EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 19.1.2026
COM(2026) 14 final
2026/0006(NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende het namens de Europese Unie in de Ledenraad van de Internationale Olijfraad in te nemen standpunt over de handelsnorm voor olijfolie en olie uit perskoeken van olijven en een nieuwe analysemethode om het peroxidegehalte in dergelijke soorten olie te bepalen
{SWD(2026) 3 final}
TOELICHTING
1.Onderwerp van het voorstel
Dit voorstel betreft het besluit tot bepaling van het standpunt dat namens de Unie in de Ledenraad van de Internationale Olijfraad (“IOR”) moet worden ingenomen met betrekking tot de beoogde goedkeuring via briefwisseling van twee besluiten: een herziening van de handelsnorm voor olijfolie en olie uit perskoeken van olijven en een nieuwe methode van de IOR om het peroxidegehalte in olijfolie en olie uit perskoeken van olijven te bepalen.
2.Achtergrond van het voorstel
2.1.De Internationale Overeenkomst van 2015 voor olijfolie en tafelolijven
De Internationale Overeenkomst van 2015 voor olijfolie en tafelolijven (“de overeenkomst”) heeft tot doel: i) te streven naar harmonisatie van de nationale en internationale wetgeving met betrekking tot de fysisch-chemische en organoleptische kenmerken van olijfolie, olie uit perskoeken van olijven, en tafelolijven om handelsbelemmeringen te vermijden, ii) activiteiten te organiseren met betrekking tot fysisch-chemische en organoleptische analysen om de kennis over de samenstelling en de kwaliteitskenmerken van olijfproducten te verbeteren met het oog op het consolideren van internationale normen, en iii) de rol van de IOR als het forum bij uitstek voor de internationale wetenschappelijke gemeenschap op het gebied van olijven en olijfolie te versterken.
De nieuwe versie van de overeenkomst is op 1 januari 2017 in werking getreden.
De Europese Unie is partij bij de overeenkomst.
2.2.De Ledenraad
De Ledenraad van de Internationale Olijfraad (“de Ledenraad”) is de hoogste autoriteit en het besluitvormingsorgaan van de IOR. De Ledenraad oefent alle bevoegdheden uit en verricht alle taken die nodig zijn om de doelstellingen van de overeenkomst te bereiken. Als partij bij de overeenkomst is de Europese Unie lid van de IOR en is zij vertegenwoordigd in de Ledenraad. De besluiten van de Ledenraad worden genomen bij consensus van de leden. Als geen consensus kan worden bereikt, worden besluiten betreffende de handelsnorm en de methoden geacht te zijn goedgekeurd, tenzij ze worden verworpen door ten minste een kwart van de leden of door een of meerdere leden die alleen of samen over ten minste honderd aandelen beschikken.
Er zijn momenteel 21 leden in de IOR en de Europese Unie beschikt over 647 van de in totaal 1 000 aandelen.
2.3.De beoogde handeling van de Ledenraad
In november 2025 heeft het uitvoerend secretariaat van de IOR de leden de tekst van twee besluiten over chemie en normalisatie voorgelegd en aangegeven dat het voornemens is die via briefwisseling ter goedkeuring voor te leggen. In het ene besluit wordt de handelsnorm van de IOR voor olijfolie en olie uit perskoeken van olijven (COI/T.15/NC nr. 3/Rev. 22) gewijzigd door de variëteit coratina toe te voegen aan de voetnoot met betrekking tot het totale sterolgehalte in sommige extra olijfolie van eerste persing van één variëteit en wordt de herziene versie goedgekeurd. In het andere besluit wordt een nieuwe methode goedgekeurd om het peroxidegehalte van olijfolie en olie uit perskoeken van olijven te bepalen.
Het bij dit voorstel gevoegde werkdocument van de diensten van de Commissie bevat de tekst van de herziene handelsnorm en de nieuwe methode, zoals voorgelegd door het uitvoerend secretariaat.
Overeenkomstig artikel 20, lid 3, van de overeenkomst gelden de kwaliteits- en zuiverheidscriteria van de bovengenoemde handelsnorm van de Ledenraad voor de internationale handel van de leden. Voorts moeten, op grond van artikel 75, lid 5, punt e), van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, bij de handelsnormen de standaardaanbevelingen van de internationale instanties in acht worden genomen. Daarom zal het besluit over de herziening van de handelsnorm voor olijfolie en olie uit perskoeken van olijven gevolgen hebben voor het EU-recht, met name voor Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/2104 van de Commissie van 29 juli 2022 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de handelsnormen voor olijfolie, en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2568/91 van de Commissie en Uitvoeringsverordening (EU) nr. 29/2012 van de Commissie. De nieuwe methode om het peroxidegehalte te bepalen biedt een veiliger alternatief tegenover de methode die momenteel is opgenomen in de handelsnorm van de IOR (COI/T.20/Doc. nr. 35). Daarom moet die ook in de EU als alternatief voor conformiteitscontroles worden toegestaan. Daarvoor moet Uitvoeringsverordening (EU) 2022/2105 van de Commissie van 29 juli 2022 tot vaststelling van voorschriften inzake de handelsnormcontroles voor olijfolie en inzake de analysemethoden voor de kenmerken van olijfolie gewijzigd worden.
