van de Unie kan ontlenen.

Dit doel kan niet worden verwezenlijkt zolang talloze bepalingen die meermaals en vaak ingrijpend zijn gewijzigd, gedeeltelijk in het oorspronkelijke besluit en gedeeltelijk in de latere wijzigingsbesluiten te vinden zijn. Om dan na te gaan wat de geldende regels zijn, is veel zoekwerk vereist, waarbij een groot aantal besluiten moet worden vergeleken.

Codificatie van meermaals gewijzigde regels is dan ook van essentieel belang om het recht duidelijk en doorzichtig te maken.

2.Bij haar besluit van 1 april 1987 1 heeft de Commissie haar diensten opgedragen alle besluiten na maximaal tien wijzigingen te codificeren, waarbij zij erop wijst dat dit een minimumregel is en dat haar diensten ter wille van de duidelijkheid en het juiste begrip van de bepalingen ernaar zouden moeten streven de teksten waarvoor zij verantwoordelijkheid dragen, met nog kortere tussenpozen te codificeren.

3.De conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Edinburgh (december 1992) hebben dit bevestigd 2 en het belang van codificatie onderstreept, omdat daarmee rechtszekerheid wordt verschaft omtrent de vraag welke wet op een gegeven moment op een bepaald onderwerp van toepassing is.

Bij codificatie moet de normale procedure voor de vaststelling van besluiten van de Unie volledig in acht worden genomen.

Aangezien bij codificatie geen inhoudelijke wijzigingen in de betrokken wetteksten mogen worden aangebracht, zijn het Europees Parlement, de Raad en de Commissie bij Interinstitutioneel Akkoord van 20 december 1994 een versnelde werkmethode voor de codificatie van wetteksten overeengekomen.

4.Dit voorstel beoogt de codificatie van Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat en tot wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG, 79/267/EEG, 92/49/EEG, 92/96/EEG, 93/6/EEG en 93/22/EEG van de Raad en van de Richtlijnen 98/78/EG en 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad 3 . De nieuwe richtlijn vervangt de verschillende besluiten die erin zijn verwerkt 4 ; dit voorstel laat de inhoud van de besluiten die worden gecodificeerd onverlet en beperkt zich er derhalve toe deze samen te voegen en daarin slechts de formele aanpassingen aan te brengen die voor de codificatie zelf vereist zijn.

5.Dit voorstel voor een codificatie is opgesteld op basis van een voorafgaande consolidatie, in alle officiële talen, van Richtlijn 2002/87/EG en de besluiten tot wijziging daarvan, met behulp van een gegevensverwerkingssysteem van het Bureau voor publicaties van de Europese Unie. Voor zover de artikelen zijn vernummerd, is het verband tussen de oude en de nieuwe nummering weergegeven in een concordantietabel die is opgenomen in bijlage IV bij de gecodificeerde richtlijn.

🡻 Directive 2002/87/EG (aangepast)

2026/0045 (COD)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekerings-  of herverzekeringsondernemingen  , e beleggingsondernemingen,  vermogensbeheerders en beheerders van alternatieve beleggingsfondsen  in een financieel conglomeraate (codificatie)

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag  betreffende de werking van de Europese Unie , en met name op artikel  53 , lid  1 ,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 5 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

🡻 

(1)Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad 6 is herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd 7 . Ter wille van de duidelijkheid en een rationele ordening van de tekst dient tot codificatie van die richtlijn te worden overgegaan.

🡻 Directive 2002/87/EG overweging 5 (aangepast)

(2)Om doeltreffend te zijn moet het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekerings-  of herverzekeringsondernemingen, , beleggingsondernemingen,  vermogensbeheerders en beheerders van alternatieve beleggingsfondsen (gereglementeerde entiteiten)  in een financieel conglomeraat worden toegepast op alle dergelijke conglomeraten waarvan de sectoroverschrijdende financiële activiteiten significant zijn, hetgeen het geval is indien bepaalde drempels bereikt worden, ongeacht hoe die conglomeraten gestructureerd zijn. Het aanvullende toezicht dient betrekking te hebben op alle financiële activiteiten die in de sectorale financiële wetgeving worden opgesomd, en moet alle entiteiten bestrijken die in hoofdzaak dergelijke activiteiten uitoefenen.

🡻 2011/89/EU overweging 1 (aangepast)

(3)Richtlijn 2002/87/EG  verleende  de bevoegde autoriteiten in de financiële sector aanvullende bevoegdheden en  verschafte  hun extra instrumenten voor de uitoefening van het toezicht op groepen samengesteld uit diverse gereglementeerde entiteiten  ,  die in verschillende sectoren van de financiële markten actief zijn. Dergelijke groepen, die financiële conglomeraten worden genoemd, zijn blootgesteld aan risico’s die groepsrisico’s worden genoemd en die omvatten: besmettingsrisico’s (waarbij risico’s van één deel van de groep zich over de gehele groep verspreiden), risicoconcentratie (waarbij hetzelfde type risico zich tegelijkertijd in diverse delen van de groep voordoet), de complexiteit van het managen van vele verschillende juridische entiteiten, potentiële belangenconflicten, alsook de opgave om het wettelijk aan te houden kapitaal aan alle gereglementeerde entiteiten van het financiële conglomeraat toe te delen  waarbij  het meermaals gebruiken van hetzelfde kapitaal wordt vermeden. Op financiële conglomeraten dient derhalve aanvullend toezicht te worden uitgeoefend naast het toezicht op individuele, geconsolideerde of groepsbasis zonder dat er sprake is van enige overlapping of van enigerlei effect op de groep en ongeacht de juridische structuur ervan.

🡻 2011/89/EU overweging 3 (aangepast)

(4)Het is noodzakelijk dat financiële conglomeraten door heel de Unie heen worden geïdentificeerd naargelang de mate waarin zij aan groepsrisico’s zijn blootgesteld, op basis van gemeenschappelijke richtsnoeren die  dienen te  worden vastgesteld door de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad 8  (EBA), de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad 9  (EIOPA) en de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad 10  (ESMA) in overeenstemming met artikel 56 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010 en Verordening (EU) nr. 1095/2010  respectievelijk , middels het Gemengd Comité van de Europese toezichthoudende autoriteiten (Gemengd Comité). Het is bovendien belangrijk dat de voorwaarden om van de uitoefening van aanvullend toezicht af te zien, worden toegepast op een risicogebaseerde wijze volgens die richtsnoeren. Dat is van bijzonder groot belang in het geval van de grotere, internationaal opererende financiële conglomeraten.

🡻 2002/87/EG overweging 6

(5)Bij besluiten om een bepaalde entiteit niet onder het aanvullend toezicht te laten vallen, dient onder andere rekening te worden gehouden met de vraag of die entiteit al dan niet op grond van de sectorale voorschriften onder het groepsbrede toezicht valt.

🡻 2002/87/EG overweging 7 (aangepast)

(6)De bevoegde autoriteiten dienen de financiële situatie van  gereglementeerde entiteiten  die van een financieel conglomeraat deel uitmaken, op groepsniveau te kunnen beoordelen, in het bijzonder wat betreft solvabiliteit (onder meer ter voorkoming van "multiple gearing" van eigen vermogensinstrumenten), risicoconcentratie en intragroeptransacties.

🡻 2002/87/EG overweging 8 (aangepast)

(7)Financiële conglomeraten worden vaak beheerd naar hun bedrijfsonderdelen, die niet altijd volledig samenvallen met de juridische  structuren  van het conglomeraat.

🡻 2002/87/EG overweging 9

(8)Voor alle aan aanvullend toezicht onderworpen financiële conglomeraten moet uit de kring van betrokken bevoegde autoriteiten een coördinator worden aangewezen.

🡻 2002/87/EG overweging 10

(9)De taken van de coördinator dienen de taken en verantwoordelijkheden van de bevoegde autoriteiten als vastgesteld in de sectorale voorschriften, onverlet te laten.

🡻 2002/87/EG overweging 11 (aangepast)

(10)De betrokken bevoegde autoriteiten, en vooral de coördinator, moeten beschikken over de middelen die nodig zijn om van de  gereglementeerde  entiteiten in een financieel conglomeraat of van andere bevoegde autoriteiten de informatie te verkrijgen die dienstig is voor de uitoefening van het aanvullende toezicht.

🡻 2011/89/EU overweging 4 (aangepast)

(11)Bevoegde autoriteiten zijn alleen in staat een veelomvattende en adequate controle op groepsrisico’s bij grote, complexe en internationaal opererende financiële conglomeraten uit te oefenen en toezicht op het groepsbrede kapitaalbeleid van dergelijke groepen te houden wanneer zij toezichtgegevens vergaren en toezichtmaatregelen plannen die verder gaan dan de nationale reikwijdte van hun mandaat. Het is daarom noodzakelijk dat bevoegde autoriteiten het aanvullende toezicht op internationaal opererende financiële conglomeraten coördineren tussen de bevoegde autoriteiten die als het meest relevant voor het aanvullende toezicht op een financieel conglomeraat worden aangemerkt. De colleges van de relevante bevoegde autoriteiten van een financieel conglomeraat dienen te handelen in overeenstemming met het aanvullende karakter van  deze  Richtlijn en moeten als zodanig niet de activiteiten van de desbetreffende bestaande colleges voor de banksubgroep en de verzekeringssubgroep voor die financiële conglomeraten herhalen of vervangen maar moet juist daaraan waarde toevoegen. Er dient alleen een college voor een financieel conglomeraat te worden opgericht wanneer er geen sectoraal bank- of verzekeringscollege is.

🡻 2002/87/EG overweging 12 (aangepast)

(12)Er is behoefte aan samenwerking tussen de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitoefening van het toezicht op  gereglementeerde entiteiten , onder meer door de ontwikkeling van ad-hocsamenwerkingsregelingen tussen de autoriteiten die betrokken zijn bij het toezicht op tot eenzelfde financiële conglomeraat behorende entiteiten.

🡻 2011/89/EU overweging 5 (aangepast)

(13)Om een adequaat regulerend toezicht te verzekeren is het noodzakelijk dat er op de juridische structuur en de bestuur- en organisatorische structuur van alle gereglementeerde entiteiten, niet-gereglementeerde dochterondernemingen van banken en hun significante bijkantoren,  verzekerings- of herverzekeringsondernemingen  en financiële conglomeraten met grensoverschrijdende activiteiten, toezicht wordt gehouden door de EBA, EIOPA en ESMA (European Supervisory Authorities — „ESA’s”) en, al naar het geval, het Gemengd Comité, en dat informatie bekend wordt gemaakt aan de relevante bevoegde autoriteiten.

🡻 2011/89/EU overweging 6

(14)Teneinde effectief aanvullend toezicht op de gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat te verzekeren, met name wanneer het hoofdkantoor van één van de dochterondernemingen in een derde land is gevestigd, moeten de onder deze richtlijn vallende ondernemingen elke onderneming omvatten, in het bijzonder elke kredietinstelling die zijn statutaire zetel in een derde land heeft en die vergunningsplichtig zou zijn indien zijn statutaire zetel zich in de Unie zou bevinden.

🡻 2011/89/EU overweging 7 (aangepast)

(15)Het aanvullend toezicht op grote, complexe en internationaal opererende financiële conglomeraten vereist Unie brede coördinatie teneinde aan de stabiliteit van de interne markt voor financiële diensten bij te dragen. Daartoe dienen de bevoegde autoriteiten de methoden voor toezicht overeen te komen, die ten aanzien van dergelijke financiële conglomeraten moeten worden toegepast. De ESA’s dienen in overeenstemming met respectievelijk artikel 56 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010 en Verordening (EU) nr. 1095/2010, via het Gemengd Comité, voor dergelijke gemeenschappelijke methoden gemeenschappelijke richtsnoeren uit te vaardigen en aldus te zorgen voor een algemeen prudent kader van de beschikbare toezichtinstrumenten en -bevoegdheden in de richtlijnen met betrekking tot bank-, verzekerings-, effecten- en financiële conglomeraten. De richtsnoeren voorzien in  deze  Richtlijn moeten het aanvullende karakter van het daaronder bedoelde toezicht weerspiegelen en het sectorspecifieke toezicht aanvullen, waarin Richtlijn Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad 11 , Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad 12 , Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad 13 , en 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad 14 voorzien.

🡻 2011/89/EU overweging 8 (aangepast)

(16)Er is een onmiskenbare noodzaak om potentiële groepsrisico’s waarmee een financieel conglomeraat wordt geconfronteerd door zijn deelneming in andere ondernemingen, te monitoren en te controleren. Voor die gevallen waarin de door  deze  Richtlijn verleende specifieke toezichtbevoegdheden ontoereikend blijken, dient de toezichthoudende gemeenschap alternatieve methoden te ontwikkelen om dergelijke risico’s aan te pakken en op passende wijze in aanmerking te nemen, bij voorkeur door middel van werkzaamheden die door de ESA’s via het Gemengd Comité worden uitgevoerd. Indien een deelneming de enige aanleiding vormt voor de identificatie van een groep als financieel conglomeraat, moet het de toezichthouders worden toegestaan na te gaan of de groep aan groepsrisico’s is blootgesteld en, in voorkomend geval, de groep van aanvullend toezicht vrij te stellen.

🡻 2011/89/EU overweging 11 (aangepast)

(17)Stresstests voor de banksubgroepen en de verzekeringssubgroepen van een financieel conglomeraat moeten op regelmatige basis worden uitgevoerd, maar het is de rol van de overeenkomstig  deze  Richtlijn aangewezen coördinator om te beslissen over de wenselijkheid, de parameters en de timing van een dergelijke test voor een afzonderlijk financieel conglomeraat als geheel. Bij Uniebrede stresstests die door de ESA’s in sectorspecifiek verband worden uitgevoerd, moet het de taak van het Gemengd Comité zijn om ervoor te zorgen dat dergelijke stresstests zodanig worden uitgevoerd dat de consistentie tussen sectoren bewaard blijft. Om die redenen moeten de ESA’s, via het Gemengd Comité, de mogelijkheid hebben om aanvullende parameters voor Uniebrede stresstests uit te werken, die de specifieke groepsrisico’s die zich typisch in financiële conglomeraten voordoen, kunnen herkennen, en zij moeten de resultaten van die testen kunnen publiceren, waar dat door sectorale wetgeving wordt toegestaan. Er moet rekening worden gehouden met de ervaring uit eerdere Uniewijde stresstests. Stresstests moeten bijvoorbeeld rekening houden met liquiditeits- en solvabiliteitsrisico’s van financiële conglomeraten.

🡻 2002/87/EG overweging 13 (aangepast)

(18) Gereglementeerde entiteiten , met hoofdkantoor in de  Unie , kunnen deel uitmaken van een financieel conglomeraat waarvan de moederonderneming haar hoofdkantoor buiten de  Unie  heeft. Die gereglementeerde entiteiten moeten onderworpen zijn aan gelijkwaardige en passende aanvullende toezichtsregelingen  die  soortgelijke doelstellingen en resultaten  bereiken  als die  welke door de bepalingen van  deze richtlijn  worden beoogd . Te dien einde zijn doorzichtigheid van de regelgeving en uitwisseling van informatie met de autoriteiten van derde landen over alle relevante aspecten van groot belang.

🡻 2002/87/EG overweging 14

(19)Er kan alleen worden aangenomen dat een gelijkwaardige en passende regeling inzake aanvullend toezicht bestaat indien de toezichthoudende autoriteiten van het derde land ermee hebben ingestemd samen te werken met de betrokken bevoegde autoriteiten met betrekking tot de middelen voor en de doelstellingen van de uitoefening van het aanvullende toezicht op de gereglementeerde entiteiten van een financieel conglomeraat.

🡻 2002/87/EG overweging 15

(20)Deze richtlijn vereist niet dat de bevoegde autoriteiten aan het Comité voor financiële conglomeraten informatie bekendmaken die krachtens deze of andere sectorale richtlijnen vertrouwelijk moet worden gehouden.

🡻 2011/89/EU overweging 15 (aangepast)

(21)Teneinde het aanvullende toezicht op financiële entiteiten in een financieel conglomeraat te versterken, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen ten aanzien van technische aanpassingen die moeten worden gemaakt op  deze  Richtlijn aangaande de definities, het in lijn brengen van de terminologie en de berekeningsmethoden, zoals  daarin  zijn vastgelegd. Het is van bijzonder belang dat de Commissie gedurende haar voorbereidende werkzaamheden op maat gesneden consultaties houdt, inclusief consultaties op expertniveau  , en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016 15  .  In het bijzonder dienen, teneinde een gelijke deelname bij de voorbereiding van gedelegeerde handelingen te waarborgen  het Europees Parlement en de Raad  alle documenten op hetzelfde tijdstip te ontvangen als de deskundigen van de lidstaten, en dienen hun deskundigen systematisch toegang te krijgen tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen .

🡻 2002/87/EG overweging 16 (aangepast)

(22)Daar het doel van  deze richtlijn , namelijk de vaststelling van voorschriften voor de uitoefening van aanvullend toezicht op  gereglementeerde entiteiten , in een financieel conglomeraat, niet op voldoende wijze door de lidstaten kan worden verwezenlijkt  maar  vanwege de omvang  of  de gevolgen van het optreden beter door de  Unie  kan worden verwezenlijkt, kan de  Unie  overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag  van de Europese Unie  neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om dit doeleinde te verwezenlijken. Aangezien deze richtlijn minimumnormen vaststelt, staat het de lidstaten vrij strengere regels op te leggen.

🡻 2002/87/EG overweging 17

(23)Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en strookt met de beginselen die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend.

🡻 

(24)Deze richtlijn dient de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage III, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht en toepassing van de aldaar genoemde richtlijnen onverlet te laten,

🡻 Directive 2002/87/EG (aangepast)

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

HOOFDSTUK 1

 ONDERWERP  EN DEFINITIES

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 1 (aangepast)

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze richtlijn worden voorschriften vastgesteld voor het aanvullende toezicht op gereglementeerde entiteiten waaraan vergunning is verleend in overeenstemming met artikel 5 van Richtlijn 2014/65/EU, artikel 8 van Richtlijn 2013/36/EU, artikel 5 van Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad 16 , artikel 14 van Richtlijn 2009/138/EG, of de artikelen 6 t/m 11 van Richtlijn 2011/61/EU, en die deel uitmaken van een financieel conglomeraat.

Artikel 2

Definities

In deze richtlijn wordt verstaan onder:

1.„kredietinstelling”: een kredietinstelling  als gedefinieerd in  artikel 4, lid 1,  punt 1), van  Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad 17  ;

2.„verzekeringsonderneming”: een verzekeringsonderneming  als gedefinieerd in  artikel 13, lid 1, 2 of 3 van Richtlijn 2009/138/EG;

3.„beleggingsonderneming”: een beleggingsonderneming  als gedefinieerd in  artikel 4, lid 1, punt 1), van Richtlijn 2014/65/EU, met inbegrip van  een erkende beleggingsonderneming van een derde land als gedefinieerd  in artikel 4, lid 1, punt 25, van Verordening (EU) nr. 575/2013 of een onderneming waarvan de statutaire zetel in een derde land is gelegen en die overeenkomstig Richtlijn 2014/65/EU vergunningsplichtig zou zijn indien haar statutaire zetel zich  in  de Unie zou bevinden;

4.„gereglementeerde entiteit”: een kredietinstelling, een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming, een beleggingsonderneming, een vermogensbeheerder of een beheerder van een alternatief beleggingsfonds;

5.„vermogensbeheerder”: een beheermaatschappij  als gedefinieerd in  artikel 2, lid 1, punt b), van Richtlijn 2009/65/EG, of een onderneming waarvan de statutaire zetel in een derde land is gelegen en die krachtens die richtlijn vergunningsplichtig zou zijn indien zij haar statutaire zetel in de Unie zou bevinden;

6.„beheerder van alternatieve beleggingsfondsen”: beheerder van een alternatief beleggingsfonds  als gedefinieerd  in artikel 4, lid 1, punten b), l), en ab) van Richtlijn 2011/61/EU of een onderneming waarvan de statutaire zetel in een derde land is gelegen en die krachtens die richtlijn vergunningsplichtig zou zijn indien haar statutaire zetel zich  in  de Unie zou bevinden;

7.„herverzekeringsonderneming”: een herverzekeringsonderneming  als gedefinieerd  in artikel 13, punten 4, 5 en 6, van Richtlijn 2009/138/EG of een „special purpose vehicle”  als gedefinieerd  in artikel 13, punt 26, van Richtlijn 2009/138/EG;

🡻 2019/2034 Art. 59 (aangepast)

8.„sectorale voorschriften”: rechtshandelingen van de Unie betreffende het prudentiële toezicht op gereglementeerde entiteiten, met name Verordening (EU) nr. 575/2013, Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad 18 , en Richtlijnen 2009/138/EG, 2013/36/EU en 2014/65/EU en Richtlijn (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad 19 ;

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 1 (aangepast)

9.„financiële sector”: de sector die bestaat uit één of meer van de volgende entiteiten:

a)een kredietinstelling, een financiële instelling of een onderneming die nevendiensten verricht  als gedefinieerd  in artikel 4, respectievelijk punten (1),  (26) ) of  (18) ), van  Verordening (EU) nr. 575/2013  (gezamenlijk aangeduid als „de banksector”);

b)een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming of een verzekeringsholding  als gedefinieerd  in respectievelijk artikel 13, punten 1, 2, 4 of 5, of  in  artikel 212, lid 1,  punt  f), van Richtlijn 2009/138/EG (gezamenlijk aangeduid als „de verzekeringssector”);

c)een beleggingsonderneming  als gedefinieerd  in artikel  4 , lid 1, punt 2, van  Verordening (EU) nr. 575/2013  (gezamenlijk aangeduid als „de sector beleggingsdiensten”);

10.„moederonderneming”: een moederonderneming als  gedefinieerd  in artikel 2, punt 9), van Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en de Raad 20  of iedere onderneming die, naar de mening van de bevoegde autoriteiten, feitelijk een overheersende invloed op een andere onderneming uitoefent;

11.„dochteronderneming”: een dochteronderneming als  gedefinieerd  in artikel 2, punt 10), van Richtlijn 2013/34/EU, of iedere onderneming waarop naar de mening van de bevoegde autoriteiten, een moederonderneming feitelijk een overheersende invloed uitoefent, of alle dochterondernemingen van een dergelijke dochteronderneming;

12.„deelneming”: een deelneming  als gedefinieerd  in artikel 2, punt 2), van Richtlijn 2013/34/EU, of de rechtstreekse of middellijke eigendom van 20 % of meer van de stemrechten of van het kapitaal van een onderneming;

13.„groep”: een groep ondernemingen die bestaat uit een moederonderneming, haar dochterondernemingen en de deelnemingen van de moederonderneming en haar dochterondernemingen, of ondernemingen die met elkaar verbonden zijn door een betrekking als bedoeld in artikel 22, lid 7, van Richtlijn 2013/34/EU, en die gelijk welke subgroep daarvan omvat;

14.„zeggenschap”: de relatie die bestaat tussen een moederonderneming en een dochteronderneming als bedoeld in artikel 22 van Richtlijn 2013/34/EU, of een gelijkaardige relatie tussen een natuurlijke persoon of rechtspersoon en een onderneming;

15.„nauwe banden”: een situatie waarin twee of meer natuurlijke personen of rechtspersonen zijn verbonden door een relatie van zeggenschap of deelneming, of een situatie, waarin twee of meer natuurlijke personen of rechtspersonen door een relatie van zeggenschap  permanent  met eenzelfde persoon zijn verbonden;

16.„financieel conglomeraat”: een groep of subgroep, wanneer een gereglementeerde entiteit aan het hoofd van de groep of subgroep staat of waarvan ten minste één van de dochterondernemingen  in die groep of subgroep  een gereglementeerde entiteit is, en die aan de volgende voorwaarden voldoet:

a)wanneer een gereglementeerde entiteit aan het hoofd van de groep of subgroep staat:

i)is die entiteit een moederonderneming van een entiteit in de financiële sector, een entiteit die houder is van een deelneming in een entiteit in de financiële sector, of een entiteit die met een entiteit in de financiële sector verbonden is door een betrekking als bedoeld in artikel 22, lid 7, van Richtlijn 2013/34/EU;

ii)is ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep een entiteit uit de verzekeringssector en ten minste één van de entiteiten is een entiteit uit de sector banken of de sector beleggingsdiensten;

iii)zijn de geconsolideerde of geaggregeerde activiteiten van de tot de groep of subgroep behorende entiteiten uit de verzekeringssector en van de entiteiten uit de sector banken en de sector beleggingsdiensten  beide  significant  als bedoeld  in artikel 3, lid 2 of lid 3, van deze richtlijn; 

b)wanneer aan het hoofd van de groep of subgroep geen gereglementeerde entiteit staat:

i)vinden de activiteiten van de groep of subgroep in hoofdzaak plaats in de financiële sector  als bedoeld  in artikel 3, lid 1;

ii)is ten minste één van de entiteiten in de groep of subgroep een entiteit uit de verzekeringssector en ten minste één een entiteit uit de sector banken of de sector beleggingsdiensten;

iii)zijn de geconsolideerde of geaggregeerde activiteiten van de tot de groep of subgroep behorende entiteiten uit de verzekeringssector en van de entiteiten uit de sector banken en de sector beleggingsdiensten significant  als bedoeld  in artikel 3, lid 2 of lid 3;

17.„gemengde financiële holding”: een moederonderneming die niet een gereglementeerde entiteit is en die samen met haar dochterondernemingen — waarvan er ten minste één een gereglementeerde entiteit met statutaire zetel in de Unie is — en met andere entiteiten een financieel conglomeraat vormt;

18.„bevoegde autoriteiten”: de nationale autoriteiten van de lidstaten die krachtens wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen gemachtigd zijn om toezicht uit te oefenen op  gereglementeerde entiteiten , hetzij op individuele, hetzij op groepsbrede basis;

19.„relevante bevoegde autoriteiten”:

a)de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het groepsbrede toezicht op  elk van  de gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat, en met name op de  uiteindelijke  moederonderneming  binnen ;

b)de overeenkomstig artikel 12 benoemde coördinator indien die verschilt van de  in punt  a) bedoelde autoriteiten;

c) in voorkomend geval,  andere bevoegde autoriteiten indien die naar het oordeel van de  in punten  a) en b) bedoelde autoriteiten relevant zijn.

20.„intragroeptransacties”: alle transacties waarbij gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat rechtstreeks of middellijk een beroep doen op andere ondernemingen binnen dezelfde groep of op door nauwe banden met de ondernemingen in die groep verbonden natuurlijke personen of rechtspersonen voor de uitvoering van een al dan niet contractuele verplichting,  en al dan niet tegen  betaling;

21.„risicoconcentratie”: alle risicoposities  waarbij het potentiële verlies  groot genoeg  is  om de solvabiliteit of de financiële positie in het algemeen van de gereglementeerde entiteiten in het financiële conglomeraat in gevaar te brengen,  ongeacht of die risicoposities het gevolg zijn van  tegenpartijrisico/kredietrisico, beleggingsrisico, verzekeringsrisico, marktrisico, andere risico’s, dan wel een combinatie of wisselwerking van dergelijke risico’s.

Tot de inwerkingtreding van overeenkomstig artikel 26, lid 1,  punt  b), vast te stellen technische reguleringsnormen, wordt in het punt 19, c), bedoelde oordeel in het bijzonder rekening gehouden met het marktaandeel dat de gereglementeerde entiteiten van het financieel conglomeraat in andere lidstaten hebben, inzonderheid indien  dat  meer dan 5 % bedraagt, en met het belang van iedere in een andere lidstaat gevestigde gereglementeerde entiteit in het financieel conglomeraat.

🡻 2002/87/EG

Artikel 3

Drempels ter bepaling van een financieel conglomeraat

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 2, onder a) (aangepast)

1.    De activiteiten van een groep worden geacht in hoofdzaak plaats te vinden in de financiële sector  als bedoeld  in artikel 2, punt 16, b), i), indien het verhoudingsgetal tussen het balanstotaal van de tot de groep behorende gereglementeerde en niet-gereglementeerde entiteiten uit de financiële sector en het balanstotaal van de groep als geheel groter is dan 40 %.

2.    De activiteiten in de verschillende financiële sectoren worden geacht significant te zijn  als bedoeld  in artikel 2, punt 16, a), iii), of punt 16 b), iii), indien voor elke financiële sector het gemiddelde van het verhoudingsgetal tussen het balanstotaal van die financiële sector en het balanstotaal van de tot de groep behorende entiteiten uit de financiële sector en het verhoudingsgetal tussen de solvabiliteitsvereisten van die financiële sector en de totale solvabiliteitsvereisten van de tot de groep behorende entiteiten uit  diezelfde  financiële sector groter is dan 10 %.

Voor de toepassing van deze richtlijn is de kleinste financiële sector in een financieel conglomeraat de sector met het laagste gemiddelde, en de belangrijkste financiële sector in een financieel conglomeraat de sector met het hoogste gemiddelde. Voor het berekenen van het gemiddelde en voor het meten van de kleinste en de belangrijkste financiële sector, worden de sector banken en de sector beleggingsdiensten samengenomen.

Vermogensbeheerders moeten worden toegevoegd aan de sector waartoe zij binnen de groep behoren.; Iindien zij niet uitsluitend tot één sector binnen de groep behoren, worden zij aan de kleinste financiële sector toegevoegd.

Beheerders van alternatieve beleggingsfondsen worden toegevoegd aan de sector waartoe zij binnen de groep behoren. Indien zij niet uitsluitend tot één sector binnen de groep behoren, worden zij aan de kleinste financiële sector toegevoegd.

3.    Sectoroverschrijdende activiteiten worden eveneens geacht significant te zijn  als bedoeld  in artikel 2, punt 16, a), iii), of punt 16, b), iii), indien het balanstotaal van de kleinste financiële sector van de groep groter is dan 6 miljard EUR.

Indien de groep onder de in lid 2 bedoelde drempel blijft, kunnen de relevante bevoegde autoriteiten bij onderlinge overeenkomst besluiten de groep niet als een financieel conglomeraat aan te merken. Zij kunnen ook besluiten de bepalingen van de artikelen 7, 8 of 9 niet toe te passen, indien zij oordelen dat het onder de werkingssfeer van deze richtlijn brengen van de groep of de toepassing van die bepalingen in het licht van de doeleinden van het aanvullende toezicht onnodig, dan wel ongepast of misleidend is.

Besluiten genomen in overeenstemming met dit lid worden aan de andere bevoegde autoriteiten meegedeeld en worden, behoudens buitengewone omstandigheden, door de bevoegde autoriteiten openbaar gemaakt.

4.    Indien de groep de in lid 2 bedoelde drempel bereikt, maar de kleinste sector niet groter is dan 6 miljard EUR, kunnen de relevante bevoegde autoriteiten bij onderlinge overeenkomst besluiten de groep niet als een financieel conglomeraat aan te merken. Zij kunnen ook besluiten de bepalingen van de artikelen 7, 8 of 9 niet toe te passen, indien zij oordelen dat het onder de werkingssfeer van deze richtlijn brengen van de groep of de toepassing van die bepalingen in het licht van de doeleinden van het aanvullende toezicht onnodig, dan wel ongepast of misleidend is.

Besluiten genomen in overeenstemming met dit lid worden aan de andere bevoegde autoriteiten meegedeeld en worden, behoudens buitengewone omstandigheden, door de bevoegde autoriteiten openbaar gemaakt.

🡻 2002/87/EG (aangepast)

5.    Voor de toepassing van de leden 1, 2 en 3 kunnen de relevante bevoegde autoriteiten bij onderlinge overeenkomst:

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 2, onder b)

a)een entiteit buiten beschouwing laten bij de berekening van de verhoudingsgetallen in de gevallen bedoeld in artikel 6, lid 5, tenzij de entiteit van een lidstaat naar een derde land verhuisd is en er aanwijzingen zijn dat de entiteit haar locatie veranderd heeft om zich aan regulering te onttrekken;

🡻 2002/87/EG

b)het feit dat gedurende drie opeenvolgende jaren aan de in de leden 1 en 2 bedoelde drempels is voldaan in aanmerking nemen om plotselinge regimeverschuivingen te voorkomen, en dit feit buiten beschouwing laten indien er significante wijzigingen in de structuur van de groep zijn;

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 2, onder b)

c)één of meer deelnemingen in de kleinere sector buiten beschouwing laten indien die deelnemingen bepalend zijn voor de identificatie van een groep als financieel conglomeraat en bijeen genomen van te verwaarlozen belang zijn in relatie tot de oogmerken van het aanvullend toezicht.

🡻 2002/87/EG (aangepast)

Indien een groep overeenkomstig de leden 1  , 2 en 3  als financieel conglomeraat is aangemerkt, worden de in de eerste alinea van dit lid genoemde besluiten genomen op basis van een voorstel van de coördinator van dat financieel conglomeraat.

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 2, onder c)

6.    Voor de toepassing van de leden 1 en 2 kunnen de relevante bevoegde autoriteiten in uitzonderlijke gevallen bij onderlinge overeenkomst het op het balanstotaal gebaseerde criterium vervangen door één of meer van de volgende parameters of aanvullen met één of meer van die parameters, indien zij van oordeel zijn dat die parameters van bijzondere relevantie zijn met het oog op het aanvullende toezicht krachtens deze richtlijn: inkomensstructuur, activiteiten buiten de balanstelling en totaal aan beheerd vermogen.

🡻 2002/87/EG (aangepast)

7.    Voor de toepassing van de leden 1 en 2 worden, indien bij reeds aan aanvullend toezicht onderworpen conglomeraten de in die leden bedoelde verhoudingsgetallen kleiner worden dan respectievelijk 40 % en 10 %, gedurende de volgende drie jaar (lagere) verhoudingsgetallen van respectievelijk 35 % en 8 % gehanteerd, om plotselinge regimeverschuivingen te voorkomen.

Voor de toepassing van lid 3 wordt, indien bij reeds aan aanvullend toezicht onderworpen conglomeraten het balanstotaal van de kleinste financiële sector van de groep kleiner wordt dan 6 miljard EUR, gedurende de volgende drie jaar een  lager  bedrag van 5 miljard EUR gehanteerd, om plotselinge regimeverschuivingen te voorkomen.

Gedurende de in dit lid bedoelde periode kan de coördinator met instemming van de andere relevante bevoegde autoriteiten besluiten de in dit lid bedoelde lagere verhoudingsgetallen of het lagere bedrag niet langer te hanteren.

8.    De in dit artikel bedoelde berekeningen betreffende de balans worden gemaakt op basis van het geaggregeerde balanstotaal van de tot de groep behorende entiteiten, volgens hun jaarrekeningen. Voor die berekening worden ondernemingen waarin de groep deelnemingen heeft, meegerekend voor het bedrag van hun balanstotaal dat overeenkomt met het geaggregeerde proportionele aandeel van de groep. Indien evenwel geconsolideerde rekeningen beschikbaar zijn, worden in plaats van de geaggregeerde rekeningen de geconsolideerde rekeningen gebruikt.

De in lid 2 en lid 3 bedoelde solvabiliteitsvereisten worden berekend volgens de relevante sectorale voorschriften.

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 2, onder d) (aangepast)

9.    De Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1093/2010 (EBA), de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1094/2010 (EIOPA), de Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), opgericht bij Verordening (EU) nr. 1095/2010 (ESMA) (gezamenlijk: ESA’s), zullen via het Gemengd Comité  ESAs  (Gemengde Comité) gemeenschappelijke richtsnoeren uitvaardigen, gericht op de convergentie van de toezichtpraktijken wat betreft de toepassing van de leden 2  tot en met  6 van dit artikel.

10.    De bevoegde autoriteiten herbeoordelen op jaarlijkse basis de ontheffingen op de toepassing van het aanvullend toezicht en evalueren de  in dit artikel vermelde  kwantitatieve indicatoren alsmede de risicobeoordelingen van financiële groepen.

🡻 2002/87/EG

Artikel 4

Aanmerking als financieel conglomeraat

1.    De bevoegde autoriteiten die vergunningen aan gereglementeerde entiteiten hebben verleend, identificeren op basis van de artikelen 2, 3 en 5 alle groepen die onder deze richtlijn vallen.

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 3, onder a) (aangepast)

Te dien einde:

a)werken de bevoegde autoriteiten die tot de groep behorende gereglementeerde entiteiten een vergunning hebben verleend, nauw samen;

b)doet een bevoegde autoriteit, indien zij van oordeel is dat een gereglementeerde entiteit waaraan zij vergunning heeft verleend, deel uitmaakt van een groep die een financieel conglomeraat zou kunnen zijn, doch die nog niet in overeenstemming met de bepalingen van deze richtlijn als zodanig is aangemerkt, haar standpunt dienaangaande toekomen aan de andere betrokken bevoegde autoriteiten en aan het Gemengd Comité.

🡻 2010/78/EU Art. 2, punt 1, onder a) (aangepast)

2.    De overeenkomstig artikel 12 aangewezen coördinator stelt de moederonderneming aan het hoofd van een groep, of bij ontstentenis van een moederonderneming de gereglementeerde entiteit met het hoogste balanstotaal in de belangrijkste financiële sector in een groep, in kennis van het feit dat de groep als financieel conglomeraat is aangemerkt, alsmede van de aanwijzing van de coördinator.

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 3, onder b)

De coördinator informeert tevens de bevoegde autoriteiten die vergunningen hebben verleend aan gereglementeerde entiteiten in de groep, de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de gemengde financiële holding haar hoofdkantoor heeft, en het Gemengd Comité.

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 3, onder c) (aangepast)

3.    Het Gemengd Comité maakt de lijst van de financiële conglomeraten opgesteld in overeenstemming met in artikel 2, lid 16, bekend op zijn website en houdt die actueel. Op de website van elk van de ESAs wordt die informatie via een hyperlink beschikbaar gemaakt.

De naam van elke in artikel 1 bedoelde gereguleerde entiteit in een financieel conglomeraat wordt vermeld op een lijst, die het Gemengd Comité op zijn website bekendmaakt en actueel houdt.

🡻 2002/87/EG (aangepast)

HOOFDSTUK II

AANVULLEND TOEZICHT

AFDELING 1

TOEPASSINGSGEBIED

Artikel 5

Toepassingsgebied van het aanvullende toezicht op gereglementeerde entiteiten als bedoeld in artikel 1

1.    Onverminderd de in de sectorale voorschriften vervatte bepalingen betreffende het toezicht, onderwerpen de lidstaten de in artikel 1 bedoelde gereglementeerde entiteiten aan aanvullend toezicht in de mate en op de wijze zoals bepaald in deze richtlijn.

2.    De volgende entiteiten worden onderworpen aan het aanvullende toezicht op het niveau van het financiële conglomeraat overeenkomstig de artikelen 6 tot en met 21:

a)elke gereglementeerde entiteit die aan het hoofd van een financieel conglomeraat staat;

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 4, onder a)

b)elke gereglementeerde entiteit waarvan de moederonderneming een gemengde financiële holding met hoofdkantoor in de Unie is;

🡻 2002/87/EG (aangepast)

c)elke gereglementeerde entiteit die met een andere entiteit in de financiële sector verbonden is door een betrekking als bedoeld in artikel 22, lid 7, van Richtlijn 2013/34/EU.

Indien een financieel conglomeraat een subgroep is van een ander financieel conglomeraat dat aan de vereisten van de eerste alinea voldoet, kunnen de lidstaten het bepaalde in de artikelen 6 tot en met 21 alleen op de gereglementeerde entiteiten in laatstgenoemde groep toepassen en in dat geval worden alle in  deze  richtlijn vervatte verwijzingen naar de begrippen groep en financieel conglomeraat als verwijzingen naar die laatstgenoemde groep beschouwd.

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 4, onder b) (aangepast)

3.    Elke gereglementeerde entiteit waarop geen aanvullend toezicht wordt uitgeoefend overeenkomstig lid 2 en waarvan de moederonderneming een gereglementeerde entiteit of een gemengde financiële holding met hoofdkantoor in een derde land is, wordt onderworpen aan het aanvullende toezicht op het niveau van het financiële conglomeraat in de mate en op de wijze zoals bepaald in artikel 22.

🡻 2002/87/EG

4.    Indien personen in andere dan de in de leden 2 en 3 bedoelde gevallen deelnemingen in of een kapitaalbinding met één of meer gereglementeerde entiteiten hebben of, zonder deelneming of kapitaalbinding, op dergelijke entiteiten invloed van betekenis uitoefenen, stellen de relevante bevoegde autoriteiten, bij onderlinge overeenkomst en conform hun nationale wetgeving, vast of en in hoeverre op de gereglementeerde entiteiten aanvullend toezicht moet worden uitgeoefend alsof zij een financieel conglomeraat vormen.

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 4, onder c) (aangepast)

Voor de toepassing van dat aanvullend toezicht moet ten minste één van de entiteiten een gereglementeerde entiteit zijn als bedoeld in artikel 1 en moeten de voorwaarden van artikel 2,  eerste alinea,  punten 16, a), ii), of 16, b), ii), alsmede van artikel 2,  eerste alinea,  punten 16, a), iii), of 16, b), iii), vervuld zijn. De relevante bevoegde autoriteiten nemen hun besluit met inachtneming van de doeleinden van het aanvullende toezicht zoals bepaald in deze richtlijn.

🡻 2002/87/EG (aangepast)

Voor de toepassing van de eerste alinea op „coöperatieve groepen” houden de bevoegde autoriteiten rekening met de openbaar gemaakte financiële verplichtingen van  die  „coöperatieve groepen” jegens andere financiële entiteiten.

5.    Onverminderd artikel 17 houdt de uitoefening van aanvullend toezicht op het niveau van het financiële conglomeraat voor de bevoegde autoriteiten geenszins de verplichting in om toezicht op individuele basis uit te oefenen op gemengde financiële holdings, gereglementeerde entiteiten uit derde landen in een financieel conglomeraat of niet-gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat.

AFDELING 2

FINANCIËLE POSITIE

Artikel 6

Kapitaaltoereikendheid

1.    Onverminderd de sectorale voorschriften wordt er aanvullend toezicht uitgeoefend op de kapitaaltoereikendheid van de gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat overeenkomstig de voorschriften die neergelegd zijn in artikel 9,  leden 2 tot en met 5,  in afdeling 3 van dit hoofdstuk en in bijlage I.

2.    De lidstaten schrijven voor dat de gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat ervoor zorgen dat eigen vermogen beschikbaar is op het niveau van het financiële conglomeraat dat altijd ten minste gelijk is aan de kapitaaltoereikendheidsvereisten zoals berekend overeenkomstig bijlage I.

De lidstaten schrijven tevens voor dat de gereglementeerde entiteiten op het niveau van het financiële conglomeraat adequate kapitaaltoereikendheidsstrategieën hebben.

De in de eerste en de tweede alinea bedoelde voorschriften staan onder superviserende controle van de coördinator overeenkomstig afdeling 3.

De coördinator zorgt ervoor dat de in de eerste alinea bedoelde berekening ten minste eenmaal per jaar wordt uitgevoerd, hetzij door de gereglementeerde entiteiten, hetzij door de gemengde financiële holding.

De resultaten van de berekening en de voor de berekening benodigde gegevens worden aan de coördinator voorgelegd door de gereglementeerde entiteit in de zin van artikel 1 die aan het hoofd van het financieel conglomeraat staat, of, indien aan het hoofd van het financieel conglomeraat geen gereglementeerde entiteit in de zin van artikel 1 staat, door de gemengde financiële holding of door de tot het financieel conglomeraat behorende gereglementeerde entiteit die door de coördinator na overleg met de andere relevante bevoegde autoriteiten en met het financieel conglomeraat is aangewezen.

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 5 (aangepast)

3.    Voor de berekening van de kapitaaltoereikendheidsvereisten als bedoeld in lid 2, eerste alinea, vallen de volgende entiteiten onder het aanvullende toezicht op de wijze en in de mate als bepaald in bijlage I:

a)een kredietinstelling, een financiële instelling of een onderneming die nevendiensten verricht;

b)een verzekeringsonderneming, een herverzekeringsonderneming of een verzekeringsholding;

c)een beleggingsonderneming;

d)een gemengde financiële holding.

4.    Bij de berekening van de aanvullende kapitaaltoereikendheidsvereisten voor een financieel conglomeraat door middel van methode 1 („Consolidatie van jaarrekeningen” — bijlage I bij deze richtlijn) worden het eigen vermogen en de solvabiliteitsvereisten van de entiteiten in de groep berekend door toepassing van de overeenkomstige sectorale voorschriften inzake de vorm en de mate van de consolidatie die zijn neergelegd in met name artikel 18 van Verordening (EU) nr. 575/2013 en artikel 221 van Richtlijn 2009/138/EG.

Bij de toepassing van methode 2 (Aftrek en aggregatie) zoals genoemd in bijlage I wordt rekening gehouden met het proportionele deel van het geplaatst kapitaal dat rechtstreeks of middellijk door de moederonderneming of onderneming die een deelneming in een andere entiteit van de groep bezit, gehouden wordt.

🡻 2002/87/EG (aangepast)

5.    De coördinator kan in de onderstaande gevallen besluiten een bepaalde entiteit niet in het toepassingsgebied op te nemen bij de berekening van de aanvullende kapitaaltoereikendheidsvereisten:

a)indien de entiteit gevestigd is in een derde land waar er juridische belemmeringen bestaan voor het doorgeven van de benodigde informatie, onverminderd de sectorale voorschriften die betrekking hebben op de voor de bevoegde autoriteiten geldende verplichting om de vergunning te weigeren indien de doeltreffende uitoefening van hun toezichthoudende taken wordt belemmerd;

b)indien de entiteit in het licht van de doeleinden van het aanvullende toezicht op gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat van te verwaarlozen betekenis is;

c)indien het in aanmerking nemen van de entiteit in het licht van de doeleinden van het aanvullende toezicht misplaatst of misleidend zou zijn.

Indien evenwel op grond van de eerste alinea, punt b), het voornemen zou bestaan om verscheidene entiteiten niet bij de berekening in aanmerking te nemen, moeten die toch in aanmerking worden genomen indien zij gezamenlijk van niet te verwaarlozen betekenis zijn.

In het in punt c) bedoelde geval worden, behoudens in spoedeisende gevallen, de andere relevante bevoegde autoriteiten door de coördinator geraadpleegd voordat die een besluit neemt.

Indien de coördinator in een van de in de eerste alinea, punten b) en c), bedoelde gevallen besluit om een gereglementeerde entiteit niet bij de berekening in aanmerking te nemen, mogen de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar die entiteit gevestigd is, de entiteit die aan het hoofd van het financiële conglomeraat staat verzoeken alle informatie te verstrekken die het toezicht op die gereglementeerde entiteit kan vergemakkelijken.

Artikel 7

Risicoconcentratie

1.    Onverminderd de sectorale voorschriften wordt er aanvullend toezicht uitgeoefend op de risicoconcentratie van de gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat overeenkomstig de voorschriften die zijn neergelegd in artikel 9, leden 2, 3 en 4, , in afdeling 3 van dit hoofdstuk en in bijlage II.

2.    De lidstaten schrijven voor dat de gereglementeerde entiteiten of gemengde financiële holdings regelmatig en ten minste eenmaal per jaar iedere significante risicoconcentratie op het niveau van het financiële conglomeraat rapporteren aan de coördinator, overeenkomstig de voorschriften die zijn vastgesteld in dit artikel en in bijlage II. De benodigde informatie wordt aan de coördinator voorgelegd door de gereglementeerde entiteit als bedoeld in artikel 1 die aan het hoofd van het financiële conglomeraat staat, of, indien aan het hoofd van het financiële conglomeraat geen gereglementeerde entiteit als bedoeld in artikel 1 staat, door de gemengde financiële holding of door de tot het financiële conglomeraat behorende gereglementeerde entiteit die door de coördinator na overleg met de andere relevante bevoegde autoriteiten en met het financiële conglomeraat is aangewezen.

Die risicoconcentraties staan onder superviserende controle van de coördinator overeenkomstig afdeling 3.

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 6, onder a)

3.    In afwachting van verdere coördinatie van de Uniewetgeving kunnen de lidstaten kwantitatieve limieten vaststellen, hun bevoegde autoriteiten toestaan om kwantitatieve limieten te stellen, of andere toezichtmaatregelen nemen ter verwezenlijking van de doeleinden van het aanvullende toezicht met betrekking tot enigerlei risicoconcentratie op het niveau van een financieel conglomeraat.

🡻 2002/87/EG

4.    Indien aan het hoofd van een financieel conglomeraat een gemengde financiële holding staat, zijn de eventuele, voor de belangrijkste financiële sector in het financiële conglomeraat geldende sectorale voorschriften betreffende risicoconcentraties van toepassing op de sector als geheel, met inbegrip van de gemengde financiële holding.

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 6, onder b) (aangepast)

5.    De  ESA’s  vaardigen via het Gemengd Comité gemeenschappelijke richtsnoeren uit, gericht op de convergentie van de toezichtpraktijken met betrekking tot de uitoefening van het aanvullende toezicht op risicoconcentratie, zoals voorzien in de leden 1 tot en met 4. Om overlapping te vermijden waarborgen de richtsnoeren dat de toepassing van de toezichtinstrumenten waarin dit artikel voorziet, in lijn wordt gebracht met de toepassing van artikelen 389 tot en met 396 en van 399 tot en met 403 van Richtlijn 2006/48/EG en met artikel 244 van Verordening (EU) nr. 575/2013. Zij vaardigen specifieke gemeenschappelijke richtsnoeren uit voor de toepassing van de leden 1 tot en met 4 van dit artikel op deelnemingen van het financiële conglomeraat in gevallen waarin nationale vennootschapsrechtelijke voorschriften de toepassing van artikel 18, lid 2, van deze richtlijn verhinderen.

🡻 2002/87/EG (aangepast)

Artikel 8

Intragroeptransacties

1.    Onverminderd de sectorale voorschriften wordt er aanvullend toezicht uitgeoefend op de intragroeptransacties van de gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat overeenkomstig de voorschriften die zijn neergelegd in de leden 2, 3 en 4, in artikel 9, in afdeling 3 van dit hoofdstuk en in bijlage II.

2.    De lidstaten schrijven voor dat de gereglementeerde entiteiten of gemengde financiële holdings regelmatig en ten minste eenmaal per jaar alle significante intragroeptransacties van gereglementeerde entiteiten in het financiële conglomeraat rapporteren aan de coördinator, overeenkomstig de voorschriften die zijn neergelegd in dit artikel en in bijlage II. Voorzover de in bijlage II, eerste alinea, laatste zin, bedoelde drempels niet gedefinieerd zijn, wordt een intragroeptransactie geacht significant te zijn indien de waarde van die transactie ten minste meer dan 5 % bedraagt van het totaalbedrag van de kapitaaltoereikendheidsvereisten op het niveau van een financieel conglomeraat.

De benodigde informatie wordt aan de coördinator voorgelegd door de gereglementeerde entiteit in de zin van artikel 1 die aan het hoofd van het financiële conglomeraat staat, of, indien aan het hoofd van het financiële conglomeraat geen gereglementeerde entiteit in de zin van artikel 1 staat, door de gemengde financiële holding of door de tot het financiële conglomeraat behorende gereglementeerde entiteit die door de coördinator na overleg met de andere relevante bevoegde autoriteiten en met het financiële conglomeraat is aangewezen.

Deze intragroeptransacties staan onder de superviserende controle van de coördinator.

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 7, onder a)

3.    In afwachting van verdere coördinatie van de Uniewetgeving kunnen de lidstaten kwantitatieve limieten en kwalitatieve vereisten vaststellen, hun bevoegde autoriteiten toestaan om kwantitatieve limieten en kwalitatieve vereisten vast te stellen, of andere toezichtmaatregelen nemen ter verwezenlijking van de doelstellingen van het aanvullende toezicht met betrekking tot de intragroeptransacties van de gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat.

🡻 2002/87/EG

4.    Indien aan het hoofd van een financieel conglomeraat een gemengde financiële holding staat, zijn de voor de belangrijkste financiële sector in het financiële conglomeraat geldende sectorale voorschriften betreffende intragroeptransacties van toepassing op de sector als geheel, met inbegrip van de gemengde financiële holding.

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 7, onder b) (aangepast)

5.    De  ESA’s  vaardigen via het Gemengd Comité gemeenschappelijke richtsnoeren uit, gericht op de convergentie van de toezichtpraktijken ten aanzien van de uitoefening van het aanvullende toezicht op intragroeptransacties, zoals voorzien in de leden 1 tot en met 4 van dit artikel. Om overlapping te vermijden waarborgen de richtsnoeren dat de toepassing van de toezichtinstrumenten waarin dit artikel voorziet, in lijn wordt gebracht met de toepassing van artikel 245 van Richtlijn 2009/138/EG. Zij vaardigen specifieke gemeenschappelijke richtsnoeren uit voor de toepassing van de leden 1 tot en met 4 van dit artikel op deelnemingen van het financiële conglomeraat in gevallen waarin nationale vennootschapsrechtelijke voorschriften de toepassing van artikel 18, lid 2, van deze richtlijn verhinderen.

🡻 2002/87/EG

Artikel 9

Internecontrole- en risicobeheerprocedures

1.    De lidstaten schrijven voor dat de gereglementeerde entiteiten op het niveau van het financiële conglomeraat beschikken over adequate risicobeheer- en internecontroleprocedures met inbegrip van gedegen administratieve procedures en jaarrekeningsprocedures.

2. De risicobeheerprocedures omvatten:

a)gedegen bestuur en beheer, met goedkeuring en periodieke evaluatie van de strategieën en het beleid door de passende bestuurslichamen op het niveau van het financiële conglomeraat met betrekking tot alle risico's die zij aangaan;

b)een adequaat kapitaaltoereikendheidsbeleid om te anticiperen op de gevolgen van hun bedrijfsstrategie voor het risicoprofiel en de kapitaalvereisten als bepaald overeenkomstig artikel 6 en bijlage I;

c)adequate procedures om te waarborgen dat hun risicobewakingssystemen goed geïntegreerd zijn in hun organisatie en dat alle maatregelen zijn genomen om te waarborgen dat de systemen die worden toegepast in alle ondernemingen die onder het aanvullende toezicht vallen, met elkaar in overeenstemming zijn, zodat de risico's op het niveau van het financiële conglomeraat kunnen worden gemeten, bewaakt en beheerst;

🡻 2010/78/EU Art. 2, punt 2 (aangepast)

d)regelingen om bij te dragen tot herstel- en saneringsregelingen en -plannen en deze zo nodig te ontwikkelen.

 De in punt d) vermelde regelingen worden regelmatig geactualiseerd. 

🡻 2002/87/EG (aangepast)

3.    De internecontroleprocedures omvatten:

a)adequate procedures met betrekking tot de kapitaaltoereikendheid om alle bestaande materiële risico's te bepalen en te meten en het eigen vermogen naar behoren af te stemmen op de risico's;

b)gedegen rapportage- en jaarrekeningsystemen, met het oog op de bepaling, meting, bewaking en beheersing van de intragroeptransacties en de risicoconcentratie.

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 8, onder a)

4.    De lidstaten zorgen ervoor dat er in alle ondernemingen die onder het aanvullende toezicht ingevolge artikel 5 vallen, adequate procedures voor interne controle van toepassing zijn voor de productie van alle gegevens en inlichtingen die relevant zijn voor het aanvullende toezicht.

De lidstaten verplichten de gereguleerde entiteiten op het niveau van financieel conglomeraat om hun bevoegde autoriteit regelmatig bijzonderheden mee te delen omtrent hun juridische structuur, bestuur, en organisatiestructuur, met inbegrip van alle gereguleerde entiteiten, niet gereguleerde dochterondernemingen en significante bijkantoren.

De lidstaten verplichten de gereguleerde entiteiten om op het niveau van financieel conglomeraat jaarlijks een beschrijving van hun juridische structuur, bestuur, en organisatiestructuur voor het publiek openbaar te maken, hetzij door volledige vermelding, hetzij bij wijze van verwijzingen naar gelijkwaardige informatie.

🡻 2002/87/EG

5. De in de leden 1 tot en met 4 bedoelde procedures en mechanismen staan onder de superviserende controle van de coördinator.

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 8, onder b) (aangepast)

6.    De bevoegde autoriteiten stemmen de uitoefening van het aanvullende toezicht op de internecontrole- en risicobeheerprocedures waarin dit artikel voorziet af op de toezichtprocessen waarin artikel 97 van Richtlijn 2013/36/EU en artikel 248 van Richtlijn 2009/138/EG voorzien. Te dien einde vaardigen de  ESA’s  via het Gemengd Comité gemeenschappelijke richtsnoeren uit, zowel gericht op de convergentie van de toezichtpraktijken ten aanzien van de uitoefening van het aanvullende toezicht op de internecontrole- en risicobeheerprocedures waarin dit artikel voorziet, als met betrekking tot de consistentie met de toezichtprocessen zoals voorzien door artikel 97 van Richtlijn 2013/36/EU en artikel 248 van Richtlijn 2009/138/EG. Zij vaardigen specifieke gemeenschappelijke richtsnoeren uit voor de toepassing van dit artikel op deelnemingen van het financiële conglomeraat in gevallen waarin nationale vennootschapsrechtelijke voorschriften de toepassing van artikel 18, lid 2, van deze richtlijn verhinderen.

🡻 2002/87/EG

AFDELING 3

🡻 2010/78/EU Art. 2, punt 3

MAATREGELEN TER VERGEMAKKELIJKING VAN AANVULLEND TOEZICHT EN AANVULLENDE BEVOEGDHEDEN VAN HET GEMENGD COMITÉ

🡻 2010/78/EU Art. 2, punt 4 (aangepast)

Artikel 10

Rol van het Gemengd Comité

Het Gemengd Comité ziet overeenkomstig artikel 56 van respectievelijk Verordening (EU) nr. 1093/2010, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 en van Verordening (EU) nr. 1095/2010 toe op een samenhangend sector- en grensoverschrijdend toezicht en op naleving van de wetgeving van de Unie.

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 9 (aangepast)

Artikel 11

Stresstests

1.    De lidstaten kunnen de coördinator verplichten voor  passende  en regelmatige stresstests voor de financiële conglomeraten te zorgen. Zij verplichten de relevante bevoegde autoriteiten nauw samen te werken met de coördinator.

2.    Met het oog op  Unie  wijde stresstests kunnen de  ESA’s , via het Gemengd Comité en in samenwerking met de Europees Comité voor systeemrisico’s, opgericht bij Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad 21 , aanvullende parameters ontwikkelen die de specifieke risico’s kunnen identificeren, die aan financiële conglomeraten zijn verbonden, in overeenstemming met de Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010 en Verordening (EU) nr. 1095/2010. De coördinator zal de resultaten van die stresstests mededelen aan het Gemengd Comité.

🡻 2002/87/EG

Artikel 12

Voor de uitoefening van het aanvullende toezicht verantwoordelijke bevoegde autoriteit (de coördinator)

🡻 2010/78/EU Art. 2, punt 5

1.    Teneinde een adequaat aanvullend toezicht op de gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat te verzekeren, wordt uit de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten, met inbegrip van die van de lidstaat waar de gemengde financiële holding haar hoofdkantoor heeft, één enkele coördinator aangewezen die verantwoordelijk is voor de coördinatie en de uitoefening van het aanvullende toezicht. De identiteit van de coördinator wordt bekendgemaakt op de website van het Gemengd Comité.

🡻 2002/87/EG (aangepast)

2.    De aanwijzing geschiedt aan de hand van de volgende criteria:

a)indien aan het hoofd van een financieel conglomeraat een gereglementeerde entiteit staat, wordt de functie van coördinator uitgeoefend door de bevoegde autoriteit die aan die gereglementeerde entiteit overeenkomstig de desbetreffende sectorale voorschriften vergunning heeft verleend;

b)indien aan het hoofd van een financieel conglomeraat geen gereglementeerde entiteit staat, wordt de functie van coördinator uitgeoefend door de bevoegde autoriteit die op grond van de volgende beginselen wordt aangewezen:

i)indien de moederonderneming van een gereglementeerde entiteit een gemengde financiële holding is, wordt de functie van coördinator uitgeoefend door de bevoegde autoriteit die aan die gereglementeerde entiteit ingevolge de relevante sectorale voorschriften vergunning heeft verleend;

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 10, onder a) (aangepast)

ii)indien ten minste twee gereglementeerde entiteiten met statutaire zetel in de Unie dezelfde gemengde financiële holding als moederonderneming hebben en aan één van die entiteiten vergunning is verleend in de lidstaat waar de gemengde financiële holding haar hoofdkantoor heeft, wordt de functie van coördinator uitgeoefend door de bevoegde autoriteit van de gereglementeerde entiteit waaraan in die lidstaat vergunning is verleend;

🡻 2002/87/EG (aangepast)

indien aan meer dan één gereglementeerde entiteit, met activiteiten in verschillende financiële sectoren, vergunning is verleend in de lidstaat waar de gemengde financiële holding haar hoofdkantoor heeft, wordt de functie van coördinator uitgeoefend door de bevoegde autoriteit verantwoordelijk voor het toezicht op de gereglementeerde entiteit  die actief is  in de belangrijkste financiële sector;

indien het financiële conglomeraat wordt geleid door meer dan één gemengde financiële holding met hoofdkantoor in verschillende lidstaten en er in elk van die lidstaten een gereglementeerde entiteit is, wordt de functie van coördinator uitgeoefend door de bevoegde autoriteit verantwoordelijk voor het toezicht op de gereglementeerde entiteit met het hoogste balanstotaal indien de activiteiten van die entiteiten plaatsvinden in dezelfde financiële sector, of door de bevoegde autoriteit verantwoordelijk voor het toezicht op de gereglementeerde entiteit in de belangrijkste financiële sector;

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 10, onder b) (aangepast)

iii)indien ten minste twee gereglementeerde entiteiten met statutaire zetel in de Unie dezelfde gemengde financiële holding als moederonderneming hebben en aan geen van die entiteiten vergunning is verleend in de lidstaat waar de gemengde financiële holding haar hoofdkantoor heeft, wordt de functie van coördinator uitgeoefend door de bevoegde autoriteit die vergunning heeft verleend aan de gereglementeerde entiteit met het hoogste balanstotaal in de belangrijkste financiële sector;

🡻 2002/87/EG (aangepast)

iv)indien het financiële conglomeraat een groep is zonder moederonderneming aan het hoofd, of in alle andere gevallen, wordt de functie van coördinator uitgeoefend door de bevoegde autoriteit die vergunning heeft verleend aan de gereglementeerde entiteit met het hoogste balanstotaal in de belangrijkste financiële sector.

3.    In bijzondere gevallen kunnen de relevante bevoegde autoriteiten bij onderlinge overeenkomst de in lid 2 vermelde criteria terzijde laten, indien de toepassing ervan, gelet op de structuur van het conglomeraat en het relatieve belang van de activiteiten van het conglomeraat in de verschillende lidstaten, ongepast zou zijn, en een andere bevoegde autoriteit als coördinator aanwijzen. In die gevallen bieden de bevoegde autoriteiten, alvorens een besluit te nemen, het conglomeraat de gelegenheid zijn mening ten aanzien van dait besluit kenbaar te maken.

Artikel 13

Taken van de coördinator

1.    In de taken van de coördinator met betrekking tot het aanvullende toezicht wordt inbegrepen:

a)het coördineren van de vergaring en verspreiding van informatie die relevant of essentieel is in normale omstandigheden en in noodsituaties, met inbegrip van de verspreiding van informatie die van belang is voor het toezicht door een bevoegde autoriteit krachtens de sectorale voorschriften;

b)de superviserende controle en het beoordelen van de financiële situatie van een financieel conglomeraat;

c)het beoordelen van de naleving van de voorschriften inzake kapitaaltoereikendheid, risicoconcentratie en intragroeptransacties, zoals bepaald in de artikelen 6, 7 en 8;

d)het beoordelen van de structuur, de organisatie en de internecontroleprocedures van het financiële conglomeraat zoals bepaald in artikel 9;

e)het plannen en coördineren van toezichtactiviteiten in normale omstandigheden en in noodsituaties, in samenwerking met de relevante betrokken bevoegde autoriteiten;

f)andere taken, maatregelen en besluiten die aan de coördinator zijn toegewezen door deze richtlijn of voortvloeien uit de toepassing van deze richtlijn.

🡻 2010/78/EU Art. 2, punt 6 (aangepast)

De coördinator en de andere relevante bevoegde autoriteiten en, indien nodig, de andere betrokken bevoegde autoriteiten treffen de nodige coördinatieregelingen om het aanvullende toezicht te vergemakkelijken en van een brede juridische basis te voorzien. Bij de coördinatieregelingen kan de coördinator met extra taken worden belast, en kunnen de procedures worden gespecificeerd voor de besluitvorming tussen de relevante bevoegde autoriteiten als bedoeld in de artikelen 3 en 4, artikel 5, lid 4, artikel 6, artikel 14, lid 2, en de artikelen 20 en 22, alsmede voor de samenwerking met andere bevoegde autoriteiten.

Overeenkomstig artikel 8 en volgens de in artikel 56 van respectievelijk Verordening (EU) nr. 1093/2010, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 en van Verordening (EU) nr. 1095/2010 vermelde procedure ontwikkelen de  ESA’s , via het Gemengd Comité,  gemeenschappelijke  richtsnoeren ten behoeve van de convergentie van de toezichtpraktijken met betrekking tot de samenhang tussen coördinatieregelingen voor het toezicht overeenkomstig artikel 116 van Richtlijn 2013/36/EU en artikel 248, lid 4, van Richtlijn 2009/138/EG.

🡻 2002/87/EG (aangepast)

2.    Indien de coördinator informatie nodig heeft die reeds conform de sectorale voorschriften aan een andere bevoegde autoriteit is verstrekt, zal hij zich in de mate van het mogelijke tot die autoriteit richten, teneinde dubbele rapportage aan de diverse bij het toezicht betrokken autoriteiten te voorkomen.

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 11, onder a)

3.    Onverminderd de mogelijkheid tot delegatie van specifieke toezichtbevoegdheden en -verantwoordelijkheden overeenkomstig de Uniewetgeving, laat het bestaan van een coördinator die verantwoordelijk is voor specifieke taken inzake het aanvullende toezicht op de gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat, de in de sectorale voorschriften omschreven taken en verantwoordelijkheden van de bevoegde autoriteiten onverlet.

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 11, onder b) (aangepast)

4.    De uit hoofde van deze afdeling vereiste samenwerking en de uitoefening van de in de leden 1, 2 en 3 van dit artikel en artikel 14 vermelde taken en, onder voorbehoud van vertrouwelijkheidsvereisten en van de wetgeving van de Unie, de passende coördinatie en samenwerking met de relevante toezichthoudende autoriteiten van derde landen, worden verricht door krachtens artikel 116 van Richtlijn 2013/36/EU of artikel 248, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG op te richten colleges.

De in lid 1, tweede alinea, bedoelde coördinatieregelingen worden apart opgenomen in de schriftelijke coördinatieregeling die wordt ingesteld krachtens artikel 115 van Richtlijn 2013/26/EU of artikel 248 van Richtlijn 2009/138/EG. De coördinator beslist, als voorzitter van een krachtens artikel 116 van Richtlijn 2013/36/EU of artikel 248, lid 2, van Richtlijn 2009/138/EG op te richten college, welke andere bevoegde autoriteiten aan een vergadering of een activiteit van dat college deelnemen.

🡻 2002/87/EG (aangepast)

Artikel 14

Samenwerking en uitwisseling van informatie tussen bevoegde autoriteiten

1.    De voor het toezicht op gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat verantwoordelijke bevoegde autoriteiten en de als coördinator voor dat financiële conglomeraat aangewezen bevoegde autoriteit werken nauw met elkaar samen. Onverminderd hun respectieve verantwoordelijkheden als omschreven in de sectorale voorschriften, verstrekken die autoriteiten, ongeacht of zij in dezelfde lidstaat gevestigd zijn, elkaar alle informatie die essentieel of relevant is voor de uitoefening van de toezichthoudende taken door de andere autoriteiten krachtens de sectorale voorschriften en deze richtlijn. In dat verband delen de bevoegde autoriteiten en de coördinator desgevraagd alle relevante informatie mede en verstrekken zij uit eigen beweging alle essentiële informatie.

Die samenwerking betreft ten minste de vergaring en uitwisseling van informatie met betrekking tot de volgende aspecten:

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 12

a)het in kaart brengen van de juridische structuur, bestuur, en organisatiestructuur van de groep, met inbegrip van alle gereguleerde entiteiten, niet gereguleerde dochterondernemingen en significante bijkantoren die tot het financieel conglomeraat behoren, de houders van gekwalificeerde deelnemingen op niveau van de uiteindelijke moederonderneming, alsmede van de bevoegde autoriteiten voor de gereglementeerde entiteiten in de groep;

🡻 2002/87/EG (aangepast)

b)de door het financiële conglomeraat gevolgde strategie;

c)de financiële situatie van het financiële conglomeraat, in het bijzonder de kapitaaltoereikendheid, de intragroeptransacties, de risicoconcentratie en de winstgevendheid;

d)de belangrijkste aandeelhouders en het management van het financiële conglomeraat;

e)de organisatie en de risicobeheer- en internecontroleprocedures op het niveau van het financiële conglomeraat;

f)de procedures voor de vergaring van informatie bij de entiteiten in een financieel conglomeraat en de verificatie van die informatie;

g)ongunstige ontwikkelingen bij gereglementeerde entiteiten of bij andere entiteiten van het financiële conglomeraat die ernstige nadelige gevolgen voor de gereglementeerde entiteiten kunnen hebben;

h)belangrijke sancties en buitengewone maatregelen die de bevoegde autoriteiten in overeenstemming met de sectorale voorschriften of deze richtlijn hebben getroffen.

🡻 2010/78/EU Art. 2, punt 7 (aangepast)

De bevoegde autoriteiten kunnen tevens, overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1092/2010, informatie over gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat uitwisselen met de volgende autoriteiten indien zulks nodig is voor de uitoefening van hun respectieve taken, overeenkomstig het bepaalde in de sectorale voorschriften: de centrale banken, het Europees Stelsel van centrale banken, de Europese Centrale Bank en het Europees Comité voor systeemrisico’s overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1092/2010.

🡻 2002/87/EG (aangepast)

2.    Onverminderd hun respectieve verantwoordelijkheden als omschreven in de sectorale voorschriften plegen de betrokken bevoegde autoriteiten, voordat zij een besluit nemen in verband met de hierna vermelde aangelegenheden, onderling overleg indien dat besluit van belang is voor de toezichthoudende taken van andere bevoegde autoriteiten:

a)veranderingen in het aandeelhouderschap, de organisatie of de bestuursstructuur van gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat die goedkeuring of machtiging door de bevoegde autoriteiten vereisen;

b)belangrijke sancties of buitengewone maatregelen getroffen door de bevoegde autoriteiten.

Een bevoegde autoriteit kan besluiten geen overleg te plegen in spoedeisende gevallen of indien dat overleg de doeltreffendheid van haar besluiten in gevaar kan brengen. In dat geval stelt de bevoegde autoriteit de andere bevoegde autoriteiten daar onverwijld van in kennis.

3.    De coördinator kan de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar de moederonderneming haar hoofdkantoor heeft en die niet zelf het aanvullende toezicht overeenkomstig artikel 12 uitoefenen, verzoeken om van de moederonderneming alle informatie te vragen die relevant is voor de uitoefening van zijn coördinatietaken als omschreven in artikel 13, en die informatie aan hem door te geven.

Indien de in artikel 18, lid 2, bedoelde informatie reeds op grond van de sectorale voorschriften aan een bevoegde autoriteit is verstrekt, kunnen de voor de uitoefening van het aanvullende toezicht verantwoordelijke bevoegde autoriteiten zich tot de eerstgenoemde autoriteit wenden om de informatie te verkrijgen.

4.    De lidstaten geven toestemming voor de uitwisseling van informatie tussen hun bevoegde autoriteiten onderling en tussen hun bevoegde autoriteiten en andere autoriteiten, zoals bedoeld in de leden 1, 2 en 3. De vergaring of het bezit van informatie met betrekking tot een entiteit in een financieel conglomeraat die geen gereglementeerde entiteit is, houdt voor de bevoegde autoriteiten geenszins de verplichting in die entiteit te onderwerpen aan toezicht op individuele basis.

De in het kader van het aanvullende toezicht ontvangen informatie, en in het bijzonder enigerlei informatie-uitwisseling tussen de bevoegde autoriteiten onderling en tussen de bevoegde autoriteiten en andere autoriteiten waarin deze richtlijn voorziet, valt onder de in de sectorale voorschriften vervatte bepalingen inzake het beroepsgeheim en de mededeling van vertrouwelijke informatie.

🡻 2010/78/EU Art. 2, punt 8 (aangepast)

Artikel 15

Samenwerking en informatie-uitwisseling met het  Gemengd Comité 

1.    De bevoegde autoriteiten werken voor de toepassing van deze richtlijn samen met het Gemengd Comité, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1093/2010, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 en van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

2.    De bevoegde autoriteiten verstrekken het Gemengd Comité overeenkomstig artikel 35 van respectievelijk Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010 en Verordening (EU) nr. 1095/2010 alle informatie die het nodig heeft voor de uitoefening van zijn taken.

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 13

3. De coördinatoren verschaffen het Gemengd Comité de informatie zoals bedoeld in artikel 9, lid 4, en artikel 14, lid 1, tweede alinea, punt a). Het Gemengd Comité maakt aan de relevante bevoegde autoriteiten informatie bekend omtrent de juridische structuur, het bestuur, en de organisatiestructuur van financiële conglomeraten.

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 14 (aangepast)

Artikel 16

Gemeenschappelijke richtsnoeren

1.    De  ESA’s  stellen via het Gemengd Comité gemeenschappelijke richtsnoeren op over de wijze waarop risicobeoordelingen van financiële conglomeraten door de bevoegde autoriteit moeten worden uitgevoerd. Die gemeenschappelijke richtsnoeren moeten er in het bijzonder voor zorgen dat risicobeoordelingen de juiste instrumenten omvatten om de door de financiële conglomeraten gelopen groepsrisico’s te evalueren.

2.    De  ESA’s  stellen, via het Gemengd Comité, gemeenschappelijke richtsnoeren vast voor het ontwikkelen van toezichtpraktijken voor het aanvullend toezicht op gemengde financiële holdings als passende aanvulling op het groepstoezicht als bedoeld in Richtlijn 2009/138/EG, of eventueel het toezicht op geconsolideerde basis overeenkomstig Richtlijn 2013/36/EU. Zulke richtsnoeren dienen het mogelijk te maken alle relevante risico’s op te nemen in het toezicht, terwijl tegelijkertijd potentiële overlappingen in bedrijfseconomische toezicht worden vermeden.

🡻 2002/87/EG

Artikel 17

Leidinggevend orgaan van gemengde financiële holdings

De lidstaten eisen dat de personen die het bedrijf van een gemengde financiële holding feitelijk leiden voldoende betrouwbaarheid en voldoende ervaring bezitten om die functies uit te oefenen.

Artikel 18

Toegang tot informatie

🡻 2010/78/EU Art. 2, punt 9 (aangepast)

1.    De lidstaten zorgen ervoor dat er in hun rechtsgebied geen juridische belemmeringen bestaan die de onder het toepassingsgebied van het aanvullende toezicht vallende natuurlijke en rechtspersonen, ongeacht of dat al dan niet gereglementeerde entiteiten zijn, beletten om onderling alle informatie uit te wisselen die voor dat aanvullende toezicht relevant is, of informatie uit te wisselen overeenkomstig deze richtlijn en met de  ESA’s  overeenkomstig artikel 35 van respectievelijk Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010 en Verordening (EU) nr. 1095/2010, zo nodig via het Gemengd Comité.

🡻 2002/87/EG (aangepast)

2.    De lidstaten bepalen dat hun voor de uitoefening van het aanvullende toezicht verantwoordelijke bevoegde autoriteiten, door de entiteiten in een financieel conglomeraat, ongeacht of dat al dan niet gereglementeerde entiteiten zijn, hetzij direct, hetzij indirect te benaderen, toegang dienen te krijgen tot alle informatie die voor dat aanvullende toezicht relevant kan zijn.

Artikel 19

Verificatie

Indien de bevoegde autoriteiten bij de toepassing van deze richtlijn in welbepaalde gevallen informatie wensen te verifiëren over een al dan niet gereglementeerde, in een andere lidstaat gevestigde entiteit die deel uitmaakt van een financieel conglomeraat, verzoeken zij de bevoegde autoriteiten van die andere lidstaat ervoor te zorgen dat de verificatie wordt verricht.

De autoriteiten die een dergelijk verzoek ontvangen, geven, binnen het kader van hun bevoegdheid, hieraan gevolg door de verificatie zelf te verrichten, toe te staan dat de verificatie door een accountant of een deskundige wordt verricht, dan wel de verzoekende autoriteit toestemming te verlenen de verificatie zelf te verrichten.

De verzoekende bevoegde autoriteit kan, indien zij dat wenst, aan de verificatie deelnemen indien zij die niet zelf verricht.

Artikel 20

Handhavingsmaatregelen

Indien de gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat de in de artikelen 6 tot en met 9 gestelde vereisten niet naleven, of indien aan de vereisten wordt voldaan maar de solvabiliteit toch dreigt te worden ondermijnd, of indien de intragroeptransacties of de risicoconcentraties de financiële positie van de gereglementeerde entiteiten bedreigen, worden de nodige maatregelen getroffen om de situatie zo spoedig mogelijk recht te zetten:

a)door de coördinator ten aanzien van de gemengde financiële holding;

b)door de bevoegde autoriteiten ten aanzien van de gereglementeerde entiteiten; te dien einde stelt de coördinator die bevoegde autoriteiten in kennis van zijn bevindingen.

🡻 2010/78/EU Art. 2, punt 10 (aangepast)

Onverminderd artikel 21, lid 2, kunnen de lidstaten bepalen welke maatregelen de bevoegde autoriteiten met betrekking tot gemengde financiële holdings kunnen nemen. Overeenkomstig de artikelen 16 en 56 van respectievelijk Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010, en Verordening (EU) nr. 1095/2010 kunnen de  ESA’s , via het Gemengd Comité, richtsnoeren ontwikkelen voor maatregelen ten aanzien van gemengde financiële holdings.

🡻 2002/87/EG

Waar nodig coördineren de betrokken bevoegde autoriteiten, met inbegrip van de coördinator, hun toezichtsmaatregelen.

Artikel 21

Aanvullende bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten

1.    In afwachting van verdere harmonisatie van de sectorale voorschriften bepalen de lidstaten dat hun bevoegde autoriteiten gemachtigd zijn om alle toezichtsmaatregelen te nemen die zij nodig achten om de omzeiling van sectorale voorschriften door gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat te voorkomen of aan te pakken.

2.    Onverminderd hun strafrechtelijke bepalingen zorgen de lidstaten ervoor dat sancties of maatregelen, bedoeld om een einde te maken aan waargenomen inbreuken of de oorzaken van dergelijke inbreuken weg te nemen, kunnen worden opgelegd aan gemengde financiële holdings, of de feitelijke bestuurders daarvan, die wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen overtreden welke ter uitvoering van deze richtlijn zijn vastgesteld. In bepaalde gevallen kunnen die maatregelen een optreden van de rechter vereisen. De bevoegde autoriteiten werken nauw samen opdat de genoemde sancties of maatregelen de beoogde uitwerking hebben.

AFDELING 4

DERDE LANDEN

Artikel 22

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 15, onder a)

Moederondernemingen in een derde land

🡻 2010/78/EU Art. 2, punt 11, onder a) (aangepast)

1.    Onverminderd de sectorale voorschriften verifiëren de bevoegde autoriteiten in het in artikel 5, lid 3, bedoelde geval of de gereglementeerde entiteiten waarvan de moederonderneming haar hoofdbestuur in een derde land heeft, onderworpen zijn aan door de bevoegde autoriteit van dat derde land uitgeoefend toezicht dat gelijkwaardig is met het toezicht uit hoofde van deze richtlijn betreffende het aanvullende toezicht op gereglementeerde entiteiten als bedoeld in artikel 5, lid 2. De verificatie geschiedt door de bevoegde autoriteit die de coördinator zou zijn indien de in artikel 12, lid 2, bepaalde criteria van toepassing waren op verzoek van de moederonderneming of van een van de gereglementeerde entiteiten die in de Unie een vergunning hebben verkregen, dan wel op haar eigen initiatief.

Die bevoegde autoriteit raadpleegt de andere relevante bevoegde autoriteiten en spant zich tot het uiterste in om te voldoen aan alle toepasselijke richtsnoeren die overeenkomstig de artikelen 16 en 56 van respectievelijk Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010 en Verordening (EU) nr. 1095/2010 via het Gemengd Comité zijn opgesteld.

🡻 2010/78/EU Art. 2, punt 11, onder b)

2.    Wanneer een bevoegde autoriteit van mening verschilt over een door een andere relevante bevoegde autoriteit uit hoofde van lid 1 genomen besluit, is artikel 19 van respectievelijk Verordening (EU) nr. 1093/2010, van Verordening (EU) nr. 1094/2010 en van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van toepassing.

🡻 2002/87/EG (aangepast)

3.    Indien een gelijkwaardig toezicht als bedoeld in lid 1  van dit artikel  ontbreekt, passen de lidstaten naar analogie op de gereglementeerde entiteiten de bepalingen toe betreffende het aanvullende toezicht op de gereglementeerde entiteiten als bedoeld in artikel 5, lid 2. Als alternatief kunnen de bevoegde autoriteiten één van de in lid 4  van dit artikel  bedoelde methoden toepassen.

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 15, onder b) (aangepast)

4.    De bevoegde autoriteiten kunnen andere methoden toepassen die een adequaat aanvullend toezicht op de gereguleerde entiteiten in een financieel conglomeraat verzekeren. Die methoden moeten door de coördinator worden goedgekeurd, na overleg met de andere relevante bevoegde autoriteiten. De bevoegde autoriteiten kunnen met name de oprichting verlangen van een gemengde financiële holding met hoofdkantoor in de Unie, en deze richtlijn toepassen op gereguleerde entiteiten in het financieel conglomeraat dat door de holding wordt gecontroleerd. De bevoegde autoriteiten zien erop toe dat die methoden het doel van het aanvullend toezicht uit hoofde van deze richtlijn realiseren, en stellen de andere betrokken autoriteiten en de Commissie daarvan in kennis.

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 16

Artikel 23

Samenwerking met de bevoegde autoriteiten van derde landen

Artikel 48, leden 1 en 2, van Richtlijn 2013/36/EU en artikel 264 van Richtlijn 2009/138/EG zijn mutatis mutandis van toepassing bij onderhandelingen over overeenkomsten met één of meer derde landen over middelen voor de uitoefening van het aanvullende toezicht op gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat.

🡻 2002/87/EG

HOOFDSTUK III

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 17

GEDELEGEERDE HANDELINGEN EN UITVOERINGSMAATREGELEN

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 18 (aangepast)

Artikel 24

Aan de Commissie verleende bevoegdheden

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 28 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot de technische aanpassingen die in deze richtlijn moeten worden gemaakt op de volgende gebieden:

a)preciseren van de in artikel 2 vervatte definities om bij de toepassing van deze richtlijn rekening te houden met de ontwikkelingen op de financiële markten;

b)het in lijn brengen van de terminologie en de verwoording van de definities van deze richtlijn aan latere besluiten van de Unie inzake gereglementeerde entiteiten en aanverwante onderwerpen;

c)preciseren van de in bijlage I beschreven berekeningsmethoden om rekening te houden met de ontwikkelingen op de financiële markten en bedrijfseconomische technieken.

Die maatregelen hebben geen betrekking op de aan de Commissie gedelegeerde en verleende bevoegdheid ten aanzien van de in artikel 26 vermelde punten.

🡻 2002/87/EG (aangepast)

Artikel 25

Comité  voor Financiële Conglomeraten 

1.    De Commissie wordt bijgestaan door een Comité voor financiële conglomeraten.

🡻 2010/78/EU Art. 2, punt 14, onder a) (aangepast)

2.    De  ESA’s  kunnen via het Gemengd Comité  gemeenschappelijke  richtsnoeren verstrekken over de vraag of de regelingen inzake aanvullend toezicht van de bevoegde autoriteiten in derde landen naar verwachting de doelstellingen van het aanvullend toezicht zullen verwezenlijken zoals die in deze richtlijn zijn bepaald voor de gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat dat geleid wordt door een entiteit met statutaire zetel in een derde land. Dergelijke richtsnoeren worden getoetst door het Gemengd Comité, dat rekening houdt met alle wijzigingen in het aanvullend toezicht dat door die bevoegde autoriteiten wordt uitgeoefend.

🡻 2002/87/EG (aangepast)

3.    Het  Comité voor Financiële Conglomeraten  wordt door de lidstaten op de hoogte gehouden van de beginselen die bij het toezicht op intragroeptransacties en risicoconcentratie worden gevolgd.

🡻 2010/78/EU Art. 2, punt 15 (aangepast)

Artikel 26

Technische normen

1.    Om een consequente harmonisatie van deze richtlijn te garanderen, kunnen de  ESA’s , overeenkomstig artikel 56 van respectievelijk Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010 en Verordening (EU) nr. 1095/2010 ontwerpen van technische reguleringsnormen opstellen met betrekking tot:

a)artikel 2,  eerste lid,punt  12, om de toepassing van artikel 2, punt 2), van Richtlijn 2013/34/EU in de context van deze richtlijn nader te bepalen;

b)artikel 2,  eerste lid, punt  19, om de procedures voor de aanwijzing van de „relevante bevoegde autoriteiten” vast te stellen of de criteria daarvoor nader te bepalen;

c)artikel 3, lid 4, om de alternatieve parameters voor de identificatie van een financieel conglomeraat nader te bepalen;

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 20, onder a)

d)artikel 6, lid 2, teneinde uniformiteit te verzekeren van het model (met instructies) voor, en de frequenties en, waar zulks van toepassing is, de data voor rapportering te bepalen.

🡻 2010/78/EU Art. 2, punt 15 (aangepast)

De Commissie  is bevoegd  de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de in de artikelen 10 tot 14 van respectievelijk Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010, en Verordening (EU) nr. 1095/2010 bedoelde procedure.

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 20, onder b) (aangepast)

2.    Om een consistente toepassing van de artikelen 2, 7 en 8 en van bijlage II te waarborgen, kunnen de  ESA’s  via het Gemengd Comité, een ontwerp voor bindende technische normen opstellen om tot een preciezere formulering te komen van de definities zoals opgenomen in artikel 2 en ter coördinatie van de bepalingen die worden vastgesteld op grond van de artikelen 7 en 8 en bijlage II.

De Commissie  is bevoegd  om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen in overeenstemming met de in de artikelen 10 tot en met 14 van respectievelijk de Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010, en Verordening (EU) nr. 1095/2010 bedoelde procedure.

🡻 2010/78/EU Art. 2, punt 15 (aangepast)

3.    Om eenvormige voorwaarden voor de toepassing van deze richtlijn te garanderen, kunnen de  ESA’s , overeenkomstig artikel 56 van respectievelijk Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010, en Verordening (EU) nr. 1095/2010 ontwerpen van technische uitvoeringsnormen opstellen met betrekking tot:

a)artikel 7, lid 2, om te zorgen voor eenvormige voorwaarden voor de toepassing van de procedures voor het opnemen van elementen in het toepassingsgebied van de definitie van onder superviserende controle staande „risicoconcentraties” als bedoeld in de artikel 7, lid 2, tweede alinea;

b)artikel 8, lid 2, om te zorgen voor eenvormige voorwaarden voor de toepassing van de procedures voor het opnemen van elementen in het toepassingsgebied van de definitie van onder superviserende controle staande „intragroeptransacties” als bedoeld in de artikel 8, lid 2, derde alinea.

De Commissie  stelt  de in de eerste alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen vast overeenkomstig artikel 15 van respectievelijk Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010, en Verordening (EU) nr. 1095/2010.

🡻 2013/36/EU Art. 150, punt b (aangepast)

4.    Om een consistente toepassing van de in bijlage I, deel II, van deze richtlijn juncto artikel 49, lid 1, van Verordening (EU) nr. 575/2013 en artikel 228, lid 1, van Richtlijn 2009/138/EG beschreven berekeningsmethoden te garanderen, stellen de  ESA’s , onverminderd artikel 6, lid 4, van de onderhavige richtlijn, via het gemengd comité ontwerpen op van technische reguleringsnormen met betrekking tot artikel 6, lid 2, van deze richtlijn.

De Commissie  is bevoegd  om de in de eerste alinea bedoelde technische reguleringsnormen vast te stellen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van respectievelijk Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010, en Verordening (EU) nr. 1095/2010.

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 21 (aangepast)

Artikel 27 

Gemeenschappelijke richtsnoeren

De  ESA’s  vaardigen via het Gemengd Comité gemeenschappelijke richtsnoeren uit zoals bedoeld in artikel 3, lid 9, artikel 7, lid 5, artikel 8, lid 5, artikel 9, lid 6, artikel 13, lid 1, derde alinea, artikel 16 en artikel 25, lid 2, in overeenstemming met de procedure van respectievelijk artikel 56 van Verordening (EU) nr. 1093/2010, Verordening (EU) nr. 1094/2010, en Verordening (EU) nr. 1095/2010.

Artikel 28

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.    De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie verleend onder de voorwaarden van dit artikel.

2.    De in artikel 24 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie verleend voor een periode van vier jaar vanaf 9 december 2011. De Commissie stelt  niet later dan  zes maanden voor het verstrijken van de termijn van vier jaar een verslag op over die bevoegdheidsdelegatie. De delegatie van bevoegdheden zal stilzwijgend worden verlengd voor perioden van gelijke duur, tenzij het Europees Parlement of de Raad uiterlijk drie maanden voor het verstrijken van elke periode bezwaar maakt tegen een verlenging.

3.    Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 24 verleende bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Een besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag volgend op de publicatie ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een in dat besluit bepaalde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

 4.    Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. 

5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, geeft zij daarvan gelijktijdig kennis aan het Europees Parlement en de Raad.

6.    Een overeenkomstig artikel 24 vastgestelde gedelegeerde handeling, treedt pas in werking indien het Europees Parlement of de Raad binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving ervan aan het Europees Parlement en de Raad daartegen geen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.

🡻 2002/87/EG (aangepast)

HOOFDSTUK IV

VERMOGENSBEHEERDERS , BEHEERDERS VAN ALTERNATIVE BELEGGINGSINSTELLINGEN, EN TOEGANKELIJKHEID VAN INFORMATIE OP HET EUROPEES CENTRAAL TOEGANGSPUNT 

Artikel 29

Vermogensbeheerders

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 22 (aangepast)

1.    In afwachting van verdere coördinatie van de sectorale voorschriften zorgen de lidstaten ervoor dat vermogensbeheerders vallen onder:

a)het toepassingsgebied van het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, of het toepassingsgebied van het aanvullend toezicht op verzekeringsondernemingen in een verzekeringsgroep;

b)het toepassingsgebied van het aanvullende toezicht in de zin van deze richtlijn, indien de groep een financieel conglomeraat is;

c)het identificatieproces in overeenstemming met artikel 3, lid 2.

🡻 2002/87/EG (aangepast)

2.    Voor de toepassing van lid 1 bepalen de lidstaten, dan wel geven zij hun bevoegde autoriteiten de bevoegdheid te besluiten, volgens welke sectorale voorschriften (sector banken, sector verzekeringen of sector beleggingsdiensten) vermogensbeheerders onder het in lid 1, punt a), bedoelde toezicht op geconsolideerde basis of aanvullende toezicht vallen. Voor de toepassing van deze bepaling zijn de relevante sectorale voorschriften betreffende de wijze waarop en de mate waarin financiële instellingen (indien vermogensbeheerders onder het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen vallen) en herverzekeringsondernemingen (indien vermogensbeheerders onder het aanvullend toezicht op verzekeringsondernemingen vallen) daaronder vallen, mutatis mutandis van toepassing op vermogensbeheerders. Voor de toepassing van het in lid 1, punt b) genoemde aanvullende toezicht wordt de vermogensbeheerder behandeld als deel uitmakend van de sector waaronder hij uit hoofde van lid 1, punt a) valt.

Indien een vermogensbeheerder deel uitmaakt van een financieel conglomeraat wordt elke vermelding van het begrip gereglementeerde entiteit en elke vermelding van het begrip bevoegde autoriteiten en relevante bevoegde autoriteiten voor de toepassing van deze richtlijn geacht respectievelijk vermogensbeheerders en de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op vermogensbeheerders te omvatten. Dit is van overeenkomstige toepassing voor de in lid 1, punt a) bedoelde groepen.

🡻 2011/89/EU Art. 2, punt 23 (aangepast)

Artikel 30

Beheerders van alternatieve beleggingsfondsen

1.    In afwachting van verdere coördinatie van de sectorale voorschriften zorgen de lidstaten ervoor dat beheerders van alternatieve beleggingsfondsen vallen onder:

a)het toepassingsgebied van het toezicht op geconsolideerde basis op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, of het toepassingsgebied van het aanvullend toezicht op verzekeringsondernemingen in een verzekeringsgroep;

b)het toepassingsgebied van het aanvullende toezicht in de zin van deze richtlijn, indien de groep een financieel conglomeraat is;

c)het identificatieproces in de zin van artikel 3, lid 2.

2.    Voor de toepassing van lid 1 bepalen de lidstaten, dan wel geven zij hun bevoegde autoriteiten de bevoegdheid te besluiten, volgens welke sectorale voorschriften (sector banken, sector verzekeringen of sector beleggingsdiensten) beheerders van alternatieve beleggingsfondsen worden meegenomen in het geconsolideerde of het aanvullende toezicht zoals bedoeld in lid 1, punt a). Voor de doeleinden van dit lid zijn de relevante sectorale voorschriften betreffende de vorm en de mate waarin financiële instellingen worden meegenomen mutatis mutandis van toepassing op beheerders van alternatieve beleggingsfondsen. Voor de toepassing van het in lid 1, punt b) van genoemde aanvullende toezicht wordt de beheerder van alternatieve beleggingsfondsen behandeld als deel uitmakend van de sector waaronder hij uit hoofde van lid 1, punt a), valt.

Indien een beheerder van een alternatief beleggingsfonds deel uitmaakt van een financieel conglomeraat wordt elke vermelding van het begrip gereglementeerde entiteit en elke vermelding van het begrip bevoegde autoriteiten en relevante bevoegde autoriteiten voor de toepassing van deze richtlijn geacht respectievelijk beheerders van alternatieve beleggingsfondsen en de bevoegde autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op beheerders van alternatieve beleggingsfondsen te omvatten. Dit is mutatis mutandis van toepassing op lid 1, punt a) bedoelde groepen.

🡻 (EU) 2023/2864 artikel 1

Artikel 31

Toegankelijkheid van informatie op het Europees centraal toegangspunt

1.    Met ingang van 10 januari 2030 dragen de lidstaten er zorg voor dat, wanneer gereglementeerde entiteiten in artikel 9, lid 4, van deze richtlijn bedoelde informatie openbaar maken, zij die informatie op hetzelfde tijdstip indienen bij de in lid 3 van dit artikel bedoelde verzamelende instantie met het oog op het toegankelijk maken ervan op het uit hoofde van Verordening (EU) 2023/2859 van het Europees Parlement en de Raad 22 opgerichte Europees centraal toegangspunt (European Single Access Point — ESAP).

De lidstaten zien erop toe dat de informatie aan de volgende vereisten voldoet:

a)de informatie is ingediend in een voor data-extractie geschikt formaat zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 3), van Verordening (EU) 2023/2859 of, wanneer zulks door het Unierecht wordt vereist, in een machinaal leesbaar formaat zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 4), van die verordening;

b)de informatie gaat vergezeld van de volgende metadata:

i)alle namen van de gereglementeerde entiteit waarop de informatie betrekking heeft;

ii)de identificatiecode voor juridische entiteiten van de gereglementeerde entiteit, zoals gespecificeerd op grond van artikel 7, lid 4, punt b), van Verordening (EU) 2023/2859;

iii)de grootte van de gereglementeerde entiteit naar categorie, zoals gespecificeerd op grond van artikel 7, lid 4, punt d), van die verordening;

iv)het type informatie volgens de indeling op grond van artikel 7, lid 4, punt c), van die verordening;

v)een vermelding of de informatie persoonsgegevens bevat.

2.    Voor de toepassing van lid 1, punt b), ii), schrijven de lidstaten voor dat gereglementeerde entiteiten een identificatiecode voor juridische entiteiten moeten verkrijgen.

3.    Voor het op ESAP toegankelijk maken van de in lid 1 van dit artikel bedoelde informatie geldt dat de bevoegde autoriteit de verzamelende instantie is zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2), van Verordening (EU) 2023/2859.

4.    Om ervoor te zorgen dat de overeenkomstig lid 1 ingediende informatie efficiënt wordt verzameld en beheerd, ontwikkelt ESMA ontwerpen van technische uitvoeringsnormen tot nadere vaststelling van:

a)andere metadata waarvan de informatie vergezeld moet gaan;

b)de structurering van data in de informatie;

c)de informatie waarvoor een machinaal leesbaar formaat vereist is en de vraag welk machinaal leesbaar formaat in dergelijke gevallen moet worden gebruikt.

Voor de toepassing van punt c) gaat ESMA de voor- en nadelen van verschillende machinaal leesbare formaten na en voert zij de nodige praktijktests uit.

ESMA legt die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen voor aan de Commissie.

Aan de Commissie wordt de bevoegdheid toegekend om de in de eerste alinea van dit lid bedoelde technische uitvoeringsnormen vast te stellen overeenkomstig artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1095/2010.

5.    Indien nodig stelt ESMA richtsnoeren op om te garanderen dat de overeenkomstig lid 4, eerste alinea, punt a), ingediende metadata correct zijn.

🡻 2002/87/EG

HOOFDSTUK V

SLOTBEPALINGEN

Artikel 32

Verslag van de Commissie

🡻 2025/2/EU artikel 3

Uiterlijk op 31 december 2027 beoordeelt de Commissie in een verslag aan het Europees Parlement en de Raad de werking van deze richtlijn en van Richtlijn 2009/138/EG met betrekking tot de onderstaande aspecten, met name rekening houdend met de prudentiële behandeling van sectoroverschrijdende deelnemingen in het kader van sectorale voorschriften, in de zin van een gelijk speelveld:

a)of het feit dat er financiële dienstverleners zijn die onderworpen zijn aan financieel toezicht in het kader van sectorale voorschriften, maar niet zijn genoteerd in een van de in deze richtlijn genoemde financiële sectoren, een ongelijk speelveld voor financiële conglomeraten creëert;

b)of alle financiële conglomeraten op consistente wijze regels inzake kapitaaltoereikendheidsvereisten toepassen, met inbegrip van die van Gedelegeerde verordening (EU) nr. 342/2014 van de Commissie 23 , en of die regels vergelijkbare algemene kwantitatieve vereisten opleggen aan financiële conglomeraten, ongeacht of de belangrijkste financiële sector van het financiële conglomeraat de banksector, de verzekeringssector of de sector beleggingsdiensten is;

c)of de toezichtprocessen en de toewijzing van mandaten en handhavingsbevoegdheden tussen coördinatoren en sectorale toezichthouders, met name wat kapitaaltoereikendheidsvereisten betreft, voldoende duidelijk en geharmoniseerd zijn om ervoor te zorgen dat de kapitaaltoereikendheidsvereisten in de hele Unie doeltreffend op consistente wijze worden gehandhaafd, ongeacht de belangrijkste financiële sector waarin een financieel conglomeraat actief is;

d)of het ontbreken van identificatie van een onderneming die uiteindelijk verantwoordelijk is voor de naleving van deze richtlijn, problemen oplevert met betrekking tot het waarborgen van een gelijk speelveld.

🡻 (aangepast)

Artikel 33

 Intrekking  

Richtlijn 2002/87/EG, zoals gewijzigd bij de in bijlage III, deel A, genoemde  richtlijnen,  wordt ingetrokken, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage III, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in nationaal recht en de datums van toepassing van de aldaar genoemde richtlijnen.

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijn gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage IV.

🡻 Directive 2002/87/EG (aangepast)

Artikel 34

Inwerkingtreding

Deze richtlijn treedt in werking op de  twintigste da  g na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 35

Geadresseerden

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

(1)    COM(87) 868 PV.
(2)    Zie bijlage 3 bij deel A van die conclusies.
(3)    Opgenomen in het wetgevingsprogramma voor 2025.
(4)    Zie bijlage III, deel A, bij dit voorstel.
(5)    PB C […] van […], blz. […].
(6)    Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekeringsondernemingen en beleggingsondernemingen in een financieel conglomeraat en tot wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG, 79/267/EEG, 92/49/EEG, 92/96/EEG, 93/6/EEG en 93/22/EEG van de Raad en van de Richtlijnen 98/78/EG en 2000/12/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 35 van 11.2.2003, blz. 1, ELI:  http://data.europa.eu/eli/dir/2002/87/oj ).
(7)    Zie bijlage III, deel A.
(8)    Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2010/1093/oj ).
(9)    Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/79/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 48, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2010/1094/oj ).
(10)    Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2010/1095/oj ).
(11)    Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II)
(PB L 335 van 17.12.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/138/oj ).
(12)    Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2011 inzake beheerders van alternatieve beleggingsinstellingen en tot wijziging van de Richtlijnen 2003/41/EG en 2009/65/EG en van de Verordeningen (EG) nr. 1060/2009 en (EU) nr. 1095/2010 (PB L 174 van 1.7.2011, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2011/61/oj ).
(13)    Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338, ELI:  http://data.europa.eu/eli/dir/2013/36/oj ).
(14)    Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/65/oj ).
(15)    PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1. ELI:  http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2016/512/oj
(16)    Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) (PB L 302 van 17.11.2009, blz. 32, ELI:  http://data.europa.eu/eli/dir/2009/65/oj ).
(17)    Verordening (EU) Nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2013/575/oj ).
(18)    Verordening (EU) 2019/2033 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 575/2013, (EU) nr. 600/2014 en (EU) nr. 806/2014 (PB L 314 van 5.12.2019, blz. 1, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2019/2033/oj ).
(19)    Richtlijn (EU) 2019/2034 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende het prudentiële toezicht op beleggingsondernemingen en tot wijziging van Richtlijnen 2002/87/EG, 2009/65/EG, 2011/61/EU, 2013/36/EU, 2014/59/EU en 2014/65/EU (PB L 314 van 5.12.2019, blz. 64, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2019/2034/oj ).
(20)    Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad (PB L 182 van 29.6.2013, blz. 19) ELI:  http://data.europa.eu/eli/dir/2013/34/oj ).
(21)    Verordening (EU) nr. 1092/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 betreffende macroprudentieel toezicht van de Europese Unie op het financiële stelsel en tot oprichting van een Europees Comité voor systeemrisico’s (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 1, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2010/1092/oj ).
(22)    Verordening (EU) 2023/2859 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot oprichting van een Europees centraal toegangspunt dat gecentraliseerde toegang biedt tot voor financiële diensten, kapitaalmarkten en duurzaamheid relevante publiek beschikbare informatie (PB L 2023/2859, 20.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2859/oj ).
(23)    Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 342/2014 van de Commissie van 21 januari 2014 tot aanvulling van Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad ten aanzien van technische reguleringsnormen voor de toepassing van de berekeningsmethoden voor kapitaaltoereikendheidsvereisten voor financiële conglomeraten (PB L 100 van 3.4.2014, blz. 1 ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg_del/2014/342/oj ).
Top

Brussel, 17.2.2026

COM(2026) 74 final

BIJLAGEN

bij

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende het aanvullende toezicht op kredietinstellingen, verzekerings- of herverzekeringsondernemingen , e beleggingsondernemingen, vermogensbeheerders en beheerders van alternatieve beleggingsfondsen in een financieel conglomeraate (codificatie)


🡻 2002/87/EC (aangepast)

BIJLAGE I

KAPITAALTOEREIKENDHEID

De aanvullende kapitaaltoereikendheid van de gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat als bedoeld in artikel 6, lid 1, wordt berekend overeenkomstig de technische beginselen en één van de methoden die in deze bijlage worden beschreven.

Onverminderd de bepalingen van de volgende alinea staan de lidstaten hun bevoegde autoriteiten toe om, indien zij met betrekking tot een bepaald financieel conglomeraat de rol van coördinator vervullen, na overleg met de andere relevante bevoegde autoriteiten en het conglomeraat zelf te besluiten welke methode door dat financieel conglomeraat wordt toegepast.

De lidstaten kunnen voorschrijven dat de berekening wordt uitgevoerd volgens één bepaalde van de in deze bijlage beschreven methoden indien aan het hoofd van een financieel conglomeraat een gereglementeerde entiteit staat waaraan in die lidstaat vergunning is verleend. Indien aan het hoofd van het financiële conglomeraat geen gereglementeerde entiteit in de zin van artikel 1 staat, staan de lidstaten de toepassing van alle in deze bijlage omschreven methoden toe, behalve indien de relevante bevoegde autoriteiten  zich  in dezelfde lidstaat  bevinden  zijn, in welk geval die lidstaat kan voorschrijven dat een van die methoden wordt toegepast.

I.Technische beginselen

1.Reikwijdte en vorm van de berekening van de aanvullende kapitaaltoereikendheid

Ongeacht welke methode wordt toegepast, wordt, indien de entiteit een dochteronderneming is en zij een solvabiliteitstekort of - in geval van een niet-gereglementeerde entiteit uit de financiële sector - een theoretisch solvabiliteitstekort heeft, het totale solvabiliteitstekort van de dochteronderneming in aanmerking genomen. Ingeval de coördinator van oordeel is dat de aansprakelijkheid van de moederonderneming die een gedeelte van het kapitaal in eigendom heeft, strikt en ondubbelzinnig tot dat gedeelte van het kapitaal beperkt is, kan hij toestaan dat het solvabiliteitstekort van de dochteronderneming op proportionele grondslag in aanmerking wordt genomen.

Indien tussen de entiteiten in een financieel conglomeraat geen kapitaalbanden bestaan, bepaalt de coördinator, na overleg met de andere relevante bevoegde autoriteiten, het proportionele deel dat in aanmerking moet worden genomen, rekening houdend met de aansprakelijkheid waartoe de bestaande betrekkingen aanleiding geven.

2.Overige technische beginselen

Ongeacht welke van de in deel II van deze bijlage vastgestelde methoden ook wordt toegepast om de aanvullende kapitaaltoereikendheid van de gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat te berekenen, zien de coördinator en, indien nodig, de andere betrokken bevoegde autoriteiten, er steeds op toe dat de volgende beginselen van toepassing zijn:

i)het meermaals gebruiken van vermogensbestanddelen die voor de berekening van het eigen vermogen in aanmerking komen op het niveau van het financiële conglomeraat ("multiple gearing") en de ongepaste schepping van eigen vermogen binnen de groep moeten worden uitgesloten; met het oog op het uitsluiten van multiple gearing en ongepaste schepping van eigen vermogen binnen de groep passen de bevoegde autoriteiten de relevante beginselen van de desbetreffende sectorale voorschriften naar analogie toe;

ii)in afwachting van verdere harmonisatie van de sectorale voorschriften worden de solvabiliteitsvereisten voor iedere onderscheiden financiële sector die in een financieel conglomeraat vertegenwoordigd is, gedekt door eigenvermogensbestanddelen  overeenkomstig  de desbetreffende sectorale voorschriften. Indien er een tekort aan eigen vermogen is op het niveau van het financieel conglomeraat, mogen alleen de eigenvermogensbestanddelen die op grond van elk van de sectorale voorschriften in aanmerking komen ("sectoroverschrijdend kapitaal") dienen om te verifiëren of de aanvullende solvabiliteitsvereisten worden nageleefd.

Iindien de sectorale voorschriften het meerekenen van bepaalde als sectoroverschrijdend kapitaal aan te merken eigenvermogensinstrumenten aan beperkingen onderwerpen, zijn die beperkingen van overeenkomstige toepassing bij de berekening van het eigen vermogen op het niveau van het financiële conglomeraat.

Bbij de berekening van het eigen vermogen op het niveau van het financiële conglomeraat houden de bevoegde autoriteiten er tevens rekening mee in hoeverre het eigen vermogen effectief overdraagbaar en beschikbaar is tussen de verschillende juridische entiteiten in de groep in het licht van de doeleinden van de kapitaaltoereikendheidsvoorschriften.

Het overeenkomstig deel II van deze bijlage berekende theoretische solvabiliteitsvereiste voor een niet-gereglementeerde entiteit uit de financiële sector is het kapitaalvereiste waaraan een dergelijke entiteit krachtens de desbetreffende sectorale voorschriften zou moeten voldoen indien het om een gereglementeerde entiteit van die specifieke financiële sector ging; in het geval van vermogensbeheerders is het solvabiliteitsvereiste het kapitaalvereiste als bepaald in artikel 7, lid 1, punt a), van Richtlijn 2009/65/EG. Het theoretische solvabiliteitsvereiste van een gemengde financiële holding wordt berekend overeenkomstig de sectorale voorschriften van de belangrijkste financiële sector in het financiële conglomeraat.

II.Technische berekeningsmethoden

Methode 1:methode op basis van consolidatie van jaarrekeningen

De aanvullende kapitaaltoereikendheid van de gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat wordt berekend aan de hand van de geconsolideerde jaarrekening.

De aanvullende kapitaaltoereikendheid wordt berekend als het verschil tussen:

i)het eigen vermogen van het financiële conglomeraat, berekend op basis van de geconsolideerde positie van de groep; de in aanmerking komende vermogensbestanddelen zijn die welke in de desbetreffende sectorale voorschriften als zodanig worden aangemerkt;

en

ii)de som van de solvabiliteitsvereisten voor elke onderscheiden financiële sector die in de groep vertegenwoordigd is; de solvabiliteitsvereisten voor elke onderscheiden financiële sector worden berekend volgens de desbetreffende sectorale voorschriften.

De sectorale voorschriften zijn in het bijzonder Verordening (EU) nr. 575/2013,  deel I,  , titel II, hoofdstuk 2, afdeling 2, voor kredietinstellingen, Richtlijn 2009/138/EG voor verzekeringsondernemingen, en Richtlijn 2013/36/EU voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen.

Voor niet-gereglementeerde entiteiten uit de financiële sector welke niet bij de bovengenoemde berekeningen van de sectorale solvabiliteitsvereisten  , zoals vermeld in de tweede alinea,  zijn meegeteld, wordt een theoretisch solvabiliteitsvereiste berekend.

Het verschil mag niet negatief zijn.

Methode 2: methode inzake  aftrek en aggregatie

De aanvullende kapitaaltoereikendheid van de gereglementeerde entiteiten in een financieel conglomeraat wordt berekend aan de hand van de jaarrekeningen van elk van de entiteiten in de groep.

De aanvullende kapitaaltoereikendheid wordt berekend als het verschil tussen:

i)de som van het eigen vermogen van elke tot het financiële conglomeraat behorende gereglementeerde en niet-gereglementeerde entiteit uit de financiële sector; de in aanmerking komende vermogensbestanddelen zijn die welke in de desbetreffende sectorale voorschriften als zodanig worden aangemerkt;

en

ii)de som van:

de solvabiliteitsvereisten voor elke tot de groep behorende gereglementeerde en niet-gereglementeerde entiteit uit de financiële sector;die solvabiliteitsvereisten worden berekend volgens de relevante sectorale voorschriften; en

de boekwaarde van de deelnemingen in andere entiteiten van de groep.

Voor niet-gereglementeerde entiteiten uit de financiële sector wordt een theoretisch solvabiliteitsvereiste berekend. Het eigen vermogen en de solvabiliteitsvereisten worden voor hun proportionele deel in aanmerking genomen krachtens artikel 6, lid 4, zulks overeenkomstig deel I van deze bijlage.

Het verschil mag niet negatief zijn.

🡻 2011/89/EU Art. 2, pt. 24 and Annex II

Methode 3: „combinatiemethode

De bevoegde autoriteiten kunnen een combinatie van methode 1 en methode 2 toestaan.

_____________

🡻 2002/87/EC

BIJLAGE II

TECHNISCHE TOEPASSING VAN DE BEPALINGEN INZAKE INTRAGROEPTRANSACTIES EN RISICOCONCENTRATIE

De coördinator bepaalt, na overleg met de andere relevante bevoegde autoriteiten, welke categorieën transacties en risico's door de gereglementeerde entiteiten in een bepaald financieel conglomeraat moeten worden gerapporteerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 7, lid 2, en artikel 8, lid 2, betreffende de rapportage van intragroeptransacties en risicoconcentraties. Bij het bepalen van, of het geven van hun oordeel over, de categorieën transacties en risico's houden de coördinator en de relevante bevoegde autoriteiten rekening met de specifieke groeps- en risicobeheerstructuur van het financiële conglomeraat. Met het oog op de aanmerking als significante intragroeptransactie en significante risicoconcentratie die overeenkomstig de artikelen 7 en 8 moeten worden gerapporteerd, stelt de coördinator, na overleg met de andere relevante bevoegde autoriteiten en het conglomeraat zelf, passende drempels vast op basis van het reglementaire eigen vermogen en/of de technische voorzieningen.

Bij de superviserende controle van intragroeptransacties en risicoconcentraties let de coördinator vooral op mogelijke besmettingsrisico's in het financiële conglomeraat, het risico van belangenconflicten, het risico van omzeiling van sectorale voorschriften en het niveau of de omvang van de risico's.

De lidstaten kunnen hun bevoegde autoriteiten toestaan de bepalingen van de sectorale voorschriften inzake intragroeptransacties en risicoconcentraties op het niveau van het financiële conglomeraat toe te passen, meer bepaald om te voorkomen dat de sectorale voorschriften worden omzeild.

_____________

🡹

BIJLAGE III

Deel A

Ingetrokken richtlijn met overzicht van de achtereenvolgende wijzigingen ervan
(bedoeld in artikel
32)

Richtlijn 2002/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 35 van 11.2.2003, blz. 1, ELI:  http://data.europa.eu/eli/dir/2002/87/oj )

Richtlijn 2005/1/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 79 van 24.3.2005, blz. 9, ELI:  http://data.europa.eu/eli/dir/2005/1/oj )

Enkel artikel 11

Richtlijn 2008/25/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 81 van 20.3.2008, blz. 40, ELI:  http://data.europa.eu/eli/dir/2008/25/oj )

Richtlijn 2010/78/EU van het Europees Parlement en de Raad (PB L 331 van 15.12.2010, blz. 120, ELI:  http://data.europa.eu/eli/dir/2010/78/oj )

Enkel artikel 2

Richtlijn 2011/89/EU van het Europees Parlement en de Raad (PB L 326 van 8.12.2011, blz. 113, ELI:  http://data.europa.eu/eli/dir/2011/89/oj )

Enkel artikel 2

Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338, ELI:  http://data.europa.eu/eli/dir/2013/36/oj )

Enkel artikel 150

Richtlijn (EU) 2019/2034 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 314 van 5.12.2019, blz. 64, ELI:  http://data.europa.eu/eli/dir/2019/2034/oj )

Enkel artikel 59

Richtlijn (EU) 2023/2864 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 2023/2864 van 20.12.2023, ELI:  http://data.europa.eu/eli/dir/2023/2864/oj )

Enkel artikel 1

Richtlijn (EU) 2025/2 van het Europees Parlement en de Raad
(PB L 2025/25 van 8.1.2025, ELI:  http://data.europa.eu/eli/dir/2025/2/oj )

Enkel artikel 3

Deel B

Termijnen voor omzetting in nationaal recht en datums van toepassing
(bedoeld in artikel 
32)

Richtlijn

Omzettingstermijn

Toepassingsdatum

2002/87/EG

11 augustus 2004

2005/1/EG

13 mei 2005

2010/78/EU

31 december 2011 wat betreft artikel 2, punt 1, a), artikel 2, punten 2), 5), 7) en 9), en artikel 2, punt 11, b)

2011/89/EU

10 juni 2013 wat betreft artikel 2, met uitzondering van artikel 2, punt 23, evenals artikel 2, punt 1, en artikel 2, punt 2, a), voor zover die artikel 1, artikel 2, eerste lid, punten 4, 5a en 16, en artikel 3, lid 2 van Richtlijn 2002/87/EG met betrekking tot beheerders van alternatieve beleggingsfondsen hebben gewijzigd.

22 juli 2013 wat betreft artikel 2, punt 23, evenals artikel 2, punt 1, en artikel 2, punt 2, a), voor zover die artikel 1, artikel 2, eerste lid, punten 4, 5a en 16 en artikel 3, lid 2 van Richtlijn 2002/87/EG met betrekking tot beheerders van alternatieve beleggingsfondsen hebben gewijzigd.

2013/36/EU

31 december 2013

31 december 2013 wat betreft artikel 150

(EU) 2019/2034

26 juni 2021

26 juni 2021 wat betreft artikel 59

(EU) 2023/2864

10 januari 2026

(EU) 2025/2

29 januari 2027

30 januari 2027

_____________


BIJLAGE IV

Concordantietabel

Richtlijn 2002/87/EG

De onderhavige richtlijn

Artikel 1, eerste lid

Artikel 1

Artikel 1, tweede lid

Artikel 2, eerste lid, aanhef

Artikel 2, eerste lid, aanhef

Artikel 2, eerste lid, punten 1 tot en met 5

Artikel 2, eerste lid, punten 1 tot en met 5

Artikel 2, eerste lid, punt 5bis

Artikel 2, eerste lid, punt 6

Artikel 2, eerste lid, punt 6

Artikel 2, eerste lid, punt 7

Artikel 2, eerste lid, punt 7

Artikel 2, eerste lid, punt 8

Artikel 2, eerste lid, punt 8

Artikel 2, eerste lid, punt 9

Artikel 2, eerste lid, punt 9

Artikel 2, eerste lid, punt 10

Artikel 2, eerste lid, punt 10

Artikel 2, eerste lid, punt 11

Artikel 2, eerste lid, punt 11

Artikel 2, eerste lid, punt 12

Artikel 2, eerste lid, punt 12

Artikel 2, eerste lid, punt 13

Artikel 2, eerste lid, punt 12bis

Artikel 2, eerste lid, punt 14

Artikel 2, eerste lid, punt 13

Artikel 2, eerste lid, punt 15

Artikel 2, eerste lid, punt 14

Artikel 2, eerste lid, punt 16

Artikel 2, eerste lid, punt 15

Artikel 2, eerste lid, punt 17

Artikel 2, eerste lid, punt 16

Artikel 2, eerste lid, punt 18

Artikel 2, eerste lid, punt 17

Artikel 2, eerste lid, punt 19

Artikel 2, eerste lid, punt 18

Artikel 2, eerste lid, punt 20

Artikel 2, eerste lid, punt 19

Artikel 2, eerste lid, punt 21

Artikel 2, tweede lid

Artikel 2, tweede lid

Artikel 3, leden 1, 2 en 3

Artikel 3, leden 1, 2 en 3

Artikel 3, lid 3bis

Artikel 3, lid 4

Artikel 3, lid 4

Artikel 3, lid 5

Artikel 3, lid 5

Artikel 3, lid 6

Artikel 3, lid 6

Artikel 3, lid 7

Artikel 3, lid 7

Artikel 3, lid 8

Artikel 3, lid 8

Artikel 3, lid 9

Artikel 3, lid 9

Artikel 3, lid 10

Artikel 4, lid 1, eerste alinea

Artikel 4, lid 1, eerste alinea

Artikel 4, lid 1, tweede alinea, aanhef

Artikel 4, lid 1, tweede alinea, aanhef

Artikel 4, lid 1, tweede alinea, eerste streepje

Artikel 4, lid 1, tweede alinea, punt a)

Artikel 4, lid 1, tweede alinea, tweede streepje

Artikel 4, lid 1, tweede alinea, punt b)

Artikel 4, lid 2 en 3

Artikel 4, lid 2 en 3

Artikelen 5 tot en met 8

Artikelen 5 tot en met 8

Artikel 9, lid 1

Artikel 9, lid 1

Artikel 9, lid 2, aanhef

Artikel 9, lid 2, eerste alinea, aanhef

Artikel 9, lid 2, punten a), b) en c)

Artikel 9, lid 2, eerste alinea, punten a), b) en c)

Artikel 9, lid 2, punt d), eerste zin

Artikel 9, lid 2, eerste alinea, punt d)

Artikel 9, lid 2, punt d), tweede zin

Artikel 9, tweede alinea

Artikel 9, leden 3 tot en met 6

Artikel 9, leden 3 tot en met 6

Artikel 9bis

Artikel 10

Artikel 9ter

Artikel 11

Artikel 10

Artikel 12

Artikel 11

Artikel 13

Artikel 12

Artikel 14

Artikel 12bis

Artikel 15

Artikel 12ter

Artikel 16

Artikel 13

Artikel 17

Artikel 14

Artikel 18

Artikel 15

Artikel 19

Artikel 16, eerste lid, aanhef

Artikel 20, eerste lid, aanhef

Artikel 16, eerste lid, eerste streepje

Artikel 20, eerste lid, punt a)

Artikel 16, eerste lid, tweede streepje

Artikel 20, eerste lid, punt b)

Artikel 16, tweede en derde lid

Artikel 20, tweede en derde lid

Artikel 17

Artikel 21

Artikel 18, lid 1

Artikel 22, lid 1

Artikel 18, lid 1bis

Artikel 22, lid 2

Artikel 18, lid 2

Artikel 22, lid 3

Artikel 18, lid 3

Artikel 22, lid 4

Artikel 19

Artikel 23

Artikel 20

Artikel 24

Artikel 21, lid 1

Artikel 25, lid 1

Artikel 21, lid 4

Artikel 25, lid 2

Artikel 21, lid 6

Artikel 25, lid 3

Artikel 21bis, lid 1

Artikel 26, lid 1

Artikel 21bis, lid 1bis, eerste alinea

Artikel 26, lid 2, eerste alinea

Artikel 21bis, lid 1bis, twee alinea

-

Artikel 21bis, lid 1bis, derde alinea

Artikel 26, lid 2, twee alinea

Artikel 21bis, lid 2, eerste alinea, aanhef

Artikel 26, lid 3, eerste alinea, aanhef

Artikel 21bis, lid 2, eerste alinea, punt b)

Artikel 26, lid 3, eerste alinea, punt a)

Artikel 21bis, lid 2, eerste alinea, punt c)

Artikel 26, lid 3, eerste alinea, punt b)

Artikel 21bis, lid 2, tweede alinea

Artikel 26, lid 3, tweede alinea

Artikel 21bis, lid 3, eerste alinea

Artikel 26, lid 4, eerste alinea

Artikel 21bis, lid 3, tweede alinea

-

Artikel 21ter

Artikel 27

Artikel 21quater, lid 1, 2 en 3

Artikel 28, lid 1, 2 en 3

Artikel 28, lid 4

Artikel 21quater, lid 4

Artikel 28, lid 5

Artikel 21quater, lid 5

Artikel 28, lid 6

Artikel 23

Artikelen 25, 26 en 27

Artikel 29

Artikel 30, eerste lid

Artikel 29, lid 1

Artikel 30, tweede en derde lid

Artikel 29, lid 2

Artikel 30bis

Artikel 30

Artikel 30ter

Artikel 31

Artikel 31 lid 1 en 2

Artikel 31 lid 3

Artikel 32

Artikel 32

Artikel 33

Artikel 33

Artikel 34

Artikel 34

Artikel 35

Bijlage I

Bijlage I

Bijlage II

Bijlage II

Bijlage III

Bijlage IV

____________

Top