De bedoeling is dat het in dit besluit uiteengezette standpunt namens de Unie wordt ingenomen in het kader van een procedure waarbij de Ledenraad overeenkomstig artikel 10, lid 6, van de overeenkomst vóór zijn volgende gewone zitting in juni 2026 besluiten goedkeurt via briefwisseling.
3.Namens de Unie in te nemen standpunt
Het door de Ledenraad goed te keuren besluit zal handelsnorm COI/T.15/NC nr. 3 voor olijfolie en olie uit perskoeken van olijven als volgt wijzigen:
–herziening van een voetnoot over het totale sterolgehalte in sommige extra olijfolie van eerste persing van één variëteit door toevoeging van de variëteit coratina aan de variëteiten koroneiki en nocellara del belice en beperking van de toepassing van de voetnoot tot het einde van het verkoopseizoen 2026/27;
–toevoeging van de nieuwe methode om het peroxidegehalte te bepalen.
Het besluit tot goedkeuring van een nieuwe analysemethode (COI/T.20/Doc. nr. 38) biedt een veiliger alternatief voor de huidige methode van de IOR (COI/T.20/Doc. nr. 35) om het peroxidegehalte in olijfolie en olie uit perskoeken van olijven te bepalen.
Wetenschappelijke en technische deskundigen van de Commissie en de lidstaten op het gebied van olijfolie hebben de bovengenoemde besluiten besproken. Die besluiten dragen bij tot de internationale harmonisatie van de normen voor olijfolie en bevatten een kader voor eerlijke handelsconcurrentie in de olijfoliesector. Daarom moeten ze worden gesteund.
De bovengenoemde besluiten passen in het beleid van de Unie inzake handelsnormen voor landbouwproducten als bedoeld in deel II, titel II, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad.
Voor de goedkeuring van de besluiten is een standpunt van de Unie nodig, dat in de bijlage is toegevoegd.
4.Rechtsgrondslag
4.1.Procedurele rechtsgrondslag
4.1.1.Beginselen
Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van “de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst”.
Het begrip “handelingen met rechtsgevolgen” omvat handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen tevens instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar die “beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt”.
4.1.2.Toepassing op het onderhavige geval
De Ledenraad is een lichaam dat is opgericht krachtens een overeenkomst, namelijk de Internationale Overeenkomst voor olijfolie en tafelolijven.
De door de Ledenraad goed te keuren handelingen zijn handelingen met rechtsgevolgen. De beoogde handelingen zullen overeenkomstig artikel 20, lid 3, van de overeenkomst uit hoofde van het volkenrecht bindend zijn en kunnen beslissende invloed hebben op de inhoud van de EU-regelgeving, te weten: gedelegeerde en uitvoeringshandelingen op basis van Verordening (EU) nr. 1308/2013 die betrekking hebben op handelsnormen voor olijfolie. De reden daarvoor is dat, op grond van artikel 75, lid 5, punt e), van Verordening (EU) nr. 1308/2013, bij de handelsnormen de standaardaanbevelingen van de internationale instanties in acht moeten worden genomen.
De beoogde handeling strekt niet tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst.
De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, VWEU.
4.2.Materiële rechtsgrondslag
4.2.1.Beginselen
De materiële rechtsgrondslag voor een krachtens artikel 218, lid 9, VWEU te nemen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt moet worden ingenomen. Als de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of hoofdcomponent, terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is voor de hoofddoelstelling of de hoofdcomponent dan wel de belangrijkste doelstelling of component.
4.2.2.Toepassing op het onderhavige geval
De doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling hebben in de eerste plaats betrekking op de gemeenschappelijke handelspolitiek. De materiële rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 207, lid 4, VWEU.
4.3.Conclusie
De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is artikel 207, lid 4, VWEU, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.
5.Naleving van het “standaard digitaal”-beginsel
Volgens de uitgevoerde digitale beoordeling heeft het huidige voorstel geen digitale dimensies aangezien het geen digitaal belang heeft.
Digitale middelen of digitale gegevensuitwisseling vallen niet onder het voorstel.
2026/0006 (NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende het namens de Europese Unie in de Ledenraad van de Internationale Olijfraad in te nemen standpunt over de handelsnorm voor olijfolie en olie uit perskoeken van olijven en een nieuwe analysemethode om het peroxidegehalte in dergelijke soorten olie te bepalen
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)De Internationale Overeenkomst van 2015 voor olijfolie en tafelolijven (“de overeenkomst”) is in overeenstemming met Besluit (EU) 2016/1892 van de Raad op 18 november 2016 namens de Unie ondertekend en in overeenstemming met Besluit (EU) 2019/848 van de Raad namens de Unie gesloten.
(2)De Ledenraad van de Internationale Olijfraad (“IOR”; “de Ledenraad”) kan beslissingen nemen en aanbevelingen goedkeuren voor de toepassing van de bepalingen van de overeenkomst.
(3)De Ledenraad zal vóór zijn 123e zitting in juni 2026 via briefwisseling een besluit tot wijziging van de handelsnorm voor olijfolie en olie uit perskoeken van olijven goedkeuren, en ook een besluit over een nieuwe analysemethode om het peroxidegehalte in dergelijke soorten olie te bepalen.
(4)Wetenschappelijke en technische deskundigen van de Commissie en de lidstaten op het gebied van olijfolie hebben die goed te keuren besluiten uitvoerig besproken. De besluiten zullen bijdragen aan de internationale harmonisatie van de normen voor olijfolie en zullen een kader vaststellen dat borg staat voor eerlijke handelsconcurrentie in de olijfoliesector. De Unie moet daarom de goedkeuring van die besluiten steunen.
(5)Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen in de Ledenraad, omdat de door de IOR goed te keuren besluiten voor de Unie rechtsgevolgen zullen hebben wat betreft de internationale handel met de andere leden van de IOR en beslissende invloed zullen hebben op de inhoud van het recht van de Unie, namelijk de handelsnormen en conformiteitscontroles voor olijfolie die door de Commissie zijn vastgesteld krachtens artikel 75 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad.
(6)Als de goedkeuring van de besluiten wordt uitgesteld tot de 123e zitting van de Ledenraad omdat sommige leden niet in staat zijn hun goedkeuring te verlenen, moet het standpunt namens de Unie in dit besluit worden ingenomen in het kader van de zitting van de Ledenraad van juni 2026, zijnde de volgende gewone zitting.
(7)De vertegenwoordigers van de Unie in de Ledenraad moeten echter zonder nader besluit van de Raad technische aanpassingen van andere methoden of documenten van de IOR kunnen goedkeuren als die technische aanpassingen het gevolg zijn van wijzigingen in verband met de herziening van de handelsnorm of de nieuwe methode.
(8)Om het belang van de Unie te beschermen moet het de vertegenwoordigers van de Unie in de Ledenraad evenwel worden toegestaan te verzoeken dat de goedkeuring van de besluiten tot wijziging van de handelsnorm en de goedkeuring van een nieuwe methode om het peroxidegehalte in olijfolie en olie uit perskoeken van olijven te bepalen, uitgesteld wordt als nieuwe wetenschappelijke of technische informatie die vóór de briefwisseling wordt gepresenteerd, gevolgen kan hebben voor het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen bij de Ledenraad van de Internationale Olijfraad (“IOR”) voor of tijdens zijn volgende gewone zitting van juni 2026 met betrekking tot de goedkeuring van de besluiten door de Ledenraad via briefwisseling, is beschreven in de bijlage.
De in de eerste alinea bedoelde besluiten betreffen die over de handelsnorm voor olijfolie en olie uit perskoeken van olijven en over een nieuwe methode om het peroxidegehalte van dergelijke soorten olie te bepalen.
Artikel 2
De vertegenwoordigers van de Unie in de Ledenraad van de IOR kunnen technische aanpassingen in andere methoden of documenten van de IOR zonder verder besluit van de Raad goedkeuren als die technische aanpassingen het gevolg zijn van wijzigingen in verband met de herziening van de handelsnorm voor olijfolie en olie uit perskoeken van olijven of de nieuwe methode.
Artikel 3
Als vóór de briefwisseling nieuwe wetenschappelijke of technische informatie wordt gepresenteerd die gevolgen kan hebben voor het in artikel 1 bedoelde standpunt, verzoeken de vertegenwoordigers van de Unie dat de goedkeuring van het besluit tot wijziging van de handelsnorm voor olijfolie en olie uit perskoeken van olijven en het besluit betreffende de nieuwe methode om het peroxidegehalte in dergelijke soorten olie te bepalen, wordt uitgesteld totdat het standpunt van de Unie is bepaald op basis van die nieuwe informatie.
Artikel 4
Dit besluit is gericht tot de Commissie.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter