Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52026PC0011

Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa), het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering, en de beveiliging van ICT-toeleveringsketens, en tot intrekking van Verordening (EU) 2019/881 (de cyberbeveiligingsverordening 2)

COM/2026/11 final

Straatsburg, 20.1.2026

COM(2026) 11 final

2026/0011(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa), het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering, en de beveiliging van ICT-toeleveringsketens, en tot intrekking van Verordening (EU) 2019/881 (de cyberbeveiligingsverordening 2)

(Voor de EER relevante tekst)

{SEC(2026) 11 final} - {SWD(2026) 11 final} - {SWD(2026) 12 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Sinds de vaststelling van de cyberbeveiligingsverordening in 2019 is het dreigingslandschap op het gebied van cyberbeveiliging aanzienlijk geëvolueerd 1 in een steeds complexere geopolitieke realiteit. Cyberaanvallen die zijn gericht op kritieke infrastructuur, bedrijven en het grote publiek, waarbij activiteiten in verband met ransomware centraal staan, zijn sterk in aantal toegenomen en geavanceerder geworden 2 . Opkomende technologieën zoals artificiële intelligentie (AI) en kwantumcomputing veranderen de beschermingsinstrumenten en de tactieken van cybertegenstander. In zijn rapport “De toekomst van het Europese concurrentievermogen” uit 2024 benadrukte Mario Draghi de noodzaak om de veiligheid te vergroten en de afhankelijkheid te verminderen als een van de belangrijkste actiegebieden voor de Europese Unie 3 . Zowel in de strategie voor een paraatheidsunie 4 als in de Europese strategie voor interne veiligheid (ProtectEU) 5 staat cyberbeveiliging bovenaan de weerbaarheidsagenda van de Unie. In deze strategieën wordt erkend dat aanhoudende cyberdreigingen niet alleen technische uitdagingen zijn, maar ook strategische risico’s voor onze democratie, economie en levenswijze inhouden. Evenzo worden in de mededeling over de versterking van de economische veiligheid van de EU 6 het voorkomen van toegang tot gevoelige informatie en gegevens die de economische veiligheid van de Unie kunnen ondermijnen en het voorkomen en beperken van verstoringen van kritieke infrastructuur in de Unie die gevolgen hebben voor de economie van de Unie, als prioritaire doelstellingen aangemerkt, waarbij doeltreffende cyberbeveiligingsmaatregelen een cruciale rol spelen.

Tegen deze achtergrond zijn er vier belangrijke problemen die met deze voorgestelde herziening van de cyberbeveiligingsverordening moeten worden aangepakt: i) de incongruentie tussen het beleidskader van de Unie voor cyberbeveiliging en de behoeften van belanghebbenden in een steeds vijandiger dreigingslandschap; ii) de vastgelopen uitvoering van het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering (European cybersecurity certification framework — ECCF); iii) de complexiteit en diversiteit van het cyberbeveiligingsbeleid die gevolgen hebben voor de cyberbeveiligingspositie van de Unie; en iv) de toenemende risico’s voor de beveiliging van ICT-toeleveringsketens.

Op basis van de belangrijkste problemen die zijn vastgesteld, zijn de twee algemene doelstellingen van de interventie het vergroten van de capaciteiten en weerbaarheid op het gebied van cyberbeveiliging en het voorkomen van versnippering op de eengemaakte markt door:

·bij te dragen tot de versterking van de cyberbeveiligingsgovernance van de Unie en er mede voor te zorgen dat de betrokken instellingen, autoriteiten en andere belanghebbenden beter voorbereid zijn om cyberdreigingen op gecoördineerde en doeltreffende wijze te voorkomen, op te sporen en erop te reageren; en

·de ontwikkeling, uitvoering en toepassing van gemeenschappelijke cyberbeveiligingsinstrumenten van de Unie, zoals certificeringsregelingen, te ondersteunen en te voorzien in geharmoniseerde kaders waarmee vertrouwen en interoperabiliteit tussen de lidstaten worden opgebouwd.

Deze algemene doelstellingen beantwoorden aan de belangrijkste uitdagingen die in de probleemomschrijving zijn vastgesteld. Zij weerspiegelen de overkoepelende beleidsdoelstelling om de cyberbeveiligingsgovernance in de Unie te versterken en de ontwikkeling van een veilige, veerkrachtige en concurrerende digitale eengemaakte markt te ondersteunen.

Om de bovengenoemde algemene doelstellingen te helpen verwezenlijken, worden met deze interventie de volgende specifieke doelstellingen nagestreefd:

·om de incongruentie tussen het beleidskader van de Unie voor cyberbeveiliging en de behoeften van belanghebbenden aan te pakken:

·specifieke doelstelling 1: de capaciteit creëren om het cyberbeveiligingsbeleid van de Unie op doeltreffende wijze uit te voeren en permanente operationele samenwerking tot stand te brengen om een meer gestructureerde samenwerking tussen de lidstaten mogelijk te maken;

·specifieke doelstelling 2: middelen en mechanismen ontwikkelen en toepassen om de behoeften van de lidstaten, het bedrijfsleven en andere belanghebbenden op doeltreffende wijze te ondersteunen en aan te pakken;

·om het beperkte gebruik en de beperkte doeltreffendheid van het ECCF aan te pakken:

·specifieke doelstelling 3: de voorwaarden scheppen voor een snellere uitvoering van cyberbeveiligingscertificeringsregelingen op basis van de behoeften van de markt door het toepassingsgebied van het ECCF uit te breiden, te zorgen voor doeltreffend onderhoud en flexibele procedures, en de transparantie te vergroten;

·om het versnipperde nalevingslandschap en de complexiteit van horizontale en sectorale kaders aan te pakken:

·specifieke doelstelling 4: mechanismen en voorwaarden creëren om de naleving van de cyberbeveiligingsvoorschriften te vergemakkelijken en zo de uitvoering ervan coherenter en doeltreffender te maken;

·om cyberbeveiligingsrisico’s in de toeleveringsketen aan te pakken:

·specifieke doelstelling 5: de risico’s beperken in kritieke ICT-toeleveringsketens van entiteiten die gevestigd zijn in of onder zeggenschap staan van entiteiten uit derde landen die aanleiding geven tot bezorgdheid over cyberbeveiliging (leveranciers met een hoog risico) en kritieke afhankelijkheden verminderen door een samenhangend en doeltreffend kader op EU-niveau te ontwikkelen om risico’s voor de beveiliging van ICT-toeleveringsketens aan te pakken.

De herziening van de cyberbeveiligingsverordening valt binnen het toepassingsgebied van het programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving (Refit). Deze herziening draagt sterk bij tot het verbeteren van de duidelijkheid, het wegnemen van inefficiënties en het op elkaar afstemmen van de procedures in de verschillende rechtskaders. De herziening van de cyberbeveiligingsverordening draagt tevens bij tot de goede werking van de interne markt en waarborgt tegelijkertijd de veiligheid en de strategische autonomie van de Unie.

Meer concreet wordt met de herziening een volledige hervorming van het mandaat van het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa) voorgesteld, waarbij doeltreffende steun wordt verleend voor de uitvoering van het beleid en meerwaarde wordt geboden wat betreft de ondersteuning van de operationele samenwerking tussen de lidstaten.

Gezien de toenemende risico’s en uitdagingen op het gebied van cyberbeveiliging waarmee de Unie wordt geconfronteerd, heeft het voorstel tot doel de financiële en personele middelen van Enisa uit te breiden om rekening te houden met zijn grotere rol, taken en kritieke positie bij het verdedigen van het digitale ecosysteem van de Unie, zodat Enisa de aan hem bij dit voorstel toegekende taken op doeltreffende wijze kan uitvoeren.

De herziening zal ook helpen om versnipperde praktijken uit te bannen, de coördinatie te verbeteren en tegelijkertijd de nalevings- en operationele kosten op lange termijn te verlagen. Door de huidige cyberbeveiligingsverordening in te trekken en een hervormd ECCF in te voeren, voorziet het voorstel in een doeltreffender en efficiënter instrument dat zowel het vertrouwen tussen bedrijven, het grote publiek en overheidsinstanties bevordert als de naleving van de relevante Uniewetgeving vergemakkelijkt. Het voorstel verhoogt de efficiëntie doordat het governancemodel wordt herzien en meer voorspelbare, coherente en flexibele certificeringsprocedures worden ondersteund om een snellere ontwikkeling en uitvoering van de regeling mogelijk te maken.

Meer synergieën met relevante bestaande rechtskaders van de Unie zullen certificering als nalevingsinstrument voor bedrijven bevorderen en de administratieve lasten verminderen voor conformiteitsbeoordelingsinstanties die actief zijn in het kader van meerdere onderdelen van de cyberbeveiligingswetgeving. Door het toepassingsgebied van het ECCF uit te breiden en de ontwikkeling van een regeling voor de cyberbeveiligingspositie van entiteiten mogelijk te maken, verlaagt het voorstel bovendien de nalevingskosten voor entiteiten die onder de relevante cyberbeveiligingswetgeving van de Unie vallen, te beginnen met entiteiten die onder de NIS 2-richtlijn vallen. Dankzij deze aanpak zullen de regelgevingsverplichtingen voor entiteiten die aan meerdere nalevingsvereisten onderworpen zijn aanzienlijk worden vereenvoudigd en zullen middelen doeltreffender door de nationale autoriteiten worden gebruikt. Naast deze herziening heeft een voorstel voor een richtlijn tot invoering van gerichte wijzigingen van de NIS 2-richtlijn tot doel de naleving van specifieke aspecten van het cyberbeveiligingskader te vereenvoudigen en een meer gestroomlijnde en coherente uitvoering daarvan te waarborgen, onder meer met betrekking tot het toepassingsgebied, de definities, de melding van ransomware en het toezicht op entiteiten die grensoverschrijdende diensten verlenen.

Bij de nieuwe verordening wordt ook een geharmoniseerd kader vastgesteld voor het aanpakken van niet-technische risico’s die gevolgen hebben voor ICT-toeleveringsketens, waardoor de huidige versnippering van de benaderingen in de lidstaten wordt verminderd. Samen vormen deze aspecten een aanzienlijke vereenvoudiging en modernisering van het rechtskader van de Unie inzake cyberbeveiliging, volledig in overeenstemming met de Refit-beginselen van duidelijkheid, efficiëntie en digitale paraatheid.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

De Unie heeft haar juridische en beleidsinstrumenten uitgebreid met de vaststelling van een aantal juridische instrumenten en beleidsmaatregelen: i) de NIS 2-richtlijn dient om de cyberbeveiliging van kritieke infrastructuur te versterken; ii) fysieke beveiligingsmaatregelen worden gedefinieerd in de “zusterrichtlijn” daarvan, de richtlijn betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten (CER-richtlijn); iii) de verordening cyberweerbaarheid verbetert de cyberbeveiliging van producten; iv) met de verordening cybersolidariteit wordt EU-brede responscapaciteit opgebouwd; v) via de cyberblauwdruk van de EU 7 wordt de samenwerking op het gebied van crisisbeheersing op EU-niveau ondersteund, waarbij de Commissie en de hoge vertegenwoordiger een sleutelrol spelen bij de voorbereiding en respons op grootschalige cyberbeveiligingsincidenten; vi) met het instrumentarium voor 5G-cyberbeveiliging (5G-instrumentarium) wordt de cyberbeveiliging in 5G-netwerken ondersteund; vii) het Europees actieplan voor de cyberbeveiliging van ziekenhuizen en zorgaanbieders 8 draagt bij tot de verbetering van hun cyberbeveiliging; en viii) met de academie voor cyberbeveiligingsvaardigheden 9 wordt het groeiende probleem van het tekort aan cyberbeveiligingsprofessionals aangepakt.

Het bovengenoemde rechtskader voor cyberbeveiliging werd aangevuld met sectorspecifieke wetgeving, namelijk de verordening digitale operationele weerbaarheid (DORA-verordening) voor de financiële sector, de netcode inzake sectorspecifieke regels voor met cyberbeveiliging samenhangende aspecten van grensoverschrijdende elektriciteitsstromen voor de subsector elektriciteit, en de regels inzake informatiebeveiliging (Deel-IS 10 ) voor de subsector luchtvervoer.  

De herziening van de cyberbeveiligingsverordening is afgestemd op en versterkt de NIS 2-bepalingen met betrekking tot de rol van Enisa bij de ondersteuning van de uitvoering van NIS 2, onder meer wat betreft de ondersteuning van de operationele samenwerking; de herziening is ook in overeenstemming met de verordening cyberweerbaarheid, onder meer wat betreft het overzicht en het beheer van kwetsbaarheden op de interne markt, en verhoogt de toegevoegde waarde van gedeeld situationeel bewustzijn. Met betrekking tot het ECCF is de herziening van de cyberbeveiligingsverordening afgestemd op de verordening cyberweerbaarheid wat betreft doelstellingen inzake productveiligheid en de respons op kwetsbaarheden, en op het nieuwe wetgevingskader (NWK) voor accreditatie. Bovendien is er een sterke synergie die voortvloeit uit de ontwikkeling van certificering van de cyberbeveiligingspositie voor de NIS 2-richtlijn en mogelijk ook voor het vergemakkelijken van de naleving van andere relevante rechtshandelingen van de Unie, zoals de algemene verordening gegevensbescherming (AVG), onverminderd de specifieke certificeringsvereisten ervan. Daarnaast ondersteunt het horizontale kader voor de aanpak van risico’s in verband met de cyberbeveiliging van ICT-toeleveringsketens de algemene doelstelling van de NIS 2-richtlijn om een hoog gemeenschappelijk niveau van cyberbeveiliging in de hele Unie tot stand te brengen, en berust het op de risicogebaseerde aanpak van de NIS 2-richtlijn.

Bovendien voorziet de herziening van de cyberbeveiligingsverordening, in combinatie met het voorstel voor een richtlijn tot invoering van gerichte wijzigingen van de NIS 2-richtlijn met het oog op vereenvoudiging, in de nodige instrumenten om dit alomvattende kader doeltreffender en efficiënter te maken bij het behalen van de verwachte resultaten, te zorgen voor een sterkere Europese dimensie en de resterende lacunes in de regelgeving op te vullen.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

De herziening van de cyberbeveiligingsverordening zou een aanvulling vormen op de CER-richtlijn, die overwegingen met betrekking tot toeleveringsketens bevat in het kader van de weerbaarheidsmaatregelen van kritieke entiteiten. Bovendien zou het een aanvulling vormen op toekomstige initiatieven, zoals: i) de wetgevingshandeling inzake cloud- en AI-ontwikkeling, die onder meer tot doel heeft het gebrek aan een concurrerend aanbod in de Unie van clouddiensten aan te pakken, op een schaal die groot genoeg is om gevallen van zeer kritiek gebruik of sectoren te bedienen; ii) het voorstel voor de wet inzake digitale netwerken; iii) de komende herziening van Verordening (EU) 2023/1781 11 , iv) het kader voor overheidsopdrachten 12 , dat momenteel wordt geëvalueerd 13 , en het voorstel voor een verordening wat betreft de vereenvoudiging van het digitale wetgevingskader (digitale omnibus) 14 , op grond waarvan Enisa verplicht is een centraal toegangspunt voor de melding van incidenten te ontwikkelen dat entiteiten in staat stelt tegelijkertijd aan hun verplichtingen inzake de melding van incidenten uit hoofde van meerdere rechtshandelingen te voldoen. Voorts zou de herziening de positie van de autoriteiten en marktdeelnemers in de Unie versterken wanneer zij samenwerken met partners van het zuidelijke Middellandse Zeegebied, met name door interconnectie te bevorderen door middel van veilige en betrouwbare digitale infrastructuur in het hele Middellandse Zeegebied, wat een fundamenteel doel van het pact voor het Middellandse Zeegebied is.

De herziening van de cyberbeveiligingsverordening is ook in overeenstemming met de strategische documenten van de Unie, met name wat betreft het kader voor de beveiliging van ICT-toeleveringsketen. De Commissie heeft in de Europese strategie voor interne veiligheid verder opgemerkt dat met een geharmoniseerde aanpak van de beveiliging van toeleveringsketens voor informatie- en communicatietechnologie (ICT) de huidige versnippering van de interne markt als gevolg van verschillende benaderingen op nationaal niveau kan worden aangepakt, kritieke afhankelijkheden kunnen worden voorkomen en de risico’s in ICT-toeleveringsketens van leveranciers met een hoog risico kunnen worden afgebouwd, om zo kritieke infrastructuur te beveiligen. In de strategie voor economische veiligheid werd ook benadrukt dat de economie en de toeleveringsketens van de EU weerbaarder moeten worden gemaakt om haar eigen concurrentievermogen te bevorderen 15 . De noodzaak om ontwrichtingen van toeleveringsketens en cyberaanvallen aan te pakken, werd ook benadrukt in de strategie voor een paraatheidsunie en het witboek over de Europese defensie 16 . De herziening van de cyberbeveiligingsverordening is ook afgestemd op het rapport “De toekomst van het Europese concurrentievermogen” van Mario Draghi, zoals hierboven is benadrukt. Bovendien is de herziening van de cyberbeveiligingsverordening op het gebied van de beveiliging van ICT-toeleveringsketens in overeenstemming met de onlangs aangenomen gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement en de Raad over de versterking van de economische veiligheid van de EU 17 .

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Artikel 114 VWEU voorziet in de vaststelling van maatregelen om de instelling en de werking van de interne markt te waarborgen. Verordening (EU) 2019/881 inzake Enisa en de certificering van de cyberbeveiliging van informatie- en communicatietechnologie, algemeen bekend als de cyberbeveiligingsverordening 18 , werd oorspronkelijk op grond van deze bepaling vastgesteld.

Op het gebied van de cyberbeveiliging van ICT-toeleveringsketens heeft de versnippering van nationale kaders voor de aanpak van niet-technische risicofactoren negatieve gevolgen voor de werking van de interne markt, aangezien de verschillen in nationale benaderingen uiteindelijk kunnen leiden tot een grotere kwetsbaarheid van sommige lidstaten, met mogelijke overloopeffecten in de hele Unie, en met gevolgen voor de algemene weerbaarheid en ook de betrouwbaarheid.

Gezien de veranderende aard van cyberdreigingen en de toenemende onderlinge afhankelijkheid van de digitale systemen van de lidstaten, blijft artikel 114 VWEU de gerechtvaardigde rechtsgrondslag voor de herziening van de cyberbeveiligingsverordening. Met de voorgestelde verordening wordt rekening gehouden met de meest recente ontwikkelingen in het wetgevingslandschap op het gebied van cyberbeveiliging, met name gezien de toenemende verantwoordelijkheden van Enisa en het groter wordende toepassingsgebied van certificeringen en risicobeheer.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Volgens het subsidiariteitsbeginsel moeten de noodzaak en de toegevoegde waarde van het optreden van de Unie worden beoordeeld. De naleving van het subsidiariteitsbeginsel op dit gebied werd reeds erkend bij de vaststelling van de huidige cyberbeveiligingsverordening.

Zoals reeds is geanalyseerd met betrekking tot de cyberbeveiligingsverordening, is het optreden van de Unie van cruciaal belang, aangezien cyberdreigingen en daarmee verband houdende uitdagingen verder reiken dan de afzonderlijke lidstaten. Versnipperde nationale oplossingen zijn ontoereikend gebleken om marktbreed vertrouwen en coördinatie tot stand te brengen. Er is een herzien rechtskader van de Unie nodig om belemmeringen weg te nemen, een consistente uitvoering te waarborgen en de lidstaten te ondersteunen in een steeds complexer regelgevings- en dreigingslandschap. Cyberbeveiliging is een kwestie van gemeenschappelijk belang voor de Unie.

De acties die onder de voorgestelde verordening vallen, bieden een duidelijke meerwaarde door harmonisatie, juridische duidelijkheid en een gecoördineerde respons op uitdagingen op het gebied van cyberbeveiliging te ondersteunen.

De huidige taken van Enisa zijn bij latere wetgeving uitgebreid zonder een uitgebreide herziening van zijn kernverantwoordelijkheden en middelen. Dit heeft geleid tot inefficiëntie en onvoldoende prioritering van kerntaken om de lidstaten te ondersteunen. Derhalve heeft het voorstel voor interventie tot doel de huidige taken te verfijnen en te prioriteren om het mandaat van Enisa te versterken, om het aldus in staat te stellen om als centraal centrum van expertise voor cyberbeveiliging op het niveau van de Unie op te treden. Op dit punt is er geen wezenlijk verschil in subsidiariteit ten opzichte van de cyberbeveiligingsverordening. Bovendien leiden uiteenlopende nationale certificeringsregelingen en uiteenlopende regelgevingsbenaderingen door de lidstaten tot marktfragmentatie en extra nalevingslasten, waardoor het concurrentievermogen wordt ondermijnd.

Het nieuwe voorstel voorziet ook in nieuwe acties met betrekking tot het beleid inzake toeleveringsketens en vereenvoudigingsinspanningen op het niveau van de Unie. Het versterkt de beveiliging van de toeleveringsketen en de cyberbeveiligingssector binnen de Unie verder en vergroot de paraatheid en weerbaarheid van de lidstaten en het bedrijfsleven. 

Afhankelijkheden van in een derde land gevestigde entiteiten die aanleiding geven tot bezorgdheid over cyberbeveiliging of onder zeggenschap staan van dat derde land, van een in dat derde land gevestigde entiteit of van een onderdaan van dat derde land (leveranciers met een hoog risico), zijn van invloed op entiteiten in de hele Unie, terwijl significante cyberbeveiligingsincidenten in de toeleveringsketen zich vaak over de nationale grenzen heen verspreiden. Gezien het grensoverschrijdende karakter van ICT-toeleveringsketens zou de versnippering van de nalevingsvereisten binnen de interne markt bovendien de rechtszekerheid voor entiteiten ondermijnen. Bovendien wordt in de voorstellen voor het meerjarig financieel kader (MFK) de uitsluiting van leveranciers met een hoog risico verplicht gesteld om de integriteit van de EU-begroting en de veiligheidsbelangen te beschermen. Het in deze verordening opgenomen kader voor toeleveringsketens voorziet in het mechanisme voor het identificeren van landen die aanleiding geven tot bezorgdheid over cyberbeveiliging, een activiteit die alleen op EU-niveau doeltreffend kan worden uitgevoerd. Met betrekking tot de beveiliging van ICT-toeleveringsketens zal alleen optreden op EU-niveau hetzelfde minimumbeveiligingsniveau in de hele Unie en de nodige harmonisatie van benaderingen waarborgen.

Het doel van de cyberbeveiligingsverordening wordt bij deze herziening gehandhaafd en verder versterkt. Dit kan niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt, maar kan beter op het niveau van de Unie worden bereikt overeenkomstig artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

Evenredigheid

De voorgestelde maatregelen gaan niet verder dan hetgeen noodzakelijk is om de beleidsdoelstellingen van het voorstel te bereiken. Evenmin vormt de werkingssfeer van het optreden van de Unie een belemmering voor enige verdere nationale actie op het gebied van nationale beveiligingskwesties. Maatregelen op het niveau van de Unie zijn daarom gerechtvaardigd om redenen van subsidiariteit en evenredigheid.

Het voorstel heeft tot doel een betere juridische afspiegeling te zijn van het mandaat van Enisa en het proces voor de ontwikkeling, de vaststelling en de handhaving van Europese cyberbeveiligingscertificaten. Hoewel het voorstel bepaalde nieuwe taken voor Enisa omvat, hebben deze tot doel de lidstaten te ondersteunen op de gebieden waar aanzienlijke lacunes zijn vastgesteld. Enisa zal de CSIRT’s van de lidstaten niet vervangen. Wat het ECCF betreft, blijft certificering vrijwillig en kan het entiteiten helpen om aan te tonen dat zij voldoen aan de cyberbeveiligingsvoorschriften van de Unie. Deze aanpak zorgt ervoor dat het evenredigheidsbeginsel wordt geëerbiedigd.

Met betrekking tot de voorgestelde oplossingen voor de beveiliging van ICT-toeleveringsketen voorziet het kader in het verzamelen van bewijsmateriaal over wat belangrijke activa zijn en welke maatregelen evenredig en noodzakelijk zouden zijn om de risico’s voor de kritieke toeleveringsketens te verminderen. Voordat deze maatregelen worden vastgesteld, zullen de economische effecten worden beoordeeld, waarbij onder meer zal worden gekeken naar de economische haalbaarheid, de beschikbare alternatieven op de markt en de levenscyclus van de specifieke producten. Aan de hand van deze beoordeling zal worden bepaald welke risicogebaseerde maatregelen nodig en het meest passend zijn.

Keuze van het instrument

Dit voorstel is een herziening van Verordening (EU) 2019/881, waarin het huidige mandaat en de huidige taken van Enisa en het ECCF zijn vastgesteld. Daarom kunnen het herziene mandaat van Enisa en de wijzigingen van het ECCF het best in het kader van hetzelfde rechtsinstrument worden vastgesteld, waarbij gebruik wordt gemaakt van het instrument van een verordening. De voorgestelde wetgeving omvat ook een doeltreffend kader op EU-niveau om risico’s voor de beveiliging van ICT-toeleveringsketens aan te pakken, waarvoor geldt dat een verordening ervoor zou zorgen dat de vastgestelde problemen doeltreffender zouden worden aangepakt en de geformuleerde doelstellingen zouden worden verwezenlijkt, aangezien alleen optreden op EU-niveau hetzelfde beveiligingsniveau in de hele Unie en de nodige harmonisatie van de benaderingen zal waarborgen. Het omzettingsproces in het geval van een richtlijn voor een dergelijke interventie zou op nationaal niveau te veel speelruimte kunnen laten, wat kan leiden tot een gebrek aan uniformiteit van bepaalde essentiële cyberbeveiligingsvoorschriften, rechtsonzekerheid, verdere versnippering of zelfs discriminatie over de grenzen heen.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

De Europese Commissie heeft overeenkomstig artikel 67 van Verordening (EU) 2019/881 de relevantie, impact, doeltreffendheid, efficiëntie, samenhang en toegevoegde waarde van Enisa en het ECCF beoordeeld, rekening houdend met het veranderende technologische en regelgevingslandschap. Deze evaluatie, die in december 2024 werd afgerond, had betrekking op de periode 2017-2023 en had tot doel het mandaat en de activiteiten van Enisa te herzien en de rol van het ECCF bij het bevorderen van een veilige cyberomgeving in de hele EU te beoordelen. De voornaamste bevindingen zijn als volgt samen te vatten.

·Relevantie: De relevantie van Enisa op het gebied van cyberbeveiliging wordt benadrukt door zijn vermogen om in te spelen op de veranderende behoeften van belanghebbenden en zich aan te passen aan een veranderend landschap. Hoewel de tevredenheid van de belanghebbenden over het algemeen positief is, zijn er mogelijkheden om de impact van Enisa te vergroten. Dit kan worden bereikt door de ondersteuning en zichtbaarheid van diverse sectoren te verbeteren, met name kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), die vaak worstelen met voorschriften op het gebied van cyberbeveiliging. Een betere organisatie van de middelen en een duidelijkere coördinatie met de nationale autoriteiten zijn van essentieel belang. Het herprioriteren van activiteiten en het optimaliseren van bestaande middelen zal ervoor zorgen dat Enisa beter kan inspelen op de dynamische behoeften van het Europese cyberbeveiligingslandschap.

Met betrekking tot het ECCF wordt het kader, ondanks de veelbelovende premisse ervan, nog steeds geacht meer potentieel dan praktische impact te hebben, aangezien slechts één certificeringsregeling onlangs operationeel is geworden. Het kader is ontworpen om naadloos met andere rechtshandelingen van de Unie te integreren om procedures te stroomlijnen en grensoverschrijdende handel te vergemakkelijken. Het belang ervan wordt benadrukt op gebieden met een hoge mate van zekerheid, zoals clouddiensten en 5G-infrastructuur.

·Doeltreffendheid: Enisa heeft zijn mandaat met succes vervuld door bijna alle geplande resultaten te leveren en tijdens crises zoals de COVID-19-pandemie en de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne blijk te geven van flexibiliteit en veerkracht. Er is echter behoefte aan een betere prioritering, een duidelijke focus en een strategische toewijzing van middelen om de efficiëntie te vergroten. Een flexibelere aanpak van de interne governance is van essentieel belang om zich aan te passen aan de veranderende behoeften op het gebied van cyberbeveiliging en vertragingen tot een minimum te beperken.

Het ECCF was bedoeld om de cyberbeveiligingscertificering in de hele Unie te harmoniseren, maar werd geconfronteerd met aanzienlijke uitdagingen, waaronder procedurele beperkingen en versnippering, die leidden tot vertragingen en inefficiënties, zoals de vertraging bij de vaststelling van de Europese op gemeenschappelijke criteria gebaseerde cyberbeveiligingscertificeringsregeling (EUCC). Externe factoren, zoals geopolitieke spanningen en de COVID-19-pandemie, hebben de verwezenlijking van de doelstellingen van het ECCF verder bemoeilijkt, wat de noodzaak benadrukt van aanpasbare maatregelen en consistente toewijzing van middelen onder belanghebbenden om uniformiteit en doeltreffendheid op het gebied van cyberbeveiligingscertificering te bereiken. Ondanks deze obstakels zijn er positieve resultaten geboekt, met name wat betreft de bewustmaking van de lidstaten van het belang en de complexiteit van cyberbeveiligingscertificering.

·Efficiëntie: Enisa werkte efficiënt binnen zijn matrixgebaseerde organisatorische kader, waarbij samenwerking en prioritering van taken werden bevorderd. Enisa werd bij het voldoen aan de toenemende vraag en het vervullen van gespecialiseerde functies echter geconfronteerd met uitdagingen, die nog werden verergerd door een wereldwijd tekort aan IT-specialisten, wat leidde tot vertragingen en een zware werklast. Om deze problemen aan te pakken, zou Enisa zijn interne personeelsbestand kunnen optimaliseren en middelen doeltreffend kunnen herschikken, zoals blijkt uit strategische aanpassingen zoals de verschuiving van middelen naar de ondersteunende actie op het gebied van cyberbeveiliging in 2022. Daarnaast zou een beter begrotingsbeheer en een vermindering van de administratieve uitgaven de operationele efficiëntie van het Agentschap verder verbeteren.

De efficiëntie van het ECCF is bekritiseerd vanwege de langere termijnen voor de vaststelling van cyberbeveiligingscertificeringsregelingen en de complexiteit daarvan, waarbij de eerste regeling pas begin 2024, bijna vijf jaar na de vaststelling van de cyberbeveiligingsverordening, werd vastgesteld. Politieke en technische uitdagingen, zoals debatten over gegevenssoevereiniteit en moeilijkheden bij het omzetten van ontwerpen in rechtshandelingen, hebben bijgedragen tot de vertragingen. Politieke uitdagingen en technische eisen hebben de vooruitgang belemmerd, zoals blijkt uit de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling voor clouddiensten (EUCS) en de EU5G-regeling. Ondanks deze inefficiënties gaf het kader aanleiding tot verschillende positieve aspecten. Er is echter nog steeds behoefte aan verbeteringen op het gebied van de betrokkenheid van belanghebbenden en interne governance om een optimale werking en strategische input te waarborgen.

·Samenhang: De samenhang van Enisa wordt ondersteund door een aanzienlijke betrokkenheid van belanghebbenden en afstemming op recente wetgevingskaders. Om de samenhang en de toewijzing van middelen te verbeteren, is het echter van essentieel belang de synergieën met andere organen van de Unie, zoals het Europees Kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging (ECCC), en met nationale autoriteiten te verbeteren. Bovendien moeten de interne communicatie en het middelenbeheer binnen Enisa, samen met transparante interactie met particuliere belanghebbenden, worden verfijnd. Een duidelijke afbakening van de taken van Enisa, in overeenstemming met de verordening cyberweerbaarheid en de NIS 2-richtlijn, zal zowel de efficiëntie als de samenhang in de regelgeving verbeteren.

Wat het ECCF betreft, is volledige samenhang met andere rechtsinstrumenten van de Unie, zoals de NIS 2-richtlijn en de verordening cyberweerbaarheid, van cruciaal belang om een uniforme aanpak van cyberbeveiliging te waarborgen. Hoewel het ECCF theoretisch gezien op deze wetgevingsmaatregelen is afgestemd, blijft de integratie in de echte wereld complex en vereist zij zorgvuldig toezicht. De uitvoering van de goedgekeurde EUCC-regeling in het kader van de verordening cyberweerbaarheid zal in dit verband een belangrijke test zijn.

·Meerwaarde van de EU: Enisa heeft aanzienlijke bijdragen geleverd aan het cyberbeveiligingsecosysteem van de Unie door samenwerking te bevorderen en praktijken op elkaar af te stemmen. Het heeft een cruciale rol gespeeld bij het faciliteren van nationale inspanningen en het verschaffen van inzicht in nieuwe dreigingen. Uit kritiek van belanghebbenden uit de particuliere sector op de behoefte aan meer op maat gesneden steun blijkt echter dat de betrokkenheid van belanghebbenden en de samenwerking met de sector moeten worden verbeterd. Een strategische herbeoordeling van het middelenbeheer zou Enisa in staat stellen zich beter aan te passen aan de veranderende uitdagingen op het gebied van cyberbeveiliging en diverse belanghebbenden doeltreffender van dienst te zijn. Het ECCF was bedoeld om geharmoniseerde certificeringsprocessen in te voeren, maar kreeg te maken met uitvoeringsproblemen als gevolg van langere tijdschema’s en versnippering. De toegevoegde waarde van het ECCF is beperkt gebleven door de tekortkomingen ervan bij de verwezenlijking van zijn doelstellingen en het gebrek aan efficiëntie. Ondanks deze uitdagingen heeft het ECCF wel de harmonisatie tussen de lidstaten verbeterd en betere samenwerkingsmogelijkheden gecreëerd, met name door samenwerkingsfora voor belanghebbenden op te richten, zoals de Europese Groep voor cyberbeveiligingscertificering (EGC).

Raadpleging van belanghebbenden

Tussen 2023 en 2025 zijn verschillende raadplegingen van belanghebbenden gehouden, zowel in het kader van de evaluatie van de cyberbeveiligingsverordening als van de herziening van de cyberbeveiligingsverordening, en wel als volgt:

In 2023 werden 65 vraaggesprekken gehouden (waarvan er 52 meer gericht waren op Enisa en 13 voornamelijk op het ECCF), werd een enquêteprogramma uitgevoerd, waarop 209 reacties werden ontvangen (waarvan 70 over het ECCF), werd een openbare raadpleging afgerond en werden twee workshops georganiseerd over SWOT-analyse (sterke en zwakke punten, kansen en bedreigingen) en aanbevelingen met respectievelijk 26 en 70 deelnemers. Deze activiteiten waren er specifiek op gericht de standpunten van belanghebbenden te verzamelen om het effect, de doeltreffendheid en de efficiëntie van Enisa te evalueren. Het eindverslag van de Study to Support the Evaluation of the European Union Agency for Cybersecurity (ENISA) and the European Cybersecurity Certification Framework carried out for the Commission by PwC, Intellera Consulting and PPMI (2024) werd in december 2024 afgerond. 

In 2025 deed de Commissie een verzoek om input. De belanghebbenden werd met name verzocht schriftelijke bijdragen in te dienen, waaronder standpuntnota’s, technische verslagen of opmerkingen over specifieke hervormingsvoorstellen.  In totaal werden 184 individuele bijdragen ontvangen van een breed scala aan categorieën belanghebbenden, waaronder brancheorganisaties, cyberbeveiligingsbedrijven, kmo’s, academische instellingen en organisaties van algemeen belang.

Tussen april en juni 2025 organiseerde de Commissie in het kader van de herziening van de cyberbeveiligingsverordening een openbare raadpleging, waarop zij 193 antwoorden ontving. De raadpleging bestond uit 38 vragen, zowel gesloten als open vragen, over het mandaat van Enisa, het ECCF, de beveiliging van ICT-toeleveringsketens en vereenvoudiging.

Gerichte raadpleging (vraaggesprekken): Er werd een reeks semigestructureerde vraaggesprekken gehouden met geselecteerde belanghebbenden. Daartoe behoorden vertegenwoordigers van Enisa en nationale overheidsinstanties die nationale meldingsplatforms hebben ontwikkeld of beheren. De vraaggesprekken waren gericht op de rol en capaciteit van Enisa, de operationele werking van het ECCF, praktische uitdagingen bij het op elkaar afstemmen van certificeringsprocessen op nationaal en Unieniveau, rapportagelasten en belemmeringen bij de uitvoering. Deze besprekingen leverden kwalitatieve inzichten op die de interpretatie van de resultaten van de openbare raadpleging hebben verrijkt en de verfijning van de beleidsopties hebben ondersteund.

Raadpleging van vertegenwoordigers van de lidstaten in het kader van de werkgroep van de Raad 19 en in bilaterale besprekingen, waarbij de lidstaten hun standpunten over de herziening van de cyberbeveiligingsverordening kenbaar konden maken.

Gerichte raadpleging (ECCF-groepen — EGC, Groep van belanghebbenden bij cyberbeveiligingscertificering (Stakeholder Cybersecurity Certification Group — SCCG)): De Commissie heeft in haar hoedanigheid van voorzitter van beide groepen de stand van zaken met betrekking tot de herziening van de cyberbeveiligingsverordening gepresenteerd tijdens de vergaderingen van de EGC op 12 maart en 3 juli 2025 en de vergadering van de SCCG op 17 maart 2025. Daarnaast werden aanvullende deskundigenadviezen van EGC-leden verzameld door middel van vragenlijsten.

De raadpleging was gericht op vijf kerngebieden waarvan is vastgesteld dat zij van cruciaal belang zijn voor de toekomstige werking en samenhang van het cyberbeveiligingskader van de Unie:

·het mandaat en de operationele rol van Enisa, met inbegrip van steun voor de lidstaten en expertise op het gebied van opkomende technologieën;

·de doeltreffendheid van het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering, met inbegrip van governance- en ontwikkelingsprocessen;

·de complexiteit en versnippering van cyberbeveiligingsverplichtingen, met aandacht voor rapportagelasten en mogelijke vereenvoudiging;

·de evenredigheid van de vereisten voor kmo’s en het potentieel voor gedifferentieerde nalevingstrajecten; en

·de maatschappelijke en economische gevolgen van geharmoniseerde cyberbeveiligingsregels, met inbegrip van gevolgen voor consumenten, rechten, innovatie en concurrentievermogen.

Effectbeoordeling

De herziening van de cyberbeveiligingsverordening werd, samen met het voorstel voor een richtlijn tot invoering van gerichte wijzigingen van de NIS 2-richtlijn, ondersteund door een effectbeoordeling, zie de hierna volgende samenvatting. De Raad voor regelgevingstoetsing heeft een “positief advies met voorbehoud” uitgebracht over het opnieuw ingediende ontwerpeffectbeoordelingsverslag in verband met de herziening van de cyberbeveiligingsverordening 20 . De effectbeoordeling is aangepast om rekening te houden met de aanbevelingen en opmerkingen van de Raad voor regelgevingstoetsing.

Het definitieve beleidsvoorstel wijkt niet af van de opties die in de effectbeoordeling zijn beoordeeld.

De Commissie heeft opties onderzocht op vier actiegebieden, met het oog op de te verwezenlijken specifieke doelstellingen: 1) het mandaat van Enisa (dat ook deel uitmaakt van de huidige cyberbeveiligingsverordening); 2) het ECCF (dat ook deel uitmaakt van de huidige cyberbeveiligingsverordening); 3) gerichte wijzigingen van de NIS 2-richtlijn, met het oog op vereenvoudiging, maar ook gekoppeld aan het mandaat van Enisa en het ECCF; en 4) de beveiliging van ICT-toeleveringsketens, die ook relevant is voor zowel het NIS 2-ecosysteem als voor het ECCF. Elke reeks opties vormt weliswaar een actiegebied op zich, maar tegelijkertijd zijn de opties onderling verbonden en relevant voor elkaar.

Opties om de incongruentie tussen het beleidskader van de Unie voor cyberbeveiliging en de behoeften van belanghebbenden in een steeds vijandigere omgeving aan te pakken

Optie A.1: Het mandaat van Enisa verduidelijken en voorzien in prioritering — Deze optie zou een duidelijk en stabiel kader voor de taken van Enisa bieden door de taken op te nemen die in andere wetgevingsteksten zijn vastgesteld.

Optie A.2: Het mandaat van Enisa hervormen — Deze optie zou de cyberbeveiligingsverordening intrekken en vervangen, met een herziening van het mandaat van het Agentschap.   

Optie A.3: Het mandaat van Enisa herzien met een sterke nadruk op operationele ondersteuning — Met deze optie zou worden voortgebouwd op optie A.2. Daarnaast zou Enisa capaciteiten ontwikkelen om onder de NIS 2-richtlijn vallende entiteiten op verzoek van een lidstaat rechtstreeks te ondersteunen bij de respons op en het herstel van cyberbeveiligingsincidenten.

Opties voor het ECCF

Optie B.1: Het toepassingsgebied, de elementen en de doelstellingen van het ECCF verduidelijken en een onderhoudsmechanisme invoeren — Deze optie zou voorzien in een nieuw onderhoudsmechanisme voor de regelingen, na de vaststelling ervan, dat door Enisa moet worden uitgevoerd.

Optie B.2: Het ECCF hervormen door de procedures ervan te herzien en het toepassingsgebied uit te breiden om de vereenvoudiging van de naleving van de regelgeving te vergemakkelijken — Met deze optie zou de cyberbeveiligingsverordening worden ingetrokken en vervangen door een nieuwe verordening. Naast optie B.1 zouden de procedures voor het aanvragen, ontwikkelen en vaststellen van regelingen worden herzien om de verantwoordingsplicht en de efficiëntie te verbeteren.

Optie B.3: Het ECCF hervormen zoals beoogd in optie B.2 en verplichte certificering voor de cyberbeveiligingspositie invoeren — Met deze optie zou worden voortgebouwd op optie B.2, maar is het doel ervan het effect van het kader verder te vergroten door verplichte certificering van essentiële entiteiten in te voeren en daarbij rekening te houden met specifieke risicoscenario’s, in plaats van uitsluitend te vertrouwen op vrijwillige certificering van entiteiten.

Opties voor vereenvoudiging

Optie C.1: Een aanpak op basis van zachte wetgeving en niet-wetgevingsinstrumenten hanteren, met inbegrip van het gebruik van bestaande bevoegdheden (vaststelling van uitvoeringshandelingen op grond van artikel 21, lid 5, en artikel 23, lid 11, van de NIS 2-richtlijn) — Deze optie voorziet in de vaststelling van uitvoeringshandelingen met gebruikmaking van de bestaande bevoegdheden uit hoofde van de NIS 2-richtlijn om te zorgen voor een hogere mate van harmonisatie van maatregelen voor het beheer van cyberbeveiligingsrisico’s, drempels voor de melding van incidenten, alsook het soort informatie, de formaten en de procedure voor aanmeldingen. Deze optie voorziet ook in de vaststelling van een reeks richtsnoeren om de rechtszekerheid en een geharmoniseerde uitvoering te vergroten.

Optie C.2: Gerichte interventie — verdere vereenvoudiging van de naleving van het relevante wetgevingskader van de Unie inzake cyberbeveiliging — Deze optie omvat beperkte interventie door middel van wijzigingen van de cyberbeveiligingsverordening en de NIS 2-richtlijn met als doel specifieke aspecten van het cyberbeveiligingskader te vereenvoudigen, met inbegrip van aanpassingen van het toepassingsgebied, maximale harmonisatie voor uitvoeringshandelingen, bewijs van naleving door middel van certificering, en de vaststelling van de reeks richtsnoeren zoals beoogd in optie C.1.  

Optie C.3: Cyberbeveiligingsgerelateerde maatregelen in de wetgeving van de Unie harmoniseren — Met deze optie wordt voortgebouwd op optie C.2 en zouden alle maatregelen voor het beheer van cyberbeveiligingsrisico’s die zijn opgenomen in sectorale wetgeving en de bevoegdheden met betrekking tot dergelijke maatregelen worden geschrapt. In plaats daarvan zou het ecosysteem van de NIS 2-richtlijn worden gewijzigd om te voorzien in gestroomlijnde vereisten voor alle soorten entiteiten, met als doel harmonisatie te bevorderen.

Opties voor de beveiliging van ICT-toeleveringsketens 

Optie D.1: Een aanpak op basis van zachte wetgeving hanteren om cyberbeveiligingsrisico’s voor ICT-toeleveringsketens aan te pakken — Deze optie voorziet niet in regelgevende maatregelen op EU-niveau. In plaats daarvan zou de Commissie het aantal gecoördineerde risicobeoordelingen en vrijwillige instrumentaria verhogen.

Optie D.2: Regelgevende ad-hocmaatregelen ter codificatie van het 5G-instrumentarium — Met deze optie zouden de maatregelen van het 5G-instrumentarium worden gecodificeerd. De lidstaten zouden worden verplicht ervoor te zorgen dat componenten van leveranciers met een hoog risico niet worden gebruikt in belangrijke activa van het netwerk.

Optie D.3: Alomvattend en horizontaal kader om risico’s voor de cyberbeveiliging van ICT-toeleveringsketens aan te pakken — Met deze optie zou een horizontaal, technologie- en sectorneutraal regelgevingskader worden vastgesteld om niet-technische cyberbeveiligingsrisico’s in ICT-toeleveringsketens aan te pakken.

Na een uitgebreide analyse kwam de volgende combinatie van opties naar voren als het beleidspakket waaraan de voorkeur wordt gegeven: optie A.2 (het mandaat van Enisa hervormen); optie B.2 (het ECCF hervormen door de procedures ervan te herzien en het toepassingsgebied uit te breiden om de vereenvoudiging van de naleving van de regelgeving te vergemakkelijken); en optie C.2 (gerichte interventie — verdere vereenvoudiging van de naleving van het desbetreffende wetgevingskader van de Unie inzake cyberbeveiliging) en optie D.3 — alomvattend en horizontaal kader om risico’s voor de cyberbeveiliging voor ICT-toeleveringsketens aan te pakken.

Deze combinatie biedt een evenwichtig antwoord op vastgestelde beleidsproblemen en verbetert de doeltreffendheid, efficiëntie en samenhang in de hele Unie aanzienlijk.

De overgang naar de voorgestelde voorkeursoptie voor het regelgevingskader zal kosten met zich meebrengen, zowel voor Enisa om zijn nieuwe taken te vervullen (geraamd op maximaal 161,3 miljoen EUR over een periode van vijf jaar) als voor overheidsinstanties in de hele Unie voor toezicht (geraamd op maximaal 80 miljoen EUR over een periode van vijf jaar, rekening houdend met relevante kostenbesparingen). Met betrekking tot bedrijven kan de uitfasering van specifieke apparatuur met een hoog risico over een periode van vijf jaar leiden tot jaarlijkse kosten van 3,4 tot 4,3 miljard EUR voor exploitanten van mobiele netwerken, terwijl de investeringen in betrouwbare leveranciers kunnen toenemen tot 2 miljard EUR per jaar.

Tegelijkertijd zullen gestroomlijnde en verminderde nalevingsverplichtingen over een periode van vijf jaar naar verwachting kostenbesparingen tot 15,3 miljard EUR opleveren voor bedrijven. Bovendien zou het verbeteren van de algemene cyberbeveiligingspositie en de technologische soevereiniteit van de Unie en het stimuleren van innovatie en concurrentievermogen aanzienlijke voordelen opleveren voor het grote publiek, overheidsinstanties en bedrijven. Dit zal naar verwachting de oorspronkelijke uitgaven op lange termijn grotendeels compenseren.

Door de fragmentatie van de markt te verminderen en de regelgevingsvereisten te harmoniseren, bevorderen de voorkeursopties gelijke concurrentievoorwaarden in de hele Unie en bieden zij bedrijven duidelijkere trajecten naar naleving en innovatie.

De voorkeursopties zouden ook bijdragen tot vereenvoudiging door middel van duidelijke richtsnoeren en geïntegreerde systemen, waardoor de administratieve lasten worden verminderd. De opties voldoen aan het “one in, one out”-beginsel door ervoor te zorgen dat nieuwe verplichtingen worden gecompenseerd door verlagingen elders.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

De herziening van de cyberbeveiligingsverordening draagt via de geselecteerde beleidsopties A.2, B.2, C.2 en D.3 sterk bij tot het verbeteren van de duidelijkheid, het wegnemen van inefficiënties en het op elkaar afstemmen van de procedures in de verschillende rechtskaders. Meer concreet wordt in optie A.2 een volledige hervorming van het mandaat van Enisa voorgesteld, waarbij de beleidsuitvoering en de operationele samenwerking tussen de lidstaten doeltreffend worden ondersteund. Deze consolidatie zal ook helpen om versnipperde praktijken uit te bannen, de coördinatie te verbeteren en tegelijkertijd de nalevings- en operationele kosten op lange termijn te verlagen. Optie B.2, waarbij de huidige cyberbeveiligingsverordening wordt ingetrokken en een hervormd ECCF wordt ingevoerd, verhoogt de efficiëntie doordat het governancemodel wordt herzien en meer voorspelbare, samenhangende en flexibele certificeringsprocedures worden ondersteund. Dit zal een snellere goedkeuring van de regeling en een betere afstemming op horizontale wetgeving mogelijk maken, waardoor de versnippering van de regelgeving wordt verminderd en de lasten voor zowel publieke als particuliere belanghebbenden worden verlicht. Met optie C.2 worden de nalevingskosten voor onder de relevante cyberbeveiligingswetgeving van de Unie vallende entiteiten verlaagd via wijzigingen van het toepassingsgebied en door organisatorische cyberbeveiligingscertificeringsregelingen mogelijk te maken voor entiteiten die binnen het toepassingsgebied van de NIS 2-richtlijn en andere rechtshandelingen vallen. Dankzij deze aanpak zullen de regelgevingsverplichtingen voor entiteiten die aan meerdere vereisten onderworpen zijn aanzienlijk worden vereenvoudigd en zullen middelen doeltreffender door de nationale autoriteiten worden gebruikt. Met optie D.3 wordt ook een geharmoniseerd kader vastgesteld voor het aanpakken van niet-technische risico’s die gevolgen hebben voor ICT-toeleveringsketens, waardoor de huidige versnippering van de benaderingen in de lidstaten wordt verminderd. Samen vormen deze opties een aanzienlijke vereenvoudiging en modernisering van het rechtskader van de Unie inzake cyberbeveiliging, volledig in overeenstemming met de Refit-beginselen van duidelijkheid, efficiëntie en digitale paraatheid.

Het voorstel is in overeenstemming met de “digitale controle”, aangezien uit de nadruk die daarin wordt gelegd op gestroomlijnde digitale processen blijkt dat de Unie zich inzet voor een “digitaal eerst”-aanpak, waarmee voor snellere en betrouwbaardere gegevensuitwisseling en besluitvorming wordt gezorgd. Optie D.3 zou ook grote gevolgen kunnen hebben voor de digitalisering, aangezien zij zou leiden tot de vervanging van componenten van entiteiten die zijn gevestigd in of onder zeggenschap staan van entiteiten uit derde landen die aanleiding geven tot bezorgdheid over cyberbeveiliging (leveranciers met een hoog risico).

Grondrechten

Het wetgevingsvoorstel werd beoordeeld op basis van het potentieel ervan om de grondrechten te versterken of in gevaar te brengen en gelijkheid en vertrouwen te bevorderen, met bijzondere aandacht voor maatschappelijke effecten en rechten, waaronder privacy, gegevensbescherming en het vermogen van personen om hun rechten te begrijpen, uit te oefenen en te handhaven.

De uitbreiding van het mandaat van Enisa zal bijdragen tot meer cyberweerbaarheid in de hele economie en samenleving in het algemeen, wat zal leiden tot een betere bescherming van de privacy en persoonsgegevens van mensen. Met het voorstel zullen ook onderwijs en opleiding op het gebied van cyberbeveiliging worden ondersteund, aangezien de rol van Enisa bij de ontwikkeling van vaardigheden voor arbeidskrachten op het gebied van de cyberbeveiliging erin wordt verduidelijkt. 

Bovendien zal met het ECCF het vertrouwen worden vergroot van het grote publiek en bedrijven in de Unie in gecertificeerde ICT-oplossingen die het dagelijks leven ondersteunen. De invoering van aanvullende regelingen zou dit effect vergroten.

Het voorstel draagt bij tot het vertrouwen van mensen door entiteiten in kritieke sectoren te stimuleren om cyberbeveiligingscertificering te verkrijgen en zo publiekelijk hun hoge niveau van cyberbeveiliging aan te tonen. Door te zorgen voor geharmoniseerde melding van ransomware-incidenten en maatregelen te nemen voor de overgang naar post-kwantumcryptografie, zou het publiek bovendien meer vertrouwen krijgen in de bescherming van gevoelige gegevens in kritieke sectoren.

De bepalingen inzake de beveiliging van toeleveringsketens zullen enige gevolgen hebben voor de bescherming van de grondrechten door buitenlandse inmenging te beperken. Activiteiten zoals spionage en surveillance zorgen voor ernstige ondermijning van de grondrechten van de burgers. Dit horizontale kader zou het vertrouwen, de veiligheid en de privacy in verschillende technologieën en digitale oplossingen kunnen verbeteren.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De geraamde begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa), die zal bijdragen tot een aanzienlijke verhoging van de veiligheid van de EU, werd geraamd op 341 miljoen EUR voor zeven jaar of een gemiddelde jaarlijkse begroting van 49 miljoen EUR (prognose voor 2028-2034). Dit komt neer op een stijging met 81,5 % van de begroting van het Agentschap in 2025. De voordelen van het voorgestelde initiatief, zoals geanalyseerd in de effectbeoordeling, zullen aanzienlijk zijn, met tot 14,6 miljard EUR aan kostenbesparingen voor bedrijven. Hoewel de omvang van de potentiële kostenbesparingen in verband met de algemene verbetering van de paraatheid van de Unie tegen cyberbeveiligingsincidenten van nature moeilijk in cijfers uit te drukken is, worden de kostenbesparingen in verband met een snellere respons en het vertragen van de toeneming in aantal van cyberbeveiligingsincidenten bovendien geraamd op 3,7 tot 4,4 miljard EUR over een periode van vijf jaar. In het kader van komende beleidsinitiatieven zal de Commissie kijken naar de algemene verdeling van middelen voor en binnen de Europese instellingen, organen, agentschappen en bureaus op het gebied van cyberbeveiliging om kennis en expertise te benutten en synergieën vast te stellen en te ontwikkelen.

De aanvullende middelen die worden voorgesteld om het Agentschap te versterken, worden vertaald in 118 vte’s en aanvullende operationele kosten ter dekking van de huidige bijdrageovereenkomsten tussen Enisa en de Commissie, zoals het onderhoud van het centrale meldingsplatform; voor de vte’s die werken aan de exploitatie en het beheer van de EU-cyberbeveiligingsreserve, alsook voor belangrijke initiatieven van de Commissie zoals de ontwikkeling van het centrale toegangspunt in het kader van het voorstel voor een digitale omnibus. Andere operationele kosten houden verband met het gecoördineerde programma voor de bekendmaking van kwetsbaarheden, het verzamelen en analyseren van inlichtingen over cyberdreigingen, beveiligde communicatie en het opbouwen van maturiteit op het gebied van cyberbeveiliging voor Enisa. De operationele kosten voor de instandhouding van de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen, de machtigingen voor vaardigheden op het gebied van cyberbeveiliging en de dienst van testinstrumenten worden weliswaar ook in deze begroting opgenomen, maar omvatten ook mechanismen voor zelffinanciering door middel van vergoedingen.

Een belangrijk aspect van het voorstel behelst de invoering van vergoedingsmechanismen die, naast andere beleidsdoelstellingen, ook zullen bijdragen tot een duurzaam financieel circuit binnen het Agentschap. De herziene cyberbeveiligingsverordening bevat drie soorten vergoedingen die zullen bijdragen aan de begroting van Enisa, namelijk vergoedingen voor de afgifte van machtigingen voor attesteringen van vaardigheden, vergoedingen voor de dienst van testinstrumenten en vergoedingen voor de ondersteuning van de instandhouding van de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen. De verwachte voordelen voor de EU-begroting worden geraamd op ongeveer 18,5 miljoen EUR over een periode van zeven jaar van 2028 tot en met 2034.

Het begrotingsverzoek van de Commissie vertaalt zich in vijftig extra vte’s, die onder meer het kader voor toeleveringsketens zullen uitvoeren, alsook taken in verband met onder meer het opstellen van uitvoeringshandelingen voor de vergoedingsmechanismen, de instandhouding van certificeringsregelingen, normalisatie en ondersteuning van operationele samenwerking. De kosten voor de Commissie van het uitvoeren van het kader voor toeleveringsketens zullen naar verwachting specifiek worden beïnvloed door het aantal beoordelingen van eigendom en zeggenschap dat de Commissie zal uitvoeren. De resultaten van deze taak zullen echter in hoge mate bijdragen tot besparingen voor de lidstaten bij het toezicht op de uitvoering van risicobeperkende maatregelen en verplichtingen die door het kader aan de NIS 2-entiteiten worden opgelegd. De lidstaten zullen direct kunnen profiteren van de resultaten van de eigendoms- en zeggenschapsbeoordelingen, in plaats van dat zij elk afzonderlijk middelen moeten besteden aan dezelfde beoordelingsvereisten.

Zie voor meer gedetailleerde informatie het financieel memorandum bij het cyberpakket.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

De Commissie zal toezicht houden op de toepassing van de voorgestelde verordening en om de vijf jaar een verslag over de evaluatie ervan indienen bij het Europees Parlement en de Raad. Deze verslagen zijn openbaar en geven nadere toelichting over de daadwerkelijke toepassing en handhaving van de voorgestelde verordening.

Toelichtende stukken (bij richtlijnen)

Niet van toepassing aangezien het voorstel een verordening is.

Artikelsgewijze toelichting

In het voorstel wordt de rol van Enisa verduidelijkt en wordt Enisa belast met concrete taken ter ondersteuning van zijn belanghebbenden, waarbij de lidstaten het voortouw nemen, met name wat betreft steun bij de uitvoering van het beleid en de wetgeving van de Unie, operationele samenwerking, capaciteitsopbouw, certificering en normalisatie van cyberbeveiliging, en de verbetering van de arbeidskrachten op het gebied van de cyberbeveiliging en hun mobiliteit in de hele Unie. Het voorstel heeft verder tot doel het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering (ECCF) doeltreffender en efficiënter te maken om het cyberbeveiligingsniveau binnen de Unie te verbeteren en klanten in staat te stellen een weloverwogen keuze te maken bij de aankoop van ICT-producten, -diensten, -processen en beheerde beveiligingsdiensten in de hele interne markt. Bovendien heeft dit voorstel, in combinatie met het voorstel voor een richtlijn tot invoering van gerichte wijzigingen van de NIS 2-richtlijn, tot doel de naleving van de cyberbeveiligingsverplichtingen te vergemakkelijken en middelen vrij te maken om de operationele paraatheid op het gebied van cyberbeveiliging van entiteiten in de kritieke sectoren van de Unie te versterken. Tot slot komt het voorstel tegemoet aan de noodzaak om de economie en de ICT-toeleveringsketens van de Unie weerbaarder te maken om haar eigen veiligheid en concurrentievermogen te bevorderen. Hierna wordt dit nader toegelicht.

Titel I: Algemene Bepalingen

Titel I van de voorgestelde verordening omvat de volgende algemene bepalingen: het onderwerp (artikel 1) en de definities (artikel 2), met inbegrip van verwijzingen naar relevante definities uit andere instrumenten van de Unie, zoals Richtlijn (EU) 2022/2555 21 (NIS 2-richtlijn), Verordening (EG) nr. 765/2008 22 en Verordening (EU) nr. 1025/2012 23 .

Titel II: ENISA (HET AGENTSCHAP VAN DE EUROPESE UNIE VOOR CYBERBEVEILIGING)

Titel II van de voorgestelde verordening bevat de belangrijkste bepalingen met betrekking tot Enisa.

Hoofdstuk I bevat een beschrijving van de opdracht (artikel 3) en de doelstellingen van Enisa (artikel 4).

Hoofdstuk II bevat een beschrijving van de taken van het Agentschap in drie afdelingen.

Afdeling 1 bevat bepalingen betreffende de taken in verband met het ondersteunen van de uitvoering van het beleid en de wetgeving van de Unie. Er wordt gespecificeerd welke entiteiten en organisaties steun moeten ontvangen en hoe dit moet gebeuren (artikel 5). In artikel 6 worden de verantwoordelijkheden van het Agentschap op het gebied van capaciteitsopbouw afgebakend, waaronder het aanbieden aan de lidstaten van kennis en expertise op het gebied van het voorkomen en aanpakken van cyberdreigingen, het actualiseren van cyberbeveiligingsstrategieën en het uitbreiden van het personeelsbestand op het gebied van cyberbeveiliging. Enisa zal de lidstaten ook bijstaan bij hun bewustmakingsactiviteiten (artikel 7) en zal de belangrijkste markttrends op het gebied van cyberbeveiliging analyseren en technisch advies en analyses verspreiden (artikel 8). Enisa zal ook bijdragen aan de internationale samenwerking op het gebied van cyberbeveiliging en deze bevorderen, zoals beschreven in artikel 9.

Afdeling 2 bevat een beschrijving van de taken van Enisa met betrekking tot de operationele samenwerking met de lidstaten, de entiteiten van de Unie en CERT-EU, het netwerk van computer security incident response teams (CSIRT’s), EU-CyCLONe en andere belanghebbenden, met inbegrip van de uitvaardiging van richtsnoeren en de toepassing van beveiligde communicatie-instrumenten (artikel 10). Enisa zal ook helpen het situationeel bewustzijn van cyberdreigingen en -incidenten te verbeteren door (onder meer) een of meer gegevensbanken voor inlichtingen over cyberdreigingen te ontwikkelen, analyses uit te voeren en vroegtijdige waarschuwingen af te geven (artikel 11). De regels voor dergelijke vroegtijdige waarschuwingen (inhoud, timing, dienst) worden vastgesteld in artikel 12. Om essentiële en belangrijke entiteiten bij te staan bij de voorbereiding op, de respons op en het herstel van ransomware-incidenten, beheert Enisa de EU-cyberbeveiligingsreserve zoals toegelicht in artikel 13 en in samenwerking met Europol en CSIRT’s of andere bevoegde autoriteiten, naargelang het geval. Artikel 14 bevat bepalingen over de rol van Enisa bij cyberbeveiligingsoefeningen op het niveau van de Unie, met inbegrip van het opstellen van een doorlopend jaarprogramma van cyberbeveiligingsoefeningen op het niveau van de Unie. Naast deze taken moet Enisa instrumenten en platforms ter beschikking stellen, met name het centrale meldingsplatform dat is opgericht op grond van artikel 16, lid 1, van Verordening (EU) 2024/2847 (artikel 15). Tot slot moet het Agentschap een gemeenschappelijke Uniebrede capaciteit voor kwetsbaarheidsbeheersdiensten ontwikkelen en diensten op het gebied van kwetsbaarheidsbeheer verlenen (artikel 16).

In afdeling 3 over de certificering en normalisatie van cyberbeveiliging worden de taken van het Agentschap in dit verband uiteengezet. In artikel 17 wordt de rol van Enisa bij de ontwikkeling en uitvoering van het ECCF beschreven, met inbegrip van zijn leidende rol bij het opstellen van regelingen en het waarborgen van de instandhouding en de capaciteitsopbouw ervan, terwijl in artikel 18 wordt uiteengezet hoe Enisa technische specificaties moet opstellen en moet bijdragen aan normalisatieactiviteiten op Europees en internationaal niveau, onder meer op het gebied van cryptografische algoritmen.

In afdeling 4 worden de taken van het Agentschap met betrekking tot de uitvoering van de academie voor cyberbeveiligingsvaardigheden beschreven. Artikel 19 bevat bepalingen betreffende de rol van Enisa met betrekking tot het Europees kader voor cyberbeveiligingsvaardigheden (European cybersecurity skills framework — ECSF), terwijl de taken van Enisa met betrekking tot de ontwikkeling en de instandhouding van regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden zijn uiteengezet in artikel 20. De vereisten om een gemachtigde aanbieder van attesteringen te worden, zijn vastgelegd in artikel 21 en die in verband met de verwerking van aanvragen in artikel 22. Enisa moet openbare informatie verstrekken met betrekking tot het ECSF en individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden (artikel 23).

Hoofdstuk III heeft betrekking op de organisatie van Enisa. De administratieve en beheersstructuur van het Agentschap omvat ook een plaatsvervangend uitvoerend directeur (artikel 24). Bepalingen met betrekking tot de raad van bestuur, de samenstelling, de voorzitter, de vergaderingen, de functies en de stemregels ervan zijn opgenomen in afdeling 1 (artikelen 25 tot en met 29). Het dagelijks bestuur moet de raad van bestuur bijstaan, zoals bepaald in artikel 30, onder afdeling 2. Afdeling 3 bevat regels inzake de benoeming, het ontslag en de verlenging van de ambtstermijn van de uitvoerend directeur (artikel 31) en regels inzake de taken en verantwoordelijkheden van de uitvoerend directeur (artikel 32). De raad van bestuur kan besluiten een rol van plaatsvervangend uitvoerend directeur in het leven te roepen om de uitvoerend directeur bij te staan (afdeling 4, artikelen 33 en 34). De raad van bestuur moet de Enisa-adviesgroep oprichten, die Enisa moet adviseren overeenkomstig de regels van artikel 35. Afdeling 6 bevat regels voor de instelling en samenstelling van de kamer van beroep (artikel 36) en de leden ervan (artikel 37). In artikel 38 wordt vermeld onder welke omstandigheden de leden van de kamer van beroep zich van de beroepsprocedure moeten onthouden en worden de gronden voor het wraken van een lid van de kamer omschreven. Tegen besluiten van Enisa of indien Enisa nalaat te handelen, kan beroep worden ingesteld bij de kamer van beroep (artikel 39). Artikel 40 bevat bepalingen over de personen die beroep kunnen instellen, en over de termijn en de vorm van het beroep. De artikelen 41 tot en met 43 bevatten regels inzake prejudiciële herziening, het onderzoek van beslissingen inzake beroep en beroepen bij het Hof van Justitie. Tot slot voorziet artikel 44 in het proces met betrekking tot het enkelvoudig programmeringsdocument.

Hoofdstuk IV heeft betrekking op de vaststelling en structuur van de begroting van het Agentschap alsook op de voorschriften voor de presentatie en uitvoering ervan (artikelen 45 tot en met 55). Het bevat verder bepalingen ter vergemakkelijking van de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten (artikel 51).

Hoofdstuk V heeft betrekking op het personeel van het Agentschap. Het bevat algemene bepalingen inzake het statuut, de regeling voor andere personeelsleden en de regels inzake voorrechten en immuniteiten (artikelen 56 en 57). Er worden bepalingen ingevoerd die de lidstaten verplichten verbindingsfunctionarissen aan te wijzen als gedetacheerde nationale deskundigen bij Enisa, alsook hun rol in het Agentschap (artikel 58). Dit hoofdstuk bevat ook bepalingen voor het inzetten van gedetacheerde nationale deskundigen en andere personeelsleden die niet in dienst zijn van het Agentschap (artikel 59).

Tot slot bevat hoofdstuk VI de algemene bepalingen betreffende het Agentschap. In dit hoofdstuk wordt zijn juridische status beschreven (artikel 60), wordt bepaald waar het zijn zetel heeft (artikel 61) en zijn bepalingen opgenomen over de zetelovereenkomst en de voorwaarden voor de werking van het Agentschap, en over het administratieve toezicht door de Ombudsman (artikelen 62 en 63). Het bevat bepalingen inzake aansprakelijkheid, taalregelingen en de bescherming van persoonsgegevens (artikelen 64 tot en met 66), alsook beveiligingsvoorschriften inzake de bescherming van gevoelige niet-gerubriceerde en gerubriceerde informatie (artikel 67). Het bevat regels voor de samenwerking met entiteiten van de Unie en nationale autoriteiten (artikel 68) en andere belanghebbenden (artikel 69). Het bevat een omschrijving van de regels voor de samenwerking van het Agentschap met derde landen en internationale organisaties (artikel 70).

TITEL III: EUROPEES KADER VOOR CYBERBEVEILIGINGSCERTIFICERING

Titel III van de voorgestelde verordening voorziet in de oprichting van het ECCF.

Hoofdstuk I bevat de doelstellingen, het toepassingsgebied en de procedures van het kader. De doelstellingen (artikel 71) omvatten het versterken van de cyberbeveiliging in de hele Unie en het faciliteren van een geharmoniseerde aanpak van de certificering van ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten. Met het kader moet ook gebruik worden gemaakt van certificering om de naleving van de toepasselijke Uniewetgeving te vereenvoudigen door middel van een vermoeden van conformiteit, waardoor de lasten voor bedrijven worden verminderd (artikel 78). In hoofdstuk I worden vervolgens de procedurele aspecten beschreven, te beginnen met raadplegingen over strategische prioriteiten voor Europese cyberbeveiligingscertificaten en openbare informatie met betrekking tot de ontwikkeling van regelingen door de Commissie en de oprichting van een nieuwe Europese Vergadering voor cyberbeveiligingscertificering (artikel 72). Naar aanleiding van een gedetailleerd verzoek van de Commissie (artikel 73) wordt van Enisa verwacht dat het binnen twaalf maanden een potentiële regeling aflevert. Artikel 74 voorziet in aanvullende termijnen voor de indiening van het advies van de EGC en de indiening van de regeling met het oog op de vaststelling ervan door de Commissie. Bij artikel 75 wordt een duidelijk mechanisme voor de instandhouding van bestaande regelingen ingevoerd, dat kan leiden tot de herziening van dergelijke regelingen (artikel 76). De herziening van een regeling kan verder worden gebaseerd op een periodieke evaluatie van de doeltreffendheid van de regeling en het effect ervan op de eengemaakte markt. Artikel 77 biedt Enisa een basis om technische specificaties op te stellen ter ondersteuning van de ontwikkeling en de instandhouding van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen. Bij de vaststelling of herziening van een regeling kan de Commissie verwijzingen naar dergelijke technische specificaties opnemen (artikel 74). De verschillende procedures zorgen voor transparantie en kwaliteit van de uitvoering door deskundige en algemene belanghebbenden te betrekken bij verschillende stadia van de planning, de ontwikkeling, de vaststelling en de instandhouding van certificeringsregelingen. Artikel 79 voorziet in een speciale website van Enisa over Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen, waarop informatie moet worden verstrekt over vastgestelde regelingen en over Europese cyberbeveiligingscertificaten en EU-conformiteitsverklaringen die in het kader van die regelingen worden afgegeven.

Hoofdstuk II bevat algemene regels voor de inhoud van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen.

Artikel 80 bevat een lijst van beveiligingsdoelstellingen op basis waarvan een regeling door Enisa moet worden ontworpen, en zorgt voor afstemming op de relevante wetgeving inzake cyberbeveiliging. Elke Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling kan voorzien in de in artikel 81 vermelde elementen. Deze elementen moeten verenigbaar zijn met de wetgeving van de Unie en kunnen voor alle regelingen worden geharmoniseerd aan de hand van modelbepalingen. Beide bepalingen bieden de nodige flexibiliteit om zich aan te passen aan verschillende soorten regelingen. In aanvullende bepalingen worden de regels met betrekking tot zekerheidsniveaus (artikel 82) en conformiteitszelfbeoordeling (artikel 83) vastgesteld. Het hoofdstuk bevat verder een lijst van aanvullende informatie (artikel 84) die de fabrikant of aanbieder van ICT-producten, -diensten of -processen beschikbaar moet stellen.

Tot slot worden in hoofdstuk III de governanceregels voor het ECCF vastgesteld, die in drie afdelingen zijn onderverdeeld.

Afdeling 1 heeft betrekking op de regels voor de afgifte van Europese cyberbeveiligingscertificaten, met inbegrip van die met het zekerheidsniveau “hoog” (artikel 85). Voorts worden regels vastgesteld voor het harmoniseren van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen met nationale cyberbeveiligingscertificeringsregelingen en cyberbeveiligingscertificaten (artikel 86) en wordt voorzien in de mogelijkheid van internationale erkenning van Europese cyberbeveiligingscertificaten, op basis van het gelijkwaardigheidsbeginsel (artikel 87). In deze afdeling wordt ook ingegaan op de rol van en de regels die van toepassing zijn op nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten (artikel 88) en worden regels vastgesteld voor een mechanisme voor collegiale toetsing tussen die autoriteiten, waarbij gelijkwaardige normen in de hele Unie worden gewaarborgd (artikel 89), en voor samenwerking tussen die autoriteiten in de EGC (artikel 90).

Afdeling 2 voorziet in: i) geharmoniseerde regels voor de accreditatie en machtiging van conformiteitsbeoordelingsinstanties (artikelen 91 en 92); ii) aanmeldingsregels, met inbegrip van een bevoegdheid om te zorgen voor verdere afstemming op het relevante Unierecht en het nieuwe wetgevingskader (artikel 93); en iii) een beroepsprocedure (artikel 94) om ervoor te zorgen dat de eisen voor conformiteitsbeoordelingsinstanties worden nageleefd.

Tot slot voorziet afdeling 3 in rechten en voorzieningen in rechte tegen certificeringsgerelateerde beslissingen (artikel 96) en verplicht zij de lidstaten evenredige sancties voor inbreuken op de regelgeving vast te stellen en te handhaven.

TITEL IV

In hoofdstuk I, artikel 98, wordt het toepassingsgebied van het kader voor betrouwbare ICT-toeleveringsketens uiteengezet. Het kader zal betrekking hebben op niet-technische risico’s in zeer kritieke sectoren en andere kritieke sectoren als bedoeld in Richtlijn (EU) 2022/2555. Met het mechanisme worden belangrijke ICT-activa in kritieke ICT-toeleveringsketens geïdentificeerd en worden passende en evenredige risicobeperkende maatregelen vastgesteld voor het soort entiteiten als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555. Het kader zal gebaseerd zijn op beveiligingsrisicobeoordelingen die op het niveau van de Unie worden gecoördineerd en die op verzoek van de Commissie of ten minste drie lidstaten worden uitgevoerd. In artikel 99 wordt uiteengezet hoe deze risicobeoordelingen zullen worden uitgevoerd en dat daarin ook risicobeperkende maatregelen moeten worden vastgesteld. Deze risicobeoordelingen moeten binnen zes maanden na het verzoek worden afgerond. Op verzoek van de Commissie kan de NIS-samenwerkingsgroep een kortere periode overeenkomen. Het kader voorziet in de mogelijkheid van een noodprocedure indien een onmiddellijk optreden gerechtvaardigd is om de goede werking van de interne markt te vrijwaren en indien de Commissie voldoende redenen heeft om aan te nemen dat er sprake is van een aanzienlijke cyberdreiging voor de veiligheid van de Unie met betrekking tot kritieke ICT-toeleveringsketens. In dat geval raadpleegt de Commissie de lidstaten over de noodzaak om een of meer risicobeperkende maatregelen te nemen en voert zij een risicobeoordeling uit. In artikel 100 is bepaald dat wanneer uit de in artikel 99 bedoelde risicobeoordeling of uit andere bronnen, zoals een publieke verklaring namens de Unie of een lidstaat, blijkt dat een derde land ernstige en structurele niet-technische risico’s voor ICT-toeleveringsketens oplevert, de Commissie de van dat land uitgaande bedreiging verifieert, rekening houdend met de in artikel 100 vermelde elementen. Wanneer de Commissie concludeert dat een derde land ernstige en structurele niet-technische risico’s voor ICT-toeleveringsketens oplevert, voorziet artikel 100 in een procedure voor de Commissie om een dergelijk derde land aan te wijzen als een land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging voor ICT-toeleveringsketens. Entiteiten die zijn gevestigd in een derde land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging en die overeenkomstig dit artikel zijn aangewezen, of onder zeggenschap staan van een dergelijk derde land, van een in dat derde land gevestigde entiteit of van een onderdaan van dat derde land, mogen een aantal in dit artikel gespecificeerde activiteiten niet uitvoeren. Artikel 101 voorziet in een algemeen mechanisme voor ICT-toeleveringsketens waarbij de Commissie, na voltooiing van de beveiligingsrisicobeoordeling door de NIS-samenwerkingsgroep of door de Commissie overeenkomstig artikel 99, de in de artikelen 102 en 103 bedoelde maatregelen kan nemen.

De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen belangrijke ICT-activa identificeren die voor de vervaardiging van producten en de verlening van diensten worden gebruikt door de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 bedoelde soorten entiteiten. In artikel 102 wordt nader bepaald met welke elementen rekening moet worden gehouden bij de identificatie van belangrijke ICT-activa. In artikel 103 worden mogelijke risicobeperkende maatregelen in de ICT-toeleveringsketen vastgesteld. De Commissie kan door middel van uitvoeringshandelingen besluiten dat entiteiten die actief zijn in zeer kritieke sectoren en andere kritieke sectoren, moeten worden onderworpen aan specifieke risicobeperkende maatregelen, die in het artikel nader worden toegelicht.

De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen lijsten op van leveranciers met een hoog risico die relevant zijn voor de in de overeenkomstig artikel 103, lid 1, artikel 103, lid 7, vastgestelde uitvoeringshandelingen bedoelde verbodsbepalingen of de in artikel 110, lid 1, bedoelde verbodsbepaling, na een beoordeling van vestiging en eigendom en zeggenschap te hebben uitgevoerd. Zij moet de betrokken leveranciers en de bevoegde autoriteiten raadplegen (artikel 104).

Een entiteit die is gevestigd in of onder zeggenschap staat van overeenkomstig artikel 100 aangewezen entiteiten uit een derde land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging, kan verzoeken om toestemming om ICT-componenten te leveren in belangrijke ICT-activa van entiteiten van het soort als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 en om deel te nemen aan overheidsopdrachten met betrekking tot de levering van dergelijke ICT-componenten. In artikel 105 is bepaald wat het verzoek moet bevatten en wat de procedure voor een dergelijke vrijstelling is. In artikel 106 worden de rechten van verweer van een betrokken entiteit gespecificeerd. De Commissie houdt een openbaar register bij van de beslissingen inzake vrijstellingen (artikel 107). In de artikelen 108 en 109 worden vertrouwelijkheidsregels en vergoedingen in verband met de vrijstellingsprocedure gespecificeerd.

Hoofdstuk II voorziet in een toepassing van het kader voor betrouwbare ICT-toeleveringsketens op mobiele, vaste en satellietnetwerken voor elektronische communicatie, waarbij wordt gezorgd voor afstemming op de voorgestelde wet inzake digitale netwerken.

De belangrijke ICT-activa voor mobiele, vaste en satellietnetwerken voor elektronische communicatie zijn opgenomen in bijlage II. De overgangsperiode voor de uitfasering van ICT-componenten van leveranciers met een hoog risico voor de belangrijke ICT-activa van het mobiele elektronischecommunicatienetwerk bedraagt niet meer dan 36 maanden vanaf de inwerkingtreding van deze verordening. Overgangsperioden voor vaste en satellietnetwerken voor elektronische communicatie worden door de Commissie middels uitvoeringshandelingen vastgesteld. De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen om aangewezen belangrijke ICT-activa en overgangsperioden te wijzigen, ook voor de toekomstige mobiele generaties (artikel 110). In artikel 111 is bepaald dat aanbieders van mobiele, vaste en satellietnetwerken voor elektronische communicatie in geen enkele vorm ICT-componenten van leveranciers met een hoog risico mogen gebruiken, installeren of integreren en geen algemene of individuele machtiging kunnen krijgen.

Bevoegde autoriteiten, toezicht en handhaving, jurisdictie, rechten van verweer (hoofdstuk III)

Hoofdstuk III bevat voorts de regels inzake bevoegde autoriteiten, toezicht en handhaving en jurisdictie. 

In de artikelen 112 tot en met 114 worden de bevoegdheden, middelen en verantwoordelijkheden van de lidstaten bepaald bij het waarborgen van de uitvoering en handhaving van de bepalingen van titel IV. De lidstaten moeten een of meer bevoegde autoriteiten aanwijzen, waarvan de Commissie in kennis moet worden gesteld. In artikel 113 is bepaald dat de Commissie een netwerk voor samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de Commissie moet opzetten om de naleving te vergemakkelijken, terwijl in artikel 114 de maatregelen op het gebied van toezicht en naleving worden gespecificeerd die de bevoegde autoriteiten mogen nemen. Sancties in geval van inbreuk op de bepalingen van titel IV worden gespecificeerd in artikel 115. In artikel 116 bevat een beschrijving van de mogelijkheid voor de lidstaten om elkaar wederzijds bij te staan wanneer entiteiten grensoverschrijdende activiteiten verrichten of wanneer hun belangrijke ICT-activa zich in verschillende lidstaten bevinden. Artikel 117 bevat de regels inzake jurisdictie en territorialiteit.

TITEL VI: SLOTBEPALINGEN

Titel VI van de voorgestelde verordening bevat de slotbepalingen, met regels voor de vaststelling van uitvoerings- en gedelegeerde handelingen, het proces inzake de evaluatie van de voorgestelde verordening, en de intrekking en opvolging van Verordening (EU) 2019/881. Ook wordt de datum van inwerkingtreding van de voorgestelde verordening vastgesteld.

2026/0011 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa), het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering, en de beveiliging van ICT-toeleveringsketens, en tot intrekking van Verordening (EU) 2019/881 (de cyberbeveiligingsverordening 2)

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 24 ,

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s 25 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Sinds de vaststelling van Verordening (EU) 2019/881 van het Europees Parlement en de Raad 26 hebben de geopolitieke, technologische en beleidslandschappen ingrijpende veranderingen ondergaan. Het aantal cyberbeveiligingsincidenten, of deze nu worden veroorzaakt door systeemstoringen, menselijke fouten, kwaadwillige handelingen of natuurverschijnselen, is sterk toegenomen en cyberaanvallen zijn geavanceerder geworden, met gevolgen voor essentiële entiteiten, bedrijven en het grote publiek. Het ecosysteem voor cybercriminaliteit heeft zich uitgebreid, waarbij activiteiten in verband met ransomware centraal staan. Het aantal incidenten in toeleveringsketens, veroorzaakt door criminelen voor financieel gewin of door overheidsactoren met het oog op verstoring, spionage, desinformatie of oorlogsvoering, is toegenomen. In het kader van een bredere hybride strategie overspoelen incidenten als gevolg van kwaadwillige cyberactiviteiten en systeemstoringen elkaar, waardoor essentiële diensten worden verstoord, het vertrouwen in instellingen wordt ondermijnd en de maatschappelijke en defensiegereedheid van de Unie wordt aangetast. Van dergelijke incidenten is gebleken dat zij gevolgen kunnen hebben voor de economische activiteit, de financiële stabiliteit en het leven van mensen. Tegelijkertijd vormt de kwetsbaarheid van kritieke civiele infrastructuur en systemen een risico voor de defensievermogens wanneer deze daarvan afhankelijk zijn.

(2)Tegelijkertijd hebben opkomende technologieën zoals artificiële intelligentie en kwantumcomputing een verstorend effect op cyberbeveiliging en cyberdefensie. Zij veranderen de defensie-instrumenten en de tactieken van tegenstanders, vormen bedreigingen voor de cyberbeveiliging en cyberdefensie en bieden tegelijkertijd mogelijkheden voor technologische vooruitgang. Hoewel zij kunnen bijdragen tot cyberbeveiliging door middel van betere dreigingsdetectie of geautomatiseerde respons op incidenten, vergroten zij ook het totale aanvalsoppervlak voor organisaties, zijn zij potentiële doelwitten voor manipulatie en kunnen zij de levensvatbaarheid op lange termijn van beveiligingsmaatregelen zoals encryptie ondermijnen.

(3)Om deze ontwikkelingen aan te pakken, heeft de Unie haar juridische en beleidsinstrumenten verbeterd. Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad 27 versterkt de cyberbeveiliging van kritieke infrastructuur, aangevuld met Richtlijn (EU) 2022/2557 van het Europees Parlement en de Raad 28 inzake fysieke beveiliging. Verordening (EU) 2024/2847 van het Europees Parlement en de Raad 29 verbetert de cyberbeveiliging van producten met digitale elementen. Met Verordening (EU) 2025/38 van het Europees Parlement en de Raad 30 wordt EU-brede responscapaciteit opgebouwd, en met de aanbeveling van de Raad van 6 juni 2025 voor een EU-blauwdruk voor cyberbeveiligingscrisisbeheer 31 (“aanbeveling over de cyberblauwdruk”) wordt de samenwerking op het gebied van crisisbeheersing op Unieniveau ondersteund. Het instrumentarium voor 5G-cyberbeveiliging 32 vormt een eerste stap in de richting van een gecoördineerde aanpak op het niveau van de Unie om 5G-netwerken te beveiligen. In de mededeling van de Commissie over de academie voor cyberbeveiligingsvaardigheden 33 wordt het groeiende probleem van het tekort aan cyberbeveiligingsprofessionals aangepakt. Daarnaast is het cyberbeveiligingskader versterkt door sectorspecifieke wetgeving, met name Verordening (EU) 2022/2554 van het Europees Parlement en de Raad 34 voor de financiële sector, Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/1366 van de Commissie 35 voor de subsector elektriciteit, Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1645 van de Commissie 36 en Uitvoeringsverordening (EU) 2023/203 van de Commissie 37 (DEEL-IS), alsook relevante regels inzake de beveiliging van de luchtvaart die zijn vastgesteld in Verordening (EU) 2019/1583 van de Commissie 38 voor de subsector luchtvervoer, en andere beleidsdocumenten zoals de mededeling van de Commissie over een Europees actieplan voor de cyberbeveiliging van ziekenhuizen en zorgaanbieders 39 . De entiteiten van de Unie worden ook versterkt door Verordening (EU, Euratom) 2023/2841 van het Europees Parlement en de Raad 40 , waarin maatregelen zijn vastgesteld die zijn gericht op het bereiken van een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging binnen de instellingen, organen en instanties van de Unie. Bij dit versterkte rechtskader voor cyberbeveiliging zijn de taken van Enisa verder gespecificeerd.

(4)In dit verband, en zoals vermeld in ProtectEU: Europese strategie voor interne veiligheid 41 , strategie voor een paraatheidsunie 42 , vereist het garanderen van de paraatheid, beveiliging en veerkracht van de samenleving en de economie van de Unie in Europees verband een sterke coördinatie, vertrouwen en informatie-uitwisseling tussen belanghebbenden, robuuste kaders om de beveiliging van ICT-producten, -diensten en -processen en beheerde beveiligingsdiensten te waarborgen, alsook een uitbreiding en versterking van het personeelsbestand op het gebied van cyberbeveiliging. Voorts wordt opgeroepen de ICT-toeleveringsketens te versterken door de Europese technologische soevereiniteit over belangrijke activa te waarborgen, wat de weerbaarheid van de Unie zou vergroten en de inspanningen op het gebied van cyberdefensie ten goede zou kunnen komen. Daarnaast worden in de mededeling over de versterking van de economische veiligheid van de EU 43 de noodzaak om de toegang tot gevoelige informatie en gegevens die de economische veiligheid van de EU zouden kunnen ondermijnen, te voorkomen en verstoringen van kritieke infrastructuur in de EU die gevolgen hebben voor de economie van de EU, te voorkomen en te beperken, als prioritaire doelstellingen aangemerkt. Ook wordt hierin de essentiële rol erkend die doeltreffende cyberbeveiligingsmaatregelen in dit verband spelen.

(5)Grootschalige cyberbeveiligingsincidenten die kritieke infrastructuur, digitale diensten of essentiële maatschappelijke functies treffen, kunnen gevolgen hebben voor de bevolking en een gecoördineerd optreden op het gebied van civiele bescherming en crisisbeheersing op het niveau van de Unie vereisen. In overeenstemming met de aanpak van alle risico’s in het kader van de strategie voor een paraatheidsunie en Besluit nr. 1313/2013/EU betreffende het Uniemechanisme voor civiele bescherming moeten regelingen voor situationeel bewustzijn, respons op incidenten en oefeningen in het kader van deze verordening worden meegenomen in de crisisbeheersing van de Unie, met name via het Coördinatiecentrum voor respons in noodsituaties (ERCC).

(6)Dit voorstel is in overeenstemming met en wordt aangevuld door het [voorstel voor een richtlijn tot aanvulling [van de herziening van Verordening (EU) 2019/881] en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2022/2555 wat betreft de vereenvoudiging van de uitvoering van maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie], alsook met het [voorstel voor een verordening inzake de vereenvoudiging van de digitale wetgeving (digitale omnibus) 44 ], op grond waarvan Enisa verplicht is een centraal toegangspunt voor de melding van incidenten te ontwikkelen dat entiteiten in staat stelt tegelijkertijd aan hun verplichtingen inzake de melding van incidenten uit hoofde van meerdere rechtshandelingen te voldoen.

(7)Bij Verordening (EG) nr. 460/2004 van het Europees Parlement en de Raad 45 is Enisa opgericht teneinde bij te dragen tot een hoog en doeltreffend netwerk- en informatiebeveiligingsniveau in de Unie, en tot de ontwikkeling van een netwerk- en informatiebeveiligingscultuur ten bate van burgers, consumenten, ondernemingen en overheidsdiensten. Het mandaat van Enisa werd drie keer verlengd voordat Enisa bij Verordening (EU) 2019/881 een permanent mandaat kreeg. Om beter tegemoet te komen aan de behoeften die voortvloeien uit de veranderende dreiging en technologische landschappen, met name wat betreft de operationele samenwerking en de toegenomen behoefte aan cyberbeveiligingsprofessionals, moet het mandaat van Enisa verder worden versterkt. Ten behoeve van de rechtszekerheid moet Verordening (EU) 2019/881 worden vervangen.

(8)In een veranderend dreigingslandschap waarin cyberbeveiligingsincidenten een steeds grotere plaats innemen, is het belangrijker dan ooit om vertrouwen te wekken bij personen, overheden en bedrijven bij hun dagelijks gebruik van technologieën. Een toename van het vertrouwen kan worden bevorderd door middel van een versterkte Uniebrede certificering van het ECCF die voorziet in gemeenschappelijke cyberbeveiligingsvoorschriften en evaluatiecriteria, ongeacht de nationale markten en sectoren. In het nieuwe kader moeten de belangrijkste horizontale vereisten voor Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen wordt vastgesteld en moet het mogelijk worden gemaakt dat Europese cyberbeveiligingscertificaten en EU-conformiteitsverklaringen in alle lidstaten worden erkend en gebruikt. Daarbij moeten een procedure en een governancekader worden vastgesteld op basis waarvan Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen tijdig en op voorspelbare wijze kunnen worden ontwikkeld en in stand kunnen worden gehouden. De Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen moeten in alle lidstaten op uniforme wijze worden toegepast om een geharmoniseerde uitvoering van de cyberbeveiligingsvoorschriften te waarborgen, een gelijk speelveld te creëren en het “certificeringsshoppen” vanwege verschillende stringentieniveaus in de verschillende lidstaten tegen te gaan. Enisa moet een sleutelrol spelen door te voorzien in de ontwikkeling van de regelingen door middel van technische specificaties en door ervoor te zorgen dat dergelijke regelingen technisch actueel blijven. Om op doeltreffende wijze aan de behoeften van de markt te voldoen, moet het kader bovendien voorzien in de mogelijkheid van certificering van tot entiteiten gerichte maatregelen voor het beheer van cyberbeveiligingsrisico’s, en de naleving van andere toepasselijke Uniewetgeving op het gebied van cyberbeveiliging vergemakkelijken. Afstemming op bestaand Unierecht, zoals Verordening (EU) 2024/2847 en Richtlijn (EU) 2022/2555, is van essentieel belang om ervoor te zorgen dat Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen bijdragen tot het verminderen van de nalevingslasten voor bedrijven, hun aantrekkelijkheid vergroten en de cyberweerbaarheid van de Unie versterken.

(9)De opdracht van Enisa zou erin moeten bestaan de lidstaten en entiteiten van de Unie te ondersteunen bij het bereiken van een hoog niveau van cyberbeveiliging, weerbaarheid en vertrouwen in de Unie. Daartoe moet Enisa fungeren als referentiepunt voor advies en expertise op het gebied van cyberbeveiliging, en moeten zijn werkzaamheden in de eerste plaats betrekking hebben op vier belangrijke cyberbeveiligingsgebieden op het niveau van de Unie. Ten eerste moet Enisa de lidstaten ondersteunen bij de consistente uitvoering van het beleid en de wetgeving van de Unie inzake cyberbeveiliging en de lidstaten bijstaan door middel van activiteiten voor capaciteitsopbouw om hun capaciteiten op het gebied van paraatheid, weerbaarheid en respons voortdurend te verbeteren. Ten tweede moet Enisa bijdragen aan de operationele samenwerking op het niveau van de Unie tussen de lidstaten en aan een beter gedeeld situationeel bewustzijn van cyberdreigingen en -incidenten tussen de lidstaten en de entiteiten van de Unie. Het derde belangrijke gebied moet cyberbeveiligingscertificering en -normalisatie zijn, terwijl het vierde betrekking moet hebben op de uitvoering van de academie voor cyberbeveiligingsvaardigheden, die moet bijdragen tot de ontwikkeling van een bloeiende Europese beroepsbevolking op het gebied van cyberbeveiliging met vaardigheden die in alle lidstaten overdraagbaar moeten zijn.

(10)Verordening (EU, Euratom) 2023/2841 tot vaststelling van maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de instellingen, organen en instanties van de Unie voorziet in het mandaat van CERT-EU, waarbij deze wordt opgericht als de cyberbeveiligingsdienst voor de instellingen, organen en instanties van de Unie om bij te dragen aan de beveiliging van de niet-gerubriceerde ICT-omgeving van de entiteiten van de Unie door hen te adviseren over cyberbeveiliging, hen te ondersteunen bij het voorkomen, opsporen, behandelen, beperken van en reageren op incidenten en daarvan te herstellen, en op te treden als knooppunt voor hun informatie-uitwisseling inzake cyberbeveiliging en responscoördinatie bij incidenten. Voorts is CERT-EU belast met het aanbieden van relevante cyberbeveiligingsdiensten aan entiteiten van de Unie. Enisa moet in het kader van zijn opdracht ook entiteiten van de Unie ondersteunen. Dit moet met name gebeuren door middel van gestructureerde samenwerking met CERT-EU op het gebied van capaciteitsopbouw, operationele samenwerking en strategische langetermijnanalyses van cyberdreigingen. Om synergieën van de inspanningen van CERT-EU te waarborgen, kan Enisa in voorkomend geval op gecoördineerde wijze gebruikmaken van de gestructureerde samenwerking met CERT-EU voor cyberbeveiligingsdiensten of -ondersteuning van Enisa die een toegevoegde waarde kunnen hebben voor entiteiten van de Unie.

(11)Een van de kerntaken van Enisa moet erin bestaan de lidstaten te ondersteunen bij de consistente uitvoering van het beleid en het recht van de Unie inzake cyberbeveiliging, met name wat betreft Richtlijn (EU) 2022/2555, Verordening (EU) 2024/2847 en Verordening (EU) 2025/38. Om een consistente en doeltreffende uitvoering van het cyberbeveiligingsacquis van de Unie te helpen verwezenlijken, moet Enisa technische richtsnoeren en verslagen uitbrengen, advies en beste praktijken verstrekken en de uitwisseling van beste praktijken tussen de bevoegde autoriteiten daartoe vergemakkelijken. Voorts beoordeelt Enisa de stand van zaken op het gebied van cyberbeveiliging in de Unie en stelt het daartoe een verslag op overeenkomstig artikel 18 van Richtlijn (EU) 2022/2555. Enisa moet ook kunnen reageren op verzoeken om advies en bijstand van de lidstaten en, in voorkomend geval, entiteiten van de Unie, met betrekking tot aangelegenheden die onder het mandaat van Enisa vallen.

(12)Om de samenwerking tussen de publieke en de particuliere sector en binnen de particuliere sector te stimuleren, met name om de bescherming van kritieke infrastructuur te ondersteunen, moet Enisa de uitwisseling van informatie binnen en tussen sectoren, met name de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 vermelde sectoren, en van informatie over producten met digitale elementen die onder Verordening (EU) 2024/2847 vallen, ondersteunen. Dergelijke steun kan de vorm aannemen van het verstrekken van beste praktijken en richtsnoeren over beschikbare instrumenten en procedures, alsook van richtsnoeren voor de wijze waarop regelgevingskwesties in verband met informatie-uitwisseling moeten worden aangepakt, bijvoorbeeld door de oprichting van sectorale centra voor informatie-uitwisseling en -analyse (Information Sharing and Analysis Centres — ISAC’s) te vergemakkelijken.

(13)Om de strategische samenwerking en de uitwisseling van informatie te ondersteunen en te vergemakkelijken, moet Enisa bijdragen aan de werkzaamheden van de bij Richtlijn (EU) 2022/2555 opgerichte samenwerkingsgroep (“NIS-samenwerkingsgroep”), met name door expertise en advies te verstrekken en door de uitwisseling van beste praktijken te vergemakkelijken, onder meer in verband met grensoverschrijdende afhankelijkheden, met betrekking tot risico’s en incidenten. Enisa moet ook bijdragen aan de werkzaamheden van de bij Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad 46 opgerichte Europese samenwerkingsgroep voor digitale identiteit, de Europese Groep voor cyberbeveiligingscertificering en de bij Verordening (EU) 2024/2847 opgerichte administratievesamenwerkingsgroep (ADCO).

(14)De openbare kern van het open internet, namelijk de belangrijkste protocollen en infrastructuur, die een mondiaal publiek goed zijn, vormen de essentiële functionaliteit van het internet als geheel en ondersteunen de normale werking ervan. Binnen zijn mandaat moet Enisa de beveiliging en weerbaarheid van de publieke kern van het open internet en de stabiliteit van de werking ervan ondersteunen, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, de veilige uitrol en exploitatie van belangrijke protocollen (met name het domeinnaamsysteem, het Border Gateway Protocol en versie 6 van het internetprotocol) en de exploitatie van het domeinnaamsysteem (zoals de exploitatie van alle topniveaudomeinen), door beste praktijken, richtsnoeren en samenwerking te bevorderen, in overeenstemming met gevestigde mondiale regelingen inzake internetgovernance met meerdere belanghebbenden en de respectieve rollen en verantwoordelijkheden van de relevante internationale technische en operationele organen.

(15)Enisa fungeert als referentiepunt voor advies en expertise op het gebied van cyberbeveiliging. Daarom moet Enisa de Commissie op haar verzoek bijstaan door middel van expertise, technisch advies, informatie, analyses, met inbegrip van haalbaarheidsstudies, adviezen en voorbereidende werkzaamheden met betrekking tot specifieke aangelegenheden op het gebied van cyberbeveiliging, teneinde de beleidsvorming van de Commissie te onderbouwen en het toezicht door de Commissie op de uitvoering van de Uniewetgeving inzake cyberbeveiliging te vergemakkelijken.

(16)Rekening houdend met zijn expertise, moet Enisa evenzo de lidstaten bijstaan bij hun inspanningen om capaciteiten en paraatheid te ontwikkelen en te vergroten om cyberdreigingen en -incidenten in verband met de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen te voorkomen, op te sporen en aan te pakken. Enisa moet met name steun verlenen bij de ontwikkeling en versterking van bij Richtlijn (EU) 2022/2555 voorziene computer security incident response teams (“CSIRT’s”), met het oog op een hoog gemeenschappelijk niveau aan volwassenheid van CSIRT’s in de Unie.

(17)Enisa heeft de lidstaten ondersteund en moet hen blijven ondersteunen bij de ontwikkeling en uitvoering van richtsnoeren voor hun nationale cyberbeveiligingsstrategieën die bijdragen tot de vaststelling en uitvoering van cyberbeveiligingsstrategieën door alle lidstaten. Enisa moet de verspreiding van dergelijke strategieën bevorderen via de interactieve kaart van nationale cyberbeveiligingsstrategieën en moet de voortgang van de uitvoering ervan verder volgen, onder meer door steun te verlenen bij de ontwikkeling van kernprestatie-indicatoren in dit verband.

(18)Bij Verordening (EU, Euratom) 2023/2841 wordt de interinstitutionele raad voor cyberbeveiliging opgedragen de entiteiten van de Unie te helpen om hun respectieve cyberbeveiligingspositie te verbeteren, en CERT-EU om bij te dragen aan de beveiliging van de niet-gerubriceerde ICT-omgeving van alle entiteiten van de Unie. Enisa moet, op basis van zijn ervaring op het gebied van cyberbeveiliging, de interinstitutionele raad voor cyberbeveiliging en CERT-EU ondersteunen bij hun taken overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2023/2841, onder meer door bij te dragen aan de analyse van cyberdreigingen, situationeel bewustzijn, cyberbeveiligingsoefeningen, coördinatie van de respons op incidenten en de uitwisseling van knowhow en beste praktijken.

(19)Op basis van de expertise van Enisa en ter aanvulling van de capaciteiten van overheidsinstanties van de lidstaten en van de Unie moet Enisa opleidingen verstrekken op basis van het Europees kader voor cyberbeveiligingsvaardigheden, met name ter ondersteuning van een doeltreffende beleidsuitvoering, operationele samenwerking en bewustmaking.

(20)Om synergieën te waarborgen met het Europees Kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging (ECCC) en het netwerk van nationale coördinatiecentra dat is opgericht op grond van Verordening (EU) 2021/887 van het Europees Parlement en de Raad 47 , moet Enisa hen ondersteunen door informatie uit te wisselen over huidige en opkomende risico’s en cyberdreigingen, met inbegrip van risico’s en dreigingen met betrekking tot informatie- en communicatietechnologieën.

(21)In de strategie voor een paraatheidsunie wordt benadrukt dat digitale geletterdheid, die afhankelijk is van het verwerven van digitale basisvaardigheden, van essentieel belang is om burgers weerbaarder te maken tegen mogelijke crises. Zoals in de mededeling van de Commissie over de vaardigheidsunie 48 wordt benadrukt, beschikt bijna de helft van de volwassen bevolking echter niet over digitale basisvaardigheden, ondanks het feit dat deze voor meer dan 90 % van de banen zijn vereist. Om ervoor te zorgen dat de huidige en potentiële toekomstige beroepsbevolking in een snel veranderende digitale omgeving over de vereiste vaardigheden beschikt, en om bij te dragen aan de ontwikkeling van de Europese talentenpool op het gebied van cyberbeveiliging, moet Enisa bewustmakingsactiviteiten op het gebied van cyberbeveiliging ondersteunen die erop gericht zijn talent aan te trekken en informatie te verstrekken over de opleiding en vaardigheden die nodig zijn op het gebied van cyberbeveiliging, zoals de European Cybersecurity Challenge. In dit verband moet Enisa wedstrijden op het gebied van cyberbeveiliging, “capture-the-flag”-evenementen en soortgelijke praktische oefeningen coördineren, als middel om cyberbeveiligingsvaardigheden te ontwikkelen en capaciteitsopbouw in de hele Unie te bevorderen. Bij het uitvoeren van bewustmakingsactiviteiten moet Enisa ervoor zorgen dat deze tegemoetkomen aan de behoeften van nationale overheidsinstanties en entiteiten van de Unie, alsook aan de behoeften van bedrijven, met name kmo’s, en onderwijs- en opleidingsinstellingen, door praktische kaders en opleidingen, zoals bewustmakingscampagnes, in stand te houden. Enisa moet praktische en uitvoerbare richtsnoeren blijven ontwikkelen om de uitvoering van het beleid en de wetgeving van de Unie inzake cyberbeveiliging te ondersteunen. Enisa moet er tevens naar streven relevante informatie over toepasselijke certificeringsregelingen te verstrekken, bijvoorbeeld via richtsnoeren en aanbevelingen.

(22)Om bedrijven die actief zijn in de cyberbeveiligingssector en gebruikers van cyberbeveiligingsoplossingen te ondersteunen en een doeltreffende uitvoering van titel III van deze verordening te waarborgen, moet Enisa een “waarnemingspost voor de markt” ontwikkelen en onderhouden door regelmatig analyses uit te voeren en informatie te verspreiden over de belangrijkste trends op de cyberbeveiligingsmarkt, aan zowel de vraag- als de aanbodzijde. Om de gebruikers van de bij Verordening (EU) 2025/38 ingestelde EU-cyberbeveiligingsreserve te ondersteunen, moet Enisa bovendien de door die gebruikers benodigde diensten en de beschikbaarheid van die diensten in kaart brengen overeenkomstig die verordening.

(23)Cyberdreigingen zijn een wereldwijd probleem. Nauwere internationale samenwerking is noodzakelijk om de cyberbeveiliging te verbeteren, onder meer om gemeenschappelijke gedragsnormen en gemeenschappelijke benaderingen vast te stellen. Daartoe moet Enisa de samenwerking van de Unie met derde landen, met bijzondere aandacht voor landen die kandidaat zijn om tot de Unie toe te treden, en internationale organisaties, zoals de NAVO, ondersteunen door de Commissie en de relevante entiteiten van de Unie in voorkomend geval de nodige expertise en analyses te verstrekken. De activiteiten van Enisa op het internationale vlak moeten altijd in overeenstemming zijn met de prioriteiten van de Unie.

(24)Om een hoog niveau van cyberbeveiliging in de Unie te helpen bereiken, moet Enisa de operationele samenwerking tussen de lidstaten, in samenwerking met CERT-EU, tussen entiteiten van de Unie en tussen belanghebbenden ondersteunen. Daartoe moet de rol van Enisa worden versterkt. Enisa moet lid worden van het CSIRT-netwerk en bijdragen aan de uitwisseling en analyse van informatie binnen het netwerk. Enisa moet de samenwerking tussen de betrokken CSIRT’s verder bevorderen en ondersteunen in geval van incidenten, aanvallen of verstoringen van netwerken of infrastructuur die door de CSIRT’s worden beheerd of beschermd. De actieve steun van Enisa voor de werkzaamheden van het CSIRT-netwerk en het Europees netwerk van verbindingsorganisaties voor cybercrises (EU-CyCLONe) moet die netwerken in staat stellen hun maturiteitsniveau te blijven versterken. De rol van Enisa bij de ondersteuning van dergelijke samenwerking heeft onder meer betrekking op het bestrijden van bedreigingen voor de beveiliging en integriteit van democratische instellingen, verkiezingen en andere processen, en de kritieke infrastructuur waarvan zij afhankelijk zijn, in overeenstemming met het Europees schild voor de democratie: zorgen voor sterke en veerkrachtige democratieën 49 .

(25)Ter ondersteuning van capaciteitsopbouw, operationele samenwerking en strategische langetermijnanalyses van cyberdreigingen moet Enisa gebruikmaken van de beschikbare technische en operationele expertise van CERT-EU door middel van gestructureerde samenwerking, bijvoorbeeld via specifieke regelingen.

(26)Om de cyberbeveiliging in de hele Unie te versterken en te zorgen voor een snelle en doeltreffende respons op cyberdreigingen, moet Enisa de lidstaten op hun verzoek ondersteunen, onder meer door advies te verstrekken over de verbetering van hun capaciteiten om incidenten te voorkomen, op te sporen, erop te reageren en ervan te herstellen, door de technische afhandeling van significante incidenten in de zin van Richtlijn (EU) 2022/2555 te vergemakkelijken, met name door de vrijwillige uitwisseling van technische oplossingen tussen de lidstaten te ondersteunen, of door ervoor te zorgen dat cyberdreigingen en -incidenten worden geanalyseerd. Enisa moet EU-CyCLONe ook bijstaan bij het opstellen van verslagen op het politieke niveau van de Unie en de lidstaten.

(27)Om de blootstelling aan buitenlandse inmenging, manipulatie van de toeleveringsketen en strategische exfiltratie van gegeven te verminderen, moet Enisa binnen het CSIRT-netwerk en EU-CyCLONe gebruikmaken van beveiligde communicatie-instrumenten. Voortbouwend op de aanbeveling over de cyberblauwdruk, moeten dergelijke instrumenten worden geleverd door juridische entiteiten die zijn gevestigd of worden geacht te zijn gevestigd in de Unie en waarover de lidstaten of ingezetenen van de lidstaten zeggenschap hebben.

(28)Om bij te dragen tot de paraatheid en respons op Unieniveau in het geval van grootschalige cyberbeveiligingsincidenten en -crises, moet Enisa activiteiten op het gebied van situationeel bewustzijn met betrekking tot cyberbeveiliging uitvoeren.

(29) Toegang tot realtime-, geverifieerde en betrouwbare inlichtingen over cyberdreigingen is van cruciaal belang voor het opbouwen van gedeeld situationeel bewustzijn in de Unie. Enisa, de Commissie, CERT-EU en het Europees Centrum voor de bestrijding van cybercriminaliteit (EC3) van Europol hebben reeds registers van inlichtingen over cyberdreigingen ontwikkeld die zijn afgestemd op hun specifieke behoeften. Enisa en andere relevante entiteiten van de Unie moeten vrijwillig samenwerken om registers van realtime-, geverifieerde en betrouwbare inlichtingen over cyberdreigingen te ontwikkelen en synergieën na te streven om schaalvoordelen te waarborgen en goed financieel beheer te versterken. Deze werkzaamheden moeten ook sectorale entiteiten van de Unie omvatten, zoals het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma. Zij mogen alleen afgeleide analyses, trends en tactieken, technieken en procedures delen, geen onbewerkte bronnen, en moeten de onafhankelijkheid van de entiteiten eerbiedigen om hun eigen levenscyclus van inlichtingen over cyberdreigingen te beheren in overeenstemming met hun mandaten en de regels inzake de noodzaak van kennisneming.

(30)Om bij te dragen tot een tijdige en gecoördineerde respons moet Enisa vroegtijdige waarschuwingen over een potentieel of lopend significant of grootschalig incident of een cyberdreiging met een mogelijk grensoverschrijdend karakter kunnen afgeven aan het betrokken CSIRT of de betrokken CSIRT’s en, in voorkomend geval, aan het CSIRT-netwerk en EU-CyCLONe, met name met betrekking tot de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 vermelde entiteiten. De informatie in dergelijke vroegtijdige waarschuwingen kan betrekking hebben op bekende kwetsbaarheden en op de vraag of zij van invloed zijn op producten met digitale elementen die vallen onder Verordening (EU) 2024/2847, alsook op technieken en procedures, indicatoren voor aantasting, vijandige tactieken, dreigingsactorspecifieke informatie en aanbevelingen over risicobeperkende maatregelen.

(31) Om het vertrouwen te behouden en de informatie-uitwisseling niet in gevaar te brengen, is het belangrijk dat Enisa zichtbare markeringen aanbrengt die aangeven in welke mate een door hem geproduceerd of ontvangen document of informatie verder mag worden gedeeld. Evenzo moet Enisa documenten of informatie die het ontvangt, gebruiken voor de uitvoering van zijn activiteiten, met inachtneming van eventuele beperkingen door middel van een zichtbare markering bij de verdere verspreiding van die informatie.

(32)Om het bewustzijn van indicatoren voor cyberdreigingen en aanbevelingen inzake risicobeperkende maatregelen te helpen vergroten, moet Enisa een dienst voor vroegtijdige waarschuwing beschikbaar stellen aan entiteiten die actief zijn in de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 vermelde sectoren. Dergelijke algemene, vrijwillige vroegtijdige waarschuwingen moeten met name gunstig zijn voor kmo’s, worden verstrekt in een machineleesbaar formaat en openbaar worden gemaakt. In elk geval staat een dergelijke vrijwillige dienst los van en houdt deze geen verband met publiek-private partnerschappen die Enisa kan oprichten of reeds heeft opgericht.

(33)Om op Unieniveau gedeeld situationeel bewustzijn te ondersteunen, moet Enisa in nauwe samenwerking met de lidstaten regelmatig een grondig technisch situatieverslag inzake de EU-cyberbeveiliging opstellen met betrekking tot incidenten en cyberdreigingen, op basis van publiek beschikbare informatie, eigen analyses, en verslagen die hem ter beschikking worden gesteld door de CSIRT’s van de lidstaten of de centrale contactpunten voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen (“centrale contactpunten”) zoals opgericht bij Richtlijn (EU) 2022/2555, beide op vrijwillige basis, Europol en CERT-EU. Dat verslag moet ter beschikking worden gesteld van de Raad, de Europese Dienst voor extern optreden, EU-CyCLONe, het CSIRT-netwerk, de Commissie en Europol.

(34)Om het gedeelde situationele bewustzijn van het landschap van cyberdreigingen en -incidenten onder belanghebbenden te vergroten, moet Enisa trends op het gebied van cyberdreigingen en -incidenten analyseren. Dit moet een regelmatige analyse omvatten van de zeer kritieke sectoren en andere kritieke sectoren die zijn opgenomen in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555, met inbegrip van de sectoren gezondheidszorg, energie en vervoer. Bij een dergelijke analyse moet het maturiteitsniveau van sectoren in aanmerking worden genomen en moeten onder meer mogelijke uitdagingen in kaart worden gebracht die specifiek zijn voor een bepaalde sector. In voorkomend geval, en om effecten op de toeleveringsketen vast te stellen, moeten met de analyse cyberdreigingen en -trends met betrekking tot onder Verordening (EU) 2024/2847 vallende productcategorieën worden aangetoond. Enisa moet expertise ontwikkelen op het gebied van de cyberbeveiliging van infrastructuren en hun kritieke afhankelijkheid van toeleveringsketens, met name ter ondersteuning van de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 genoemde sectoren en van de uitvoering van Verordening (EU) 2024/2847. Daartoe moet Enisa in voorkomend geval ook samenwerken met andere relevante entiteiten van de Unie.

(35)Om een beter inzicht te krijgen in de uitdagingen op het gebied van cyberbeveiliging, moet Enisa bovendien bestaande en opkomende technologieën analyseren en themaspecifieke beoordelingen verstrekken over de verwachte maatschappelijke, juridische, economische en regelgevende gevolgen van technologische innovaties voor cyberbeveiliging. Om de toegang van het publiek tot informatie over cyberbeveiligingsrisico’s en mogelijke oplossingen te vergemakkelijken, kan Enisa op een gebruikersvriendelijke en goed gestructureerde wijze relevante informatie op zijn website verstrekken.

(36)De versterkte rol van Enisa bij het bevorderen van situationeel bewustzijn, het analyseren van dreigingen en het verstrekken van technisch advies zal helpen de collectieve inspanningen op het gebied van cyberbeveiliging met betrekking tot producten met digitale elementen op te voeren en de uitvoering van Verordening (EU) 2024/2847 ondersteunen. Overeenkomstig Verordening (EU) 2024/2847 kan Enisa gezamenlijke activiteiten aan markttoezichtautoriteiten voorstellen om de conformiteit van producten met digitale elementen te controleren en categorieën producten met digitale elementen vast te stellen waarvoor bezemacties kunnen worden georganiseerd. Informatie die voortvloeit uit de analyse van cyberdreigingen en vroegtijdige waarschuwingen moet de steun van Enisa aan die autoriteiten versterken en bijdragen tot een doeltreffende handhaving van Verordening (EU) 2024/2847 om effecten van cyberaanvallen op de toeleveringsketen in de hele interne markt te voorkomen en de algemene paraatheid van de Unie te verbeteren.

(37)Ransomware-aanvallen vormen een ernstige cyberdreiging voor de Unie. Om de cyberbeveiliging van de Unie te verbeteren en ransomware te bestrijden, moet Enisa capaciteiten voor situationeel bewustzijn en steun voor respons op en herstel van incidenten ontwikkelen. Wanneer Enisa individuele essentiële en belangrijke entiteiten bijstaat bij het reageren op en herstellen van een ransomware-aanval, moet het nauw samenwerken met Europol en, in voorkomend geval, met CSIRT’s of bevoegde autoriteiten, en daarbij putten uit de ervaring die Europol heeft opgedaan met de bestrijding van ransomware-criminaliteit. Dergelijke bijstand moet een aanvulling vormen op de activiteiten van de CSIRT’s ter ondersteuning van de respons op incidenten. Om synergieën tot stand te brengen bij zijn werkzaamheden tegen ransomware, moet Enisa een helpdesk oprichten en daartoe relevante capaciteiten en diensten ter bestrijding van ransomware bundelen en gemakkelijk toegankelijke informatie, richtsnoeren en instrumenten ter beschikking stellen die essentiële en belangrijke entiteiten kunnen helpen te reageren op en te herstellen van een ransomware-incident.

(38)Enisa moet de Commissie technische expertise en ondersteuning bieden bij de voorbereiding van een doorlopend jaarprogramma van cyberbeveiligingsoefeningen op het niveau van de Unie in overeenstemming met de aanbeveling over de cyberblauwdruk om zich voor te bereiden op cybercrises, het cyberbeveiligingsniveau van de entiteiten die aan dergelijke oefeningen deelnemen te testen en dubbel werk tot een minimum te beperken. Enisa moet bijvoorbeeld advies geven over de geschikte soorten oefeningen, zoals tabletop, hybride of volledige live, alsook over de doelstellingen, scenario’s en deelname.

(39)Toegang tot correcte en tijdige informatie over kwetsbaarheden en een robuust kwetsbaarheidsbeheer zijn absoluut noodzakelijk om een hoog niveau van cyberbeveiliging op de interne markt te waarborgen. Om die reden moet Enisa een Europese kwetsbaarheidsdatabase overeenkomstig Richtlijn (EU) 2022/2555 bijhouden en een gemeenschappelijke Uniebrede capaciteit voor kwetsbaarheidsbeheersdiensten in het leven roepen, waarbij een veerkrachtig en duurzaam dienstverleningsniveau wordt gewaarborgd en het risico op verstoringen wordt beperkt. Daartoe moet Enisa de mogelijkheden onderzoeken om de gestructureerde samenwerking met programma’s, registers of gegevensbanken die vergelijkbaar zijn met de Europese kwetsbaarheidsdatabase te verdiepen, teneinde dubbel werk te voorkomen en in voorkomend geval te streven naar complementariteit op internationaal niveau. Voorts moet Enisa gecoördineerde bekendmaking van kwetsbaarheden door meerdere partijen op het niveau van de Unie ondersteunen en diensten met toegevoegde waarde aanbieden, zoals kwetsbaarheidsadviezen, scores voor de ernst van dreigingen, en productlijsten, en een verbeterde Europese catalogus van bekende uitgebuite kwetsbaarheden verstrekken om entiteiten te helpen bij hun kwetsbaarheidsbeheer.

(40)De rol van Enisa bij de ontwikkeling van het ECCF moet een belangrijk aspect van zijn mandaat zijn. Enisa moet gedurende de hele levenscyclus van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen zijn technische expertise ter beschikking stellen. Met het oog op een toekomstige regeling moet Enisa bestaande normen of technische specificaties identificeren die aan die regeling ten grondslag kunnen liggen en, in voorkomend geval, zelf technische specificaties opstellen waarnaar in een regeling kan worden verwezen. Enisa moet verantwoordelijk zijn voor de opstelling van potentiële regelingen naar aanleiding van een verzoek van de Commissie. Voor reeds bestaande regelingen moet Enisa verantwoordelijk zijn voor de instandhouding ervan. Op die manier moet Enisa bijdragen aan de opbouw en ontwikkeling van een certificeringsecosysteem waarin de lidstaten en particuliere belanghebbenden wordt verzocht feedback te verstrekken en hun certificeringscapaciteiten worden versterkt. Hierbij moet ook een speciale certificeringswebsite worden geëxploiteerd waar relevante informatie met betrekking tot vastgestelde regelingen, met inbegrip van certificaten en conformiteitsverklaringen, vrij en openbaar toegankelijk is.

(41)Om de uitvoering van de desbetreffende Uniewetgeving te ondersteunen, moet Enisa vorm geven aan de stand van de techniek op het gebied van cyberbeveiliging door technische specificaties te verstrekken ter ondersteuning van de uitvoering van de desbetreffende Uniewetgeving, onder meer met het oog op de mogelijke verwijzing ernaar in Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen. Enisa moet ook toezicht houden op de opstelling en ontwikkeling van normen door relevante normalisatie-instellingen om normalisatietrends op Europees en mondiaal niveau te volgen, en waar nodig dergelijke normen vormgeven door deel te nemen aan, onder meer door bijdragen op te stellen, en het voortouw te nemen bij de activiteiten van normalisatieorganisaties. Daarbij moet Enisa onpartijdig blijven. Er kunnen zich bijvoorbeeld situaties voordoen waarin Enisa zich moet terugtrekken uit relevante activiteiten bij normalisatie-instellingen indien Enisa wordt verzocht Europese normen te beoordelen waarom de Commissie ter ondersteuning van de Uniewetgeving heeft verzocht. Enisa mag niet deelnemen aan het opstellen van de normen die het moet beoordelen.

(42)Om de uitvoering van het beleid van de Unie en de voorbereiding van mogelijke normalisatieactiviteiten te ondersteunen, moet Enisa bijdragen aan de ontwikkeling en evaluatie van cryptografische algoritmen, met name op het gebied van post-kwantumcryptografie. In dat verband kan Enisa, op verzoek van de Commissie en onder voorbehoud van een bijdrageovereenkomst zoals gedefinieerd in Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad 50 , een proces instellen om te verzoeken om algoritmen voor cryptografische algoritmen en deze te laten evalueren door belanghebbenden, met name de cryptografische, academische en onderzoeksgemeenschappen, alsook fabrikanten, CSIRT’s, nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten en bevoegde autoriteiten overeenkomstig Richtlijn (EU) 2022/2555. Wanneer Enisa bijdraagt aan de vaststelling van dergelijke processen, moet het de samenwerking tussen de belanghebbenden bevorderen en de organisatorische aspecten uitvoeren. Het proces moet formeel, open, transparant en inclusief zijn, waarbij belanghebbenden worden geraadpleegd over ontwerpen van minimumeisen en het evaluatieproces en evaluatiecriteria, met name voor de beveiliging en de uitvoering van evaluaties.

(43)Om de uitvoering van conformiteitsbeoordelingsactiviteiten in het kader van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen en andere relevante Uniewetgeving te ondersteunen, kan Enisa relevante technische testinstrumenten ter beschikking stellen om de lidstaten, bedrijven en conformiteitsbeoordelingsinstanties bij evaluatieactiviteiten te ondersteunen. Met dergelijke instrumenten moet worden gestreefd naar de totstandbrenging van synergieën op het niveau van de Unie en een efficiënte werking van conformiteitsbeoordelingsprocedures om tegemoet te komen aan de behoeften van de lidstaten en de markt. Dergelijke behoeften kunnen bijvoorbeeld ontstaan op het gebied van beveiliging door ontwerp om bedrijven, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen, te ondersteunen bij hun uitvoeringsinspanningen in het kader van Verordening (EU) 2024/2847. In dit verband moet Enisa vergoedingen in rekening brengen ter dekking van de relevante kosten in verband met het opzetten, ontwerpen, ontwikkelen, onderhouden en actualiseren van de benodigde software- en hardwarecapaciteiten voor dergelijke testinstrumenten.

(44)Om de lidstaten te ondersteunen bij hun inspanningen om het tekort aan cyberbeveiligingsprofessionals en de toenemende behoefte aan geschoolde, diverse, onder meer met betrekking tot genderevenwicht, en flexibele arbeidskrachten aan te pakken, en om arbeidsmobiliteit en paraatheid tussen de lidstaten mogelijk te maken, moet Enisa voortbouwen op de beginselen en werkzaamheden die zijn geïnitieerd in het kader van de academie voor cyberbeveiligingsvaardigheden. Enisa moet met name het Europees kader voor cyberbeveiligingsvaardigheden (European Cybersecurity Skills Framework — ECSF) opzetten als een gemeenschappelijk kader voor rolprofielen van cyberbeveiligingsprofessionals. Enisa moet de lidstaten verder ondersteunen bij het aanpakken van genderverschillen in rollen op het gebied van cyberbeveiliging. Deze aanpak is in overeenstemming met de visie die is uiteengezet in de mededeling van de Commissie over de vaardigheidsunie en zou bijdragen tot de doelstellingen ervan. Een kwaliteitskeurmerk voor Europese individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden moet verder worden onderzocht.

(45)Het ECSF moet een praktisch en flexibel instrument zijn dat op vrijwillige basis kan worden gebruikt en dat een gemeenschappelijke interpretatie en terminologie biedt van de relevante rollen en de bijbehorende taken, vaardigheden en kennis die het meest nodig zijn in rollen op het gebied van cyberbeveiliging, teneinde de identificatie te ondersteunen van kritieke vaardigheden, met inbegrip van transversale vaardigheden, waarover de beroepsbevolking moet beschikken, en die aanbieders van leermogelijkheden, waaronder bedrijven, instellingen voor hoger onderwijs of aanbieders van beroepsonderwijs en -opleiding, in staat te stellen programma’s te ontwerpen en beleidsmakers te helpen initiatieven te ontwikkelen om vaardigheidskloven aan te pakken. Aangezien het kan worden gebruikt als referentiekader voor de erkenning van vaardigheden, moet het ook interoperabel zijn met de Europese classificatie van vaardigheden en beroepen (ESCO) om de personeelsdiensten te helpen inzicht te krijgen in de vereisten voor personeelsplanning, aanwerving en loopbaanontwikkeling ter ondersteuning van cyberbeveiligingsbehoeften. Terwijl DigComp 3.0 de kennis, vaardigheden en attitudes beschrijft die nodig zijn om digitaal bekwaam te zijn voor het dagelijks leven, deelname aan de samenleving, werken en leren, en zowel door volwassenen als kinderen kan worden gebruikt, biedt het ECSF een eenvoudig kader voor het identificeren van rollen op het gebied van cyberbeveiliging en de bijbehorende taken, kennis en vaardigheden die nodig zijn om deze te vervullen. In dit verband richt het zich tot een gespecialiseerd publiek op het gebied van cyberbeveiliging, variërend van daadwerkelijke of potentiële cyberbeveiligingsprofessionals en onderwijsinstellingen tot werkgevers. Het ECSF moet ook de ontwikkeling van Europese individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden ondersteunen door het belangrijkste instrument te zijn dat wordt gebruikt om de regelingen te ontwikkelen, de opkomst van nieuwe marktspelers mogelijk te maken en de concurrentie op de markt binnen een gemeenschappelijk kader te ondersteunen. Het ECSF moet regelmatig worden geëvalueerd en geactualiseerd om ervoor te zorgen dat naar behoren rekening wordt gehouden met de behoeften van de cyberbeveiligingsarbeidsmarkt en de technologische en beleidsontwikkelingen. Enisa moet het gebruik van het ECSF door en binnen de lidstaten en de entiteiten van de Unie ondersteunen en passende steun verlenen wanneer dergelijke bijstand nodig is.

(46)Vaardigheden en kwalificaties op het gebied van cyberbeveiliging moeten in de hele interne markt vergelijkbaar, transparant en betrouwbaar worden gemaakt. Daartoe moeten Europese individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden 51 werkgevers, met inbegrip van kmo’s en start-ups, ondersteunen om daadwerkelijke of potentiële cyberbeveiligingsprofessionals binnen en tussen de lidstaten op doeltreffende wijze aan te werven, in overeenstemming met de doelstellingen van de mededeling over de vaardigheidsunie. Om een consistente uitvoering in alle lidstaten te waarborgen, moeten Europese individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden zijn gebaseerd op een gemeenschappelijke interpretatie, op het niveau van de Unie, van de vaardigheden die nodig zijn om die doelstellingen te verwezenlijken, en moeten zij worden verstrekt door aanbieders die op basis van een gemeenschappelijke reeks criteria door Enisa zijn gemachtigd. Deze aanpak moet in overeenstemming zijn met en bijdragen tot de doelstellingen van het toekomstige initiatief voor de overdraagbaarheid van vaardigheden.

(47)De ontwikkeling van regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden moet erop gericht zijn de acties van de lidstaten aan te vullen door overheidsinstanties en economische actoren de mogelijkheid te bieden gebruik te maken van een Europees attesteringsmechanisme, in overeenstemming met de ondersteunende bevoegdheid van de Unie op het gebied van onderwijs en beroepsopleiding, zoals bedoeld in artikel 6, punt e), en artikel 165, lid 1, en artikel 166, lid 1, VWEU. De regelingen kunnen, samen met de werkzaamheden van de academie voor cyberbeveiligingsvaardigheden, ook de basis vormen voor de hogeronderwijsprogramma’s, zoals sectorale Europese diploma’s, en voor de ontwikkeling van microcredentials. Daarom mogen de regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden niet tot doel hebben de wet- en regelgeving in de lidstaten te harmoniseren, maar moeten zij worden beschouwd als een faciliterende factor en een kans die de lidstaten en economische actoren mogelijk willen benutten en bevorderen.

(48)Enisa moet ervoor zorgen dat regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden dicht bij de behoeften van de markt blijven en voortbouwen op de ervaring van zowel publieke als particuliere aanbieders van individuele certificeringen, waaronder lidstaten, instellingen voor hoger onderwijs, instellingen voor beroepsonderwijs en -opleiding en bedrijven. Enisa moet de Commissie raadplegen over de prioritering van de regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden en daarbij naar behoren rekening houden met de uitvoering van het beleid en de behoeften van de markt.

(49)Om de afstemming tussen het ECSF en de regelingen te waarborgen, moet de herziening van een ECSF-rolprofiel automatisch aanleiding geven tot een evaluatie van de geschiktheid van de bijbehorende regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden, die kan leiden tot de herziening ervan.

(50)Rekening houdend met de diversiteit van de rolprofielen op het gebied van cyberbeveiliging en de bijbehorende taken, vaardigheden en kennis, moeten de beoordeling van personen en beoordelingsmethoden mogelijk worden aangepast in elke regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden. Elke regeling moet ervoor zorgen dat de beoordeling van de vereiste vaardigheden van een persoon wat betreft leerresultaten, met inbegrip van, in voorkomend geval, de evaluatie van het bekwaamheidsniveau, systematisch wordt getoetst aan de hand van een ECSF-rolprofiel of een subset daarvan. Beoordelingsmethoden kunnen elementen omvatten zoals het testen van theoretische kennis, een praktijkexamen, essentiële voorwaarden en collegiale toetsing. Er moet terdege rekening worden gehouden met de ervaring van individuele personen.

(51)Om te zorgen voor een consistente uitvoering van regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden, met name met betrekking tot de beoordeling van personen, moet Enisa voorzien in verplichte opleiding voor het personeel dat verantwoordelijk is voor de beoordeling van personen. Dergelijk personeel moet ervaring hebben op het gebied van cyberbeveiliging, die kan worden aangetoond door te beschikken over een Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden voor het rolprofiel waarvoor zij de beoordeling uitvoeren en op een bekwaamheidsniveau dat ten minste gelijkwaardig is aan dat van de personen die zij beoordelen.

(52)De rol van de gemachtigde aanbieders van attesteringen bestaat erin de kennis en competenties van een persoon te bevestigen om een van de ECSF-rollen te kunnen vervullen en de werkgevers in de hele Unie zekerheid te bieden. Aangezien ook werkgevers die kritieke infrastructuur van de Unie exploiteren, zouden kijken naar de waarborging van de kwaliteit van de vaardigheden en competenties van personen die een Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden verwerven, moeten de gemachtigde aanbieders van attesteringen van het niveau van de vaardigheden en competenties betrouwbaar zijn vanuit het oogpunt van cyberbeveiliging en mogen zij niet worden blootgesteld aan ongepaste beïnvloeding door een derde land die aanleiding kan geven tot bezorgdheid over cyberbeveiliging. Daarom mogen in een derde land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging gevestigde entiteiten die overeenkomstig deze verordening zijn aangewezen of onder zeggenschap staan van dat derde land, van een in dat derde land gevestigde entiteit of van een onderdaan van dat derde land (leveranciers met een hoog risico) overeenkomstig deze verordening, niet in aanmerking komen om gemachtigde aanbieders van Europese individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden te worden overeenkomstig titel II, afdeling 4.

(53) Om ervoor te zorgen dat personen die houder zijn van een Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden deze gemakkelijk kunnen gebruiken en delen, en dat een dergelijke attestering in alle lidstaten kan worden gebruikt, moeten gemachtigde aanbieders van attesteringen ervoor zorgen dat elektronische attesteringen van de Europese individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden op verzoek van de persoon worden afgegeven aan de bij Verordening (EU) nr. 910/2014 ingestelde Europese portemonnee voor digitale identiteit. Gemachtigde aanbieders van attesteringen moeten worden beschouwd als verleners van vertrouwensdiensten en onderworpen zijn aan de toezicht- en aansprakelijkheidsregelingen van Verordening (EU) nr. 910/2014. De overeenkomstig Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1569 van de Commissie 52 gebruikte regeling voor de attestering van attributen moet worden geregistreerd in de catalogus van regelingen voor de attestering van attributen waarin die uitvoeringsverordening voorziet.

(54)Om bij te dragen tot de ontwikkeling van de arbeidskrachten op het gebied van cyberbeveiliging en de overdraagbaarheid van vaardigheden in de hele Unie, moet Enisa de regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden en de lijst van gemachtigde aanbieders van attesteringen via een speciale website ter beschikking stellen van het publiek.

(55)Bij het beheer en de werking van Enisa moet rekening worden gehouden met de beginselen van de gemeenschappelijke aanpak inzake de gedecentraliseerde agentschappen, die op 19 juli 2012 door het Europees Parlement, de Raad en de Commissie is aangenomen 53 . Ook de aanbevelingen in de gemeenschappelijke aanpak moeten, waar passend, in de werkprogramma’s, evaluaties, verslaglegging en administratieve werkwijzen van Enisa tot uiting komen.

(56)Om de raad van bestuur in staat te stellen zijn taken op doeltreffende wijze uit te voeren, met name bij het sturen van de algemene richting van de activiteiten van Enisa en het vaststellen van zijn strategische prioriteiten, is het van essentieel belang dat de raad van bestuur bestaat uit vertegenwoordigers op hoog niveau van de lidstaten en de Commissie. Daartoe moet elke lidstaat het hoofd van een overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Richtlijn (EU) 2022/2555 aangewezen nationale bevoegde autoriteit van die lidstaat die verantwoordelijk is voor cyberbeveiliging, benoemen als lid van de raad van bestuur.

(57)Om ervoor te zorgen dat plaatsvervangers in de raad van bestuur hun taken naar behoren kunnen vervullen, moeten de lidstaten plaatsvervangers met de nodige professionele expertise en ervaring benoemen. Met betrekking tot plaatsvervangers moeten de Commissie en de lidstaten streven naar een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de raad van bestuur en moeten zij hun verloop beperken om de continuïteit van de werkzaamheden van de raad van bestuur te waarborgen.

(58)Om Enisa in staat te stellen zijn opdracht op doeltreffende wijze te vervullen, moet de raad van bestuur, die bestaat uit vertegenwoordigers van de lidstaten en van de Commissie, de algemene richting van de activiteiten van Enisa bepalen, met inbegrip van zijn strategische prioriteiten, en ervoor zorgen dat het zijn taken overeenkomstig deze verordening uitvoert. De raad van bestuur moet de nodige bevoegdheden krijgen om de uitvoering van de begroting vast te stellen en te controleren, passende financiële regels vast te stellen, transparante werkprocedures voor de besluitvorming door Enisa vast te stellen, het enkelvoudig programmeringsdocument van Enisa vast te stellen, zijn eigen reglement van orde vast te stellen, de uitvoerend directeur te benoemen, te beslissen over de verlenging en beëindiging van de ambtstermijn van de uitvoerend directeur, en te beslissen of er een functie van plaatsvervangend uitvoerend directeur moet worden gecreëerd en, indien een dergelijke functie wordt gecreëerd, over zijn of haar benoeming en de verlenging en beëindiging van zijn of haar ambtstermijn. Elke persoon die binnen Enisa een uitvoerende functie uitoefent, moet daarom door de raad van bestuur worden benoemd. De raad van bestuur moet ook verantwoordelijk zijn voor het benoemen of ontslaan van leden van de kamer van beroep, alsook voor het vaststellen van regels om belangenconflicten in dit verband te voorkomen of te beheren.

(59)Om ervoor te helpen zorgen dat Enisa zijn strategische prioriteiten vaststelt en deze actueel houdt, moet de raad van bestuur ten minste één vergadering per jaar houden die gewijd is aan de strategische prioriteiten van Enisa. Om ervoor te zorgen dat de vergaderingen van de raad van bestuur doeltreffend en goed met informatie onderbouwd zijn, kan de raad van bestuur op zijn vergaderingen eenieder uitnodigen wiens mening relevant en van belang kan zijn voor de besproken onderwerpen, om inzichten, expertise of advies te verstrekken. Een dergelijke persoon zou een ad-hocwaarnemer zonder stemrecht zijn.

(60)De raad van bestuur moet besluiten bij absolute meerderheid van zijn stemgerechtigde leden nemen, tenzij in deze verordening anders is bepaald. Gezien het belang van aangelegenheden op het gebied van de begroting en de personele middelen, met name aangelegenheden met betrekking tot de jaarlijkse begroting, het jaarlijkse activiteitenverslag, de fraudebestrijdingsstrategie, de uitvoeringsbepalingen ter uitvoering van het Statuut, de benoeming van de uitvoerend directeur, de plaatsvervangend uitvoerend directeur en de rekenplichtige, de follow-up van de bevindingen van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en het Europees Openbaar Ministerie (EOM), en de vaststelling van de financiële regels van Enisa, mag de raad van bestuur dergelijke besluiten alleen vaststellen indien de vertegenwoordiger van de Commissie een positieve stem uitbrengt. Voor het nemen van een besluit over de vaststelling van een definitief enkelvoudig programmeringsdocument na het advies van de Commissie in aanmerking te hebben genomen, mag een positieve stem van de vertegenwoordiger van de Commissie alleen vereist zijn voor de elementen van het besluit die geen verband houden met het jaarlijkse en meerjarige werkprogramma van Enisa.

(61)Het dagelijks bestuur moet bijdragen tot het doeltreffend functioneren van de raad van bestuur. In het kader van de voorbereidende werkzaamheden met betrekking tot besluiten van de raad van bestuur, moet het dagelijks bestuur relevante informatie nauwkeurig onderzoeken, de beschikbare opties verkennen alsmede advies en oplossingen bieden ter voorbereiding van de besluiten van de raad van bestuur. Het moet de uitvoerend directeur ook bijstaan en adviseren bij de uitvoering van de besluiten van de raad van bestuur.

(62)Voor het goed functioneren van Enisa is het noodzakelijk dat de uitvoerend directeur wordt benoemd op grond van zowel verdiensten en aantoonbare administratieve en leidinggevende vaardigheden, als bekwaamheid en ervaring die relevant is voor cyberbeveiliging. De uitvoerend directeur moet zijn taken op volledig onafhankelijke wijze uitvoeren. De raad van bestuur moet de uitvoerend directeur benoemen uit de door de Commissie opgestelde kandidatenlijst, na een open en transparante procedure waarbij het beginsel van genderevenwicht in acht wordt genomen.

(63) De uitvoerend directeur moet een voorstel voor het enkelvoudig programmeringsdocument van Enisa voorbereiden, na voorafgaand overleg met de Commissie, en alle nodige stappen ondernemen om te zorgen voor de goede uitvoering van dat enkelvoudig programmeringsdocument. Hij moet een jaarverslag opstellen over onder andere de uitvoering van het jaarlijkse werkprogramma van Enisa, dat moet worden voorgelegd aan de raad van bestuur, een ontwerpverklaring van de geraamde inkomsten en uitgaven van Enisa opstellen en de begroting uitvoeren. De uitvoerend directeur moet voorts over de mogelijkheid beschikken om ad-hocwerkgroepen op te richten voor specifieke aangelegenheden, met name van wetenschappelijke, technische, juridische of sociaaleconomische aard. Met name voor het opstellen van een specifieke potentiële Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling (potentiële regeling) wordt het nodig geacht een ad-hocwerkgroep in te stellen. Het kan ook nodig zijn een ad-hocwerkgroep op te richten voor instandhoudingsactiviteiten in verband met specifieke vastgestelde Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen. Er moeten ook ad-hocwerkgroepen worden opgericht om regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden te ontwikkelen en in stand te houden en het Agentschap bij te staan bij het beheer, de uitvoering en de ontwikkeling van het ECSF. De uitvoerend directeur moet erop toezien dat de leden van de ad-hocwerkgroepen overeenkomstig de hoogste normen inzake expertise worden geselecteerd, waarbij gestreefd wordt naar een evenwicht tussen mannen en vrouwen en, afhankelijk van de specifieke aangelegenheid, een passend evenwicht tussen de overheidsinstanties van de lidstaten, de entiteiten van de Unie en de particuliere sector, waaronder het bedrijfsleven, de gebruikers en wetenschappelijke deskundigen op het gebied van netwerk- en informatiebeveiliging, alsook wetenschappelijke deskundigen op het gebied van producten met digitale elementen.

(64)De raad van bestuur kan besluiten een functie van plaatsvervangend uitvoerend directeur in het leven te roepen om de uitvoerend directeur bij te staan, indien de raad van bestuur van oordeel is dat een dergelijke functie noodzakelijk is om de soepele werking van Enisa te waarborgen of te handhaven. Bij het nemen van een besluit over het al dan niet creëren van die functie kan de raad van bestuur rekening houden met het advies van de uitvoerend directeur.

(65)Enisa moet een adviesgroep hebben om te zorgen voor een regelmatige dialoog met de particuliere sector, consumentenorganisaties en andere belanghebbenden. De op voorstel van de uitvoerend directeur door de raad van bestuur opgerichte Enisa-adviesgroep moet zich richten op voor de belanghebbenden relevante vraagstukken en deze onder de aandacht van Enisa brengen. De Enisa-adviesgroep wordt in het bijzonder geraadpleegd met betrekking tot het ontwerp van het jaarlijks werkprogramma van Enisa. De samenstelling van de Enisa-adviesgroep en de aan deze groep toegewezen taken, moeten waarborgen dat de belanghebbenden voldoende worden vertegenwoordigd in de werkzaamheden van Enisa. De vertegenwoordigers van de rechtshandhavings-, gegevensbeschermings- en markttoezichtautoriteiten van de lidstaten en de Unie moeten recht hebben op vertegenwoordiging in de Enisa-adviesgroep.

(66)Aanvragers die een gemachtigde aanbieder van attesteringen willen worden of die hun machtiging willen verlengen, moeten toegang tot de nodige rechtsmiddelen hebben wanneer zij worden beïnvloed door besluiten van Enisa. Daartoe moet een passend beroepsmechanisme worden opgezet, zodat tegen de desbetreffende besluiten van Enisa bezwaar kan worden ingesteld bij een kamer van beroep; de beslissingen van deze kamer kunnen vervolgens overeenkomstig de Verdragen worden getoetst door het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het vereiste om de beroepsprocedure binnen Enisa uit te putten alvorens beroep in te stellen bij het Hof van Justitie van de Europese Unie is alleen van toepassing op de personen die de kamer van beroep kunnen aanzoeken.

(67)Om de volledige autonomie en onafhankelijkheid van Enisa te waarborgen en Enisa in staat te stellen zijn taken uit te voeren, moet Enisa een toereikende en autonome begroting krijgen die in de eerste plaats wordt gefinancierd uit een bijdrage van de Unie, maar ook uit bijdragen van derde landen die deelnemen aan de werkzaamheden van Enisa, en uit vergoedingen die worden betaald door gemachtigde aanbieders van attesteringen en door conformiteitsbeoordelingsinstanties die deelnemen aan regelingen en Europese cyberbeveiligingscertificaten en EU-conformiteitsverklaringen afgeven. De lidstaat van vestiging of enige andere lidstaat mag een vrijwillige bijdrage leveren aan de inkomsten van Enisa. De onafhankelijkheid en onpartijdigheid van Enisa mag niet worden aangetast door financiële bijdragen of bijdragen in natura die het van lidstaten, derde landen of andere entiteiten of personen ontvangt. De begrotingsprocedure van de Unie moet van toepassing zijn op de bijdrage van de Unie en andere subsidies die ten laste komen van de algemene begroting van de Unie. De Rekenkamer controleert de rekeningen van Enisa teneinde transparantie en verantwoording zeker te stellen. Om het Agentschap in staat te stellen deel te nemen aan alle relevante toekomstige projecten, moet het de mogelijkheid krijgen subsidies te ontvangen.

(68)Om ervoor te zorgen dat Enisa kan inspelen op de vraag naar de activiteiten die het uitvoert, met name wat betreft besluiten om aanbieders toe te staan Europese individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden af te geven, en wat betreft de instandhouding van de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen en van testinstrumenten, moet Enisa de bevoegdheid krijgen om vergoedingen in rekening te brengen. Vergoedingen in verband met de verwerking van aanvragen om een gemachtigde aanbieder van attesteringen te worden, moeten op passende wijze worden vastgesteld om voldoende bij te dragen aan het dekken van de geraamde kosten voor het ontwikkelen en in stand houden van de regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden en om te evalueren of aan de vereisten en verplichtingen om een gemachtigde aanbieder van attesteringen te worden en te blijven, is voldaan en nog steeds wordt voldaan. Vergoedingen in verband met de kosten van het afgeven en verlengen van machtigingen aan gemachtigde aanbieders van attesteringen moeten de kosten omvatten die verband houden met evaluaties die door of onder toezicht van Enisa worden uitgevoerd. Vergoedingen in verband met de deelname aan Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen en voor het afgeven van certificaten in het kader van dergelijke regelingen moeten op passende wijze worden vastgesteld om voldoende bij te dragen tot het dekken van de geraamde kosten van de instandhouding van dergelijke regelingen. De betaling van dergelijke vergoedingen moet aangemelde conformiteitsbeoordelingsinstanties en, in voorkomend geval, certificaathouders in het kader van een regeling in staat stellen deel te nemen aan dergelijke activiteiten en aan relevante activiteiten op het gebied van capaciteitsopbouw en promotie om de uitwisseling van beste praktijken te bevorderen en het gebruik van regelingen en gecertificeerde oplossingen te stimuleren.

(69)Om de evenredigheid, transparantie en rechtszekerheid te waarborgen, moeten vergoedingen op transparante en eerlijke wijze worden vastgesteld. Die kosten moeten een afspiegeling zijn van alle uitgaven van Enisa die worden toegerekend aan personeel dat is betrokken bij activiteiten waarvoor vergoedingen moeten worden betaald, met name de pro-rata-bijdrage van de werkgever aan de pensioenregeling, en de kosten in verband met de kamer van beroep. Vergoedingen mogen niet leiden tot onnodige financiële of administratieve lasten voor aanvragers. Er moeten redelijke termijnen worden vastgesteld voor de betaling van vergoedingen.

(70)Er moet een reeks indicatoren worden vastgesteld om de werklast, doeltreffendheid en efficiëntie van het Agentschap te meten met betrekking tot activiteiten die met vergoedingen worden gefinancierd. Rekening houdend met deze indicatoren moet het Agentschap zijn personeelsplanning en beheer van middelen in verband met vergoedingen aanpassen om adequaat te kunnen inspelen op die vraag en op eventuele schommelingen in de inkomsten uit vergoedingen.

(71)Om het risico van effectieve of als zodanig beschouwde belangenconflicten te herkennen en er goed mee om te gaan, moet Enisa beschikken over regels inzake het voorkomen en beheren van belangenconflicten. Enisa moet ook de regels inzake toegang tot documenten van Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad 54 toepassen. Persoonsgegevens moeten door Enisa worden verwerkt overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad 55 . Enisa moet de bepalingen naleven die van toepassing zijn op de entiteiten van de Unie alsmede de nationale wetgeving inzake de behandeling van informatie, in het bijzonder gevoelige niet-gerubriceerde informatie en gerubriceerde informatie van de Europese Unie (EUCI).

(72)Enisa kan bij de uitvoering van zijn taken toegang hebben tot gevoelige informatie, zoals informatie over cyberdreigingen en -incidenten. Daarom is het van essentieel belang dat Enisa de vertrouwelijkheid van de informatie die het behandelt, eerbiedigt. In het bijzonder mogen ambtenaren en andere personeelsleden van Enisa, overeenkomstig artikel 339 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), zelfs na afloop van hun functie, geen informatie openbaar maken die naar haar aard valt onder de geheimhoudingsplicht, met name informatie over ondernemingen, hun zakelijke betrekkingen of hun kostencomponenten.

(73)Teneinde te waarborgen dat Enisa zijn doelstellingen volledig verwezenlijkt, moet het overleggen met de betrokken toezichthoudende autoriteiten van de Unie en met andere bevoegde autoriteiten in de Unie, de relevante entiteiten van de Unie, met inbegrip van CERT-EU, EC3 bij Europol, het ECCC, het Europees Defensieagentschap (EDA), het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma (Euspa), het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie (Berec), het Europees Agentschap voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA), de Europese Centrale Bank (ECB), de Europese Bankautoriteit (EBA), het Europees Comité voor gegevensbescherming, het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER), het Agentschap van de Europese Unie voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) en alle andere entiteiten van de Unie die bij cyberbeveiliging betrokken zijn. Enisa moet ook contact onderhouden met de bevoegde autoriteiten uit hoofde van Richtlijn (EU) 2022/2555, markttoezichtautoriteiten en autoriteiten die zich bezighouden met gegevensbescherming om knowhow en beste praktijken uit te wisselen, en moet advies verstrekken over cyberbeveiligingsvraagstukken die van invloed kunnen zijn op hun werkzaamheden.

(74)Europol speelt een belangrijke rol bij het voorkomen en bestrijden van cybercriminaliteit, met inbegrip van cybercriminaliteit in verband met incidenten op het gebied van netwerk- en informatiebeveiliging. Om synergieën tot stand te brengen tussen de respectieve taken van elk agentschap, moet Enisa samenwerken met Europol, met name door informatie uit te wisselen over trends in technieken, vereisten en gevolgen van ransomware-aanvallen. Een dergelijke samenwerking kan ook bestaan in het identificeren van de meest voorkomende ransomware-stammen die zijn gericht op de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 vermelde entiteiten om essentiële en belangrijke entiteiten te ondersteunen bij de respons op en het herstel van incidenten.

(75)Om operationele samenwerking en gedeeld situationeel bewustzijn van cyberdreigingen en -incidenten te ondersteunen, is het van essentieel belang dat Enisa samenwerkt met belanghebbenden en met name bedrijven en organisaties uit de particuliere sector, waarmee Enisa publiek-private partnerschappen kan opzetten.

(76)Om de in deze verordening uiteengezette doelstellingen op doeltreffende wijze te verwezenlijken, kan Enisa met name samenwerken met wetenschappelijke instellingen die onderzoek verrichten op de betreffende gebieden, en geëigende kanalen ontwikkelen voor de input van consumentenorganisaties en andere organisaties.

(77)Gezien het niet-grensgebonden karakter van cyberdreigingen en -incidenten kunnen de mate van cyberbeveiliging en de paraatheid van derde landen gevolgen hebben voor entiteiten in de Unie. Enisa moet daarom activiteiten voor capaciteitsopbouw kunnen aanbieden, met inbegrip van opleiding, capaciteitsopbouw en twinningactiviteiten in derde landen, en met name op maat gesneden activiteiten voor capaciteitsopbouw voor landen die kandidaat zijn om tot de Unie toe te treden of andere partnerlanden, in overeenstemming met de prioriteiten van de Unie. Dergelijke activiteiten moeten worden uitgevoerd naar aanleiding van een specifiek verzoek om passende steun te verlenen, rekening houdend met de prioriteiten van de Unie, en worden uitgevoerd door middel van speciale regelingen, onder meer via bijdrageovereenkomsten als bedoeld in Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering heeft tot doel bescherming te bieden tegen cyberdreigingen zoals kwaadwillig uitgebuite kwetsbaarheden op het gebied van cyberbeveiliging of cyberbeveiligingsincidenten die van invloed zijn op de functionaliteit (ontwerp en werking) van ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten. Door zich te richten op technische risico’s in verband met ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten, moet het ECCF een aanvulling vormen op het kader voor de beveiliging van ICT-toeleveringsketens, dat tot doel heeft een geharmoniseerde aanpak op het niveau van de Unie te waarborgen om niet-technische risico’s in zeer kritieke sectoren en andere kritieke sectoren aan te pakken.

(78)De lidstaten moeten een beroep kunnen doen op Europese cyberbeveiligingscertificering in het kader van overheidsopdrachten overeenkomstig Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad 56 .

(79)Om de naleving voor entiteiten te vereenvoudigen, moet het ECCF voorzien in de mogelijkheid om hun cyberbeveiligingspositie te certificeren. Entiteiten, met name die welke meerdere soorten diensten in verschillende lidstaten aanbieden, kunnen worden geconfronteerd met verschillende verplichtingen op het gebied van cyberbeveiliging en gegevensbeveiliging in het kader van horizontale instrumenten, zoals Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad 57 en Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad 58 , alsook sectorspecifieke instrumenten. Om de uitvoering van het algemene regelgevingskader voor cyberbeveiliging te stroomlijnen en de naleving ervan te vergemakkelijken, moet de wetgeving van de Unie entiteiten de mogelijkheid bieden om door middel van een Europees cyberbeveiligingscertificaat aan te tonen dat zij voldoen aan de voorschriften voor het beheer van cyberbeveiligingsrisico’s. Een relevante regeling kan bijdragen tot het stroomlijnen van de nalevingsvereisten die voortvloeien uit verschillende regelgevingsinstrumenten, zonder afbreuk te doen aan de specifieke certificeringsvereisten ervan. Dergelijke vereenvoudigingsmaatregelen kunnen de administratieve lasten verminderen en middelen vrijmaken om de operationele paraatheid van entiteiten op het gebied van cyberbeveiliging in kritieke sectoren van de Unie te versterken.

(80)De Europese certificering van binnen het ECCF ontwikkelde voorschriften voor het beheer van cyberbeveiligingsrisico’s moet entiteiten in staat stellen de naleving van de relevante Uniewetgeving aan te tonen indien een regeling betrekking heeft op de respectieve wettelijke vereisten van een dergelijke handeling en indien daarin is voorzien. Op basis daarvan kan een rechtshandeling van de Unie ook voorzien in een vermoeden van conformiteit met die vereisten. Dergelijke regelingen kunnen bijdragen tot een betere coherente uitvoering van de cyberbeveiligingsvoorschriften van de Uniewetgeving om een gelijk speelveld in alle lidstaten te creëren en de nalevingslasten te verlichten.

(81)Het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering moet voorzien in de mogelijkheid om ICT-processen te certificeren, die worden gedefinieerd als een reeks activiteiten die worden uitgevoerd om een ICT-product of ICT-dienst te ontwerpen, te ontwikkelen, te leveren of te onderhouden. Een beveiligingsprofiel is een voorbeeld van een ICT-proces, zoals gespecificeerd in Uitvoeringsverordening (EU) 2024/482 van de Commissie 59 . Een ander voorbeeld van een ICT-proces is de reeks activiteiten die een fabrikant onderneemt om een ICT-product veilig te ontwerpen en te ontwikkelen, met inbegrip van de fysieke, logische, procedurele, personeels- en andere beveiligingsmaatregelen die nodig zijn om de vertrouwelijkheid en integriteit van het ontwerp en de uitvoering van een ICT-product in zijn ontwikkelingsomgeving te beschermen. De certificering van dergelijke activiteiten wordt vaak “locatiecertificering” genoemd in het kader van een certificeringsproces uit hoofde van Uitvoeringsverordening (EU) 2024/482 van de Commissie.

(82)De definitie van beheerde beveiligingsdiensten in deze verordening moet stroken met die van aanbieders van beheerde beveiligingsdiensten in Richtlijn (EU) 2022/2555. Die diensten bestaan uit het uitvoeren van of het verlenen van bijstand voor activiteiten die verband houden met de beheersing van het cyberbeveiligingsrisico van hun klanten en zijn steeds belangrijker geworden bij de preventie en beperking van incidenten. De aanbieders van die diensten worden dan ook beschouwd als essentiële of belangrijke entiteiten die behoren tot een zeer kritieke sector overeenkomstig Richtlijn (EU) 2022/2555. Aanbieders van beheerde beveiligingsdiensten spelen op het gebied van bijvoorbeeld incidentrespons, penetratietesten, beveiligingsaudits en consultancy een bijzonder belangrijke rol in het bijstaan van entiteiten bij hun inspanningen om incidenten te voorkomen, op te sporen, erop te reageren en ervan te herstellen. Aanbieders van beheerde beveiligingsdiensten zijn zelf echter ook het doelwit van cyberaanvallen geweest en vormen een bijzonder risico vanwege hun nauwe integratie in de activiteiten van hun klanten. Het is daarom noodzakelijk dat essentiële en belangrijke entiteiten in de zin van Richtlijn (EU) 2022/2555 nog meer zorgvuldigheid betrachten bij de selectie van aanbieders van beheerde beveiligingsdiensten.

(83)Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen zijn relevant voor een brede gemeenschap van belanghebbenden, zoals aanbieders van ICT-oplossingen, conformiteitsbeoordelingsinstanties en gebruikers. Om een brede betrokkenheid van belanghebbenden te bevorderen, moet de Europese Vergadering voor cyberbeveiligingscertificering (“de Vergadering”) ten minste eenmaal per jaar worden georganiseerd om de samenwerking tussen de Commissie, Enisa, de lidstaten en belanghebbenden te bevorderen. Zij zal een centrale rol spelen bij het in kaart brengen en aanpakken van nieuwe uitdagingen op het gebied van cyberbeveiliging en strategische prioriteiten voor certificering, en ervoor zorgen dat certificeringsregelingen de veilige integratie van digitale technologieën vergemakkelijken en geschikt zijn voor de behoeften van gebruikers. De Vergadering moet het leiderschap van de Unie op het gebied van certificeringsactiviteiten bevorderen en ervoor zorgen dat het certificeringskader vertrouwen kan blijven wekken bij bedrijven, overheidsinstanties en het publiek.

(84)De Commissie moet een speciale website onderhouden om transparantie te waarborgen door actuele informatie over de voortgang van de uitvoering van het ECCF te publiceren. De website moet informatie bevatten over certificeringsregelingen waaraan wordt gewerkt, strategische prioriteiten voor toekomstige certificeringsregelingen, verzoeken aan Enisa om potentiële certificeringsregelingen op te zetten en informatie over de vaststelling van certificeringsregelingen. De website van de Commissie zal een aanvulling vormen op de website van Enisa over Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen, die uitgebreide informatie moet bevatten over de technische opstelling van potentiële regelingen en over de instandhouding van regelingen, met bijzondere aandacht voor afgegeven Europese cyberbeveiligingscertificaten en EU-conformiteitsverklaringen.

(85)Om de dialoog tussen de instellingen van de Unie te versterken en bij te dragen tot een formeel, open, transparant en inclusief raadplegingsproces, moet de Commissie bij de evaluatie van deze verordening rekening houden met elementen die voortvloeien uit de standpunten van het Europees Parlement, de Raad en de Europese Vergadering voor cyberbeveiligingscertificering.

(86)Haalbaarheidsstudies die door Enisa worden uitgevoerd, moeten helpen bij de voorbereiding van de planning en ontwikkeling van cyberbeveiligingscertificeringsregelingen. Bij de studies moeten de standpunten van belanghebbenden in aanmerking worden gehouden en moeten de toekomstige certificeringsregelingen worden afgestemd op lopende activiteiten op het gebied van onderzoek, ontwikkeling en technologische beoordeling, waarbij met name de bijdragen van onderzoeksinitiatieven van de Unie en de lidstaten worden erkend. Dergelijke studies kunnen helpen om de beschikbare normen en technische specificaties in kaart te brengen. Zij moeten worden uitgevoerd op verzoek van de Commissie of in overeenstemming met de strategische prioriteiten van de Unie om ervoor te zorgen dat bij het aanvragen en ontwikkelen van regelingen op passende wijze rekening wordt gehouden met het veranderende technologische landschap en de veranderende behoeften op het gebied van cyberbeveiliging.

(87)Het ontwerp van de potentiële regeling en de dekking door deze regeling van beveiligingsdoelstellingen en -elementen moeten in verhouding staan tot het onderwerp en het toepassingsgebied van het voorwerp van de certificering. Zo kunnen met een certificeringsregeling voor clouddiensten daarom bijvoorbeeld beveiligingsdoelstellingen worden aangepakt die relevant zijn voor ICT-diensten en organisatorische beveiliging. Een ander voorbeeld is dat een beveiligingsdoelstelling die verband houdt met het niet opnemen van bekende kwetsbaarheden die kunnen worden uitgebuit, waarschijnlijk niet relevant zal zijn voor de certificering van ICT-processen.

(88)Om ervoor te zorgen dat Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen in alle lidstaten op geharmoniseerde wijze worden uitgevoerd, moeten regels voor de handhaving van de regelingen worden vastgesteld. Er zijn ook instandhoudingsactiviteiten nodig om ervoor te zorgen dat de regelingen en de bijbehorende ondersteunende documentatie actueel blijven, met name op het gebied van cyberbeveiliging, waar het dreigingslandschap en de technologieën voortdurend evolueren. Certificeringsregelingen moeten daarom zodanig worden ontworpen en gehandhaafd dat het risico dat zij snel verouderd raken, wordt vermeden. Instandhoudingsactiviteiten moeten doorgaans betrekking hebben op het opstellen en actualiseren van ondersteunende documentatie, waaronder technische specificaties en richtsnoeren, en het vaststellen van normen of technische specificaties die relevant zijn voor de regeling. De analyse van de werking van de regeling, de mogelijke tekortkomingen ervan en de noodzakelijke verbeteringen moeten ook deel uitmaken van de instandhoudingsactiviteiten. Daarnaast moeten instandhoudingsactiviteiten de informatie-uitwisseling tussen de lidstaten omvatten met betrekking tot de uitvoering van de regelingen en bijdragen aan mechanismen voor collegiale toetsing.

(89)Gezien de technische aard van de instandhoudingsactiviteiten moet Enisa dergelijke activiteiten beheren, in samenwerking met de Commissie en met de steun van de Europese Groep voor cyberbeveiligingscertificering (EGC) en haar relevante subgroep voor instandhouding. Dankzij de oprichting van de EGC-subgroep voor instandhouding kunnen technische bijdragen en inzichten van de lidstaten worden verzameld met het oog op de harmonisatie van de benaderingen.

(90)Instandhoudingsactiviteiten moeten interacties met relevante groepen belanghebbenden omvatten om ervoor te zorgen dat regelingen relevant voor de markt en actueel blijven, onder meer door technische bijdragen te delen en te ontvangen. Dergelijke groepen belanghebbenden kunnen normalisatieorganisaties, conformiteitsbeoordelingsinstanties, verkopers, gebruikers, overheidsinstanties of bedrijfsverenigingen zijn. De specifieke kenmerken van elke regeling, met inbegrip van de bijbehorende technische fora en bedrijfstakken, houden in dat het mogelijk moet zijn om technische bijdragen op verschillende manieren van de ene regeling tot de andere te verzamelen. Voor sommige regelingen moet Enisa een beroep kunnen doen op een ad-hocwerkgroep waarin deskundigen van de overheidsdiensten van de lidstaten, entiteiten van de Unie en de particuliere sector bijeenkomen. Technische bijdragen kunnen ook afkomstig zijn van ISAC’s of normalisatie-instellingen. Enisa moet analyseren welk formaat het meest geschikt is voor elke regeling en in elke potentiële regeling een instandhoudingsstrategie opnemen.

(91)Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen moeten zijn gebaseerd op normen of technische specificaties, met name voor de vaststelling van beveiligingsvereisten en evaluatiemethoden. Enisa moet de mogelijkheid krijgen om technische specificaties op te stellen ter ondersteuning van de opstelling en de instandhouding van regelingen, met name wanneer de resultaten van de werkzaamheden van normalisatieorganisaties ontbreken of niet geschikt zijn om de doelstellingen van de regeling te verwezenlijken. In het kader van het ontwerpproces moet Enisa worden ondersteund door de EGC en, in voorkomend geval, de ad-hocwerkgroep die voor de desbetreffende regeling is opgericht. Enisa moet ook bijdragen van groepen belanghebbenden proberen te verkrijgen. Daarnaast moet Enisa rekening houden met marktacceptatie en met Europese en internationale normen. Rekening houdend met de kwaliteit van de technische specificaties en de doelstellingen van de regeling, moet de Commissie kunnen verwijzen naar technische specificaties die door Enisa zijn opgesteld in het kader van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling.

(92)Technische specificaties die door Enisa zijn ontwikkeld en waarnaar in een regeling wordt verwezen, moeten beschikbaar worden gesteld op de website van Enisa over Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen, zodat alle belanghebbende partijen er toegang toe hebben. In sommige specifieke gevallen kan publicatie op de website echter een risico inhouden voor de cyberbeveiliging van gecertificeerde ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten en, in het verlengde daarvan, voor de openbare veiligheid. Technische specificaties kunnen bijvoorbeeld nauwkeurige informatie bevatten over nieuwe aanvalspaden waarvan de openbare beschikbaarheid het voor kwaadwillige actoren mogelijk zou maken om er gebruik van te maken. Dit soort informatie moet in beperkte mate op een “need-to-know”-basis worden verspreid onder belanghebbenden, zoals nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten, conformiteitsbeoordelingsinstanties en verkopers die worden gecertificeerd. Vanwege hun beperkte verspreiding mogen dergelijke technische specificaties niet worden vermeld in Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen en mogen zij derhalve niet-bindend zijn.

(93)De certificeringsregelingen voor cyberbeveiligingsposities moeten modulair worden opgezet, zodat de naleving en het vermoeden van conformiteit met de relevante cyberbeveiligingsvoorschriften van andere Uniewetgeving kunnen worden aangetoond, indien die wetgeving in die mogelijkheid voorziet. Het vermoeden van conformiteit met de vereisten van deze rechtshandelingen zal daarom alleen van kracht worden als een mogelijke manier om naleving aan te tonen indien de respectieve rechtshandelingen een dergelijk vermoeden van conformiteit mogelijk maken. De details van een dergelijke regeling, namelijk doel, doelstellingen of elementen, zullen daarom waarschijnlijk verschillen van die van andere regelingen. Regelingen voor de certificering van de cyberbeveiligingspositie van entiteiten moeten met name worden ontwikkeld om te voorzien in een beoordeling van de voortdurende conformiteit van een entiteit met de wetgeving van de Unie. Derhalve is het niet nodig dat certificeringsregelingen voor cyberbeveiligingsposities betrekking hebben op alle elementen van de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen, zoals zekerheidsniveaus, en dit moet tot uiting komen in de regels voor de regelingen.

(94)Een kader voor de certificering van cyberbeveiligingsposities in het ECCF maakt het mogelijk een regeling te ontwikkelen die entiteiten die in verschillende lidstaten diensten verlenen, in staat stelt aan te tonen dat zij voldoen aan de verplichtingen inzake risicobeheer op het gebied van cyberbeveiliging die zijn vastgelegd in Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad. Op basis daarvan kunnen entiteiten, met de mogelijkheid om naleving aan te tonen, profiteren van meer samenhangende en minder belastende toezichtbenaderingen in de hele interne markt. De ontwikkeling van een dergelijke certificeringsregeling moet worden vergemakkelijkt met de vaststelling van uitvoeringshandelingen uit hoofde van Richtlijn (EU) 2022/2555. Door middel van uitbreidingsprofielen kan een certificeringsregeling voor cyberbeveiligingsposities aantonen dat aan de vereisten is voldaan wanneer een lidstaat bepalingen heeft vastgesteld of gehandhaafd waarmee een hoger niveau van cyberbeveiliging wordt gewaarborgd in overeenstemming met Richtlijn (EU) 2022/2555. Op basis hiervan kan een entiteit die diensten verleent in verschillende lidstaten de naleving van alle relevante uitbreidingsprofielen aantonen door middel van één Europees cyberbeveiligingscertificaat.

(95)De beveiligingsdoelstellingen en -vereisten die in Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen zijn vastgesteld met betrekking tot productbeveiliging, moeten in overeenstemming zijn met de essentiële cyberbeveiligingsvoorschriften van bijlage I bij Verordening (EU) 2024/2847. Deze samenhang is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat fabrikanten van wie de producten onder Verordening (EU) 2024/2847 vallen, niet worden geconfronteerd met tegenstrijdige vereisten wanneer zij hun producten certificeren in het kader van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling. Bovendien vergemakkelijkt de consistentie van de vereisten het vermoeden van conformiteit op grond van artikel 27 van Verordening (EU) 2024/2847, waarbij fabrikanten van producten met digitale elementen die zijn gecertificeerd in het kader van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling onder bepaalde voorwaarden kunnen profiteren van het vermoeden van conformiteit met de essentiële cyberbeveiligingsvoorschriften van bijlage I bij die verordening.

(96)Binnen de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling moet het mogelijk zijn een uitbreidingsprofiel te specificeren door aanvullende of specifieke vereisten voor gebruiksgevallen vast te stellen, met inbegrip van aanvullende capaciteiten zoals verbeterde productkenmerken, het aanbod van gespecialiseerde diensten of activa, geoptimaliseerde processen en geavanceerde beveiligingsmaatregelen. Aangezien uitbreidingsprofielen niet overeenkomen met een specifiek zekerheidsniveau, moet het doel ervan in detail worden beschreven, met inbegrip van de aangepakte bedreigingen van de beveiliging. Uitbreidingsprofielen zijn met name bedoeld om aan te tonen dat wordt voldaan aan specifieke normen en regelgevingsvereisten, in voorkomend geval met inbegrip van vereisten met betrekking tot aanvullende maatregelen voor het beheer van cyberbeveiligingsrisico’s die door een lidstaat zijn vastgesteld volgens het beginsel van minimumharmonisatie overeenkomstig Richtlijn (EU) 2022/2555.

(97)Onverminderd het algemene systeem van collegiale toetsing dat moet worden ingevoerd bij alle nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten binnen het ECCF, moet het mogelijk zijn om in de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen een mechanisme voor collegiale toetsing op te nemen voor de organen die Europese cyberbeveiligingscertificaten voor ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten en de cyberbeveiligingspositie van entiteiten afgeven, met name voor de organen die in het kader van dergelijke regelingen certificaten met een zekerheidsniveau “hoog” afgeven. Dergelijke organen moeten ook certificeringsinstanties omvatten van de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten die certificaten met het zekerheidsniveau “hoog” afgeven. De EGC moet de uitvoering van dergelijke collegialetoetsingsmechanismen steunen. Bij de collegiale toetsingen dient in het bijzonder te worden beoordeeld of de betrokken instanties hun taken op geharmoniseerde wijze uitvoeren, en kunnen beroepsmechanismen worden ingezet.

(98)Crises zoals oorlogen, natuurrampen en pandemieën kunnen negatieve gevolgen hebben voor certificeringsactiviteiten. In dergelijke crisisscenario’s kan het bijvoorbeeld niet haalbaar zijn om de beveiliging van locaties te waarborgen als gevolg van de vernietiging van infrastructuur, cyberaanvallen, de onbeschikbaarheid van personeel en de ontoegankelijkheid van de locatie. In een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling moeten daarom tijdelijke regels inzake de continuïteit van certificeringsactiviteiten tijdens dergelijke scenario’s worden gespecificeerd.

(99)Het vertalen van potentiële technische regelingen in uitvoeringshandelingen vereist complexe technische en juridische kennis en kan aanzienlijke administratieve lasten met zich meebrengen. Bovendien zijn bepaalde elementen van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen, zoals kwetsbaarheidsbeheer of de voorwaarden waaronder dergelijke merktekens of labels mogen worden gebruikt, sectoroverschrijdend en kunnen zij profiteren van geharmoniseerde referentiebepalingen. Om de kwaliteit van vastgestelde Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen te waarborgen en de nalevingslasten voor bedrijven te verminderen, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om modelbepalingen vast te stellen die betrekking hebben op bepaalde elementen van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen.

(100)Teneinde de samenhang van het Europees cyberbeveiligingscertificeringskader te waarborgen, moeten in een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling zekerheidsniveaus kunnen worden aangegeven voor uit hoofde van die regeling afgegeven Europese cyberbeveiligingscertificaten en EU-conformiteitsverklaringen. Een Europees cyberbeveiligingscertificaat moet betrekking hebben op een van de zekerheidsniveaus: “basis”, “substantieel” of “hoog”, terwijl de EU-conformiteitsverklaring alleen betrekking mag hebben op het zekerheidsniveau “basis”. De zekerheidsniveaus moeten de overeenkomstige grondigheid en diepgang van de evaluatie van het ICT-product, de ICT-dienst, het ICT-proces, de beheerde beveiligingsdienst of de cyberbeveiligingspositie van een entiteit bepalen en moeten worden gekenmerkt door verwijzing naar technische specificaties, normen en procedures die daarmee verband houden, onder meer technische controles, waarvan het doel is om incidenten te beperken of te voorkomen. Elk zekerheidsniveau moet in overeenstemming zijn met de diverse sectorale domeinen waar certificering wordt toegepast.

(101)De gebruikers van Europese cyberbeveiligingscertificaten moeten hun keuze van de passende certificering en de bijbehorende beveiligingsvoorschriften baseren op een analyse van de risico’s die verband houden met het gebruik van de ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de context van de certificering van entiteiten. Dienovereenkomstig moet het zekerheidsniveau in verhouding staan tot het risiconiveau dat verbonden is aan het beoogde gebruik van een ICT-product, -dienst of -proces of beheerde beveiligingsdienst, of de operationele omgeving en de aard van de entiteit waarvan de cyberbeveiligingspositie aan certificering onderworpen is.

(102)Voor het zekerheidsniveau “basis” moet de evaluatie ten minste worden geleid door de volgende zekerheidscomponenten: de evaluatie moet ten minste een beoordeling omvatten van de technische documentatie van het ICT-product, de ICT-dienst, het ICT-proces, de beheerde beveiligingsdienst of de cyberbeveiligingspositie van een entiteit door de conformiteitsbeoordelingsinstantie. Indien de certificering ICT-processen omvat, moet de technische evaluatie ook betrekking hebben op het proces dat wordt gebruikt voor het ontwerpen, ontwikkelen en in stand houden van een ICT-product, ICT-dienst, beheerde beveiligingsdienst of cyberbeveiligingspositie van een entiteit. Indien een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling voorziet in een conformiteitszelfbeoordeling, moet het volstaan dat de fabrikant of aanbieder van ICT-producten, -diensten of -processen of beheerde beveiligingsdiensten, of de entiteit waarvan de cyberbeveiligingspositie aan certificering onderworpen is, een zelfbeoordeling heeft uitgevoerd van de conformiteit van het ICT-product, de ICT-dienst, het ICT-proces, de beheerde beveiligingsdienst of de cyberbeveiligingspositie van een entiteit, met de certificeringsregeling.

(103)Voor het zekerheidsniveau “substantieel” moet de evaluatie, naast de vereisten voor het zekerheidsniveau “basis”, ten minste worden geleid door de verificatie van de overeenstemming van de beveiligingsfuncties van het ICT-product, de ICT-dienst, het ICT-proces, de beheerde beveiligingsdienst of de cyberbeveiligingspositie van een entiteit, met de technische documentatie ervan.

(104)Voor het zekerheidsniveau “hoog” moet de evaluatie, in aanvulling op de vereisten voor het zekerheidsniveau “substantieel”, worden geleid door ten minste een efficiëntietest waarbij wordt beoordeeld of de beveiligingsfuncties bestand zijn tegen mensen die complexe cyberaanvallen uitvoeren en over aanzienlijke vaardigheden en middelen beschikken. Conformiteitsbeoordelingsactiviteiten moeten in de Europese Economische Ruimte worden uitgevoerd voor het zekerheidsniveau “hoog” of wanneer een regeling is ontworpen om naleving aan te tonen en te voorzien in een vermoeden van conformiteit met andere wetgeving van de Unie. Deze eis wordt gerechtvaardigd door het feit dat beoordelingsactiviteiten die buiten de Europese Economische Ruimte plaatsvinden, aanleiding geven tot extra bedreigingen van de cyberbeveiliging, met name de intellectuele eigendom van de geëvalueerde ICT-producten, -diensten of -processen, beheerde beveiligingsdiensten of entiteiten. Zo kan de broncode van een ICT-product nauwkeurig worden onderzocht bij het overschrijden van de grens van een derde land, wat een risico vormt voor de intellectuele eigendom. Bovendien werken in derde landen gevestigde testlaboratoria niet in een omgeving waarop de cyberbeveiligingsmaatregelen van de EU-wetgeving, zoals Richtlijn (EU) 2022/2555 of Verordening (EU) 2024/2847, van toepassing zijn. Een testlaboratorium kan bijvoorbeeld een beroep doen op een derde aanbieder van clouddiensten die niet voldoet aan de cyberbeveiligingsvoorschriften van Richtlijn (EU) 2022/2555. Niettemin moet een certificeringsregeling kunnen voorzien in afwijkingsregelingen, bijvoorbeeld in verband met locatiecertificering of in andere gevallen waarin conformiteitsbeoordelingsactiviteiten redelijkerwijs niet in de Europese Economische Ruimte kunnen worden uitgevoerd.

(105)In sommige gevallen kunnen verschillende benaderingen om de beveiligingsdoelstellingen van een bepaald zekerheidsniveau te verwezenlijken nodig zijn om rekening te houden met de specifieke kenmerken van een ICT-product, ICT-dienst, ICT-proces, beheerde beveiligingsdiensten of cyberbeveiligingspositie van entiteiten. Om een meer gedetailleerde benadering mogelijk te maken, moeten in een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling een of meer evaluatieniveaus kunnen worden gespecificeerd die overeenstemmen met een van de zekerheidsniveaus. Hierdoor zullen regelingen ontwikkeld kunnen worden waarbij meerdere evaluatieniveaus die voor een ander doel zijn ontworpen, overeenkomen met het beveiligingsniveau dat verbonden is aan een bepaald zekerheidsniveau.

(106)Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen moeten kunnen voorzien in een conformiteitsbeoordeling die wordt uitgevoerd onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van de fabrikant of aanbieder van ICT-producten, -diensten of -processen of beheerde beveiligingsdiensten, of de entiteit waarvan de cyberbeveiligingspositie wordt gecertificeerd (“conformiteitszelfbeoordeling”). In dergelijke gevallen moet het volstaan dat de fabrikant, aanbieder of entiteit waarvan de cyberbeveiligingspositie wordt gecertificeerd, zelf alle controles uitvoert om ervoor te zorgen dat de ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of cyberbeveiligingspositie van een entiteit in overeenstemming zijn met de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling. Conformiteitszelfbeoordelingen moeten worden beschouwd als passend voor ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of cyberbeveiligingsposities van entiteiten die weinig complex zijn, een laag risico voor het publiek inhouden en een eenvoudig ontwerp of eenvoudige productiemechanismen hebben.

(107)Wanneer een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling zowel conformiteitszelfbeoordelingen als certificeringen van ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten mogelijk maakt, moet de certificeringsregeling in dat geval voorzien in duidelijke en begrijpelijke middelen voor consumenten of andere gebruikers om een onderscheid te maken tussen zelf beoordeelde en door derden gecertificeerde ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of cyberbeveiligingsposities van entiteiten.

(108)De fabrikant of aanbieder van ICT-producten, -diensten of -processen of beheerde beveiligingsdiensten, of de entiteiten waarvan de cyberbeveiligingspositie wordt gecertificeerd, moet de EU-conformiteitsverklaring kunnen afgeven en ondertekenen in het kader van de conformiteitsbeoordelingsprocedure. Een EU-conformiteitsverklaring is een document waarin staat dat een specifiek ICT-product, -dienst of -proces, beheerde beveiligingsdienst of de cyberbeveiligingspositie van een entiteit voldoet aan de voorschriften van de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling. Door de EU-conformiteitsverklaring af te geven en te ondertekenen, neemt de fabrikant of aanbieder van ICT-producten, -diensten of -processen of beheerde beveiligingsdiensten, of de entiteit waarvan de cyberbeveiligingspositie wordt gecertificeerd, de verantwoordelijkheid op zich voor de conformiteit van het ICT-product, de ICT-dienst, het ICT-proces, de beheerde beveiligingsdienst of de cyberbeveiligingspositie van de entiteit met de beveiligingsvoorschriften van de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling. Van de EU-conformiteitsverklaring moet een exemplaar bij de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit en bij Enisa worden ingediend.

(109)Fabrikanten of aanbieders van ICT-producten, -diensten of -processen of beheerde beveiligingsdiensten, of entiteiten waarvan de cyberbeveiligingspositie wordt gecertificeerd, moeten de EU-conformiteitsverklaring, technische documentatie en alle andere relevante informatie met betrekking tot de conformiteit met een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling ter beschikking stellen van de bevoegde nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit gedurende een periode waarin de desbetreffende Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling voorziet en in overeenstemming met de toepasselijke wetgeving van de Unie. In de technische documentatie moeten de in het kader van de regeling toepasselijke voorschriften worden gespecificeerd voor zover deze relevant zijn voor de conformiteitszelfbeoordeling. De technische documentatie moet zodanig worden samengesteld dat kan worden beoordeeld of een ICT-product, -dienst, -proces of beheerde beveiligingsdienst, of de cyberbeveiligingspositie van de entiteit voldoet aan de voorschriften die van toepassing zijn in het kader van de regeling.

(110)Europese cyberbeveiligingscertificaten en EU-conformiteitsverklaringen moeten gebruikers helpen geïnformeerde keuzes te maken. Daarom moet relevante informatie worden gepubliceerd op een website die door Enisa wordt beheerd. Voorts moeten ICT-producten, -diensten en -processen die zijn gecertificeerd of waarvoor een EU-conformiteitsverklaring is afgegeven, vergezeld gaan van gestructureerde informatie die aan het verwachte technische niveau van de beoogde gebruiker is aangepast. Alle gebruikers moeten toegang hebben tot informatie over het referentienummer van de certificeringsregeling, de instantie of het orgaan van afgifte en, in voorkomend geval, het zekerheidsniveau, of moeten een kopie van het Europees cyberbeveiligingscertificaat kunnen verkrijgen. Die informatie moet regelmatig worden geactualiseerd en op een specifieke website over Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen beschikbaar worden gesteld. Om permanente toegankelijkheid te waarborgen, moeten fabrikanten en aanbieders bovendien worden verplicht de betrokken certificeringsinstantie in kennis te stellen indien de locatie van de online- of, in voorkomend geval, fysieke informatie verandert.

(111)Een conformiteitsbeoordeling is een procedure waarbij wordt geëvalueerd of aan gespecificeerde voorschriften met betrekking tot een ICT-product, -dienst of -proces, beheerde beveiligingsdienst of entiteit is voldaan. Die procedure wordt uitgevoerd door een onafhankelijke derde partij die niet de fabrikant of aanbieder is van de ICT-producten, -diensten of -processen of beheerde beveiligingsdiensten die worden gecertificeerd, noch de entiteit waarvan de cyberbeveiligingspositie wordt beoordeeld. Een Europees cyberbeveiligingscertificaat moet worden afgegeven na de succesvolle evaluatie van een ICT-product, -dienst, -proces, beheerde beveiligingsdienst of cyberbeveiligingspositie van de entiteit. Een Europees cyberbeveiligingscertificaat moet worden gezien als een bevestiging dat de evaluatie correct is uitgevoerd.

(112)Het is belangrijk om de toezichts- en certificeringsactiviteiten strikt te scheiden om verstoringen en interferenties te voorkomen die kunnen worden veroorzaakt in situaties waarin de entiteit die toezicht houdt op de markt ook op dezelfde markt concurreert. Bijgevolg mogen activiteiten waarbij de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten louter hun toezichthoudende rol vervullen, zoals het verlenen van voorafgaande goedkeuring voor de afgifte van een certificaat, geen verdere interne scheiding van andere toezichthoudende activiteiten vereisen. Hieronder valt ook een situatie waarin de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit actief informatie verzamelt tijdens het certificeringsproces dat door particuliere conformiteitsbeoordelingsinstanties wordt uitgevoerd en vervolgens advies uitbrengt over de afgifte van het certificaat door die instanties (“model van voorafgaande goedkeuring”).

(113)In Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen moeten de voorwaarden worden gespecificeerd waaronder ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van een entiteit mogelijk opnieuw moeten worden gecertificeerd of waaronder het toepassingsgebied van een specifiek Europees cyberbeveiligingscertificaat mogelijk moet worden beperkt. Voorts moet in Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen rekening worden gehouden met eventuele nadelige gevolgen van later ontdekte kwetsbaarheden of non-conformiteiten met betrekking tot het gecertificeerde ICT-product, de gecertificeerde ICT-dienst, het gecertificeerde ICT-proces, de gecertificeerde beheerde beveiligingsdienst of de gecertificeerde cyberbeveiligingspositie van een entiteit wat de conformiteit met de beveiligingsvoorschriften van dat certificaat betreft.

(114)Harmonisatie speelt een cruciale rol bij het waarborgen van robuuste cyberbeveiliging en het verbeteren van de markttoegang voor bedrijven. Versnippering en het gebrek aan wederzijdse erkenning van certificaten vormen daarentegen aanzienlijke belemmeringen voor de naadloze gegevensstroom, waardoor de operationele kosten voor de bedrijfstak van de Unie stijgen. Om deze uitdagingen te beperken, is het van essentieel belang versnippering te voorkomen, zowel wat het toepassingsgebied van de beveiligingscontroles als de conformiteitsbeoordelingsmethoden in de hele Unie betreft.

(115)De lidstaten moeten de Commissie en de EGC ruim van tevoren in kennis stellen voordat zij nieuwe nationale cyberbeveiligingscertificeringsregelingen voor ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten vaststellen, teneinde de Commissie en de EGC te helpen bij het evalueren van het effect van de nieuwe nationale cyberbeveiligingscertificeringsregeling op de goede werking van de interne markt, en in het licht van eventuele strategische belangen bij het aanvragen van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling.

(116)Verwijzingen in nationale wetgeving naar nationale normen die niet langer gelden door de inwerkingtreding van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen, kunnen een bron van verwarring zijn. Daarom moeten de lidstaten, in voorkomend geval, de vaststelling van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen in hun nationale wetgeving weerspiegelen.

(117)Om de groei van een betrouwbare interne markt te bevorderen en tegelijkertijd partnerschappen met derde landen tot stand te brengen, moet het binnen het ECCF vastgestelde certificeringsproces zodanig worden uitgevoerd dat internationale erkenning, wederzijdse erkenning en afstemming op internationale normen worden vergemakkelijkt.

(118)Om de handel verder te vergemakkelijken en in het besef dat ICT-toeleveringsketens internationaal zijn, kan de Unie overeenkomstig artikel 218 VWEU overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning sluiten met betrekking tot Europese cyberbeveiligingscertificaten. De Commissie moet de bevoegdheid krijgen om uitvoeringshandelingen vast te stellen om eenzijdig de gelijkwaardigheid van certificaten van derde landen met Europese cyberbeveiligingscertificaten te erkennen. Het moet mogelijk zijn specifieke voorwaarden vast te stellen voor een dergelijke erkenning van certificaten van derde landen.

(119)Om binnen de hele Unie een gelijke uitvoering van het kader te bereiken teneinde wederzijdse erkenning te vergemakkelijken en de algemene acceptatie van Europese cyberbeveiligingscertificaten en EU-conformiteitsverklaringen te bevorderen, moeten de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten een collegialetoetsingssysteem inrichten. Collegiale toetsing moet betrekking hebben op procedures voor het toezicht op de conformiteit van ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten en de cyberbeveiligingspositie van entiteiten met Europese cyberbeveiligingscertificaten, voor het toezicht op de verplichtingen van fabrikanten of aanbieders van ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten en gecertificeerde entiteiten die de conformiteitszelfbeoordeling uitvoeren, voor het toezicht op conformiteitsbeoordelingsinstanties, alsook op de geschiktheid van de expertise van het personeel van instanties die certificaten voor het zekerheidsniveau “hoog” afgeven. Enisa moet als waarnemer aan de collegiale toetsingen deelnemen en de organisatie van het mechanisme voor collegiale toetsing en de collegiale toetsingen ondersteunen, onder meer door relevante richtsnoeren en modellen te ontwikkelen, in samenwerking met de Commissie en de EGC. Enisa moet op zijn website over Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen ook de informatie over het schema van collegiale toetsingen en de lijst van collegiaal getoetste nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten die het schema moeten uitvoeren, openbaar maken. Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2540 van de Commissie 60 , die is vastgesteld op grond van Verordening (EU) 2019/881, is het plan voor collegiale toetsingen vastgesteld, dat wordt gebruikt door de vastgestelde Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen. Er moet voor worden gezorgd dat de collegiale toetsingen worden voortgezet. Niettemin moet de Commissie, waar nodig, door middel van uitvoeringshandelingen een nieuw plan voor collegiale toetsingen van ten minste vijf jaar kunnen vaststellen, alsook criteria en methoden voor de werking van het systeem van collegiale toetsing vastleggen.

(120) Zodra een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling is vastgesteld, moeten fabrikanten of aanbieders van ICT-producten, -diensten of -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de entiteiten waarvan de cyberbeveiligingspositie wordt gecertificeerd, overal in de Unie aanvragen voor certificering van hun ICT-producten, -diensten of -processen, beheerde beveiligingsdiensten of cyberbeveiligingspositie kunnen indienen bij de conformiteitsbeoordelingsinstantie van hun keuze. Conformiteitsbeoordelingsinstanties moeten door een nationale accreditatie-instantie worden geaccrediteerd indien zij voldoen aan de vereisten van deze verordening en, in voorkomend geval, aan de door de Commissie overeenkomstig deze verordening gespecificeerde vereisten. Het in deze verordening beschreven systeem moet worden aangevuld met het accreditatiesysteem van Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad 61 .

(121) Conformiteitsbeoordelingsinstanties die zijn geaccrediteerd of aangemeld uit hoofde van bestaande wetgeving van de Unie, met name Verordening (EU) 2024/2847 of Uitvoeringsverordening (EU) 2024/482, kunnen over bevoegdheden beschikken die relevant zijn voor nieuw vastgestelde Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen. Om onnodige financiële en administratieve lasten te voorkomen, is het passend synergieën tot stand te brengen voor de accreditatie van conformiteitsbeoordelingsinstanties in het kader van deze verordening. Daarom moeten de accreditatievereisten van de regelingen zodanig worden vastgesteld dat zij zoveel mogelijk in overeenstemming zijn met de vereisten met betrekking tot aangemelde instanties van Verordening (EU) 2024/2847 en de accreditatievereisten uit hoofde van Uitvoeringsverordening (EU) 2024/482. Bovendien moeten conformiteitsbeoordelingsinstanties die een accreditatieprocedure uit hoofde van deze verordening ondergaan, kunnen vertrouwen op eerdere resultaten van de evaluatie van hun bekwaamheden uit hoofde van andere wetgeving van de Unie, wanneer de accreditatievereisten elkaar overlappen.

(122)Om geharmoniseerde conformiteitsbeoordelingsdiensten in de hele Unie te vergemakkelijken, moet het mogelijk zijn om in een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling aanvullende of specifieke vereisten voor conformiteitsbeoordelingsinstanties vast te stellen. In het kader van certificering moet een machtiging worden opgevat als een besluit van een nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit dat een conformiteitsbeoordelingsinstantie voldoet aan de specifieke of aanvullende vereisten die in een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling zijn vastgesteld om een specifieke conformiteitsbeoordelingsactiviteit uit te voeren.

(123)Indien in een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling aanvullende of specifieke voorschriften overeenkomstig deze verordening zijn bepaald, moeten conformiteitsbeoordelingsinstanties door de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten worden gemachtigd om taken uit hoofde van een dergelijke regeling uit te voeren. Om meervoudige machtiging te voorkomen, de acceptatie en erkenning van machtigingsbesluiten te verbeteren en doeltreffend toezicht te houden op de gemachtigde conformiteitsbeoordelingsinstanties, zouden de conformiteitsbeoordelingsinstanties hun machtigingsverzoek moeten indienen bij de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit van hun lidstaat van vestiging. Niettemin moet ervoor worden gezorgd dat een conformiteitsbeoordelingsinstantie ook om machtiging in een andere lidstaat moet kunnen verzoeken wanneer in haar lidstaat geen nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit bestaat of wanneer de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit niet over de bekwaamheid beschikt om de gevraagde machtigingsdiensten te verlenen. In die gevallen moet worden gezorgd voor een passende samenwerking en uitwisseling van informatie tussen de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten. De Commissie moet de bevoegdheid krijgen om uitvoeringshandelingen vast te stellen tot vaststelling van de machtigingsprocedures, ook voor grensoverschrijdende samenwerking met betrekking tot machtigingen.

(124)Om het beschermingsniveau te waarborgen dat nodig is voor een ICT-product, -dienst, -proces, beheerde beveiligingsdienst of de cyberbeveiligingspositie van een entiteit, is het van essentieel belang dat de betrokken onderaannemers en dochterondernemingen bij de uitvoering van conformiteitsbeoordelingstaken aan dezelfde vereisten moeten voldoen als de aangemelde conformiteitsbeoordelingsinstanties. Dienovereenkomstig moet een conformiteitsbeoordelingsinstantie over de gepaste bekwaamheid beschikken en in staat zijn na te gaan of haar onderaannemers aan de toepasselijke eisen voldoen.

(125)De mate waarin de conformiteitsbeoordelingsinstantie voornemens is een beroep te doen op buiten de Unie gevestigde onderaannemers of toegang heeft tot personeel of faciliteiten buiten de lidstaat van aanmelding, moet door de aanmeldende autoriteit naar behoren worden beoordeeld. De overheidsinstantie van een lidstaat moet de mogelijkheid hebben om te besluiten dat zij als nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit niet de algemene verantwoordelijkheid voor een dergelijke regeling op zich kan nemen, en om het toepassingsgebied van de aanmelding in te trekken of te beperken.

(126)Om de cyberbeveiligingsvoorschriften voor ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten te evalueren, moeten geaccrediteerde conformiteitsbeoordelingsinstanties door de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten bij de Commissie en de andere lidstaten worden aangemeld. Uit de aanmelding van geaccrediteerde en, in voorkomend geval, gemachtigde conformiteitsbeoordelingsinstanties blijkt dat die instanties kunnen worden vertrouwd bij de uitvoering van evaluatie- en certificeringsactiviteiten overeenkomstig deze verordening en de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling, wat bijdraagt tot de algemene reputatie van de Europese cyberbeveiligingscertificering. Daarom is het van essentieel belang ervoor te zorgen dat aangemelde conformiteitsbeoordelingsinstanties aan de eisen daarvan voldoen en mettertijd aan de verplichtingen daarvan, en dat de lijst van aangemelde conformiteitsbeoordelingsinstanties actueel wordt gehouden.

(127)Bij Uitvoeringsverordening (EU) 2024/3143 van de Commissie 62 , die is vastgesteld op grond van Verordening (EU) 2019/881, zijn de omstandigheden, vormen en procedures vastgesteld voor aanmeldingen van conformiteitsbeoordelingsinstanties die worden gebruikt door de vastgestelde Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen. Daarom moet ervoor worden gezorgd dat de aanmeldingsactiviteiten worden voortgezet. Niettemin moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om uitvoeringshandelingen vast te stellen om die omstandigheden, procedures en vormen voor de aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties aan te passen. In dit verband moet de Commissie voortbouwen op de ervaring die is opgedaan in het kader van bestaande regelingen en streven naar afstemming op andere relevante wetgeving en kaders van de Unie, met name Verordening (EU) 2024/2847 en het nieuwe wetgevingskader, teneinde de nalevingslasten te verminderen voor conformiteitsbeoordelingsinstanties die actief zijn in het kader van verschillende rechtsinstrumenten.

(128) Toeleveringsketens voor informatie- en communicatietechnologie (ICT) bestaan uit een reeks onderling verbonden middelen en processen tussen marktdeelnemers. ICT-toeleveringsketens spelen een cruciale rol bij het in stand houden van de maatschappelijke stabiliteit en het aanjagen van de economische activiteit in de hele Unie. Zij spelen ook een cruciale rol bij het mogelijk maken van de digitale infrastructuur in de Unie en ondersteunen de werking van de samenleving en de economie van de Unie. ICT-toeleveringsketens maken de vervaardiging, de productie, de distributie en het onderhoud mogelijk van ICT-diensten, ICT-systemen en ICT-producten die ten grondslag liggen aan verschillende kritieke en zeer kritieke sectoren, waaronder gezondheidszorg, financiën, vervoer, telecommunicatie, energie en douane. De beveiliging van de ICT-toeleveringsketens van die kritieke sectoren kan ook gevolgen hebben voor de beveiliging van defensie- en militaire infrastructuur, wanneer deze infrastructuur afhankelijk is van civiele kritieke sectoren en hun ICT-toeleveringsketens. Volgens het verslag van Enisa over de stand van zaken van de cyberdreigingen (ENISA Threat Landscape 2025) 63 behoren aanvallen op toeleveringsketens echter tot de vijf grootste bedreigingen van cyberbeveiliging, waaruit blijkt dat aanvallers actief gebruikmaken van indirecte paden via derde aanbieders en afhankelijkheden. Verstoring van ICT-toeleveringsketens kan de uitoefening van economische activiteiten in de interne markt belemmeren, financieel verlies veroorzaken, het vertrouwen van de gebruikers ondermijnen en grote schade toebrengen aan de economie en de samenleving van de Unie. Voor de goede werking van de interne markt zijn paraatheid en doeltreffendheid op het gebied van cyberbeveiliging daarom meer dan ooit van essentieel belang.

(129)Naast de technische risico’s die aan bod komen in Richtlijn (EU) 2022/55 van het Europees Parlement en de Raad 64 , Verordening (EU) 2024/2847 van het Europees Parlement en de Raad 65 en het bij Verordening (EU) 2019/881 vastgestelde Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering, worden ICT-toeleveringsketens in toenemende mate blootgesteld aan risico’s van niet-technische aard. Dergelijke niet-technische risico’s kunnen verband houden met, maar niet beperkt zijn tot, de jurisdictie waaronder een leverancier van bepaalde componenten valt, met name wanneer een derde land of dreigingsactoren en die vanuit dat land worden gecontroleerd, zich bezighouden met economische spionage, kwaadwillige cyberactiviteiten of -campagnes tegen de Unie of haar lidstaten uitvoeren, of zich schuldig maken aan onverantwoordelijke overheidsgedragingen in de cyberruimte. Niet-technische risico’s kunnen ook verband houden met verborgen kwetsbaarheden of “backdoors” of mogelijke systemische verstoringen van de toelevering, met name in het geval van technologische lock-ins of afhankelijkheid van leveranciers. Zo zouden “kill switches” kunnen worden gebruikt om de beschikbaarheid van communicatienetwerken en elektriciteitsnetten negatief te beïnvloeden.

(130)In de gezamenlijke mededeling over de versterking van de economische veiligheid van de EU 66 werd gewezen op het risico dat derde landen toegang krijgen tot gevoelige informatie en gegevens in de Unie of haar lidstaten, hetzij als gevolg van industriële spionage, door hen geleverde hardware of software die in bepaalde producten wordt gebruikt, hetzij als gevolg van hun eigendom van en zeggenschap over bepaalde ondernemingen die over gevoelige informatie en gegevens beschikken. Ook werd gewezen op het risico dat kritieke infrastructuur van de Unie — waaronder kritieke vervoers-, ruimtevaart-, energie- en communicatie-infrastructuur, met name infrastructuur die van strategisch belang is voor militaire mobiliteit — wordt verstoord door buitenlandse actoren, wat kan leiden tot cascade-effecten op de economie van de Unie. Verstoringen kunnen zich voordoen door fysieke, cyber- of hybride aanvallen, met inbegrip van sabotage van volledige faciliteiten of delen of subcomponenten daarvan. Zij kunnen ook worden gelinkt aan ICT-toeleveringsketens, die instaan voor de levering van kritieke onderdelen of diensten voor kritieke infrastructuur.

(131)Als reactie op de uitdagingen op het gebied van de beveiliging van ICT-toeleveringsketens die voortvloeien uit niet-technische risico’s, hebben sommige lidstaten regelgevende maatregelen genomen, waaronder de aanwijzing van leveranciers met een hoog risico, terwijl andere lidstaten dit waarschijnlijk zullen doen. Dit kan leiden tot verdere verschillen in nationale benaderingen en uiteindelijk tot een grotere kwetsbaarheid van sommige lidstaten, met mogelijke overloopeffecten in de hele Unie. Daarom moeten bepaalde aspecten in verband met de niet-technische cyberbeveiligingsrisico’s voor de ICT-toeleveringsketen worden geharmoniseerd. Een dergelijk optreden op het niveau van de Unie is ook gerechtvaardigd in het licht van de noodzaak om een hoog niveau van cyberbeveiliging in de hele Unie te waarborgen. De bepalingen inzake de beveiliging van de ICT-toeleveringsketen hebben tot doel dergelijke grote verschillen tussen de lidstaten weg te nemen, met name door regels vast te stellen voor risicobeoordelingsmechanismen voor beveiligingsrisico’s in de ICT-toeleveringsketen op het niveau van de Unie en minimumnormen voor de bescherming tegen risico’s in de ICT-toeleveringsketen.

(132)Om kritieke afhankelijkheden en kwetsbaarheden te verminderen, moet een kader voor betrouwbare ICT-toeleveringsketens worden vastgesteld waarmee niet-technische risico’s in verband met leveranciers met een hoog risico en afhankelijkheden in zeer kritieke sectoren en andere kritieke sectoren moeten worden aangepakt. Daarom moet op het niveau van de Unie een objectief, risicogebaseerd, toekomstbestendig en technologieneutraal kader worden geschept om belangrijke ICT-activa te identificeren en te voorzien in een reeks evenredige risicobeperkende maatregelen om de risico’s aan te pakken.

(133)Cyberbeveiligingsrisico’s, met inbegrip van risico’s in verband met de afhankelijkheid van leveranciers met een hoog risico, kunnen worden waargenomen in verschillende kritieke ICT-toeleveringsketens in de Unie, waaronder detectieapparatuur, verbonden en geautomatiseerde voertuigen, elektriciteitsvoorzieningssystemen en elektriciteitsopslag, waterleidingssystemen, drones en droneafweersystemen, clouddiensten, medische apparatuur, bewakingsapparatuur, ruimtediensten en halfgeleiders. Kwetsbaarheden in beveiligingsdetectieapparatuur kunnen bijvoorbeeld toegang verlenen tot ICT-systemen die kwaadwillige actoren in staat stellen scanners zodanig te manipuleren dat verboden voorwerpen via de beveiligingscontrolepost kunnen worden binnengebracht zonder te worden gedetecteerd, met mogelijk rampzalige gevolgen.

(134)Deze verordening moet de lidstaten niet beletten om bepalingen vast te stellen of te handhaven die een hoger cyberbeveiligingsniveau waarborgen wat de beveiliging van ICT-toeleveringsketens betreft, mits dergelijke bepalingen stroken met de in het Unierecht vastgelegde verplichtingen van de lidstaten. Dergelijke bepalingen kunnen bijvoorbeeld inhouden dat strengere risicobeperkende maatregelen worden opgelegd met betrekking tot belangrijke ICT-activa.

(135)Om potentiële cyberbeveiligingsrisico’s voor specifieke ICT-toeleveringsketens in kaart te brengen, kan de bij artikel 14 van Richtlijn (EU) 2022/2555 opgerichte samenwerkingsgroep (“NIS-samenwerkingsgroep”) specifieke ICT-toeleveringsketens beoordelen door middel van op Unieniveau gecoördineerde beveiligingsrisicobeoordelingen. Bij de op Unieniveau gecoördineerde beveiligingsrisicobeoordelingen moet onder meer worden gekeken naar de belangrijkste dreigingsactoren en de belangrijkste dreigingen en kwetsbaarheden die van invloed zijn op de belangrijke ICT-activa. Met de op Unieniveau gecoördineerde beveiligingsrisicobeoordelingen moeten een lijst van risicoscenario’s en een lijst van maatregelen ter beperking van de risico’s worden opgesteld. Op Unieniveau gecoördineerde beveiligingsrisicobeoordelingen moeten binnen zes maanden worden voltooid. In specifieke dringende gevallen moet het mogelijk zijn de termijnen te verkorten.

(136)In gevallen waarin de Commissie voldoende redenen heeft om aan te nemen dat er sprake is van een significante cyberdreiging voor de beveiliging van de Unie in verband met kritieke ICT-toeleveringsketens en een actie nodig kan zijn om de goede werking van de interne markt te vrijwaren, moet zij de lidstaten onverwijld raadplegen over de noodzaak van risicobeperkende maatregelen en een beveiligingsrisicobeoordeling uitvoeren en daarbij de raadpleging van de lidstaten in aanmerking nemen.

(137)Indien uit een door de NIS-samenwerkingsgroep of de Commissie uitgevoerde beveiligingsrisicobeoordeling blijkt dat een specifiek derde land ernstige en structurele niet-technische cyberbeveiligingsrisico’s voor ICT-toeleveringsketens met zich meebrengt, moet de Commissie de dreiging die dat land vormt, verifiëren. De Commissie kan een dergelijke verificatie ook initiëren op basis van andere bronnen, zoals een publieke verklaring namens de Unie of een lidstaat naar aanleiding van gevallen van onverantwoordelijke overheidsgedragingen in de cyberruimte die tot een cyberbeveiligingsincident hebben geleid. Om het dreigingsniveau te beoordelen, moet de Commissie rekening houden met elementen zoals het bestaan van wetten of praktijken in het derde land die entiteiten onder hun jurisdictie verplichten informatie over kwetsbaarheden in software of hardware te melden aan de autoriteiten van dat derde land voordat bekend is dat die kwetsbaarheden zijn uitgebuit. Een ander relevant element is het ontbreken van doeltreffende voorzieningen in rechte en onafhankelijke en democratische controlemechanismen die bezorgdheid over beveiliging kunnen wegnemen, onder meer over bestaande praktijken, de onderbouwde informatie over incidenten van dreigingsactoren die buiten het grondgebied van dat land actief zijn en kwaadwillige cyberactiviteiten of -campagnes uitvoeren, en het gebrek aan vermogen of bereidheid van het derde land om met de Commissie of de lidstaten samen te werken om het risico dat voortvloeit uit de activiteiten van dergelijke dreigingsactoren aan te pakken. De Commissie moet ook rekening houden met informatie die afkomstig is van op Unieniveau gecoördineerde beveiligingsrisicobeoordelingen of -verslagen van lidstaten of internationale organisaties zoals de NAVO.

(138)Voor de toepassing van deze verordening moet onder het begrip zeggenschap worden verstaan het vermogen om ofwel direct, ofwel indirect via een of meer intermediaire juridische entiteiten, beslissende invloed uit te oefenen op een juridische entiteit. De zeggenschap over entiteiten uit een derde land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging moet ook worden vastgesteld in situaties waarin een dergelijke entiteit in dat land uitvoerende bestuursstructuren heeft.

(139)De Unie mag geen projecten financieren waarbij leveranciers met een hoog risico zijn betrokken, aangezien dit de veiligheid van de Unie in gevaar zou brengen en de belangen en geloofwaardigheid van de Unie zou ondermijnen. Leveranciers met een hoog risico die uit hoofde van deze verordening zijn vastgesteld, mogen daarom niet het recht hebben om deel te nemen aan financieringsprogramma’s en -instrumenten van de Unie die in direct en indirect beheer worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 136 van Verordening (EU/Euratom) 2024/2509 en sectorspecifieke regels van de Unie, noch aan financieringsactiviteiten van de Unie die in gedeeld beheer worden uitgevoerd, onder meer in het kader van het volgende meerjarig financieel kader met betrekking tot de levering van ICT-componenten of componenten die ICT-componenten bevatten die in geïdentificeerde belangrijke ICT-activa moeten worden gebruikt. Uitvoerende partners van de Unie, zoals de Europese Investeringsbank Groep en nationale stimuleringsbanken en -instellingen, mogen geen projecten steunen die in strijd zijn met het bovenstaande, ook niet bij verrichtingen voor eigen risico.

(140)Overheidsopdrachten kunnen voor overheidsinstanties een krachtig instrument zijn om bij te dragen tot een meer innovatieve, duurzame en concurrerende economie en om overheidsgeld op strategische wijze te besteden. Overheidsopdrachten in verband met ICT-toeleveringsketens mogen niet worden gebruikt ten gunste van leveranciers die een bedreiging vormen voor de veiligheid van de kritieke infrastructuur van de Unie. Leveranciers met een hoog risico die uit hoofde van deze verordening zijn vastgesteld, mogen daarom niet het recht hebben deel te nemen aan overheidsopdrachten voor de levering van ICT-componenten of componenten die ICT-componenten bevatten die in geïdentificeerde belangrijke ICT-activa moeten worden gebruikt.

(141)Cyberbeveiligingscertificering speelt een rol bij het versterken van de algemene veiligheid en het bestrijden van cyberdreigingen en dient als benchmark voor vertrouwen. Dit vertrouwen zou kunnen worden uitgehold als attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden zouden worden afgegeven door leveranciers met een hoog risico, die daarom niet het recht mogen hebben een aanvraag in te dienen om gemachtigde aanbieders van individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden van de Unie te worden. In dezelfde geest is het ook passend om uit te sluiten dat leveranciers met een hoog risico cyberbeveiligingscertificering in het kader van het ECCF kunnen verkrijgen en geaccrediteerde conformiteitsbeoordelingsinstanties om dergelijke certificaten af te geven, kunnen worden.

(142)Cyberbeveiligingsnormen spelen een cruciale rol bij de beveiliging en betrouwbaarheid van digitale infrastructuur. Er moeten passende maatregelen worden genomen om te zorgen voor normalisatie op het gebied van cyberbeveiliging. De betrokkenheid van entiteiten die zijn gevestigd in of onder zeggenschap staan van landen waarvan overeenkomstig deze verordening is vastgesteld dat zij aanleiding geven tot bezorgdheid over cyberbeveiliging in de ICT-toeleveringsketen, kan ertoe leiden dat cyberbeveiligingsnormen zodanig worden beïnvloed dat hun beveiliging en betrouwbaarheid worden ondermijnd.

(143)Op basis van de resultaten van de beveiligingsrisicobeoordelingen kan de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen bepalen welke ICT-activa vanwege hun kritieke karakter als belangrijke ICT-activa moeten worden beschouwd en aan specifieke risicobeperkende maatregelen moeten worden onderworpen. Het loutere bestaan van de mogelijkheid van connectiviteit van het actief moet volstaan om het cyberbeveiligingsrisico ervan in aanmerking te nemen.

(144)Indien dit nodig is om een hoog niveau van cyberbeveiliging, cyberweerbaarheid en vertrouwen binnen de Unie te waarborgen, kunnen de risicobeperkende maatregelen worden toegepast op entiteiten met betrekking tot hun ICT-toeleveringsketen en met name op geïdentificeerde belangrijke ICT-activa. De voorgestelde risicobeperkende maatregelen moeten zijn gebaseerd op de beoordeling van potentiële risico’s en afhankelijkheden, met inbegrip van de potentiële economische en maatschappelijke gevolgen van dergelijke maatregelen voor de betrokken entiteiten die in zeer kritieke of andere kritieke sectoren actief zijn, en met name kmo’s. Bij de economische impact moet worden gekeken naar de kosten van de uitvoering van de risicobeperkende maatregelen, met inbegrip van de duur van de levenscyclus van de relevante componenten in de belangrijke ICT-activa indien de maatregelen betrekking hebben op de vervanging van leveranciers. De beschikbaarheid van alternatieve leveranciers op de markt moet ook worden beoordeeld om de continuïteit van de dienstverlening te waarborgen.

(145)Aangezien risicobeperkende maatregelen mogelijk een beperkend effect kunnen hebben op de internationale handel in goederen en diensten, moeten zij evenredig en gericht zijn op het nastreven van de legitieme doelstelling om de cyberbeveiliging van ICT-toeleveringsketens te waarborgen met betrekking tot entiteiten van het soort als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555, in overeenstemming met de internationale verplichtingen van de Unie.

(146)Het gebruik, de installatie of enige andere vorm van integratie van componenten die door leveranciers met een hoog risico bij de exploitatie van belangrijke ICT-activa worden geleverd, kan verband houden met risico’s van latere gegevensoverdrachten naar een derde land. Er kunnen met name risico’s ontstaan door een ontoereikend beschermingsniveau voor de gegevens in het derde land, bijvoorbeeld voor de bescherming van grondrechten, intellectuele eigendom of bedrijfsgeheimen, of onrechtmatige toegang tot en exploitatie van die gegevens voor mogelijke toekomstige verstoringen van de toeleveringsketen en spionagedoeleinden. Om dergelijke risico’s te beperken, kunnen beperkingen met betrekking tot de doorgifte van specifieke soorten gegevens aan derde landen worden toegepast.

(147)Belangrijke kwetsbaarheden vloeien voort uit een gebrek aan diversiteit in apparatuur die wordt gebruikt door entiteiten van het soort als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555. Afhankelijkheid van één enkele leverancier leidt tot afhankelijkheid van specifieke apparatuur of oplossingen. Een gebrek aan diversiteit van leveranciers vergroot de algemene kwetsbaarheid van kritieke infrastructuur, met name als entiteiten hun ICT-componenten die in gevoelige ICT-activa worden gebruikt, betrekken van een leverancier met een hoog risico. Afhankelijkheid heeft ook aanzienlijke gevolgen voor de nationale en Uniebrede weerbaarheid en creëert zwakke punten. Om dergelijke risico’s te beperken, kunnen vereisten worden toegepast om voor specifieke belangrijke ICT-activa meer dan één leverancier te hebben.

(148)Entiteiten van de Unie kunnen ook gebruikmaken van belangrijke activa zoals gedefinieerd in deze verordening. Daarom moeten de in deze verordening vastgestelde regels betreffende de beveiliging van ICT-toeleveringsketens ook op hen van toepassing zijn. Om ervoor te zorgen dat rekening wordt gehouden met het specifieke karakter van entiteiten van de Unie, is het belangrijk om bij de uitvoering van op Unieniveau gecoördineerde beveiligingsrisicobeoordelingen rekening te houden met niet-technische risico’s die voortvloeien uit ICT-toeleveringsketens met betrekking tot entiteiten van de Unie.

(149)In uitzonderlijke omstandigheden die een onmiddellijk optreden rechtvaardigen om de goede werking van de interne markt te vrijwaren, en wanneer er duidelijke aanwijzingen zijn die de Commissie voldoende redenen geven om aan te nemen dat het gebruik van ICT-componenten of componenten die ICT-componenten van een specifieke leverancier bevatten, een significante cyberdreiging vormt voor de economische of maatschappelijke activiteiten van ten minste drie lidstaten, kan de Commissie, in nauw overleg met de lidstaten, voorstellen het gebruik, de installatie of de integratie van dergelijke componenten van deze leverancier per soort entiteit als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 te verbieden.

(150)Om de evenredigheid van de toegepaste maatregelen te waarborgen, kunnen entiteiten die zijn gevestigd in een derde land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging en die overeenkomstig deze verordening zijn aangewezen, of onder zeggenschap staan van dat derde land, van een in dat derde land gevestigde entiteit of van een onderdaan van dat derde land, verzoeken om te worden vrijgesteld van het verbod om aan entiteiten van een soort als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 ICT-componenten of componenten die ICT-componenten bevatten te verstrekken voor gebruik, installatie of integratie in belangrijke ICT-activa van die entiteit en deel te nemen aan openbare aanbestedingsprocedures die zijn georganiseerd overeenkomstig de wetgeving tot omzetting van de Richtlijnen 2014/24/EU 67 en 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad 68 met betrekking tot de levering van ICT-componenten of componenten die ICT-componenten bevatten die in geïdentificeerde belangrijke ICT-activa moeten worden gebruikt.  Daartoe moet de entiteit met duidelijk bewijs aantonen dat zij doeltreffende maatregelen toepast om de niet-technische risico’s aan te pakken en ervoor te zorgen dat er geen sprake is van mogelijke ongepaste inmenging door een derde land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging.

(151)Elektronischecommunicatienetwerken dienen als ruggengraat voor een brede waaier aan diensten die essentieel zijn voor de goede werking van de interne markt en de instandhouding en werking van vitale maatschappelijke en economische functies, zoals energie, vervoer, het bankwezen, de gezondheidszorg, defensie, evenals industriële besturingssystemen. Daarom zijn die zeer kritieke netwerken aantrekkelijke doelwitten voor alle soorten cyberaanvallen en hybride dreigingen, voor verstoringen, spionage, het verzamelen van inlichtingen, en voor fraude en financiële criminaliteit. Bij de risicobeoordeling van de NIS-samenwerkingsgroep inzake de cyberbeveiliging en weerbaarheid van de communicatie-infrastructuur en -netwerken van Europa is een aantal risico’s en dreigingen vastgesteld die vanuit het oogpunt van de Unie van strategisch belang zijn, zoals wiper-/ransomware, aanvallen, aanvallen op toeleveringsketens, indringing in netwerken en DDoS-aanvallen (Distributed Denial of Service).

(152)Gezien de onderlinge samenhang en onderlinge afhankelijkheid tussen de verschillende nationale elektronischecommunicatienetwerken is het noodzakelijk dat alle lidstaten passende maatregelen nemen om de veiligheid van hun netwerken te waarborgen. Om dezelfde redenen is er behoefte aan een doeltreffend rechtskader op het niveau van de Unie waarmee ook niet-technische risico’s worden aangepakt en de veiligheid van onderling verbonden elektronischecommunicatienetwerken op een alomvattende manier wordt gewaarborgd.

(153)Met name de cyberbeveiliging van 5G-netwerken is van strategisch belang voor de Unie, aangezien die netwerken de ruggengraat vormen voor een breed scala aan diensten die van essentieel belang zijn voor de werking van de interne markt en ook van cruciaal belang zijn voor het opbouwen van onze defensiegereedheid, onder meer met betrekking tot militaire mobiliteit. 5G-netwerken kunnen betrouwbare ultrasnelle connectiviteit bieden, bijvoorbeeld voor het delen van gegevens en informatie, de detectie van drones en de realtime-coördinatie van oorlogsvoering.

(154)De uitrol van 5G bestaat voornamelijk uit niet-autonome netwerken, waarbij alleen het radiotoegangsnetwerk wordt geüpgraded naar 5G-technologie, terwijl de rest van het netwerk nog steeds afhankelijk is van een bestaand 4G-kernnetwerk. Met niet-autonome 5G-netwerken wordt voornamelijk voortgebouwd op reeds bestaande infrastructuur, wat betekent dat de beveiliging van toekomstige 5G-netwerken tot op zekere hoogte wordt bepaald door reeds bestaande netwerkapparatuur en de configuratie van dergelijke apparatuur. Daarom moeten risicobeperkende maatregelen ook betrekking hebben op 4G-netwerken waarvan de uitrol van 5G afhankelijk is.

(155)Om belangrijke beveiligingsuitdagingen in 5G-netwerken aan te pakken, hebben de lidstaten in de NIS-samenwerkingsgroep samen met de Commissie en Enisa een op Unieniveau gecoördineerde beveiligingsrisicobeoordeling van 5G-netwerken uitgevoerd, waarbij zowel technische als niet-technische risico’s zijn onderzocht. Bij deze beoordeling werden verschillende risico’s vastgesteld, waaronder mogelijke inmenging door derde landen of actoren uit derde landen via de toeleveringsketen, en werden activa ingedeeld op basis van hun kritieke karakter. Deze beoordeling moet als uitgangspunt dienen voor de vaststelling van de belangrijke ICT-activa voor 5G-communicatienetwerken.

(156)Om de risico’s te beperken die zijn vastgesteld in de op Unieniveau gecoördineerde beveiligingsrisicobeoordeling van 5G-netwerken, heeft de NIS-samenwerkingsgroep het EU-instrumentarium voor 5G-cyberbeveiliging vastgesteld, met strategische en technische maatregelen. Hoewel een meerderheid van de lidstaten beschikt over rechtskaders die beperkingen of uitsluitingen van leveranciers met een hoog risico toestaan, zoals aanbevolen in het 5G-instrumentarium, zijn die kaders niet op uniforme wijze uitgevoerd. Dit leidt ertoe dat een groot aantal 5G-locaties in de hele Unie wordt bevoorraad door leveranciers met een hoog risico, zoals vermeld in de mededeling van de Commissie over de uitvoering van het 5G-instrumentarium 69 . Deze situatie leidt tot kwetsbaarheden, waaronder strategische afhankelijkheid en potentiële blootstelling aan inmenging van derde landen, die ook gevolgen kunnen hebben voor toekomstige 6G-infrastructuur die op bestaande 5G-netwerken wordt gebouwd. De versnipperde uitvoering van de aanbevolen maatregelen van het 5G-instrumentarium, met name met betrekking tot de reikwijdte van de beperkingen voor leveranciers met een hoog risico, heeft geleid tot verschillen tussen de lidstaten, wat resulteert in een ongelijk speelveld dat de interne markt verdeelt en de algemene netwerkbeveiliging verzwakt. De Europese Rekenkamer heeft deze verschillen benadrukt en gewaarschuwd dat het ontbreken van een gecoördineerde aanpak de werking van de interne markt ondermijnt. Aanhoudende afhankelijkheid van leveranciers met een hoog risico brengt ernstige risico’s met zich mee voor de beveiliging van kritieke infrastructuur in de Unie en kan het vertrouwen in de interne markt uithollen, aangezien inconsistente beveiligingsniveaus consumenten en bedrijven ervan kunnen weerhouden om in de hele Unie gebruik te maken van op 5G gebaseerde producten en diensten. Daarom is het van essentieel belang om op Unieniveau maatregelen te hebben om een geharmoniseerde aanpak van de beveiliging van 5G-netwerken te waarborgen.

(157)Met het oog op het vaststellen van een uitfaseringsperiode voor de belangrijke ICT-activa van vaste en satellietnetwerken voor elektronische communicatie moet de Commissie een beoordeling uitvoeren waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met de mate van beveiligingsrisico’s in verband met elke specifiek belangrijk ICT-activum van de vaste en satellietnetwerken, de levensduur van relevante componenten en de economische gevolgen die de verwijdering van die componenten zou hebben voor de betrokken exploitanten. Op basis van de resultaten van die beoordeling kan de Commissie overwegen verschillende uitfaseringsperioden vast te stellen voor de specifieke belangrijke ICT-activa en de integrale elementen daarvan.

(158)Met het oog op een doeltreffend toezicht op en een doeltreffende handhaving van de verplichtingen met betrekking tot de aanbieders van mobiele, vaste en satellietnetwerken voor elektronische communicatie moeten de relevante bevoegde autoriteiten uit hoofde van deze verordening zorgen voor nauwe samenwerking met de bevoegde autoriteiten uit hoofde van het [voorstel voor de wet inzake digitale netwerken]. Op verzoek van een krachtens deze verordening aangewezen bevoegde instantie moeten de nationale regelgevende instanties of andere voor radiospectrum bevoegde instanties, in voorkomend geval, de in artikel 9 en artikel 20 [voorstel voor de wet inzake digitale netwerken] bedoelde rechten intrekken indien de aanbieder van openbare elektronischecommunicatienetwerken de verplichtingen uit hoofde van deze verordening niet nakomt, ook indien de aanbieder ICT-componenten of componenten die ICT-componenten van leveranciers met een hoog risico omvatten, niet binnen de overeenkomstig deze verordening vastgestelde termijn uitfaseert bij de exploitatie van belangrijke ICT-activa.

(159)Gezien de verschillen in nationale governancestructuren moeten de lidstaten een of meer bevoegde autoriteiten aanwijzen of oprichten die verantwoordelijk zijn voor de toezichts- en handhavingsmaatregelen uit hoofde van deze verordening.

(160)De bevoegde autoriteiten moeten entiteiten van het soort als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 ondersteunen bij de naleving van hun verplichtingen uit hoofde van deze verordening. Daartoe moet de Commissie beoordelen of leveranciers waarop specifieke verbodsbepalingen van toepassing kunnen zijn, gevestigd zijn in een derde land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging of onder zeggenschap staan van een dergelijk derde land, van een in dat derde land gevestigde entiteit of van een onderdaan van dat derde land. De bevoegde autoriteiten moeten nauw samenwerken met de Commissie en andere bevoegde autoriteiten binnen het bij deze verordening opgerichte netwerk. Op basis van de beoordeling door de Commissie moeten de bevoegde autoriteiten relevante informatie over leveranciers met een hoog risico delen met relevante entiteiten van het soort als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555. Van entiteiten wordt niet verwacht dat zij nagaan of een leverancier onder buitenlandse zeggenschap staat, maar zij kunnen volledig vertrouwen op informatie die zij van bevoegde autoriteiten ontvangen. De bevoegde autoriteiten moeten ervoor zorgen dat deze entiteiten geen onnodige administratieve lasten worden opgelegd.

(161)Om een doeltreffende naleving te waarborgen, moet deze verordening voorzien in toezichts- en handhavingsmaatregelen waarmee de bevoegde autoriteiten toezicht kunnen houden op entiteiten van het soort als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555. Wanneer de bevoegde autoriteiten hun toezichts- en handhavingstaken met betrekking tot die entiteiten uitvoeren, mogen zij niet verder gaan dan wat noodzakelijk is en moeten zij in verhouding staan tot de vastgestelde risico’s.

(162)Om de handhaving in de hele Unie doeltreffend en consistent te maken, moet worden voorzien in handhavingsbevoegdheden die de bevoegde autoriteiten kunnen uitoefenen in geval van schending van de in deze verordening vastgestelde verplichtingen. Bij de uitoefening van die handhavingsbevoegdheden moeten de bevoegde autoriteiten terdege rekening houden met een aantal factoren, waaronder de aard, de ernst en de duur van de inbreuk, de veroorzaakte materiële of immateriële schade, het opzettelijke of nalatige karakter van de inbreuk, de maatregelen die zijn genomen om de materiële of immateriële schade te voorkomen of te beperken, de mate van verantwoordelijkheid of eventuele relevante eerdere inbreuken, de mate van samenwerking met de bevoegde autoriteit en elke andere verzwarende of verzachtende omstandigheid. De handhavingsmaatregelen, met inbegrip van sancties, moeten evenredig zijn en het opleggen ervan moet onderworpen worden aan passende procedurele waarborgen overeenkomstig de algemene beginselen van het Unierecht en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met inbegrip van het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht, het vermoeden van onschuld en de rechten van verweer.

(163)Het is belangrijk dat ook wordt voorzien in de bevoegdheid om dwangsommen op te leggen om een entiteit van het soort als bedoeld in bijlage I of II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 te dwingen een inbreuk op deze verordening te staken in overeenstemming met een voorafgaand besluit van de bevoegde autoriteit.

(164) Met het oog op een doeltreffende handhaving van de in deze verordening vastgestelde verplichtingen moet elke bevoegde autoriteit de bevoegdheid hebben om sancties op te leggen of om te verzoeken om het opleggen ervan.

(165)Voor het opleggen van sancties aan een entiteit van het soort als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 die een onderneming is, moet een onderneming worden opgevat als een onderneming in de zin van de artikelen 101 en 102 VWEU. Wanneer een boete wordt opgelegd aan een persoon die geen onderneming is, moet de bevoegde autoriteit bij het bepalen van het passende bedrag van de sanctie rekening houden met het algemene inkomensniveau in de lidstaat en met de economische situatie van de persoon. Het is aan de lidstaten om te bepalen of en in welke mate overheidsinstanties aan sancties moeten worden onderworpen. Het opleggen van een sanctie mag geen afbreuk doen aan de toepassing van andere bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten.

(166)Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot de vaststelling van uitvoeringshandelingen tot vaststelling van gedetailleerde regels met betrekking tot door Enisa in rekening gebrachte vergoedingen, uitvoeringshandelingen tot vaststelling van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling voor ICT-producten, ICT-diensten, ICT-processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten, uitvoeringshandelingen tot vaststelling van gemeenschappelijke beginselen en referentiebepalingen die bedoeld zijn om te voorzien in elementen in alle Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen, uitvoeringshandelingen tot nadere bepaling van procedures voor voorafgaande goedkeuring of modellen van algemene delegatie, uitvoeringshandelingen tot erkenning van cyberbeveiligingscertificaten van een derde land of internationale organisatie als gelijkwaardig aan Europese cyberbeveiligingscertificaten, uitvoeringshandelingen tot vaststelling van een plan voor collegiale toetsing, uitvoeringshandelingen tot vaststelling van de procedures, onder meer inzake grensoverschrijdende samenwerking, voor de machtiging van de conformiteitsbeoordelingsinstanties, uitvoeringshandelingen tot vaststelling van de omstandigheden, vormen en procedures voor aanmeldingen van conformiteitsbeoordelingsinstanties, uitvoeringshandelingen tot aanwijzing van een derde land als een land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging voor ICT-toeleveringsketens, uitvoeringshandelingen tot identificatie van belangrijke ICT-activa die worden gebruikt voor de vervaardiging van producten of de verlening van diensten door entiteiten van het soort als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555, uitvoeringshandelingen tot vaststelling dat entiteiten die actief zijn in zeer kritieke sectoren en andere kritieke sectoren onderworpen zijn aan specifieke risicobeperkende maatregelen en tot nadere bepaling van de termijnen voor de uitfasering van ICT-componenten of componenten die ICT-componenten bevatten die worden geleverd door leveranciers met een hoog risico, uitvoeringshandelingen tot nadere bepaling van de voorwaarden voor de vrijstelling voor entiteiten die zijn gevestigd in of onder zeggenschap staan van entiteiten uit een derde land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging, alsook de vaststelling van uitvoeringshandelingen met gedetailleerde regels met betrekking tot door de Commissie in rekening gebrachte vergoedingen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad, en de onderzoeksprocedure moet worden gebruikt. Om te zorgen voor uniforme voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening moeten aan de Commissie ook uitvoeringsbevoegdheden worden verleend met betrekking tot de vaststelling van een lijst van leveranciers met een hoog risico die relevant zijn voor bepaalde maatregelen waarin deze verordening voorziet.

(167)Het is noodzakelijk dat de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen de meest recente technologische ontwikkelingen, nieuwe gerelateerde dreigingen en de vaststelling van nieuwe wetgeving van de Unie weerspiegelen waarin het aantonen van de naleving en het vermoeden van conformiteit door middel van Europese cyberbeveiligingscertificering met de relevante cyberbeveiligingsvoorschriften van die wetgeving worden vastgesteld. Daarom moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen om beveiligingsdoelstellingen van de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen toe te voegen of te wijzigen. Evenzo moet, in het belang van een kader voor betrouwbare ICT-toeleveringsketens, aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen om bijlage II bij deze verordening te wijzigen teneinde deze aan te passen aan technologische ontwikkelingen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen moeten het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip ontvangen als de deskundigen van de lidstaten, en moeten hun deskundigen systematisch toegang hebben tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(168)De werking van Enisa moet aan een regelmatige en onafhankelijke evaluatie worden onderworpen. Die evaluatie moet betrekking hebben op de verwezenlijking van de doelstellingen van Enisa en de relevantie van zijn taken, met name zijn taken met betrekking tot de operationele samenwerking op Unieniveau. In het geval van een evaluatie moet de Commissie evalueren hoe de rol van Enisa als referentiepunt voor advies en expertise kan worden versterkt.

(169)Uitvoeringsverordening (EU) 2024/482 van de Commissie bevat regels voor de vaststelling van de Europese op gemeenschappelijke criteria gebaseerde cyberbeveiligingscertificeringsregeling (EUCC). De EUCC is de eerste en enige Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling die is vastgesteld op grond van Verordening (EU) 2019/881. De regeling heeft betrekking op de certificering van ICT-producten, met inbegrip van producten die behoren tot de technische domeinen “smartcards en soortgelijke componenten” en “hardwarecomponenten met beveiligingsboxen”, en beveiligingsprofielen (als ICT-processen). Daarom moet ervoor worden gezorgd dat de certificeringsactiviteiten en de activiteiten van het Agentschap worden voortgezet.

(170)Overeenkomstig artikel 42, lid 2, van Verordening (EU) 2018/1725 70 zijn de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en het Europees Comité voor gegevensbescherming geraadpleegd, en op [datum] hebben zij een gezamenlijk advies uitgebracht.

(171)Verordening (EU) 2019/881 moet worden ingetrokken.

(172)Daar de doelstellingen van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang of de gevolgen van het optreden beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

TITEL I 
ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied

1.Bij deze verordening worden vastgesteld:

a)de opdracht, doelstellingen, taken en organisatorische aangelegenheden in verband met het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa);

b)een kader voor de vaststelling van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen teneinde een toereikend cyberbeveiligingsniveau van ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten in de Unie te waarborgen, alsmede om versnippering van de interne markt wat betreft cyberbeveiligingscertificeringsregelingen in de Unie te vermijden; en

c)een kader voor betrouwbare ICT-toeleveringsketens.

2.Het in lid 1, punt b), bedoelde kader is van toepassing onverminderd specifieke bepalingen inzake vrijwillige of verplichte certificering in andere rechtshandelingen van de Unie.

3.Het in lid 1, punt c), bedoelde kader is van toepassing op publieke of private entiteiten van een soort als bedoeld in bijlage I of II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 die hun diensten verlenen of hun activiteiten verrichten binnen de Unie.

4.Deze verordening doet geen afbreuk aan de essentiële staatsfuncties van de lidstaten, waaronder het waarborgen van de territoriale integriteit van de staat, de handhaving van de openbare orde en de bescherming van de nationale veiligheid. Met name de nationale veiligheid blijft uitsluitend de verantwoordelijkheid van elke lidstaat.

Artikel 2
Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)“cyberbeveiliging”: de activiteiten die nodig zijn om netwerk- en informatiesystemen, de gebruikers van dergelijke systemen, en andere personen die getroffen worden door cyberdreigingen, te beschermen;

2)“entiteiten van de Unie”: entiteiten van de Unie zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 1, van Verordening (EU, Euratom) 2023/2841;

3)“gemachtigde aanbieder van attesteringen”: een publieke of particuliere entiteit waarvoor Enisa een besluit heeft vastgesteld waarbij die entiteit wordt gemachtigd Europese individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden toe te kennen zoals vastgelegd in een regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden;

4)“Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden”: een register, in digitale of fysieke vorm, waaruit blijkt dat een persoon de taken kent, begrijpt en kan uitvoeren die verband houden met een rolprofiel of een subset van een rolprofiel van het Europees kader voor cyberbeveiligingsvaardigheden (ECSF), naar aanleiding van een beoordeling zoals vastgesteld in een regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden;

5)“regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden”: een uitgebreide reeks voorschriften, vereisten, normen en procedures die door Enisa zijn vastgesteld en verband houden met een rolprofiel van het ECSF of een subset daarvan, en die van toepassing zijn op en worden toegepast door gemachtigde aanbieders van attesteringen;

6)“netwerk- en informatiesysteem”: een netwerk- en informatiesysteem zoals gedefinieerd in artikel 6, punt 1, van Richtlijn (EU) 2022/2555;

7)“nationale cyberbeveiligingsstrategie”: een nationale cyberbeveiligingsstrategie zoals gedefinieerd in artikel 6, punt 4, van Richtlijn (EU) 2022/2555;

8)“incident”: een incident zoals gedefinieerd in artikel 6, punt 6, van Richtlijn (EU) 2022/2555;

9)“grootschalig cyberbeveiligingsincident”: een grootschalig cyberbeveiligingsincident zoals gedefinieerd in artikel 6, punt 7, van Richtlijn (EU) 2022/2555;

10)“incidentenbehandeling”: incidentenbehandeling zoals gedefinieerd in artikel 6, punt 8, van Richtlijn (EU) 2022/2555;

11)“cyberdreiging”: elke potentiële omstandigheid, gebeurtenis of actie die netwerk- en informatiesystemen, de gebruikers van dergelijke systemen en andere personen kan schaden, verstoren of op andere wijze negatief kan beïnvloeden;

12)“Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling”: een uitvoerige reeks voorschriften, technische vereisten, normen en procedures die op Unieniveau zijn vastgesteld en die van toepassing zijn op de certificering of conformiteitsbeoordeling van specifieke ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten;

13)“nationale cyberbeveiligingscertificeringsregeling”: een uitvoerige reeks voorschriften, technische vereisten, normen en procedures die door een nationale overheidsinstantie zijn ontwikkeld en vastgesteld en die van toepassing zijn op de certificering of conformiteitsbeoordeling van ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten die binnen het toepassingsgebied van de specifieke regeling vallen;

14)“Europees cyberbeveiligingscertificaat”: een door een bevoegde instantie afgegeven document waarin wordt bevestigd dat is geëvalueerd of een bepaald ICT-product, een bepaalde ICT-dienst, een bepaald ICT-proces of een beheerde beveiligingsdienst of de cyberbeveiligingspositie van een entiteit voldoet aan de specifieke, in een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling vastgestelde beveiligingsvoorschriften;

15)“EU-conformiteitsverklaring”: een door een fabrikant of aanbieder van ICT-producten, -diensten of -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de entiteit waarvan de cyberbeveiligingspositie aan certificering is onderworpen, afgegeven document waarin wordt verklaard dat door middel van conformiteitszelfbeoordeling is aangetoond dat aan de in de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling vastgestelde vereisten voor het zekerheidsniveau “basis” is voldaan;

16)“ICT-product”: een element of groep elementen van een netwerk- of informatiesysteem;

17)“ICT-dienst”: een dienst die volledig of hoofdzakelijk bestaat in de verzending, opslag, opvraging of verwerking van gegevens door middel van netwerk- en informatiesystemen;

18)“ICT-proces”: een reeks activiteiten die wordt uitgevoerd om een ICT-product of ICT-dienst te ontwerpen, ontwikkelen, leveren of onderhouden;

19)“beheerde beveiligingsdienst”: een aan een derde verleende dienst die bestaat uit het uitvoeren van of het verlenen van bijstand voor activiteiten die verband houden met de beheersing van cyberbeveiligingsrisico’s, zoals incidentenbehandeling, penetratietesten, beveiligingsaudits en adviesdiensten, met inbegrip van deskundig advies in verband met technische ondersteuning;

20)“accreditatie”: accreditatie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 10, van Verordening (EG) nr. 765/2008;

21)“nationale accreditatie-instantie”: een nationale accreditatie-instantie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 11, van Verordening (EG) nr. 765/2008;

22)“conformiteitsbeoordeling”: een conformiteitsbeoordeling zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 12, van Verordening (EG) nr. 765/2008;

23)“conformiteitsbeoordelingsinstantie”: een conformiteitsbeoordelingsinstantie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 13, van Verordening (EG) nr. 765/2008;

24)“norm”: een norm zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad 71 ;

25)“technische specificatie”: een technische specificatie zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 4, van Verordening (EU) nr. 1025/2012;

26)“geharmoniseerde norm”: een geharmoniseerde norm zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, c), van Verordening (EU) nr. 1025/2012;

27)“zekerheidsniveau”: een basis voor vertrouwen dat een ICT-product, -dienst of -proces, een beheerde beveiligingsdienst of de cyberbeveiligingspositie van een entiteit aan de beveiligingsvoorschriften van een specifieke Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling voldoet, en die aangeeft op welk niveau het betrokken ICT-product, de betrokken ICT-dienst, het betrokken ICT-proces, de betrokken beheerde beveiligingsdienst of de betrokken cyberbeveiligingspositie van een entiteit is geëvalueerd maar als zodanig geen maatstaf is voor de beveiliging van het betrokken ICT-product, de betrokken ICT-dienst, het betrokken ICT-proces, de betrokken beheerde beveiligingsdienst of de betrokken cyberbeveiligingspositie van een entiteit;

28)“conformiteitszelfbeoordeling”: een maatregel die wordt uitgevoerd door een fabrikant of aanbieder van ICT-producten, -diensten of -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de entiteit waarvan de cyberbeveiligingspositie aan certificering is onderworpen, en die evalueert of die ICT-producten, -diensten of -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten voldoen aan de in een specifieke Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling opgenomen voorschriften;

29)“cyberbeveiligingspositie van entiteiten”: het cyberbeveiligingsniveau van entiteiten met betrekking tot de specifieke beveiligingsvoorschriften;

30)“model van voorafgaande goedkeuring”: een model waarbij een conformiteitsbeoordelingsinstantie een Europees cyberbeveiligingscertificaat kan afgeven op basis van de beoordeling door een nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit tegen de achtergrond van een specifiek certificeringsproces in het kader van een relevante regeling;

31)“model van algemene delegatie”: een model waarbij een conformiteitsbeoordelingsinstantie een Europees cyberbeveiligingscertificaat kan afgeven op basis van een delegatie van certificeringsactiviteiten door een nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit;

32)“computer security incident response team” of “CSIRT”: een CSIRT zoals aangewezen of opgericht overeenkomstig artikel 10 van Richtlijn (EU) 2022/2555;

33)“ICT-componenten”: ICT-producten, -diensten of -processen die kunnen worden gebruikt bij de exploitatie van ICT-activa;

34)“ICT-activa”: software- of hardware-activa in de netwerk- en informatiesystemen die worden gebruikt door een entiteit van het soort als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555;

35)“belangrijke ICT-activa”: ICT-activa die overeenkomstig artikel 102 als zodanig zijn geïdentificeerd;

36)“elektronischecommunicatienetwerk”: een elektronischecommunicatienetwerk zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Verordening (EU) XX/XXXX [voorstel voor de wetgeving inzake digitale netwerken];

37)“zeggenschap”: het vermogen om ofwel direct, ofwel indirect via een of meer intermediaire juridische entiteiten, beslissende invloed uit te oefenen op een juridische entiteit;

38)“vestiging”: de daadwerkelijke uitoefening van activiteiten door middel van stabiele regelingen in het land waar de entiteit haar hoofdbestuur of haar hoofdvestiging heeft;

39)“leverancier met een hoog risico”:

a)een entiteit die is gevestigd in een overeenkomstig artikel 100 aangewezen derde land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging, of die onder zeggenschap staat van een dergelijk derde land, van een in dat derde land gevestigde entiteit of van een onderdaan van dat derde land; of

b)een overeenkomstig artikel 103, lid 7, aangewezen entiteit en entiteiten die onder zeggenschap van die entiteit staan;

40)“ICT-toeleveringsketen”: een verzameling van ICT-diensten, -producten en -processen die activiteiten en actoren omvat die zijn betrokken in alle stadia voorafgaand aan het op de markt aanbieden van een product of een dienst;

41)“derde land”: een derde land in de zin van artikel 3, punt 4, van Verordening (EU) 2023/2675 van het Europees Parlement en de Raad 72 ;

42)“niet-technisch risico”: de waarschijnlijkheid dat de leverancier onderworpen is aan invloed van een derde land die verlies of verstoring van de verleende dienst kan veroorzaken, het door een entiteit vervaardigde product in gevaar kan brengen of tot exfiltratie van gegevens kan leiden, onder meer met het oog op spionage of het genereren van inkomsten;

43)“significant niet-technisch cyberbeveiligingsrisico”: een niet-technisch cyberbeveiligingsrisico waarvan kan worden aangenomen dat het zeer waarschijnlijk is dat het een incident veroorzaakt dat ernstige negatieve gevolgen kan hebben, onder meer door aanzienlijke materiële of immateriële verliezen of verstoringen te veroorzaken;

44)“kernnetwerkfuncties van mobiele elektronischecommunicatienetwerken”: het centrale architectonische element van de mobiele elektronischecommunicatienetwerken dat grote netwerkknooppunten met het internet verbindt en essentiële systeemfuncties beheert, waaronder de authenticatie van gebruikersapparatuur, legale-interceptiefuncties, security gateways (SeGW) aan de rand van het netwerk, signaleringsbeveiligingsfuncties, roaming- en sessiebeheer, transport van gegevens van gebruikers en controleplannen, toegangsbeleidbeheer, registratie en machtiging van netwerkdiensten, opslag van gegevens van eindgebruikers en netwerken, kritieke netwerkdiensten waaronder domeinnaamsysteem (DNS), interconnectie met mobiele netwerken van derden, blootstelling van kernnetwerkfuncties aan externe toepassingen, en de selectie en het beheer van netwerkslices;

45)“netwerkfunctievirtualisatie (NFV) en beheer en netwerkorkestratie (MANO) van mobiele elektronischecommunicatienetwerken”: de software en het architectonische kader voor het levenscyclusbeheer, de orkestratie en de automatisering van gevirtualiseerde netwerkfuncties (VNF’s), cloud-native netwerkfuncties (CNF’s) en de selectie en het beheer van netwerkslices binnen mobiele elektronischecommunicatienetwerken;

46)“radiotoegangsnetwerk (RAN) van mobiele elektronischecommunicatienetwerken”: het netwerk dat de mobiele gebruikersapparatuur verbindt met het kernnetwerk, met inbegrip van basisstations (eNodeB voor 4G, gNodeB voor 5G), radiozendontvangers op afstand (RRH) en basisbandeenheden (BBU), actieve antennesystemen (AAS) en, in voorkomend geval, uitgesplitste RAN-componenten zoals gecentraliseerde eenheden (CU) en gedistribueerde eenheden (DU), en de intelligente RAN-besturingseenheid (RIC);

47)“kernnetwerkfuncties van vaste elektronischecommunicatienetwerken”: de kernintelligentie van het netwerk, die de belangrijkste knooppunten met elkaar verbindt en een reeks essentiële functies verwerkt, waaronder gebruikersauthenticatie en -autorisatie (AAA), legale-interceptiefuncties (LI), domeinnaamsysteem (DNS) en diensten voor de toewijzing van IP-adressen (DHCP), toegangsbeleidbeheer, opslag van gegevens van eindgebruikers en netwerken, IP-schakeling en -routering, en internationale internetgateways (IIG);

48)“netwerkbeheersysteem van vaste elektronischecommunicatienetwerken”: alle gecentraliseerde platforms en softwarecomponenten die nodig zijn voor de exploitatie, het beheer, het onderhoud en de levering van het netwerk en de monitoring van netwerkgerelateerde informatie;

49)“transport- en transmissiefuncties van vaste elektronischecommunicatienetwerken”: alle componenten die nodig zijn voor de backhaul en aggregatie van het verkeer over het netwerk, met inbegrip van optische transportapparatuur, microgolfverbindingen en onderzeese kabelsystemen die zowel de onderwaterapparatuur als de eindapparatuur van onderzeese lijnen (SLTE) en de fysieke kopstationfaciliteiten omvatten;

50)“toegangsnetwerk van vaste elektronischecommunicatienetwerken”: het netwerk dat de gebouwen van de eindgebruiker verbindt met het aggregatie- of kernnetwerk, met inbegrip van de optische lijnterminal (OLT) en de optische netwerkterminal (ONT) voor glasvezelnetwerken; coaxiale kabelmodemaansluitingssystemen (CMTS) en kabelmodems voor coaxiale kabelnetwerken, en vaste componenten voor draadloze toegang indien gebruikt als substituut voor een vaste lijn.

TITEL II 
HET AGENTSCHAP VAN DE EUROPESE UNIE VOOR CYBERBEVEILIGING

Hoofdstuk I 
Opdracht en doelstellingen

Artikel 3
Opdracht van Enisa

1.De opdracht van Enisa bestaat erin de lidstaten en entiteiten van de Unie te ondersteunen bij het bereiken van een hoog niveau van cyberbeveiliging, cyberweerbaarheid en vertrouwen binnen de Unie.

2.Enisa fungeert voor de lidstaten en voor andere belanghebbenden van de Unie als referentiepunt voor advies en expertise op het gebied van cyberbeveiliging.

3.Door de taken uit te voeren die het krachtens deze verordening krijgt toegewezen, draagt Enisa bij tot het verminderen van de versnippering van de interne markt.

4.Enisa voert de taken uit die hem bij rechtshandelingen van de Unie zijn toegewezen.

5.Enisa ontwikkelt zijn eigen capaciteiten, met inbegrip van technische en menselijke capaciteiten en vaardigheden, om de uit hoofde van deze verordening toegewezen taken uit te voeren.

Artikel 4
Doelstellingen van Enisa

1.Enisa is een expertisecentrum voor cyberbeveiliging door zijn onafhankelijkheid, de wetenschappelijke en technische kwaliteit van zijn advies, bijdragen en bijstand, de informatie die het verstrekt, de transparantie van zijn werkwijzen en -methoden, en zijn toewijding bij de uitvoering van zijn taken.

2.Enisa staat de lidstaten en, in voorkomend geval, de entiteiten van de Unie bij bij de uitvoering van horizontale en sectorale beleidsmaatregelen en wetgeving van de Unie op het gebied van cyberbeveiliging, met inbegrip van markttoezichtactiviteiten.

3.Enisa stelt zijn expertise ter beschikking aan en staat de Commissie bij in de ontwikkeling van beleid en wetgeving van de Unie op het gebied van cyberbeveiliging.

4.Enisa ondersteunt de capaciteitsopbouw en paraatheid in de hele Unie door de lidstaten, entiteiten van de Unie, via de cyberbeveiligingsdienst voor de instellingen, organen en instanties van de Unie (CERT-EU) als bedoeld in hoofdstuk IV van Verordening (EU, Euratom) 2023/2841, en publieke en particuliere belanghebbenden bij te staan om de bescherming van hun netwerk- en informatiesystemen te verbeteren en de cyberweerbaarheid en responscapaciteit te ontwikkelen en te verbeteren.

5.Enisa draagt bij tot de uitvoering van de academie voor cyberbeveiligingsvaardigheden en de groei van het personeelsbestand op het gebied van cyberbeveiliging in de Unie door inspanningen te ondersteunen om de overdraagbaarheid van vaardigheden in de hele Unie te ontwikkelen, onder meer door de instandhouding en het gebruik van het ECSF en de ontwikkeling, de instandhouding en het gebruik van regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden overeenkomstig hoofdstuk II, afdeling 4, van deze titel, en door te zorgen voor het aanbieden van opleiding overeenkomstig artikel 6, lid 8.

6.Enisa bevordert de samenwerking, met inbegrip van informatie-uitwisseling, en coördinatie op Unieniveau tussen de lidstaten, de entiteiten van de Unie overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2023/2841, en betrokken particuliere en publieke belanghebbenden inzake aangelegenheden op het gebied van cyberbeveiliging.

7.Enisa draagt bij tot het versterken van de cyberbeveiligingscapaciteiten op Unieniveau ter ondersteuning van de maatregelen van de lidstaten om cyberdreigingen te voorkomen en daarop te reageren.

8.Enisa ondersteunt de operationele samenwerking op het niveau van de Unie, onder meer door bij te dragen tot een gedeeld situationeel bewustzijn van het landschap van cyberdreigingen en -incidenten tussen de lidstaten en, in samenwerking met CERT-EU, tussen entiteiten van de Unie.

9.Enisa werkt nauw samen met Europol, CSIRT’s en andere relevante nationale autoriteiten om de paraatheid op het gebied van cyberbeveiliging en de respons op ransomware-incidenten te verbeteren.

10.Enisa draagt bij tot de vaststelling en instandhouding van een Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering overeenkomstig titel III van deze verordening. Enisa bevordert het gebruik van Europese cyberbeveiligingscertificering om versnippering van de interne markt te vermijden.

11.Enisa draagt bij tot de harmonisatie van de digitale eengemaakte markt door normalisatiewerkzaamheden uit te voeren die relevant zijn voor het cyberbeveiligingsbeleid van de Unie en door technische specificaties te ontwikkelen.

12.Enisa bevordert een hoog niveau van bewustmaking op het gebied van cyberbeveiliging bij organisaties en bedrijven.

Hoofdstuk II 
Taken

Afdeling 1 
Ondersteuning voor de uitvoering van Uniebeleid en -recht

Artikel 5
Ondersteuning voor de uitvoering van Uniebeleid en -recht

1.Enisa draagt bij tot de uitvoering van Uniebeleid en -recht door:

a)de lidstaten bij te staan bij de consistente uitvoering van het beleid en de wetgeving van de Unie inzake cyberbeveiliging, onder meer door technische richtsnoeren en verslagen uit te brengen, advies te verstrekken en beste praktijken te delen, en door de uitwisseling van beste praktijken tussen de bevoegde autoriteiten in dit verband te vergemakkelijken;

b)het ondersteunen van informatie-uitwisseling binnen en tussen sectoren, met name met betrekking tot de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 vermelde sectoren en producten met digitale elementen die onder Verordening (EU) 2024/2847 vallen, door beste praktijken en richtsnoeren over beschikbare instrumenten en procedures te verstrekken;

c)op verzoek van de Commissie de lidstaten bij te staan door ondersteuning te bieden, zoals technische richtsnoeren, onder meer over maatregelen voor het beheer van cyberbeveiligingsrisico’s, instrumenten voor de beoordeling van de maturiteit van de cyberbeveiliging en draaiboeken voor respons op incidenten, toegesneden op de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 vermelde sectoren, of ondersteuning bij de toepassing van “beveiliging door ontwerp”-beginselen voor producten met digitale elementen overeenkomstig Verordening (EU) 2024/2847, teneinde de verbetering van de maturiteitsniveaus van de cyberbeveiliging en de naleving van het Unierecht inzake cyberbeveiliging te vergemakkelijken;

d)bij te dragen aan de werkzaamheden van de op grond van artikel 14, lid 1, van Richtlijn (EU) 2022/2555 opgerichte samenwerkingsgroep (NIS-samenwerkingsgroep), de op grond van artikel 46 sexies, lid 1, van Verordening (EU) nr. 910/2014 opgerichte Europese samenwerkingsgroep voor digitale identiteit, de in artikel 90 van deze verordening bedoelde Europese Groep voor cyberbeveiligingscertificering (EGC) en de op grond van artikel 52, lid 15, van Verordening (EU) 2024/2847 opgerichte administratievesamenwerkingsgroep (ADCO);

e)de lidstaten en de relevante entiteiten van de Unie bij te staan in de ontwikkeling en bevordering van cyberbeveiligingsbeleid in verband met het vrijwaren van de algemene beschikbaarheid en integriteit van de openbare kern van het open internet;

f)overeenkomstig Verordening (EU) 2024/2847 technisch advies en technische ondersteuning te verstrekken aan de lidstaten en de Commissie over aangelegenheden die verband houden met de uitvoering van die verordening;

g)de lidstaten te helpen bij het verlenen van wederzijdse bijstand en bij het faciliteren van dergelijke samenwerkingsprocessen voor essentiële en belangrijke entiteiten overeenkomstig [artikel 37 bis van Richtlijn (EU) 2022/2555];

h)op verzoek van het Europees Comité voor gegevensbescherming advies te verstrekken over de uitvoering van specifieke cyberbeveiligingsaspecten van het beleid en de wetgeving van de Unie met betrekking tot gegevensbescherming en privacy.

2.Enisa draagt bij aan gecoördineerde risicobeoordelingen op het gebied van cyberbeveiliging op het niveau van de Unie, met inbegrip van die welke worden uitgevoerd op grond van artikel 22 van Richtlijn (EU) 2022/2555.

3.Enisa vaardigt richtsnoeren uit met betrekking tot de interoperabiliteit van netwerk- en informatiesystemen die worden gebruikt voor informatie-uitwisseling, onder meer met betrekking tot landsgrensoverschrijdende cyberhubs als bedoeld in artikel 6, lid 3, van Verordening (EU) 2025/38.

4.Enisa is lid van de NIS-samenwerkingsgroep overeenkomstig artikel 14, lid 3, van Richtlijn (EU) 2022/2555.

5.Op verzoek van de Commissie verstrekt Enisa expertise, technisch advies, informatie of analyses of verricht het voorbereidende werkzaamheden met betrekking tot specifieke aangelegenheden op het gebied van cyberbeveiliging om de beleidsvorming van de Commissie en de monitoring van de uitvoering van de wetgeving van de Unie te onderbouwen.

Artikel 6
Capaciteitsopbouw

Enisa verleent bijstand aan:

(1)de lidstaten bij hun inspanningen ter verbetering van de preventie, opsporing en analyse van en de capaciteit om te reageren op cyberdreigingen en -incidenten, door hen te voorzien van kennis en expertise;

(2)op hun verzoek, de lidstaten bij de vaststelling en uitvoering op vrijwillige basis van openbaarmakingsbeleid inzake kwetsbaarheden;

(3)overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2023/2841, CERT-EU en de interinstitutionele raad voor cyberbeveiliging bij hun inspanningen om entiteiten van de Unie te ondersteunen bij het versterken van hun cyberbeveiliging, de preventie, opsporing en analyse van cyberdreigingen en -incidenten te verbeteren en hun vermogen om op dergelijke cyberdreigingen en -incidenten te reageren, te verbeteren;

(4)de lidstaten, bij de ontwikkeling van nationale CSIRT’s, indien het daarom wordt verzocht op grond van artikel 10, lid 10, van Richtlijn (EU) 2022/2555;

(5)de lidstaten bij de ontwikkeling of actualisering van een nationale cyberbeveiligingsstrategie en kernprestatie-indicatoren voor de beoordeling van die strategie, indien het daarom wordt verzocht op grond van artikel 7, lid 4, van Richtlijn (EU) 2022/2555, het bevordert de verspreiding van die strategieën en neemt kennis van de voortgang van hun uitvoering in de hele Unie teneinde beste praktijken te bevorderen;

(6)op hun verzoek, de instellingen van de Unie bij de ontwikkeling en evaluatie van Uniestrategieën inzake cyberbeveiliging, door de verspreiding van die strategieën te bevorderen en de voortgang van de uitvoering ervan te volgen;

(7)de nationale CSIRT’s bij het verhogen van het niveau van hun capaciteiten, onder meer door de dialoog en de informatie-uitwisseling te bevorderen, met als doel ervoor te zorgen dat iedere CSIRT, rekening houdend met de stand van de techniek, over een gemeenschappelijke set minimumcapaciteiten beschikt en overeenkomstig de beste praktijken te werk gaat;

(8)De lidstaten, entiteiten van de Unie en publieke en private belanghebbenden bij hun inspanningen om het personeelsbestand op het gebied van cyberbeveiliging te beoordelen, te laten groeien en te vergroten, onder meer door het ontwikkelen, in stand houden en bevorderen van het gebruik van relevante instrumenten, zoals het ECSF en regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden overeenkomstig afdeling 4 van dit hoofdstuk;

(9)relevante overheidsinstanties en particuliere belanghebbenden door gerichte opleidingen te organiseren, in voorkomend geval in samenwerking met belanghebbenden;

(10)de NIS-samenwerkingsgroep bij de uitwisseling van beste praktijken en informatie, met name met betrekking tot de uitvoering van Richtlijn (EU) 2022/2555 overeenkomstig artikel 14, lid 4, punt c), van die richtlijn;

(11)de krachtens Verordening (EU) 2024/2847 aangewezen markttoezichtautoriteiten bij hun activiteiten die gericht zijn op het waarborgen van de doeltreffende uitvoering van die verordening, met inbegrip van ondersteuning voor richtsnoeren en technisch advies aan marktdeelnemers, ondersteuning voor nalevingscontroles, risicobeoordeling, gezamenlijke activiteiten en bezemacties zoals vastgelegd in Verordening (EU) 2024/2847;

(12)de leden van de EGC bij de uitwisseling van beste praktijken en op verzoek van individuele lidstaten de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten bij de uitvoering van de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen op nationaal niveau;

(13)overheidsinstanties en particuliere belanghebbenden met betrekking tot conformiteitsbeoordelings- en evaluatieactiviteiten, met inbegrip van conformiteitsbeoordelingsinstanties en kleine en middelgrote ondernemingen, ter ondersteuning van een robuust, concurrerend, inclusief en geharmoniseerd ecosysteem voor conformiteitsbeoordeling ter ondersteuning van de uitvoering van Verordening (EU) 2024/2847 en het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering;

(14)het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging en het netwerk van nationale coördinatiecentra dat is opgericht op grond van Verordening (EU) 2021/887, door informatie uit te wisselen over huidige en opkomende risico’s en cyberdreigingen, onder meer met betrekking tot nieuwe en opkomende informatie- en communicatietechnologieën;

(15)de lidstaten door technische ondersteuning te bieden, onder meer voor de totstandbrenging en exploitatie van testomgevingen voor regelgeving op het gebied van cyberbeveiliging overeenkomstig de relevante wetgeving van de Unie.

Artikel 7
Bewustmaking en talentenpool

Enisa helpt de lidstaten bij hun inspanningen om het beleid en de wetgeving van de Unie inzake cyberbeveiliging onder de aandacht te brengen en de zichtbaarheid ervan te bevorderen door bruikbare instrumenten en richtsnoeren te ontwikkelen. Enisa ondersteunt initiatieven die zijn gericht op het vergroten van de Europese talentenpool op het gebied van cyberbeveiliging, met name door vergelijkende onderzoeken te coördineren.

Artikel 8
Marktkennis en -analyses

1.Enisa verricht en verspreidt analyses van de belangrijkste markttrends op de cyberbeveiligingsmarkt aan zowel de vraag- als de aanbodzijde, met name met betrekking tot de terreinen waarop Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen bestaan of zijn gepland, de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 vermelde sectoren en de productcategorieën die onder Verordening (EU) 2024/2847 vallen, met inbegrip van de bijlagen III en IV bij die verordening.

2.Enisa verricht en verspreidt analyses van technologische trends op het gebied van cyberbeveiliging, met name in verband met activiteiten en entiteiten die onder Richtlijn (EU) 2022/2555 vallen en producten met digitale elementen die onder Verordening (EU) 2024/2847 vallen.

3.Enisa bouwt kennis op en verspreidt technisch advies en analyses over geavanceerde cyberbeveiligingsinstrumenten, kaders, normen en beste praktijken.

Artikel 9
Internationale samenwerking

Enisa draagt bij aan de inspanningen van de Unie om met derde landen en internationale organisaties evenals binnen de toepasselijke internationale samenwerkingskaders samen te werken teneinde de internationale samenwerking op het gebied van cyberbeveiliging te bevorderen, door:

a)waar passend, als waarnemer betrokken te zijn bij de organisatie van internationale oefeningen, en de resultaten van dergelijke oefeningen te analyseren en er verslag over uit te brengen aan de raad van bestuur;

b)op verzoek van de Commissie de uitwisseling van beste praktijken met derde landen en internationale organisaties te vergemakkelijken;

c)de Commissie, op verzoek, van expertise te voorzien;

d)de Commissie van deskundig advies te voorzien en te ondersteunen bij aangelegenheden in verband met de internationale erkenning van Europese cyberbeveiligingscertificaten overeenkomstig artikel 87;

e)de Commissie van deskundig advies te voorzien en bij te staan bij aangelegenheden in verband met internationale normalisatie en door samen te werken met relevante internationale normalisatieorganisaties, in voorkomend geval in samenwerking met de bij artikel 90 ingestelde EGC.

Afdeling 2

Operationele samenwerking

Artikel 10
Operationele samenwerking op Unieniveau

1.Enisa ondersteunt de operationele samenwerking tussen de lidstaten, de entiteiten van de Unie via CERT-EU, en tussen andere belanghebbenden.

2.Enisa is lid van het op grond van artikel 15, lid 1, van Richtlijn (EU) 2022/2555 opgerichte netwerk van nationale CSIRT’s en verzorgt het secretariaat van het CSIRT-netwerk op grond van artikel 15, lid 2, van Richtlijn (EU) 2022/2555.

3.Enisa verzorgt het secretariaat van het Europees netwerk van verbindingsorganisaties voor cybercrises (EU-CyCLONe) overeenkomstig artikel 16, lid 2, tweede alinea, van Richtlijn (EU) 2022/2555.

4.Enisa ondersteunt de technische en operationele samenwerking tussen de lidstaten, met name via het CSIRT-netwerk en EU-CyCLONe. Deze vorm van ondersteuning omvat het volgende:

a)adviseren over het verbeteren van de capaciteit om incidenten te voorkomen, op te sporen, erop te reageren en ervan te herstellen;

b)op verzoek van een of meer lidstaten advies en beoordelingen geven met betrekking tot een specifiek potentieel of lopend incident of een specifieke potentiële of lopende cyberdreiging, onder meer door expertise aan te reiken en de technische afhandeling van dergelijke incidenten te vergemakkelijken, en door de vrijwillige uitwisseling van relevante informatie en technische oplossingen tussen de lidstaten te ondersteunen;

c)kwetsbaarheden, dreigingen en incidenten analyseren;

d)op verzoek van een of meer lidstaten steun verlenen in verband met technische onderzoeken achteraf van significante incidenten in de zin van artikel 23, lid 3, van Richtlijn (EU) 2022/2555;

e)bijdragen tot de ondersteuning van het gecoördineerde beheer van grootschalige cyberbeveiligingsincidenten en -crises op operationeel niveau, met name door EU-CyCLONe bij te staan bij het opstellen van verslagen op politiek niveau en door de tijdige uitwisseling van informatie tussen het CSIRT-netwerk en EU-CyCLONe te vergemakkelijken.

5.Op verzoek van een lidstaat of een entiteit van de Unie in samenwerking met CERT-EU ondersteunt Enisa consistente communicatie met het publiek in verband met een incident of cyberdreiging.

6.Enisa ondersteunt de samenwerking tussen de lidstaten en via CERT-EU tussen de entiteiten van de Unie met betrekking tot de uitrol van beveiligde communicatie-instrumenten. Enisa maakt binnen het CSIRT-netwerk en EU-CyCLONe gebruik van beveiligde communicatie-instrumenten die worden geleverd door juridische entiteiten die zijn gevestigd of worden geacht te zijn gevestigd in de Unie en waarover de lidstaten of ingezetenen van de lidstaten zeggenschap hebben.

Artikel 11
Gedeeld situationeel bewustzijn op het gebied van cyberbeveiliging

1.Met het oog op een beter gedeeld situationeel bewustzijn van het landschap van cyberdreigingen en -incidenten tussen de lidstaten en tussen entiteiten van de Unie, doet Enisa het volgende:

a)in samenwerking met EU-CyCLONe, het CSIRT-netwerk, de Commissie, CERT-EU, Europol en andere relevante entiteiten van de Unie databanken van geverifieerde en betrouwbare inlichtingen over cyberdreigingen ontwikkelen, met inbegrip van trends op het gebied van incidenten, tactieken, technieken en procedures;

b)overeenkomstig artikel 12 vroegtijdige waarschuwingen afgeven over een potentieel of lopend significant of grootschalig incident, of een cyberdreiging met een potentieel grensoverschrijdend karakter, met name met betrekking tot de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 vermelde sectoren;

c)op verzoek van het CSIRT-netwerk, EU-CyCLONe of de Commissie tijdig ad-hocanalyses verstrekken over opkomende trends op het gebied van incidenten;

d)op verzoek van de lidstaten of de Commissie analyses of andere informatie verstrekken met betrekking tot een feitelijk of vermeend cyberbeveiligingsrisico of -dreiging;

e)analyses en technisch advies verstrekken met betrekking tot cyberbeveiligingsrisico’s in producten met digitale elementen, onder meer om markttoezicht te ondersteunen en door om de twee jaar een technisch verslag over opkomende trends overeenkomstig artikel 17, lid 3, van Verordening (EU) 2024/2847 op te stellen;

f)regelmatig een diepgaand technisch situatieverslag inzake de EU-cyberbeveiliging over incidenten en cyberdreigingen opstellen en het verslag ter beschikking stellen van de Raad, EU-CyCLONe, het CSIRT-netwerk, de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden en Europol;

g)trends monitoren op het gebied van de technieken, eisen en gevolgen van ransomware-aanvallen en informatie over dergelijke trends verstrekken aan de Commissie, het CSIRT-netwerk en EU-CyCLONe en Europol.

2.Met het oog op een beter gedeeld situationeel bewustzijn van het landschap van cyberdreigingen en -incidenten tussen belanghebbenden, doet Enisa het volgende:

a)analyses uitvoeren van cyberdreigingen, -incidenten, trends, opkomende technologieën en de effecten daarvan, met inbegrip van een regelmatige analyse van de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 vermelde sectoren en relevante productcategorieën die onder Verordening (EU) 2024/2847 vallen;

b)in samenwerking met de Commissie en, in voorkomend geval, het CSIRT-netwerk, advies, richtsnoeren en beste praktijken voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen verstrekken, met name voor de beveiliging van de infrastructuur ter ondersteuning van de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 vermelde sectoren;

c)strategische langetermijnanalyses van cyberdreigingen en -incidenten uitvoeren teneinde nieuwe tendensen in kaart te brengen en incidenten te helpen voorkomen.

3.Enisa kan de in lid 2 bedoelde analyses, adviezen, richtsnoeren, beste praktijken en verslagen openbaar maken, in overleg met de in lid 2 bedoelde bijdragende entiteiten.

4.Bij de uitvoering van de in lid 1, punten a) tot en met d) en f), en lid 2 genoemde activiteiten maakt Enisa gebruik van zijn eigen analyses en, in voorkomend geval, van de informatie die het bij de uitvoering van zijn taken heeft ontvangen, met inbegrip van:

a)informatie die wordt verstrekt in openbaar beschikbare bronnen, met inbegrip van openbaar bekende kwetsbaarheden in ICT-producten of -diensten die beschikbaar zijn in de op grond van artikel 12, lid 2, van Richtlijn (EU) 2022/2555 opgezette Europese kwetsbaarheidsdatabase;

b)informatie die wordt gedeeld door de lidstaten, entiteiten van de Unie, CERT-EU, partners uit de particuliere sector of niet-gouvernementele partners en organisaties uit derde landen en internationale organisaties, met inachtneming van eventuele beperkingen door middel van een zichtbare markering bij de verdere verspreiding van die informatie.

5.Enisa werkt nauw samen met de lidstaten bij het opstellen van het in lid 1, punt e), bedoelde technisch situatieverslag inzake de EU-cyberbeveiliging. Het verslag wordt gebaseerd op publiek beschikbare informatie, eigen analyses, en verslagen die ter beschikking worden gesteld door onder meer de CSIRT’s van de lidstaten of de bij de Richtlijn (EU) 2022/2555 opgerichte centrale contactpunten, beide op vrijwillige basis, EC3 en CERT-EU. In overleg met de bijdragende entiteiten kan Enisa een geaggregeerde versie van het verslag openbaar maken.

Artikel 12
Vroegtijdige waarschuwingen

1.Vroegtijdige waarschuwingen als bedoeld in artikel 11, lid 1, eerste alinea, punt b), van deze verordening bevatten relevante informatie over een potentieel of lopend significant of grootschalig incident, of een cyberdreiging met een potentieel grensoverschrijdend karakter, met name met betrekking tot de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 vermelde sectoren. Dergelijke informatie kan betrekking hebben op bekende kwetsbaarheden en op de vraag of zij van invloed zijn op producten met digitale elementen die vallen onder Verordening (EU) 2024/2847, technieken en procedures, indicatoren voor aantasting, vijandige tactieken, dreigingsactorspecifieke informatie en aanbevelingen over risicobeperkende maatregelen.

2.Vroegtijdige waarschuwingen als bedoeld in artikel 11, lid 1, eerste alinea, punt b), worden zo spoedig mogelijk afgegeven aan het betrokken CSIRT of de betrokken CSIRT’s en, in voorkomend geval, aan het CSIRT-netwerk en EU-CyCLONe.

3.Enisa biedt een dienst voor vroegtijdige waarschuwing aan aan entiteiten die actief zijn in de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 vermelde sectoren.

4.De in lid 3 bedoelde dienst wordt verleend op verzoek van de entiteit en in een machineleesbaar formaat openbaar gemaakt. Die dienst omvat het delen van informatie over indicatoren voor cyberdreigingen en aanbevelingen voor risicobeperkende maatregelen.

5.Enisa stelt een procedure vast voor de verspreiding van vroegtijdige waarschuwingen onder de in lid 3 bedoelde entiteiten.

Artikel 13
Ondersteuning bij respons op en evaluatie van incidenten

1.Enisa exploiteert en beheert de EU-cyberbeveiligingsreserve geheel of gedeeltelijk overeenkomstig Verordening (EU) 2025/38.

2.Op verzoek van de Commissie of EU-CyCLONe evalueert en beoordeelt Enisa, met de steun van het CSIRT-netwerk en met de goedkeuring van de betrokken lidstaat, significante cyberbeveiligingsincidenten of grootschalige cyberbeveiligingsincidenten overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) 2025/38.

3.Enisa verleent, in samenwerking met Europol en CSIRT’s of andere bevoegde autoriteiten, naargelang het geval, individuele essentiële en belangrijke entiteiten zoals vermeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 bijstand bij de voorbereiding op, de respons op en het herstel van een ransomware-incident. Daartoe richt Enisa een helpdesk op en maakt het met name gebruik van het versterkte gedeelde situationele bewustzijn van het landschap van cyberdreigingen en -incidenten overeenkomstig artikel 11, lid 1, eerste alinea, punten a) en g), van deze verordening.

Artikel 14
Cyberbeveiligingsoefeningen op Unieniveau

1.Enisa ondersteunt de Commissie bij het opstellen van een doorlopend jaarprogramma van cyberbeveiligingsoefeningen op het niveau van de Unie.

2.Enisa houdt een register bij van de lessen die zijn getrokken uit de in lid 1 bedoelde oefeningen en doet de lidstaten en, in voorkomend geval, de entiteiten van de Unie aanbevelingen voor de wijze waarop de geleerde lessen doeltreffend en efficiënt kunnen worden uitgevoerd.

3.Op verzoek van EU-CyCLONe of de Commissie organiseert Enisa of draagt het bij aan de organisatie van cyberbeveiligingsoefeningen op het niveau van de Unie, waarbij onder meer de paraatheid om te reageren op grootschalige cyberbeveiligingsincidenten en -crises op het niveau van de Unie wordt getest.

4.Op verzoek van de lidstaten ondersteunt Enisa hen bij het organiseren van nationale cyberbeveiligingsoefeningen.

5.Op verzoek van CERT-EU draagt Enisa bij aan de organisatie van cyberbeveiligingsoefeningen die CERT-EU overeenkomstig artikel 13, lid 7, van Verordening (EU, Euratom) 2023/2841 organiseert.

Artikel 15
Terbeschikkingstelling van instrumenten en platforms

1.Enisa zorgt voor de oprichting, verstrekking, exploitatie, instandhouding en actualisering, voor zover nodig, van operationele technische instrumenten, met inbegrip van platforms die verband houden met cyberbeveiliging op het niveau van de Unie, met name het centrale meldingsplatform dat is opgericht op grond van artikel 16, lid 1, van Verordening (EU) 2024/2847 [en het centrale toegangspunt voor de melding van incidenten dat is ingesteld op grond van artikel 23 bis van Richtlijn (EU) 2022/2555], en testinstrumenten ter ondersteuning van de uitvoering van conformiteitsbeoordelingsprocedures overeenkomstig de desbetreffende wetgeving van de Unie.

2.Waar passend voor de toepassing van lid 1 werkt Enisa samen en wisselt het informatie uit met het CSIRT-netwerk en, in voorkomend geval, met markttoezichtautoriteiten.

Artikel 16
Kwetsbaarheidsbeheersdiensten

Enisa ontwikkelt een gemeenschappelijke Uniebrede capaciteit voor kwetsbaarheidsbeheersdiensten en verleent diensten op het gebied van kwetsbaarheidsbeheer aan belanghebbenden door:

a)de krachtens artikel 12, lid 2, van Richtlijn (EU) 2022/2555 opgezette Europese kwetsbaarheidsdatabase bij te houden;

b)kwetsbaarheidsbeheersdiensten te verlenen aan belanghebbenden, voortbouwend op de Europese kwetsbaarheidsdatabase en gebruikmakend van relevante informatie waarover Enisa beschikt;

c)in voorkomend geval, gestructureerde samenwerking aan te gaan met organisaties die programma’s, registers of databases aanbieden die vergelijkbaar zijn met de Europese kwetsbaarheidsdatabase;

d)actieve ondersteuning te bieden aan de CSIRT’s die overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Richtlijn (EU) 2022/2555 als coördinatoren zijn aangewezen met betrekking tot het beheer van de gecoördineerde bekendmaking van kwetsbaarheden die significante gevolgen kunnen hebben voor entiteiten in meer dan één lidstaat;

e)methodologieën en governancemechanismen voor de identificatie van kwetsbaarheden en gecoördineerde bekendmaking te ontwikkelen en in stand te houden, in samenwerking met nationale bevoegde autoriteiten, CSIRT’s, het bedrijfsleven en de onderzoeksgemeenschap.

Afdeling 3

Certificering en normalisatie op het gebied van cyberbeveiliging

Artikel 17
Cyberbeveiligingscertificering

1.Enisa draagt bij tot en bevordert de ontwikkeling en uitvoering van het beleid van de Unie inzake cyberbeveiligingscertificering zoals vastgesteld in titel III van deze verordening. Enisa is verantwoordelijk voor:

a)het voorbereiden van potentiële Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen (“potentiële regelingen”) voor ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten en de cyberbeveiligingspositie van entiteiten overeenkomstig artikel 74 en, in voorkomend geval, het ontwikkelen van technische specificaties overeenkomstig artikel 77;

b)het in stand houden van vastgestelde Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen overeenkomstig artikel 75, onder meer met het oog op een mogelijke herziening van de vastgestelde Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen overeenkomstig artikel 76;

c)het bevorderen van het gebruik van vastgestelde regelingen en het onderhouden van een speciale website met informatie over, en bekendmaking van, Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen, Europese cyberbeveiligingscertificaten en EU-conformiteitsverklaringen overeenkomstig artikel 79;

d)het organiseren van capaciteitsopbouw met betrekking tot certificeringsprocessen, evaluatieactiviteiten, collegiale toetsing, onder meer door de lidstaten op hun verzoek ondersteuning te bieden overeenkomstig artikel 6, punt 12.

2.Enisa ondersteunt de Commissie bij de volgende activiteiten:

a)de governance van de EGC overeenkomstig artikel 90;

b)het organiseren van een Europese Vergadering voor cyberbeveiligingscertificering overeenkomstig artikel 72, lid 1;

c)met betrekking tot de internationale erkenning van Europese cyberbeveiligingscertificaten overeenkomstig artikel 87;

d)het organiseren van collegiale toetsingen overeenkomstig artikel 89;

e)het opstellen van modelbepalingen waarnaar moet worden verwezen in de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen voor ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten en de cyberbeveiligingspositie van entiteiten overeenkomstig artikel 81, lid 5.

Artikel 18
Normalisatie, technische specificaties en richtsnoeren

1.Enisa stelt technische specificaties en richtsnoeren op ter ondersteuning van de toepassing van Uniewetgeving op het gebied van cyberbeveiliging. Bij het opstellen van die technische specificaties houdt Enisa rekening met bestaande Europese en internationale normen en andere relevante technische specificaties. Enisa zorgt voor de consistentie van zijn technische specificaties en richtsnoeren.

2.Enisa houdt toezicht op en neemt, in voorkomend geval, deel aan en geeft leiding aan activiteiten inzake de ontwikkeling van normalisatie op het niveau van de Unie en, overeenkomstig artikel 9, op internationaal niveau, teneinde het beleid van de Unie op het gebied van cyberbeveiliging te ondersteunen.

3.Enisa ondersteunt de ontwikkeling en evaluatie van cryptografische algoritmen. Wanneer Enisa een cryptografisch algoritme positief beoordeelt, werkt Enisa overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1025/2012 samen met de Europese normalisatie-instellingen om de normalisatie ervan te ondersteunen.

4.Enisa verstrekt de Commissie en, in voorkomend geval, de lidstaten technisch advies over passende normen of technische specificaties ter ondersteuning van het cyberbeveiligingsbeleid van de Unie, onder meer voor harmonisatiewetgeving van de Unie op het gebied van cyberbeveiliging, met name Verordening (EU) 2024/2847, technische gebieden voor de toepassing van artikel 25 van Richtlijn (EU) 2022/2555, en Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen overeenkomstig artikel 81, lid 1, punt d).

5.Enisa staat de Commissie bij in de beoordeling van ontwerpen van geharmoniseerde normen ter ondersteuning van de uitvoering van de harmonisatiewetgeving van de Unie op het gebied van cyberbeveiliging.

6.Enisa bevordert de toepassing van Europese en internationale normen voor cyberbeveiliging.

7.Enisa voert de in de leden 1 tot en met 6 bedoelde taken op integere, onpartijdige en vertrouwelijke wijze uit, onder meer door zijn deelname aan specifieke technische organen in te trekken of te onderbreken wanneer die deelname in strijd is met andere taken of doelstellingen.

Afdeling 4 
Uitvoering van de academie voor cyberbeveiligingsvaardigheden

Artikel 19
Europees kader voor cyberbeveiligingsvaardigheden

1.Enisa ontwikkelt een Europees kader voor cyberbeveiligingsvaardigheden (ECSF) en maakt dit publiek toegankelijk. Alvorens het ECSF publiek toegankelijk te maken of te actualiseren overeenkomstig lid 4, raadpleegt Enisa de Commissie.

2.In het ECSF worden profielen van cyberbeveiligingsprofessionals vastgesteld en worden specifieke taken, vaardigheden en kennis aan een bepaald rolprofiel gekoppeld. Het gebruik van het ECSF is vrijwillig voor publieke en private entiteiten.

3.Enisa kan belanghebbenden raadplegen bij de ontwikkeling en het gebruik van het ECSF.

4.Enisa beoordeelt regelmatig of het nodig is het ECSF te actualiseren en werkt het in voorkomend geval bij.

Artikel 20
Ontwikkeling, vaststelling en instandhouding van regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden

1.Enisa zorgt voor de ontwikkeling, de vaststelling en de instandhouding van regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden. Het gebruik van regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden is vrijwillig voor nationale overheidsinstanties en particuliere entiteiten, tenzij anders bepaald in het nationale recht.

2.Alvorens een nieuwe regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden op te zetten, raadpleegt Enisa de Commissie. Enisa stelt een dergelijke regeling pas vast na een positief advies van de Commissie. Bij het voorbereiden van een regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden kan Enisa belanghebbenden raadplegen.

3.Een regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden omvat het volgende:

a)onderwerp en toepassingsgebied van de attesteringsregeling op basis van ECSF-rolprofielen of subsets daarvan;

b)eisen die van toepassing zijn op personen die zijn opgeleid om beoordelingen uit te voeren (“beoordelaars”) overeenkomstig artikel 21, de nodige vaardigheden, kennis en ervaring, alsook opleidingsmethoden;

c)een analyse van de marktacceptatie die specifiek is voor elke attesteringsregeling;

d)de leerresultaten, beoordelingsmethoden en voorwaarden die gemachtigde aanbieders van attesteringen moeten gebruiken om te beoordelen of een persoon de vereiste vaardigheden overeenkomstig artikel 21 heeft aangetoond;

e)in voorkomend geval, één of meer bekwaamheidsniveaus;

f)regels betreffende het bewaren van gegevens door gemachtigde aanbieders van attesteringen;

g)de inhoud en de vorm van de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden, met inachtneming van artikel 21, lid 5, punt e);

h)de maximale geldigheidsduur van een Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden die uit hoofde van de attesteringsregeling zijn afgegeven.

4.Een regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden kan de indicatieve kosten van een Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden omvatten.

5.Enisa zorgt voor nauwe samenwerking met de lidstaten tijdens de opstelling van de regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden.

6.De wijziging van een regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden heeft geen gevolgen voor de overeenkomstig artikel 22, lid 3, punt a), verleende machtiging, die geldig blijft voor de periode waarvoor zij is verleend.

Artikel 21
Gemachtigde aanbieders van attesteringen

1.Gemachtigde aanbieders van attesteringen beoordelen of personen voldoen aan de vereisten van een regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden en geven, indien aan die vereisten is voldaan, Europese individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden af. Aanbieders van attesteringen kunnen houder zijn van meerdere machtigingen, die elk zijn verleend voor één regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden.

2.Enisa verstrekt richtsnoeren aan beoordelaars en verzorgt verplichte opleidingen voor beoordelaars met betrekking tot de vereisten en beoordelingsmethoden die zijn opgenomen in de in artikel 20, lid 3, punt b), bedoelde regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden.

3.Entiteiten die gemachtigde aanbieders van attesteringen willen worden of hun machtiging willen verlengen (“aanvragers”), dienen een aanvraag in bij Enisa. Zij moeten aan de volgende eisen voldoen:

a)zij bezitten rechtspersoonlijkheid;

b)zij zijn in staat de in deze verordening vastgestelde taken met betrekking tot Europese individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden uit te voeren, ongeacht of de beoordeling door de gemachtigde aanbieder van attesteringen zelf of namens hem en onder zijn verantwoordelijkheid wordt uitgevoerd;

c)zij beschikken over de nodige middelen om de technische en administratieve taken in verband met de regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden passend uit te voeren en hebben toegang tot alle vereiste apparatuur en faciliteiten.

Voor de toepassing van de eerste alinea, punt b), wordt elke uitbesteding aan of raadpleging van extern personeel naar behoren gedocumenteerd, brengt deze geen tussenpersonen met zich mee en geschiedt deze bij schriftelijke overeenkomst waarin onder meer de vertrouwelijkheid en belangenconflicten worden geregeld.

4.Aanvragers mogen geen leveranciers met een hoog risico zijn.

5.Gemachtigde aanbieders van attesteringen moeten aan de volgende verplichtingen voldoen:

a)voor de uitvoering van elke regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden:

i)beschikken over de nodige beoordelaars en personeelsleden om hun in die regeling vastgestelde activiteiten tijdig uit te voeren;

ii)ervoor zorgen dat beoordelaars het beroepsgeheim in acht nemen, onpartijdig zijn en hun werkzaamheden onafhankelijk en met de hoogste mate van professionele integriteit uitvoeren;

iii)beschikken over schriftelijke procedures voor het uitvoeren van hun activiteiten in het kader van de regeling waarvoor zij gemachtigd zijn;

b)geen Europese individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden beoordelen of afgeven aan hun eigen beoordelaars;

c)ervoor zorgen, in voorkomend geval door passende waarborgen in te voeren, dat hun beoordelaars hun werkzaamheden onafhankelijk kunnen uitvoeren, met name wanneer dergelijke personen tot hun eigen structuur behoren of werknemers of lerenden van een dergelijke structuur zijn;

d)geen activiteiten uitoefenen die de onafhankelijkheid van het oordeel of de integriteit van hun beoordelaars in het gedrang kunnen brengen;

e)ervoor zorgen dat, op verzoek van de individuele persoon, elektronische attesteringen van Europese individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden worden afgegeven als elektronische attesteringen van attributen in een formaat dat kan worden opgeslagen in de Europese portemonnees voor digitale identiteit als bedoeld in Verordening (EU) nr. 910/2014.

6.Gemachtigde aanbieders van attesteringen stellen Enisa onmiddellijk in kennis indien niet langer wordt voldaan aan een van de in de leden 3 en 4 vermelde eisen of de in lid 5 vermelde verplichtingen, of indien er twijfel rijst of niet aan die eisen of verplichtingen is voldaan, onder meer met betrekking tot de onafhankelijkheid van beoordelaars.

7.Gemachtigde aanbieders van attesteringen kunnen personen om een vergoeding vragen voor de beoordeling en afgifte van de Europese individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden, rekening houdend met de indicatieve kosten van een Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden overeenkomstig artikel 20, lid 4, die openbaar zijn gemaakt op een speciale website overeenkomstig artikel 23, punt d).

8.Aanvragers en gemachtigde aanbieders van attesteringen staan Enisa toe beoordelingen uit te voeren in het kader van de aanvraagprocedure of de handhaving van de machtiging en delen alle relevante informatie om ervoor te zorgen dat aan de eisen van de leden 3 en 4 of de verplichtingen van lid 5 is voldaan of nog steeds wordt voldaan overeenkomstig artikel 22, lid 2.

Artikel 22
Behandeling van aanvragen om gemachtigde aanbieder van attesteringen te worden en behoud van machtigingen

1.Aanvragers betalen Enisa een vergoeding voor de behandeling van hun aanvraag. Gemachtigde aanbieders van attesteringen betalen Enisa een vergoeding voor het behoud van hun machtiging.

2.Enisa evalueert of aanvragers en gemachtigde aanbieders van attesteringen hebben voldaan of nog steeds voldoen aan de eisen van artikel 21, leden 3 en 4, en aan de verplichtingen van artikel 21, lid 5.

3.Na een verzoek te hebben behandeld op basis van de vereisten van artikel 21, leden 3 en 4, kan Enisa een van de volgende besluiten nemen:

a)de aanvrager de status van gemachtigde aanbieder van attesteringen verlenen of deze status verlengen;

b)de aanvraag om gemachtigde aanbieder van attesteringen te worden, afwijzen of niet verlengen;

c)de behandeling van de aanvraag afsluiten omdat de aanvrager geen actie heeft ondernomen naar aanleiding van een verzoek om aanvullende informatie van Enisa.

Enisa kan dergelijke besluiten wijzigen, opschorten of intrekken op basis van zijn evaluatie overeenkomstig artikel 22, lid 2, of in het in artikel 21, lid 6, bedoelde geval.

4.Enisa neemt het in lid 3 bedoelde besluit binnen drie maanden na de datum van indiening van een aanvraag overeenkomstig artikel 21, lid 3. Indien Enisa de aanvrager om de aanvullende informatie heeft verzocht, neemt Enisa het in lid 3 bedoelde besluit binnen een maand na ontvangst van de aanvullende informatie.

5.Het in lid 3, punt a), bedoelde besluit heeft een looptijd van maximaal drie jaar en vermeldt de vergoeding voor het jaarlijkse behoud van de vergunning.

6.Enisa zorgt ervoor dat zijn activiteiten in verband met de ontwikkeling en vaststelling van regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden als bedoeld in artikel 20 strikt gescheiden zijn en onafhankelijk van de in de leden 2 en 3 van dit artikel bedoelde activiteiten inzake de behandeling van aanvragen en evaluaties worden uitgevoerd.

Artikel 23
Mededeling van gegevens aan de bevolking

Enisa onderhoudt en actualiseert regelmatig een speciale website met openbare informatie over:

a)het ECSF, met inbegrip van het kader en tijdschema voor de actualisering ervan;

b)de regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden, en de voortgang en tijdschema’s voor de ontwikkeling ervan;

c)de vergoedingen in verband met elke op grond van artikel 47 van deze verordening vastgestelde regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden;

d)de indicatieve kosten van een Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden overeenkomstig artikel 20, lid 4;

e)de lijst van gemachtigde aanbieders van attesteringen.

Hoofdstuk III 
Organisatie van Enisa

Artikel 24
Administratieve en beheersstructuur van Enisa

De administratieve en beheersstructuur van Enisa omvat:

a)een raad van bestuur, die de in artikel 28 vastgestelde taken uitvoert;

b)een dagelijks bestuur, dat de in artikel 30 vastgestelde taken uitvoert;

c)een uitvoerend directeur met de in artikel 32 vastgestelde verantwoordelijkheden;

d)een plaatsvervangend uitvoerend directeur, die verantwoordelijk is voor de in artikel 34 genoemde taken;

e)een Enisa-adviesgroep;

f)een kamer van beroep, die de in de artikelen 39 tot en met 42 genoemde taken uitvoert.

Afdeling 1 
Raad van bestuur

Artikel 25
Samenstelling van de raad van bestuur

1.De raad van bestuur bestaat uit per lidstaat één lid dat door die lidstaat is benoemd en twee door de Commissie benoemde leden. Alle leden hebben stemrecht.

2.Elk lid van de raad van bestuur heeft een plaatsvervanger. De plaatsvervangers vertegenwoordigen de leden indien zij afwezig zijn.

3.Elke lidstaat benoemt het hoofd van een overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Richtlijn (EU) 2022/2555 aangewezen nationale bevoegde autoriteit als lid van de raad van bestuur. Indien dit niet haalbaar blijkt, benoemen de lidstaten een vertegenwoordiger op hoog niveau van een overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Richtlijn (EU) 2022/2555 aangewezen nationale bevoegde autoriteit als lid van de raad van bestuur.

4.De door de Commissie benoemde leden en plaatsvervangers van de leden van de raad van bestuur worden benoemd op grond van hun kennis op het gebied van cyberbeveiliging, met inachtneming van hun relevante bestuurlijke, administratieve en budgettaire vaardigheden. Met betrekking tot plaatsvervangers streven de Commissie en de lidstaten naar een evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de raad van bestuur en stellen ze alles in het werk om hun verloop te beperken om de continuïteit van de werkzaamheden van de raad van bestuur te waarborgen.

5.De ambtstermijn van de door de lidstaten benoemde leden is gelijk aan de in lid 3 bedoelde termijn van hun functie.

6.De ambtstermijn van de plaatsvervangers en van de door de Commissie benoemde leden bedraagt vier jaar. Die termijn kan worden verlengd.

Artikel 26
Voorzitter van de raad van bestuur

1.De raad van bestuur kiest uit zijn stemgerechtigde leden een voorzitter en een vicevoorzitter. De voorzitter en de vicevoorzitter worden bij tweederde meerderheid gekozen door de stemgerechtigde leden van de raad van bestuur.

2.De vicevoorzitter vervangt automatisch de voorzitter wanneer deze verhinderd is.

3.De ambtstermijn van de voorzitter en de vicevoorzitter bedraagt vier jaar en kan eenmaal worden verlengd. Indien tijdens hun ambtstermijn hun lidmaatschap van de raad van bestuur echter eindigt, loopt die ambtstermijn op dezelfde datum als die van deze eindiging automatisch af.

Artikel 27
Vergaderingen van de raad van bestuur

1.De voorzitter roept de vergaderingen van de raad van bestuur bijeen.

2.De uitvoerend directeur neemt aan de vergaderingen van de raad van bestuur deel, maar heeft geen stemrecht.

3.De raad van bestuur houdt ten minste twee gewone vergaderingen per jaar. Daarnaast komt de raad bijeen op initiatief van de voorzitter, op verzoek van de Commissie of op verzoek van ten minste een derde van zijn leden.

4.Een vertegenwoordiger van het bij Verordening (EU) 2021/887 opgerichte Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging is een permanente waarnemer zonder stemrecht bij de vergaderingen van de raad van bestuur.

5.De raad van bestuur kan eenieder wiens advies van belang kan zijn, uitnodigen om een vergadering of een deel van een vergadering bij te wonen als ad-hocwaarnemer, zonder stemrecht en met inachtneming van het reglement van orde van de raad van bestuur.

6.De leden van de raad van bestuur en hun plaatsvervangers kunnen zich, overeenkomstig de bepalingen van het reglement van orde. tijdens de vergaderingen van de raad van bestuur laten bijstaan door adviseurs of deskundigen.

Artikel 28
Taken van de raad van bestuur

1.De raad van bestuur:

a)stelt de algemene opzet vast van de werkzaamheden van Enisa en ziet erop toe dat de werkzaamheden van Enisa in overeenstemming zijn met de in deze verordening vastgestelde regels en beginselen; en zorgt ook voor samenhang tussen de werkzaamheden van Enisa en de op het niveau van de lidstaten en de Unie verrichte activiteiten;

b)stelt het in artikel 44 bedoelde ontwerp van het enkelvoudig programmeringsdocument van Enisa vast, voordat het bij de Commissie voor advies wordt ingediend;

c)stelt, rekening houdend met het advies van de Commissie, het enkelvoudig programmeringsdocument van Enisa vast overeenkomstig artikel 29, lid 2, punt a);

d)oefent toezicht uit op de uitvoering van het meerjarige en jaarlijkse programma dat in het enkelvoudig programmeringsdocument is opgenomen;

e)stelt de jaarlijkse begroting van Enisa vast overeenkomstig artikel 29, lid 2, punt b), en oefent andere functies uit met betrekking tot de begroting van Enisa overeenkomstig hoofdstuk IV;

f)beoordeelt het geconsolideerde jaarverslag over de activiteiten van Enisa, dat de rekeningen bevat en beschrijft hoe Enisa zijn prestatie-indicatoren heeft nageleefd, en keurt dit jaarverslag goed; doet zowel het jaarverslag als zijn beoordeling daarvan uiterlijk op 1 juli van het volgende jaar toekomen aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en maakt dit jaarverslag openbaar;

g)stelt overeenkomstig artikel 50 de financiële regels vast die van toepassing zijn op Enisa;

h)stelt een fraudebestrijdingsstrategie vast die in verhouding staat tot de frauderisico’s, rekening houdend met een kosten-batenanalyse van de uit te voeren maatregelen;

i)waarborgt een passende opvolging van de bevindingen en aanbevelingen naar aanleiding van interne of externe auditverslagen en evaluaties, en naar aanleiding van onderzoeken van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) of het Europees Openbaar Ministerie (EOM);

j)stelt zijn reglement van orde vast, met inbegrip van voorlopige besluiten over de delegatie van specifieke taken op grond van artikel 30, lid 7;

k)oefent, overeenkomstig lid 2 van dit artikel, met betrekking tot het personeel van Enisa, de bevoegdheden uit die zijn toegekend bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie (“het Statuut”) en bij de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie (“de Regeling”), die zijn vastgelegd in Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad 73 , aan respectievelijk het tot aanstelling bevoegde gezag en het tot het sluiten van arbeidsovereenkomsten bevoegde gezag (“bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag”);

l)stelt regels ter uitvoering van het Statuut en de Regeling vast, overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Statuut;

m)benoemt de uitvoerend directeur en, indien het besluit de functie van plaatsvervangend uitvoerend directeur in het leven te roepen, de plaatsvervangend uitvoerend directeur, en verlengt in voorkomend geval hun ambtstermijn of ontheft hen uit hun functie overeenkomstig artikel 31;

n)benoemt overeenkomstig het Statuut en de Regeling een rekenplichtige die onafhankelijk is bij de uitvoering van zijn/haar taken;

o)neemt alle beslissingen in verband met het opzetten van de interne structuren van Enisa en, waar nodig, de wijziging van die interne structuren, rekening houdend met de activiteitenbehoeften van Enisa en met het oog op een gezond begrotingsbeheer;

p)geeft machtiging tot het sluiten van werkregelingen ten aanzien van artikel 68;

q)geeft machtiging tot het sluiten van werkregelingen overeenkomstig artikel 70;

r)benoemt en ontslaat de leden van de kamer van beroep overeenkomstig artikel 29, lid 2, punt d);

s)stelt regels vast voor de preventie en beheersing van belangenconflicten met betrekking tot de leden van de kamer van beroep.

2.Overeenkomstig artikel 110, lid 2, van het Statuut neemt de raad van bestuur op grond van artikel 2, lid 1, van het Statuut alsmede op grond van artikel 6 van de Regeling een besluit waarbij hij de nodige bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag delegeert aan de uitvoerend directeur en de voorwaarden bepaalt voor de opschorting van die gedelegeerde bevoegdheden. De uitvoerend directeur kan die bevoegdheden op zijn beurt delegeren.

3.Wanneer uitzonderlijke omstandigheden dat vereisen, kan de raad van bestuur door middel van een besluit de delegatie van de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag aan de uitvoerend directeur en de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag die de uitvoerend directeur op zijn beurt heeft gedelegeerd, tijdelijk opschorten en die bevoegdheden in diens plaats zelf uitoefenen of delegeren aan een van zijn leden of aan een ander personeelslid dan de uitvoerend directeur.

Artikel 29
Stemregels in de raad van bestuur

1.De raad van bestuur stelt zijn besluiten vast bij volstrekte meerderheid van zijn stemgerechtigde leden, tenzij in deze verordening anders is bepaald.

2.Een tweederdemeerderheid van de stemgerechtigde leden van de raad van bestuur is vereist voor:

a)de vaststelling van het enkelvoudig programmeringsdocument als bedoeld in artikel 28, lid 1, punt c);

b) de vaststelling van de jaarlijkse begroting als bedoeld in artikel 28, lid 1, punt e);

c) de benoeming, de verlenging van de ambtstermijn of het ontslag van de uitvoerend directeur en van de plaatsvervangend uitvoerend directeur, als bedoeld in de artikelen 31 en 33;

d)de benoeming en het ontslag van de leden van de kamer van beroep, als bedoeld in artikel 36.

3.Besluiten over begrotings- of personeelsaangelegenheden, met name de in artikel 28, lid 1, punten c), e), f), g), h), i), k), l), m) en n), bedoelde aangelegenheden, worden alleen vastgesteld indien de vertegenwoordigers van de Commissie een positieve stem uitbrengen. Voor de vaststelling van de in artikel 28, lid 1, punt c), bedoelde besluiten met betrekking tot het enkelvoudig programmeringsdocument van Enisa is alleen een positieve stem van de vertegenwoordiger van de Commissie vereist over de elementen van het besluit die geen verband houden met het jaarlijkse en meerjarige werkprogramma van Enisa.

4.Elk stemgerechtigd lid heeft één stem. Bij afwezigheid van een stemgerechtigd lid is zijn of haar plaatsvervanger gerechtigd het stemrecht van het lid uit te oefenen.

5.De voorzitter van de raad van bestuur neemt deel aan de stemming.

6.De uitvoerend directeur neemt niet deel aan de stemming.

7.In het reglement van orde van de raad van bestuur wordt de stemprocedure nader uitgewerkt, met name betreffende de gevallen waarin een lid mag handelen namens een ander lid.

Afdeling 2 
Dagelijks bestuur

Artikel 30
Dagelijks bestuur

1.De raad van bestuur wordt bijgestaan door een dagelijks bestuur.

2.Het dagelijks bestuur:

a)stelt besluiten op die ter goedkeuring aan de raad van bestuur worden voorgelegd;

b)zorgt samen met de raad van bestuur voor de passende opvolging van de bevindingen en aanbevelingen in interne of externe auditverslagen en evaluaties, alsook van de bevindingen en aanbevelingen die voortvloeien uit de onderzoeken van OLAF en het EOM;

c)ondersteunt en adviseert de uitvoerend directeur bij de uitvoering van de besluiten van de raad van bestuur, teneinde het toezicht op het administratief en begrotingsbeheer te versterken, onverminderd de verantwoordelijkheden van de uitvoerend directeur als omschreven in artikel 32.

3.Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter van de raad van bestuur, één vertegenwoordiger van de Commissie in de raad van bestuur en drie andere leden die de raad van bestuur benoemt uit zijn stemgerechtigde leden. De voorzitter van de raad van bestuur is ook de voorzitter van het dagelijks bestuur. Bij de benoemingen van de leden van het dagelijks bestuur wordt een evenwicht tussen mannen en vrouwen nagestreefd. De uitvoerend directeur neemt deel aan de vergaderingen van het dagelijks bestuur, maar heeft geen stemrecht.

4.De ambtstermijn van de leden van het dagelijks bestuur bedraagt vier jaar. Die termijn kan worden verlengd. De ambtstermijn van de leden van het dagelijks bestuur eindigt wanneer hun lidmaatschap van de raad van bestuur eindigt.

5.Het dagelijks bestuur houdt ten minste één gewone vergadering per kwartaal. Daarnaast komt de uitvoerende raad bijeen op initiatief van zijn voorzitter of op verzoek van zijn leden.

6.De raad van bestuur stelt het reglement van orde van het dagelijks bestuur vast.

7.Indien nodig als gevolg van hoogdringendheid kan het dagelijks bestuur namens de raad van bestuur bepaalde voorlopige besluiten nemen, met name op het gebied van administratief beheer, met inbegrip van de opschorting van de delegatie van de bevoegdheden van het tot aanstelling bevoegde gezag en begrotingsaangelegenheden. Een dergelijk voorlopig besluit wordt onverwijld ter kennis gebracht van de raad van bestuur. De raad van bestuur besluit vervolgens, uiterlijk drie maanden nadat dat besluit was genomen, of het voorlopig besluit wordt goedgekeurd of afgewezen. Het dagelijks bestuur neemt geen besluiten namens de raad van bestuur waarvoor een tweederdemeerderheid van de leden van de raad van bestuur met stemrecht is vereist.

Afdeling 3 
Uitvoerend directeur

Artikel 31
Benoeming, ontslag en verlenging van de ambtstermijn

1.De uitvoerend directeur wordt benoemd door de raad van bestuur op basis van verdiensten en vaardigheden uit een kandidatenlijst die door de Commissie wordt opgesteld na een open en transparante selectieprocedure.

2.Vóór de benoeming wordt de door de raad van bestuur gekozen kandidaat uitgenodigd een verklaring voor de betreffende commissie van het Europees Parlement af te leggen en vragen van leden te beantwoorden.

3.De uitvoerend directeur wordt aangesteld als tijdelijk functionaris van Enisa, overeenkomstig artikel 2, punt a), van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden.

4.Voor het sluiten van de arbeidsovereenkomst met de uitvoerend directeur wordt Enisa vertegenwoordigd door de voorzitter van de raad van bestuur.

5.De ambtstermijn van de uitvoerend directeur bedraagt vijf jaar. Tegen het eind van die termijn voert de Commissie een beoordeling uit waarbij rekening wordt gehouden met een evaluatie van de prestaties van de uitvoerend directeur en de toekomstige taken en uitdagingen van Enisa.

6.Op grond van een voorstel van de Commissie, waarin rekening wordt gehouden met de in lid 5 bedoelde beoordeling, kan de raad van bestuur de ambtstermijn van de uitvoerend directeur eenmaal verlengen met ten hoogste vijf jaar.

7.Een uitvoerend directeur wiens ambtstermijn is verlengd, kan na afloop van de volledige termijn niet deelnemen aan een nieuwe selectieprocedure voor hetzelfde ambt.

8.De raad van bestuur stelt het Europees Parlement in kennis van zijn voornemen om de ambtstermijn van de directeur te verlengen overeenkomstig lid 6. Binnen drie maanden voorafgaand aan een dergelijke verlenging legt de uitvoerend directeur desgevraagd een verklaring af voor de betreffende commissie van het Europees Parlement en beantwoordt hij of zij vragen van leden.

9.De uitvoerend directeur kan uitsluitend uit zijn functie worden ontheven bij besluit van de raad van bestuur op voorstel van de Commissie.

Artikel 32
Taken en verantwoordelijkheden van de uitvoerend directeur

1.De uitvoerend directeur beheert Enisa en legt verantwoording af aan de raad van bestuur.

2.De uitvoerend directeur voert zijn/haar taken onafhankelijk uit en vraagt noch ontvangt instructies van regeringen of andere organen.

3.De uitvoerend directeur brengt desgevraagd verslag uit over de uitoefening van zijn of haar taken aan het Europees Parlement. De Raad kan de uitvoerend directeur verzoeken verslag uit te brengen over de uitoefening van zijn of haar taken.

4.De uitvoerend directeur is de wettelijke vertegenwoordiger van Enisa.

5.De uitvoerend directeur is verantwoordelijk voor de uitvoering van de taken die bij deze verordening aan Enisa zijn toegekend. De uitvoerend directeur is met name belast met de volgende taken:

a)zorgen voor de dagelijks leiding van Enisa;

b)het uitvoeren van de besluiten van de raad van bestuur;

c)ervoor zorgen dat de financiële regels van Enisa worden nageleefd;

d)het enkelvoudig programmeringsdocument opstellen en ter goedkeuring indienen bij de raad van bestuur voordat het bij de Commissie wordt ingediend;

e)het enkelvoudig programmeringsdocument uitvoeren en verslag over de uitvoering ervan uitbrengen aan de raad van bestuur;

f)het geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag van Enisa opstellen, waaronder de uitvoering van het jaarlijkse werkprogramma van Enisa, en dit ter beoordeling en goedkeuring indienen bij de raad van bestuur;

g)een actieplan opstellen voor de opvolging van de conclusies van de evaluaties achteraf van Enisa als bedoeld in artikel 121, en elke twee jaar verslag uitbrengen aan de Commissie over de geboekte vooruitgang;

h)een actieplan opstellen waarmee follow-up wordt gegeven aan de conclusies van interne of externe auditverslagen en evaluaties, en van onderzoeken van OLAF en van het EOM, en tweemaal per jaar verslag over de geboekte vooruitgang uitbrengen aan de Commissie en op gezette tijden aan de raad van bestuur;

i)het ontwerp van de in artikel 50 bedoelde financiële regels opstellen die van toepassing zijn op Enisa;

j)de ontwerpraming van ontvangsten en uitgaven van Enisa opstellen en de begroting van Enisa uitvoeren;

k)de financiële belangen van de Unie beschermen door, zonder afbreuk te doen aan de onderzoeksbevoegdheid van OLAF en het EOM, preventieve maatregelen tegen fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten te nemen, doeltreffende controles uit te voeren en bij onregelmatigheden de ten onrechte betaalde bedragen terug te vorderen en indien passend doeltreffende, evenredige en afschrikkende administratieve sancties op te leggen, en financiële sancties;

l)een strategie voor fraudebestrijding, een strategie voor efficiëntiewinsten en synergieën, een strategie voor samenwerking met derde landen of internationale organisaties en een strategie voor het organisatorisch beheer en internecontrolesystemen voor Enisa opstellen en ter goedkeuring voorleggen aan de raad van bestuur;

m)contacten met het bedrijfsleven en consumentenorganisaties leggen en onderhouden om een regelmatige dialoog met de belanghebbenden te waarborgen;

n)regelmatig standpunten en informatie uitwisselen met relevante entiteiten van de Unie over hun activiteiten in verband met cyberbeveiliging om te zorgen voor samenhang bij de uitvoering van het beleid van de Unie op dat gebied;

o)diversiteit en genderevenwicht bij de aanwerving van Enisa-personeel bevorderen;

p)regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden zoals bedoeld in artikel 20, lid 1, vaststellen;

q)besluiten vaststellen met betrekking tot aanvragers die gemachtigde aanbieders van attesteringen willen worden of om hun machtiging te verlengen, als bedoeld in artikel 22, lid 3;

r)andere taken verrichten waarmee de uitvoerend directeur krachtens deze verordening is belast.

6.Indien noodzakelijk en in overeenstemming met de doelstellingen en taken van Enisa, kan de uitvoerend directeur ad-hocwerkgroepen instellen, samengesteld uit deskundigen, waaronder deskundigen van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten. De raad van bestuur wordt daarvan van tevoren door de uitvoerend directeur in kennis gesteld. De procedures betreffende met name de samenstelling van de werkgroepen, de benoeming van de deskundigen van de werkgroepen door de uitvoerend directeur en de werkwijze van de werkgroepen worden in het huishoudelijk reglement van Enisa vastgesteld.

7.De uitvoerend directeur kan, indien nodig voor de efficiënte en doeltreffende uitvoering van de taken van Enisa en op basis van een passende kosten-batenanalyse besluiten in een of meer lidstaten een of meer lokale kantoren op te zetten. Voordat de uitvoerend directeur besluit een lokaal kantoor op te zetten, vraagt hij advies van de betrokken lidstaten, waaronder de lidstaat waar de zetel van Enisa zich bevindt, en verkrijgt hij daarvoor voorafgaande toestemming van de Commissie en de raad van bestuur. Indien tijdens het overleg tussen de uitvoerend directeur en de betrokken lidstaten geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt de aangelegenheid ter bespreking aan de Raad voorgelegd. Het aantal personeelsleden in alle lokale kantoren wordt tot een minimum beperkt en maakt in totaal maximaal 40 % uit van het voltallige personeel van Enisa in de lidstaat waar de zetel van Enisa zich bevindt. Het aantal personeelsleden in elk lokaal kantoor maakt maximaal 10 % uit van het totaal aantal personeelsleden van Enisa in de lidstaat waar de zetel van Enisa zich bevindt.

8.In het besluit tot het opzetten van een lokaal kantoor wordt het toepassingsgebied van de in dat lokale kantoor te verrichten activiteiten omschreven, op zodanige wijze dat onnodige kosten en verdubbeling van administratieve functies van Enisa worden vermeden.

Afdeling 4 
Plaatsvervangend uitvoerend directeur

Artikel 33
Plaatsvervangend uitvoerend directeur

1.De raad van bestuur kan besluiten een functie van plaatsvervangend uitvoerend directeur in het leven te roepen om de uitvoerend directeur bij te staan.

2.Wanneer de raad van bestuur besluit een functie van plaatsvervangend uitvoerend directeur in het leven te roepen, zijn de bepalingen van artikel 31 dienovereenkomstig van toepassing op de plaatsvervangend uitvoerend directeur.

Artikel 34
Taken en verantwoordelijkheden van de plaatsvervangend uitvoerend directeur

De plaatsvervangend uitvoerend directeur staat de uitvoerend directeur bij in het beheer van Enisa en bij het uitvoeren van de in artikel 32 bedoelde taken. Indien de uitvoerend directeur afwezig of verhinderd is, of indien de functie vacant is, neemt de plaatsvervangend uitvoerend directeur zijn plaats in tijdens de afwezigheid of totdat de functie is ingevuld.

Afdeling 5 
Enisa-adviesgroep

Artikel 35
Enisa-adviesgroep

1.De raad van bestuur richt, op voorstel van de uitvoerend directeur, op transparante wijze de Enisa-adviesgroep op. De Enisa-adviesgroep is samengesteld uit erkende deskundigen die belanghebbenden vertegenwoordigen, zoals de cyberbeveiligingsbranche, de ICT-sector, kmo’s, entiteiten die actief zijn in de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 vermelde sectoren, fabrikanten van producten met digitale elementen en opensourcesoftwarestewards in de zin van Verordening (EU) 2024/2847, conformiteitsbeoordelingsinstanties die zijn aangemeld uit hoofde van het in artikel 93 en Verordening (EU) 2024/2847 bedoelde Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering, entiteiten die actief zijn op het gebied van elektronische identificatiemiddelen, consumentenorganisaties, academische deskundigen op het gebied van cyberbeveiliging, Europese normalisatieorganisaties en toezichthoudende autoriteiten op het gebied van rechtshandhaving en gegevensbescherming. Deze erkende deskundigen zijn onderdanen van de lidstaten. De raad van bestuur streeft naar een passend evenwicht tussen mannen en vrouwen, een geografisch evenwicht en een evenwicht tussen de verschillende groepen belanghebbenden.

2.Procedures voor de Enisa-adviesgroep, met name betreffende de samenstelling, het in lid 1 bedoelde voorstel van de uitvoerend directeur, het aantal, en de benoeming van zijn leden en de werking van de Enisa-adviesgroep, worden in het huishoudelijk reglement van Enisa vastgelegd en gepubliceerd.

3.De Enisa-adviesgroep wordt voorgezeten door de uitvoerend directeur of door een andere persoon die door de uitvoerend directeur per geval wordt benoemd.

4.De ambtstermijn van de leden van de Enisa-adviesgroep bedraagt tweeënhalf jaar en kan eenmaal worden verlengd. Leden van de raad van bestuur zijn geen lid van de Enisa-adviesgroep. Deskundigen van de Commissie en deskundigen uit de lidstaten mogen de vergaderingen van de Enisa-adviesgroep bijwonen en aan de werkzaamheden ervan deelnemen. De uitvoerend directeur kan vertegenwoordigers van andere organen die geen lid zijn van de Enisa-adviesgroep uitnodigen de vergaderingen van de Enisa-adviesgroep bij te wonen en deel te nemen aan de werkzaamheden ervan.

5.De Enisa-adviesgroep adviseert Enisa met betrekking tot de uitvoering van zijn activiteiten, behalve voor de toepassing van de bepalingen van de titels III, IV en V van deze verordening. Zij adviseert met name de uitvoerend directeur met betrekking tot de opstelling van een voorstel voor het jaarlijkse werkprogramma van Enisa en met betrekking tot de communicatie met de belanghebbenden over met het jaarlijkse werkprogramma verband houdende aangelegenheden.

6.De Enisa-adviesgroep informeert de raad van bestuur regelmatig over haar activiteiten.

7.De logistieke steun die de Enisa-adviesgroep nodig heeft en het secretariaat voor zijn vergaderingen worden geleverd door Enisa.

Afdeling 6 
Kamer van beroep

Artikel 36
Instelling en samenstelling van de kamer van beroep

1.Enisa stelt bij besluit van de raad van bestuur een kamer van beroep in.

2.De kamer van beroep is samengesteld uit een voorzitter en drie andere leden. Elk lid van de kamer van beroep heeft een plaatsvervanger. Die plaatsvervanger vertegenwoordigt het lid in geval van diens afwezigheid.

3.De raad van bestuur benoemt de voorzitter, de andere leden en hun plaatsvervangers uit een door de Commissie opgestelde lijst van gekwalificeerde kandidaten. De lijst van gekwalificeerde kandidaten is vier jaar geldig. De geldigheid van deze lijst kan op voorstel van de Commissie door de raad van bestuur worden verlengd voor bijkomende termijnen van vier jaar.

4.Wanneer de kamer van beroep van oordeel is dat de aard van het beroep dit vereist, kan deze de raad van bestuur verzoeken twee extra leden en plaatsvervangers te benoemen op basis van de in lid 3 genoemde lijst.

5.De kamer van beroep stelt haar reglement van orde vast en maakt het bekend.

Artikel 37
Leden van de kamer van beroep

1.De ambtstermijn van de leden en de plaatsvervangers van de kamer van beroep bedraagt vier jaar. Hun ambtstermijn kan door de raad van bestuur worden verlengd voor bijkomende termijnen van vier jaar, op voorstel van de Commissie.

2.De leden van een kamer van beroep zijn onafhankelijk en mogen geen andere taken binnen Enisa vervullen. Bij het nemen van hun beslissingen vragen noch aanvaarden zij instructies van regeringen, andere organen of particuliere entiteiten.

3.De leden van de kamer van beroep kunnen tijdens hun ambtstermijn niet uit hun functie worden ontheven, noch uit de lijst van gekwalificeerde kandidaten worden geschrapt, tenzij er ernstige gronden zijn voor deze ontheffing en de raad van bestuur op voorstel van de Commissie hiertoe besluit.

Artikel 38
Uitsluiting en wraking

1.De leden van de kamer van beroep mogen niet aan een beroepsprocedure deelnemen wanneer zij daarbij enig persoonlijk belang hebben of voordien betrokken zijn geweest als vertegenwoordiger van een van de partijen in de procedure, of wanneer zij hebben deelgenomen aan de vaststelling van het besluit waartegen beroep wordt ingediend.

2.Indien een lid van een kamer van beroep om een van de in lid 1 genoemde redenen of om andere reden van mening is dat hij/zij niet aan een beroepsprocedure kan deelnemen, stelt hij/zij de kamer van beroep daarvan in kennis.

3.Een partij bij de beroepsprocedure kan een lid van een kamer van beroep wraken om een van de in lid 1 genoemde redenen, of indien het lid in kwestie verdacht wordt van partijdigheid. Zulke wraking is niet ontvankelijk indien de partij in de beroepsprocedure, ofschoon zij op de hoogte is van een grond voor wraking, reeds een proceshandeling heeft verricht. Bezwaren kunnen niet worden gebaseerd op de nationaliteit van de leden van de kamer van beroep.

4.De kamer van beroep beslist in de in de leden 2 en 3 genoemde gevallen zonder de deelneming van het betrokken lid over de te ondernemen actie. Voor het nemen van deze beslissing wordt het betrokken lid in de kamer van beroep vervangen door zijn/haar plaatsvervanger.

Artikel 39
Beroep tegen beslissingen en nalaten te handelen

1.Bij de kamer van beroep kan beroep worden ingesteld tegen:

a)door Enisa op grond van artikel 22, lid 3, vastgestelde besluiten;

b)nalatigheid van Enisa om te handelen binnen de in artikel 22, lid 4, gestelde toepasselijke termijnen.

2.Een overeenkomstig lid 1 ingesteld beroep wordt onderworpen aan een prejudiciële herziening overeenkomstig artikel 41 alvorens het voor onderzoek aan de kamer van beroep wordt voorgelegd.

3.Een ingevolge lid 1 van dit artikel aangetekend beroep heeft geen opschortende werking.

Artikel 40
Personen die beroep kunnen instellen, termijn en vorm

1.Verzoekers in de zin van artikel 21, lid 3, kunnen beroep instellen tegen:

a)een tot hen gericht besluit van Enisa overeenkomstig artikel 22, lid 3;

b)nalatigheid van Enisa om ten aanzien van een bij hem ingediende aanvraag te handelen binnen de in artikel 22, lid 4, gestelde toepasselijke termijnen.

2.In het in lid 1, punt a), bedoelde geval wordt het beroep, samen met de uiteenzetting van de gronden voor het beroep, binnen twee maanden na de kennisgeving van de beslissing aan de betrokken aanvrager of, bij gebreke daarvan, op de dag waarop de aanvrager van de beslissing kennis heeft gekregen, schriftelijk ingediend overeenkomstig het in artikel 36, lid 5, bedoelde reglement van orde.

3.In het in lid 1, punt b), bedoelde geval wordt het beroep binnen twee maanden na het verstrijken van de in artikel 22, lid 4, vastgestelde termijn schriftelijk bij Enisa ingediend overeenkomstig het in artikel 36, lid 5, bedoelde reglement van orde.

Artikel 41
Prejudiciële herziening

1.Indien Enisa het beroep ontvankelijk en gegrond acht, corrigeert het zijn beslissing of nalaten te handelen bedoeld in artikel 40, lid 1.

2.Indien Enisa de beslissing niet binnen één maand na ontvangst van het beroep corrigeert, beslist het onmiddellijk of het de toepassing van zijn beslissing al dan niet opschort, en legt het het beroep voor aan de kamer van beroep.

Artikel 42
Onderzoek van beslissingen inzake beroepen

1.De kamer van beroep beslist binnen drie maanden na indiening van het beroep over het al dan niet in aanmerking nemen van het beroep. Bij de behandeling van een beroep houdt de kamer van beroep zich aan de in het reglement van orde vastgestelde termijnen. De kamer nodigt zo vaak als noodzakelijk is de partijen in de beroepsprocedure uit om binnen een bepaalde termijn opmerkingen in te dienen over de kennisgevingen van de kamer of de mededelingen van de andere partijen in de beroepsprocedure. Het is partijen in de beroepsprocedure toegestaan een mondelinge uiteenzetting te geven.

2.Wanneer de kamer van beroep van mening is dat het beroep gegrond is, verwijst zij de zaak terug naar Enisa. Enisa neemt een definitieve beslissing overeenkomstig de bevindingen van de kamer van beroep, en motiveert deze beslissing. Enisa stelt de partijen in de beroepsprocedure hiervan op de hoogte.

Artikel 43
Beroep bij het Hof van Justitie van de Europese Unie

1.Een beroep tot nietigverklaring van de besluiten die Enisa krachtens artikel 22, lid 3, heeft genomen, of een beroep wegens nalaten te handelen binnen de toepasselijke termijnen op grond van artikel 22, lid 4, kan bij het Hof van Justitie van de Europese Unie worden ingeleid nadat de in de artikelen 39 tot en met 42 vastgestelde beroepsprocedure binnen Enisa is uitgeput of in geval van nalaten te handelen binnen de toepasselijke termijn op grond van artikel 41, lid 2.

2.Enisa treft alle noodzakelijke maatregelen om in overeenstemming te zijn met de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Afdeling 7 
Operationele activiteiten

Artikel 44
Enkelvoudig programmeringsdocument

1.Enisa voert zijn werkzaamheden uit overeenkomstig een enkelvoudig programmeringsdocument, bestaande uit een jaarlijks en meerjarig werkprogramma, dat al zijn geplande activiteiten bevat.

2.Elk jaar stelt de uitvoerend directeur overeenkomstig artikel 32 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie 74 een ontwerp van het in lid 1 bedoelde enkelvoudig programmeringsdocument op met de bijbehorende planning van financiële en personele middelen, rekening houdend met de richtsnoeren van de Commissie.

3.Uiterlijk op 30 november van elk jaar stelt de raad van bestuur het in lid 1 bedoelde enkelvoudig programmeringsdocument vast, rekening houdend met het in artikel 32, lid 7, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 bedoelde advies van de Commissie. Als de raad van bestuur besluit op bepaalde onderdelen geen rekening te houden met het advies van de Commissie, motiveert hij dat besluit grondig. De raad van bestuur stuurt het enkelvoudig programmeringsdocument uiterlijk op 31 januari van het jaar daarna toe aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie; dit gebeurt ook met alle daarna bijgewerkte versies van dat document.

4.Het enkelvoudig programmeringsdocument wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting van de Unie en wordt waar nodig aangepast.

5.Het jaarlijkse werkprogramma bevat gedetailleerde doelstellingen en de beoogde resultaten, met inbegrip van prestatie-indicatoren. Het bevat voorts een beschrijving van de te financieren acties en een indicatie van de financiële en personele middelen die aan iedere actie worden toegewezen overeenkomstig de beginselen betreffende activiteitsgestuurde begroting en beheer. Het jaarlijkse werkprogramma is consistent met het in lid 7 bedoelde meerjarige werkprogramma. Het vermeldt duidelijk de taken die zijn toegevoegd, gewijzigd of geschrapt ten opzichte van het vorige begrotingsjaar.

6.De raad van bestuur past het vastgestelde jaarlijkse werkprogramma aan wanneer een nieuwe taak aan Enisa wordt toegewezen. Iedere wezenlijke wijziging van het jaarlijkse werkprogramma wordt vastgesteld door middel van dezelfde procedure als die welke voor het oorspronkelijke jaarlijkse werkprogramma geldt. De raad van bestuur kan aan de uitvoerend directeur de bevoegdheid delegeren om niet-wezenlijke wijzigingen door te voeren in het jaarlijkse werkprogramma.

7.Het meerjarige werkprogramma omvat een beschrijving van de algemene strategische programmering, met inbegrip van de doelstellingen, beoogde resultaten en prestatie-indicatoren. Het bevat ook de programmering van de middelen, met inbegrip van de meerjarige begroting en de personele middelen.

8.Deze programmering van de middelen wordt jaarlijks geactualiseerd. De strategische programmering wordt in voorkomend geval geactualiseerd, met name indien zulks nodig is om rekening te houden met de resultaten van de in artikel 120 bedoelde evaluatie.

HOOFDSTUK IV 
Vaststelling en structuur van de begroting van Enisa

Artikel 45
Vaststelling van de begroting van Enisa

1.Elk jaar stelt de uitvoerend directeur een voorlopige ontwerpraming op van de ontvangsten en uitgaven van Enisa voor het volgende begrotingsjaar, waarin de personeelsformatie is opgenomen, en zendt hij deze naar de raad van bestuur.

2.De voorlopige ontwerpraming stoelt op de doelstellingen en verwachte resultaten van het jaarlijkse werkprogramma en houdt rekening met de financiële middelen die nodig zijn voor het verwezenlijken van die doelstellingen en verwachte resultaten, in overeenstemming met het beginsel van goed financieel beheer en prestaties.

3.De raad van bestuur stelt op basis van de voorlopige ontwerpraming een ontwerpraming van de ontvangsten en uitgaven van Enisa voor het volgende begrotingsjaar vast en zendt deze uiterlijk op 31 januari van elk jaar aan de Commissie toe.

4.De Commissie stuurt de ontwerpraming samen met het ontwerp van de algemene begroting van de Unie naar de begrotingsautoriteit. De ontwerpraming wordt tevens beschikbaar gesteld aan Enisa.

5.Op basis van de ontwerpraming neemt de Commissie de geraamde bedragen die zij nodig acht voor de personeelsformatie alsook de bijdrage ten laste van de algemene begroting van de Unie op in het ontwerp van algemene begroting van de Unie, dat zij overeenkomstig de artikelen 313 en 314 VWEU voorlegt aan de begrotingsautoriteit.

6.De begrotingsautoriteit keurt de kredieten goed voor de bijdrage uit de algemene begroting van de Unie aan het Enisa.

7.De begrotingsautoriteit stelt de personeelsformatie van Enisa vast.

8.De raad van bestuur stelt de begroting van Enisa vast. De begroting wordt definitief na de definitieve vaststelling van de algemene begroting van de Unie en zo nodig wordt zij dienovereenkomstig aangepast.

9.Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 is van toepassing op alle bouwprojecten die significante gevolgen kunnen hebben voor de begroting van Enisa.

Artikel 46
Structuur van de begroting van Enisa

1.Voor elk begrotingsjaar worden alle ontvangsten en uitgaven van Enisa geraamd en vervolgens in de begroting van Enisa opgenomen. Het begrotingsjaar valt samen met het kalenderjaar.

2.De ontvangsten en uitgaven van Enisa moeten in evenwicht zijn.

3.Onverminderd andere middelen zijn de ontvangsten van Enisa samengesteld uit:

a)een bijdrage van de Unie die wordt opgenomen in de algemene begroting van de Unie;

b)bestemmingsontvangsten voor de financiering van specifieke uitgaven in overeenstemming met de in artikel 50 bedoelde financiële regels;

c)financiering van de Unie in de vorm van bijdrageovereenkomsten of ad-hocsubsidies in overeenstemming met de in artikel 50 bedoelde financiële regeling van Enisa en met de bepalingen van de relevante instrumenten ter ondersteuning van het beleid van de Unie;

d)de vergoedingen die aan de aanvragers worden aangerekend voor activiteiten in verband met de in artikel 22, lid 1, bedoelde regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden;

e)de vergoedingen die aan de conformiteitsbeoordelingsinstanties worden aangerekend voor deelname aan en afgifte van Europese cyberbeveiligingscertificaten in het kader van een in artikel 47, lid 2, bedoelde Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling;

f)de vergoedingen die aan overheidsinstanties of particuliere organen worden aangerekend voor de in artikel 47, lid 3, bedoelde testinstrumenten;

g)eventuele bijdragen van derde landen die aan de werkzaamheden van Enisa deelnemen op grond van artikel 70, lid 4;

h)eventuele vrijwillige bijdragen in geld of in natura van de lidstaten.

4.Lidstaten die vrijwillig bijdragen als bedoeld in lid 3, punt g), leveren, kunnen geen aanspraak maken op specifieke rechten of diensten op grond daarvan.

5.De uitgaven van Enisa omvatten de bezoldiging van het personeel, uitgaven voor administratie en infrastructuur en werkingskosten.

Artikel 47
Vergoedingen

1.Voor elke activiteit in het kader van de Europese attesteringsregeling als bedoeld in artikel 22, lid 1, worden de volgende vergoedingen aangerekend aan aanvragers in de zin van artikel 21, lid 3, of aan gemachtigde aanbieders van attesteringen om bij te dragen aan de dekking van de volledige kosten van de door Enisa uitgevoerde activiteiten:

a)het verlenen van machtigingen na onderzoek van de eisen van artikel 21, leden 3 en 4, met inbegrip van het uitvoeren van evaluaties;

b)jaarlijkse instandhouding van de machtiging;

c)het verlengen van machtigingen voor aanbieders van Europese individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden, met inbegrip van het uitvoeren van evaluaties.

2.Met betrekking tot certificering worden de volgende vergoedingen aangerekend aan de conformiteitsbeoordelingsinstanties voor de instandhouding van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen in het kader waarvan Europese cyberbeveiligingscertificaten worden afgegeven, met name:

a)een jaarlijkse vergoeding voor deelname aan een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling;

b)een vergoeding voor de afgifte van Europese cyberbeveiligingscertificaten in het kader van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen.

De in punt b) bedoelde vergoedingen worden aangerekend wanneer de conformiteitsbeoordelingsinstantie Europese cyberbeveiligingscertificaten indient bij Enisa met het oog op publicatie op zijn website overeenkomstig artikel 79.

3.Met betrekking tot de in artikel 15, lid 1, bedoelde testinstrumenten wordt een vergoeding aangerekend aan een overheidsinstantie of particulier orgaan voor het gebruik ervan.

4.De vergoedingen worden uitgedrukt en betaald in euro.

5.De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met gedetailleerde regels voor het bepalen van de door Enisa aan te rekenen vergoedingen, waarin met name de geraamde kosten worden gespecificeerd die zijn toe te schrijven aan elk van de aangelegenheden waarvoor vergoedingen uit hoofde van de leden 1, 2 en 3 worden aangerekend, en de individuele aan te rekenen vergoedingsbedragen, alsook de manieren waarop en de voorwaarden waaronder de vergoedingen moeten worden betaald. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 118, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. De Commissie raadpleegt Enisa bij het opstellen van die ontwerpuitvoeringshandelingen.

6.De vergoedingen die bij de in lid 5 bedoelde uitvoeringshandelingen worden bepaald, worden vooraf vastgesteld om in verhouding te staan tot de geraamde kosten van de uitgevoerde activiteiten of verleende diensten zoals bepaald op een kosteneffectieve wijze, en zijn toereikend om die kosten te dekken. Alle uitgaven van Enisa die worden toegerekend aan personeel dat betrokken is bij de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde activiteiten, worden weerspiegeld in de te dekken kosten. De vergoedingen worden op een zodanig niveau vastgesteld dat een tekort of een aanzienlijke accumulatie van overschotten in de begroting van Enisa wordt vermeden. Begrotingsoverschotten uit vergoedingen worden overgedragen naar de financiering van activiteiten van Enisa, met name toekomstige activiteiten in verband met vergoedingen, of naar de compensatie van de geleden verliezen. Indien een aanzienlijk positief saldo in de begroting als gevolg van door vergoedingen gedekte activiteiten zich herhaaldelijk voordoet, of indien een aanzienlijk negatief saldo het gevolg is van de verlening van de door vergoedingen gedekte diensten, wijzigt de Commissie de in lid 5 bedoelde uitvoeringshandelingen om de methode voor het berekenen van de vergoedingen overeenkomstig artikel 118, lid 2, te herzien.

Het bedrag van de vergoedingen voor de in lid 1 bedoelde taken wordt op een zodanig niveau vastgesteld dat de inkomsten daaruit in voldoende mate bijdragen tot de dekking van de kosten van de activiteiten in verband met de ontwikkeling en instandhouding van Europese individuele attesteringsregelingen, de behandeling van aanvragen en de afgifte en verlenging van machtigingen en de kosten die nodig zijn voor die toezichtactiviteiten door Enisa.

Het bedrag van de vergoedingen voor de in lid 2 bedoelde taken wordt op een zodanig niveau vastgesteld dat de inkomsten daaruit voldoende bijdragen tot het dekken van de volledige kosten van de activiteiten in verband met de instandhouding van de in artikel 75 bedoelde Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen.

Het bedrag van de vergoedingen voor de in lid 3 bedoelde taken wordt op een zodanig niveau vastgesteld dat de inkomsten daaruit in voldoende mate bijdragen tot de dekking van de kosten van de activiteiten in verband met de verstrekking van de in artikel 15, lid 1, bedoelde testinstrumenten.

7.Enisa brengt verslag uit over de aangerekende vergoedingen en de gevolgen daarvan voor zijn begroting in het kader van de in artikel 50 vastgestelde procedure voor de indiening van de rekeningen.

8.Enisa moet een reeks indicatoren vaststellen om de werklast, doeltreffendheid en efficiëntie te meten met betrekking tot activiteiten die met vergoedingen worden gefinancierd. Enisa past dienovereenkomstig zijn personeelsplanning en beheer van middelen in verband met vergoedingen aan om adequaat te kunnen inspelen op die vraag en op eventuele schommelingen in de inkomsten uit vergoedingen. Enisa deelt het verslag met de Commissie, die het kan gebruiken voor de in artikel 120, lid 1, bedoelde evaluatie.

Artikel 48
Uitvoering van de begroting van Enisa

1.De uitvoerend directeur is verantwoordelijk voor de uitvoering van de begroting van Enisa en treeft op als ordonnateur.

2.De interne controleur van de Commissie heeft ten aanzien van Enisa dezelfde bevoegdheden als ten aanzien van de diensten van de Commissie.

3.De uitvoerend directeur zendt jaarlijks alle informatie met betrekking tot de resultaten van de evaluatieprocedures toe aan de begrotingsautoriteit.

Artikel 49
Indiening van de rekeningen en kwijting

1.De rekenplichtige van Enisa dient de voorlopige rekeningen van het begrotingsjaar (jaar N) in bij de rekenplichtige van de Commissie en bij de Rekenkamer uiterlijk op 1 maart van het jaar dat volgt op het begrotingsjaar (jaar N + 1).

2.De rekenplichtige van Enisa verstrekt ook de voor consolidatiedoeleinden vereiste boekhoudkundige informatie uiterlijk op 1 maart van het jaar N + 1 aan de rekenplichtige van de Commissie op de wijze en in de vorm die door deze laatste worden vereist.

3.Enisa zendt uiterlijk op 31 maart van het jaar N + 1 een verslag over het budgettair en financieel beheer voor het jaar N toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer.

4.Na ontvangst van de opmerkingen van de Rekenkamer over de voorlopige rekeningen van Enisa voor het jaar N stelt de rekenplichtige van Enisa onder eigen verantwoordelijkheid de definitieve rekeningen van Enisa op. De uitvoerend directeur legt deze voor advies voor aan de raad van bestuur.

5.De raad van bestuur brengt advies uit over de definitieve rekeningen van Enisa voor het jaar N.

6.De rekenplichtige van Enisa zendt uiterlijk op 1 juli van het jaar N + 1 de definitieve rekeningen voor het jaar N samen met het advies van de raad van bestuur toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer.

7.Uiterlijk op 15 november van het jaar N + 1 wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie een link bekendgemaakt naar de webpagina’s met de definitieve rekeningen van Enisa.

8.Uiterlijk op 30 september van het jaar N + 1 stuurt de uitvoerend directeur de Rekenkamer een antwoord op de opmerkingen die de Rekenkamer in haar jaarverslag heeft gemaakt. De uitvoerend directeur stuurt dat antwoord ook naar de raad van bestuur en de Commissie.

9.Overeenkomstig artikel 267, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad verstrekt de uitvoerend directeur het Europees Parlement op verzoek alle inlichtingen die nodig zijn voor het goede verloop van de kwijtingsprocedure voor het jaar N.

10.Op aanbeveling van de Raad, die bij gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit neemt, verleent het Europees Parlement de uitvoerend directeur vóór 15 mei van het jaar N + 2 kwijting voor de uitvoering van de begroting van het jaar N.

Artikel 50
Financiële regels

1.De financiële regels die van toepassing zijn op Enisa worden vastgesteld door de raad van bestuur, na raadpleging van de Commissie. Die regels wijken niet af van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 tenzij dat in verband met de werking van Enisa specifiek vereist is en de Commissie vooraf toestemming heeft verleend.

2.Enisa stelt zijn begroting op en voert deze uit in overeenstemming met zijn financiële regels en Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.

Artikel 51
Fraudebestrijding

1.Met het oog op de bestrijding van fraude, corruptie en andere illegale handelingen zijn de bepalingen van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad 75 onverminderd de activiteiten van Enisa van toepassing.

2.Enisa treedt binnen de zes maanden na [OP please insert the exact date, as referred to in Art. 127] toe tot het Interinstitutioneel akkoord van 25 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) 76 en stelt onverwijld de overeenkomstige voorschriften vast die op het personeel van het Agentschap van toepassing zijn, waarbij het gebruik maakt van het model in de bijlage bij dat akkoord.

3.De Rekenkamer is bevoegd om bij alle begunstigden van subsidies, contractanten en subcontractanten die van Enisa Uniemiddelen hebben ontvangen, audits te verrichten zowel op basis van documenten als door middel van controles ter plaatse.

4.OLAF kan overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (EG, Euratom) nr. 2185/96 van de Raad 77 onderzoeken verrichten, waaronder controles en inspecties ter plaatse, om vast te stellen of er in verband met een subsidie of een door Enisa gefinancierde overeenkomst sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad.

5.Werkregelingen met derde landen en internationale organisaties, overeenkomsten, subsidieovereenkomsten en subsidiebesluiten van het Enisa bevatten, onverminderd de leden 1 tot en met 4, bepalingen die de Rekenkamer en OLAF uitdrukkelijk de bevoegdheid verlenen dergelijke audits en onderzoeken binnen hun respectieve bevoegdheden te verrichten.

6.Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad kan het EOM overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad 78 .

Artikel 52
Belangenverklaring

1.De leden van de raad van bestuur, de uitvoerend directeur, de plaatsvervangend uitvoerend directeur, en de door de lidstaten op tijdelijke basis gedetacheerde ambtenaren leggen elk een verklaring over hun verplichtingen en een verklaring over hun belangen af waaruit blijkt dat zij wel of geen directe of indirecte belangen hebben die als nadelig voor hun onafhankelijkheid kunnen worden beschouwd. De verklaringen zijn nauwkeurig en volledig, en worden jaarlijks schriftelijk afgelegd en telkens wanneer dat nodig is bijgewerkt.

2.De leden van de raad van bestuur, de uitvoerend directeur, plaatsvervangend uitvoerend directeur en de externe deskundigen die deelnemen aan ad-hocwerkgroepen leggen elk uiterlijk aan het begin van elke vergadering een nauwkeurige en volledige verklaring af over belangen die met betrekking tot de agendapunten als nadelig voor hun onafhankelijkheid zouden kunnen worden beschouwd, en nemen niet deel aan de bespreking van en de stemming over die aangelegenheden.

3.Enisa legt in zijn huishoudelijk reglement de praktische regelingen voor de toepassing van de in de leden 1 en 2 bedoelde bepalingen inzake belangenverklaring vast.

Artikel 53
Transparantie

1.Enisa voert zijn activiteiten uit met een hoog niveau van transparantie en overeenkomstig artikel 55.

2.Enisa zorgt ervoor dat geïnteresseerden en alle belanghebbenden worden voorzien van passende, objectieve, betrouwbare en gemakkelijk toegankelijke informatie, in het bijzonder met betrekking tot de resultaten van zijn werkzaamheden. Tevens maakt het de overeenkomstig artikel 52 afgelegde belangenverklaringen openbaar beschikbaar.

3.De raad van bestuur kan op voorstel van de uitvoerend directeur belanghebbenden toestemming geven om de uitvoering van sommige activiteiten van Enisa als waarnemer bij te wonen.

4.Enisa legt in zijn huishoudelijk reglement de praktische regelingen voor de toepassing van de in de leden 1 en 2 vervatte transparantiebepalingen vast.

Artikel 54
Vertrouwelijkheid binnen Enisa

1.Onverminderd artikel 55 maakt Enisa aan derden geen verwerkte of ontvangen informatie bekend waarvoor een met redenen omkleed verzoek om vertrouwelijke behandeling is ingediend.

2.De leden van de raad van bestuur, de uitvoerend directeur, de plaatsvervangend uitvoerend directeur, de leden van de Enisa-adviesgroep, de externe deskundigen die deelnemen aan ad-hocwerkgroepen en de personeelsleden van Enisa, met inbegrip van de door de lidstaten tijdelijk gedetacheerde ambtenaren, leven ook na de beëindiging van hun functie de geheimhoudingsplicht uit hoofde van artikel 339 VWEU na.

3.Enisa legt in zijn huishoudelijk reglement de praktische regelingen voor de toepassing van de in de leden 1 en 2 bedoelde vertrouwelijkheidsregels vast.

Artikel 55
Toegang tot documenten

1.Verordening (EG) nr. 1049/2001 is van toepassing op de documenten die gehouden worden door Enisa.

2.De raad van bestuur stelt regelingen vast voor de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1049/2001.

3.Tegen besluiten van Enisa ingevolge artikel 8 van Verordening (EG) nr. 1049/2001 kan een klacht bij de Europese Ombudsman worden ingediend op grond van artikel 228 VWEU of beroep bij het Hof van Justitie van de Europese Unie worden ingesteld op grond van artikel 263 VWEU.

HOOFDSTUK V 
Personeel en verbindingsfunctionarissen

Artikel 56
Algemene bepalingen

1.Het Statuut van de ambtenaren en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, alsook de voorschriften die onderling overeengekomen zijn tussen de instellingen van de Unie om daaraan uitvoering te geven, zijn van toepassing op het personeel van Enisa.

2.Het personeel van Enisa, de verbindingsfunctionarissen en de bij Enisa gedetacheerde nationale deskundigen ondergaan een passende veiligheidsmachtigingsprocedure.

Artikel 57
Voorrechten en immuniteiten

Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, dat aan het VWEU is gehecht, is van toepassing op Enisa en zijn personeelsleden.

Artikel 58
Verbindingsfunctionarissen

1.Elke lidstaat wijst ten minste twee verbindingsfunctionarissen van een overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Richtlijn (EU) 2022/2555 aangewezen nationale bevoegde autoriteit aan als gedetacheerde nationale deskundigen bij Enisa om overeenkomstig artikel 59, lid 2, op zijn zetel of zijn lokale kantoor te werken. De Commissie kan ook een verbindingsfunctionaris aanwijzen.

2.Verbindingsfunctionarissen dragen bij tot de uitvoering van de taken van Enisa, onder meer door operationele samenwerking en informatie-uitwisseling als bedoeld in artikel 11 te vergemakkelijken. Verbindingsfunctionarissen ondersteunen Enisa ook bij het verspreiden van informatie over zijn activiteiten, bevindingen en aanbevelingen onder belanghebbenden in de hele Unie. Zij fungeren ook als nationaal contactpunt voor vragen van en over hun lidstaten, hetzij door die vragen rechtstreeks te beantwoorden, hetzij door contact met hun nationale overheidsdiensten te leggen.

3.Door hun lidstaten aangewezen verbindingsfunctionarissen hebben het recht, zoals bepaald bij deze verordening, om bij hun lidstaten om alle relevante informatie te verzoeken en om deze informatie te ontvangen, met volledige inachtneming van het nationale recht en de praktijken van de lidstaat, met name wat gegevensbescherming en geheimhouding betreft.

Artikel 59
Gedetacheerde nationale deskundigen en andere personeelsleden

1.Enisa kan op al haar werkgebieden gebruikmaken van gedetacheerde nationale deskundigen of ander personeel dat niet in dienst is van Enisa. Het Statuut en de Regeling zijn niet van toepassing op dit personeel.

2.De raad van bestuur stelt een besluit vast houdende voorschriften inzake de detachering van nationale deskundigen, met inbegrip verbindingsfunctionarissen, bij Enisa.

HOOFDSTUK VI 
ALGEMENE BEPALINGEN BETREFFENDE ENISA

Artikel 60
Juridische status van Enisa

1.Enisa is een orgaan van de Unie met rechtspersoonlijkheid.

2.In elke lidstaat heeft Enisa de ruimste handelingsbevoegdheid die door de nationale wetgeving van die lidstaat aan rechtspersonen wordt toegekend. Enisa kan in het bijzonder roerende en onroerende zaken verkrijgen of vervreemden en kan in rechte optreden.

3.Enisa wordt vertegenwoordigd door de uitvoerend directeur.

Artikel 61
Zetel

Enisa heeft zijn zetel in Athene, Griekenland.

Artikel 62
Zetelovereenkomst en voorwaarden voor de werking

1.De nodige regelingen betreffende de huisvesting van Enisa in de gastlidstaat en de faciliteiten die die lidstaat ter beschikking moet stellen, alsmede de specifieke voorschriften die in de gastlidstaat gelden voor de uitvoerend directeur, de leden van de raad van bestuur, de personeelsleden van Enisa en hun gezinsleden, worden vastgelegd in een zetelovereenkomst tussen Enisa en de gastlidstaat, die gesloten wordt nadat de raad van bestuur daarmee heeft ingestemd.

2.De gastlidstaat van Enisa verschaft zo goed mogelijke voorwaarden om een goede werking van Enisa te waarborgen, rekening houdend met de bereikbaarheid van de locatie, de aanwezigheid van passende onderwijsvoorzieningen voor de kinderen van personeelsleden en passende arbeidsmogelijkheden, sociale zekerheid en medische zorg voor kinderen en echtgenoten van personeelsleden.

Artikel 63
Administratief toezicht

De Europese Ombudsman ziet overeenkomstig artikel 228 VWEU toe op de activiteiten van Enisa.

Artikel 64
Aansprakelijkheid van Enisa

1.De contractuele aansprakelijkheid van Enisa valt onder het recht dat van toepassing is op de betrokken overeenkomst.

2.Het Hof van Justitie van de Europese Unie is bevoegd uitspraak te doen krachtens een arbitrageclausule in een door Enisa gesloten overeenkomst.

3.In geval van niet-contractuele aansprakelijkheid vergoedt Enisa alle schade die Enisa zelf of zijn personeelsleden in de uitoefening van hun functie hebben veroorzaakt, overeenkomstig de algemene beginselen die de wetgevingen van de lidstaten gemeen hebben.

4.Het Hof van Justitie van de Europese Unie is bevoegd kennis te nemen van geschillen over de vergoeding van de in lid 3 bedoelde schade.

5.De persoonlijke aansprakelijkheid van de personeelsleden van Enisa jegens Enisa wordt beheerst door de bepalingen van het Statuut of die van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden.

Artikel 65
Talenregeling

1.Verordening nr. 1 van de Raad 79 is van toepassing op Enisa. De lidstaten en de overige door de lidstaten aangewezen instanties mogen hun verzoeken aan Enisa richten en daarop een antwoord verlangen in de officiële taal van de instellingen van de Unie van hun keuze.

2.Vertaling en alle andere taalkundige diensten die nodig zijn voor de werking van Enisa, behalve vertolking, worden verricht door het Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie.

Artikel 66
Bescherming van persoonsgegevens

1.Op de verwerking van persoonsgegevens door Enisa is Verordening (EU) 2018/1725 van toepassing.

2.De raad van bestuur stelt uitvoeringsvoorschriften als bedoeld in artikel 45, lid 3, van Verordening (EU) 2018/1725 vast. De raad van bestuur kan aanvullende maatregelen vaststellen met het oog op de toepassing van Verordening (EU) 2018/1725 door Enisa.

Artikel 67
Beveiligingsvoorschriften voor de bescherming van gevoelige niet-gerubriceerde informatie en gerubriceerde informatie

Enisa stelt in overleg met de Commissie beveiligingsvoorschriften vast en past daarbij de beveiligingsbeginselen toe die zijn vervat in de veiligheidsvoorschriften van de Commissie voor de bescherming van gevoelige niet-gerubriceerde gegevens en EUCI, als vermeld in Besluiten (EU, Euratom) 2015/443 80 en 2015/444 81 . Dat beveiligingsreglement omvat onder meer bepalingen betreffende de uitwisseling, de verwerking en de opslag van dergelijke gegevens.

Artikel 68
Samenwerking met entiteiten van de Unie en nationale autoriteiten

1.Om consistentie te waarborgen, synergieën tot stand te brengen en kwesties van gemeenschappelijk belang aan te pakken, werkt Enisa op het gebied van cyberbeveiliging samen met CERT-EU en relevante entiteiten van de Unie, waaronder Europol, het bij Verordening (EU) 2021/887 opgerichte Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging en het in artikel 68, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679 opgerichte Europees Comité voor gegevensbescherming.

2.De in lid 1 bedoelde samenwerking kan worden gewaarborgd door:

a)het uitwisselen van kennis en beste praktijken;

b)het verstrekken van advies en het afgeven van richtsnoeren over aangelegenheden in verband met cyberbeveiliging;

c)het vaststellen van praktische regelingen voor de uitvoering van specifieke taken, na raadpleging van de Commissie.

3.Enisa gaat een gestructureerde samenwerking aan met CERT-EU, met name op het gebied van capaciteitsopbouw, operationele samenwerking en strategische langetermijnanalyses van cyberdreigingen.

4.Enisa werkt samen en wisselt informatie uit met relevante markttoezichtautoriteiten en toezichthoudende autoriteiten die zijn aangewezen uit hoofde van de Uniewetgeving op het gebied van cyberbeveiliging, met inbegrip van Verordening (EU) 2024/2847.

Artikel 69
Samenwerken met belanghebbenden

1.Wanneer dit nodig is om de doelstellingen van deze verordening te verwezenlijken, werkt Enisa samen met belanghebbenden, zoals de cyberbeveiligingsbranche, de ICT-sector, kmo’s, entiteiten die actief zijn in de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 vermelde sectoren, fabrikanten, importeurs of distributeurs van producten met digitale elementen in de zin van Verordening (EU) 2024/2847, conformiteitsbeoordelingsinstanties die zijn aangemeld in het kader van het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering en Verordening (EU) 2024/2847, entiteiten die actief zijn op het gebied van elektronische identificatiemiddelen, consumentenorganisaties en academische deskundigen op het gebied van cyberbeveiliging. Daartoe kan Enisa publiek-private partnerschappen aangaan.

2.Enisa ondersteunt, in overleg met de Commissie, de samenwerking tussen aangemelde conformiteitsbeoordelingsinstanties overeenkomstig artikel 93. Het kan met name een groep aangemelde conformiteitsbeoordelingsinstanties oprichten om beste praktijken uit te wisselen en synergieën tot stand te brengen met andere relevante wetgeving van de Unie, met name Verordening (EU) 2024/2847.

Artikel 70
Samenwerking met derde landen en internationale organisaties

1.Voor zover dat voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze verordening noodzakelijk is, kan Enisa samenwerken met de bevoegde autoriteiten van derde landen of met internationale organisaties, of met beide, in overeenstemming met de prioriteiten van de Unie. Daartoe kan Enisa werkregelingen treffen met de autoriteiten van derde landen en met internationale organisaties, onder voorbehoud van voorafgaande goedkeuring door de Commissie. Die werkregelingen scheppen geen wettelijke verplichtingen voor de Unie en haar lidstaten.

2.De raad van bestuur stelt een strategie op voor betrekkingen met derde landen en internationale organisaties wat betreft aangelegenheden waarvoor Enisa bevoegd is en in overeenstemming met de in lid 1 bedoelde prioriteiten. De Commissie zorgt ervoor dat Enisa binnen zijn mandaat en het bestaande institutionele kader handelt door passende werkregelingen met de uitvoerend directeur te sluiten.

3.Ter ondersteuning van de samenwerking met derde landen, met name landen die kandidaat zijn om tot de Unie toe te treden, kan Enisa zijn expertise op het gebied van capaciteitsopbouw ter beschikking stellen, met name op de volgende gebieden:

a)beoordeling van het maturiteitsniveau van cyberbeveiligingscapaciteiten en -middelen;

b)groei en verbetering van het personeelsbestand op het gebied van cyberbeveiliging, onder meer door het ECSF en de regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden te bevorderen en leer- en opleidingsactiviteiten aan te bieden;

c)ondersteuning van de planning en uitvoering van cyberbeveiligingsoefeningen.

4.Enisa staat open voor deelname aan de werkzaamheden van Enisa door derde landen die met de Unie overeenkomsten in die zin hebben gesloten. Krachtens de desbetreffende bepalingen van overeenkomsten tussen derde landen en de Unie worden, onder voorbehoud van voorafgaande goedkeuring door de Commissie, werkregelingen uitgewerkt voor met name de aard, de omvang en de wijze van deelname van elk van die derde landen aan de werkzaamheden van Enisa, met inbegrip van bepalingen betreffende de deelname aan de initiatieven van Enisa en betreffende financiële en personele bijdragen. Wat personeelszaken betreft, voldoen die werkregelingen in elk geval aan het Statuut en de Regeling.

5.Enisa brengt regelmatig verslag uit aan de Raad en de Commissie over de uitvoering van de in de leden 1 en 4 bedoelde werkregelingen.

TITEL III

EUROPEES KADER VOOR CYBERBEVEILIGINGSCERTIFICERING

HOOFDSTUK I 
Doelstellingen, toepassingsgebied en procedures

Artikel 71
Doelstellingen en toepassingsgebied van het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering

1.Het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering wordt vastgesteld met het oog op de totstandbrenging van een digitale eengemaakte markt voor ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten en entiteiten. Daartoe verhoogt het kader het cyberbeveiligingsniveau in de Unie, maakt het een geharmoniseerde aanpak van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen mogelijk en gebruikt het certificering om de naleving van de toepasselijke wetgeving van de Unie te vergemakkelijken.

2.Het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering voorziet in een mechanisme om Europese cyberbeveiligingscertificeringen vast te stellen en het volgende te bevestigen:

a)dat ICT-producten, -diensten en -processen die door middel van dergelijke regelingen zijn geëvalueerd, aan gespecificeerde beveiligingsvoorschriften voldoen met als doel de beschikbaarheid, authenticiteit, integriteit of vertrouwelijkheid van opgeslagen, verzonden of verwerkte gegevens of de functies of diensten die via die producten, diensten en processen worden aangeboden of toegankelijk zijn, te beschermen gedurende hun gehele levenscyclus;

b)dat beheerde beveiligingsdiensten die door middel van dergelijke regelingen zijn geëvalueerd, aan gespecificeerde beveiligingsvoorschriften voldoen met als doel de beschikbaarheid, authenticiteit, integriteit en vertrouwelijkheid van gegevens die in verband met de verlening van die diensten worden opgevraagd, verwerkt, opgeslagen of verzonden, te beschermen, en dat die diensten permanent met de vereiste bekwaamheid, expertise en ervaring worden verleend door personeel met een voldoende en passend niveau van relevante technische kennis en professionele integriteit;

c)dat de cyberbeveiligingspositie van een entiteit die overeenkomstig dergelijke regelingen is geëvalueerd, voldoet aan specifieke cyberbeveiligingsvoorschriften.

3.Europese cyberbeveiligingscertificering geschiedt op basis van vrijwilligheid, tenzij in het recht van de Unie of de lidstaten anders is bepaald.

4.Een Europees cyberbeveiligingscertificaat en een EU-conformiteitsverklaring die zijn afgegeven in het kader van het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering worden automatisch erkend in alle lidstaten.

Artikel 72
Voorlichting en raadpleging van het publiek

1.De Commissie organiseert, met de steun van Enisa, ten minste eenmaal per jaar een Europese Vergadering voor cyberbeveiligingscertificering, waarbij leden van de EGC en andere relevante deskundigen uit de lidstaten, relevante deskundigen van entiteiten van de Unie en belanghebbenden worden uitgenodigd om strategische prioriteiten voor harmonisatie op het gebied van cyberbeveiligingscertificering te bespreken.

2.De Commissie onderhoudt en actualiseert regelmatig een speciale website met informatie over de volgende aspecten:

a)Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen die overeenkomstig artikel 73 voor ontwikkeling worden aangevraagd;

b)strategische prioriteiten voor de harmonisatie van ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten, de cyberbeveiligingspositie van entiteiten of beveiligingsvoorschriften van de wetgeving van de Unie, met inbegrip van mogelijke terreinen waarvoor een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling kan worden aangevraagd.

3.De Commissie maakt op de in lid 2 van dit artikel bedoelde website de informatie openbaar over haar verzoek aan Enisa om een potentiële regeling als bedoeld in artikel 73 op te stellen en haar besluit om een door Enisa overeenkomstig artikel 74, lid 7, toegezonden potentiële regeling te aanvaarden, af te wijzen of stop te zetten.

4.Tijdens de opstelling van een potentiële regeling door Enisa overeenkomstig artikel 74 kunnen het Europees Parlement en de Raad de Commissie (in haar hoedanigheid van voorzitter van de EGC) en Enisa verzoeken om relevante informatie over het ontwerp van potentiële regeling te verstrekken. Op verzoek van het Europees Parlement of de Raad kan Enisa, in overleg met de Commissie en onverminderd artikel 54, relevante delen van een ontwerp van potentiële regeling ter beschikking stellen van het Europees Parlement en de Raad op een wijze die past bij het vereiste vertrouwelijkheidsniveau, en in voorkomend geval op beperkte wijze.

5.Het Europees Parlement en de Raad kunnen de Commissie en Enisa verzoeken kwesties te bespreken met betrekking tot de uitvoering van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen voor ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten.

Artikel 73
Verzoek om een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling

1.De Commissie kan Enisa verzoeken een potentiële Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling voor ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten op te stellen.

2.In naar behoren gemotiveerde gevallen kan de EGC de Commissie voorstellen een in lid 1 bedoeld verzoek in te dienen.

3.In het in lid 1 bedoelde verzoek worden het doel, het toepassingsgebied en de modaliteiten van de verwezenlijking van de in de artikelen 80 en 81 vastgestelde relevante beveiligingsdoelstellingen en -elementen nader omschreven. In het verzoek worden ook het ontwikkelingsplan van de potentiële Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling en de relevante technische specificaties vermeld waarnaar in de regeling moet worden verwezen of die in de regeling moeten worden gedefinieerd.

4.Bij het opstellen van het in lid 1 bedoelde verzoek raadpleegt de Commissie Enisa en de EGC naar behoren en houdt zij rekening met de standpunten van alle belanghebbenden en andere entiteiten van de Unie, met inbegrip van, in voorkomend geval, zij die relevant zijn uit hoofde van de wetgeving van de Unie waarin een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling naleving aantoont en een vermoeden van conformiteit vestigt.

Artikel 74
Voorbereiding en vaststelling van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen

1.Uiterlijk twaalf maanden na ontvangst van een verzoek van de Commissie overeenkomstig artikel 73 stelt Enisa, tenzij in het verzoek anders is bepaald, een potentiële Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling op die voldoet aan de vereisten van de artikelen 80 en 81.

2.Voor de opstelling van elke potentiële regeling stelt Enisa overeenkomstig artikel 32, lid 6, een ad-hocwerkgroep in, met het doel Enisa van deskundig advies te voorzien.

3.Bij de opstelling van de potentiële regeling werkt Enisa nauw samen met de EGC. De EGC verleent Enisa bijstand en deskundig advies met betrekking tot de opstelling van de potentiële regeling en, in voorkomend geval, ondersteunende technische specificaties.

4.Bij de opstelling van de potentiële regeling met inbegrip van, in voorkomend geval, ondersteunende technische specificaties, raadpleegt Enisa tijdig belanghebbenden door middel van een formele, open, transparante en inclusieve raadplegingsprocedure. Enisa werkt ook samen met relevante overheidsinstanties in de lidstaten en met relevante entiteiten van de Unie om hun deskundig advies in te winnen met betrekking tot de opstelling van de potentiële regeling en, in voorkomend geval, ondersteunende technische specificaties. Bij de toezending van de potentiële regeling aan de Commissie overeenkomstig lid 6, beschrijft Enisa de wijze waarop het aan dit lid heeft voldaan.

5.Alvorens de potentiële regeling en, in voorkomend geval, ondersteunende technische specificaties aan de Commissie toe te zenden, verzoekt Enisa de leden van de EGC schriftelijke adviezen over de potentiële regeling te verstrekken. De adviezen worden uiterlijk dertig dagen na de datum van het verzoek verstrekt. Enisa houdt zoveel mogelijk rekening met de adviezen van de leden van de EGC. Het ontbreken van dergelijke adviezen belet Enisa niet de potentiële regeling aan de Commissie door te geven.

6.Enisa zendt de potentiële regeling uiterlijk zestig dagen na de datum van het in lid 5 bedoelde verzoek toe aan de Commissie.

7.Wanneer de Commissie de potentiële regeling ontvangt, beoordeelt zij of de regeling beantwoordt aan het overeenkomstig artikel 73 ingediende verzoek. Binnen dertig dagen na de datum van toezending van die potentiële regeling onderneemt de Commissie een van de volgende acties:

a)de potentiële regeling aanvaarden;

b)de potentiële regeling voor herziening terugzenden aan Enisa, samen met een motivering voor deze terugzending en een termijn van ten hoogste negentig dagen, binnen welke Enisa een herziene potentiële regeling verstrekt;

c)de potentiële regeling stopzetten.

8.Indien de Commissie een potentiële regeling terugzendt naar Enisa voor herziening overeenkomstig lid 7, punt b), zijn de leden 4, 5 en 7 van overeenkomstige toepassing.

9.De Commissie is bevoegd om, op basis van de door Enisa opgestelde aanvaarde potentiële regeling, uitvoeringshandelingen vast te stellen die voorzien in een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling voor ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten die voldoet aan de vereisten van de artikelen 80 en 81. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 118, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

10.De Commissie kan overeenkomstig de artikelen 18 en 77 in de in lid 9 van dit artikel bedoelde uitvoeringshandelingen verwijzen naar technische specificaties die Enisa heeft ontwikkeld.

11.De Commissie kan de voorwaarden voor de internationale erkenning van Europese cyberbeveiligingscertificaten specificeren in de in lid 9 van dit artikel bedoelde uitvoeringshandelingen, overeenkomstig artikel 87.

Artikel 75
Instandhouding van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling

1.Voor elke Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling wordt een instandhoudingsstrategie vastgesteld. In de instandhoudingsstrategie worden de verwachtingen met betrekking tot instandhoudingsactiviteiten uiteengezet, met name die welke verband houden met de normen of technische specificaties waarnaar in de regeling wordt verwezen en met de interactie met belanghebbenden.

2.Enisa zorgt, in samenwerking met de Commissie en met steun van de EGC en haar relevante subgroep voor instandhouding, voor de instandhouding van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen, onder meer met het oog op de mogelijke herziening van dergelijke regelingen door de Commissie. Enisa werkt samen en wisselt informatie uit met relevante entiteiten en groepen van de Unie met betrekking tot instandhoudingsactiviteiten.

3.Enisa kan de betrokkenheid van de particuliere sector bij de instandhouding van een regeling organiseren in de vorm van een ad-hocwerkgroep overeenkomstig de in lid 1 bedoelde instandhoudingsstrategie.

4.De instandhoudingsactiviteiten van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen omvatten het volgende:

a)het opstellen, actualiseren en bekrachtigen van technische specificaties en richtsnoeren ter ondersteuning van de geharmoniseerde en uniforme werking van de regelingen;

b)het vaststellen van normen of technische specificaties die relevant zijn voor de regeling;

c)interacties en, in voorkomend geval, het aangaan van contacten met belanghebbenden, waaronder Europese of internationale normalisatieorganisaties, onder meer met het oog op het leveren of ontvangen van technische bijdragen;

d)het doen van aanbevelingen aan de Commissie over noodzakelijke verbeteringen en actualiseringen van de regelingen, onder meer met het oog op een mogelijke herziening van de regelingen;

e)het uitwisselen van informatie over de praktische uitvoering van de regelingen tussen de lidstaten;

f)bijdragen aan mechanismen voor collegiale toetsing en analyses van de resultaten van dergelijke beoordelingen om de werking van de regelingen te verbeteren en de mogelijke herziening ervan te ondersteunen.

5.De EGC kan een advies uitbrengen over de instandhouding van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen.

Artikel 76
Evaluatie, herziening en intrekking van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling

1.Ten minste om de vier jaar na de inwerkingtreding van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling evalueert Enisa het effect en de doeltreffendheid van die regeling, in samenwerking met de relevante subgroep voor instandhouding van de EGC en rekening houdend met de feedback van belanghebbenden. Enisa voert de evaluatie uit door de marktanalyse overeenkomstig artikel 8, lid 1, uit te voeren.

2.Naar aanleiding van de in lid 1 bedoelde evaluatie kan de Commissie uitvoeringshandelingen die voorzien in een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling overeenkomstig artikel 74, lid 9, herzien of intrekken.

3.Bij het herzien of intrekken van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen raadpleegt de Commissie Enisa, de EGC en haar relevante subgroep voor instandhouding, en houdt zij rekening met de standpunten van belanghebbenden en andere entiteiten van de Unie.

4.De EGC kan een advies uitbrengen over de herziening of intrekking van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling. De Commissie houdt daar bij de herziening of intrekking van de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling terdege rekening mee.

Artikel 77
Technische specificaties in Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen

1.Enisa kan technische specificaties ontwikkelen met het oog op een toekomstige Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling of ter ondersteuning van de instandhouding van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling.

2.De in lid 1 van dit artikel bedoelde technische specificaties worden tijdig ontwikkeld, met de steun van de EGC en haar subgroepen voor instandhouding en, in voorkomend geval, de overeenkomstige ad-hocwerkgroep als bedoeld in artikel 75, lid 3. Daartoe vraagt Enisa ook om bijdragen van relevante groepen belanghebbenden, rekening houdend met de in artikel 75, lid 1, bedoelde instandhoudingsstrategie.

3.Wanneer in een Europese regeling voor cyberbeveiligingscertificering als bedoeld in artikel 74, lid 10, naar technische specificaties wordt verwezen, worden deze beschikbaar gesteld op de in artikel 79 bedoelde website.

4.In naar behoren gemotiveerde gevallen, met name wanneer de technische specificaties informatie bevatten die de beveiliging van gecertificeerde ICT-producten, -diensten of -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten in gevaar kan brengen, worden zij alleen verspreid onder de belanghebbenden waarop de voorschriften van de regeling van toepassing zijn. Naar dergelijke technische specificaties wordt niet verwezen in een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling als bedoeld in artikel 74, lid 10.

Artikel 78 
Vergemakkelijken van de naleving van de wetgeving van de Unie

1.Indien een specifieke rechtshandeling van de Unie daarin voorziet, toont een in het kader van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling afgegeven certificaat naleving met de overeenkomstige voorschriften van die rechtshandeling aan en vestigt het een vermoeden van conformiteit daarmee.

2.Evaluatieactiviteiten in het kader van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling zijn in overeenstemming met de overeenkomstige rechtshandeling van de Unie waarin het aantonen van de naleving en het vermoeden van conformiteit zijn vastgelegd. Indien dergelijke evaluatieactiviteiten niet in de overeenkomstige rechtshandeling van de Unie zijn gespecificeerd, worden zij in de regeling gespecificeerd. Een conformiteitsbeoordeling voor certificering die het vermoeden van conformiteit met de in de wetgeving van de Unie vastgestelde voorschriften vestigt, wordt uitgevoerd door een derde instantie.

3.Bij ontstentenis van geharmoniseerde Uniewetgeving, kan in nationaal recht ook worden bepaald dat een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling kan worden gebruikt voor het aantonen van naleving van en voor het vestigen van het vermoeden van conformiteit met specifieke wettelijke voorschriften van het nationaal recht.

Artikel 79
Gebruik van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen, de website van Enisa en de bekendmaking van certificaten

1.Enisa organiseert activiteiten om het gebruik van vastgestelde Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen te bevorderen, onder meer door de in lid 2 van dit artikel bedoelde website te onderhouden.

2.Enisa onderhoudt en actualiseert regelmatig een speciale website met openbaar toegankelijke informatie over het volgende:

a)Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen;

b)de vergoedingen in verband met de instandhouding van elke Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling;

c)relevante technische specificaties van Enisa;

d)Europese cyberbeveiligingscertificaten en EU-conformiteitsverklaringen, met inbegrip van informatie over dergelijke certificaten en verklaringen die niet langer geldig zijn of die zijn opgeschort, ingetrokken of verlopen;

e)relevante informatie over cyberbeveiliging die wordt verstrekt overeenkomstig artikel 84;

f)samenvattingen van collegiale toetsingen overeenkomstig artikel 89, lid 7;

g)technische specificaties waarnaar wordt verwezen in een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling overeenkomstig artikel 74, lid 10.

3.Waar van toepassing staan op de in lid 2 bedoelde website ook de nationale cyberbeveiligingscertificeringsregelingen die zijn vervangen door een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling.

HOOFDSTUK II 
Inhoud van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen

Artikel 80
Beveiligingsdoelstellingen van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen

1.Met een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling worden, in voorkomend geval, de volgende beveiligingsdoelstellingen nagestreefd:

a)ervoor zorgen dat ICT-producten, -diensten en -processen en beheerde beveiligingsdiensten door standaardinstellingen en door ontwerp veilig zijn;

b)opgeslagen, verzonden of anderszins verwerkte gegevens met behulp van geschikte technische middelen beschermen tegen onbedoelde of onbevoegde opslag, verwerking, toegang of openbaarmaking, rekening houden met de gehele levensduur van de ICT-producten, -diensten of -processen;

c)de integriteit van opgeslagen, verzonden of anderszins verwerkte persoonsgegevens of andere gegevens, commando’s, programma’s en configuraties beschermen tegen manipulatie of wijziging die niet door de gebruiker is toegestaan, en corruptie melden, rekening houdend met de gehele levenscyclus van de ICT-producten, -diensten of -processen;

d)zorgen voor bescherming tegen ongeoorloofde toegang door middel van passende controlemechanismen, met inbegrip van maar niet beperkt tot authenticatie-, identiteits- of toegangsbeheersystemen, en melding maken van eventuele ongeoorloofde toegang;

e)componenten en kwetsbaarheden identificeren en documenteren, onder meer, in voorkomend geval, door het opstellen van een softwarestuklijst waarin ten minste de afhankelijkheden op het hoogste niveau worden aangegeven;

f)beveiligingsgerelateerde informatie verstrekken door relevante interne activiteiten te registreren en te monitoren, met inbegrip van toegang tot of wijziging van gegevens, diensten of functies, in voorkomend geval, met een opt-outmechanisme voor de gebruiker;

g)verifiëren dat ICT-producten, -diensten en -processen geen bekende kwetsbaarheden bevatten die kunnen worden uitgebuit;

h)de beschikbaarheid van essentiële en basisfuncties beschermen, ook na een incident, onder meer door middel van weerbaarheids- en beperkingsmaatregelen tegen denial of serviceaanvallen;

i)de negatieve gevolgen voor de beschikbaarheid van door andere netwerken en apparaten verleende diensten in geval van een fysiek of technisch incident tot een minimum beperken;

j)ervoor zorgen dat ICT-producten, -diensten en -processen regelmatig worden getest en dat de beveiliging ervan wordt geëvalueerd;

k)ervoor zorgen dat kwetsbaarheden onverwijld worden aangepakt en verholpen, onder meer door middel van beveiligingsupdates, en dat informatie over verholpen kwetsbaarheden wordt gedeeld en openbaar wordt gemaakt, tenzij de risico’s van openbaarmaking groter zijn dan de beveiligingsvoordelen;

l)zorgen voor een beleid inzake gecoördineerde bekendmaking van kwetsbaarheden;

m)de uitwisseling van informatie over potentiële kwetsbaarheden in ICT-producten, -diensten en -processen vergemakkelijken;

n)ervoor zorgen dat, wanneer beveiligingsupdates beschikbaar zijn om vastgestelde beveiligingsproblemen aan te pakken, die beveiligingsupdates onverwijld worden verspreid;

o)ervoor zorgen dat de beheerde beveiligingsdiensten worden verleend met de vereiste bekwaamheid, expertise en ervaring, en dat het personeel dat belast is met het verlenen van die diensten beschikt over een voldoende en passend niveau van technische kennis en bekwaamheid op het specifieke gebied, over voldoende en passende ervaring en over de hoogste mate van professionele integriteit;

p)ervoor zorgen dat de ICT-producten, -diensten en -processen die bij de verlening van de beheerde beveiligingsdiensten worden ingezet, qua ontwerp en standaard veilig zijn en, in voorkomend geval, voorzien zijn van de recentste beveiligingsupdates en geen bekende kwetsbaarheden bevatten.

q)ervoor zorgen dat de gecertificeerde entiteit over passende interne procedures beschikt om te waarborgen dat de diensten op een voldoende en passend kwaliteitsniveau worden verleend;

r)ervoor zorgen dat de gecertificeerde entiteit incidenten kan identificeren, zich ertegen kan beschermen, ze op kan sporen, erop kan reageren en ervan kan herstellen;

s)ervoor zorgen dat de gecertificeerde entiteit de risico’s voor de beveiliging van de netwerk- en informatiesystemen die de entiteit voor zijn werkzaamheden of voor het verlenen van zijn diensten gebruikt, kan beheren en incidenten kan voorkomen of de gevolgen van incidenten voor de afnemers van zijn diensten en voor andere diensten kan beperken;

t)ervoor zorgen dat de gecertificeerde entiteit haar operationele integriteit en betrouwbaarheid kan opbouwen, waarborgen en evalueren, door direct of indirect via het gebruik van diensten die door derde aanbieders van ICT-diensten worden verleend te voorzien in het volledige scala van ICT-gerelateerde capaciteiten die nodig zijn voor de beveiliging van de netwerk- en informatiesystemen die door de entiteit worden gebruikt, en waarmee de permanente verlening van diensten en de kwaliteit ervan worden ondersteund, onder meer gedurende storingen;

u)ervoor zorgen dat de gecertificeerde entiteit een beheersysteem voor informatiebeveiliging kan invoeren en onderhouden;

v)weerstand bieden aan elke gebeurtenis die de beschikbaarheid, authenticiteit, integriteit of vertrouwelijkheid van opgeslagen, verzonden of verwerkte gegevens of van de diensten die worden aangeboden door of toegankelijk zijn via het netwerk- en informatiesysteem dat door de entiteit wordt gebruikt, in gevaar kan brengen, en de permanente verlening van diensten en de kwaliteit ervan waarborgen, onder meer gedurende storingen;

w)ervoor zorgen dat de entiteit de beveiliging van de verwerking van persoonsgegevens kan waarborgen.

2.De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 119 gedelegeerde handelingen vast te stellen om lid 1 van dit artikel te wijzigen door beveiligingsdoelstellingen toe te voegen of te wijzigen om ervoor te zorgen dat daarin rekening wordt gehouden met de meest recente technologische ontwikkelingen en nieuwe daarmee verband houdende dreigingen, en door nieuwe wetgeving van de Unie vast te stellen waarin het aantonen van naleving en het vermoeden van conformiteit door middel van Europese cyberbeveiligingscertificering met de relevante cyberbeveiligingsvoorschriften van die wetgeving worden vastgesteld.

3.Een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling voor producten met digitale elementen zoals gedefinieerd in artikel 3, punt 1, van Verordening (EU) 2024/2847 wordt ontworpen in overeenstemming met de essentiële cyberbeveiligingsvoorschriften van bijlage I bij die verordening en houdt rekening met de beschikbare geharmoniseerde normen.

Artikel 81
Elementen van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen

1.Een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling omvat ten minste het volgende:

a)het onderwerp en het toepassingsgebied van de certificeringsregeling, met inbegrip van het soort of de categorieën ICT-producten, -diensten of -processen of beheerde beveiligingsdiensten of de activa, diensten en functies van de entiteit die onder het toepassingsgebied van de certificering vallen;

b)een duidelijke beschrijving van het doel van de regeling en, in voorkomend geval, de vaststelling van Uniewetgeving tot vaststelling van vereisten waarvoor de Europese cyberbeveiligingscertificaten de naleving aantonen en een vermoeden van conformiteit vestigen;

c)de instandhoudingsstrategie waarin de in artikel 75 uiteengezette aanpak van instandhoudingsactiviteiten wordt gespecificeerd;

d)de specifieke cyberbeveiligingsvoorschriften, evaluatiecriteria en -methoden die moeten worden gebruikt voor de evaluatie van ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten, en verwijzingen naar de internationale, Europese of nationale normen die worden toegepast bij de evaluatie van ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten of, indien dergelijke normen niet beschikbaar of passend zijn, naar de door Enisa overeenkomstig artikel 77 opgestelde technische specificaties of, indien dergelijke specificaties niet beschikbaar zijn, naar andere technische specificaties;

e)de maximale geldigheidsduur van Europese cyberbeveiligingscertificaten die uit hoofde van de regeling zijn afgegeven.

2.Een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling omvat ten minste regels en voorwaarden met betrekking tot het volgende:

a)het toezicht op de conformiteit van ICT-producten, -diensten of -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten met de vereisten van de Europese cyberbeveiligingscertificaten of de EU-conformiteitsverklaringen, met inbegrip van de mechanismen om aan te tonen dat de vermelde cyberbeveiligingsvoorschriften nog altijd worden nageleefd;

b)de afgifte, bevestiging, intrekking en vernieuwing van de Europese cyberbeveiligingscertificaten, de uitbreiding of beperking van het toepassingsgebied van de certificering en de hercertificering;

c)de gevolgen voor ICT-producten, -diensten of -processen, beheerde beveiligingsdiensten of entiteiten die zijn gecertificeerd of waarvoor een EU-conformiteitsverklaring is afgegeven, maar die niet voldoen aan de voorschriften van de regeling;

d)de wijze waarop voorheen onopgemerkte kwetsbaarheden in de cyberbeveiliging van ICT-producten, -diensten en -processen moeten worden gemeld en aangepakt;

e)de inhoud en vorm van de af te geven Europees cyberbeveiligingscertificaten en EU-conformiteitsverklaringen;

f)de beschikbaarheidstermijn van de EU-conformiteitsverklaring, de technische documentatie en alle andere relevante informatie die door de fabrikant of aanbieder van ICT-producten, -diensten of -processen of beheerde beveiligingsdiensten of door de entiteit waarvan de cyberbeveiligingspositie onderworpen is aan certificering, ter beschikking moet worden gesteld;

g)eventuele mechanismen voor collegiale toetsing die zijn ingesteld in het kader van de regeling voor autoriteiten of organen die Europese cyberbeveiligingscertificaten afgeven overeenkomstig artikel 85, lid 4, onverminderd de collegiale toetsing waarin artikel 90 voorziet;

h)de vertrouwelijkheid van informatie en gegevens die door alle partijen zijn verkregen bij de uitvoering van taken en activiteiten in verband met de uitvoering van de bepalingen van deze titel;

i)vormen en procedures waaraan de fabrikanten of aanbieders van ICT-producten, -diensten of -processen zich moeten houden bij de verstrekking en actualisering van de aanvullende informatie over cyberbeveiliging overeenkomstig artikel 84; en

j)de continuïteit van certificeringsactiviteiten tijdens buitengewone crisissituaties, die onvermijdelijk zijn en de mogelijkheid belemmeren om de regels van de certificeringsregeling toe te passen.

3.Een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling omvat, in voorkomend geval, ook het volgende:

a)een of meer zekerheidsniveaus en de bijbehorende evaluatieniveaus;

b)beveiligingsprofielen om de beveiligingsvoorschriften te specificeren die van toepassing zijn op een bepaalde categorie ICT-producten, -diensten of -processen of beheerde beveiligingsdiensten;

c)uitbreidingsprofielen om aanvullende beveiligingsvoorschriften vast te stellen, met inbegrip van, in voorkomend geval, beveiligingsvoorschriften die zijn vastgesteld in nationale bepalingen tot omzetting van het Unierecht;

d)verduidelijking van welke conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, met inbegrip van ijken, testen, certificeren en inspecteren, voor het zekerheidsniveau “hoog”, of om de naleving aan te tonen en een vermoeden van conformiteit te vestigen, buiten de Europese Economische Ruimte (EER) zijn toegestaan;

e)een overzicht van nationale of internationale cyberbeveiligingscertificeringsregelingen die betrekking hebben op hetzelfde soort of dezelfde categorieën ICT-producten, -diensten of -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten;

f)aanvullende of specifieke voorschriften voor conformiteitsbeoordelingsinstanties, om te garanderen dat zij beschikken over de technische bekwaamheid om de cyberbeveiligingsvoorschriften te evalueren;

g)de informatie die nodig is voor certificering en die een aanvrager aan de conformiteitsbeoordelingsinstanties moet verstrekken of anderszins ter beschikking moet stellen;

h)merktekens of labels en de voorwaarden waaronder dergelijke merktekens of labels mogen worden gebruikt;

i)voorwaarden voor de internationale erkenning van Europese cyberbeveiligingscertificaten overeenkomstig artikel 87.

4.De gespecificeerde voorschriften van de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling zijn in overeenstemming met de voorschriften van de wetgeving van de Unie.

5.De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen met gemeenschappelijke beginselen en modelbepalingen voor de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde elementen in alle Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen. Indien passend en beschikbaar kan een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling verwijzingen naar die beginselen en modelbepalingen bevatten.

6.De in lid 5 bedoelde uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 118, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. Bij de ontwikkeling of herziening van de gemeenschappelijke beginselen en modelbepalingen voor de elementen van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen raadpleegt de Commissie Enisa en houdt zij in voorkomend geval rekening met de standpunten van de EGC, belanghebbenden en andere relevante organen.

Artikel 82
Zekerheids- en evaluatieniveaus van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen

1.In een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling kunnen voor ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten een of meer van de volgende zekerheidsniveaus worden gespecificeerd: “basis”, “substantieel” of “hoog”. Die zekerheidsniveaus staan in verhouding tot het risiconiveau dat verbonden is aan het beoogde gebruik van het ICT-product, de ICT-dienst, het ICT-proces of de beheerde beveiligingsdienst, of tot de aard van de entiteiten waarvan de cyberbeveiligingspositie onderworpen is aan certificering, en hun operationele omgeving, wat betreft de waarschijnlijkheid en de gevolgen van een incident.

2.In Europese cyberbeveiligingscertificaten wordt verwezen naar een zekerheidsniveau dat staat aangegeven in de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling uit hoofde waarvan die certificaten zijn afgegeven. In EU-conformiteitsverklaringen wordt verwezen naar het zekerheidsniveau “basis”.

3.In de betrokken Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling worden de overeenkomstige beveiligingsvoorschriften voor elk zekerheidsniveau bepaald, waaronder de overeenkomstige beveiligingscontroles en de overeenkomstige evaluatie waaraan het ICT-product, de ICT-dienst, het ICT-proces, de beheerde beveiligingsdienst of de cyberbeveiligingspositie van een entiteit moet worden onderworpen.

4.Het Europees cyberbeveiligingscertificaat of de EU-conformiteitsverklaring geeft de daaraan gerelateerde technische specificaties, normen en procedures, waaronder technische controles, weer, welke tot doel hebben het risico van cyberbeveiligingsincidenten te verminderen of die incidenten te voorkomen.

5.Een Europees cyberbeveiligingscertificaat of EU-conformiteitsverklaring voor het zekerheidsniveau “basis” biedt de zekerheid dat de ICT-producten, -diensten of -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten waarvoor dat certificaat of die EU-conformiteitsverklaring is afgegeven, voldoen aan de overeenkomstige beveiligingsvoorschriften, waaronder beveiligingscontroles, en dat zij geëvalueerd zijn op het niveau dat bedoeld is om de bekende basisrisico’s van cyberincidenten en -aanvallen tot een minimum te beperken. De te ondernemen evaluatiewerkzaamheden behelzen ten minste een toetsing van de technische documenten. Indien een dergelijke toetsing niet geschikt is, worden vervangende gelijkwaardige evaluatiewerkzaamheden ondernomen.

6.Een Europees cyberbeveiligingscertificaat voor het zekerheidsniveau “substantieel” biedt de zekerheid dat de ICT-producten, -diensten of -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten waarvoor dat certificaat is afgegeven, voldoen aan de overeenkomstige beveiligingsvoorschriften, waaronder beveiligingscontroles, en dat zij geëvalueerd zijn op een niveau dat bedoeld is om de bekende risico’s van incidenten en cyberaanvallen en het risico van cyberaanvallen door actoren met beperkte vaardigheden en middelen, tot een minimum te beperken. De te ondernemen evaluatiewerkzaamheden behelzen ten minste een verificatie dat er geen algemeen bekende kwetsbaarheden zijn, en testen om aan te tonen dat bij de ICT-producten, -diensten of -processen, beheerde beveiligingsdiensten of entiteiten de benodigde beveiligingscontroles correct worden uitgevoerd. Indien dergelijke evaluatiewerkzaamheden niet geschikt zijn, worden vervangende gelijkwaardige evaluatiewerkzaamheden ondernomen.

7.Een Europees cyberbeveiligingscertificaat voor het zekerheidsniveau “hoog” biedt de zekerheid dat de ICT-producten, -diensten of -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten waarvoor dat certificaat is afgegeven, voldoen aan de overeenkomstige beveiligingsvoorschriften, waaronder beveiligingscontroles, en dat zij geëvalueerd zijn op een niveau dat bedoeld is om het risico van incidenten en geavanceerde cyberaanvallen door actoren met aanzienlijke vaardigheden en middelen, tot een minimum te beperken. De te ondernemen evaluatiewerkzaamheden behelzen ten minste het volgende:

a)verifiëren dat er geen algemeen bekende kwetsbaarheden zijn;

b)testen of bij de ICT-producten, -diensten of -processen, beheerde beveiligingsdiensten of entiteiten de benodigde beveiligingscontroles correct worden uitgevoerd;

c)beoordelen van de weerstand van de ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of entiteiten tegen gekwalificeerde aanvallers, in voorkomend geval aan de hand van penetratietesten.

Indien dergelijke evaluatiewerkzaamheden niet geschikt zijn, worden vervangende gelijkwaardige evaluatiewerkzaamheden ondernomen. Alle conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, met inbegrip van ijken, testen, certificeren en inspecteren, voor het zekerheidsniveau “hoog” worden in de Europese Economische Ruimte uitgevoerd, tenzij in een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling anders is bepaald.

8.Wanneer een Europese regeling voor cyberbeveiligingscertificering is ontworpen om de naleving aan te tonen en een vermoeden van conformiteit met een specifieke rechtshandeling van de Unie te vestigen, biedt een Europees cyberbeveiligingscertificaat de zekerheid dat de gecertificeerde ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten voldoen aan de overeenkomstige cyberbeveiligingsvoorschriften van die rechtshandeling. Alle conformiteitsbeoordelingsactiviteiten, met inbegrip van ijken, testen, certificeren en inspecteren, worden met het oog op het vermoeden van overeenstemming in de Europese Economische Ruimte uitgevoerd, tenzij in een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling anders is bepaald.

9.In een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling kunnen voor een bepaald zekerheidsniveau verschillende evaluatieniveaus worden gespecificeerd. Elk evaluatieniveau komt overeen met een van de zekerheidsniveaus.

Artikel 83
Conformiteitszelfbeoordeling

1.Een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling moet kunnen voorzien in een conformiteitszelfbeoordeling die wordt uitgevoerd onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van de fabrikant of aanbieder van ICT-producten, -diensten of -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de entiteit waarvan de cyberbeveiligingspositie onderworpen is aan certificering. Conformiteitszelfbeoordelingen worden uitsluitend toegestaan voor ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten met een laag risico dat overeenkomt met het zekerheidsniveau “basis”.

2.De fabrikant of aanbieder van ICT-producten, -diensten of -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de entiteit waarvan de cyberbeveiligingspositie onderworpen is aan certificering kan een EU-conformiteitsverklaring afgeven waarin wordt verklaard dat is aangetoond dat aan de voorschriften van de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling is voldaan. Door een dergelijke verklaring op te stellen, aanvaardt die fabrikant of aanbieder of entiteit verantwoordelijkheid voor de conformiteit van het ICT-product, de ICT-dienst, het ICT-proces, de beheerde beveiligingsdienst of de cyberbeveiligingspositie met de in die regeling bepaalde voorschriften.

3.De fabrikant of aanbieder van ICT-producten, -diensten of -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de entiteit waarvan de cyberbeveiligingspositie onderworpen is aan certificering, stelt de EU-conformiteitsverklaring, de technische documenten en alle andere relevante informatie over de conformiteit van de ICT-producten, -diensten, -processen, beheerde beveiligingsdiensten of cyberbeveiligingspositie met de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling ter beschikking van de overeenkomstig artikel 89 aangewezen nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit voor de termijn die in die regeling is vastgesteld. Aan de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit en aan Enisa wordt onverwijld een kopie van de EU-conformiteitsverklaring voorgelegd.

Artikel 84
Aanvullende cyberbeveiligingsinformatie voor gecertificeerde ICT-producten, -diensten en -processen

1.De fabrikant of aanbieder van ICT-producten, -diensten of -processen waarvoor een EU-conformiteitsverklaring of een Europees cyberbeveiligingscertificaat is afgegeven, stelt de volgende aanvullende cyberbeveiligingsinformatie ter beschikking van de gebruiker:

a)het beoogde doel van het betrokken ICT-product, de betrokken ICT-dienst of het betrokken ICT-proces, met inbegrip van de door de fabrikant of aanbieder verstrekte beveiligingsomgeving;

b)richtsnoeren en aanbevelingen om gebruikers te helpen met de beveiligde configuratie, installatie, inzet, exploitatie en onderhoud van de ICT-producten of -diensten;

c)het soort technische beveiligingsondersteuning dat door de fabrikant of aanbieder wordt aangeboden en de einddatum van de ondersteuningsperiode tijdens welke gebruikers kunnen verwachten dat kwetsbaarheden worden aangepakt en zij beveiligingsupdates ontvangen;

d)indien de fabrikant of aanbieder besluit een softwarestuklijst ter beschikking te stellen van de gebruiker, informatie over waar die lijst kan worden geraadpleegd.

2.De fabrikant of aanbieder van ICT-producten, -diensten of -processen waarvoor een EU-conformiteitsverklaring of een Europees cyberbeveiligingscertificaat is afgegeven, maakt de volgende aanvullende cyberbeveiligingsinformatie openbaar:

a)het centrale contactpunt waar informatie over kwetsbaarheden kan worden gemeld en ontvangen, en waar het beleid van de fabrikant inzake gecoördineerde openbaarmaking van kwetsbaarheden kan worden gevonden;

b)informatie over verholpen kwetsbaarheden, met inbegrip van een beschrijving van de kwetsbaarheden, met inbegrip van informatie aan de hand waarvan gebruikers het betreffende product met digitale elementen kunnen identificeren, de gevolgen van de kwetsbaarheden, de ernst ervan en duidelijke en toegankelijke informatie die gebruikers helpt de kwetsbaarheden te verhelpen; in naar behoren gemotiveerde gevallen kunnen fabrikanten, wanneer zij van mening zijn dat de beveiligingsrisico’s van openbaarmaking zwaarder wegen dan de beveiligingsvoordelen, het openbaar maken van informatie over een verholpen kwetsbaarheid uitstellen totdat de gebruikers de mogelijkheid hebben gekregen de desbetreffende patch uit te voeren.

3.De in de leden 1 en 2 bedoelde informatie wordt in elektronische vorm beschikbaar gesteld, blijft beschikbaar en wordt indien nodig bijgewerkt tijdens de geldigheidsperiode en ten minste voor een periode van vijf jaar na het verstrijken of de intrekking van het relevante Europese cyberbeveiligingscertificaat of de relevante EU-conformiteitsverklaring.

4.De in de leden 1 en 2 vastgestelde verplichtingen zijn niet van toepassing wanneer de beveiliging van het betrokken ICT-product, de betrokken ICT-dienst of het betrokken ICT-proces in het gedrang zou kunnen komen indien de informatie openbaar wordt gemaakt.

HOOFDSTUK III 
Governance voor het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering

Afdeling 1 
Algemene regels en beheer van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen

Artikel 85
Afgifte van Europese cyberbeveiligingscertificaten

1.ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten die zijn gecertificeerd uit hoofde van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling worden geacht te voldoen aan de voorschriften van een dergelijke regeling.

2.De in artikel 91 bedoelde conformiteitsbeoordelingsinstanties geven Europese cyberbeveiligingscertificaten af op basis van de criteria die zijn opgenomen in de op grond van artikel 74 vastgestelde Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling.

3.In afwijking van lid 2 kan een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling erin voorzien dat uit die regeling voortvloeiende Europees cyberbeveiligingscertificaten alleen door een van de volgende overheidsinstanties kunnen worden afgegeven:

a)een nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit als bedoeld in artikel 88 die als een conformiteitsbeoordelingsinstantie overeenkomstig artikel 91, lid 1, is geaccrediteerd;

b)een overheidsinstantie die als een conformiteitsbeoordelingsinstantie overeenkomstig artikel 91, lid 1, is geaccrediteerd.

4.Indien in een uit hoofde van artikel 74 vastgestelde Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling het zekerheidsniveau “hoog” wordt vastgesteld of indien in een dergelijke regeling anders is bepaald, mag het Europees cyberbeveiligingscertificaat in het kader van die regeling alleen worden afgegeven door een nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit als bedoeld in artikel 88 die overeenkomstig artikel 91, lid 1, als conformiteitsbeoordelingsinstantie is geaccrediteerd, of in de volgende gevallen:

a)door een conformiteitsbeoordelingsinstantie op basis van een model van voorafgaande goedkeuring; of

b)door een conformiteitsbeoordelingsinstantie op basis van een model van algemene delegatie.

5.De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen tot nadere bepaling van de procedures voor de in lid 4 van dit artikel bedoelde modellen van voorafgaande goedkeuring of algemene delegatie. Bij de voorbereiding van die uitvoeringshandelingen raadpleegt de Commissie de EGC. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 118, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

6.De natuurlijke of rechtspersoon die zijn ICT-producten, -diensten of -processen of beheerde beveiligingsdiensten aan de certificering onderwerpt, of de entiteit die de certificering van haar cyberbeveiligingspositie aanvraagt, stelt aan de overeenkomstig artikel 89 aangewezen nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit, indien deze autoriteit de instantie is die het Europees cyberbeveiligingscertificaat afgeeft, of aan de in artikel 91 bedoelde conformiteitsbeoordelingsinstantie alle informatie ter beschikking die nodig is voor de uitvoering van de certificering.

7.Conformiteitsbeoordelingsinstanties en, in voorkomend geval, nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten stellen Enisa onverwijld in kennis van hun besluiten die van invloed zijn op de status van Europese cyberbeveiligingscertificaten en EU-conformiteitsverklaringen overeenkomstig artikel 94.

8.De houder van een Europees cyberbeveiligingscertificaat stelt de conformiteitsbeoordelingsinstantie en, in voorkomend geval, de in lid 7 bedoelde nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit, in kennis van later vastgestelde kwetsbaarheden of non-conformiteiten met betrekking tot het gecertificeerde ICT-product, de gecertificeerde ICT-dienst, het gecertificeerde ICT-proces, de gecertificeerde beheerde beveiligingsdienst of de gecertificeerde cyberbeveiligingspositie van de entiteit, die waarschijnlijk gevolgen hebben voor de conformiteit ervan met het certificaat. Die instantie zendt die informatie onverwijld door aan de betrokken nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit en beoordeelt het effect op het certificaat volgens de in artikel 81, lid 2, punt d), bedoelde voorwaarden van de regeling.

9.Voor hun gecertificeerde ICT-producten, -diensten of -processen of beheerde beveiligingsdiensten die overeenkomstig artikel 102 geheel of gedeeltelijk als belangrijke activa zijn geïdentificeerd, gebruiken, installeren of anderszins integreren de houders van een Europees cyberbeveiligingscertificaat geen ICT-componenten of componenten die ICT-componenten van leveranciers met een hoog risico bevatten in gecertificeerde ICT-producten, -diensten of -processen of beheerde beveiligingsdiensten.

10.Een Europees cyberbeveiligingscertificaat wordt afgegeven voor de periode die is vastgesteld in de betrokken Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling en kan worden verlengd, mits nog steeds aan de desbetreffende voorschriften wordt voldaan.

11.De Commissie werkt samen met de lidstaten om de toepassing van bepalingen met betrekking tot de afgifte van Europese cyberbeveiligingscertificaten te waarborgen, ook met het oog op de toepassing van artikel 100, lid 4, punt b). De conformiteitsbeoordelingsinstantie en, in voorkomend geval, de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit verstrekt de Commissie op verzoek en zonder onnodige vertraging alle informatie met betrekking tot de afgifte van de desbetreffende Europese cyberbeveiligingscertificaten of EU-conformiteitsverklaringen.

Artikel 86
Nationale cyberbeveiligingscertificeringsregelingen en -certificaten

1.Nationale cyberbeveiligingscertificeringsregelingen en de daaraan verbonden procedures voor de ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten en de cyberbeveiligingspositie van entiteiten die onder het onderwerp en toepassingsgebied van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling vallen, hebben niet langer gevolgen vanaf de datum die wordt bepaald in de op grond van artikel 74, lid 9, vastgestelde uitvoeringshandeling. Nationale cyberbeveiligingscertificeringsregelingen en de daaraan verbonden procedures voor de ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten en de cyberbeveiligingspositie van entiteiten die niet onder het onderwerp en toepassingsgebied van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling vallen, mogen blijven bestaan.

2.De lidstaten voeren geen nieuwe nationale cyberbeveiligingscertificeringsregelingen of daaraan verbonden procedures in voor de ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten en de cyberbeveiligingspositie van entiteiten die reeds onder het onderwerp en toepassingsgebied van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling vallen.

3.Bestaande certificaten die op grond van nationale cyberbeveiligingscertificeringsregelingen waren afgegeven en onder het onderwerp en toepassingsgebied van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling vallen, blijven geldig tot hun vervaldatum.

4.De lidstaten stellen de Commissie en de EGC in kennis alvorens nieuwe nationale cyberbeveiligingscertificeringsregelingen voor ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten en de cyberbeveiligingspositie van entiteiten vast te stellen.

5.De Commissie kan een lidstaat voorstellen een nationale cyberbeveiligingscertificeringsregeling voor ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten in te trekken indien reeds om de ontwikkeling van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling voor dergelijke producten, diensten, processen of cyberbeveiligingspositie is verzocht overeenkomstig artikel 73, rekening houdend met het ontwikkelingsplan van een dergelijke regeling.

Artikel 87
Internationale erkenning van Europese cyberbeveiligingscertificaten

1.Certificaten van derde landen van ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten en de cyberbeveiligingspositie van entiteiten kunnen door middel van een uitvoeringshandeling of via het sluiten van een overeenkomst tussen de Unie en het betrokken derde land of een internationale organisatie als gelijkwaardig aan Europese cyberbeveiligingscertificaten worden erkend indien de vereisten van de regeling van het betrokken derde land of de regeling van de internationale organisatie als gelijkwaardig aan die van de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen worden beschouwd. De Commissie is bevoegd dergelijke uitvoeringshandelingen vast te stellen. De uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 118, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

2.De in lid 1 bedoelde uitvoeringshandelingen en overeenkomsten zijn gebaseerd op de overeenkomstig artikel 74, lid 11, vastgestelde voorwaarden voor internationale erkenning van Europese cyberbeveiligingscertificaten.

3.Overeenkomsten inzake de erkenning van certificaten van derde landen of de in lid 1 bedoelde certificaten van internationale organisaties worden alleen gesloten indien zij ook Europese cyberbeveiligingscertificaten erkennen als gelijkwaardig aan de certificaten van derde landen.

Artikel 88 
Nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten

1.Iedere lidstaat wijst één of meer nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten op zijn grondgebied aan of, in onderlinge overeenstemming met een andere lidstaat, één of meer nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten in die andere lidstaat die verantwoordelijk zijn voor de toezichthoudende taken in de aanwijzende lidstaat.

2.Elke lidstaat stelt de Commissie in kennis van de aangewezen nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten. Wanneer een lidstaat meer dan één autoriteit aanwijst, stelt hij de Commissie ook in kennis van de aan elk van die autoriteiten toegewezen taken.

3.Elke nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit is onafhankelijk van de entiteiten waarop zij toezicht houdt met betrekking tot haar organisatie, financieringsbesluiten, juridische structuur en besluitvorming.

4.De activiteiten van de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten die verband houden met de afgifte van Europese cyberbeveiligingscertificaten uit hoofde van deze verordening worden strikt gescheiden van hun in dit artikel en in artikel 85, lid 4, punten a) en b), vastgestelde toezichtsactiviteiten, en die activiteiten worden onafhankelijk van elkaar uitgevoerd.

5.De lidstaten zorgen ervoor dat de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten over voldoende middelen beschikken om hun bevoegdheden uit te oefenen en hun taken op een doeltreffende en doelmatige wijze uit te voeren.

6.Nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten hebben de volgende taken:

a)op grond van artikel 90, lid 2, deelnemen aan de EGC;

b)toezicht houden op de regels die zijn opgenomen in Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen overeenkomstig artikel 81, lid 2, punt a), en deze handhaven om ervoor te zorgen dat ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten en de cyberbeveiligingspositie van entiteiten voldoen aan de voorschriften van de Europese cyberbeveiligingscertificaten die op hun respectieve grondgebied zijn afgegeven, in samenwerking met de relevante markttoezicht- of toezichthoudende autoriteiten, met inbegrip van de bevoegde autoriteiten uit hoofde van Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad 82 of Verordening (EU) 2024/2847;

c)in samenwerking met de betrokken markttoezichtautoriteiten toezien op de naleving en handhaving van de verplichtingen van de fabrikanten of aanbieders van ICT-producten, -diensten of -processen, beheerde beveiligingsdiensten of entiteiten waarvan de cyberbeveiligingspositie overeenkomstig deze verordening is gecertificeerd, die op hun respectieve grondgebied zijn gevestigd en conformiteitszelfbeoordelingen uitvoeren in het kader van de overeenkomstige Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling;

d)onverminderd artikel 91, lid 3, bijstand verlenen en ondersteuning bieden aan de nationale accreditatie-instanties of andere relevante autoriteiten bij de monitoring van en het toezicht op de werkzaamheden van de conformiteitsbeoordelingsinstanties voor de toepassing van deze verordening;

e)samenwerken met de Commissie wanneer de bekwaamheid van een conformiteitsbeoordelingsinstantie op grond van artikel 94 wordt aangevochten;

f)de werkzaamheden van de in artikel 85, lid 3, bedoelde overheidsinstanties monitoren en er toezicht op houden;

g)in voorkomend geval, conformiteitsbeoordelingsinstanties machtigen overeenkomstig artikel 93, toezien op de naleving en handhaving van de verplichtingen van conformiteitsbeoordelingsinstanties met betrekking tot de aanvullende of specifieke voorschriften die zijn vastgesteld in Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen overeenkomstig artikel 81, lid 3, punt f), en bestaande machtigingen beperken, opschorten of intrekken wanneer conformiteitsbeoordelingsinstanties niet aan de vereisten van deze verordening voldoen;

h)klachten behandelen van natuurlijke of rechtspersonen over door de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten of overeenkomstig artikel 85, lid 4, door conformiteitsbeoordelingsinstanties afgegeven Europese cyberbeveiligingscertificaten, of over uit hoofde van artikel 83 afgegeven EU-conformiteitsverklaringen, voor zover passend, de inhoud van dergelijke klachten onderzoeken en de klager binnen een redelijke termijn in kennis stellen van de voortgang en het resultaat van het onderzoek;

i)uiterlijk op 31 maart [jaar van inwerkingtreding + twaalf maanden] een jaarverslag over hun belangrijkste activiteiten indienen bij de Commissie, Enisa en de EGC, en deze verslagen ter beschikking stellen van het team voor collegiale toetsing wanneer de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit onderworpen is aan collegiale toetsing overeenkomstig artikel 89;

j)samenwerken met andere nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten, markttoezichtautoriteiten of andere overheidsinstanties, onder meer door informatie uit te wisselen over de mogelijke niet-conformiteit van ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten met de voorschriften van deze verordening of met de voorschriften van specifieke Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen;

k)de relevante ontwikkelingen op het gebied van cyberbeveiligingscertificering volgen.

7.Elke nationale cyberbeveiligingscertificeringautoriteit beschikt ten minste over de volgende bevoegdheden:

a)het verzoeken van conformiteitsbeoordelingsinstanties, houders van Europese cyberbeveiligingscertificaten en afgevers van EU-conformiteitsverklaringen om alle informatie te verstrekken die zij nodig heeft voor de uitvoering van haar taken;

b)het verrichten van onderzoeken, in de vorm van audits, naar conformiteitsbeoordelingsinstanties, houders van Europese cyberbeveiligingscertificaten en afgevers van EU-conformiteitsverklaringen om hun naleving van de voorschriften van deze titel te verifiëren;

c)het nemen van passende maatregelen, overeenkomstig het nationale recht, om ervoor te zorgen dat conformiteitsbeoordelingsinstanties, houders van Europese cyberbeveiligingscertificaten en afgevers van EU-conformiteitsverklaringen deze verordening of een Europese regeling voor cyberbeveiligingscertificering naleven;

d)het verkrijgen van toegang tot de gebouwen en terreinen van een conformiteitsbeoordelingsinstantie of houders van Europese cyberbeveiligingscertificaten voor het verrichten van onderzoeken overeenkomstig de Uniewetgeving of het nationale procesrecht;

e)het overeenkomstig nationaal recht intrekken van door nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten of overeenkomstig artikel 85, lid 4, door conformiteitsbeoordelingsinstanties afgegeven Europese cyberbeveiligingscertificaten die niet voldoen aan deze verordening of aan een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling;

f)het opleggen overeenkomstig nationaal recht van in artikel 97 bedoelde sancties en het eisen dat onmiddellijk een einde wordt gemaakt aan de niet-nakoming van de verplichtingen van deze verordening.

8.Nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten werken samen met elkaar en met de Commissie en wisselen met name informatie, ervaringen en goede praktijken uit op het vlak van cyberbeveiligingscertificering en technische vraagstukken met betrekking tot de cyberbeveiliging van ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten en de cyberbeveiligingspositie van entiteiten.

9.Uiterlijk op [inwerkingtreding + zes maanden] ontwikkelt Enisa in samenwerking met de Commissie en de EGC een model voor het in lid 6, punt i), van dit artikel bedoelde verslag.

Artikel 89
Collegiale toetsing

1.Nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten worden aan collegiale toetsing onderworpen.

2.De collegiale toetsing wordt verricht op basis van deugdelijke en transparante toetsingscriteria en -procedures, met name op het gebied van structuur-, personeels- en procesvereisten, vertrouwelijkheid en klachten.

3.Bij collegiale toetsing wordt beoordeeld:

a)indien van toepassing, de vraag of de werkzaamheden van de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten met betrekking tot de in deze verordening bedoelde afgifte van Europese cyberbeveiligingscertificaten strikt gescheiden zijn van hun in artikel 88 bepaalde toezichthoudende werkzaamheden en of die werkzaamheden onafhankelijk van elkaar worden verricht;

b)de procedures voor het toezicht op en de handhaving van de regels voor het toezicht op de conformiteit van ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten en de cyberbeveiligingspositie van entiteiten met Europese cyberbeveiligingscertificaten op grond van artikel 88, lid 7, punt a);

c)de procedures voor de monitoring en handhaving van de verplichtingen van fabrikanten en aanbieders van ICT-producten, -diensten of -processen of beheerde beveiligingsdiensten of entiteiten waarvan de cyberbeveiligingspositie wordt gecertificeerd, op grond van artikel 88, lid 7, punt b);

d)de procedures voor het monitoren en toestaan van en het toezien op de werkzaamheden van de conformiteitsbeoordelingsinstanties.

4.De collegiale toetsing wordt ten minste om de vijf jaar uitgevoerd door ten minste twee nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten van andere lidstaten en door de Commissie. Enisa neemt ook deel aan de collegiale toetsing als waarnemer. Het team voor collegiale toetsing stelt het eindverslag en de samenvatting van de collegiale toetsing op.

5.Enisa ondersteunt de organisatie van het mechanisme voor collegiale toetsing en van de collegiale toetsingen zelf, onder meer door in samenwerking met de Commissie en de EGC relevante richtsnoeren en modellen te ontwikkelen.

6.De Commissie is bevoegd om uitvoeringshandelingen vast te stellen met een plan voor collegiale toetsingen dat een periode van ten minste vijf jaar beslaat, waarin criteria worden vastgesteld voor de samenstelling van het collegialetoetsingsteam, de bij de collegiale toetsing gebruikte methode, en het tijdschema, de frequentie en andere taken die verband houden met collegiale toetsing. Bij de voorbereiding van die uitvoeringshandelingen raadpleegt de Commissie de EGC en Enisa. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 118, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

7.Het eindverslag, met inbegrip van eventuele richtsnoeren of aanbevelingen, en de samenvatting van de collegiale toetsing worden onderzocht door de EGC, die de samenvatting bekrachtigt voor bekendmaking op de in artikel 79, lid 2, bedoelde website.

Artikel 90
Europese Groep voor cyberbeveiligingscertificering

1.De Europese Groep voor cyberbeveiligingscertificering (“de EGC”) wordt opgericht.

2.De EGC bestaat uit vertegenwoordigers van nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten of vertegenwoordigers van andere relevante nationale autoriteiten. Een lid van de EGC vertegenwoordigt niet meer dan twee lidstaten.

3.De EGC heeft de volgende taken:

a)de Commissie adviseren en bijstaan bij haar werkzaamheden om te zorgen voor de consistente uitvoering en toepassing van de in deze titel vastgestelde regels, beleidskwesties op het gebied van cyberbeveiligingscertificering, en de coördinatie van beleidsbenaderingen;

b)de Commissie adviseren en bijstaan bij de voorbereiding van verzoeken om Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen overeenkomstig artikel 73;

c)bijstand en advies verlenen aan en samenwerken met Enisa bij de voorbereiding van een potentiële regeling overeenkomstig artikel 74 en technische specificaties overeenkomstig artikel 77;

d)bijstand en advies verlenen aan en samenwerken met Enisa en de Commissie bij de instandhoudingsactiviteiten overeenkomstig artikel 75;

e)bijstand en advies verlenen aan en samenwerken met de Commissie bij de herziening of intrekking van bestaande Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen overeenkomstig artikel 76;

f)voorstellen dat bij de Commissie een verzoek wordt ingediend met betrekking tot de opstelling van een potentiële Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling overeenkomstig artikel 73, lid 2;

g)adviezen aan de Commissie uitbrengen met betrekking tot de instandhouding, herziening en intrekking van bestaande Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen;

h)de relevante ontwikkelingen op het gebied van cyberbeveiligingscertificering bestuderen, onder meer op nationaal niveau overeenkomstig artikel 86, en informatie en goede praktijken op het gebied van cyberbeveiligingscertificeringsregelingen uitwisselen;

i)de samenwerking tussen nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten in het kader van de regels van deze titel vergemakkelijken door middel van capaciteitsopbouw en informatie-uitwisseling, met name met betrekking tot aangelegenheden in verband met cyberbeveiligingscertificering;

j)ondersteuning verlenen aan de uitvoering van het collegialetoetsingsmechanisme overeenkomstig artikel 89 en van collegialetoetsingsmechanismen overeenkomstig de regels die op grond van artikel 81, lid 2, punt g), in een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling zijn vastgesteld;

k)de onderlinge afstemming van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen en internationaal erkende normen vergemakkelijken, onder andere in het kader van de instandhouding van bestaande Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen en, in voorkomend geval, aanbevelingen doen aan Enisa om betrekkingen met relevante Europese of internationale normalisatieorganisaties aan te knopen om tekortkomingen of hiaten in beschikbare Europese of internationaal erkende normen aan te pakken.

4.De Commissie zit, bijgestaan door Enisa, de EGC voor en verzorgt het secretariaat van de EGC.

5.De Commissie kan EGC-subgroepen oprichten voor elk van de volgende doeleinden:

a)specifieke kwesties onderzoeken op basis van een door de Commissie opgesteld mandaat;

b)de Europese certificeringsregelingen in stand houden en herzien overeenkomstig deze verordening en op basis van een door de Commissie opgesteld mandaat.

6.De subgroepen rapporteren aan de EGC.

7.De subgroepen worden gezamenlijk voorgezeten door de Commissie en Enisa, en het secretariaat van de subgroepen wordt verzorgd door Enisa.

8.De EGC en haar subgroepen stellen hun reglement van orde vast bij gewone meerderheid van hun leden, op basis van een voorstel van en in overleg met de Commissie.

Afdeling 2 
Conformiteitsbeoordelingsinstanties

Artikel 91
Bekwaamheid van conformiteitsbeoordelingsinstanties

1.De conformiteitsbeoordelingsinstanties worden door de op grond van Verordening (EG) nr. 765/2008 aangestelde nationale accreditatie-instantie geaccrediteerd. Dergelijke accreditatie wordt enkel verstrekt indien de conformiteitsbeoordelingsinstantie aan de in bijlage I bij deze verordening vastgestelde voorschriften voldoet.

2.Indien op grond van deze verordening door een nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit een Europees cyberbeveiligingscertificaat wordt afgegeven, wordt de certificeringsinstantie van de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit op grond van lid 1 geaccrediteerd als een conformiteitsbeoordelingsinstantie.

3.De in lid 1 bedoelde accreditatie wordt aan conformiteitsbeoordelingsinstanties afgegeven voor een maximumperiode van vijf jaar en kan worden verlengd, mits de conformiteitsbeoordelingsinstantie aan de in dit artikel gestelde eisen voldoet. Nationale accreditatie-instanties nemen binnen een redelijke termijn alle passende maatregelen om de op grond van lid 1 afgegeven accreditatie van een conformiteitsbeoordelingsinstantie te beperken, op te schorten of in te trekken wanneer niet of niet meer aan de voorwaarden voor de accreditatie wordt voldaan of wanneer de conformiteitsbeoordelingsinstantie niet voldoet aan deze verordening.

4.Bij de vaststelling van aanvullende of specifieke accreditatievereisten voor een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling voor ICT-producten overeenkomstig artikel 92 worden, in voorkomend geval, synergieën nagestreefd met de vereisten met betrekking tot aangemelde instanties uit hoofde van Verordening (EU) 2024/2847 en de accreditatievereisten uit hoofde van de reeds vastgestelde cyberbeveiligingscertificeringsregelingen.

5.Wanneer een conformiteitsbeoordelingsinstantie overeenkomstig Verordening (EU) 2024/2847 is geaccrediteerd, kunnen de betrokken autoriteiten de resultaten van eerdere accreditatieprocedures met betrekking tot overlappende voorschriften hergebruiken als bewijsmateriaal tijdens de accreditatieprocedure uit hoofde van deze verordening.

Artikel 92
Aanvullende harmonisatie van de bekwaamheid van conformiteitsbeoordelingsinstanties

1.Indien in een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling aanvullende of specifieke voorschriften overeenkomstig artikel 81, lid 3, punt f), zijn bepaald, worden conformiteitsbeoordelingsinstanties door een op grond van artikel 88, lid 1, aangewezen nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit gemachtigd om taken uit hoofde van een dergelijke regeling uit te voeren. Een dergelijke machtiging wordt alleen afgegeven indien de conformiteitsbeoordelingsinstantie is geaccrediteerd en voldoet aan de aanvullende of specifieke voorschriften van de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling.

2.Wanneer een conformiteitsbeoordelingsinstantie verzoekt om een machtiging uit hoofde van dit artikel, dient zij het verzoek in bij de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit van haar lidstaat van vestiging of bij de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit waarop die lidstaat overeenkomstig artikel 88, lid 1, een beroep heeft gedaan.

3.Een conformiteitsbeoordelingsinstantie mag een verzoek om machtiging bij een andere nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit dan die welke in de lid 2 is bedoeld, indienen wanneer:

a)de in lid 1 bedoelde nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit geen machtigingen verleent voor de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten waarvoor machtiging wordt gevraagd;

b)de in lid 1 bedoelde nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit niet de collegiale toetsing overeenkomstig artikel 89 heeft ondergaan met betrekking tot de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten waarvoor machtiging wordt gevraagd.

4.Wanneer een nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit een verzoek overeenkomstig lid 3 ontvangt, stelt zij de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit van de lidstaat van vestiging van de verzoekende conformiteitsbeoordelingsinstantie daarvan in kennis. In dergelijke gevallen kan de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit van die lidstaat als waarnemer aan de machtiging deelnemen.

5.Een nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit kan een andere nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit vragen delen van de beoordelingsactiviteit uit te voeren. In dat geval wordt het machtigingscertificaat door de verzoekende autoriteit verleend.

6.De in lid 1 bedoelde machtiging is geldig voor een periode die niet langer is dan de geldigheidsduur van de accreditatie, en kan worden verlengd op voorwaarde dat de conformiteitsbeoordelingsinstantie voldoet aan de eisen van lid 1 en dat haar accreditatie ook is verlengd.

7.Nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten nemen binnen een redelijke termijn alle passende maatregelen om de op grond van lid 1 afgegeven machtiging van een conformiteitsbeoordelingsinstantie te beperken, op te schorten of in te trekken wanneer niet of niet meer aan de voorwaarden voor de machtiging wordt voldaan of wanneer de conformiteitsbeoordelingsinstantie niet voldoet aan deze verordening.

8.De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen om de procedures, onder meer inzake grensoverschrijdende samenwerking, voor de machtiging van conformiteitsbeoordelingsinstanties vast te stellen. Bij de voorbereiding van uitvoeringshandelingen raadpleegt de Commissie Enisa en de EGC. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 118, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 93
Aanmelding van conformiteitsbeoordelingsinstanties

1.Voor elke Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling stellen de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten van een lidstaat de Commissie en de andere lidstaten in kennis van de conformiteitsbeoordelingsinstanties die overeenkomstig artikel 92 zijn geaccrediteerd en, in voorkomend geval, gemachtigd.

2.De nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten voeren de in lid 1 bedoelde aanmelding uit met behulp van het door de Commissie ontwikkelde en beheerde elektronische aanmeldingsinstrument.

3.De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen om de omstandigheden, vormen en procedures voor de in lid 1 van dit artikel bedoelde aanmeldingen vast te stellen, met inbegrip van de bezwaarprocedure door andere lidstaten tijdens het aanmeldingsproces, de unieke identificatie van conformiteitsbeoordelingsinstanties, alsook de omstandigheden voor de beperking, opschorting of intrekking van de aanmelding. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 118, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 94
Uitdagingen met betrekking tot de bekwaamheid van conformiteitsbeoordelingsinstanties

1.De Commissie onderzoekt alle gevallen waarin zij twijfelt of wordt gewezen op twijfels over de bekwaamheid van een conformiteitsbeoordelingsinstantie om aan de vereisten te voldoen en haar verantwoordelijkheden na te komen, of over de vraag of een conformiteitsbeoordelingsinstantie nog aan de vereisten voldoet en haar verantwoordelijkheden nakomt.

2.De nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit verstrekt de Commissie op verzoek alle informatie over de grondslag van de aanmelding of het op peil houden van de bekwaamheid van de betrokken nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit.

3.Alle gevoelige informatie die de Commissie in het kader van haar onderzoek ontvangt, wordt door haar vertrouwelijk behandeld.

4.Wanneer de Commissie vaststelt dat een conformiteitsbeoordelingsinstantie niet of niet meer aan de aanmeldingsvereisten voldoet, brengt zij de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit daarvan op de hoogte en verzoekt zij haar de nodige corrigerende maatregelen te nemen en zo nodig de aanmelding in te trekken.

5.De lidstaten voorzien in een beroepsprocedure tegen besluiten van de aangemelde instanties.

Artikel 95
Informatie- en bewaarplicht voor conformiteitsbeoordelingsinstanties

1.Conformiteitsbeoordelingsinstanties stellen de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit in kennis van het volgende:

a)elke weigering, beperking, opschorting of intrekking van certificaten;

b)omstandigheden die van invloed zijn op de reikwijdte van en de voorwaarden voor de in artikel 93, lid 1, bedoelde aanmelding;

c)informatieverzoeken over conformiteitsbeoordelingsactiviteiten die zij van markttoezichtautoriteiten ontvangen;

d)op verzoek, de binnen de werkingssfeer van hun aanmelding verrichte conformiteitsbeoordelingsactiviteiten en andere activiteiten, waaronder grensoverschrijdende activiteiten en onderaanneming.

2.Conformiteitsbeoordelingsinstanties verstrekken Enisa ook de in lid 1, punt a), bedoelde informatie om de uitvoering van hun taak uit hoofde van artikel 79 te vergemakkelijken.

3.Conformiteitsbeoordelingsinstanties verstrekken de andere conformiteitsbeoordelingsinstanties uit hoofde van deze verordening die soortgelijke conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verrichten voor dezelfde ICT-producten, -diensten of -processen, beheerde beveiligingsdiensten of entiteiten waarvan de cyberbeveiligingspositie wordt gecertificeerd, onverwijld relevante informatie over kwesties in verband met negatieve en, op verzoek, positieve conformiteitsbeoordelingsresultaten.

4.Conformiteitsbeoordelingsinstanties houden een registratiesysteem bij met alle documenten en bewijsstukken die zij in verband met elke door hen uitgevoerde beoordeling en certificering hebben overgelegd of ontvangen. Het register wordt op een beveiligde en toegankelijke manier opgeslagen gedurende de periode die nodig is voor certificeringsdoeleinden en gedurende ten minste vijf jaar na de vervaldatum of intrekking van een relevant Europees cyberbeveiligingscertificaat.

Afdeling 3 
Overige bepalingen

Artikel 96
Recht om een klacht in te dienen en recht op een doeltreffende voorziening in rechte

1.Natuurlijke en rechtspersonen hebben het recht een klacht in te dienen bij de afgever van een Europees cyberbeveiligingscertificaat of, wanneer de klacht verband houdt met een Europees cyberbeveiligingscertificaat dat is afgegeven door een conformiteitsbeoordelingsinstantie handelend overeenkomstig artikel 85, lid 4, bij de bevoegde nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit.

2.De autoriteit of instantie waarbij de klacht is ingediend stelt de klager in kennis van de voortgang van de procedure, van het genomen besluit, en van het recht op een doeltreffende voorziening in rechte als bedoeld in de leden 3 en 4.

3.Onverminderd bestuurlijke of buitengerechtelijke rechtsmiddelen hebben natuurlijke en rechtspersonen recht op een doeltreffende voorziening in rechte met betrekking tot:

a)door de autoriteit of instantie bedoeld in lid 1, genomen besluiten, onder meer, in voorkomend geval, met betrekking tot onjuiste afgifte, nalaten van afgifte of erkenning van een Europees cyberbeveiligingscertificaat dat door die natuurlijke en rechtspersonen wordt gehouden;

b)het verzuim om gevolg te geven aan een klacht die is ingediend bij de in lid 1 bedoelde autoriteit of instantie.

4.Procedures op grond van dit artikel worden ingesteld bij een gerechtelijke instantie van de lidstaat waar de autoriteit of instantie jegens welke de voorziening in rechte wordt verzocht, is gevestigd.

Artikel 97
Sancties

De lidstaten stellen voorschriften vast betreffende sancties voor inbreuken op deze titel en voor inbreuken op Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen en treffen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat die sancties worden toegepast. De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten stellen de Commissie onverwijld van die voorschriften en die maatregelen in kennis alsmede van alle eventuele latere wijzigingen ervan.

TITEL IV 
BEVEILIGING VAN ICT-TOELEVERINGSKETENS

HOOFDSTUK I 
Kader voor betrouwbare ICT-toeleveringsketens

Artikel 98
Toepassingsgebied van het kader

1.Het kader voor betrouwbare ICT-toeleveringsketens voorziet in een beveiligingsmechanisme op het niveau van de Unie om niet-technische risico’s in zeer kritieke sectoren en andere kritieke sectoren als bedoeld in Richtlijn (EU) 2022/2555 aan te pakken. Met het mechanisme worden belangrijke ICT-activa in kritieke ICT-toeleveringsketens geïdentificeerd en worden passende en evenredige risicobeperkende maatregelen vastgesteld voor entiteiten van het soort als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555.

2.De in deze titel vastgestelde verplichtingen laten de verplichtingen van artikel 13 van Verordening (EU) 2024/2847 en de nationale bepalingen tot omzetting van artikel 21 van Richtlijn (EU) 2022/2555 onverlet.

3.De bepalingen van dit hoofdstuk beletten de lidstaten niet om bepalingen vast te stellen of te handhaven die een hoger cyberbeveiligingsniveau in ICT-toeleveringsketens waarborgen, mits dergelijke bepalingen stroken met hun verplichtingen uit hoofde van het Unierecht.

Artikel 99
Beveiligingsrisicobeoordelingen

1.De Commissie of een groep van ten minste drie lidstaten kan de bij artikel 14 van Richtlijn (EU) 2022/2555 opgerichte samenwerkingsgroep (“NIS-samenwerkingsgroep”) verzoeken de op Unieniveau gecoördineerde beveiligingsrisicobeoordelingen uit te voeren overeenkomstig artikel 22 van die richtlijn. Wanneer naar aanleiding van een dergelijk verzoek een beveiligingsrisicobeoordeling wordt uitgevoerd, omvat deze met name de voorgestelde identificatie van de belangrijke ICT-activa van de respectieve ICT-toeleveringsketen en van de belangrijkste dreigingsactoren, risico’s en kwetsbaarheden die van invloed zijn op die activa. Met de op Unieniveau gecoördineerde beveiligingsrisicobeoordelingen worden risicoscenario’s ontwikkeld en worden maatregelen voorgesteld om de vastgestelde risico’s te beperken.

2.De op Unieniveau gecoördineerde beveiligingsrisicobeoordelingen worden voltooid binnen zes maanden na het in lid 1 bedoelde verzoek. Op verzoek van de Commissie kan de NIS-samenwerkingsgroep een kortere periode overeenkomen.

3.Indien de Commissie voldoende redenen heeft om aan te nemen dat er sprake is van een significante cyberdreiging voor de veiligheid van de Unie met betrekking tot een ICT-toeleveringsketen en dat maatregelen nodig zijn om de goede werking van de interne markt te waarborgen, zal de Commissie onverwijld:

a)de lidstaten raadplegen over de noodzaak om een of meer van de in artikel 103 bedoelde risicobeperkende maatregelen te nemen; en

b)een beveiligingsrisicobeoordeling uitvoeren, rekening houdend met de raadpleging van de lidstaten. De beveiligingsrisicobeoordeling omvat de voorgestelde identificatie van de belangrijke ICT-activa en de belangrijkste dreigingsactoren, risico’s en kwetsbaarheden die van invloed zijn op die activa. Met de beveiligingsrisicobeoordeling worden risicoscenario’s ontwikkeld en worden maatregelen voorgesteld om de vastgestelde risico’s te beperken.

Artikel 100
Aanwijzing van derde landen die aanleiding geven tot bezorgdheid over cyberbeveiliging

1.Wanneer uit de in artikel 99 bedoelde beveiligingsrisicobeoordeling of uit andere bronnen, zoals een publieke verklaring namens de Unie of een lidstaat, blijkt dat een derde land een ernstig en structureel niet-technisch risico voor ICT-toeleveringsketens oplevert, verifieert de Commissie het van dat land uitgaande risico, rekening houdend met de volgende elementen:

a)het bestaan van wetten in het derde land die entiteiten onder hun jurisdictie verplichten informatie over kwetsbaarheden in software of hardware te melden aan de autoriteiten van dat derde land voordat bekend is dat die kwetsbaarheden zijn uitgebuit;

b)bestaande praktijken in het derde land, aangetoond door onafhankelijke bronnen, die entiteiten onder de jurisdictie van het derde land verplichten informatie over kwetsbaarheden in software of hardware te melden aan de autoriteiten van dat derde land voordat bekend is dat die kwetsbaarheden zijn uitgebuit;

c)het ontbreken van doeltreffende voorzieningen in rechte en onafhankelijke en democratische controlemechanismen die de vastgestelde bezorgdheid over beveiliging kunnen wegnemen, onder meer met betrekking tot de in punt b) bedoelde bestaande praktijken;

d)onderbouwde informatie over een of meer incidenten van dreigingsactoren die vanuit dat land worden gecontroleerd en buiten het grondgebied van dat land actief zijn en kwaadwillige cyberactiviteiten of -campagnes uitvoeren, en het gebrek aan vermogen of bereidheid van het derde land om met de Commissie of de lidstaten samen te werken om het risico dat voortvloeit uit de activiteiten van dergelijke dreigingsactoren aan te pakken;

e)relevante informatie die afkomstig is van op Unieniveau gecoördineerde beveiligingsrisicobeoordelingen of -verslagen van lidstaten of internationale organisaties.

2.Wanneer de Commissie naar aanleiding van de in lid 1 bedoelde verificatie concludeert dat een derde land ernstige en structurele niet-technische risico’s voor ICT-toeleveringsketens met zich meebrengt, kan zij dat derde land door middel van een uitvoeringshandeling aanwijzen als een land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging voor ICT-toeleveringsketens. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 118, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

3.De Commissie evalueert regelmatig de overeenkomstig lid 2 vastgestelde uitvoeringshandelingen.

4.Leveranciers met een hoog risico hebben niet het recht om:

a)deel te nemen aan de ontwikkeling van, de beoordeling van, de raadpleging over of de besluitvorming inzake Europese normen en Europese normalisatieproducten als bedoeld in artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1025/2012 en gemeenschappelijke specificaties als bedoeld in artikel 27 van Verordening (EU) 2024/2847 op het gebied van cyberbeveiliging;

b)een aanvraag in te dienen voor Europese cyberbeveiligingscertificaten of om daarvan houder te zijn overeenkomstig titel III;

c)geaccrediteerde conformiteitsbeoordelingsinstanties te worden overeenkomstig titel III;

d)een aanvraag in te dienen om een gemachtigde aanbieder van attesteringen van Europese individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden te worden overeenkomstig titel II, afdeling 4;

e)deel te nemen aan openbare aanbestedingsprocedures, georganiseerd overeenkomstig de wetgeving tot omzetting van Richtlijn 2014/24/EU en 2014/25/EU met betrekking tot de levering van ICT-componenten of componenten die ICT-componenten bevatten voor gebruik in overeenkomstig artikel 102 geïdentificeerde belangrijke ICT-activa;

f)deel te nemen aan activiteiten in het kader van financieringsprogramma’s en -instrumenten van de Unie die in direct en indirect beheer worden uitgevoerd overeenkomstig artikel 136 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 en sectorspecifieke regelgeving van de Unie, noch aan financieringsactiviteiten van de Unie die in gedeeld beheer worden uitgevoerd met betrekking tot de levering van ICT-componenten of componenten die ICT-componenten bevatten voor gebruik in overeenkomstig artikel 102 geïdentificeerde belangrijke ICT-activa.

De autoriteiten die belast zijn met de in de punten a) tot en met f) bedoelde procedures voeren de voor de toepassing van dit lid vereiste beoordelingen uit. De autoriteiten kunnen zich hiervoor ook baseren op de in artikel 104 bedoelde lijst.

5.In gevallen waarin een leverancier met een hoog risico reeds een Europees cyberbeveiligingscertificaat overeenkomstig titel III heeft verkregen, trekt de bevoegde autoriteit dit onverwijld in.

Artikel 101
Algemeen mechanisme voor de beveiliging van ICT-toeleveringsketens

Indien de NIS-samenwerkingsgroep een op Unieniveau gecoördineerde beveiligingsrisicobeoordeling heeft uitgevoerd overeenkomstig artikel 99, lid 1, van deze verordening, of na voltooiing van de procedure in geval van een significante cyberdreiging overeenkomstig artikel 99, lid 3, voor een ICT-toeleveringsketen, kan de Commissie maatregelen nemen als bedoeld in artikel 102 en artikel 103, leden 1 en 2.

Artikel 102
Identificatie van belangrijke ICT-activa

1.Wanneer de overeenkomstig artikel 99, lid 1, of 3, uitgevoerde risicobeoordeling wijst op significante cyberbeveiligingsrisico’s met betrekking tot een ICT-toeleveringsketen, is de Commissie bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen om de belangrijke ICT-activa te identificeren die worden gebruikt voor de vervaardiging van producten of de verlening van diensten door entiteiten van het soort als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld overeenkomstig de in artikel 118, lid 2, van deze verordening bedoelde onderzoeksprocedure.

2.Bij het identificeren van de in lid 1 bedoelde belangrijke ICT-activa houdt de Commissie rekening met de volgende elementen:

a)of die activa essentiële en gevoelige functies hebben voor de werking van producten die worden vervaardigd of diensten die worden verleend door de entiteit van het soort als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555;

b)of incidenten, met inbegrip van incidenten die worden veroorzaakt door uitgebuite kwetsbaarheden met betrekking tot die activa, kunnen leiden tot ernstige verstoringen van de ICT-toeleveringsketens op de interne markt of tot exfiltratie van gegevens;

c)of er sprake is van afhankelijkheid van een beperkt aantal leveranciers van die activa;

d)de resultaten van de risicobeoordelingen als bedoeld in artikel 99;

Artikel 103
Beperkende maatregelen in de ICT-toeleveringsketens

1.De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen om, indien nodig om een hoog niveau van cyberbeveiliging, cyberweerbaarheid en vertrouwen binnen de Unie te waarborgen, te bepalen dat het specifieke soort entiteiten als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 verboden is ICT-componenten of componenten die ICT-componenten van overeenkomstig artikel 104 geïdentificeerde leveranciers met een hoog risico bevatten, in welke vorm dan ook te gebruiken, te installeren of te integreren in overeenkomstig artikel 102 geïdentificeerde belangrijke ICT-activa. Dergelijke uitvoeringshandelingen voorzien in passende overgangsperioden, tijdens welke de Commissie de in artikel 104 bedoelde lijst van leveranciers met een hoog risico bekendmaakt, alsook in extra termijnen voor de uitfasering van de relevante ICT-componenten en componenten die ICT-componenten bevatten. In een dergelijke uitvoeringshandeling kunnen ook deze ICT-componenten of componenten die ICT-componenten bevatten, worden gespecificeerd.

2.De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen om, indien nodig om een hoog niveau van cyberbeveiliging, cyberweerbaarheid en vertrouwen binnen de Unie te waarborgen, te bepalen dat het specifieke soort entiteiten als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 worden onderworpen aan een of meer van de volgende risicobeperkende maatregelen met betrekking tot hun ICT-toeleveringsketen en met name tot belangrijke ICT-activa die overeenkomstig artikel 102 zijn geïdentificeerd, om de risico’s te beperken die zijn vastgesteld in de overeenkomstig artikel 99 uitgevoerde beveiligingsrisicobeoordelingen:

a)toepassing van transparantievereisten met betrekking tot het verstrekken van informatie aan de bevoegde autoriteit over de leveranciers in de ICT-toeleveringsketen voor overeenkomstig artikel 102 aangewezen belangrijke ICT-activa;

b)een verbod met betrekking tot de doorgifte van gegevens aan derde landen en gegevensverwerking op afstand vanuit een derde land;

c)technische maatregelen die door een derde moeten worden gecontroleerd, waaronder:

i) het gebruik van verwerking op een apparaat;

ii) specifieke segmentatie van netwerksystemen;

iii) de uitschakeling van toegang op afstand of fysieke toegang tot belangrijke ICT-activa;

iv) de uitschakeling van niet-essentiële functies;

v) monitoring van het operationele netwerk;

vi) het testen van hardware en software;

d)beperkingen in verband met operationele controle, met inbegrip van uitbesteding van organisatorische taken aan aanbieders van beheerde diensten;

e)beperkingen in verband met de contractuele betrekkingen van de entiteit met haar leveranciers;

f)vereiste dat de dienst moet worden geëxploiteerd, beheerd, onderhouden of ondersteund door personeel dat door de relevante nationale bevoegde autoriteiten is gescreend;

g)diversificatie van het aanbod van ICT-componenten of componenten die in ICT-componenten zijn opgenomen.

3.Bij de invoering van de in lid 2 bedoelde maatregelen kan de Commissie technische en methodologische vereisten voor de maatregelen vaststellen.

4.Alvorens de in de leden 1 en 2 bedoelde uitvoeringshandelingen vast te stellen, beoordeelt de Commissie potentiële risico’s en afhankelijkheden en met name:

a)indien van toepassing, het risiconiveau dat verbonden is aan het gebruik, de installatie of de integratie, in welke vorm dan ook, van ICT-componenten of componenten die ICT-componenten van leveranciers met een hoog risico in belangrijke ICT-activa bevatten;

b)de potentiële economische en maatschappelijke gevolgen die de verplichting kan hebben voor entiteiten van het soort als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555;

c)de beschikbaarheid van alternatieve leveranciers voor leveranciers met een hoog risico;

d)de mogelijke verstoring van grensoverschrijdende economische en maatschappelijke activiteiten als gevolg van een incident dat gevolgen heeft voor de ICT-toeleveringsketen van een entiteit.

5.De in de leden 1 en 2 van dit artikel bedoelde uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 118, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld en worden ten minste om de 36 maanden herzien.

6.In uitzonderlijke omstandigheden, die een interventie rechtvaardigen om de goede werking van de interne markt te vrijwaren, en wanneer de Commissie voldoende redenen heeft om aan te nemen dat het gebruik, de installatie of de integratie van ICT-componenten of componenten die ICT-componenten bevatten van een specifieke entiteit die is gevestigd in of onder zeggenschap staat van een derde land of van entiteiten uit een derde land, of van een onderdaan van een derde land, een significant niet-technisch cyberbeveiligingsrisico vormt voor de economische of maatschappelijke activiteiten van ten minste drie lidstaten, raadpleegt de Commissie onverwijld de lidstaten over de noodzaak om maatregelen op het niveau van de Unie te nemen.

7.De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen om te bepalen dat het entiteiten van het specifieke soort als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 verboden is ICT-componenten of componenten die ICT-componenten van een in lid 6 bedoelde entiteit bevatten, te gebruiken, te installeren of te integreren. Daartoe raadpleegt zij de entiteiten van de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 bedoelde soorten waarop het verbod mogelijk betrekking heeft. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 118, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. In voorkomend geval omvatten zij passende perioden voor de uitfasering van deze ICT-componenten of componenten die ICT-componenten bevatten. In een dergelijke uitvoeringshandeling kunnen ook deze ICT-componenten of componenten die ICT-componenten bevatten waarop het verbod van toepassing is, worden gespecificeerd. Dit verbod heeft ook betrekking op ICT-componenten of componenten die ICT-componenten bevatten van alle entiteiten die onder zeggenschap staan van de in lid 6 bedoelde specifieke entiteit.

8.In de in de leden 1, 2 en 7, bedoelde uitvoeringshandelingen kan ook worden gespecificeerd dat de risicobeperkende maatregelen alleen van toepassing zijn op de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 bedoelde soorten entiteiten van een specifieke omvang.

9.Artikel 100, lid 4, is van toepassing op de specifieke entiteit die is gevestigd in of onder zeggenschap staat van een derde land, van een entiteit uit een derde land of van een onderdaan van een derde land als bedoeld in lid 7. 

10.De overeenkomstig de leden 1, 2 en 7 vastgestelde uitvoeringshandelingen die van toepassing zijn op het soort entiteiten als bedoeld in bijlage I, punt 10, bij Richtlijn (EU) 2022/2555 zijn van overeenkomstige toepassing op de Europese instellingen, organen en instanties.

Artikel 104
Identificatie van leveranciers met een hoog risico

1.De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen lijsten op van leveranciers met een hoog risico die relevant zijn voor de in de overeenkomstig artikel 103, lid 1, artikel 103, lid 7, vastgestelde uitvoeringshandelingen bedoelde verbodsbepalingen of de in artikel 111, lid 1, bedoelde verbodsbepaling.

2.Daartoe brengt de Commissie de leveranciers in kaart die ICT-componenten en componenten die ICT-componenten bevatten, leveren die relevant zijn voor de in lid 1 bedoelde verbodsbepaling.

Op basis hiervan verricht de Commissie een eerste beoordeling om vast te stellen welke van de in kaart gebrachte leveranciers mogelijk zijn gevestigd in een derde land dat overeenkomstig artikel 100 is aangewezen of onder zeggenschap staan van dat derde land, van een in dat derde land gevestigde entiteit of een van onderdaan van dat derde land. De Commissie maakt ook een eerste inventarisatie van leveranciers die mogelijk onder zeggenschap staan van de in artikel 103, lid 6, bedoelde entiteit.

3.De Commissie beoordeelt de plaats van vestiging en de eigendoms- en zeggenschapsstructuur van de oorspronkelijk overeenkomstig lid 2, tweede alinea, aangewezen leveranciers.

4.Met het oog op de in lid 3 bedoelde beoordeling heeft de Commissie het recht de leveranciers om de nodige informatie te verzoeken. Indien de leverancier de nodige informatie niet binnen de gestelde termijn verstrekt, kan de Commissie concluderen dat de leverancier is gevestigd in een derde land dat overeenkomstig artikel 100 is aangewezen of onder zeggenschap staat van dat derde land, van entiteiten uit dat derde land of van onderdanen van dat derde land. Wanneer de Commissie een beoordeling uitvoert voor de toepassing van artikel 103, lid 7, en de leverancier de nodige informatie niet binnen de gestelde termijn verstrekt, kan de Commissie concluderen dat de leverancier onder zeggenschap staat van een overeenkomstig dat artikel aangewezen entiteit. De in artikel 112 bedoelde bevoegde autoriteiten delen op verzoek ook relevante informatie met de Commissie.

5.De Commissie deelt voorlopige bevindingen over de vaststelling, de zeggenschap en de eigendomsbeoordeling met de betrokken leverancier. De Commissie stelt de leverancier in de gelegenheid te worden gehoord over deze voorlopige bevindingen.

6.De Commissie kan een bevoegde autoriteit verzoeken de eerste vestigings-, eigendoms- en zeggenschapsbeoordeling van een leverancier uit te voeren, indien dit gerechtvaardigd is in het licht van de kenmerken van de activiteiten van deze leverancier. Een bevoegde autoriteit kan aanbieden een dergelijke eerste beoordeling uit te voeren. De Commissie controleert deze eerste bevindingen om te beslissen of de leverancier moet worden opgenomen in de lijst van leveranciers met een hoog risico.

7.De Commissie werkt de lijst van leveranciers met een hoog risico regelmatig bij met het oog op de schrapping of toevoeging van leveranciers met een hoog risico. In de lijst opgenomen leveranciers met een hoog risico kunnen de Commissie verzoeken hun vestigings-, zeggenschaps- en eigendomsstructuur opnieuw te beoordelen nadat zij het bewijs hebben geleverd dat er relevante wijzigingen zijn doorgevoerd.

8.Wanneer een bevoegde autoriteit, mede op basis van informatie die is verstrekt door een entiteit van het soort als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555, constateert dat een leverancier mogelijk moet worden opgenomen in een lijst van leveranciers met een hoog risico, stelt zij de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Artikel 105
Vrijstelling voor entiteiten die zijn gevestigd in of onder zeggenschap staan van entiteiten uit een derde land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging

1.Een entiteit die is gevestigd in of onder zeggenschap staat van entiteiten uit een overeenkomstig artikel 100 aangewezen derde land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging, kan bij de Commissie een met redenen omkleed verzoek indienen om te worden vrijgesteld:

a)van het verbod voor entiteiten van het soort als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 om hun ICT-componenten of componenten die hun ICT-componenten bevatten in welke vorm dan ook te gebruiken, te installeren of te integreren in belangrijke ICT-activa van die entiteiten, in afwijking van artikel 111 of van op grond van artikel 103, lid 1, vastgestelde uitvoeringshandelingen;

b)van het verbod om deel te nemen aan openbare aanbestedingsprocedures, georganiseerd overeenkomstig de wetgeving tot omzetting van Richtlijn 2014/24/EU en Richtlijn 2014/25/EU met betrekking tot de levering van ICT-componenten of componenten die ICT-componenten bevatten voor gebruik in overeenkomstig artikel 102 gedefinieerde belangrijke ICT-activa, in afwijking van artikel 100, lid 4.

2.In het in lid 1 bedoelde verzoek:

a)wordt het belang gespecificeerd van de entiteit die is gevestigd in of onder zeggenschap staat van entiteiten uit een overeenkomstig artikel 100 aangewezen derde land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging, om de in lid 1 van dit artikel bedoelde vrijstelling te verkrijgen; en

b)wordt met duidelijk bewijs aangetoond dat doeltreffende risicobeperkende maatregelen zullen worden genomen om niet-technische risico’s aan te pakken en ervoor te zorgen dat er geen mogelijke ongepaste inmenging door het overeenkomstig artikel 100 aangewezen derde land kan plaatsvinden met betrekking tot de levering van ICT-componenten of componenten die ICT-componenten bevatten voor het gebruik, de installatie of de integratie in belangrijke ICT-activa van een entiteit van het soort als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555.

3.De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen om de in lid 2, punt b), bedoelde voorwaarden nader te specificeren en om nadere regels vast te stellen met betrekking tot de in dit artikel bedoelde procedures. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 118, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

4.De Commissie beoordeelt het in lid 1 bedoelde verzoek aan de hand van een eerlijk en transparant proces, rekening houdend met:

a)de in artikel 100, leden 1 en 2, bedoelde omstandigheden en aanvullende elementen met betrekking tot het aangewezen land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging voor ICT-toeleveringsketens waar de entiteit is gevestigd of van waaruit de zeggenschap over de entiteit wordt uitgeoefend;

b)de doeltreffendheid van de in lid 2, punt b), bedoelde risicobeperkende maatregelen;

c)de vraag of de vrijstelling voor de entiteit die is gevestigd in of onder zeggenschap staat van entiteiten uit een derde land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging, de belangen van de Unie niet zou schaden.

5.Wanneer de Commissie naar aanleiding van de beoordeling in lid 3 concludeert dat het gerechtvaardigd is een vrijstelling te verlenen, neemt zij daartoe een besluit, waarvan zij de aanvrager binnen negen maanden na ontvangst van het verzoek in kennis stelt.

6.Bij de vaststelling van een in lid 4 bedoeld besluit kan de Commissie de vrijstelling tot een specifieke periode beperken en afhankelijk stellen van voorwaarden voor de entiteit, waaronder:

a)een tijdschema voor de uitvoering van de in lid 2, punt b), bedoelde risicobeperkende maatregelen;

b)regelmatige controles door derden om de doeltreffende uitvoering van risicobeperkende maatregelen te waarborgen;

c)rapportageverplichtingen met betrekking tot de naleving.

7.Wanneer de Commissie naar aanleiding van de beoordeling in lid 3 concludeert dat het niet gerechtvaardigd is een vrijstelling te verlenen, neemt zij daartoe een besluit, waarvan zij de aanvragers binnen negen maanden na ontvangst van het verzoek in kennis stelt.

8.De Commissie kan het in lid 4 bedoelde besluit op eigen initiatief intrekken of wijzigen in een of meer van de volgende situaties:

a)er heeft zich een materiële wijziging voorgedaan in de feiten waarop het besluit berust;

b)de entiteit die om de vrijstelling heeft verzocht, handelt in strijd met haar verbintenissen;

c)de vrijstelling was gebaseerd op onvolledige, onjuiste of misleidende informatie die door de verzoekende entiteit was verstrekt.

Artikel 106
Recht van verweer

Alvorens op grond van artikel 103, lid 7, een uitvoeringshandeling vast te stellen, op grond van artikel 105, lid 7, een besluit tot weigering van de verlening van een vrijstelling vast te stellen op basis van elementen die niet door de aanvrager zijn ingediend, of op grond van artikel 105, lid 8, een besluit in te trekken, zorgt de Commissie ervoor dat de betrokken entiteit in de gelegenheid wordt gesteld te worden gehoord, rekening houdend met de noodzaak, in sommige gevallen, van een spoedprocedure.

Artikel 107
Register

De Commissie houdt een openbaar register bij van haar in artikel 105, lid 5, bedoelde besluiten. Het register vermeldt de namen van de entiteiten die het voorwerp zijn geweest van dergelijke besluiten. Het register wordt regelmatig door de Commissie geactualiseerd.

Artikel 108
Vertrouwelijkheid

De door de Commissie overeenkomstig de artikelen 105 en 106 ontvangen inlichtingen worden uitsluitend gebruikt voor het doel waarvoor zij zijn verkregen.

Artikel 109
Vergoedingen

1.De Commissie brengt vergoedingen in rekening voor verzoeken die overeenkomstig artikel 105, lid 1, worden ingediend.

2.De vergoedingen worden uitgedrukt en betaald in euro.

3.De vergoedingen staan in verhouding tot de kosten in verband met de behandeling van de in artikel 105, lid 1, bedoelde verzoeken, de beoordeling van de in artikel 105, lid 2, bedoelde criteria en informatie, en het opzetten, bijhouden en beheren van het in artikel 107 bedoelde register. Alle uitgaven van de Commissie voor personeel dat bij deze activiteiten is betrokken, worden in deze kosten opgenomen.

4.De Commissie stelt uitvoeringshandelingen met gedetailleerde regels voor de vergoedingen vast waarin het bedrag van de vergoedingen en de wijze waarop deze moeten worden betaald, worden gespecificeerd. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 118, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

HOOFDSTUK II 
ICT-toeleveringsketens in elektronischecommunicatienetwerken

Artikel 110
Belangrijke ICT-activa voor mobiele, vaste en satellietnetwerken voor elektronische communicatie

1.De belangrijkste ICT-activa voor mobiele, vaste en satellietnetwerken voor elektronische communicatie worden vastgesteld in bijlage II.

2.Het gebruik van ICT-componenten of componenten die ICT-componenten bevatten die door leveranciers met een hoog risico worden geleverd, wordt geleidelijk afgebouwd wat betreft de belangrijkste ICT-activa voor mobiele, vaste en satellietnetwerken voor elektronische communicatie.

3.De termijn voor de uitfasering van de ICT-componenten of componenten die ICT-componenten bevatten die door leveranciers met een hoog risico met betrekking tot mobiele elektronischecommunicatienetwerken worden geleverd, bedraagt niet meer dan 36 maanden vanaf de bekendmaking van de in artikel 104 bedoelde lijst van leveranciers met een hoog risico die relevant is voor de mobiele elektronischecommunicatienetwerken.

4.De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 118, lid 2, uitvoeringshandelingen vast te stellen tot nadere bepaling van de termijnen voor de uitfasering van de ICT-componenten of componenten die ICT-componenten bevatten die door leveranciers met een hoog risico worden geleverd met betrekking tot vaste en satellietnetwerken voor elektronische communicatie.

5.De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 119 gedelegeerde handelingen vast te stellen om bijlage II bij deze verordening te wijzigen teneinde deze aan te passen aan technologische ontwikkelingen door rekening te houden met de in artikel 103, lid 4, bedoelde elementen.

Artikel 111
Verbodsbepalingen betreffende mobiele, vaste en satellietnetwerken voor elektronische communicatie

1.Aanbieders van mobiele, vaste en satellietnetwerken voor elektronische communicatie gebruiken, installeren of integreren in geen enkele vorm ICT-componenten of componenten die ICT-componenten bevatten van leveranciers met een hoog risico, bij de exploitatie van de in bijlage II bedoelde essentiële ICT-activa.

2.In gevallen waarin de krachtens deze verordening in een lidstaat aangewezen bevoegde autoriteit verschilt van de krachtens Verordening (EU) XX/XXXX [voorstel voor een handeling inzake digitale netwerken] bevoegde autoriteit, stelt de krachtens deze verordening aangewezen bevoegde autoriteit de krachtens Verordening (EU) XX/XXXX [voorstel voor een handeling inzake digitale netwerken] bevoegde autoriteit onverwijld in kennis van de maatregelen die overeenkomstig artikel 114 aan aanbieders van mobiele, vaste en satellietnetwerken voor elektronische communicatie zijn opgelegd. De autoriteiten zorgen voor nauwe samenwerking met het oog op een effectief toezicht op en een effectieve handhaving van die maatregelen.

HOOFDSTUK III 
Bevoegde autoriteiten, toezicht en handhaving, rechtsmacht, rechten van verdediging

Artikel 112
Bevoegde autoriteiten

1.Elke lidstaat wijst de in artikel 8 van Richtlijn (EU) 2022/2555 bedoelde bevoegde autoriteiten aan als autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het nemen van de in artikel 114 bedoelde toezicht- en handhavingsmaatregelen.

2.De bevoegde autoriteiten zijn structureel en functioneel volledig onpartijdig en vrij van elke directe of indirecte invloed van buitenaf; met name vragen noch aanvaarden zij instructies van enige andere overheidsinstantie of particuliere partij.

3.De lidstaten zorgen ervoor dat hun bevoegde autoriteiten over passende bevoegdheden, voldoende personele en technische middelen en relevante deskundigheid beschikken om de in artikel 114 bedoelde toezicht- en handhavingsmaatregelen doeltreffend uit te voeren.

4.Elke lidstaat stelt de Commissie onverwijld in kennis van de namen van de overeenkomstig lid 1 aangewezen bevoegde autoriteiten, van de respectieve taken van die autoriteiten en van eventuele latere wijzigingen daarvan. Daarnaast maakt elke lidstaat de namen van de overeenkomstig lid 1 aangewezen bevoegde autoriteiten bekend.

Artikel 113
Netwerk voor samenwerking en ondersteunende diensten van de Commissie

Met het oog op effectief toezicht zet de Commissie een netwerk op voor samenwerking tussen de in artikel 112 bedoelde bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de Commissie, dat als platform voor samenwerking en informatie-uitwisseling dient, met name met het oog op de in artikel 104 bedoelde oprichting, controle en eigendomsbeoordeling. De Commissie verleent de administratieve ondersteuning aan het netwerk.

Artikel 114
Toezichts- en handhavingsmaatregelen

1.De in artikel 112 bedoelde bevoegde autoriteiten hebben het recht toezicht- en handhavingsmaatregelen te nemen ten aanzien van entiteiten van de soort als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555. De lidstaten zorgen ervoor dat die maatregelen effectief, evenredig en afschrikkend zijn, rekening houdend met de omstandigheden van ieder afzonderlijk geval. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de daartoe vastgestelde regels en de latere wijzigingen daarvan.

2.Bij de uitoefening van hun toezichthoudende taken met betrekking tot de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 bedoelde entiteiten hebben de bevoegde autoriteiten het recht om die entiteiten te verzoeken om:

a)een gedetailleerde en actuele lijst van hun relevante leveranciers en dienstverleners;

b)toegang tot gegevens, documenten en informatie die nodig zijn voor het controleren van de naleving van deze verordening;

c)inspecties ter plaatse en toezicht elders uit te voeren, met inbegrip van steekproefsgewijze controles die worden uitgevoerd door daartoe opgeleide professionals;

d)informatie met betrekking tot de samenstelling van hardware- of softwareproducten die in welke vorm dan ook in het netwerk of systeem zijn geïnstalleerd of geïntegreerd, met inbegrip van componenten en transitieve afhankelijkheden, in een algemeen gebruikt en machinaal leesbaar formaat.

3.Bij de uitoefening van hun handhavingsbevoegdheden met betrekking tot entiteiten als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 hebben de bevoegde autoriteiten het recht om:

a)waarschuwingen te geven over inbreuken op deze verordening door de betrokken entiteiten, met vermelding van de relevante feiten en juridische overwegingen;

b)besluiten vast te stellen waarbij de betrokken entiteiten worden verplicht de inbreuk op deze verordening of de bij de uitvoering van risicobeperkende maatregelen vastgestelde tekortkomingen te verhelpen;

c)de betrokken entiteiten te gelasten te stoppen met activiteiten die inbreuk maken op deze verordening en af te zien van herhaling van die activiteiten; en

d)overeenkomstig de regels sancties op te leggen met betrekking tot het in artikel 115 vastgestelde bedrag of te verzoeken om het opleggen van dergelijke sancties door de bevoegde organen of rechterlijke instanties, overeenkomstig het nationale recht.

4.Bij het nemen van de in het vorige lid bedoelde handhavingsmaatregelen houden de bevoegde autoriteiten rekening met de omstandigheden van elk afzonderlijk geval en houden zij terdege rekening met de volgende factoren:

a)de ernst van de inbreuk en het belang van de geschonden bepalingen;

b)de duur van de inbreuk;

c)de relevante omzet van de betrokken entiteit;

d)eventuele relevante eerdere inbreuken door de betrokken entiteit;

e)in voorkomend geval, de veroorzaakte materiële of immateriële schade, met inbegrip van financiële of economische schade, gevolgen voor andere entiteiten en het aantal getroffen gebruikers;

f)opzet of nalatigheid van de betrokken entiteit;

g)door de entiteit genomen maatregelen om de materiële of immateriële schade te voorkomen of te beperken;

h)de mate van samenwerking met de bevoegde autoriteiten door de verantwoordelijke natuurlijke personen of rechtspersonen.

Voor de toepassing van de eerste alinea, punt a), wordt het volgende beschouwd als een ernstige inbreuk:

i)herhaalde inbreuken;

j)het niet melden of niet verhelpen van significante incidenten;

k)het niet verhelpen van tekortkomingen naar aanleiding van bindende aanwijzingen van de bevoegde autoriteiten.

5.De bevoegde autoriteiten stellen de betrokken entiteiten in kennis van hun voorlopige bevindingen alvorens handhavingsmaatregelen te nemen. De betrokken entiteiten krijgen een redelijke termijn om opmerkingen over de voorlopige bevindingen in te dienen. De bevoegde autoriteiten geven een gedetailleerde motivering van hun handhavingsmaatregelen.

6.De bevoegde autoriteiten nemen de beginselen van vertrouwelijkheid en beroeps- en handelsgeheim in acht.

7.De bevoegde autoriteiten werken met elkaar en met de Commissie samen met het oog op het toezicht en de handhaving uit hoofde van deze titel overeenkomstig artikel 116.

Artikel 115
Sancties

1.De lidstaten stellen voorschriften vast ten aanzien van de sancties die van toepassing zijn op overtredingen van deze verordening en nemen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat deze sancties worden uitgevoerd.

2.De sancties moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. De lidstaten stellen de Commissie van die voorschriften en maatregelen in kennis en delen haar onverwijld alle latere wijzigingen daarvan mede.

3.Sancties worden opgelegd boven op een of meer van de in artikel 114, lid 3, punten a), b) en c), bedoelde maatregelen.

4.Bij het besluit om een sanctie op te leggen en bij de vaststelling van het bedrag ervan in elk afzonderlijk geval wordt er ten minste naar behoren rekening gehouden met de in artikel 114, lid 4, eerste alinea, genoemde factoren.

5.Inbreuken op artikel 103, lid 2, punt a), worden overeenkomstig lid 3 van dit artikel bestraft met sancties van maximaal 1 % van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar van de onderneming waartoe de entiteit behoort.

6.Inbreuken op artikel 103, lid 2, punten b) tot en met g), worden overeenkomstig lid 3 van dit artikel bestraft met sancties van maximaal 2 % van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar van de onderneming waartoe de entiteit behoort.

7.Inbreuken op artikel 103, lid 1, en artikel 111 worden overeenkomstig lid 3 van dit artikel bestraft met sancties van maximaal 7 % van de totale wereldwijde jaaromzet in het voorgaande boekjaar van de onderneming waartoe de entiteit behoort.

Artikel 116
Wederzijdse bijstand

1.Wanneer een entiteit van de soort als bedoeld in bijlage I of II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 diensten verleent in meer dan één lidstaat of diensten verleent in één of meer lidstaten en haar belangrijkste ICT-activa zich in één of meer andere lidstaten bevinden, werken de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten met elkaar en met de Commissie samen en verlenen zij elkaar en de Commissie bijstand om de effectieve en efficiënte toepassing van de verordening te waarborgen. Daartoe zijn ten minste de volgende regels van toepassing:

a)de bevoegde autoriteiten die in een lidstaat toezichts- of handhavingsmaatregelen toepassen, informeren en raadplegen de bevoegde autoriteiten in de andere betrokken lidstaten over de genomen toezichts- en handhavingsmaatregelen;

b)een bevoegde autoriteit in een lidstaat kan een andere bevoegde autoriteit in een andere lidstaat verzoeken toezichts- of handhavingsmaatregelen te nemen;

c)een bevoegde autoriteit in een lidstaat verleent, na ontvangst van een gemotiveerd verzoek van een andere bevoegde autoriteit in een andere lidstaat, die andere bevoegde autoriteit naar beste vermogen wederzijdse bijstand, zodat de toezichts- of handhavingsmaatregelen op een effectieve, efficiënte en consistente wijze kunnen worden uitgevoerd.

2.De in lid 1, punt c), bedoelde wederzijdse bijstand kan betrekking hebben op verzoeken om informatie en toezichtsmaatregelen, met inbegrip van verzoeken om inspecties ter plaatse of toezicht elders of gerichte beveiligingsaudits uit te voeren. Een bevoegde autoriteit waaraan een verzoek om bijstand is gericht, mag dat verzoek niet weigeren, tenzij wordt vastgesteld dat zij niet bevoegd is om de gevraagde bijstand te verlenen, dat de gevraagde bijstand niet in verhouding staat tot de toezichtstaken van de bevoegde autoriteit, of dat het verzoek betrekking heeft op informatie of activiteiten inhoudt die, indien ze openbaar zouden worden gemaakt of zouden worden uitgevoerd, in strijd zouden zijn met de wezenlijke belangen van de nationale of openbare veiligheid of defensie van de lidstaat. Alvorens een dergelijk verzoek af te wijzen, raadpleegt de bevoegde autoriteit de andere betrokken bevoegde autoriteiten alsmede, op verzoek van een van de betrokken lidstaten, de Commissie.

3.In voorkomend geval kunnen de bevoegde autoriteiten van verschillende lidstaten in onderlinge overeenstemming gezamenlijke toezichtsacties uitvoeren.

4.Gezien de verplichting om de beginselen van vertrouwelijkheid en beroeps- en handelsgeheim als bedoeld in artikel 114, lid 6, in acht te nemen, wordt alle informatie die in het kader van een verzoek om bijstand wordt uitgewisseld en uit hoofde van dit artikel wordt verstrekt, alleen gebruikt voor de aangelegenheid waarvoor om bijstand is verzocht.

Artikel 117
Jurisdictie en territorialiteit

1.Entiteiten van de soort als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen, worden geacht onder de jurisdictie te vallen van de lidstaat waar zij zijn gevestigd, behalve in het geval van:

a)aanbieders van openbare elektronischecommunicatienetwerken of aanbieders van openbare elektronischecommunicatiediensten, die worden geacht te vallen onder de jurisdictie van de lidstaat waar zij hun diensten aanbieden;

b)DNS-dienstverleners, registers voor topleveldomeinnamen, entiteiten die domeinnaamregistratiediensten verlenen, aanbieders van cloudcomputingdiensten, aanbieders van datacentra, aanbieders van netwerken voor de levering van inhoud, aanbieders van beheerde diensten, aanbieders van beheerde beveiligingsdiensten, alsmede aanbieders van onlinemarktplaatsen, van onlinezoekmachines of van platforms voor socialenetwerkdiensten, die worden geacht onder de jurisdictie te vallen van de lidstaat waar zij hun hoofdvestiging in de Unie overeenkomstig lid 2 hebben;

c)overheidsinstanties, die worden geacht te vallen onder de jurisdictie van de lidstaat waartoe zij behoren;

d)luchtvaartmaatschappijen, die worden geacht onder de jurisdictie te vallen van de lidstaat waarvan de bevoegde vergunningverlenende autoriteit de exploitatievergunning aan de entiteit heeft verleend op grond van Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad 83 , of, indien de exploitatievergunning of het equivalent daarvan niet overeenkomstig die verordening is verleend, die worden geacht onder de jurisdictie te vallen van de lidstaat waar zij hun hoofdvestiging in de Unie hebben op grond van lid 2.

2.Voor de toepassing van deze verordening wordt een in lid 1, punt b), bedoelde entiteit geacht haar hoofdvestiging in de Unie te hebben in de lidstaat waar de beslissingen met betrekking tot de maatregelen voor het beheer van cyberbeveiligingsrisico’s hoofdzakelijk worden genomen. Indien niet kan worden bepaald welke lidstaat dat is of indien dergelijke besluiten niet in de Unie worden genomen, wordt de hoofdvestiging geacht zich te bevinden in de lidstaat waar de meeste cyberbeveiligingsactiviteiten worden uitgevoerd. Indien niet kan worden bepaald welke lidstaat dat is, wordt de hoofdvestiging geacht zich te bevinden in de lidstaat waar de betrokken entiteit de vestiging met het grootste aantal werknemers in de Unie heeft.

3.Indien een entiteit van een soort als bedoeld in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 niet in de Unie is gevestigd, maar diensten in de Unie aanbiedt, wijst zij een vertegenwoordiger in de Unie aan. De vertegenwoordiger is gevestigd in een van de lidstaten waar de diensten worden aangeboden. Deze entiteit wordt geacht onder de jurisdictie te vallen van de lidstaat waar de vertegenwoordiger is gevestigd. Indien een dergelijke entiteit een entiteit is als bedoeld in lid 1, punt a), wordt zij geacht onder de jurisdictie te vallen van de lidstaat waar zij haar diensten aanbiedt. Bij ontstentenis van een overeenkomstig dit lid aangewezen vertegenwoordiger in de Unie kan elke lidstaat waar de entiteit diensten verricht, juridische stappen ondernemen tegen de entiteit wegens inbreuk op deze verordening.

4.De aanwijzing van een vertegenwoordiger door een entiteit als bedoeld in lid 1, punt b), doet geen afbreuk aan juridische stappen die tegen de entiteit zelf kunnen worden ingesteld.

5.Lidstaten die een verzoek om wederzijdse bijstand hebben ontvangen met betrekking tot een entiteit als bedoeld in lid 1, punt b), kunnen, binnen de grenzen van dat verzoek, passende toezichts- en handhavingsmaatregelen nemen ten aanzien van de betrokken entiteit als deze entiteit op hun grondgebied diensten verleent of een netwerk- en informatiesysteem van de entiteit zich op hun grondgebied bevindt.

TITEL VI 
SLOTBEPALINGEN

Artikel 118
Comitéprocedure

1.De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité heeft twee samenstellingen. Ten aanzien van de titels II en III wordt de Commissie bijgestaan door een comité in de eerste samenstelling, terwijl ten aanzien van titel IV de Commissie wordt bijgestaan door een comité in de tweede samenstelling. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 119
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.De in artikel 80, lid 2, en artikel 110, lid 5, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

3.Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikel 80, lid 2, en artikel 110, lid 5, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet. 

4.Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5.Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.Een overeenkomstig de artikelen 80, lid 2, en artikel 110, lid 5, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd. 

Artikel 120
Evaluatie en toetsing

1.Uiterlijk op [DD MM YYYY] en vervolgens om de vijf jaar geeft de Commissie opdracht tot een evaluatie die wordt uitgevoerd overeenkomstig de richtsnoeren van de Commissie.

2.De in lid 1 bedoelde evaluatie omvat een analyse van de volgende punten:

a)de prestaties van Enisa met betrekking tot zijn doelstellingen, mandaat, opdracht, taken, bestuur en locatie;

b)de doeltreffendheid, de efficiëntie en de EU-meerwaarde van de Europese regelingen voor individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden zoals vastgesteld in titel II, hoofdstuk II, afdeling 4, van deze verordening;

c)de gevolgen, de doeltreffendheid en de efficiëntie van de bepalingen van titel III van deze verordening met betrekking tot de doelstellingen om een adequaat cyberbeveiligingsniveau van ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten en entiteiten in de Unie te waarborgen en de werking van de interne markt te verbeteren;

d)de gevolgen, de doeltreffendheid en de efficiëntie van de bepalingen van titel IV van deze verordening met betrekking tot de doelstellingen van het kader voor betrouwbare ICT-toeleveringsketens.

3.De in de lid 1, punt a), bedoelde evaluatie richt zich in het bijzonder op de vraag of het mandaat van Enisa moet worden gewijzigd en op de financiële gevolgen van een dergelijke wijziging.

4.Bij elke tweede evaluatie als bedoeld in lid 1, punt a), toetst de Commissie de door Enisa bereikte resultaten in het licht van zijn doelstellingen, mandaat, bestuur en taken, met inbegrip van een beoordeling of het voortbestaan van Enisa nog steeds gerechtvaardigd is gelet op deze doelstellingen, dit mandaat, dit bestuur en deze taken.

5.De Commissie brengt verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad en de raad van bestuur over de resultaten van de evaluatie. De resultaten van de evaluatie worden openbaar gemaakt.

Artikel 121
Intrekking en voortzetting van activiteiten

1.Verordening (EU) 2019/881 van het Europees Parlement en de Raad wordt ingetrokken met ingang van DD MM JJJJ.

2.Verwijzingen naar Verordening (EU) 2019/881, Enisa en de bij die verordening vastgestelde Europese regelingen voor cyberbeveiligingscertificering gelden als verwijzingen naar deze verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage III bij deze verordening.

3.Enisa, vallend onder de onderhavige verordening, zet de handelingen en activiteiten voort van Enisa zoals opgericht bij Verordening (EU) 2019/881, wat alle eigendommen, overeenkomsten, juridische verplichtingen, arbeidsovereenkomsten, financiële verbintenissen en aansprakelijkheden betreft. Alle overeenkomstig Verordening (EU) 2019/881 vastgestelde besluiten van de raad van bestuur en het dagelijks bestuur blijven geldig, mits zij stroken met deze verordening.

4.De overeenkomstig artikel 15, lid 1, punt n), van Verordening (EU) 2019/881 aangewezen uitvoerend directeur blijft in functie en oefent de taken en verantwoordelijkheden uit van de uitvoerend directeur als bedoeld in artikel 32 van deze verordening voor het resterende gedeelte van de ambtstermijn van de uitvoerend directeur. De overige voorwaarden van hun overeenkomst blijven ongewijzigd.

5.De potentiële regelingen waarvan de voorbereiding is aangevraagd op grond van artikel 49 van Verordening (EU) 2019/881, worden geacht te zijn aangevraagd op grond van de overeenkomstige bepalingen van deze verordening. De bepalingen van titel III van deze verordening zijn dienovereenkomstig van toepassing op die potentiële regelingen.

6.De overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) 2019/881 door de Commissie aangewezen leden van de raad van bestuur en hun plaatsvervangers blijven in functie en oefenen de taken uit van de raad van bestuur als bedoeld in artikel 27 van deze verordening voor het resterende gedeelte van hun ambtstermijn. De overeenkomstig artikel 14 van Verordening (EU) 2019/881 door de lidstaten aangewezen leden van de raad van bestuur blijven in functie en oefenen de taken uit van de raad van bestuur als bedoeld in artikel 27 van deze verordening, voor zover zij functies vervullen als bedoeld in artikel 24, lid 3, van deze verordening.

Artikel 122
Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de [...] dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF3

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief3

1.2.Betrokken beleidsterreinen3

1.3.Doelstellingen3

1.3.1.Algemene doelstellingen3

1.3.2.Specifieke doelstellingen3

1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen3

1.3.4.Prestatie-indicatoren3

1.4.Het voorstel/initiatief betreft:4

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief4

1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief4

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.4

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan4

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten5

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking5

1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief6

1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting6

2.BEHEERSMAATREGELEN8

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen8

2.2.Beheers- en controlesystemen8

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie8

2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken8

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).8

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden9

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF10

3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven10

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten12

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten12

3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting12

3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten17

3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten22

3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten24

3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting24

3.2.3.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten24

3.2.3.3.Totaal kredieten24

3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften25

3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting25

3.2.4.2.Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten26

3.2.4.3.Totale personeelsbehoeften26

3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen28

3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader28

3.2.7.Bijdragen van derden28

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten29

4.Digitale dimensies29

4.1.Voorschriften met digitale relevantie30

4.2.Gegevens30

4.3.Digitale oplossingen31

4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling31

4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering32

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa), het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering en de beveiliging van de ICT-toeleveringsketen, en tot intrekking van Verordening (EU) 2019/881 (de cyberbeveiligingsverordening 2)

(Voor de EER relevante tekst)

Korte titel: Cyberbeveiligingsverordening 2 (CSA2)

en

Voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn (EU) 2022/2555 wat betreft vereenvoudigingsmaatregelen en afstemming op het [voorstel voor de cyberbeveiligingsverordening 2]

1.2.Betrokken beleidsterreinen 

Beleidsterrein: 09 — Communicatienetwerken, inhoud en technologie

Activiteit: 09.02 digitale eengemaakte markt

1.3.Doelstellingen

1.3.1.Algemene doelstellingen

De voornaamste interventiedoelstellingen zijn:

1)    Verbeteren van de capaciteiten en weerbaarheid op het gebied van cyberbeveiliging

Bijdragen tot de versterking van de cyberbeveiligingsgovernance van de Unie en ertoe bijdragen dat de betrokken instellingen, autoriteiten en andere belanghebbenden beter voorbereid zijn om cyberdreigingen op gecoördineerde en effectieve wijze te voorkomen, op te sporen en erop te reageren.

2)     Versnippering op de interne markt voorkomen door:

Het ondersteunen van de ontwikkeling, uitvoering en toepassing van gemeenschappelijke cyberbeveiligingsinstrumenten van de Unie, zoals certificeringsregelingen, en het bieden van geharmoniseerde kaders waarmee vertrouwen en interoperabiliteit tussen de lidstaten wordt opgebouwd.

Deze algemene doelstellingen beantwoorden aan de belangrijkste uitdagingen die zijn vastgesteld in de probleemomschrijving van de effectbeoordeling van het voorgestelde initiatief. Zij weerspiegelen de overkoepelende beleidsdoelstelling om de cyberbeveiligingsgovernance in de Unie te versterken en de ontwikkeling van een veilige, veerkrachtige en concurrerende digitale eengemaakte markt te ondersteunen.

1.3.2.Specifieke doelstellingen

Om de discrepantie tussen het EU-beleidskader voor cyberbeveiliging en de behoeften van belanghebbenden aan te pakken:

Specifieke doelstelling nr. 1: De capaciteit creëren om het cyberbeveiligingsbeleid van de Unie effectief uit te voeren en permanente operationele samenwerking mogelijk te maken die een meer gestructureerde samenwerking tussen de lidstaten mogelijk maakt.

Specifieke doelstelling nr. 2: De middelen en mechanismen ontwikkelen en toepassen om de behoeften van de lidstaten, het bedrijfsleven en andere belanghebbenden effectief te ondersteunen en aan te pakken.

Aanpak van de beperkte toepassing en effectiviteit van het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering (ECCF):

Specifieke doelstelling nr. 3: De voorwaarden scheppen voor een snellere uitvoering van regelingen voor cyberbeveiligingscertificering, op basis van de behoeften van de markt, door het toepassingsgebied van het ECCF uit te breiden, te zorgen voor effectieve instandhouding en flexibele procedures en de transparantie te vergroten.

Het gefragmenteerde nalevingslandschap en de complexiteit van horizontale en sectorale kaders aanpakken:

Specifieke doelstelling nr. 4: De mechanismen creëren en de voorwaarden scheppen om de naleving van cyberbeveiligingsvereisten te vergemakkelijken, waardoor de uitvoering ervan samenhangender en effectiever wordt.

Cyberveiligheidsrisico’s in de toeleveringsketen aanpakken: 

Specifieke doelstelling nr. 5: Kritieke ICT-toeleveringsketens van entiteiten die gevestigd zijn in of onder zeggenschap staan van entiteiten uit landen die een cyberbeveiligingsrisico inhouden (leveranciers met een hoog risico) afbouwen en kritieke afhankelijkheden verminderen door een samenhangend en effectief kader op EU-niveau te ontwikkelen om veiligheidsrisico’s in de ICT-toeleveringsketen aan te pakken.

1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.

De verwachte resultaten zijn als volgt:

1)    Functionele hervorming van Enisa

2)    Hervorming van het ECCF — uitbreiding van het toepassingsgebied, nieuwe procedure en herziene governance

3)    Verdere vereenvoudiging van de naleving van het relevante wetgevingskader van de Unie inzake cyberbeveiliging

4)    Alomvattend en horizontaal kader voor de aanpak van cyberbeveiligingsrisico’s in ICT-toeleveringsketens

Algemene gevolgen:

Het voorstel zal een enorme impact hebben op de cyberbeveiliging in de Unie, aangezien het een aantal gebieden aanpakt, zoals de noodzakelijke versterking van het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging, de steun voor de uitvoering van het EU-recht versterkt, hervormingen invoert voor een soepele uitvoering van het Europees certificeringskader, het gezamenlijke inzicht van de Unie in cyberdreigingen ondersteunt en de beperking van cyberbeveiligingsrisico’s in overeenstemming met de geopolitieke realiteit aanpakt. De uitvoering van de voorgestelde bepalingen zal een hoog niveau van efficiëntie en samenhang waarborgen en buitensporige regeldruk voorkomen. Het pakket is ontworpen om bestand te zijn tegen uitdagingen bij de uitvoering en om beleidsmatige samenhang op lange termijn in het hele digitale en cyberbeveiligingsecosysteem te ondersteunen. Met het pakket wordt meer duidelijkheid verschaft door inefficiënties weg te nemen en procedures in alle rechtskaders op elkaar af te stemmen, en wordt tegelijkertijd bijgedragen tot het bereiken van een hoog niveau van cyberbeveiliging in de hele EU. Als een van de belangrijkste prioritaire doelstellingen van de Europese Commissie zullen de beoogde vereenvoudigingsinspanningen aanzienlijke economische voordelen opleveren voor bedrijven, met inbegrip van kmo’s, van meer dan 14,63 miljard EUR en voor overheidsinstanties van 7,5 miljoen EUR.

Specifieke resultaten zijn onder meer:

   een groter bewustzijn en een betere operationele coördinatie, wat aanzienlijke kostenbesparingen zou kunnen opleveren in verband met een snellere opsporing van en respons op incidenten voor bedrijven, overheidsinstanties en burgers;

   duidelijkheid verschaffen over het toepassingsgebied en de opdracht van Enisa, en tegelijkertijd zorgen voor de noodzakelijke prioritering van zijn primaire taken;

   ervoor zorgen dat de belanghebbenden passende steun krijgen voor de uitvoering van het beleid, operationele activiteiten en algemene coördinatie;

   ondersteuning van het gedeelde situationeel bewustzijn van de Unie;

   nauwere samenwerking met EU-CyCLONe, het CSIRT-netwerk, de Commissie, Europol en CERT-EU en relevante entiteiten van de Unie met het oog op de ontwikkeling van een register van geverifieerde, betrouwbare inlichtingen over cyberdreigingen;

   ondersteuning van de inspanningen om ransomware-aanvallen tegen te gaan;

   betere coördinatie met de particuliere sector ten aanzien van onderwerpen die verband houden met cyberbeveiliging;

   tijdig verspreiden van informatie door middel van vroegtijdige waarschuwingen over significante of grootschalige incidenten of een cyberdreiging van grensoverschrijdende aard met betrekking tot de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 vermelde sectoren;

   bevorderen van doeltreffende synergieën met andere EU-organen en -agentschappen;

   verlagen van de prijs van vaardigheidscertificeringen, onder meer door het aanbod op de markt te vergroten door de invoering van de Europese regelingen voor vaardigheidsattesten;

   ondersteunen van het dichten van de vaardigheidskloof in Europa door middel van individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden en ondersteunen van de lidstaten en het bedrijfsleven bij het versterken van hun personeelsbestand;

   het gebrek aan duidelijkheid van het ECCF en de beperkte impact ervan aanpakken, het toepassingsgebied ervan uitbreiden en het governancemodel ervan verbeteren;

   de reputatie van goedgekeurde regelingen vergroten door een instandhoudingsstructuur op te zetten en een tijdig en transparant ontwikkelingsproces in te voeren;

   invoering van een vergoedingsmechanisme met betrekking tot de kosten voor de ontwikkeling en de instandhouding van de Europese individuele regelingen voor de attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden en de verwerking van aanvragen en het verlenen van vergunningen aan aanbieders, en voor de instandhouding van regelingen die in het kader van het ECCF zijn vastgesteld, hetgeen zal bijdragen tot de financiële stabiliteit van het Agentschap en besparingen zal opleveren in het kader van de EU-begroting;

   de Europese certificeringsregelingen afstemmen op het bestaande wetgevingskader en zo de uitvoeringsinspanningen beter ondersteunen en de nalevingsbehoeften van bedrijven ondersteunen;

   de vaststelling van momenteel geblokkeerde regelingen mogelijk maken;

   het concurrentievermogen van Europese bedrijven bevorderen door de afstemming tussen internationale en Europese normen te bevorderen;

   de versnippering van cyberbeveiligingsmaatregelen en -vereisten beperken;

   zorgen voor juridische duidelijkheid en de administratieve lasten aanzienlijk verminderen, zonder te leiden tot aanzienlijke rechtsonzekerheid bij belanghebbenden die zich aan het aanpassen zijn aan de onlangs vastgestelde rechtskaders;

   de naleving voor NIS 2-entiteiten vergemakkelijken, wat ook zou bijdragen tot een beter nalevingspercentage in het algemeen en zinvollere cyberbeveiligingsmaatregelen, terwijl tegelijkertijd het toezichtproces aan de kant van de autoriteiten efficiënter wordt;

Andere resultaten

   Kmo’s zouden tal van positieve effecten van het initiatief ervaren, gezien het verbeterde concurrentievermogen op de cyberbeveiligingsmarkt van de EU en de lagere kosten en administratieve lasten:

1.    Positief effect op kmo’s die baat zouden hebben bij een betere cyberweerbaarheid als gevolg van een grotere rol van Enisa en door het Agentschap verstrekte technische richtsnoeren.

2.    Kmo’s als geautoriseerde aanbieder voor het afgeven van attesteringen in het kader van de Europese regeling voor het attesteren van vaardigheden worden zichtbaarder, verbeteren hun reputatie en trekken meer klanten aan. Daarnaast ondersteunen de Europese individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden kmo’s bij het identificeren van kandidaten met de juiste vaardigheden.

3.    Goed functionerende Europese certificeringsregelingen kunnen de keuze van betrouwbare ICT-technologieën voor kmo’s vergemakkelijken en bijdragen tot het vergroten van hun algehele cyberweerbaarheid.

4.    Als DNS-aanbieders profiteren kmo’s van maatregelen in verband met de uitvoering van de NIS 2-richtlijn als gevolg van de uitsluitingen van het toepassingsgebied van DNS-aanbieders.

5    Kmo’s zouden baat hebben bij de verduidelijking van het toepassingsgebied die de toepassing van de verplichtingen zou beperken tot bepaalde entiteiten in sommige sectoren die in de NIS 2-richtlijn zijn opgenomen.

6. Voor maatregelen ter beveiliging van de ICT-toeleveringsketen zouden kmo’s in het algemeen baat hebben bij het gebruik van betrouwbare technologieën. Als leveranciers die actief zijn in de sectoren waarvoor beperkingen gelden, wegen de vervangings- en transactiekosten voor hen zwaarder in vergelijking met grotere ondernemingen. Kmo’s als betrouwbare leveranciers profiteren echter ook van nieuwe marktkansen.

   Voor geen enkele doelstelling wordt een significant milieueffect verwacht.

   Wat de EU-begroting betreft, worden efficiëntiewinsten verwacht door de intensievere samenwerking en coördinatie van de activiteiten tussen de EU-instellingen, -agentschappen en -organen Door de invoering van vergoedingsmechanismen worden op de lange termijn besparingen verwacht.

1.3.4.Prestatie-indicatoren

Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten

Doelstelling: de capaciteit creëren om het cyberbeveiligingsbeleid van de EU effectief uit te voeren en regelmatige/permanente operationele samenwerking mogelijk te maken die een meer gestructureerde samenwerking tussen de lidstaten mogelijk maakt.

— Aantal relevante bijdragen van Enisa aan de uitvoering van EU- en nationaal beleid en wetgevingsinitiatieven;

— Positieve feedback van belanghebbenden over de relevante bijdragen van Enisa;

— Stijging met 25 % ten opzichte van het referentiescenario voor 2023, zoals gerapporteerd in het jaarlijkse activiteitenverslag van Enisa (voor het aantal relevante bijdragen) en volgens de jaarlijkse tevredenheidsenquête van Enisa (voor de positieve feedback);

— Gebruiksstatistieken van de EU-kwetsbaarheidsdatabank;

— Stijging met 25 % van het aantal gebruikers ten opzichte van 2025;

— Beschikbaarheid, beveiliging en werking van het platform voor de verordening cyberweerbaarheid (CRA-platform);

— Vermindering met 25 % van de downtime van het platform en het aantal incidenten ten opzichte van de statistieken over downtime en incidenten op het platform van 2025.

Doelstelling: de middelen en mechanismen ontwikkelen en toepassen om de behoeften van de lidstaten, het bedrijfsleven en andere belanghebbenden effectief te ondersteunen en aan te pakken.

— Aantal door Enisa ondersteunde belanghebbenden en kwaliteit van de verleende steun;

— Aantal maatregelen ter ondersteuning van belanghebbenden;

— Verhoging met 10 % van het aantal ondersteunde belanghebbenden en stijging met 10 % van het tevredenheidsniveau van ondersteunde belanghebbenden ten opzichte van 2025.

Doelstelling: de voorwaarden scheppen voor een snellere uitvoering van regelingen voor cyberbeveiligingscertificering, op basis van de behoeften van de markt, door het toepassingsgebied van het ECCF uit te breiden, te zorgen voor effectieve instandhouding en flexibele procedures en de transparantie te vergroten.

— Aantal goedgekeurde regelingen;

— Verkorting met 50 % van de tijd die nodig is om een regeling te ontwikkelen ten opzichte van 2025;

— Aantal jaarlijks afgegeven geldige certificaten;

— Stijging met 25 % ten opzichte van het basisscenario 2025;

— Positieve feedback van belanghebbenden over hun betrokkenheid bij de ontwikkeling van de regeling en de transparantie van het ECCF;

— Stijging met 25 % ten opzichte van de referentiewaarde in de jaarlijkse tevredenheidsenquête van Enisa ten opzichte van 2027.

Doelstelling: de mechanismen creëren en de voorwaarden scheppen om de naleving van cyberbeveiligingsvereisten te vergemakkelijken, waardoor de uitvoering ervan samenhangender en effectiever wordt.

— Percentage van de kosten van kmo’s voor de naleving van NIS 2- en cyberbeveiligingsregels, als percentage van alle nalevingskosten;

— Meer dan 70 % van de kmo’s meldt lagere nalevingskosten voor cyberbeveiliging ten opzichte van 2025;

— Aantal ransomware-aanvallen en bedrag aan schade in EUR;

— Vermindering van het aantal ransomware-aanvallen met meer dan 1 % in vergelijking met 2027;

— Percentage grensoverschrijdende incidenten gedurende welke of na afloop waarvan de autoriteiten van de lidstaten gebruik hebben gemaakt van mechanismen voor wederzijdse bijstand;

— Verhoging van het aandeel gevallen waarin gebruik werd gemaakt van wederzijdse bijstand met meer dan 20 procentpunten ten opzichte van 2025.

Doelstelling: kritieke afhankelijkheden verminderen door een samenhangend en effectief kader op EU-niveau te ontwikkelen om veiligheidsrisico’s in de ICT-toeleveringsketen aan te pakken.

— Aantal vastgestelde maatregelen. 

— Stijging met 25 % van het aantal vastgestelde maatregelen en geïdentificeerde belangrijke activa ten opzichte van de datum van vaststelling + 6 maanden;

— Vermindering met 25 % van de afhankelijkheid van leveranciers met een hoog risico in belangrijke ICT-activa ten opzichte van 2025.

1.4.Het voorstel/initiatief betreft: 

 een nieuwe actie (titel IV, Toeleveringsketen, en titel V, Vereenvoudiging)

 een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie 84 ; 

 de verlenging van een bestaande actie (titel II, Mandaat van Enisa, en titel III, Certificering)

 de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief 

1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

In juli 2024 riep Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, in haar politieke beleidslijnen 85 op tot vereenvoudiging, consolidatie en codificatie van de EU-wetgeving om overlappingen en tegenstrijdigheden weg te nemen en tegelijkertijd hoge normen te handhaven. In de opdrachtbrief aan uitvoerend vicevoorzitter Virkkunen 86 wordt met name melding gemaakt van het verbeteren van het proces van de goedkeuring van Europese regelingen voor cyberbeveiligingscertificering en van de noodzaak om onze industrieën, burgers en overheidsdiensten te beschermen tegen interne en externe dreigingen. Voorts wordt in het Niinistö-verslag van 2024 87 opgeroepen tot het verlagen van het risico op ongewenste afhankelijkheid van toeleveringsketens in kritieke technologieën. In het verslag-Draghi 88 , en het verslag-Letta 89 , opgesteld in opdracht van de voorzitter van de EU, wordt met name ingegaan op de noodzaak van de eengemaakte markt om concurrerend te blijven door middel van vereenvoudiging en om het hoogste niveau van veiligheid en strategische autonomie te waarborgen. Op basis hiervan is de herziening van de cyberbeveiligingsverordening (CSA) een hoeksteen van de werkzaamheden van de Commissie op het gebied van veiligheid en een uitwerking van een ambitieuze herziening van het Europese ecosysteem voor regelgeving op het gebied van cyberbeveiliging. In het CSA2-voorstel worden mechanismen geïntroduceerd om cyberbeveiligingsrisico’s in de toeleveringsketen aan te pakken en om het gefragmenteerde nalevingslandschap en de complexiteit van horizontale en sectorale kaders te verminderen. Verwacht wordt dat Enisa ook als instrument zal fungeren om tot een grotere vereenvoudiging van de rapportageverplichtingen te komen, door de integratie van een centraal toegangspunt.

Gezien het aantal sectorale bepalingen dat na de vaststelling van de cyberbeveiligingsverordening in 2019 is ingevoerd en het snel veranderende landschap van cyberdreigingen, moet het mandaat van Enisa bovendien worden herzien om een meer gerichte en vernieuwde reeks taken vast te stellen, teneinde de inspanningen van de lidstaten, de EU-instellingen en andere belanghebbenden om een veilige cyberspace in de Europese Unie te waarborgen, doeltreffend en efficiënt te ondersteunen. Door de versterking van het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering (ECCF) zorgt het voorstel ervoor dat de EU beschikt over een gestroomlijnd, modern en aanpasbaar certificeringssysteem dat ten dienste staat van acties in de toeleveringsketen en de snelle uitvoering van de verordening cyberweerbaarheid mogelijk maakt. Concluderend wordt het voorgestelde toepassingsgebied van het mandaat afgebakend door de gebieden te versterken waar het Agentschap een duidelijke toegevoegde waarde heeft getoond en de nieuwe gebieden toe te voegen waar steun nodig is met het oog op de nieuwe beleidsprioriteiten en -instrumenten en om het ECCF te versterken.

De herziening van de cyberbeveiligingsverordening is daarom bedoeld als een belangrijke stap in de cybermaturiteit van de EU en de algemene veiligheid, paraatheid en weerbaarheid van de Europese Unie.

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.

De cyberbeveiligingsverordening (CSA) is in 2019 vastgesteld op basis van artikel 114 VWEU, op grond waarvan de EU-wetgever maatregelen kan vaststellen ter harmonisatie van nationale wet- en regelgeving inzake de instelling en de werking van de interne markt.   

Het herziene CSA-voorstel heeft tot doel de cyberbeveiligingswetgeving op EU-niveau te stroomlijnen en de huidige cyberbeveiligingsverordening, die sinds 2019 van kracht is (CSA1), aan te vullen en te herzien. De doelstellingen in het kader van de CSA1 om een permanent mandaat te verlenen aan het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging, ter ondersteuning van het hoge gemeenschappelijke niveau van cyberbeveiliging in de hele EU, en om de versnippering van de interne markt met betrekking tot regelingen voor cyberbeveiligingscertificering te voorkomen, blijven binnen de geïnitieerde herziening. Deze doelstellingen, zoals reeds naar behoren geanalyseerd in het voorstel voor een cyberbeveiligingsverordening in 2017, kunnen niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt, maar alleen op het niveau van de Europese Unie overeenkomstig artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.  

Het voorstel voor de herziening van de CSA is duidelijk gericht op het stroomlijnen, prioriteren en codificeren van taken in cybergerelateerde wetgeving die alleen op EU-niveau kunnen worden verwezenlijkt; er bestaat momenteel geen dergelijk initiatief. Het nieuwe voorstel versterkt de beveiliging van de toeleveringsketen en de cyberbeveiligingssector binnen de EU verder en vergroot de paraatheid en weerbaarheid van de lidstaten en de industrie. De afhankelijkheid van entiteiten die gevestigd zijn in of onder zeggenschap staan van entiteiten uit derde landen die een cyberbeveiligingsrisico inhouden (leveranciers met een hoog risico), heeft gevolgen voor entiteiten in de hele Unie, terwijl significante cyberbeveiligingsincidenten in de toeleveringsketen zich vaak over nationale grenzen heen verspreiden. Het is waarschijnlijk niet efficiënt om de kwestie alleen op nationaal niveau aan te pakken. 

De onlangs aan Enisa toegewezen taken zijn van cruciaal belang om een hoog niveau van cyberbeveiliging in de hele EU te bereiken. Ondanks het feit dat het Agentschap samenwerkt met andere EU-veiligheidsinstanties, zoals Europol, en met het Europees Kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging (ECCC), dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de financiering, zijn de missie en taken van het Agentschap uniek en is er momenteel geen ander orgaan met dit soort verantwoordelijkheden. In het cyberecosysteem van de EU werken alle betrokken entiteiten nauw samen en binnen duidelijke mandaten. Daarom versterkt het CSA 2-voorstel alleen die delen waar er een duidelijke toegevoegde waarde is, om dubbelzinnigheden in termen van dubbel werk te voorkomen, zowel inhoudelijk maar ook wat betreft de financiering, met andere organen binnen het cyberecosysteem.

Nadere toelichting

Het mandaat van Enisa is uitgebreid door middel van latere wetgeving, zonder een uitgebreide herziening van zijn kerntaken en middelen. Dit heeft geleid tot overlappingen, inefficiënties en onvoldoende prioritering van essentiële ondersteunende taken voor de lidstaten.

Verscheidene lidstaten hebben hun eigen nationale regelingen voor cyberbeveiligingscertificering ingevoerd, die qua toepassingsgebied en conformiteitsbeoordelingsprocedures aanzienlijk verschillen. Dit leidt tot versnippering van de markt en dubbele lasten voor marktdeelnemers en kmo’s, die één keer willen worden gecertificeerd om in de hele EU actief te zijn. Het ECCF werd krachtens de CSA opgericht om de versnippering van de markt aan te pakken, maar de uitvoering verliep traag en inconsistent.

Evenzo bevatten verschillende horizontale en sectorale rechtshandelingen cyberbeveiligingsmaatregelen met verschillende doeleinden en doelstellingen, wat ook geleid heeft tot verschillen in de door de lidstaten vastgestelde benaderingen van nalevingscontrole en toezicht. Als gevolg daarvan worden entiteiten, met name kmo’s of bedrijven die in verschillende lidstaten actief zijn, met extra nalevingslasten geconfronteerd, wat een negatief effect heeft op hun concurrentievermogen.

Verschillende benaderingen van de beveiliging van de ICT-toeleveringsketen en verschillende maatregelen van de lidstaten leiden tot versnippering van de markt en verschillende nalevingsvereisten voor entiteiten. Met name gezien het grensoverschrijdende karakter van ICT-toeleveringsketens zou versnippering van de nalevingsvereisten binnen de interne markt de rechtszekerheid voor entiteiten ondermijnen. Verschillende nationale kaders voor de beperking van leveranciers met een hoog risico dreigen belemmeringen op te werpen voor het grensoverschrijdende verkeer van goederen en diensten binnen de interne markt. Aangezien bij ICT-toeleveringsketens kritieke entiteiten en infrastructuur betrokken kunnen zijn, ongeacht waar die leveranciers zijn gevestigd, leiden fragmentatie en lacunes in cyberbeveiligingsmaatregelen tot extra beveiligingsrisico’s voor die entiteiten.

Voorts bevatten de voorstellen voor programma’s in het kader van het meerjarig financieel kader een horizontale bepaling die voorziet in de uitsluiting van leveranciers met een hoog risico die in het kader van het EU-recht zijn geïdentificeerd, teneinde de integriteit van de EU-begroting te beschermen en ervoor te zorgen dat de uitgaven van de Unie niet in strijd zijn met essentiële veiligheidsbelangen van de Unie. De aanpak van de toeleveringsketen van de CSA zou het mechanisme zijn dat deze identificatie op het gebied van ICT-toeleveringsketens mogelijk maakt en kan dus alleen op EU-niveau worden uitgevoerd.

Cyberaanvallen hebben standaard een grensoverschrijdend karakter, met name gezien de overloopeffecten die kunnen voortvloeien uit het aanvankelijke getroffen centrale toegangspunt. De bedreigingen en risico’s voor de cyberbeveiliging hebben gevolgen voor de hele Europese Unie en daarom zou een collectief situationeel bewustzijn de cyberbeveiligingsniveaus van de entiteiten binnen de Europese Unie aanzienlijk kunnen verbeteren. Middels de voorstellen in het kader van het herziene mandaat van Enisa wordt deze kwestie aangepakt, met als doel de cyberweerbaarheid van de EU aanzienlijk te vergroten.

Concluderend kan worden gesteld dat EU-optreden van cruciaal belang is, aangezien de cyberdreigingen en de daarmee samenhangende uitdagingen verder reiken dan de afzonderlijke lidstaten. Versnipperde nationale oplossingen zijn ontoereikend gebleken om marktbreed vertrouwen en coördinatie tot stand te brengen. Er is een herzien EU-rechtskader nodig om belemmeringen weg te nemen, een consistente uitvoering te waarborgen en de lidstaten te ondersteunen in een steeds complexer regelgevings- en dreigingsklimaat. 

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

Enisa is opgericht in 2004 met een tijdelijk mandaat. In 2019 trad de cyberbeveiligingsverordening (CSA) in werking, waarbij Enisa een permanent mandaat werd verleend, met als doel het Europees expertisecentrum voor cyberbeveiliging te worden. Vandaag de dag wordt Enisa door de belanghebbenden in de EU gezien als een erkend merk en betrouwbare partner. De bevoegdheden van het Agentschap zijn in de loop van 25 jaar geleidelijk opgebouwd en weerspiegelen het zich ontwikkelende cyberecosysteem.

Volgens artikel 67 van de CSA evalueert de Commissie om de vijf jaar het effect, de doeltreffendheid en de efficiëntie van Enisa, zijn werkmethoden, de eventuele noodzaak om het mandaat van Enisa te wijzigen en de financiële gevolgen van dergelijke wijzigingen. Bij de evaluatie worden ook het effect, de doeltreffendheid en de efficiëntie van de bepalingen met betrekking tot het Europees certificeringskader beoordeeld.

Overeenkomstig de bepalingen heeft de Commissie een evaluatie van het Agentschap en het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering uitgevoerd, die een openbare raadpleging en een onafhankelijke studie omvatte. In overeenstemming met de praktijken op het gebied van betere regelgeving heeft de Commissie ook een openbare raadpleging gelanceerd over de herziening van de CSA, evenals een verzoek om input om gegevens van de groepen belanghebbenden te verzamelen. Op basis van de evaluatie werd geconcludeerd dat Enisa zijn mandaat heeft vervuld door bijna alle geplande outputs te leveren. De doelstellingen van het Agentschap zijn nog steeds relevant, waarbij de belanghebbenden met name de output noemen in moeilijke tijden zoals de COVID-19-pandemie en de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne. Ondanks de over het algemeen positieve feedback van belanghebbenden over de output van Enisa, werd ook duidelijk dat er aanzienlijke ruimte voor verbetering is om consequent aan de verwachtingen van belanghebbenden te voldoen.

Uit de geleerde lessen blijkt dat Enisa, om het efficiëntieniveau te verhogen, meer strategische focus, taakprioritering en versterking van zijn capaciteit nodig heeft om tijdig inzicht te bieden in opkomende dreigingen en de strategische instrumenten die nodig zijn om deze aan te pakken. Bovendien zou Enisa, zoals een aantal belanghebbenden aangeven, beter gestructureerde en transparantere methoden kunnen vaststellen voor de samenwerking met particuliere entiteiten, met de nadruk op de ondersteuning van kmo’s. In alle externe raadplegingen werd benadrukt dat het belangrijk is de financiering, de personele bezetting en de operationele capaciteit van Enisa te vergroten om het in staat te stellen aan de toenemende eisen en verwachtingen van het cyberbeveiligingslandschap van de EU te voldoen. In het evaluatieverslag naar aanleiding van de studie hebben de diensten van de Commissie een duidelijke behoefte vastgesteld aan toekomstbestendige wetgeving die kan worden aangepast aan het complexe en snel evoluerende cyberdreigingslandschap, respectievelijk om het Agentschap te versterken met de nodige middelen om steun op de hoogste niveaus van cyberbeveiliging in Europa te waarborgen. Op basis van de verzamelde gegevens en de ervaring met de uitvoering van de CSA werd geconcludeerd dat de coördinatie met andere organen moet worden gestroomlijnd, en dat de nadruk moet worden gelegd op de steun van Enisa voor de uitvoering van EU-wetgeving en op de steun aan de Commissie, indien daarom wordt verzocht, bij het opstellen van wetgeving op het gebied van cyberbeveiliging. In het voorstel wordt gekeken naar synergieën met de geopolitieke prioriteiten van de Commissie om risico’s aan te pakken, zoals de toenemende afhankelijkheid van entiteiten die zijn gevestigd in en worden gecontroleerd door landen die een cyberbeveiligingsrisico inhouden (leveranciers met een hoog risico) in Europa. Als expertisecentrum is Enisa momenteel ook een essentieel register voor informatie die van cruciaal belang is voor het opbouwen van een gemeenschappelijk inzicht in de dreigingen en risico’s voor de EU-entiteiten. Daarom bouwt het voorgestelde kader voort op de ervaring met de CSA1 en mobiliseert het de coördinatie van de informatiestromen met het oog op het ontwikkelen van een holistisch situationeel bewustzijn.

De evaluatie van het ECCF levert verschillende strategische aanbevelingen op. Ondanks de centrale rol die Enisa speelt bij het bevorderen van samenwerking en operationele samenhang tussen de lidstaten en andere belanghebbenden, zijn de beperkingen ten aanzien van de doeltreffendheid en effectiviteit van het ECCF vooral te wijten aan de complexiteit van de procedures voor de vaststelling van regelingen. Dit laat ook zien dat een substantiële herziening van de governancestructuren noodzakelijk is om de operationele transparantie en verantwoordingsplicht op alle niveaus te vergroten waarop het voorstel voor een herziening van de CSA betrekking heeft. Uit de ervaring met de werking van het huidige ECCF is gebleken dat het certificeringskader moet worden gemoderniseerd en verduidelijkt en dat er instandhoudingsprocedures voor certificeringsregelingen moeten worden ingevoerd om ervoor te zorgen dat ze voldoen aan de marktbehoeften en passend zijn voor het dreigingslandschap. Ten slotte is in het oorspronkelijke kader niet geanticipeerd op niet-technische risico’s, die kunnen worden geïdentificeerd als oorzaak van de vastgelopen toepassing van het ECCF op 5G- en cloudregelingen.

Het cyberecosysteem van de EU wordt als gevolg van de zich ontwikkelende cyberdreigingen steeds complexer. Uit de schriftelijke opmerkingen van belanghebbenden bleek een sterke consensus over de noodzaak om de administratieve lasten te verminderen, met name voor kmo’s, en ook werd opgeroepen tot vereenvoudiging van de nalevingsprocedures. Hoewel de belangrijkste vereenvoudigingsinspanningen via het digitale omnibusinitiatief zullen plaatsvinden, weerspiegelt het voorstel de behoeften van de belanghebbenden door wijzigingen in de NIS 2-richtlijn te introduceren en het uitvoeringsproces te vergemakkelijken.

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

Met de CSA2 worden de nodige herzieningen geïntroduceerd om de EU uit te rusten met instrumenten en mechanismen om te kunnen reageren op het cyberbeveiligingslandschap en de beleidsdoelstellingen. De voorgestelde verordening zal Enisa verder versterken met de nodige capaciteiten om de lidstaten te ondersteunen bij de uitvoering van het EU-recht en bij de bestrijding van cyberrisico’s. In het voorstel voor het meerjarig financieel kader voor de periode 2028-2034 staan het concurrentievermogen, de veiligheid en de strategische autonomie centraal, rekening houdend met de reeds genoemde verslagen van Draghi en Letta.

Als gevolg daarvan worden bij de voorstellen van het horizontale pakket van het meerjarig financieel kader voor de periode 2028-2034, met name de voorstellen inzake het Europees Fonds voor concurrentievermogen en Horizon Europa, nieuwe subsidiabiliteitscriteria ingevoerd op basis van het beginsel dat “leveranciers met een hoog risico” worden uitgesloten van het ontvangen van EU-middelen. De CSA2 is volledig in overeenstemming met dit beginsel en is bovendien een instrument om de uitvoering van de nieuwe vereisten inzake “leveranciers met een hoog risico” mogelijk te maken, aangezien een procedureel kader wordt geboden om landen aan te wijzen die op EU-niveau cyberbeveiligingsrisico’s vormen. In dit opzicht is de CSA2 een strategisch voorstel, in overeenstemming met de prioriteiten van de Commissie voor het bereiken van technologische soevereiniteit en het stimuleren van het concurrentievermogen binnen Europa.

De bestaande versnippering zal worden aangepakt door verdere harmonisatie van de EU-certificeringsmarkt, waardoor het Europese certificeringsproces efficiënter en duurzamer wordt.

In de voorstellen van het meerjarig financieel kader voor de periode 2028-2034 wordt de vereenvoudigingsinspanning in het hele kader als prioriteit beschouwd. De begrotingsrubrieken zijn beperkt tot 4 in plaats van 7, terwijl het aantal horizontale financieringsprogramma’s aanzienlijk is teruggebracht van 52 naar 16, wat zorgt voor meer flexibiliteit en aanpassingsvermogen aan de huidige behoeften. In de effectbeoordeling voor de herziening van de cyberbeveiligingsverordening werd precies de nadruk gelegd op deze doelstellingen: de noodzaak om de cyberbeveiligingsvereisten in meerdere wetgevingskaders te vereenvoudigen, de taken van Enisa te codificeren en te concentreren op de gebieden die de grootste impact hebben op het vergroten van de weerbaarheid van het cyberecosysteem van de EU. Naar aanleiding van deze bevindingen zorgen de voorgestelde bepalingen voor een stimulans van het concurrentievermogen door middel van vereenvoudiging; zorgen voor een hoog beveiligingsniveau door een betere coördinatie en analyse van risico’s en kwetsbaarheden; ondersteuning van een hogere mate van harmonisatie door versnippering als gevolg van het aantal nationale regelingen tegen te gaan. Bovendien is Enisa ontworpen als het belangrijkste instrument om de inspanningen op het gebied van digitale vereenvoudiging te stimuleren, aangezien het het centrale toegangspunt voor kennisgevingen integreert, zoals uiteengezet in het initiatief voor een digitale omnibus 90 .

Een essentieel onderdeel van het pakket voor het meerjarig financieel kader voor de periode 2028-2034 is het voorstel voor een nieuw Fonds voor concurrentievermogen (ECF), dat meer dan 16 financieringsprogramma’s samenbrengt, zoals het programma Digitaal Europa, Health4EU, het Europees Defensiefonds enz. Horizon Europa blijft een opzichzelfstaand programma dat nauw verbonden is met het ECF. Dit nieuwe programmeringskader vereist een sterke coördinatie en financiering die in overeenstemming is met de huidige prioriteiten. In dit verband vormen de voorgestelde bepalingen in de CSA2 de basis voor het verdiepen van de coördinatie tussen Enisa en het ECCC, dat verantwoordelijk is voor de programma-uitvoering van de onderdelen van Digitaal Europa en Horizon Europa die verband houden met cyberbeveiliging. De voorgestelde bepalingen zorgen voor samenhang en benadrukken de synergieën tussen Enisa en het ECCC. Dezelfde aanpak is gevolgd voor de samenwerking met andere agentschappen en organen, zoals Europol.

Een ander aspect van de afstemming tussen het CSA 2-voorstel en het meerjarig financieel kader voor de periode 2028-2034 is het flexibiliteitsbeginsel. Met de herziening stelt de Commissie een “vergoedingsmechanisme” voor, dat Enisa een flexibele manier biedt om zijn activiteiten gedeeltelijk te financieren, meer bepaald met betrekking tot de ontwikkeling en de instandhouding van de regelingen voor de attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden, de verwerking en verlening van vergunningen aan aanbieders en de instandhouding van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen. Met deze wijziging zal het Agentschap over de flexibiliteit en schaalbaarheid beschikken om in te spelen op de behoeften van de belanghebbenden en worden de uitgaven duurzamer door de herfinanciering van de dienstverlening.

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

Sinds de laatste herziening van het mandaat van Enisa in 2019 is een trend te zien in de richting van een exponentiële groei van de verwachte bijdragen van het Agentschap aan de ondersteuning van de uitvoering van het EU-recht. Dit heeft geleid tot verzoeken om jaarlijkse begrotingsverhogingen en personeelsversterkingen boven de oorspronkelijk geprogrammeerde niveaus. Met de voorgestelde herziening worden belangrijke nieuwe taken ingevoerd en worden de mandaattaken van Enisa samengevoegd, die bij andere wetgevingshandelingen na de vaststelling van het CSA1 zijn opgelegd, waardoor de capaciteiten van Enisa worden uitgebreid, hetgeen extra financiële en personele versterking vereist. Gedreven door de doelstelling om van digitale veiligheid een concurrentievoordeel voor Europa te maken, roept het voorstel op echt impact te maken binnen het cyberecosysteem. Dit zou alleen mogelijk zijn met aanzienlijke investeringen die in overeenstemming zijn met het gewenste effect en — vooral — met de behoeften van de lidstaten en andere belanghebbenden. Om deze nieuwe taken te kunnen uitvoeren, is er behoefte aan technisch en gespecialiseerd personeel en financiële investeringen (bv. voor instrumenten en platforms), die alleen kunnen worden gewaarborgd door aanvullende financiële toewijzing uit de EU-begroting.

Met het oog op meer flexibiliteit en tegelijkertijd een houdbare langetermijnbegroting van het Agentschap wordt in de herziening een vergoedingsmechanisme voorgesteld dat de diensten gedeeltelijk zal financieren die worden verleend voor de instandhouding van het kader voor cyberbeveiligingscertificering en met betrekking tot de ontwikkeling en instandhouding van regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden en de verwerking en verlening van vergunningen aan aanbieders.

Alle ramingen voor aanvullende middelen bij de herziening van de CSA zijn gebaseerd op de basisbegroting van Enisa in 2025 (operationele kosten en vte’s). De Commissie heeft een uitgebreide analyse gemaakt van de mogelijkheden tot herschikking binnen het Agentschap om de nieuwe taken waarin het herziene mandaat voorziet, te kunnen uitvoeren. Het feit dat het Agentschap al tegen zijn maximale capaciteit zit, zonder mogelijkheden om het aantal taken te verminderen, en het feit dat de raad van bestuur in 2023 al het aantal prioriteiten heeft verminderd, leidt duidelijk tot de conclusie dat er geen nieuwe taken kunnen worden ondergebracht binnen de huidige structuur, zonder zowel de begroting als de personele middelen te versterken. Daarnaast vallen veel van de huidige taken onder de bijdrageovereenkomsten tussen Enisa en de Commissie. Om die reden wordt met het voorstel beoogd deze taken aan het mandaat van Enisa toe te voegen en een stabiele begroting voor de komende jaren toe te kennen.

Onverminderd de onderhandelingen over het volgende meerjarig financieel kader zullen de vanaf 2028 aan het Agentschap toegewezen kredieten worden gecompenseerd via herschikkingen van programma’s in het kader van het meerjarig financieel kader voor de periode 2028-2034. Indien een compenserende verlaging nodig is, moeten de aan het Agentschap toegewezen middelen en de bijbehorende financieringsstromen en -bronnen mogelijk worden herzien. De maatregelen in het voorgestelde CSA 2-kader houden ook in dat het partner-DG van Enisa (het directoraat-generaal Communicatienetwerken, inhoud en technologie, DG CNECT) extra taken op zich neemt. Er zij met name op gewezen dat het kader voor de ICT-toeleveringsketen volledig zal worden uitgevoerd op het niveau van de Commissie, met inbegrip van marktanalyses bij de risicobeoordelingen en de voorbereiding van uitvoeringshandelingen. Bovendien is een aanvullende reeks door de Commissie opgestelde en vastgestelde uitvoeringshandelingen nodig met betrekking tot de modaliteiten van de vergoedingsmechanismen. Er is extra toezicht en bijstand op het niveau van de Commissie nodig voor de handhaving van het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering, de ontwikkeling van modelbepalingen, de instandhouding van cyberbeveiligingsregelingen, overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning met derde landen en toezicht door Enisa.

1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief

beperkte geldigheidsduur: 

van kracht vanaf [DD/MM/]JJJJ tot en met [DD/MM/]JJJJ;

financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor vastleggingskredieten en vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor betalingskredieten;

onbeperkte geldigheidsduur:

Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,

gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting 

 Direct beheer door de Commissie:

door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;

door de uitvoerende agentschappen;

 Gedeeld beheer met de lidstaten;

 Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken te delegeren aan:

derde landen of de door hen aangewezen organen;

internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);

de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds;

de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen;

overheidsinstanties;

organen met een openbare dienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties;

privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die voldoende financiële garanties bieden;

organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling;

in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van overheidsinstanties of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.

Opmerkingen


2.BEHEERSMAATREGELEN 

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen 

Bij het toezicht op en de verslaglegging worden de beginselen van de huidige cyberbeveiligingsverordening 91 , het financieel reglement 92 en de gemeenschappelijke aanpak voor gedecentraliseerde agentschappen 93 worden gevolgd.

Volgens artikel 40 van het Financieel Reglement moet Enisa de Commissie, het Europees Parlement en de Raad elk jaar een enkelvoudig programmeringsdocument toezenden met een meerjarenprogramma, jaarlijkse werkprogramma’s en een programmering van de middelen. Daarnaast voorziet het voorstel van de Commissie tot wijziging van het mandaat van Enisa in de verplichting voor de Commissie om als lid van de raad van bestuur een positieve stem uit te brengen voor de raad van bestuur van Enisa om het enkelvoudig programmeringsdocument goed te keuren voor aangelegenheden die verband houden met personele middelen en de begroting. De Commissie brengt ook advies uit over het ontwerp van het enkelvoudig programmeringsdocument voordat de stemprocedure in de raad van bestuur plaatsvindt, die moet worden uitgevoerd voordat het enkelvoudig programmeringsdocument wordt goedgekeurd 94 .

Enisa moet een geconsolideerd jaarlijks activiteitenverslag indienen bij de raad van bestuur. Dit verslag bevat met name informatie over de verwezenlijking van de doelstellingen en resultaten van het enkelvoudig programmeringsdocument. Het verslag moet ook worden toegezonden aan de Commissie, het Europees Parlement en de Raad. De uitvoerend directeur van Enisa om de twee jaar een ex-postevaluatie van de activiteiten van Enisa aan de raad van bestuur verstrekken. Het Agentschap moet verder een actieplan als follow-up van ex-postevaluaties en om de twee jaar een voortgangsrapportage aan de Commissie opstellen. De raad van bestuur zal verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de follow-up van dergelijke conclusies.

Overeenkomstig de bepalingen van artikel 228 van het Verdrag kunnen vermeende gevallen van wanbeheer bij de activiteiten van het Agentschap worden onderzocht door de Europese Ombudsman.

De gegevensbronnen voor het geplande toezicht zijn voornamelijk Enisa, de Europese Groep voor cyberbeveiligingscertificering, de NIS-samenwerkingsgroep, het CSIRT-netwerk en de autoriteiten van de lidstaten. Naast de gegevens afkomstig uit de verslagen (waaronder de jaarlijkse activiteitenverslagen) van Enisa, de Europese Groep voor cyberbeveiligingscertificering, de NIS-samenwerkingsgroep en het CSIRT-netwerk en de Commissie, zullen indien nodig specifieke instrumenten voor het verzamelen van gegevens worden gebruikt (bv. enquêtes door nationale autoriteiten, Eurobarometer-enquêtes, specifieke studies en verslagen van de pan-Europese oefeningen).

Het voorstel van de Commissie voor de CSA2 zet de gevestigde beoordelingspraktijk en evaluatie van het Agentschap voort. Zoals uiteengezet in artikel 119 van het voorstel voor de CSA2, moet de Commissie uiterlijk op [DD MM YYYY] en vervolgens om de vijf jaar opdracht geven tot een evaluatie van Enisa. De evaluatie is in het bijzonder gericht op de vraag of het mandaat van Enisa moet worden gewijzigd en op de financiële gevolgen van een dergelijke wijziging. Bij elke tweede evaluatie worden de door Enisa bereikte resultaten getoetst in het licht van zijn doelstellingen, mandaat, opdracht, governance en taken, met inbegrip van een beoordeling of het voortbestaan van Enisa nog steeds gerechtvaardigd is gelet op deze doelstellingen, dit mandaat, deze opdracht, deze governance en deze taken.

Bij de evaluatie worden het effect, de doeltreffendheid en de efficiëntie van de bepalingen van titel III van de verordening beoordeeld met betrekking tot de doelstellingen van het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering, met als doel een adequaat cyberbeveiligingsniveau van ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten en entiteiten in de Unie te waarborgen en de werking van de interne markt te verbeteren.

Bij de evaluatie worden ook het effect, de doeltreffendheid en de efficiëntie van de bepalingen van titel IV van de verordening beoordeeld met betrekking tot de doelstellingen van het kader voor de beveiliging van de ICT-toeleveringsketen.

De Commissie brengt bij het Europees Parlement en de Raad verslag uit over alle bevindingen en bij de raad van bestuur verslag uit over de resultaten van de evaluatie voor titel II van de verordening. De bevindingen van de evaluatie worden openbaar gemaakt. 

2.2.Beheers- en controlesystemen 

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

Aangezien het voorstel gevolgen heeft voor de jaarlijkse EU-bijdrage aan Enisa, wordt de EU-begroting in indirect beheer uitgevoerd.

Op grond van het beginsel van goed financieel beheer wordt op de uitvoering van de begroting van Enisa een effectieve en doeltreffende interne controle uitgeoefend. Enisa is derhalve verplicht een passende controlestrategie uit te voeren, in coördinatie met de relevante actoren die bij de controleketen betrokken zijn.

Wat de controles achteraf betreft, is Enisa als gedecentraliseerd agentschap met name onderworpen aan:

   interne controles door de dienst Interne Audit van de Commissie;

   jaarverslagen door de Europese Rekenkamer, die een verklaring aflegt waarin de betrouwbaarheid van de jaarrekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd;

   een jaarlijkse kwijting verleend door het Europees Parlement;

   mogelijke onderzoeken door OLAF om er met name voor te zorgen dat de aan de agentschappen toegewezen middelen naar behoren worden gebruikt.

   Als partner-DG van Enisa zal DG CNECT zijn controlestrategie voor gedecentraliseerde agentschappen toepassen om een betrouwbare verslaglegging te verzekeren in het kader van zijn jaarlijks activiteitenverslag. De gedecentraliseerde agentschappen zijn weliswaar volledig verantwoordelijk voor de uitvoering van hun begroting, maar DG CNECT is verantwoordelijk voor de regelmatige betaling van de jaarlijkse bijdragen die door de begrotingsautoriteit worden vastgesteld.

   Tot slot biedt de Europese Ombudsman een extra niveau van controle en verantwoordingsplicht voor Enisa.

Op basis van de evaluatie van het Agentschap en de effectbeoordeling waarin het voorstel voor de CSA 2-verordening werd gepresenteerd, werd vastgesteld dat het van het grootste belang is te zorgen voor voldoende financiële middelen om Enisa in staat te stellen de in het nieuwe mandaat opgedragen taken uit te voeren. Een belangrijke nieuwigheid voor het herziene mandaat van het Agentschap is de invoering van een vergoedingsmechanisme ter financiering van de kosten voor de instandhouding van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen, die in het kader van het ECCF zijn vastgesteld. Het herziene ECCF zal de instandhoudingsprocedure formaliseren. De instandhoudingsactiviteit zal worden geleid door Enisa en gedeeltelijk worden gefinancierd uit vergoedingen om rekening te houden met het schaalbare karakter ervan (meer regelingen vereisen meer personeel voor instandhouding). Het Agentschap wordt ook uitgerust met de mogelijkheid om testinstrumenten te leveren ter ondersteuning van de uitvoering van conformiteitsbeoordelingsprocedures in het kader van zowel het ECCF als andere relevante EU-cyberwetgeving. De modaliteiten voor de vergoedingen worden geregeld bij een door de Commissie vastgestelde uitvoeringshandeling. Daarnaast wordt met de herziening beoogd Europese individuele attesteringsregelingen te ontwikkelen en in stand te houden, en besluiten te nemen over het uitgeven van vergunningen aan aanbieders om Europese individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden af te geven.

2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken

Het CSA 2-voorstel als zodanig is gericht op het beperken van vastgestelde risico’s binnen het mandaat van Enisa en het ECCF-kader, met inbegrip van het kader voor de beveiliging van de ICT-toeleveringsketen en vereenvoudigingsbepalingen. Meer in het bijzonder is Enisa een agentschap van de Europese Unie dat reeds bestaat en waarvan bij de herziening het mandaat verder wordt afgebakend, waarbij de gebieden worden versterkt waar het Agentschap een duidelijke toegevoegde waarde heeft getoond en nieuwe gebieden worden toegevoegd waar steun nodig is met het oog op de nieuwe beleidsprioriteiten en -instrumenten, zoals vereenvoudiging door de integratie van een centraal toegangspunt voor rapportage; steun voor een gemeenschappelijk Europees situationeel bewustzijn en operationele samenwerking, een versterkt en gestroomlijnd Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering.

Een ander geïdentificeerd risico, dat in het voorstel aan bod komt, is het aantal bijdrageovereenkomsten dat de Commissie en het Agentschap de afgelopen jaren hebben gesloten. Vanwege de huidige geopolitieke situatie en het snel veranderende landschap van cyberdreigingen heeft de Commissie sinds 2019 bijdrageovereenkomsten met het Agentschap gesloten voor in totaal meer dan 75 miljoen EUR. Aangezien de in die overeenkomsten aan Enisa toevertrouwde taken nu van permanente aard zijn, vormt de onstabiele begrotingsstroom via bijdrageovereenkomsten een risico voor de verwezenlijking op lange termijn van de resultaten van de activiteiten van Enisa.

Daarom versterkt het huidige voorstel onder meer de middelencapaciteit van het Agentschap, herdefinieert het zijn taken en leidt het tot efficiëntiewinst. Met name de mogelijkheid om vergoedingen te innen zal op lange termijn een duurzame financiële kringloop van het Agentschap ondersteunen door herfinanciering van de kosten in verband met de instandhouding van Europese certificeringsregelingen die in het kader van het ECCF zijn vastgesteld, het testen van instrumenten en de ontwikkeling, de instandhouding en uitvoering van regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden. Op de lange termijn bespaart dit naar schatting 18,5 miljoen EUR per jaar op de EU-begroting. De Commissie zal het voortouw nemen met betrekking tot de modaliteiten van de vergoedingen en de samenstelling ervan door middel van de vaststelling van uitvoeringshandelingen.

De toename van operationele taken voor het Agentschap vormt geen reëel risico. Deze taken zouden een aanvulling vormen op het optreden van de lidstaten en hen op verzoek ondersteunen. Zij worden ook beperkt tot vooraf gedefinieerde diensten, analoog aan de cyberbeveiligingsverordening (EU) 2019/881 95 . De nieuwe elementen/taken in het voorstel leveren toegevoegde waarde op voor de Europese belanghebbenden, die er baat bij zouden hebben als Enisa een informatiehub wordt die bijdraagt tot het delen van informatie en het verstrekken van waarschuwingen aan hun inwoners.

Bovendien is het voorgestelde model van het Agentschap afgestemd op de gemeenschappelijke aanpak van de Commissie ten aanzien van gedecentraliseerde agentschappen, waarbij ervoor wordt gezorgd dat er voldoende controle is om te voorzien dat Enisa zijn doelstellingen verwezenlijkt. De operationele en financiële risico’s van de voorgestelde wijzigingen lijken beperkt te zijn, aangezien de bepalingen zijn opgesteld om de huidige risico’s te beperken. Desalniettemin kunnen op de lange termijn bepaalde negatieve aspecten worden verwacht met betrekking tot:

— krappe operationele middelen als gevolg van toenemende operationele behoeften van de lidstaten en voortdurend veranderende cyberrisico’s en -dreigingen op het gebied van cyberbeveiliging;

— een snel verhoogd budget met verwachtingen voor een snelle uitvoering;

— onvoldoende financiële en personele middelen om aan de operationele behoeften te voldoen.

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting). 

De door DG CNECT gemaakte kosten voor de monitoring van en het toezicht op met de uitvoering belaste entiteiten, waaronder Enisa, bedragen ongeveer 5,25 miljoen EUR, zoals gemeld in het jaarlijks activiteitenverslag voor 2024 96 . Dit bedrag omvat voornamelijk personeelskosten en vertegenwoordigt 0,50 % van de operationele betalingen aan deze entiteiten in 2024. Het totale percentage van de controlekosten is licht gestegen van 0,46 % in 2023 tot 0,50 % in 2024, maar blijft relatief stabiel ten opzichte van voorgaande jaren.

Wat Enisa betreft, bedragen de controlekosten in 2024 0,32 miljoen EUR of 0,70 % van de controlekosten in 2024, tegenover 0,69 % in 2023 en 1,22 % in 2022. Uit de analyse blijkt dat hogere controlekosten meestal verband houden met de voorbereiding en monitoring van bijdrageovereenkomsten tussen de Commissie en het Agentschap (voornamelijk personeelskosten), die naar verwachting aanzienlijk lager zullen zijn in het nieuwe mandaat, als gevolg waarvan hogere efficiëntieniveaus worden verwacht. Wat de totale kosten voor DG CNECT in vergelijking met de andere met de uitvoering belaste entiteiten betreft, bevindt Enisa zich in het midden, vergeleken met 11 andere entiteiten.

Het CSA 2-voorstel voorziet in een toename van het aantal DG CNECT-medewerkers met 50 vte’s, waarvan 1 extra vte specifiek bedoeld is voor de taken in verband met het feit dat DG CNECT een partner-DG van het Agentschap is. Deze persoon zal de voorbereiding van het advies van de Commissie over het enig programmeringsdocument van Enisa ondersteunen en toezicht houden op de uitvoering ervan; toezien op de opstelling van de begroting van het agentschap en de uitvoering ervan monitoren; en het Agentschap bijstaan bij de ontwikkeling van zijn activiteiten in overeenstemming met het EU-beleid, onder meer door relevante vergaderingen bij te wonen. De actie wordt gerechtvaardigd door de toegenomen monitoringtaken voor DG CNECT, dat onder meer een positieve stem van de Commissie verwacht over kwesties in verband met de begroting en personeelszaken. Er zij op gewezen dat de uitvoering van de bepalingen met betrekking tot de aanwijzing van landen die strategische cyberbeveiligingsrisico’s vormen ten aanzien van specifieke belangrijke activa van leveranciers met een hoog risico volledig door de Commissie zal worden gestuurd. De geraamde personele bezetting die nodig is voor de risicobeoordelingen in verband met het bovenstaande bedraagt 25 vte’s. De actie wordt gerechtvaardigd door de omvang van de werkzaamheden die nodig zijn voor de uitvoering van het beleidskader, met name de ondersteuning van de door de EU gecoördineerde risicobeoordelingen; de economische analyse voor elk ICT-product en/of elke ICT-dienst; de voorbereiding van de respectieve uitvoeringshandelingen en na de uitvoering van het kader; het uitvoeren van eigendoms- en zeggenschapsbeoordelingen. De kosten van controles voor de Commissie van de uitvoering van het kader voor de toeleveringsketen zullen naar verwachting specifiek worden beïnvloed door het aantal eigendoms- en zeggenschapsbeoordelingen dat de Commissie zal uitvoeren. De resultaten van deze taak zullen echter in hoge mate bijdragen tot besparingen voor de lidstaten bij het toezicht op de uitvoering van risicobeperkende maatregelen en verplichtingen die door het kader aan de NIS 2-entiteiten worden opgelegd. De lidstaten zullen direct kunnen profiteren van de resultaten van de eigendoms- en zeggenschapsbeoordelingen, in plaats van dat zij elk afzonderlijk middelen moeten besteden aan dezelfde beoordelingsvereisten. De versterking van het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering, de standaardisering en uitvoering van aanverwante activiteiten en de uitvoering van de NIS 2-richtlijn (met inbegrip van de respectieve uitvoeringsbehoeften, uitvoeringshandelingen inzake vergoedingen en ondersteuning van de instandhouding van de certificeringsregelingen en regelingen voor de attestering van vaardigheden) worden geraamd op 19 vte’s, terwijl voor het beleid inzake operationele samenwerking en situationeel bewustzijn nog eens 5 vte’s nodig zijn. Een volledige beschrijving van de taken is te vinden onder afdeling 3.2.4.

Enisa heeft in zijn geconsolideerde jaarlijkse activiteitenverslag van 2023 97 positieve conclusies getrokken over de beoordeling van zijn internecontrolesystemen en een positieve betrouwbaarheidsverklaring verstrekt. In het jaarverslag over de EU-agentschappen voor het begrotingsjaar 2023 gaf de Europese Rekenkamer een goedkeurend oordeel over de jaarrekeningen en een oordeel met beperking over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende betalingen bij de jaarrekeningen (ook vermeld in afdeling 2.2.2). DG CNECT heeft nota genomen van het verslag, maar geconcludeerd dat het geen invloed heeft op de doeltreffendheid van het toezicht van CNECT. Enisa brengt ook regelmatig verslag uit over de maatregelen die zijn genomen om herhaling van de bevindingen te voorkomen en er zijn vooralsnog geen aanwijzingen dat het foutenpercentage de komende jaren zal verslechteren of boven de 2 % zal uitkomen.

Bovendien voorziet artikel 80, lid 2, van het financieel reglement van Enisa 98 in de mogelijkheid dat het Agentschap internecontrolecapaciteit deelt met andere organen van de Unie die op hetzelfde beleidsterrein werkzaam zijn, indien het niet kosteneffectief is om voor één orgaan van de Unie over een afzonderlijke interne-auditcapaciteit te beschikken.

Concluderend kan worden gesteld dat, gezien de voorgestelde verhoging van de omvang van het Agentschap met meer dan 100 % in vergelijking met de relatief lage verhoging van de controlekosten, uit de analyse een bevredigende kosteneffectiviteitsverhouding blijkt. Gezien alle beschikbare gegevens zijn er geen aanwijzingen dat het verwachte foutenpercentage boven de 2 % zou uitkomen.

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden 

Het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging zal de hoogste normen toepassen die van toepassing zijn op het voorkomen van fraude en onregelmatigheden.

Betalingen voor aangevraagde diensten of studies worden door het personeel van het Agentschap gecontroleerd alvorens de betaling wordt gedaan, rekening houdend met eventuele contractuele verplichtingen, economische beginselen en goede financiële of beheerspraktijken. Alle overeenkomsten en contracten tussen het Agentschap en de ontvangers van eventuele betalingen zullen antifraudebepalingen (toezicht, verslagleggingsvereisten enz.) bevatten.

Met het oog op de bestrijding van fraude, corruptie en andere illegale handelingen zijn de bepalingen van Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad onverminderd van toepassing.

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 

3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven 

·Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarigfinancieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer  

GK/NGK 99

van EVA-landen 100

van kandidaat-lidstaten en mogelijke kandidaat-lidstaten 101

van andere derde landen

andere bestemmingsontvangsten

[XX.YY.YY.YY]

NGK

JA

NEE

NEE

JA/NEE

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarigfinancieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer  

GK/NGK

van EVA-landen

van kandidaat-lidstaten en mogelijke kandidaat-lidstaten

van andere derde landen

andere bestemmingsontvangsten

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten 

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten 

Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig.

Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Agentschap: Enisa

Jaar 2028

Jaar 2029

Jaar 2030

Jaar 2031

Jaar 2032

Jaar 2033

Jaar 2034

TOTAAL MFK 2028-2034

Begrotingsonderdeel: <…….> / Aanvullende bijdrage van de EU-begroting aan het agentschap

€20,900

€20,594

€25,338

€26,801

€26,801

€26,301

€26,301

173,006

De kredieten/de bijdrage van de EU-begroting aan het agentschap zal worden gecompenseerd door een verlaging van het budget voor het volgende programma <…….> / begrotingsonderdeel: <…….> / in het jaar of de jaren: <…….> .

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2028-2034

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

4)

€20,900

€20,594

€25,338

€26,801

€26,801

€26,301

€26,301

173,006

Betalingen

5)

€20,900

€20,594

€25,338

€26,801

€26,801

€26,301

€26,301

173,006

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

6)

1,365

1,365

1,470

1,785

2,100

2,415

2,625

13,125

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 2

Vastleggingen

=4+6

€22,265

€21,959

€26,808

€28,586

€28,901

€28,716

€28,926

186,161

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

€22,265

€20,890

€24,851

€26,254

€26,254

€25,754

€25,754

186,161

DG: CNECT

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2028-2034

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

 Personele middelen

3,693

3,693

4,574

5,277

5,980

6,683

7,475

37,375

 Andere administratieve uitgaven

0

0

0

0

0

0

0

0

TOTAAL DG CNECT

Kredieten

3,693

3,693

4,574

5,277

5,980

6,683

7,475

 

37,375

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 4 van het meerjarig financieel kader

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

2,328

2,328

3,104

3,492

3,880

4,268

 

4,850

24,25

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2028-2034

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 4

Vastleggingen

24,594

24,257

29,912

32,078

32,781

32,984

33,776

210,38

van het meerjarig financieel kader 

Betalingen

24,594

24,257

29,912

32,078

32,781

32,984

33,776

210,38

3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten (niet invullen voor gedecentraliseerde agentschappen)

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs

Jaar
2028

Jaar
2029

Jaar
2030

Jaar 
2031

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

OUTPUTS

Soort 102

Gem. kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Totaal aantal

Totale kosten

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 103

— Output

— Output

— Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2 …

— Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2

TOTAAL

3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten 

Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig.

Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven.

3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting

(aanvullend)

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2028-2034

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

RUBRIEK 4

Personele middelen

2,328

2,328

3,104

3,492

3,880

4,268

4.840

24,25

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 4

2,328

2,328

3,104

3,492

3,880

4,268

4.840

24,25

Buiten RUBRIEK 4

Personele middelen

1,365

1,365

1,470

1,785

2,100

2,415

2,625

13,125

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 4

1,365

1,365

1,470

1,785

2,100

2,415

2,625

13,125

TOTAAL

3,693

3,693

4,574

5,277

5,980

6,683

7,475

37,375

3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften (aanvullend)

Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig.

Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven.

3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting

Raming in voltijdequivalenten (vte’s) 104

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

 Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie)

12

12

16

18

20

22

25

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

0

0

0

 (Onderzoek onder contract)

0

0

0

0

0

0

0

(Eigen onderzoek)

0

0

0

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)

0

0

0

0

0

0

0

• Extern personeel (in vte’s)

20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)

0

0

0

0

0

0

0

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

0

0

0

Admin. ondersteuning

— centrale diensten

0

0

0

0

0

0

0

[XX.01.YY.YY]

— EU-delegaties

0

0

0

0

0

0

0

 (AC, END — onderzoek onder contract)

0

0

0

0

0

0

0

(AC, END — eigen onderzoek)

0

0

0

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — rubriek 4

0

0

0

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — buiten rubriek 4

13

13

14

17

20

23

25

TOTAAL

25

25

30

35

40

45

50

Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s):

Uit te voeren door bestaand personeel van de diensten van de Commissie

Uitzonderlijk aanvullend personeel

Te financieren uit rubriek 7 of onderzoek

Te financieren uit BA-onderdeel

Te financieren uit vergoedingen

Personeelsformatieposten

25

Extern personeel (AC, END, INT)

25

Het geraamde effect op de uitgaven en het personeel voor 2028 en daarna is indicatief en loopt niet vooruit op het volgende meerjarig financieel kader. De financieringsbron en het toepassingsgebied van de financiële vastleggingen van de Unie in de periode na 2027 blijven afhankelijk van het resultaat van de interinstitutionele onderhandelingen over het meerjarig financieel kader voor de periode 2028-2034 en de jaarlijkse begrotingsprocedure en het coördinatiemechanisme.

Beschrijving van de door het sectorale DG binnen de Commissie uit te voeren taken

Ambtenaren en tijdelijk personeel

Coördinatie Enisa (1):

De Commissie vertegenwoordigen in de raad van bestuur van het agentschap. Het advies van de Commissie over het enig programmeringsdocument van Enisa opstellen en toezien op de uitvoering ervan. Op de opstelling van de begroting van het agentschap toezien en de uitvoering ervan monitoren. Het agentschap bijstaan bij de ontwikkeling van zijn activiteiten in overeenstemming met het EU-beleid, onder meer door relevante vergaderingen bij te wonen.

Regelingen voor het attesteren van vaardigheden/academie voor vaardigheden (2):

Er zal extra personeel bij CNECT nodig zijn om uitvoeringshandelingen voor te bereiden tot vaststelling van de vergoedingen die Enisa aanvragers in rekening zal brengen om geautoriseerde aanbieders te worden. Er zullen ten minste 12 uitvoeringshandelingen nodig zijn, één per ECSF-profiel.

Toeleveringsketen (25):

Ondersteuning van de voorbereiding van de gecoördineerde risicobeoordelingen van de Unie.

Het uitvoeren van economische analyses voor elk van de betrokken ICT-producten en -diensten.

Het opstellen van de respectieve uitvoeringshandelingen betreffende de identificatie van belangrijke activa, de voorgestelde risicobeperkende maatregelen en de aanwijzing van landen die een strategisch cyberbeveiligingsrisico vormen voor specifieke belangrijke activa, de identificatie van leveranciers met een hoog risico, de verificatie van vrijstellingsverzoeken en de voorbereiding van de besluiten van de Commissie.

Ondersteuning van de uitvoering van en het toezicht op de vastgestelde maatregelen.

Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering, normalisatie en uitvoering van aanverwante activiteiten, uitvoering van de NIS 2-richtlijn (17):

Handhaving van de cyberbeveiligingsverordening, met name de governance van de CBI’s (verantwoordelijkheden).

Betrokkenheid (en vergadering) van belanghebbenden.

Wederzijdse erkenning met derde landen.

Ontwikkeling van een gestandaardiseerde uitvoeringshandeling (gedetailleerde verzoeken onder voorbehoud van overleg en ontwikkeling van modelbepalingen).

Instandhouding van de regeling, juridische toetsing, comitéprocedure.

Coördinatie met NIS CG en instandhouding van de entiteitsregeling.

Uitvoeringshandelingen in het kader van de NIS 2-richtlijn.

Afstemming van de CBI’s op de CSA, vermoeden van conformiteit + normalisatie.

Coördinatie tussen markttoezicht en NCCA.

Technische afstemming tussen de verordening cyberweerbaarheid en certificeringsregelingen.

Operationele coördinatie en situationeel bewustzijn (5):

Sectorale deskundigheid en deskundigheid van actoren op het gebied van dreigingen om bij te dragen tot het situationeel bewustzijn op EU-niveau van dreigingen voor de kritieke infrastructuur, onder meer via opkomende technologieën.

Coördinatie met Enisa en andere EU-entiteiten en -netwerken ter voorbereiding op significante en grootschalige cyberincidenten.

Extern personeel

Zie hierboven.

Beschrijving van de door Enisa uit te voeren aanvullende taken:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

Beheer van de EU-cyberbeveiligingsreserve (landmanagers en steun voor de uitvoering, terwijl de werkelijke operationele kosten van de reserve worden gedekt zoals voorzien in de verordening cybersolidariteit) (10).

Beheer van het centrale meldingsplatform volgens de verordening cyberweerbaarheid (operationeel) (9).

Kwetsbaarheidsdiensten in verband met het centrale meldingsplatform (4).

Uitbreiding van het centrale meldingsplatform tot een centraal toegangspunt (ontwikkeling en werking) (8).

Ontwikkeling van technische richtsnoeren, deskundigheid op het gebied van productbeveiliging en marktanalyse ter ondersteuning van de uitvoering van de verordening cyberweerbaarheid (7).

Standaardisatie ter ondersteuning van de uitvoering van de verordening cyberweerbaarheid/certificering/NIS2 (4).

Ondersteuning van de markttoezichtactiviteiten in het kader van de verordening cyberweerbaarheid (4).

Ondersteuning van conformiteitstests en veiligheidsbeoordelingen van producten (4).

Ondersteuning van de lidstaten bij wederzijdse bijstand (3).

Verlenen van diensten voor kwetsbaarheidsbeheer, onderhoud van het EUVD en verlenen van advies- en verrijkingsfuncties (CVD) (15).

Operationele samenwerking en situationeel bewustzijn — mitigatie- en ondersteuningsplatforms zoals CNW/CyCLONe; ondersteuning van de taken in verband met waarschuwingen; ondersteuning van de versterkte coördinatie met andere relevante entiteiten om registers van geverifieerde, betrouwbare inlichtingen over cyberdreigingen te ontwikkelen (artikel 11, lid 1 bis, CSA2) (5).

Steun voor de weerbaarheid van kritieke sectoren (met inbegrip van de uitvoering van het actieplan voor cyberbeveiliging in de gezondheidszorg) (4).

Ontwikkeling van de regeling voor attestering van vaardigheden (2).

Instandhouding van en toezicht op de regeling voor attestering van vaardigheden (6).

Administratie (accountant voor de vergoedingen/HR/IT) (8).

Instandhouding van certificeringsregelingen (11).

Horizontale taken — grotere betrokkenheid van belanghebbenden, opstellen van technische specificaties en betrokkenheid bij normalisatieactiviteiten ter ondersteuning van regelingen (1).

Extern personeel

Zie hierboven.

Twee verplichte GND’s per lidstaat om de activiteiten van het Agentschap te ondersteunen en als nationale verbindingsfunctionarissen op te treden, met bijzondere aandacht voor operationele samenwerking en gecoördineerde openbaarmaking van kwetsbaarheden. 13)

De overige 27 GND’s zijn kostenneutraal en hebben dus geen gevolgen voor de begroting.

Aanvullende operationele kosten per jaar voor Enisa 2028-2034:

Kosten

Begroting

Tijdschema

Toelichting

Website over cyberbeveiligingsvaardigheden

750 000 EUR

50 % in het jaar 2029

50 % in het jaar 2030

Om de transparantie van de procedures te waarborgen, verplicht het voorstel Enisa om een website bij te houden met ECFS-profielen, attesteringsregelingen, informatie over vergoedingen voor elke regeling, aanbevolen vergoedingen voor elke attestering en de lijst van gemachtigde aanbieders van attesteringen.

Gecoördineerde openbaarmaking van kwetsbaarheden (CVD)

1 miljoen EUR

Vanaf 2028

De beveiliging van producten en diensten die in onze kritieke infrastructuur worden gebruikt, hangt sterk af van het tijdig delen van informatie over ontdekte kwetsbaarheden en hoe deze kunnen worden beperkt.

Informatie over cyberdreigingen

3 miljoen EUR

Vanaf 2028

Voor het opbouwen van situationeel bewustzijn, in samenwerking door Enisa en de Commissie.

Centraal toegangspunt

8 miljoen EUR

6 miljoen EUR in 2028

500 000 EUR in 2029

500 000 EUR in 2030

500 000 EUR in 2031

500 000 EUR in 2032

Om uitvoering te kunnen geven aan het voorstel voor een digitale omnibus van de Commissie om de naleving van rapportageverplichtingen inzake cyberbeveiligingsincidenten en gegevensinbreuken te vereenvoudigen door een centraal toegangspunt te ontwikkelen en in stand te houden.

Onderhoud en andere werkzaamheden aan het centraal meldingsplatform in het kader van de verordening cyberweerbaarheid.

3 miljoen EUR

Vanaf 2028

Het door de medewetgevers ingevoerde centraal meldingsplatform is het grootste IT-systeem dat ooit in de geschiedenis van Enisa is ontwikkeld en een belangrijke pijler van de verordening cyberweerbaarheid. De oprichting wordt momenteel gefinancierd via een bijdrageovereenkomst, maar het dagelijks beheer ervan vereist vte’s (zie hierboven) en operationele kosten.

Enisa heeft een sleutelrol te vervullen om het succes van het productveiligheidskader van de Unie, de verordening cyberweerbaarheid, te waarborgen.

Beveiligde communicatie en cybermaturiteit van Enisa.

2 miljoen EUR +

Investering van 1,1 miljoen EUR in 2028 (CyCLONe/CSIRT-platforms + sec. comm.)

1 miljoen EUR per jaar voor onderhoud vanaf 2029

1,5 miljoen EUR voor cybermaturiteit

Zorgen voor de cyberbeveiliging van het Agentschap en communicatie-instrumenten.

Instandhouding cyberbeveiligingscertificering

1 400 000 miljoen EUR

600 000 EUR in 2028

1 000 000 EUR in 2029

1 200 000 EUR in 2030

1 400 00 EUR in 2031

1 400 000 EUR in 2032

1 400 000 EUR in 2033

1 400 000 EUR in 2034

Gedekt door vergoedingen (volledig vanaf 2032)

Regelingen voor de attestering van cyberbeveiliging

212 920 EUR

Vanaf 2030 voor 50 % gedekt door de EU-begroting

Vanaf 2033 volledig gedekt door vergoedingen

3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen

Verplicht: in onderstaande tabel moet de beste schatting worden gegeven van de met digitale technologie samenhangende investeringen die uit het voorstel/initiatief voortvloeien.

De kredieten onder rubriek 4 moeten in uitzonderlijke gevallen in het desbetreffende onderdeel worden opgenomen, indien vereist voor de uitvoering van het voorstel/initiatief.

De kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 3 moeten worden weergegeven als “IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s”. Deze uitgaven betreffen het operationele budget dat gebruikt moet worden voor hergebruik, koop of ontwikkeling van IT-platforms of tools die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het initiatief, alsook daarmee verband houdende investeringen (bv. licenties, studies, gegevensopslag enz.). De in deze tabel vermelde informatie moet in overeenstemming zijn met de gegevens in afdeling 4, “Digitale dimensies”.

TOTAAL Digitale en IT-kredieten

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2028-2034

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

RUBRIEK 4

IT-uitgaven (algemeen) 

0

0

0

0

0

0

0

0

Subtotaal RUBRIEK 4

0

0

0

0

0

0

0

0

Buiten RUBRIEK 4

IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s

0

0

0

0

0

0

0

0

Subtotaal buiten RUBRIEK 4

0

0

0

0

0

0

0

0

 

TOTAAL

0

0

0

0

0

0

0

0

3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader 

Het voorstel/initiatief:

kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK);

Onverminderd de onderhandelingen over het volgende meerjarig financieel kader zullen de vanaf 2028 aan het Agentschap toegewezen kredieten worden gecompenseerd via herschikkingen van programma’s in het kader van het meerjarig financieel kader voor de periode 2028-2034. Indien een compenserende verlaging nodig is, moeten de aan het Agentschap toegewezen middelen en de bijbehorende financieringsstromen en -bronnen mogelijk worden herzien.

vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals vastgesteld in de MFK-verordening;

vereist een herziening van het MFK.

3.2.7.Bijdragen van derden 

Het voorstel/initiatief:

voorziet niet in medefinanciering door derden;

voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar
2028

Jaar
2029

Jaar 
2030

Jaar
2031

Totaal

Medefinancieringsbron 

TOTAAL medegefinancierde kredieten

3.2.8Geraamde personeelsbehoeften en vereiste administratieve kredieten in een gedecentraliseerd agentschap

Aanvullende personeelsbehoeften (voltijdequivalenten)

Agentschap: Enisa

Jaar 2028

Jaar 2029

Jaar 2030

Jaar 2031

Jaar 2032

Jaar 2033

Jaar 2034

Tijdelijke functionarissen

(AD-ambtenaren)

5

11

17

19

19

19

19

Tijdelijke functionarissen

(AST-ambtenaren)

4

7

11

12

12

12

12

Subtotaal tijdelijke functionarissen (AD + AST)

9

18

28

31

31

31

31

Arbeidscontractanten

22

44

66

74

74

74

74

Gedetacheerde nationale deskundigen

4

8

11

13

13

13

13

Subtotaal arbeidscontractanten en gedetacheerde nationale deskundigen

26

52

77

87

87

87

87

TOTAAL personeel

35

70

105

118

118

118

118

Kredieten gedekt door bijdragen uit de EU-begroting in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Agentschap: Enisa

Jaar 2028

Jaar 2029

Jaar 2030

Jaar 2031

Jaar 2032

Jaar 2033

Jaar 2034

TOTAAL 2028-2034

Titel 1: Personeelskosten

4,488

8,466

12,507

13,648

10,584

10,012

9,537

87,766

Titel 2: Infrastructuuruitgaven en huishoudelijke uitgaven

Titel 3: Operationele uitgaven

16,413

11,588

11,528

11,788

11,613

11,613

11,113

85,240

TOTAAL kredieten gedekt door EU-begroting

20,901

20,054

24,035

25,437

22,197

21,625

21,151

155,4

Kredieten gedekt door eventuele vergoedingen, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Agentschap: Enisa

Jaar 2028

Jaar 2029

Jaar 2030

Jaar 2031

Jaar 2032

Jaar 2033

Jaar 2034

TOTAAL 2028-2034

Titel 1: Personeelskosten

0,510

1,043

1,539

4,604

5,176

5,650

18,522

Titel 2: Infrastructuuruitgaven en huishoudelijke uitgaven

0,000

Titel 3: Operationele uitgaven

 

0,000

TOTAAL kredieten gedekt door vergoedingen

0,000

0,510

1,043

1,539

4,604

5,176

5,650

18,522

Overzicht/samenvatting van personeel en kredieten (in miljoenen euro’s) die voor het voorstel/initiatief nodig zijn in een gedecentraliseerd agentschap

Agentschap: Enisa

Jaar 2028

Jaar 2029

Jaar 2030

Jaar 2031

Jaar 2032

Jaar 2033

Jaar 2034

TOTAAL 2028-2034

Tijdelijke functionarissen (AD + AST)

9

18

28

31

31

31

31

31

Arbeidscontractanten

22

44

66

74

74

74

74

74

Gedetacheerde nationale deskundigen

4

8

11

13

13

13

13

13

Totaal personeel

35

70

105

118

118

118

118

118

Kredieten gedekt door EU-begroting

20,901

20,054

24,035

25,437

22,197

21,625

21,151

155,4

Kredieten gedekt door vergoedingen

(indien van toepassing)

0,000

0,510

1,043

1,539

4,604

5,176

5,650

18,522

Medegefinancierde kredieten

(indien van toepassing)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten

20,901

20,564

25,078

26,976

26,801

26,801

26,801

173,922

 
3.3.    Geraamde gevolgen voor de ontvangsten 

Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten;

Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

voor de eigen middelen;

voor de overige inkomsten;

geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven.

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 105

Jaar 2028

Jaar 2029

Jaar 2030

Jaar 2031

Jaar 2032

Jaar 2033

Jaar 2034

Artikel ………….

Vermeld voor de toegewezen ontvangsten de betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven.

Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).

De vergoedingsmechanismen houden verband met drie werkterreinen van Enisa:

   Vergoedingen in verband met het verlenen van vergunningen aan aanbieders in het kader van de regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden.

De vergoedingen in verband met deze activiteit zullen worden geregeld via een uitvoeringshandeling, na de vaststelling van de herziene cyberbeveiligingsverordening. Om echter een raming te kunnen maken van de benodigde investeringen en kosten, zijn berekeningen gemaakt met behulp van een bestaand model in een EU-lidstaat 106 . Het model is inclusief een eenmalige betaling en een jaarlijkse vergoeding.

Vaste kosten: 8,540 EUR

Jaarlijkse vergoeding: 800 EUR

De vergoedingen zijn bedoeld om de kosten voor deze specifieke activiteit te herfinancieren. De kosten zijn geraamd op 1 064 600 EUR over een periode van vijf jaar. De specifieke kosten van de in dat aantal opgenomen activiteiten houden verband met de ontwikkeling en instandhouding van regelingen, met inbegrip van de kosten van leden van een ad-hocwerkgroep die Enisa ondersteunt bij de ontwikkeling van de regelingen (vergoeding van onkosten en betaling van rapporteurs), dienstreizen naar aanbieders voor controles ter plaatse en opleiding van beoordelaars om een homogene toepassing van de regelingen te waarborgen:

a) de kosten voor de ad-hocwerkgroep zouden uitkomen op 800 000 EUR;

b) de kosten voor opleiding van twee beoordelaars per lidstaat zouden uitkomen op 129 600 EUR;

c) de kosten voor controle van één entiteit per lidstaat zouden uitkomen op 135 000 EUR;

(a + b + c ) / 5 = 212 920 EUR per jaar.

Het voorstel voorziet in een overgangsperiode en initiële investeringen in de eerste drie jaar. Tijdens de overgangsperiode worden de kosten gedekt door de EU-begroting, en in de jaren 4 en 5 is er een dekking van 50 %, met in de jaren 6 en 7 een volledige dekking door vergoedingen.

Jaar    Vergoedingen

2028    0

2029    0

2030    0

2031    106 460 (opbrengsten)

2032    106 460 (opbrengsten)

2033    212 920 (opbrengsten)

2034    212 920 (opbrengsten)

   Vergoedingen voor het dekken van de kosten voor de instandhouding van een regeling voor cyberbeveiligingscertificering, vastgesteld in het kader van het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering (ECCF).

De vergoedingen in verband met deze activiteit zullen worden geregeld via een uitvoeringshandeling, na de vaststelling van de herziene cyberbeveiligingsverordening. De ramingen van de kosten voor de instandhouding van een regeling zijn gebaseerd op een marktanalyse, die is opgenomen in de effectbeoordeling van het voorstel tot herziening van de cyberbeveiligingsverordening. De totale kosten van de activiteit voor een periode van 5 jaar worden berekend op 5 600 000 EUR voor operationele kosten en 7 100 000 EUR voor vte’s.

De jaarlijkse kosten van instandhoudingsactiviteiten worden berekend op basis van de huidige ervaring, namelijk 200 000 EUR per jaar voor instandhouding van een regeling 107 en 2 vte’s voor bijbehorende activiteiten (met jaarlijkse kosten van 125 887 EUR per vte), rekening houdend met het beoogde jaar van goedkeuring van dergelijke regelingen. Verwacht wordt dat de inkomsten uit deze vergoedingen zullen stijgen met de goedkeuring van elke nieuwe regeling en met de geleidelijke invoering van dergelijke regelingen. Tot dusver is er één regeling goedgekeurd (EUCC) in het kader van het ECCF en de eerste inkomsten uit de instandhouding van die regeling worden in 2029 verwacht. De kosten zullen naar verwachting tegen 2032 worden gedekt.

De geraamde inkomsten zijn berekend op basis van specifieke aannames voor elke potentiële regeling met betrekking tot de volgende aspecten: het verwachte gebruik (aantal af te geven certificaten), de geldigheidsduur van elk certificaat en het aantal actieve conformiteitsbeoordelingsinstanties. Verwacht wordt dat aanzienlijke inkomsten zullen voortvloeien uit de invoering van een toekomstige regeling voor cybermaturiteit.

Jaar    Inkomsten (percentage van de gedekte kosten/betaald uit EU-begroting)

2028    0

2029    250 000 (11 % / –1 350 000 EUR) — één regeling (EUCC)

2030    783 000 (29 % / –2 000 000 EUR) — drie regelingen (EUCC, digitale portemonnee, MSS)

2031    783 000 (25 % / –1 930 000 EUR) — drie regelingen (EUCC, digitale portemonnee, MSS)

2032    3 850 000 (122 % / –2 400 000 EUR) — vijf regelingen (EUCC, digitale portemonnee, MSS, EUCS, 5G)

2033    4 000 000 (126 % / +685 000 EUR) — zes regelingen (EUCC, digitale portemonnee, MSS, EUCS, 5G, cybermaturiteit)

2034    4 500 000 (141 % / +825 000 EUR) — zeven regelingen 

Vergoedingen voor testinstrumenten ter ondersteuning van conformiteitsbeoordelingsprocedures.

De vergoedingen in verband met deze activiteit zullen worden geregeld via een uitvoeringshandeling, na de vaststelling van de herziene cyberbeveiligingsverordening. Om echter een raming te maken van de kosten en verwachte inkomsten, zijn berekeningen gemaakt op basis van ramingen van Enisa die zijn opgenomen in de effectbeoordeling van het voorstel tot herziening van de cyberbeveiligingsverordening. De kosten in verband met de ondersteuning van test- en evaluatieactiviteiten worden geraamd op:

Vte’s: 4 per jaar

Operationele kosten: 800 000 per jaar

Totale kosten: 6 500 000 (5 jaar); per jaar: 1 300 000 EUR

Verwacht wordt dat voor Enisa in het eerste jaar on-offinvesteringen worden gedaan, gevolgd door instandhoudingskosten. Deze kosten zouden geleidelijk worden gedekt door inkomsten uit vergoedingen. 

Jaar    Opbrengsten

2028    0

2029    260 000

2030    260 000

2031    650 000

2032    650 000

2033    975 000

2034    975 000



4. Digitale dimensies

4.1.Voorschriften met digitale relevantie

Korte beschrijving van de voorschriften met digitale relevantie en de categorieën ervan (data, procesdigitalisering en ‑automatisering, digitale oplossingen en/of digitale overheidsdiensten)

Verwijzing naar voorschrift 

Beschrijving van voorschrift 

Betrokken actoren 

Processen op hoog niveau 

Categorieën 

Artikel 5, lid 1, punt a)

Steun voor de uitvoering van het EU-recht

a)    de lidstaten bijstaan bij de consistente uitvoering van het Uniebeleid en -recht inzake cyberbeveiliging, onder meer door technische richtsnoeren en verslagen uit te brengen, advies te verstrekken en beste praktijken te delen, en door de uitwisseling van beste praktijken tussen de bevoegde autoriteiten in dit verband te vergemakkelijken;

— Enisa

— Lidstaten 

Het verwerken van gegevens met het oog op het verstrekken van technische richtsnoeren, verslagen en advies, het delen van beste praktijken en het faciliteren van de uitwisseling van beste praktijken tussen bevoegde autoriteiten;

het faciliteren van de uitwisseling van beste praktijken 

Gegevensverwerking 

Gegevensstroom

Artikel 5, lid 1, punt b)

Steun voor de uitvoering van het EU-recht

b)    informatie-uitwisseling binnen en tussen sectoren ondersteunen, met name met betrekking tot de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 vermelde sectoren en producten met digitale elementen die binnen het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2024/2847 vallen, door beste praktijken en richtsnoeren over beschikbare instrumenten en procedures te verstrekken;

— Enisa

— De in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 vermelde sectoren

— Belanghebbenden op wie Verordening (EU) 2024/2847 van invloed is

Het verstrekken van beste praktijken en richtsnoeren inzake beschikbare instrumenten en procedures op het gebied van informatie-uitwisseling 

Gegevensverwerking 

Gegevensstroom

Artikel 5, lid 1, punt c)

Steun voor de uitvoering van het EU-recht

c)    op verzoek van de Commissie de lidstaten bijstaan door het verlenen van ondersteuning, bijvoorbeeld in de vorm van technische richtsnoeren, onder meer over maatregelen voor het beheer van cyberbeveiligingsrisico’s, instrumenten voor de beoordeling van de maturiteit van de cyberbeveiliging en draaiboeken voor respons op incidenten, die zijn afgestemd op de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 vermelde sectoren, met het oog op een hoger maturiteitsniveau op het gebied van cyberbeveiliging en een betere naleving van het Unierecht inzake cyberbeveiliging;

— Europese Commissie  

— Enisa

— De in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 vermelde sectoren

Het bieden van technische bijstand 

Gegevensverwerking 

Gegevensstroom

Artikel 5, lid 1, punt e)

e) de lidstaten en relevante entiteiten van de Unie bijstaan bij de ontwikkeling en bevordering van cyberbeveiligingsbeleid in verband met het vrijwaren van de algemene beschikbaarheid en integriteit van de openbare kern van het open internet;

 

— Enisa

— Lidstaten

— EU-entiteiten 

Het bieden van bijstand bij de ontwikkeling en bevordering van cyberbeveiligingsbeleid 

Gegevensverwerking

Gegevensstroom

Artikel 5, lid 1, punt f)

Steun voor de uitvoering van het EU-recht

f)    overeenkomstig Verordening (EU) 2024/2847 technisch advies en ondersteuning verstrekken over aangelegenheden die verband houden met de uitvoering en handhaving van die verordening;

— Enisa

— Belanghebbenden op wie Verordening (EU) 2024/2847 van invloed is

Het verstrekken van technisch advies en ondersteuning vereist het verwerken en delen van informatie over regelgevingsvereisten, problemen bij de uitvoering en richtsnoeren voor naleving

Gegevensverwerking 

Gegevensstroom

Artikel 5, lid 1, punt h)

h) op verzoek van het Europees Comité voor gegevensbescherming advies verstrekken over de uitvoering van specifieke cyberbeveiligingsaspecten van het Uniebeleid en -recht met betrekking tot gegevensbescherming en privacy.

— Enisa

— EDPB

 

Het op verzoek verstrekken van advies

Gegevensverwerking 

Gegevensstroom

Artikel 5, lid 2

Bijdrage aan beoordelingen van de cyberbeveiligingsrisico’s op het niveau van de Unie

 

Enisa draagt bij aan gecoördineerde risicobeoordelingen op het gebied van cyberbeveiliging op het niveau van de Unie, met inbegrip van die welke worden uitgevoerd op grond van artikel 22 van Richtlijn (EU) 2022/2555.

 

— Enisa

— Lidstaten 

— Algemeen publiek 

Bijdragen aan gecoördineerde risicobeoordelingen, waarvoor gegevensverwerking en gegevensstroom nodig zijn

Gegevensverwerking

Gegevensstroom 

Artikel 5, lid 3

Uitvaardiging van richtsnoeren door Enisa

Enisa vaardigt richtsnoeren uit betreffende de interoperabiliteit van netwerk- en informatiesystemen die worden gebruikt voor de uitwisseling van informatie, onder meer met betrekking tot landsgrensoverschrijdende cyberhubs als bedoeld in artikel 6, lid 3, van Verordening (EU) 2025/38.

— Enisa

— Lidstaten

Uitvaardiging van richtsnoeren door Enisa

Gegevensverwerking 

Gegevensstroom

Artikel 5, lid 5

Ondersteuning van de Commissie

Op verzoek van de Commissie verstrekt Enisa expertise, technisch advies, informatie of analyses, of verricht het voorbereidende werkzaamheden met betrekking tot specifieke kwesties op het gebied van cyberbeveiliging ten behoeve van de beleidsvorming van de Commissie en het toezicht op de uitvoering van Uniewetgeving.

— Europese Commissie

— Enisa

Het opstellen en versturen van informatie naar de Commissie

Gegevensverwerking 

Gegevensstroom

Artikel 6

Capaciteitsopbouw

Enisa verleent bijstand door het bieden van kennis, expertise, beste praktijken enz.

— Enisa

— Lidstaten

— EU-entiteiten

— Publieke en particuliere belanghebbenden

— Markttoezichtautoriteiten

— EGC-leden

— ECCC

Het bieden van kennis en expertise 

Gegevensverwerking 

Gegevensstroom

Artikel 7

Bewustmaking en talentenpool

Enisa helpt de lidstaten bij hun inspanningen om het Uniebeleid en -recht inzake cyberbeveiliging onder de aandacht te brengen en de zichtbaarheid ervan te bevorderen door praktisch toepasbare instrumenten en richtsnoeren te ontwikkelen. Enisa ondersteunt initiatieven die gericht zijn op het vergroten van de Europese talentenpool op het gebied van cyberbeveiliging, met name door het coördineren van vergelijkende onderzoeken.

— Enisa

— Lidstaten

Het ontwikkelen van praktisch toepasbare instrumenten en richtsnoeren

Gegevensverwerking

Artikel 8, lid 1
Marktkennis en -analyses

Enisa verricht en verspreidt analyses van de voornaamste ontwikkelingen op de markt voor cyberbeveiliging, zowel aan de vraag- als aan de aanbodzijde, met name met betrekking tot domeinen waar Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen worden gebruikt of zijn gepland, de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 vermelde sectoren en de productcategorieën die onder het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2024/2847 vallen, met inbegrip van de bijlagen III en IV bij die verordening.

— Enisa

— De in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 vermelde sectoren

— Productcategorieën die onder het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2024/2847 vallen

Het uitvoeren en verspreiden van analyses

Gegevensverwerking 

Gegevensstroom

Artikel 8, lid 2
Marktkennis en -analyses

Enisa verricht en verspreidt analyses van de technologische ontwikkelingen op het gebied van cyberbeveiliging, met name met betrekking tot activiteiten en entiteiten die onder het toepassingsgebied van Richtlijn (EU) 2022/2555 vallen en producten met digitale elementen die onder het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2024/2847 vallen.

— Enisa

— Algemeen publiek, belanghebbenden in de zin van Richtlijn (EU) 2022/2555 en Verordening (EU) 2024/2847

Het uitvoeren en verspreiden van analyses

Gegevensverwerking

Gegevensstroom

Artikel 8, lid 3
Marktkennis en -ondersteuning voor ecosystemen

Enisa bouwt kennis op en verspreidt technisch advies en analyses over geavanceerde cyberbeveiligingsinstrumenten, kaders, normen en beste praktijken.

— Enisa

— Algemeen publiek

Het opbouwen van kennis en verspreiden van technisch advies en analyses over geavanceerde cyberbeveiligingsinstrumenten, kaders, normen en beste praktijken.

Gegevensverwerking

Gegevensstroom

Artikel 9

Internationale samenwerking

 

Enisa analyseert de resultaten van internationale oefeningen en brengt daar verslag over uit aan de raad van bestuur, vergemakkelijkt de uitwisseling van beste praktijken en voorziet de Commissie van expertise en advies.

— Internationaal publiek 

— Enisa

— Raad van bestuur van Enisa

— Europese Commissie

Analyse en rapportage, verstrekken van advies enz.

 

Gegevensverwerking

Gegevensstroom

 

Artikel 10, leden 2 en 3

Operationele samenwerking

2.    Enisa is lid van het op grond van artikel 15, lid 1, van Richtlijn (EU) 2022/2555 opgerichte netwerk van nationale CSIRT’s en verzorgt het secretariaat van het CSIRT-netwerk op grond van artikel 15, lid 2, van Richtlijn (EU) 2022/2555.

3.    Enisa verzorgt het secretariaat van het Europees netwerk van verbindingsorganisaties voor cybercrises (EU-CyCLONe) overeenkomstig artikel 16, lid 2, tweede alinea, van Richtlijn (EU) 2022/2555.

— Enisa 

— CSIRT’s (artikel 15, lid 1, van Richtlijn (EU) 2022/2555) 

— EU-CyCLONe (artikel 16, lid 2, van Richtlijn (EU) 2022/2555) 

Het vergemakkelijken van de uitwisseling van informatie, het uitvoeren van de taken van het secretariaat van de netwerken

Gegevensstroom

Digitale oplossing

Digitale overheidsdienst 

 

Artikel 11, lid 1, punt b)

Situationeel bewustzijn 

 

Artikel 12

Vroegtijdige waarschuwingen 

Verstrekking van vroegtijdige waarschuwingen overeenkomstig artikel 12.

 

— Europese Commissie

— Enisa

— Europol

— EU-CyCLONe

— CSIRT-netwerk 

— CERT-EU

— De in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 genoemde entiteiten

Verstrekking van vroegtijdige waarschuwingen.

Gegevensverwerking

Gegevensstroom 

Digitale overheidsdienst

Artikel 10, lid 4, punt b)

Operationele samenwerking

b)    op verzoek van één of meer lidstaten advies en beoordelingen verstrekken met betrekking tot een specifiek potentieel of lopend incident of een specifieke potentiële of lopende cyberdreiging, onder meer door expertise aan te reiken en de technische afhandeling van dergelijke incidenten te vergemakkelijken, en door de vrijwillige uitwisseling van relevante informatie en technische oplossingen tussen de lidstaten te ondersteunen;

— Enisa

— Lidstaten

Het verstrekken van advies en beoordelingen met betrekking tot een specifiek potentieel of lopend incident of een specifieke potentiële of lopende cyberdreiging;

het vergemakkelijken van de technische afhandeling van dergelijke incidenten;

het ondersteunen van de vrijwillige uitwisseling van relevante informatie en technische oplossingen tussen lidstaten

Gegevensverwerking

Gegevensstroom

Digitale overheidsdiensten

Artikel 10, lid 4, punt c)

Operationele samenwerking

c)    analyseren van kwetsbaarheden, dreigingen en incidenten;

— Enisa

— Lidstaten

Het verzamelen van gegevens uit publieke bronnen en het uitwisselen van gegevens met lidstaten 

Gegevensverwerking

Gegevensstroom

Artikel 10, lid 4, punt d)

Operationele samenwerking

d) op verzoek van één of meer lidstaten steun verlenen in verband met technische onderzoeken achteraf van significante incidenten in de zin van Richtlijn (EU) 2022/2555;

— Enisa

— Lidstaten

Analyses en ondersteuning naar aanleiding van technische onderzoeken op het gebied van incidenten

Gegevensverwerking

Gegevensstroom

Artikel 10, lid 4, punt e)

Operationele samenwerking

e)    bijdragen aan de ondersteuning van het gecoördineerde beheer van grootschalige cyberbeveiligingsincidenten en crises op operationeel niveau, met name door EU-CyCLONe te helpen bij het opstellen van verslagen op politiek niveau en door de tijdige uitwisseling van informatie tussen het CSIRT-netwerk en EU-CyCLONe te vergemakkelijken;

— Enisa

— EU-CyCLONe

— CSIRT-netwerk 

Het analyseren van gegevens ter ondersteuning van het opstellen van verslagen; het vergemakkelijken van de tijdige uitwisseling van informatie tussen netwerken

Gegevensverwerking

Gegevensstroom 

Digitale overheidsdienst 

Artikel 10, lid 5 

Operationele samenwerking

Op verzoek van een lidstaat of entiteit van de Unie en in samenwerking met CERT-EU ondersteunt Enisa consistente communicatie met het publiek in verband met een incident of cyberdreiging.

— Enisa

— Lidstaten

In ontvangst nemen van een verzoek en zo nodig informatie meedelen

Gegevensstroom

Artikel 10, lid 6

Operationele samenwerking

Enisa ondersteunt de samenwerking tussen lidstaten en, via het CERT-EU, tussen entiteiten van de Unie, met betrekking tot de uitrol van instrumenten voor beveiligde communicatie. Enisa maakt binnen het CSIRT-netwerk en EU-CyCLONe gebruik van instrumenten voor beveiligde communicatie die worden verstrekt door rechtspersonen die niet gevestigd zijn in of onder zeggenschap staan van derde landen of onderdanen van derde landen.    

— Enisa

— Europese Commissie

— Lidstaten

— EU-entiteiten

— CSIRT-netwerk

— EU-CyCLONe

Het ondersteunen van de uitrol van instrumenten voor beveiligde communicatie en het gebruik van deze instrumenten binnen het CSIRT-netwerk en EU-CyCLONe. 

Digitale oplossing 

Digitale overheidsdienst 

Artikel 11, lid 1, punt a)

Gedeeld situationeel bewustzijn op het gebied van cyberbeveiliging 

a)    in samenwerking met EU-CyCLONe, het CSIRT-netwerk, de Commissie, CERT-EU, Europol en andere relevante entiteiten van de Unie registers met geverifieerde en betrouwbare informatie over cyberdreigingen ontwikkelen, met inbegrip van trends op het gebied van incidenten, tactieken, technieken en procedures;

— Europese Commissie

— Enisa

— EU-CyCLONe

— CSIRT-netwerk

— Europol

— EU-entiteiten

— CERT-EU

Het ontwikkelen van registers 

Digitale gegevensstroom

Digitale oplossing 

Digitale overheidsdienst

Artikel 11, lid 1, punten c) tot en met g) 

Gedeeld situationeel bewustzijn op het gebied van cyberbeveiliging

Het verstrekken van tijdige ad-hocanalyses (gedeeltelijk op verzoek); het verstrekken van analyses en technisch advies; het opstellen van technische situatieverslagen in samenwerking met andere entiteiten; het monitoren van trends en het uitwisselen van informatie hierover

— Enisa

— Lidstaten

— Europese Commissie

— EU-entiteiten

— EU-CyCLONe

— CSIRT-netwerk

Gegevensanalyse, het delen van informatie en het verstrekken van verslagen (gedeeltelijk op verzoek)

Gegevensverwerking

Gegevensstroom 

Artikel 11, lid 2, punt a)

Gedeeld situationeel bewustzijn op het gebied van cyberbeveiliging

Enisa voert analyses uit van cyberdreigingen, incidenten, trends, opkomende technologieën en de gevolgen daarvan, met inbegrip van een periodieke analyse van de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 vermelde sectoren en de relevante productcategorieën die onder het toepassingsgebied van Verordening (EU) 2024/2847 vallen;

— Enisa

— Algemeen publiek

Het analyseren van gegevens met het oog op het verstrekken van informatie die van belang is op het gebied van cyberbeveiliging; periodieke rapportage

Gegevensverwerking

Gegevensstroom

Artikel 11, lid 2, punt b)

Gedeeld situationeel bewustzijn op het gebied van cyberbeveiliging

Enisa verstrekt in samenwerking met de Commissie en, in voorkomend geval, met het CSIRT-netwerk, advies, richtsnoeren en beste praktijken voor de beveiliging van netwerk- en informatiesystemen, met name voor de beveiliging van infrastructuurvoorzieningen ter ondersteuning van de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 vermelde sectoren.

 

— Europese Commissie

— CERT-EU

— CSIRT-netwerk

— Algemeen publiek

Het verstrekken van advies, richtsnoeren en beste praktijken

Gegevensverwerking

Gegevensstroom

Artikel 11, lid 2, punt c)

Gedeeld situationeel bewustzijn op het gebied van cyberbeveiliging

Enisa verricht strategische langetermijnanalyses van cyberdreigingen en -incidenten teneinde opkomende trends in kaart te brengen en incidenten te helpen voorkomen.

— Enisa 

— Algemeen publiek

Het analyseren van gegevens en het in kaart brengen van opkomende dreigingen 

Gegevensverwerking

 

Artikel 11, lid 3

Gedeeld situationeel bewustzijn op het gebied van cyberbeveiliging

Enisa kan de in lid 2 bedoelde analyses, adviezen, richtsnoeren, beste praktijken en verslagen openbaar maken in overleg met de in lid 2 bedoelde bijdragende entiteiten.

— Enisa

— Algemeen publiek

Het openbaar maken van informatie

Gegevensstroom

Digitale overheidsdienst 

Artikel 13, lid 2

Ondersteuning bij de respons op incidenten 

2.    Op verzoek van de Commissie of EU-CyCLONe evalueert en beoordeelt Enisa, met steun van het CSIRT-netwerk en met goedkeuring van de betrokken lidstaat, significante cyberbeveiligingsincidenten of grootschalige cyberbeveiligingsincidenten in overeenstemming met artikel 21 van Verordening (EU) 2025/38.

— Europese Commissie

— Enisa

— EU-CyCLONe

— CSIRT-netwerk

— Lidstaten

Het evalueren en beoordelen van significante cyberbeveiligingsincidenten

Gegevensverwerking 

Artikel 14, lid 2

Cyberbeveiligingsoefeningen op Unieniveau

2.    Enisa onderhoudt een register van lessen die zijn getrokken uit de in lid 1 bedoelde oefeningen en doet aanbevelingen aan de lidstaten en, in voorkomend geval, aan entiteiten van de Unie, over de manier waarop de geleerde lessen op doeltreffende en efficiënte wijze kunnen worden toegepast.

— Enisa

— Lidstaten

— EU-entiteiten

Het onderhouden van een register

Gegevensverwerking 

Digitale oplossing

Digitale overheidsdienst 

Artikel 14

Cyberbeveiligingsoefeningen op Unieniveau  

Bij ontvangst van verzoeken van EU-CyCLONe, de Commissie, lidstaten of CERT-EU, regelt en ondersteunt Enisa de organisatie van cyberbeveiligingsoefeningen.

Enisa ondersteunt de Commissie bij het opstellen van een jaarlijks voortschrijdend programma met betrekking tot cyberbeveiligingsoefeningen op Unieniveau.

— Enisa

— Europese Commissie

— Lidstaten

— EU-entiteiten 

— CERT-EU

Het ontvangen van verzoeken voor het regelen of ondersteunen van de organisatie van oefeningen 

Gegevensstroom

Gegevensverwerking

Artikel 15

Terbeschikkingstelling van instrumenten en platforms 

 

1.    Enisa zorgt in voorkomend geval voor de totstandbrenging, de verstrekking, de werking, het onderhoud en het actualiseren van operationele technische instrumenten, met inbegrip van platforms die verband houden met cyberbeveiliging op het niveau van de Unie, meer in het bijzonder het op grond van artikel 16, lid 1, van Verordening (EU) 2024/2847 opgerichte centrale platform voor het melden van incidenten [en het op grond van artikel 23 bis van Richtlijn (EU) 2022/2555 opgerichte centrale contactpunt], en de testinstrumenten ter ondersteuning van de uitvoering van conformiteitsbeoordelingsprocedures overeenkomstig de relevante wetgeving van de Unie.

2.    In voorkomend geval voorziet Enisa met het oog op de toepassing van lid 1 in samenwerking en uitwisseling van informatie met het CSIRT-netwerk en, in voorkomend geval, met markttoezichtautoriteiten.    

— Enisa

— CSIRT-netwerk

— Algemeen publiek

— Markttoezichtautoriteiten

 

Enisa zorgt in voorkomend geval voor de totstandbrenging, de verstrekking, de werking, het onderhoud en het actualiseren van operationele technische instrumenten, waaronder platforms

Digitale oplossing

Digitale overheidsdienst

Gegevensstroom

Artikel 16, lid 2

Diensten op het gebied van kwetsbaarheidsbeheer 

a)    bijhouden van de op grond van artikel 12, lid 2, van Richtlijn (EU) 2022/2555 opgezette Europese kwetsbaarheidsdatabase;

b)    diensten op het gebied van kwetsbaarheidsbeheer aan belanghebbenden te verlenen op basis van de Europese kwetsbaarheidsdatabase en met gebruikmaking van relevante informatie waarover Enisa beschikt;

c)    in voorkomend geval het aangaan van een gestructureerde samenwerking met organisaties die voorzien in programma’s, registers of databases aanbieden die vergelijkbaar zijn met de Europese kwetsbaarheidsdatabase;

d)    actieve ondersteuning verlenen aan de CSIRT’s die op grond van artikel 12, lid 1, van Richtlijn (EU) 2022/2555, zijn aangewezen als coördinatoren met betrekking tot het beheer van de gecoördineerde bekendmaking van kwetsbaarheden die significante gevolgen kunnen hebben voor entiteiten in meer dan één lidstaat;

e) methodologieën en governancemechanismen ontwikkelen en onderhouden met het oog op het in kaart brengen van kwetsbaarheden en gecoördineerde bekendmaking, in samenwerking met nationale bevoegde autoriteiten, CSIRT’s, het bedrijfsleven en de onderzoeksgemeenschap.

— Enisa

— Nationale CSIRT’s

— CSIRT-netwerk

— Nationale bevoegde autoriteiten

— Bedrijfsleven

— Onderzoeksgemeenschap

— Algemeen publiek

— Internationale actoren die voorzien in programma’s, registers of databases

Het verlenen van diensten op het gebied van kwetsbaarheidsbeheer; het in voorkomend geval tot stand brengen van een gestructureerde samenwerking; samenwerken met belanghebbenden 

Digitale oplossing 

Digitale overheidsdienst 

Gegevensstroom

 

Artikel 17

Cyberbeveiligingscertificering

 

Artikel 18

Normalisatie, technische specificaties en richtsnoeren

Artikel 17, lid 1

a) het opstellen van potentiële Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen (“potentiële regelingen”) voor ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten en de cyberbeveiligingspositie van entiteiten, en de bijbehorende technische specificaties in overeenstemming met artikel 74;

b) het handhaven van vastgestelde Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen in overeenstemming met artikel 75, onder meer met het oog op een mogelijke herziening van de vastgestelde Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen in overeenstemming met artikel 76;

c) het bevorderen van het gebruik van vastgestelde regelingen en het onderhouden van een speciale website met informatie over, en bekendmaking van, Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen, Europese cyberbeveiligingscertificaten en EU-conformiteitsverklaringen in overeenstemming met artikel 79;

Artikel 17, lid 2

e) het opstellen van modelbepalingen waarnaar moet worden verwezen in de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen (“potentiële regelingen”) voor ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten en de cyberbeveiligingspositie van entiteiten in overeenstemming met artikel 81, lid 5.

 

Artikel 18

1. Enisa stelt technische specificaties en richtsnoeren op ter ondersteuning van de toepassing van Uniewetgeving op het gebied van cyberbeveiliging.

2. Enisa monitort, neemt deel aan en vervult een leidende rol bij de ontwikkeling van normalisatieactiviteiten op Unieniveau en, in overeenstemming met artikel 9, op internationaal niveau.

3. Enisa ondersteunt de ontwikkeling en evaluatie van cryptografische algoritmen. Bij een positieve beoordeling van een geëvalueerd cryptografisch algoritme werkt Enisa in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1025/2012 samen met de Europese normalisatie-instellingen om de normalisatie ervan te ondersteunen.

4. Enisa voorziet de Commissie en de EGC van technische expertise over passende normen of technische specificaties ter ondersteuning van Uniebeleid op het gebied van cyberbeveiliging, met name Verordening (EU) 2024/2847, onder meer met het oog op de harmonisatiewetgeving van de Unie op het gebied van cyberbeveiliging en Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen uit hoofde van artikel 81, lid 1, punt d). 

5. Enisa helpt de Commissie bij de beoordeling van voorstellen voor geharmoniseerde normen ter ondersteuning van de toepassing van de harmonisatiewetgeving van de Unie op het gebied van cyberbeveiliging.

— Enisa

— Algemeen publiek

Het analyseren van gegevens en uitwisselen van gegevensstromen met de Commissie en andere belanghebbenden; het opstellen van potentiële certificeringsregelingen; het onderhouden van de website van Enisa

Gegevensverwerking

Gegevensstromen

Digitale overheidsdienst

Artikel 19
Europees kader voor cyberbeveiligingsvaardigheden

 

 

 

 

 

 

 

Enisa ontwikkelt een Europees kader voor cyberbeveiligingsvaardigheden (“ECSF”) en maakt dit openbaar. Voordat het ECSF overeenkomstig lid 4 openbaar wordt gemaakt of wordt geactualiseerd, raadpleegt Enisa de Commissie.

Het gebruik van het ECSF is vrijwillig voor publieke en private entiteiten.

Enisa kan bij de ontwikkeling en het gebruik van het ECSF belanghebbenden raadplegen.

— Enisa

— Europese Commissie

— Algemeen publiek

— Lidstaten 

— EU-entiteiten

— Publieke en particuliere belanghebbenden

 

Instandhouding van het ECSF; raadpleging van belanghebbenden; gebruik van het ECSF  

Gegevensverwerking 

Gegevensstroom

Digitale oplossing

 

Artikelen 20 tot en met 23
Regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden

Enisa zorgt voor de ontwikkeling, de vaststelling en de instandhouding van regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden. Het gebruik van regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden is voor nationale overheidsinstanties en particuliere entiteiten vrijwillig van aard, tenzij anders is bepaald in de nationale wetgeving.

Voordat een nieuwe regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden wordt vastgesteld, raadpleegt Enisa de Commissie. Enisa stelt een dergelijke regeling pas vast na een positief advies van de Commissie. Bij de opstelling van een regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden kan Enisa belanghebbenden raadplegen.

Enisa zorgt tijdens de opstelling van de regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden voor nauwe samenwerking met de lidstaten.

Gemachtigde aanbieders van attesteringen beoordelen of personen voldoen aan de vereisten van de regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden en verlenen, indien aan die vereisten is voldaan, Europese individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden.

Enisa voorziet in richtsnoeren en verplichte opleidingen voor beoordelaars met betrekking tot de vereisten en beoordelingsmethoden in het kader van de in artikel 20, lid 3, punt b), bedoelde regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden.

Entiteiten die gemachtigde aanbieders van attesteringen willen worden of hun machtiging willen verlengen (“aanvragers”) dienen een aanvraag in bij Enisa.

Gemachtigde aanbieders van attesteringen zien erop toe dat elektronische attesteringen van Europese individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden, op verzoek van de betreffende persoon, worden afgegeven als elektronische attesteringen van attributen in een vorm die kan worden opgeslagen in de Europese portemonnees voor digitale identiteit als bedoeld in Verordening (EU) nr. 910/2014.

Aanvragers en gemachtigde aanbieders van attesteringen staan Enisa toe om evaluaties te verrichten in het kader van het proces van de initiële aanvraag en de instandhouding of verlenging van de machtiging, en alle relevante informatie te delen om te waarborgen dat aan de vereisten van de leden 3 en 4 en de verplichtingen van lid 5 is voldaan of nog steeds wordt voldaan overeenkomstig artikel 22, lid 2.

Gemachtigde aanbieders van attesteringen stellen Enisa onmiddellijk in kennis indien niet langer wordt voldaan aan een van de in lid 3 genoemde vereisten of indien er twijfel ontstaat over de vraag of aan die vereisten wordt voldaan, onder meer wat betreft de onafhankelijkheid van de beoordelaars.

Aanvragers betalen Enisa een vergoeding voor de beoordeling van hun aanvraag. Gemachtigde aanbieders van attesteringen betalen Enisa een vergoeding voor de instandhouding van hun machtiging.

 Enisa beoordeelt of aanvragers en gemachtigde aanbieders van attesteringen hebben voldaan of nog steeds voldoen aan de in artikel 21, leden 3 en 4, vastgelegde vereisten, en aan de in artikel 21, lid 5, vastgelegde verplichtingen.

Na de aanvraag te hebben getoetst aan de in artikel 21,

leden 3 en 4, vastgelegde vereisten, kan Enisa een besluit afgeven. Enisa kan een dergelijk besluit wijzigen, opschorten of intrekken.

Enisa onderhoudt en actualiseert regelmatig een speciale website met openbaar toegankelijke informatie over:

a)het ECSF, met inbegrip van het kader en tijdschema voor de actualisering ervan;

b)de regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden, en de voortgang en tijdschema’s voor de ontwikkeling ervan;

c)de vergoedingen in verband met elke op grond van artikel 47 van deze verordening vastgestelde regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden;

d)de indicatieve kosten van een Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden overeenkomstig artikel 20, lid 4;

e)de lijst van gemachtigde aanbieders van attesteringen.

— Enisa

— Europese Commissie 

— Algemeen publiek

— Lidstaten 

— EU-entiteiten

— Publieke en particuliere belanghebbenden (die bijdragen tot de ontwikkeling van een attesteringsregeling; — Aanvragers en aanbieders van Europese individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden, met inbegrip van beoordelaars) 

 

Het ontwikkelen en in stand houden van regelingen; het raadplegen van belanghebbenden; het verwerken van aanvragen; het afgeven van besluiten; het onderhouden van een website 

Gegevensverwerking 

Gegevensstroom

Digitale oplossing

Digitale overheidsdienst

Artikel 25 

Samenstelling van de raad van bestuur

Leden benoemen van de raad van bestuur van Enisa.

— Enisa

— Europese Commissie

— Lidstaten

Het benoemen van leden

Gegevensstroom

Gegevensverwerking

Artikel 28, lid 1 

Taken van de raad van bestuur

 

Artikel 30

Dagelijks bestuur

b.stelt het in artikel 44 bedoelde ontwerp van het enkelvoudig programmeringsdocument van Enisa vast, voordat het bij de Commissie voor advies wordt ingediend;

f) zorgt voor de beoordeling en vaststelling van het geconsolideerde jaarverslag over de activiteiten van Enisa, dat de rekeningen bevat en beschrijft hoe Enisa zijn prestatie-indicatoren heeft nageleefd, en doet zowel het jaarverslag als zijn beoordeling daarvan uiterlijk op 1 juli van het volgende jaar toekomen aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Europese Rekenkamer; maakt het jaarverslag openbaar;

i) waarborgt een passende opvolging van de bevindingen en aanbevelingen naar aanleiding van interne of externe auditverslagen en evaluaties, alsook naar aanleiding van onderzoeken van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en het Europees Openbaar Ministerie (EOM).

— Enisa

— Europese Commissie 

— Europees Parlement

— Raad van de EU

— Europese Rekenkamer

— Lidstaten 

— Algemeen publiek

De indiening van het enkelvoudig programmeringsdocument bij de Commissie voor advies;

de beoordeling en vaststelling van het geconsolideerde jaarverslag over de activiteiten van Enisa, dat de rekeningen bevat en beschrijft hoe Enisa zijn prestatie-indicatoren heeft nageleefd, en de indiening van zowel het jaarverslag als de beoordeling; 

opvolging van de bevindingen 

Gegevensstroom

Gegevensverwerking

 

Artikel 31, lid 8

Benoeming, ontslag en verlenging van de ambtstermijn

 

De raad van bestuur stelt het Europees Parlement in kennis van zijn voornemen om de ambtstermijn van de uitvoerend directeur te verlengen in overeenstemming met lid 6. Binnen drie maanden voorafgaand aan een dergelijke verlenging legt de uitvoerend directeur desgevraagd een verklaring af voor de betreffende commissie van het Europees Parlement en beantwoordt hij of zij vragen van leden.

— Enisa 

— Raad van bestuur van Enisa 

— Europees Parlement 

De raad van bestuur stelt het Europees Parlement in kennis

Gegevensstroom

Artikel 32, lid 3

Taken en verantwoordelijkheden van de uitvoerend directeur

 

 

Artikel 32, lid 5

3. De uitvoerend directeur brengt desgevraagd verslag uit aan het Europees Parlement over de uitvoering van zijn taken. De Raad kan de uitvoerend directeur verzoeken verslag uit te brengen over de uitoefening van zijn of haar taken.

Opstellen van ontwerpbegrotingsplannen, strategieën, strategische documenten.

— Uitvoerend directeur van Enisa

— Europees Parlement 

Verslaglegging over de prestaties 

Gegevensstroom

Gegevensverwerking

Artikel 35, leden 5 en 6

Enisa-adviesgroep 

5. De Enisa-adviesgroep adviseert Enisa over de uitvoering van de taken van Enisa, met uitzondering van de toepassing van de bepalingen van de titels III, IV en V van deze verordening. Zij adviseert met name de uitvoerend directeur over de opstelling van een voorstel voor het jaarlijkse werkprogramma van Enisa, en over de communicatie met de belanghebbenden voor wat betreft met het jaarlijkse werkprogramma verband houdende aangelegenheden.

6.    De Enisa-adviesgroep informeert de raad van bestuur regelmatig over haar activiteiten.

— Enisa

— Leden van de Enisa-adviesgroep 

— Raad van bestuur van Enisa 

— Uitvoerend directeur van Enisa

Adviseren en informeren over haar activiteiten 

Gegevensverwerking

Gegevensstroom

Artikelen 36 tot en met 43 

Kamer van beroep 

Enisa richt bij besluit van de raad van bestuur een kamer van beroep op.

De kamer van beroep is samengesteld uit een voorzitter en drie andere leden. Elk lid van de kamer van beroep heeft een plaatsvervanger. Die plaatsvervanger vertegenwoordigt het lid in geval van diens afwezigheid.

De raad van bestuur benoemt de voorzitter, de andere leden en hun plaatsvervangers uit een door de Commissie opgestelde lijst van gekwalificeerde kandidaten. De lijst van gekwalificeerde kandidaten is vier jaar geldig. De geldigheid van deze lijst kan op voorstel van de Commissie door de raad van bestuur worden verlengd voor bijkomende termijnen van vier jaar.

Wanneer de kamer van beroep van oordeel is dat de aard van het beroep dit vereist, kan deze de raad van bestuur verzoeken twee extra leden en plaatsvervangers te benoemen uit de in lid 3 genoemde lijst.

De kamer van beroep zorgt voor de vaststelling en openbaarmaking van het reglement van orde.

Indien een lid van een kamer van beroep om een van de in lid 1 genoemde redenen of om een andere reden meent niet aan een beroepsprocedure te kunnen deelnemen, stelt hij de kamer van beroep daarvan in kennis.

De kamer van beroep beslist in de in de leden 2 en 3 genoemde gevallen zonder deelname van het betrokken lid over de te nemen maatregelen. Voor het nemen van dat besluit wordt het betrokken lid in de kamer van beroep vervangen door zijn plaatsvervanger. Een uit hoofde van lid 1 ingesteld beroep wordt overeenkomstig artikel 41 onderworpen aan een prejudiciële herziening voordat het voor onderzoek aan de kamer van beroep wordt voorgelegd.

Aanvragers in de zin van artikel 21, lid 3, kunnen beroep instellen tegen: een overeenkomstig artikel 22, lid 3, tot hen gericht besluit van Enisa, en nalatigheid van Enisa om ten aanzien van een door hen bij Enisa ingediende aanvraag te handelen binnen de in artikel 22, lid 4, vastgestelde toepasselijke termijnen.

In het in lid 1, punt a), genoemde geval wordt het beroep, samen met de gemotiveerde uiteenzetting van de gronden, binnen twee maanden na de kennisgeving van het besluit aan de betrokken aanvrager of, bij gebreke daarvan, op de dag waarop het besluit de aanvrager ter kennis is gekomen, schriftelijk ingediend in overeenstemming met het in artikel 36, lid 5, genoemde reglement van orde.

In het in lid 1, punt b), genoemde geval wordt het beroep in overeenstemming met het in artikel 36, lid 5, genoemde reglement van orde binnen twee maanden na het verstrijken van de in artikel 22, lid 4, vastgestelde termijn, schriftelijk bij Enisa ingediend.

Indien Enisa het beroep ontvankelijk en gegrond acht, corrigeert het zijn in artikel 40, lid 1, bedoelde besluit of nalatigheid om te handelen

Indien Enisa het besluit niet binnen één maand na ontvangst van het beroep corrigeert, beslist het onmiddellijk of het de toepassing van zijn besluit al dan niet opschort, en legt het het beroep voor aan de kamer van beroep.

De kamer van beroep beslist binnen drie maanden na indiening van het beroep over het al dan niet in aanmerking nemen van het beroep. Bij de behandeling van een beroep houdt de kamer van beroep zich aan de in het reglement van orde vastgestelde termijnen. De kamer nodigt zo vaak als noodzakelijk is de partijen in de beroepsprocedure uit om binnen een bepaalde termijn opmerkingen in te dienen over de kennisgevingen van de kamer of de mededelingen van de andere partijen in de beroepsprocedure. Het is partijen in de bezwaarprocedure toegestaan een mondelinge uiteenzetting te geven.

Wanneer de kamer van beroep van mening is dat het beroep gegrond is, verwijst zij de zaak terug naar Enisa. Enisa neemt zijn definitieve besluit overeenkomstig de bevindingen van de kamer van beroep, en motiveert dat besluit. Enisa stelt de partijen in de beroepsprocedure hiervan op de hoogte.

Een beroep tot nietigverklaring van besluiten die Enisa krachtens artikel 22, lid 3, heeft genomen, of een beroep wegens het nalaten te handelen binnen de in artikel 22, lid 4, vastgestelde termijnen, kan bij het Hof van Justitie van de Europese Unie worden ingeleid nadat de in de artikelen 39 tot en met 42 vastgestelde beroepsprocedure bij Enisa zelf is uitgeput. of in geval van nalaten te handelen, binnen de toepasselijke termijn op grond van artikel 41, lid 2.

Enisa treft alle noodzakelijke maatregelen die nodig zijn ter uitvoering van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie.

— Enisa

— Raad van bestuur van Enisa 

— Europese Commissie

— Kamer van beroep in de zin van artikel 36 van het voorstel voor cyberbeveiligingsverordening 2

— Aanvragers (rechtspersonen die gemachtigde aanbieders van attesteringen willen worden, voor de instandhouding of verlenging van hun machtiging)

Het afgeven van besluiten naar aanleiding van beroepen; 

het behandelen van beroepen;

het opstellen en bekendmaken van het reglement van orde;

informatiestromen

Gegevensverwerking 

Gegevensstroom 

Digitale overheidsdienst 

Artikel 44

Enkelvoudig programmeringsdocument

2. Elk jaar stelt de uitvoerend directeur overeenkomstig artikel 32 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie een ontwerp van het in lid 1 bedoelde enkelvoudig programmeringsdocument op dat de bijbehorende planning van financiële en personele middelen bevat, rekening houdend met de richtsnoeren van de Commissie.

3. De raad van bestuur stelt elk jaar uiterlijk op 30 november het in lid 1 bedoelde enkelvoudig programmeringsdocument vast, rekening houdend met het advies van de Commissie overeenkomstig artikel 32, lid 7, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715. Als de raad van bestuur besluit op bepaalde onderdelen geen rekening te houden met het advies van de Commissie, motiveert hij dat besluit grondig. De raad van bestuur stuurt het enkelvoudig programmeringsdocument uiterlijk op 31 januari van het jaar daarna toe aan het Europees Parlement, de Raad en de Commissie; dit gebeurt ook met alle daarna bijgewerkte versies van dat document.

 

— Uitvoerend directeur van Enisa

— Raad van bestuur van Enisa

— Europese Commissie

— Europees Parlement

— Raad

Het ieder jaar opstellen, vaststellen en doorsturen van een enkelvoudig programmeringsdocument

Gegevensstroom

Artikel 45

Vaststelling van de begroting van Enisa

4.    De Commissie stuurt de ontwerpraming samen met het ontwerp van de algemene begroting van de Unie naar de begrotingsautoriteit. De ontwerpraming wordt tevens beschikbaar gesteld aan Enisa.

— Enisa

— Europese Commissie

Het delen van informatie

Gegevensstroom

Artikel 47

Vergoedingen 

In het kader van regelingen voor de Europese individuele attestering als bedoeld in artikel 22, lid 1, worden de volgende vergoedingen in rekening gebracht aan aanvragers in de zin van artikel 21, lid 3, of aan gemachtigde aanbieders van attesteringen als bijdrage aan de volledige kosten die samengaan met de door Enisa verrichte activiteiten:

a.de afgifte van machtigingen na beoordeling van de in artikel 21, leden 3 en 4, bedoelde vereisten, met inbegrip van het verrichten van evaluaties;

b.jaarlijkse instandhouding van de machtiging;

c.verlenging van machtigingen voor aanbieders van Europese individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden, met inbegrip van het verrichten van evaluaties.

Met betrekking tot certificering worden de volgende vergoedingen aangerekend aan de conformiteitsbeoordelingsinstanties voor de instandhouding van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen in het kader waarvan Europese cyberbeveiligingscertificaten worden afgegeven, met name:

een jaarlijkse vergoeding voor deelname aan een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling;

een vergoeding voor de afgifte van Europese cyberbeveiligingscertificaten in het kader van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen.

De in punt b) bedoelde vergoedingen worden aangerekend wanneer de conformiteitsbeoordelingsinstantie Europese cyberbeveiligingscertificaten indient bij Enisa met het oog op publicatie op zijn website overeenkomstig artikel 79.

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast met nadere regels betreffende de door Enisa in rekening gebrachte vergoedingen. 

Enisa neemt als onderdeel van de procedure inzake de indiening van de rekeningen een verslag op over de in rekening gebrachte vergoedingen en de gevolgen ervan voor de begroting van het Agentschap.

— Europese Commissie

— Enisa

— Aanbieders van attesteringen

— Conformiteitsbeoordelingsinstanties

Het verwerken van informatie; het betalen van vergoedingen; verslaglegging over vergoedingen

Gegevensverwerking 

Gegevensstroom

 

Artikel 48

Artikel 49

Gevolgen voor de begroting

 

Artikel 48

3.    De uitvoerend directeur zendt de begrotingsautoriteit jaarlijks alle relevante informatie toe over de resultaten van de evaluatieprocedures.

Artikel 49

1.    Uiterlijk op 1 maart van het volgende begrotingsjaar (jaar N + 1) dient de rekenplichtige van Enisa de voorlopige rekeningen van het begrotingsjaar (jaar N) in bij de rekenplichtige van de Commissie en bij de Rekenkamer.

2.    De rekenplichtige van Enisa verstrekt ook de voor consolidatiedoeleinden vereiste boekhoudkundige informatie uiterlijk op 1 maart van het jaar N + 1 aan de rekenplichtige van de Commissie op de wijze en in de vorm die door deze laatste worden vereist.

3.    Enisa zendt uiterlijk op 31 maart van het jaar N + 1 een verslag over het budgettair en financieel beheer voor het jaar N toe aan het Europees Parlement, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer.

4.    Na ontvangst van de opmerkingen van de Rekenkamer over de voorlopige rekeningen van Enisa van het jaar N stelt de rekenplichtige van het Agentschap de definitieve rekeningen van Enisa op.

5. De raad van bestuur brengt advies uit over de definitieve rekeningen van Enisa van het jaar N.

De rekenplichtige van het Agentschap maakt de definitieve rekeningen van Enisa op onder eigen verantwoordelijkheid. De uitvoerend directeur legt deze voor advies voor aan de raad van bestuur. 

— Enisa

— Raad van bestuur van Enisa

— Europese Commissie

— Raad

— Europees Parlement

Het verwerken en delen van informatie betreffende de begroting van Enisa

Gegevensverwerking 

Gegevensstroom

 

Artikel 52

Belangenverklaring

 

De partijen leggen een verklaring over hun verplichtingen en een verklaring over hun belangen af waaruit blijkt of zij wel of geen directe of indirecte belangen hebben die als nadelig voor hun onafhankelijkheid kunnen worden beschouwd.

— Bestuur van Enisa (uitvoerend directeur, plaatsvervangend uitvoerend directeur) 

— Raad van bestuur 

— Gedetacheerde nationale deskundigen

Het verwerken en delen van gegevens betreffende belangenverklaringen 

Gegevensverwerking

Gegevensstroom

Artikel 58

Verbindingsfunctionarissen 

1. Elke lidstaat wijst ten minste twee verbindingsfunctionarissen [van hun nationale cyberbeveiligingsautoriteit] aan als gedetacheerde nationale deskundigen bij Enisa om overeenkomstig artikel 59, lid 2, op zijn zetel of zijn lokale kantoor te werken. De Commissie kan ook een verbindingsfunctionaris aanwijzen.

2. De door hun lidstaat aangewezen nationale verbindingsfunctionarissen hebben op grond van deze verordening het recht om bij hun lidstaten alle relevante informatie op te vragen en deze te ontvangen, met volledige inachtneming van het nationale recht of de nationale praktijk van hun lidstaten, met name wat gegevensbescherming en geheimhoudingsregels betreft.

— Enisa

— Lidstaten 

Het aanwijzen van verbindingsfunctionarissen en het delen van informatie 

Gegevensverwerking 

Gegevensstroom

 Artikel 67

Behandeling van gerubriceerde informatie

 

Enisa stelt na overleg met de Commissie beveiligingsvoorschriften vast en past daarbij de beveiligingsbeginselen toe die zijn vervat in de veiligheidsvoorschriften van de Commissie voor de bescherming van gevoelige niet-gerubriceerde gegevens en EUCI, als vermeld in Besluiten (EU, Euratom) 2015/443 en 2015/444. De veiligheidsvoorschriften van Enisa bevatten bepalingen voor de uitwisseling, verwerking en opslag van dergelijke informatie.

— Enisa

— Raad van bestuur 

— Europese Commissie 

Het behandelen van gerubriceerde informatie

Gegevensverwerking

Gegevensstroom

Artikelen 68, 69, 70

Samenwerking met entiteiten van de Unie en nationale autoriteiten

Samenwerken met belanghebbenden

Samenwerking met derde landen 

Enisa werkt samen en wisselt informatie uit over kwesties op het gebied van cyberbeveiliging met relevante entiteiten van de Unie, markttoezichtautoriteiten en toezichthoudende autoriteiten; belanghebbenden; bevoegde autoriteiten uit derde landen of internationale organisaties   

— Enisa

— Europol 

— ECCC

— Europees Comité voor gegevensbescherming

— Algemeen publiek

— Raad

Het delen van informatie

Gegevensstroom

Artikel 72 betreffende openbaar toegankelijke informatie en raadpleging over de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen

2.    De Commissie onderhoudt en actualiseert regelmatig een speciale website met informatie over de volgende aspecten:

a)    Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen die met het oog op ontwikkeling worden aangevraagd;

b)    strategische prioriteiten voor de harmonisatie van ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of beveiligingsvoorschriften uit hoofde van de wetgeving van de Unie, met inbegrip van mogelijke terreinen waarvoor een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling kan worden aangevraagd.

3.    De Commissie maakt op de in lid 2 van dit artikel bedoelde website de informatie openbaar over haar verzoek aan Enisa om een potentiële regeling als bedoeld in artikel 73 op te stellen en haar besluit om een door Enisa overeenkomstig artikel 74, lid 7, toegezonden potentiële regeling te aanvaarden, af te wijzen of stop te zetten.

— Europese Commissie 

— Algemeen publiek

— Enisa

 

Het bijhouden van de informatie op de website.

Hiermee wordt de Commissie verplicht informatie te verstrekken op een openbaar toegankelijke website en doorlopend daarmee samenhangende activiteiten op het gebied van gegevensbeheer te verlenen.

Digitale overheidsdienst 

Digitale oplossing 

Artikel 72 betreffende openbaar toegankelijke informatie en raadpleging over de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen

 

Tijdens de opstelling van een potentiële regeling door Enisa overeenkomstig artikel 74 kunnen het Europees Parlement en de Raad de Commissie, in haar hoedanigheid van voorzitter van de EGC, en Enisa verzoeken om relevante informatie over het ontwerp van potentiële regeling te verstrekken. Op verzoek van het Europees Parlement of de Raad kan Enisa, in overleg met de Commissie, en onverminderd artikel 54, relevante delen van een ontwerp van potentiële regeling ter beschikking stellen van het Europees Parlement en de Raad op een wijze die past bij het vereiste vertrouwelijkheidsniveau, en in voorkomend geval op beperkte wijze.

Het Europees Parlement en de Raad kunnen de Commissie en Enisa verzoeken kwesties te bespreken met betrekking tot de uitvoering van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen voor ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten.

— Enisa

— Raad van de EU

— Europees Parlement

Het verzoeken om en verzenden van informatie over een door Enisa opgesteld ontwerp van potentiële regeling

Gegevensstromen

Artikel 73

Verzoek om een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling 

Artikel 74

Voorbereiding en vaststelling van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen

(vallend onder artikel 17) 

Artikel 73

1. De Commissie kan Enisa verzoeken een potentiële Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling voor ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten voor te bereiden.

In naar behoren gemotiveerde gevallen kan de EGC de Commissie voorstellen een in lid 1 bedoeld verzoek in te dienen.

4. Bij het opstellen van het in lid 1 bedoelde verzoek raadpleegt de Commissie Enisa en de EGC naar behoren en houdt zij rekening met de standpunten van alle belanghebbenden en andere entiteiten van de Unie, in voorkomend geval met inbegrip van die welke relevant zijn uit hoofde van de wetgeving van de Unie waarin een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling een vermoeden van conformiteit vestigt.

Artikel 74

3. Bij de opstelling van de potentiële regeling werkt Enisa nauw samen met de EGC. De EGC verleent Enisa bijstand en deskundig advies met betrekking tot de opstelling van de potentiële regeling en, in voorkomend geval, een ondersteunende technische specificatie.

Enisa verzoekt de leden van de EGC een schriftelijk advies over de potentiële regeling te verstrekken. 

4. Enisa raadpleegt de belanghebbenden tijdig door middel van een formele, open, transparante en inclusieve raadplegingsprocedure. 

Enisa werkt ook samen met relevante overheidsinstanties in de lidstaten en met relevante entiteiten van de Unie om hun deskundig advies in te winnen met betrekking tot de opstelling van de potentiële regeling en, in voorkomend geval, een ondersteunende technische specificatie.

6. Enisa stuurt de potentiële regeling uiterlijk zestig dagen na de datum van het in lid 5 bedoelde verzoek toe aan de Commissie.

7. Bij ontvangst van de potentiële regeling beoordeelt de Commissie of de regeling beantwoordt aan het overeenkomstig artikel 73 ingediende verzoek. 

8.    Indien de Commissie een potentiële regeling overeenkomstig lid 7, punt b), terugverwijst naar Enisa voor herziening, zijn de leden 4, 5 en 7 van dit artikel van overeenkomstige toepassing.

 

— Europese Commissie 

— Enisa

— EGC

— Deskundige belanghebbenden

Het opstellen van een verzoek en certificeringsregeling en de daarmee samenhangende raadpleging van belanghebbenden

Gegevensverwerking 

Gegevensstromen

Digitale overheidsdienst 

(vallend onder artikel 17)

Artikel 75

Instandhouding van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling

2. Enisa zorgt, in samenwerking met de Commissie en met steun van de EGC en haar relevante subgroep voor instandhouding, voor de instandhouding van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen, onder meer met het oog op de mogelijke herziening van dergelijke regelingen door de Commissie. Enisa werkt samen en wisselt informatie uit met relevante entiteiten en groepen van de Unie met betrekking tot instandhoudingsactiviteiten. 

5. De EGC kan een advies uitbrengen over de instandhouding van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen.

— Europese Commissie 

— Enisa

— EGC

— Conformiteitsbeoordelingsinstanties

 

Instandhouding is een taak van Enisa. Dit omvat periodieke hybride of onlinevergaderingen, het verzamelen van informatie en het analyseren en delen van gegevens (met betrekking tot een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling)

Gegevensverwerking

Gegevensstroom

Artikel 76

Evaluatie, herziening en intrekking van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling

1. Ten minste om de vier jaar na de inwerkingtreding van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling evalueert Enisa het effect en de doeltreffendheid van die regeling, in samenwerking met de relevante subgroep voor instandhouding van de EGC en rekening houdend met de feedback van belanghebbenden. Enisa verricht de evaluatie door uitvoering van de marktanalyse overeenkomstig artikel 8, lid 1.

3. Bij het herzien of intrekken van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen raadpleegt de Commissie Enisa, de EGC en haar relevante subgroep voor instandhouding, en houdt zij rekening met de standpunten van belanghebbenden en andere entiteiten van de Unie. 

4. De EGC kan een advies uitbrengen over de herziening of intrekking van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling. De Commissie houdt daar bij de herziening of intrekking van de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling terdege rekening mee. 

 

— Europese Commissie 

— Enisa

— EGC

De Commissie herziet de regelingen waarbij zij de belanghebbenden raadpleegt.

Gegevensverwerking

Gegevensstroom

Artikel 77 

Technische specificaties in Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen

3.    Wanneer in een Europese regeling voor cyberbeveiligingscertificering als bedoeld in artikel 74, lid 10, naar technische specificaties wordt verwezen, worden deze beschikbaar gesteld op de in artikel 79 bedoelde website.

4. In naar behoren gemotiveerde gevallen, met name wanneer de technische specificaties informatie bevatten die de beveiliging van gecertificeerde ICT-producten, -diensten of -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten in gevaar kan brengen, worden zij alleen verspreid onder de belanghebbenden waarop de voorschriften van de regeling van toepassing zijn. Naar een dergelijke regeling wordt niet verwezen in een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling als bedoeld in artikel 74, lid 10.

— Enisa

— Lidstaten

— Conformiteitsbeoordelingsinstanties

 

Het verstrekken van informatie op de certificeringswebsite van Enisa

Gegevensstroom

Digitale overheidsdienst

 

Artikel 79 

Website over Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen

1. Enisa organiseert activiteiten om het gebruik van vastgestelde Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen te bevorderen, onder meer door de in lid 2 van dit artikel bedoelde website te onderhouden.

2. Enisa onderhoudt en actualiseert regelmatig een speciale website met openbaar toegankelijke informatie over het volgende:

a)    Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen;

b)    de vergoedingen in verband met de instandhouding van elke Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling;

c) de relevante technische specificaties van Enisa;

d)    Europese cyberbeveiligingscertificaten en EU-conformiteitsverklaringen, met inbegrip van informatie over dergelijke certificaten en verklaringen die niet langer geldig zijn of die zijn opgeschort, ingetrokken of verlopen;

e)    relevante aanvullende cyberbeveiligingsinformatie overeenkomstig artikel 84, lid 2;

f)    samenvattingen van collegiale toetsingen overeenkomstig artikel 89, lid 7;

g)    technische specificaties waarnaar wordt verwezen in een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling overeenkomstig artikel 74, lid 10.

3. Waar van toepassing staan op de in lid 2 bedoelde website ook de nationale cyberbeveiligingscertificeringsregelingen die zijn vervangen door een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling. 

— Enisa

— Lidstaten

— Conformiteitsbeoordelingsinstanties

Het onderhouden van de informatie op de website houdt in dat Enisa gegevens moet verzamelen, verwerken en bijhouden voor uitgebreide databases met certificeringsinformatie, een taak die aanhoudende activiteiten op het gebied van gegevensbeheer vereist.

Digitale overheidsdienst

Digitale oplossing

Gegevensverwerking

Gegevensstroom

 

Artikel 81

Elementen van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen

5. De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen met gemeenschappelijke beginselen en modelbepalingen voor de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde elementen in alle Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen. Indien passend en beschikbaar kan een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling verwijzingen naar die beginselen en modelbepalingen bevatten.

De in lid 5 bedoelde uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 118, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. Bij de ontwikkeling of herziening van de gemeenschappelijke beginselen en modelbepalingen voor de elementen van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen raadpleegt de Commissie Enisa en houdt zij in voorkomend geval rekening met de standpunten van de EGC, belanghebbenden en andere relevante organen.

— Enisa

— Algemeen publiek

— Autoriteiten van lidstaten 

Raadpleging van belanghebbenden die gegevensstromen en -verwerking vereist

Gegevensstroom

Gegevensverwerking

Artikel 83

Conformiteitszelfbeoordeling

3. De fabrikant of aanbieder van ICT-producten, -diensten of -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de entiteit waarvan de cyberbeveiligingspositie onderworpen is aan certificering, stelt de EU-conformiteitsverklaring, de technische documenten en alle andere relevante informatie over de conformiteit van de ICT-producten, -diensten, -processen, beheerde beveiligingsdiensten of cyberbeveiligingspositie met de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling ter beschikking van de overeenkomstig artikel 89 aangewezen nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit voor de termijn die in die regeling is vastgesteld. Aan de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit en aan Enisa wordt onverwijld een kopie van de EU-conformiteitsverklaring voorgelegd.

— Enisa

— Algemeen publiek

— Autoriteiten van lidstaten 

Het ter beschikking stellen van informatie; het delen van gegevens. 

De gedeelde gegevens vereisen verwerking door Enisa en autoriteiten van de lidstaten

Gegevensstroom

Gegevensverwerking

Artikel 84

Aanvullende cyberbeveiligingsinformatie voor gecertificeerde ICT-producten, -diensten en -processen

1. De fabrikant of aanbieder van ICT-producten, -diensten of -processen waarvoor een EU-conformiteitsverklaring of een Europees cyberbeveiligingscertificaat is afgegeven, maakt de volgende aanvullende cyberbeveiligingsinformatie openbaar.

— Fabrikant of aanbieder van ICT-producten, -diensten of -processen

— Algemeen publiek

— Conformiteitsbeoordelingsinstanties

Het in elektronische vorm openbaar maken van informatie.  

Gegevensstroom

Artikel 85

Afgifte van Europese cyberbeveiligingscertificaten

2. De in artikel 91 bedoelde conformiteitsbeoordelingsinstanties geven Europese cyberbeveiligingscertificaten af op basis van de criteria die zijn opgenomen in de op grond van artikel 74 vastgestelde Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling.

6. De natuurlijke of rechtspersoon die zijn ICT-producten, -diensten of -processen of beheerde beveiligingsdiensten aan certificering onderwerpt, of de entiteit die de certificering van haar cyberbeveiligingspositie aanvraagt, stelt aan de overeenkomstig artikel 89 aangewezen nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit, indien deze autoriteit de instantie is die het Europees cyberbeveiligingscertificaat afgeeft, of aan de in artikel 91 bedoelde conformiteitsbeoordelingsinstantie, alle informatie ter beschikking die nodig is voor de uitvoering van de certificering.

7. Conformiteitsbeoordelingsinstanties en, in voorkomend geval, nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten, stellen Enisa onverwijld in kennis van hun besluiten die van invloed zijn op de status van Europese cyberbeveiligingscertificaten en EU-conformiteitsverklaringen overeenkomstig artikel 94.

8. De houder van een Europees cyberbeveiligingscertificaat stelt de conformiteitsbeoordelingsinstantie en, in voorkomend geval, de in lid 7 bedoelde nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit, in kennis van later vastgestelde kwetsbaarheden of non-conformiteiten met betrekking tot het gecertificeerde ICT-product, de gecertificeerde ICT-dienst, het gecertificeerde ICT-proces, de gecertificeerde beheerde beveiligingsdienst of de gecertificeerde cyberbeveiligingspositie van de entiteit, die waarschijnlijk gevolgen hebben voor de conformiteit ervan met het certificaat. Die instantie zendt die informatie onverwijld door aan de betrokken nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit en beoordeelt het effect op het certificaat volgens de in artikel 81, punt f), bedoelde voorwaarden van de regeling.

— Enisa

— Algemeen publiek

— Autoriteiten van lidstaten

— Conformiteitsbeoordelingsinstanties

Het delen van voor certificeringsprocessen relevante informatie

Gegevensstroom

Gegevensverwerking

Artikel 86

Nationale cyberbeveiligingscertificeringsregelingen

4. De lidstaten stellen de Commissie en de EGC in kennis alvorens nieuwe nationale cyberbeveiligingscertificeringsregelingen voor ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten en de cyberbeveiligingspositie van entiteiten vast te stellen.

— Enisa

— Lidstaten

— Europese Commissie

Het delen van informatie

Gegevensstroom

Artikel 88

Nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten 

2. Elke lidstaat stelt de Commissie in kennis van de identiteit van de aangewezen nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten. Wanneer een lidstaat meer dan één autoriteit aanwijst, stelt hij de Commissie ook in kennis van de aan elk van die autoriteiten toegewezen taken.

6. De nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten:

c)    zien in samenwerking met de betrokken markttoezichtautoriteiten toe op de naleving en handhaving van de verplichtingen van de fabrikanten of aanbieders van ICT-producten, -diensten of -processen, beheerde beveiligingsdiensten of entiteiten waarvan de cyberbeveiligingspositie overeenkomstig deze verordening is gecertificeerd, die op hun respectieve grondgebied zijn gevestigd en conformiteitszelfbeoordelingen uitvoeren in het kader van de overeenkomstige Europese

cyberbeveiligingscertificeringsregeling;

d)    verlenen, onverminderd artikel 91, lid 3, actieve bijstand en ondersteuning aan de nationale accreditatie-instanties of andere relevante autoriteiten bij de monitoring van en het toezicht op de werkzaamheden van de conformiteitsbeoordelingsinstanties voor de toepassing van deze verordening;

e)    werken samen met de Europese Commissie wanneer de bekwaamheid van een conformiteitsbeoordelingsinstantie op grond van artikel 94 wordt aangevochten; 

f)    monitoren en houden toezicht op de werkzaamheden van de in artikel 85, lid 3, bedoelde openbare instanties;

g)    machtigen in voorkomend geval conformiteitsbeoordelingsinstanties overeenkomstig artikel 93, zien toe op de naleving en handhaving van de verplichtingen van conformiteitsbeoordelingsinstanties met betrekking tot de specifieke of aanvullende voorschriften die zijn vastgesteld in Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen overeenkomstig artikel 81, lid 3, punt f), en zorgen voor de beperking, schorsing of intrekking van bestaande machtigingen wanneer conformiteitsbeoordelingsinstanties niet aan de vereisten van deze verordening voldoen;

h)    behandelen klachten van natuurlijke of rechtspersonen over door de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten of overeenkomstig [artikel 85, lid 4] door conformiteitsbeoordelingsinstanties afgegeven Europese cyberbeveiligingscertificaten, of over uit hoofde van artikel 83 afgegeven EU-conformiteitsverklaringen, onderzoeken, voor zover passend, de inhoud van dergelijke klachten, en stellen de klager binnen een redelijke termijn in kennis van de voortgang en het resultaat van het onderzoek;

i)    dienen ieder jaar uiterlijk op 31 maart [jaar van inwerkingtreding + twaalf maanden] een jaarverslag over hun belangrijkste activiteiten in bij de Commissie, Enisa en de EGC, en stellen deze verslagen ter beschikking van het team voor collegiale toetsing wanneer de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit onderworpen is aan collegiale toetsing overeenkomstig artikel 89;

j)    werken samen met andere nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten, markttoezichtautoriteiten of andere overheidsinstanties, onder meer door informatie uit te wisselen over de mogelijke niet-conformiteit van ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten met de voorschriften van deze verordening of met de voorschriften van specifieke Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen;

k)    volgen de relevante ontwikkelingen op het gebied van cyberbeveiligingscertificering.

 

8. Nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten werken samen met elkaar en met de Commissie en wisselen met name informatie, ervaringen en goede praktijken uit op het vlak van cyberbeveiligingscertificering en technische vraagstukken met betrekking tot de cyberbeveiliging van ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten en de cyberbeveiligingspositie van entiteiten.

9.    Uiterlijk op [inwerkingtreding + zes maanden] ontwikkelt Enisa in samenwerking met de Commissie en de EGC een model voor het in lid 6, punt i), van dit artikel bedoelde verslag.

— Enisa

— Autoriteiten van lidstaten

— Europese Commissie

— Algemeen publiek

— Conformiteitsbeoordelingsinstanties

De lidstaten stellen de Commissie in kennis van de aangewezen nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten.

De autoriteiten van de lidstaten voeren verschillende taken uit op het gebied van monitoring, toezicht en samenwerking die gegevensstromen en -verwerking vereisen.

Gegevensstroom

Gegevensverwerking

Artikel 89

Collegiale toetsing

5. Enisa ondersteunt de organisatie van het mechanisme voor collegiale toetsing en van de collegiale toetsingen zelf, onder meer door in samenwerking met de Commissie en de EGC relevante richtsnoeren en modellen te ontwikkelen.

7. Het eindverslag, met inbegrip van eventuele richtsnoeren of aanbevelingen, en de samenvatting van de collegiale toetsing worden onderzocht door de EGC, die de samenvatting bekrachtigt voor bekendmaking op de in artikel 79, lid 2, bedoelde website.

— EU

— Enisa

— EGC

Het online openbaar maken van gegevens

Gegevensstroom

Gegevensverwerking

 

Artikel 90

Europese Groep voor cyberbeveiligingscertificering (EGC)

3. De EGC heeft de volgende taken:

[verwijzing naar andere artikelen]

h)    de relevante ontwikkelingen op het gebied van cyberbeveiligingscertificering bestuderen, onder meer op nationaal niveau overeenkomstig artikel 86, en informatie en goede praktijken op het gebied van cyberbeveiligingscertificeringsregelingen uitwisselen;

i)de samenwerking tussen nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten in het kader van de regels van deze titel vergemakkelijken door middel van capaciteitsopbouw en informatie-uitwisseling, met name met betrekking tot aangelegenheden in verband met cyberbeveiligingscertificering;

[verwijzing naar andere artikelen]

k)    de onderlinge afstemming van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen en internationaal erkende normen vergemakkelijken, onder meer in het kader van de instandhouding van bestaande Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen en, in voorkomend geval, het doen van aanbevelingen aan Enisa om betrekkingen met relevante Europese of internationale normalisatieorganisaties aan te knopen om tekortkomingen of hiaten in beschikbare Europese of internationaal erkende normen aan te pakken

— Lidstaten

— Enisa

— Europese Commissie 

Het analyseren en delen van informatie, en samenwerking tussen de autoriteiten van lidstaten en internationale organisaties op het gebied van Europese cyberbeveiligingscertificering

Gegevensverwerking

Gegevensstroom

Artikel 92

Aanvullende harmonisatie van de bekwaamheid van conformiteitsbeoordelingsinstanties

4. Wanneer een nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit een verzoek ontvangt overeenkomstig lid 3, stelt zij de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit van de lidstaat van vestiging van de verzoekende conformiteitsbeoordelingsinstantie daarvan in kennis. In dergelijke gevallen kan de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit van die lidstaat als waarnemer aan de machtiging deelnemen.

— Autoriteiten van lidstaten

— Conformiteitsbeoordelingsinstanties

Het delen en bewaren van informatie

Gegevensstroom

Gegevensverwerking

Artikel 93

Aanmeldingen van conformiteitsbeoordelingsinstanties

1. Voor elke Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling stellen de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten van een lidstaat de Commissie en de andere lidstaten in kennis van de conformiteitsbeoordelingsinstanties die overeenkomstig artikel 92 zijn geaccrediteerd en, in voorkomend geval, gemachtigd.

2. De nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten voeren de in lid 1 bedoelde aanmelding uit met behulp van het door de Commissie ontwikkelde en beheerde elektronische aanmeldingsinstrument.

— Enisa

— Lidstaten

— Europese Commissie

— Conformiteitsbeoordelingsinstanties

Aanmeldingen van geaccrediteerde en gemachtigde conformiteitsbeoordelingsinstanties

Gegevensstromen

Gegevensverwerking

Artikel 94

Betwisting van de bekwaamheid van conformiteitsbeoordelingsinstanties

1.1. De Commissie onderzoekt alle gevallen waarin zij twijfelt of wordt gewezen op twijfels over de bekwaamheid van een conformiteitsbeoordelingsinstantie om aan de vereisten te voldoen en haar verantwoordelijkheden na te komen, of over de vraag of een conformiteitsbeoordelingsinstantie nog aan de vereisten voldoet en haar verantwoordelijkheden nakomt.

2. De nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit verstrekt de Commissie op verzoek alle informatie over de grondslag van de aanmelding of het op peil houden van de bekwaamheid van de betrokken conformiteitsbeoordelingsinstantie.

3. De Commissie zorgt ervoor dat alle tijdens haar onderzoek ontvangen gevoelige informatie vertrouwelijk wordt behandeld. 

4. Wanneer de Commissie vaststelt dat een conformiteitsbeoordelingsinstantie niet of niet meer aan de aanmeldingsvereisten voldoet, brengt zij de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit daarvan op de hoogte en verzoekt zij haar de nodige corrigerende maatregelen te nemen en zo nodig de aanmelding in te trekken.

— Europese Commissie

— Lidstaten

— Enisa

Betwisting van de bekwaamheid van conformiteitsbeoordelingsinstanties

Gegevensstroom

Gegevensverwerking

Digitale overheidsdienst 

Artikel 95

Informatie- en bewaarplicht voor conformiteitsbeoordelingsinstanties

1. Conformiteitsbeoordelingsinstanties stellen de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit in kennis van het volgende:

a)    elke weigering, beperking, schorsing of intrekking van een certificaat;

b)    omstandigheden die van invloed zijn op de reikwijdte van en de voorwaarden voor de in artikel 93, lid 1, bedoelde aanmelding;    

c)    informatieverzoeken over conformiteitsbeoordelingsactiviteiten die zij van markttoezichtautoriteiten ontvangen;

d)    op verzoek, de binnen de werkingssfeer van hun aanmelding verrichte conformiteitsbeoordelingsactiviteiten en andere activiteiten, waaronder grensoverschrijdende activiteiten en onderaanneming.

2. Conformiteitsbeoordelingsinstanties verstrekken Enisa ook de in lid 1, punt a), bedoelde informatie om de uitvoering van hun taak uit hoofde van artikel 79 te vergemakkelijken.

3. Conformiteitsbeoordelingsinstanties verstrekken de andere conformiteitsbeoordelingsinstanties uit hoofde van deze verordening die soortgelijke conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verrichten voor dezelfde ICT-producten, -diensten of -processen, beheerde beveiligingsdiensten of entiteiten waarvan de cyberbeveiligingspositie wordt gecertificeerd, onverwijld relevante informatie over kwesties in verband met negatieve en, op verzoek, positieve conformiteitsbeoordelingsresultaten.

4. Conformiteitsbeoordelingsinstanties houden een registratiesysteem bij met alle documenten en bewijsstukken die zij in verband met elke door hen uitgevoerde beoordeling en certificering hebben overgelegd of ontvangen. Het register wordt op een beveiligde en toegankelijke manier opgeslagen gedurende de periode die nodig is voor certificeringsdoeleinden en gedurende ten minste vijf jaar na de vervaldatum of intrekking van een relevant Europees cyberbeveiligingscertificaat.

— Autoriteiten van lidstaten

— Conformiteitsbeoordelingsinstanties

Uitwisseling van informatie door de conformiteitsbeoordelingsinstanties

Gegevensstroom

Gegevensverwerking

Artikel 96

Recht om een klacht in te dienen en recht op een doeltreffende voorziening in rechte 

2. De autoriteit of instantie waarbij de klacht is ingediend, stelt de klager in kennis van de voortgang van de procedure, van het genomen besluit, en van het recht op een doeltreffende voorziening in rechte als bedoeld in de leden 3 en 4.

4. Procedures op grond van dit artikel worden ingesteld bij een gerechtelijke instantie van de lidstaat waar de autoriteit of instantie jegens welke de voorziening in rechte wordt verzocht, is gevestigd.

— Autoriteiten van lidstaten

— Europese Commissie

— Algemeen publiek

— Certificaathouders

Informatiestroom tussen autoriteiten en het algemeen publiek met betrekking tot klachten; 

procedures bij een gerechtelijke instantie van de lidstaat

Gegevensstroom

Artikel 97

Sancties 

De lidstaten stellen de Commissie onverwijld van die voorschriften en maatregelen in kennis en delen haar alle latere wijzigingen daarvan mee.

— Autoriteiten van lidstaten

— Europese Commissie

Informatiestroom met betrekking tot de kennisgeving van sancties door de lidstaten aan de Commissie

Gegevensstroom

Artikel 99

Beveiligingsrisicobeoordelingen

De Commissie of ten minste drie lidstaten kunnen de NIS-samenwerkingsgroep verzoeken binnen zes maanden gecoördineerde beveiligingsrisicobeoordelingen uit te voeren. De Commissie kan om kortere termijnen vragen. In de risicobeoordelingen worden risicoscenario’s ontwikkeld op basis van gegevensanalyses.

Opstelling van de gecoördineerde beveiligingsrisicobeoordelingen.

In gevallen die een onmiddellijk optreden rechtvaardigen, raadpleegt de Commissie onverwijld de lidstaten en voert zij een risicobeoordeling uit.

Besluiten met betrekking tot de toepassing van risicobeoordelingen (verwerken/analyseren van gegevens).

— Europese Commissie

— Lidstaten

— NIS-samenwerkingsgroep

— Enisa

Het opvragen en ontvangen van informatie; gegevensanalyse ten behoeve van gecoördineerde beveiligingsrisicobeoordelingen;

het raadplegen van de lidstaten en uitvoeren van een risicobeoordeling

Gegevensverwerking

Gegevensstroom

Artikel 100, leden 1 en 2
Aanwijzing van derde landen die aanleiding geven tot bezorgdheid over cyberbeveiliging

1. Wanneer uit de in artikel 99 bedoelde beveiligingsrisicobeoordeling of uit andere bronnen, zoals een publieke verklaring namens de Unie of een lidstaat, blijkt dat een derde land een ernstig en structureel niet-technisch risico voor ICT-toeleveringsketens oplevert, verifieert de Commissie de van dat land uitgaande dreiging, rekening houdend met een reeks elementen, met de verwerking/analyse van gegevens tot gevolg.

2. Wanneer de Commissie naar aanleiding van de in lid 1 bedoelde verificatie concludeert dat een derde land ernstige en structurele niet-technische risico’s voor ICT-toeleveringsketens met zich meebrengt, kan zij dat derde land door middel van een uitvoeringshandeling aanwijzen als een land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging voor ICT-toeleveringsketens, met de verwerking/analyse van gegevens tot gevolg.

— Lidstaten

— Europese Commissie

Het ontvangen, analyseren en uitwisselen van informatie

Gegevensstromen

Gegevensverwerking

Artikel 101

Algemeen mechanisme voor ICT-toeleveringsketens

Artikel 102

Identificatie van belangrijke ICT-activa

Artikel 103

Beperkende maatregelen in de ICT-toeleveringsketens

1. Indien de NIS-samenwerkingsgroep een op Unieniveau gecoördineerde beveiligingsrisicobeoordeling heeft uitgevoerd overeenkomstig artikel 99, leden 1 en 2, van deze verordening, of na voltooiing van de procedure in geval van een significante cyberdreiging overeenkomstig artikel 99, lid 3, kan de Commissie maatregelen nemen als bedoeld in de artikelen 102 en 103.

De Commissie is gemachtigd uitvoeringshandelingen vast te stellen voor het identificeren van belangrijke ICT-activa en beperkende maatregelen, met inbegrip van beperkingen en verbodsbepalingen met betrekking tot ICT-toeleveringsketens (zie afdeling 4.5 hieronder). Bij de voorbereiding op dit proces neemt de Commissie verschillende aspecten in overweging die de verwerking/analyse van gegevens, en in sommige gevallen gegevensstromen, tot gevolg hebben:

Artikel 102, punten a) tot en met f)

Artikel 103, lid 4, punten a) tot en met d)

Artikel 103, lid 6

— Europese Commissie

— NIS-samenwerkingsgroep

— Belanghebbenden

Analyse/verwerking van gegevens; raadpleging van belanghebbenden

Gegevensverwerking

Gegevensstroom

Artikel 104

Identificatie van leveranciers met een hoog risico

De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen lijsten op van leveranciers met een hoog risico die relevant zijn voor de verbodsbepalingen die zijn vastgelegd in de overeenkomstig artikel 103, lid 1, vastgestelde uitvoeringshandelingen, of de in artikel 111, lid 1, bedoelde verbodsbepaling.

De Commissie brengt de leveranciers in kaart die zich bezighouden met de levering van ICT-componenten en componenten die ICT-componenten bevatten en verricht een eerste beoordeling om vast te stellen welke leveranciers mogelijk zijn gevestigd in of onder zeggenschap staan van uit hoofde van artikel 100 aangewezen derde landen. De Commissie beoordeelt de plaats van vestiging alsook de eigendoms- en zeggenschapsstructuur.

De Commissie heeft het recht de nodige informatie op te vragen bij de leveranciers en deelt de voorlopige bevindingen betreffende de vestigings-, eigendoms- en zeggenschapsbeoordeling met de betrokken leverancier en stelt de leverancier in de gelegenheid te worden gehoord.

De Commissie kan een bevoegde autoriteit verzoeken de eerste vestigings-, eigendoms- en zeggenschapsbeoordeling van een leverancier uit te voeren, indien dit gerechtvaardigd is in het licht van de kenmerken van de activiteiten van deze leverancier. Een bevoegde autoriteit kan aanbieden een dergelijke eerste beoordeling uit te voeren. De Commissie controleert deze eerste bevindingen om te beslissen of de leverancier moet worden opgenomen in de lijst van leveranciers met een hoog risico.

De Commissie werkt de lijsten van leveranciers met een hoog risico regelmatig bij met het oog op de schrapping of toevoeging van leveranciers met een hoog risico. In de lijst opgenomen leveranciers met een hoog risico kunnen de Commissie verzoeken hun vestigings-, zeggenschaps- en eigendomsstructuur opnieuw te beoordelen nadat zij het bewijs hebben geleverd dat er relevante wijzigingen zijn doorgevoerd.

— Europese Commissie

— Bevoegde autoriteiten

— Leveranciers

Analyse/verwerking van gegevens; raadpleging van bevoegde autoriteiten, raadpleging van leveranciers

Gegevensverwerking

Gegevensstroom

Artikel 105

Vrijstelling voor entiteiten die zijn gevestigd in of onder zeggenschap staan van entiteiten uit een derde land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging

Artikel 108

Vertrouwelijkheid

(1) Een entiteit die is gevestigd in of onder zeggenschap staat van een derde land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging, kan bij de Commissie een met redenen omkleed verzoek indienen.

(3) De Commissie zal dit verzoek beoordelen en een besluit vaststellen, rekening houdend met verschillende aspecten die de analyse van gegevens tot gevolg hebben (artikel 105, leden 3 en 4)

De door de Commissie verkregen informatie wordt uitsluitend gebruikt voor het doel waarvoor zij is verkregen.

— Europese Commissie

— Entiteiten die zijn gevestigd in of onder zeggenschap staan van entiteiten uit een derde land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging

Ontvangst van het verzoek door de Commissie; analyseren van gegevens

Gegevensstroom

Gegevensverwerking

Artikel 107

Register

De Commissie houdt een openbaar register bij van haar in artikel 105 bedoelde besluiten. Het register bevat de namen van de entiteiten die het voorwerp zijn geweest van deze besluiten.

— Europese Commissie

— Entiteiten die zijn gevestigd in of onder zeggenschap staan van een derde land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging

Het bijhouden van een openbaar register door de Commissie

Digitale oplossing

Artikel 111

Verbodsbepalingen betreffende mobiele, vaste en satellietnetwerken voor elektronische communicatie

De krachtens deze verordening aangewezen bevoegde autoriteit stelt de krachtens Verordening (EU) XX/XXXX [voorstel voor de wet inzake digitale netwerken] aangewezen bevoegde autoriteit onverwijld in kennis van de maatregelen die aan aanbieders van mobiele, vaste en satellietnetwerken voor elektronische communicatie zijn opgelegd.

— Bevoegde autoriteit in de zin van artikel 9 of artikel 20 van Verordening (EU) XX/XXXX [voorstel voor de wet inzake digitale netwerken]

— Aanbieders van mobiele, vaste en satellietnetwerken voor elektronische communicatie

Informatiestroom van de bevoegde autoriteit richting de entiteiten met betrekking tot machtigingen

Gegevensstroom

Artikel 112, leden 1 en 4.

Bevoegde autoriteiten

(1) Elke lidstaat wijst een of meer bevoegde autoriteiten aan die verantwoordelijk zijn voor de in artikel 114 bedoelde toezichts- en handhavingstaken.

(4) Elke lidstaat stelt de Commissie onverwijld in kennis van de namen van de overeenkomstig lid 1 aangewezen bevoegde autoriteiten, van de respectieve taken van die autoriteiten en van eventuele latere wijzigingen daarvan. Daarnaast maakt elke lidstaat de namen van de overeenkomstig lid 1 aangewezen bevoegde autoriteiten bekend.

 

— Lidstaten

— Europese Commissie

— Algemeen publiek

Het door de lidstaten aanwijzen van de bevoegde autoriteiten en kennisgeving aan de Commissie

Gegevensstroom

Artikel 113

Netwerk voor samenwerking en ondersteunende diensten van de Commissie

1. De Commissie richt een netwerk op voor samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de Commissie, dat als platform voor samenwerking en informatie-uitwisseling fungeert. De Commissie verleent de administratieve ondersteuning aan het netwerk.

2. Ter ondersteuning van de lidstaten bij hun toezichtstaken beoordeelt de Commissie of leveranciers waarop mogelijk specifieke verbodsbepalingen van toepassing zijn, gevestigd zijn in of onder zeggenschap staan van overeenkomstig artikel 100 aangewezen derde landen die aanleiding geven tot bezorgdheid over cyberbeveiliging. De bevoegde autoriteit deelt in dat kader relevante informatie met de Commissie.

3. Met het oog op de beoordeling heeft de Commissie het recht de nodige informatie op te vragen bij de leveranciers waarop mogelijk specifieke verbodsbepalingen van toepassing zijn en die gevestigd zijn in of onder zeggenschap staan van overeenkomstig artikel 100 aangewezen derde landen die aanleiding geven tot bezorgdheid over cyberbeveiliging.

4. Na afronding van een beoordeling deelt de Commissie de bevindingen met de bevoegde autoriteiten binnen het uit hoofde van lid 1 opgerichte netwerk. De bevoegde autoriteiten stellen de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 bedoelde soorten entiteiten tijdig in kennis van de bevindingen.

5. Wanneer een bevoegde autoriteit constateert dat een leverancier waarop mogelijk specifieke verbodsbepalingen van toepassing zijn en die gevestigd is in of onder zeggenschap staat van derde landen die aanleiding geven tot bezorgdheid over cyberbeveiliging, niet aan een beoordeling is onderworpen, stelt zij de Commissie hiervan onverwijld in kennis.

— Europese Commissie

— Bevoegde autoriteiten

— De in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 bedoelde soorten entiteiten

Beoordeling door de Commissie van leveranciers en het delen van de bevindingen met de bevoegde autoriteiten die de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 bedoelde soorten entiteiten in kennis stellen;

het door de Commissie opvragen van informatie bij de leveranciers;

het door de bevoegde autoriteiten in kennis stellen van de Commissie

Gegevensverwerking

Gegevensstromen

Artikel 114

Toezichts- en handhavingsmaatregelen

Voorschriften voor de lidstaten om de informatiestroom met de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 bedoelde entiteiten te waarborgen.

Alvorens maatregelen vast te stellen, stellen de bevoegde autoriteiten de betrokken entiteiten in kennis van hun voorlopige bevindingen.

De bevoegde autoriteiten werken met elkaar en met de Commissie samen.

— Lidstaten

— Europese Commissie

— Entiteiten in de zin van de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555

Voorschriften ter waarborging van de informatiestroom

Gegevensstroom

Gegevensverwerking

Artikel 115

Sancties

De lidstaten stellen de Commissie van die voorschriften en maatregelen in kennis en delen haar onverwijld alle latere wijzigingen daarvan mede.

— Europese Commissie

— Lidstaten

— Kennisgeving van de lidstaten door de Commissie

Gegevensstroom

Artikel 116

Wederzijdse bijstand

Wanneer een in bijlage I of II van Richtlijn (EU) 2022/2555 vermelde entiteit diensten verricht in meer dan één lidstaat, of diensten verricht in een of meer lidstaten en haar belangrijke activa zich in een of meer andere lidstaten bevinden, werken de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten met elkaar samen en verlenen zij elkaar indien nodig bijstand.

De in punt c) van de eerste alinea bedoelde wederzijdse bijstand kan betrekking hebben op verzoeken om informatie en toezichtsmaatregelen, met inbegrip van verzoeken om inspecties ter plaatse, toezicht elders of gerichte beveiligingsaudits uit te voeren. Een bevoegde autoriteit waaraan een verzoek om bijstand is gericht, mag dat verzoek niet weigeren, tenzij wordt vastgesteld dat zij niet bevoegd is om de gevraagde bijstand te verlenen, dat de gevraagde bijstand niet in verhouding staat tot de toezichtstaken van de bevoegde autoriteit, of dat het verzoek betrekking heeft op informatie of activiteiten inhoudt die, indien ze openbaar zouden worden gemaakt of zouden worden uitgevoerd, in strijd zouden zijn met de wezenlijke belangen van de nationale of openbare veiligheid of defensie van de lidstaat. Alvorens een dergelijk verzoek af te wijzen, raadpleegt de bevoegde autoriteit de andere betrokken bevoegde autoriteiten alsmede, op verzoek van een van de betrokken lidstaten, de Commissie.

In voorkomend geval kunnen de bevoegde autoriteiten van verschillende lidstaten in onderlinge overeenstemming gezamenlijke toezichtsacties uitvoeren.

— Lidstaten

— Wederzijdse bijstand bij toezichtsmaatregelen

Gegevensstroom

Gegevensverwerking

Artikel 1, punt 8, richtlijn

Melden van ransomwareaanvallen

(Artikel 27, lid 13, NIS2)  

aan artikel 23 worden de volgende leden 12 en 13 toegevoegd

“13. De lidstaten zorgen ervoor dat in geval van een significant incident als gevolg van een ransomwareaanval, de betrokken entiteiten op verzoek van het CSIRT of, indien van toepassing, de bevoegde autoriteit via een door het CSIRT verstrekt communicatiekanaal of, indien van toepassing, de bevoegde autoriteit, melding maken van het volgende:

de vraag of de entiteit een verzoek om losgeld heeft ontvangen en zo ja, van wie;

de vraag of er losgeld is betaald en zo ja, welk bedrag met welk betaalmiddel en aan welke ontvanger of ontvangende partij, met inbegrip van de aanbieder van cryptoactiva en cryptoactivadiensten, indien van toepassing.”

— Lidstaten

— Essentiële en belangrijke entiteiten

Meldingen

Gegevensstroom

Artikel 1, punt 10, richtlijn 

Lijst en register van entiteiten

(Artikel 27, lid 1, NIS2)  

Enisa creëert en onderhoudt een register van essentiële en belangrijke entiteiten en van entiteiten die domeinnaamregistratiediensten verlenen, op basis van de informatie die is ontvangen van de centrale contactpunten in overeenstemming met lid 2.  

— Enisa

— Lidstaten (essentiële en belangrijke entiteiten uit hoofde van de NIS2-richtlijn en entiteiten die domeinnaamregistratiediensten verlenen)

Enisa creëert en onderhoudt een register

Digitale oplossing

Digitale overheidsdienst

 

Artikel 1, punt 11, richtlijn 

Lijst en register van entiteiten

(Artikel 27, lid 4, NIS2)

“4. Na ontvangst van de in artikel 3, lid 4, bedoelde informatie, zendt het centrale contactpunt van de betrokken lidstaat deze zonder onnodige vertraging door naar Enisa.” 

— Enisa

— Lidstaten

Het delen van informatie met Enisa door de lidstaten

Gegevensstroom

Artikel 1, punt 12, richtlijn

Wederzijdse bijstand 

(Artikel 37 bis, NIS2, leden 1, 2, 3) 

1. Enisa ondersteunt de lidstaten bij het verlenen van wederzijdse bijstand in de zin van artikel 37, en helpt dergelijke samenwerkingsprocessen te bevorderen voor essentiële en belangrijke entiteiten (...).

2. Enisa voert een uitgebreide analyse uit (…)  en ontwikkelt in samenwerking met de Commissie en de samenwerkingsgroep een methodologie. Het verslag wordt jaarlijks geactualiseerd.

(3) Enisa doet in voorkomend geval aanbevelingen; ontwikkelt richtsnoeren, verleent bijstand (…)  

— Enisa

— Lidstaten

— Belangrijke en essentiële entiteiten in de zin van de NIS2-richtlijn

— Europese Commissie

Enisa ondersteunt de lidstaten en helpt bij het bevorderen van het samenwerkingproces. Uitvoeren van analyses, opstellen van richtsnoeren, methodologieën, verslagen

Gegevensverwerking

Gegevensstroom

Artikel 1, punt 12, richtlijn

Wederzijdse bijstand 

(Artikel 37 bis, NIS2, lid 4) 

4. Voor de toepassing van lid 4, punt e), van dit artikel verstrekken de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten Enisa, voor zover beschikbaar, het volgende (….).

5. Indien een lidstaat wederzijdse bijstand ontvangt als bedoeld in artikel 37, lid 1, eerste alinea, punt c), stelt het centrale contactpunt Enisa in kennis van het feit dat de wederzijdse bijstand is verleend. 

— Enisa

— Lidstaten

 

Informatie-uitwisseling

Gegevensstroom

Artikel 119

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

3.    Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

— Europese Commissie

— Europees Parlement 

— Raad 

Aan het Europees Parlement en de Raad verstuurde informatie 

Gegevensstroom

Artikel 120

Evaluatie en toetsing 

1.    Uiterlijk op [DD MM YYYY], en vervolgens om de vijf jaar, geeft de Commissie opdracht tot een overeenkomstig de richtsnoeren van de Commissie uit te voeren evaluatie van de prestaties van Enisa met betrekking tot zijn doelstellingen, mandaat, opdracht, taken, governance en locatie.

5.    De Commissie brengt verslag uit aan het Europees Parlement, de Raad en de raad van bestuur over de resultaten van de evaluatie. De resultaten van de evaluatie worden openbaar gemaakt.

— Enisa

— Europese Commissie

— Algemeen publiek

Het verzamelen en analyseren van gegevens; het openbaar maken van informatie

Gegevensverwerking

Gegevensstroom

4.2.Gegevens

Korte beschrijving van de gegevens in het toepassingsgebied en eventuele daarmee verband houdende normen/specificaties 

Soort gegevens 

 

Verwijzing naar voorschrift(en) 

 

                 Standaard en/of specificatie  

                 (indien van toepassing) 

Gegevens in verband met de analyse/verslaglegging betreffende weerbaarheid op het gebied van cyberbeveiliging en de samenleving  

Artikel 5, lid 1, punten a), b), c), e), f), h) 

Artikel 5, leden 2, 3 en 4 

Artikel 6 

Artikel 7 

Artikel 8 

Artikel 9 

Artikel 10 

Artikel 11, lid 2, punten b) en c) 

Artikel 12, lid 4 

Artikel 15 

Artikel 1, punt 7, richtlijn 

Bij de uitvoering van de in artikel 11, lid 1, punten a) tot en met e), en lid 2 genoemde activiteiten maakt Enisa gebruik van zijn eigen analyses en, in voorkomend geval, van de informatie die het bij de uitvoering van zijn taken heeft ontvangen, met inbegrip van: 

a) informatie die wordt verstrekt in openbaar beschikbare bronnen, met inbegrip van openbaar bekende kwetsbaarheden in ICT-producten of -diensten die beschikbaar zijn in de op grond van artikel 12, lid 2, van Richtlijn (EU) 2022/2555 opgezette Europese kwetsbaarheidsdatabase;

b) informatie die wordt gedeeld door de lidstaten, entiteiten van de Unie, CERT-EU, partners uit de particuliere sector of niet-gouvernementele partners en organisaties uit derde landen en internationale organisaties, met inachtneming van eventuele beperkingen door middel van een zichtbare markering bij de verdere verspreiding van die informatie.

Enisa vaardigt richtsnoeren uit met betrekking tot de interoperabiliteit van netwerk- en informatiesystemen die worden gebruikt voor informatie-uitwisseling, onder meer met betrekking tot landsgrensoverschrijdende cyberhubs als bedoeld in artikel 6, lid 3, van Verordening (EU) 2025/38.

Gegevens met betrekking tot operationele samenwerking en situationeel bewustzijn  

Artikel 10, lid 4, punten a) tot en met g) 

Artikel 10, lid 6 

Artikel 11, lid 1, punten a) tot en met g) 

Artikel 11, lid 2, punten a), b), c) 

Artikel 11, lid 3 

Artikel 11, lid 4 

Artikel 13, lid 2 

Artikel 15 

Artikel 16, lid 2, punt e) 

Normen met betrekking tot vertrouwelijkheid en het behandelen van gevoelige informatie 

Bij de uitvoering van de in artikel 11, lid 1, punten a) tot en met e), en lid 2 genoemde activiteiten maakt Enisa gebruik van zijn eigen analyses en, in voorkomend geval, van de informatie die het bij de uitvoering van zijn taken heeft ontvangen, met inbegrip van: 

a) informatie die wordt verstrekt in openbaar beschikbare bronnen, met inbegrip van openbaar bekende kwetsbaarheden in ICT-producten of -diensten die beschikbaar zijn in de op grond van artikel 12, lid 2, van Richtlijn (EU) 2022/2555 opgezette Europese kwetsbaarheidsdatabase;

b) informatie die wordt gedeeld door de lidstaten, entiteiten van de Unie, CERT-EU, partners uit de particuliere sector of niet-gouvernementele partners en organisaties uit derde landen en internationale organisaties, met inachtneming van eventuele beperkingen door middel van een zichtbare markering bij de verdere verspreiding van die informatie.

Gegevens met betrekking tot de regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden en machtigingen voor aanbieders 

Gegevens met betrekking tot de doelstellingen, het doel en de inhoud van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen 

Artikel 17 

Artikel 18 

Artikelen 19 tot en met 23 

Artikelen 72, 73, 74, 75, 76, 77, 79, 81, 83, 84

Een regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden omvat (…): regels betreffende het bewaren van gegevens door gemachtigde aanbieders van attesteringen.

Gemachtigde aanbieders zien erop toe dat elektronische attesteringen van Europese individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden, op verzoek van de betreffende persoon, worden afgegeven als elektronische attesteringen van attributen in een vorm die kan worden opgeslagen in de Europese portemonnees voor digitale identiteit als bedoeld in Verordening (EU) nr. 910/2014.

 

 Wat gegevens betreft moeten de Commissie en Enisa zich bij het vaststellen van een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling aan de relevante bepalingen van de Uniewetgeving houden. 

Gegevens met betrekking tot de governance van het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering 

Artikelen 85, 86, 88, 89, 90, 92, 93, 94, 95, 96, 97

Enisa, de cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten en de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten moeten de vertrouwelijkheid van gegevens waarborgen en zich houden aan de bepalingen van de desbetreffende regeling, en zich daarbij baseren op de internationale normen waarin de vereisten uiteen zijn gezet.

Gegevens met betrekking tot de interne functies van Enisa (begroting, enkelvoudig programmeringsdocument, interne strategieën) 

Artikel 25 

Artikel 28, lid 1 

Artikel 30 

Artikel 31, lid 8 

Artikel 32, leden 3 en 5 

Artikel 35, leden 5 en 6 

Artikelen 36 tot en met 43 

Artikel 44 

Artikel 45 

Artikel 47, lid 10 

Artikelen 48 tot en met 49 

Artikel 52, artikel 58 

Modellen en richtsnoeren voor het financieel reglement; interne richtsnoeren  

Persoonsgegevens 

Artikel 22 

Titel II, hoofdstuk III, afdeling 6, kamer van beroep 

Artikel 66 

Artikel 80, lid 1, punten c) en x) 

Artikel 81, lid 2

Artikel 88, lid 6, punt h) 

Artikel 95 

Artikel 96

Verordening (EU) 2018/1725 

Verordening (EU) 2016/679 

Gegevens die worden verzameld en geanalyseerd in het kader van de uitvoering van gecoördineerde beveiligingsrisicobeoordelingen, de ontwikkeling van risicoscenario’s en de identificatie van belangrijke ICT-activa

Artikel 98

Artikel 99

Artikel 102

Artikel 103

Artikel 105

Onverminderd artikel 13 van Verordening (EU) 2024/2847 en artikel 21 van Richtlijn (EU) 2022/2555

Gegevens met betrekking tot derde landen/entiteiten van derde landen

Artikel 100, leden 1, 3, 4

Artikel 104

Artikel 105

Artikel 107

Artikel 113

n.v.t.

Gegevens met betrekking tot nationale autoriteiten

Artikel 112

Artikel 114

Artikel 116

n.v.t.

Gegevens met betrekking tot de risicobeoordelingen 

Artikel 5, lid 2 

Normen met betrekking tot vertrouwelijkheid en het behandelen van gevoelige informatie 

Wederzijdse bijstand tussen de lidstaten 

Artikel 5, lid 1, punt g, verordening, en artikel 1, punt 12, richtlijn  

/ 

Afstemming op de Europese datastrategie

Toelichting op de wijze waarop het voorschrift/de voorschriften is/zijn afgestemd op de Europese datastrategie

De vereisten in het kader van het voorstel voor cyberbeveiligingsverordening 2 zijn afgestemd zonder tot dusver specifieke gevolgen te hebben voor de Europese datastrategie.

Afstemming op het eenmaligheidsbeginsel     

Toelichting op de wijze waarop het eenmaligheidsbeginsel in aanmerking is genomen en hoe is nagegaan of bestaande gegevens kunnen worden hergebruikt 

Een van de doelstellingen van het voorstel bestaat erin de inspanningen van de Commissie tot vereenvoudiging te maximaliseren en de administratieve lasten voor de lidstaten en belanghebbenden te verminderen. In de afgelopen jaren is Enisa tot een informatiehub uitgegroeid met informatie uit verschillende bronnen. In deze zin hebben veel taken van Enisa betrekking op het hergebruik en recyclen van informatie ten behoeve van verschillende analyses. Bijvoorbeeld: het voor bepaalde doeleinden hergebruiken van op grond van de artikelen 23 en 30 van Richtlijn (EU) 2022/2555 gemelde informatie; informatie die is gemeld, gedeeld of geanalyseerd op grond van artikel 14, leden 1 tot en met 3, artikel 15, en artikel 17, leden 1 en 3, van Verordening (EU) 2024/2847. De bepalingen van het kader voor toeleveringsketens zijn gestoeld op het beginsel dat de uitvoering ervan wordt ondersteund door uit hoofde van artikel 22 van Richtlijn (EU) 2022/2555 ontvangen informatie, waarin wordt voorzien in het hergebruik van informatie en coördinatie.

Toelichting op de wijze waarop nieuw gecreëerde gegevens vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar zijn en aan strenge normen voldoen  

In het wetgevingsvoorstel wordt uitdrukkelijk aangegeven wanneer gegevens openbaar moeten worden gemaakt. In het voorstel is rekening gehouden met de aard van bepalingen die gepaard gaan met aspecten betreffende veiligheid en strikte vertrouwelijkheid, als gevolg waarvan niet alle in het kader van de herziening van de cyberbeveiligingsverordening gecreëerde gegevens bestemd zijn voor openbaarmaking aan het publiek. Wat betreft de noodzakelijke bepalingen is de afstemming op de Europese portemonnee voor digitale identiteit gewaarborgd. Enisa moet vroegtijdige waarschuwingen verstrekken in een machineleesbaar formaat.

Gegevensstromen

Korte beschrijving van de gegevens in het toepassingsgebied en eventuele daarmee verband houdende normen/specificaties

Soort gegevens 

 

Toelichting op de gegevensstroom 

 

 

Verwijzingen  

Verstrekking door Enisa van verslagen en analyses, technische richtsnoeren en beste praktijken   

Deze gegevensstroom is gericht op belanghebbenden van Enisa ter ondersteuning van de uitvoering van het beleid en het recht van de EU. In deze gegevensstromen verzamelt Enisa informatie, meestal via publieke bronnen, analyseert het de informatie en deelt het de resultaten met zijn belanghebbenden.  Daarnaast voert Enisa bepaalde taken uit op verzoek van de Commissie. 

Artikel 5, lid 1, punten a), b), c), e), f), h)  

Artikel 5, lid 2 Artikel 5, lid 3 Artikel 5, lid 5

Artikel 6 

Artikel 7

Artikel 8 

Artikel 9

Artikel 10

Artikel 11, lid 2 

Artikel 11, lid 4 

Artikel 14

Gegevensstromen tussen de Commissie, Enisa, de lidstaten en andere relevante actoren binnen het cyberbeveiligingsecosysteem van de EU in het kader van operationele samenwerking 

Dit soort gegevensstromen wordt tot stand gebracht met het oog op operationele samenwerking en situationeel bewustzijn. De informatie-uitwisseling verloopt in beide richtingen, zowel inkomend als uitgaand. Dit betreft een uitwisseling van operationele gegevens. 

Artikel 10, lid 4, punten a) tot en met g) 

Artikel 11, lid 1, punten b) tot en met g) 

Artikel 11, lid 2, punten a) en b)

Artikel 11, lid 3 

Artikel 15

Artikel 16, lid 2, punt e)

Gegevensstromen die tot stand zijn gebracht ter ondersteuning van het ECSF en de regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden, en de uitvoering daarvan 

Deze gegevensstromen ondersteunen inkomende en uitgaande uitwisseling met betrekking tot:

— de instandhouding en het gebruik van het ECSF, met gegevensstromen tussen Enisa en de leden van zijn ad-hocwerkgroep en tussen Enisa en de Commissie;

— de ontwikkeling en instandhouding van regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden, met gegevensstromen tussen Enisa en de leden van zijn ad-hocwerkgroep en tussen Enisa, de Commissie en de lidstaten;

— de uitvoering van regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden, met gegevensstromen tussen aanvragers en Enisa;

— gegevensstromen tussen de kamer van beroep, Enisa, de Commissie en aanvragers.

Artikelen 19 tot en met 23 

Artikelen 36 tot en met 43

 

Gegevens met betrekking tot de doelstellingen, het doel en de inhoud van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen 

Dit soort gegevensstromen is van belang voor het plannen, aanvragen, ontwikkelen, vaststellen en in stand houden (en mogelijk herzien) van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen. Hierbij gaat het met name om de betrokkenheid en het deskundig advies van belanghebbenden, Enisa en de autoriteiten van lidstaten via de ECG in verschillende fasen van de procedure. Daarnaast hebben weer andere gegevensstromen betrekking op het verstrekken van relevante informatie aan het algemeen publiek via speciale websites van de Commissie en Enisa. Tot slot voorziet het kader in de bekendmaking aan het publiek van aanvullende cyberbeveiligingsinformatie door de fabrikanten of aanbieders van ICT-producten, -diensten of -processen waarvoor een EU-conformiteitsverklaring of een Europees cyberbeveiligingscertificaat is afgegeven met eigen middelen.

Artikel 18

Artikel 19

Artikelen 72, 73, 74, 75, 76, 77, 79, 81, 83, 84

Gegevens met betrekking tot de governance van het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering 

Deze gegevensstromen ondersteunen inkomende en uitgaande uitwisseling met betrekking tot:

— de coördinatie en het beheer van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen;

— de accreditatie en machtiging van conformiteitsbeoordelingsinstanties, alsook de latere kennisgeving ervan via relevante platforms en daarmee samenhangende procedures;

— regresprocedures, zoals het recht tot het indienen van een klacht, een voorziening in rechte of beroeps- en wijzigingsprocedures.

Artikelen 85, 86, 88, 89, 90, 92, 93, 94, 95, 96

Gegevensstromen met betrekking tot de administratieve activiteiten van het Agentschap 

Gegevensstromen tussen Enisa, de raad van bestuur, de lidstaten en de Commissie. De informatie heeft betrekking op de administratieve activiteiten van het Agentschap, in beide richtingen. In sommige gevallen wordt informatie ook aan het Europees Parlement toegezonden (die gegevensstroom wordt hieronder weergegeven).

Artikel 25 

Artikel 28, lid 1 

Artikel 30 

Artikel 31, lid 8 

Artikel 32, leden 3 en 5 

Artikel 35, leden 5 en 6 

Artikelen 36 tot en met 43 

Artikel 44

Artikel 45

Naar het Europees Parlement verzonden gegevens 

Gegevensstromen richting het Europees Parlement betreffende activiteiten van Enisa en de uitvoering van zijn taken; begrotings- en financieel beheer, samenwerking met derde landen en internationale organisaties, het horen van de kandidaat voor de functie van uitvoerend directeur; kwesties met betrekking tot Europese cyberbeveiligingscertificering. 

Artikel 28, lid 1, punt f), artikel 31, lid 8, artikel 32, lid 3, artikel 44, lid 3, artikel 49, lid 6, artikel 49, lid 9, artikel 70, lid 5, artikel 72, leden 4 en 5, artikel 119, lid 3, uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie, artikel 120, evaluatie en toetsing.

Naar de Raad van de EU verzonden gegevens 

Gegevensstromen richting het Europees Parlement betreffende activiteiten van Enisa en de uitvoering van zijn taken; begrotings- en financieel beheer, samenwerking met derde landen en internationale organisaties, het horen van de kandidaat voor de functie van uitvoerend directeur; potentiële regelingen in ontwikkeling op grond van het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering.

Artikel 28, lid 1, punt f), artikel 31, lid 8, artikel 32, lid 3, artikel 32, lid 7,

artikel 49, lid 6, artikel 49, lid 9, artikel 70, lid 5, artikel 72, leden 4 en 5, artikel 119, lid 3, uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie, artikel 120, evaluatie en toetsing.

Gegevensstromen met betrekking tot het indienen van een klacht  

Met het oog op het behandelen van klachten van natuurlijke of rechtspersonen over door de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteiten afgegeven Europese cyberbeveiligingscertificaten of overeenkomstig artikel 84, lid 4, door conformiteitsbeoordelingsinstanties afgegeven Europese cyberbeveiligingscertificaten, of over EU-conformiteitsverklaringen.

Natuurlijke en rechtspersonen hebben het recht een klacht in te dienen bij de afgever van een Europees cyberbeveiligingscertificaat of, wanneer de klacht verband houdt met een Europees cyberbeveiligingscertificaat, bij de bevoegde nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit.

Artikel 55, lid 3, artikel 88, lid 7, punt f), artikel 96

Gegevensstromen met betrekking tot ransomwareaanvallen  

Het melden van bepaalde informatie in het geval van ransomwareaanvallen. 

Artikel 1, punt 8, richtlijn

   

Soort gegevens

Verwijzing(en) naar voorschrift(en)

Actoren die gegevens verstrekken

Actoren die gegevens ontvangen

Aanleiding voor uitwisseling van gegevens

Frequentie (indien van toepassing)

Gegevensstromen tussen de Commissie en lidstaten in het kader van de uitvoering van de op Unieniveau gecoördineerde beveiligingsrisicobeoordelingen

Artikel 99

Beveiligingsrisicobeoordelingen

Commissie en lidstaten

Lidstaten (NIS-samenwerkingsgroep)

Artikel 99

Beveiligingsrisicobeoordelingen

n.v.t.

Gegevensstromen tussen de Commissie en de Raad met betrekking tot de aanwijzing van derde landen die aanleiding geven tot bezorgdheid over cyberbeveiliging

Artikel 100

Aanwijzing van derde landen die aanleiding geven tot bezorgdheid over cyberbeveiliging

Europese Commissie

Raad

Artikel 100

Verificatie door de Commissie van de van een derde land uitgaande dreiging

Gegevensstromen tussen de Commissie en de lidstaten met betrekking tot beperkende maatregelen in het geval van uitzonderlijke omstandigheden

Artikel 103, lid 6

Beperkende maatregelen in de ICT-toeleveringsketens

Europese Commissie

Lidstaten

Uitzonderlijke omstandigheden

n.v.t.

Gegevensstromen tussen de Commissie en leveranciers en de Commissie en de bevoegde autoriteiten met betrekking tot de beoordeling van vestiging en eigendom en zeggenschap van leveranciers

Artikel 104, leden 4, 5, 6

Identificatie van leveranciers met een hoog risico 

Leveranciers

Europese Commissie

Bevoegde autoriteiten

Bevoegde autoriteiten

Leveranciers

Europese Commissie

Overeenkomstig artikel 103, lid 1, vastgestelde uitvoeringshandelingen, en met betrekking tot de in artikel 111, lid 1, bedoelde verbodsbepaling

n.v.t.

Gegevensstroom tussen de Commissie en de lidstaten met betrekking tot de toezichtsbevoegdheden betreffende de toepassing van het kader voor betrouwbare ICT-toeleveringsketens

Artikel 112, leden 1 en 4

Bevoegde autoriteiten

Artikel 114

Toezichts- en handhavingsmaatregelen

Lidstaten

Europese Commissie

Artikel 112, leden 1 en 4

Bevoegde autoriteiten

Artikel 114

Toezichts- en handhavingsmaatregelen (de Commissie verstrekt in samenwerking met de lidstaten een lijst van entiteiten die verbonden zijn met leveranciers met een hoog risico)

n.v.t.

Gegevensstroom tussen de Commissie en derden met het oog op vrijstellingen

Artikel 105

Vrijstelling voor entiteiten die zijn gevestigd in of onder zeggenschap staan van entiteiten uit een derde land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging

Derden (entiteiten die zijn gevestigd in of onder zeggenschap staan van entiteiten uit een derde land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging) (in de zin van artikel 100) (bij het indienen van een verzoek om vrijstelling)

Europese Commissie (bij het afgeven van besluiten)

Europese Commissie (bij ontvangst van het verzoek om vrijstelling)

Derden (entiteiten die zijn gevestigd in of onder zeggenschap staan van entiteiten uit een derde land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging) (in de zin van artikel 100) (bij ontvangst van het besluit van de Commissie)

Besluit uit hoofde van artikel 100
Aanwijzing van derde landen die aanleiding geven tot bezorgdheid over cyberbeveiliging

n.v.t.

Gegevensstroom tussen de lidstaten en derden betreffende verbodsbepalingen op het gebied van elektronischecommunicatienetwerken

Artikel 111

Verbodsbepalingen betreffende mobiele, vaste en satellietnetwerken voor elektronische communicatie

Lidstaten (bevoegde autoriteiten)

Derden (aanbieders van mobiele, vaste en satellietnetwerken voor elektronische communicatie)

De krachtens deze verordening aangewezen bevoegde autoriteit stelt de krachtens Verordening (EU) XX/XXXX [voorstel voor de wet inzake digitale netwerken] aangewezen bevoegde autoriteit onverwijld in kennis van de maatregelen die aan aanbieders van mobiele, vaste en satellietnetwerken voor elektronische communicatie zijn opgelegd

n.v.t.

Gegevensstromen tussen de Commissie en lidstaten in het kader van het netwerk voor samenwerking en ondersteunende diensten

Artikel 113

Netwerk voor samenwerking en ondersteunende diensten van de Commissie

Europese Commissie

Lidstaten (bevoegde autoriteiten)

Europese Commissie

Lidstaten (bevoegde autoriteiten)

Aanwijzing van derde landen die aanleiding geven tot bezorgdheid over cyberbeveiliging

Gegevensstroom tussen de lidstaten en derden betreffende toezichts- en handhavingsmaatregelen

Artikel 114

Toezichts- en handhavingsmaatregelen

Derden (de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 bedoelde soorten entiteiten)

Lidstaten (bevoegde autoriteiten)

Uitvoeren van de maatregelen uit hoofde van titel IV

Gegevensstroom tussen de lidstaten met het oog op wederzijdse bijstand

Artikel 116

Wederzijdse bijstand

Lidstaten

Lidstaten

Wanneer een in bijlage I of II van Richtlijn (EU) 2022/2555 vermelde entiteit diensten verricht in meer dan één lidstaat, of diensten verricht in een of meer lidstaten en haar belangrijke activa zich in een of meer andere lidstaten bevinden, werken de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaten met elkaar samen en verlenen zij elkaar indien nodig bijstand

n.v.t.

4.3.Digitale oplossingen

Korte beschrijving van de digitale oplossingen 

Toelichting op de wijze waarop elke digitale oplossing aan het toepasselijke digitale beleid en de toepasselijke wetgevingshandelingen voldoet 

Digitale oplossing

Verwijzing(en) naar voorschrift(en)

Belangrijkste vereiste functies

Bevoegde instantie

Hoe wordt de toegankelijkheid gewaarborgd?

Hoe wordt herbruikbaarheid in aanmerking genomen?

Gebruik van AI-technologie (indien van toepassing)

Enisa maakt als secretariaat van het CSIRT-netwerk en EU-CyCLONe, binnen het CSIRT-netwerk en EU-CyCLONe, gebruik van instrumenten voor beveiligde communicatie die worden verstrekt door rechtspersonen die niet gevestigd zijn in of onder zeggenschap staan van derde landen of onderdanen van derde landen    

Artikel 10, leden 2, 3, 5

Niet-openbare informatie

Enisa

Niet-openbare informatie

Niet-openbare informatie

 

 Niet-openbare informatie

 

Het in samenwerking met EU-CyCLONe, het CSIRT-netwerk, de Commissie, Europol, CERT-EU en andere relevante entiteiten van de Unie ontwikkelen van registers met geverifieerde en betrouwbare informatie over cyberdreigingen, met inbegrip van trends op het gebied van incidenten, tactieken, technieken en procedures

 

 

 

Artikel 11, lid 1, punt a)

 

Geverifieerde en betrouwbare informatie over cyberdreigingen, met inbegrip van trends op het gebied van incidenten, tactieken, technieken en procedures.

Enisa,

EU-CyCLONe, CSIRT-netwerk, Europese Commissie, Europol, CERT-EU en andere relevante entiteiten van de Unie  

 

 

n.v.t.

 

 

n.v.t.

 

 

n.v.t.

 

Enisa onderhoudt een register van geleerde lessen 

 

 

 

Artikel 14, lid 2

Enisa onderhoudt een register van lessen die zijn getrokken uit de oefeningen en doet aanbevelingen aan de lidstaten en, in voorkomend geval, aan entiteiten van de Unie, over de manier waarop de geleerde lessen op doeltreffende en efficiënte wijze kunnen worden toegepast.  

 

Enisa

 

n.v.t.

 

n.v.t.

 

n.v.t.

Enisa zorgt in voorkomend geval voor de totstandbrenging, de verstrekking, de werking, het onderhoud en het actualiseren van operationele technische instrumenten, waaronder platforms die verband houden met cyberbeveiliging op het niveau van de Unie, meer in het bijzonder het op grond van artikel 16, lid 1, van Verordening (EU) 2024/2847 opgerichte centrale meldingsplatform [en het op grond van artikel 23 bis van Richtlijn (EU) 2022/2555 opgerichte centrale contactpunt voor het melden van incidenten], of de testinstrumenten ter ondersteuning van de uitvoering van conformiteitsbeoordelingsprocedures overeenkomstig de relevante wetgeving van de Unie 

 

 

 

Artikel 15 

 

Centraal meldingsplatform

 

Artikel 16, lid 1, van Verordening (EU) 2024/2847

 

[centraal contactpunt 

 

Artikel 23 bis van Richtlijn (EU) 2022/2555]

Enisa

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Het onderhouden van de op grond van artikel 12, lid 2, van Richtlijn (EU) 2022/2555 ingerichte Europese kwetsbaarheidsdatabase en het bieden van diensten op het gebied van kwetsbaarheidsbeheer 

 

 

Artikel 16, lid 2

Artikel 12, lid 2, van Richtlijn (EU) 2022/2555

 

Het onderhouden van de database en het bieden van diensten op het gebied van kwetsbaarheidsbeheer.

Enisa

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

 

Enisa onderhoudt en actualiseert regelmatig een speciale website met openbaar toegankelijke informatie

 

 

 

 

Artikelen 19 tot en met 23

 

Het onderhouden en regelmatig actualiseren van een speciale website met openbaar toegankelijke informatie over het ECSF, met inbegrip van het kader en het tijdschema ervan voor actualisering; de regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden, en de voortgang en tijdschema’s voor de ontwikkeling ervan; de vergoedingen die samengaan met elke regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden; de indicatieve kosten van een Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden; de lijst van gemachtigde aanbieders van attesteringen.

 

 

Enisa

 

n.v.t. 

 

n.v.t.

 

n.v.t.

De Commissie onderhoudt en actualiseert regelmatig een speciale website

Artikel 72

 

De volgende informatie:

a)    Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen die met het oog op ontwikkeling worden aangevraagd;

b)    strategische prioriteiten voor de harmonisatie van ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of beveiligingsvoorschriften uit hoofde van de wetgeving van de Unie, met inbegrip van mogelijke terreinen waarvoor een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling kan worden aangevraagd. 

Europese Commissie

Naleving van de richtsnoeren 

 

Naleving van de richtsnoeren

n.v.t.

Enisa onderhoudt een speciale certificeringswebsite  

 

Artikel 79

Informatie over:

a) Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen;

b) de vergoedingen in verband met de instandhouding van elke Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling;

c) de relevante technische specificaties van Enisa;

d) Europese cyberbeveiligingscertificaten en EU-conformiteitsverklaringen, met inbegrip van informatie over dergelijke certificaten en verklaringen die niet langer geldig zijn of die zijn opgeschort, ingetrokken of verlopen;

e) relevante aanvullende cyberbeveiligingsinformatie overeenkomstig artikel 84, lid 2;

f)samenvattingen van collegiale toetsingen overeenkomstig artikel 89, lid 7;

g)technische specificaties waarnaar wordt verwezen in een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling overeenkomstig artikel 74, lid 10

Enisa

Naleving van de richtsnoeren

 

Naleving van de richtsnoeren

 

n.v.t.

Register (van vrijstellingen voor entiteiten die zijn gevestigd in of onder zeggenschap staan van entiteiten uit een derde land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging)

Artikel 107

Register

De Commissie houdt een openbaar register bij van haar in artikel 105, lid 4, bedoelde besluiten. Het register bevat de namen van de entiteiten die het voorwerp zijn geweest van deze besluiten. Het register wordt regelmatig door de Commissie geactualiseerd.

Europese Commissie

“De Commissie onderhoudt een openbaar register”

n.v.t.

n.v.t.

Platform (voor de samenwerking en uitwisseling van gegevens tussen de Commissie en de bevoegde autoriteiten)

Artikel 113

De Commissie richt een netwerk op voor samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de Commissie, dat als platform voor samenwerking en informatie-uitwisseling fungeert. De Commissie verleent de administratieve ondersteuning aan het netwerk.

Europese Commissie

Niet openbaar, uitsluitend voor de bevoegde autoriteiten

n.v.t.

n.v.t.

Enisa creëert en onderhoudt een register van essentiële en belangrijke entiteiten en van entiteiten die domeinnaamregistratiediensten verlenen

Artikel 1, punt 11, richtlijn

Register van essentiële en belangrijke entiteiten en van entiteiten die domeinnaamregistratiediensten verlenen.

Enisa

n.v.t.

Op basis van de informatie die is ontvangen van de centrale contactpunten in overeenstemming met lid 2 (artikel 27, NIS2-richtlijn).

n.v.t.

In bovenstaande tabel opgenomen digitale oplossingen 

Digitaal en/of sectoraal beleid (indien van toepassing) 

Toelichting op de wijze van afstemming 

AI-verordening 

n.v.t.

EU-kader voor cyberbeveiliging 

n.v.t.

eIDAS 

n.v.t.

Eén digitale toegangspoort en IMI 

n.v.t.

Andere 

n.v.t.

Korte beschrijving van de digitale overheidsdienst(en) waarop de voorschriften betrekking hebben

Digitale overheidsdienst of categorie digitale overheidsdiensten 

Beschrijving 

Verwijzing(en) naar voorschrift(en) 

Interoperabel Europa-oplossing(en)  

(NIET VAN TOEPASSING) 

Andere interoperabiliteitsoplossing(en) 

Enisa als secretariaat van netwerken met gebruikmaking van instrumenten voor beveiligde communicatie

Enisa verzorgt het secretariaat van het CSIRT-netwerk op grond van artikel 15, lid 2, van Richtlijn (EU) 2022/2555. Enisa verzorgt het secretariaat van EU-CyCLONe op grond van artikel 16, lid 2, van Richtlijn (EU) 2022/2555 [en het op grond van artikel 23 bis van Richtlijn (EU) 2022/2555 opgerichte centrale contactpunt voor het melden van incidenten], en de testinstrumenten ter ondersteuning van de uitvoering van conformiteitsbeoordelingsprocedures overeenkomstig de relevante wetgeving van de Unie. 

Enisa maakt binnen het CSIRT-netwerk en EU-CyCLONe gebruik van instrumenten voor beveiligde communicatie die worden verstrekt door rechtspersonen die niet gevestigd zijn in of onder zeggenschap staan van derde landen of onderdanen van derde landen.    

Artikel 11

//

n.v.t.

Vroegtijdige waarschuwingen 

Verstrekking van vroegtijdige waarschuwingen.

Artikel 11

Artikel 12

 

 

Ondersteuning met betrekking tot een specifiek potentieel of lopend incident of een specifieke potentiële of lopende cyberdreiging

Op verzoek van een of meer lidstaten advies en beoordelingen verstrekken met betrekking tot een specifiek potentieel of lopend incident of een specifieke potentiële of lopende cyberdreiging, onder meer door expertise aan te reiken en de technische afhandeling van dergelijke incidenten te vergemakkelijken, en door de vrijwillige uitwisseling van relevante informatie en technische oplossingen tussen de lidstaten te ondersteunen.

Artikel 10

 

 

Ondersteunen van het gecoördineerde beheer van grootschalige cyberbeveiligingsincidenten en crises op operationeel niveau

Bijdragen aan de ondersteuning van het gecoördineerde beheer van grootschalige cyberbeveiligingsincidenten en crises op operationeel niveau, met name door EU-CyCLONe te helpen bij het opstellen van verslagen op politiek niveau en door de tijdige uitwisseling van informatie tussen het CSIRT-netwerk en EU-CyCLONe te vergemakkelijken.

Artikel 10

 

 

Registers met geverifieerde en betrouwbare informatie over cyberdreigingen

In samenwerking met EU-CyCLONe, het CSIRT-netwerk, de Commissie, Europol, CERT-EU en andere relevante entiteiten van de Unie registers met geverifieerde en betrouwbare informatie over cyberdreigingen ontwikkelen, met inbegrip van trends op het gebied van incidenten, tactieken, technieken en procedures.

Artikel 11

 

 

Register van geleerde lessen

Enisa onderhoudt een register van lessen die zijn getrokken uit die oefeningen en doet aanbevelingen aan de lidstaten en, in voorkomend geval, aan entiteiten van de Unie, over de manier waarop de geleerde lessen op doeltreffende en efficiënte wijze kunnen worden toegepast.

Artikel 14

 

 

Enisa zorgt in voorkomend geval voor de totstandbrenging, de verstrekking, de werking, het onderhoud en het actualiseren van operationele technische instrumenten, waaronder platforms

Enisa zorgt in voorkomend geval voor de totstandbrenging, de verstrekking, de werking, het onderhoud en het actualiseren van operationele technische instrumenten, waaronder platforms die verband houden met cyberbeveiliging op het niveau van de Unie, meer in het bijzonder het op grond van artikel 16, lid 1, van Verordening (EU) 2024/2847 opgerichte centrale meldingsplatform [en het op grond van artikel 23 bis van Richtlijn (EU) 2022/2555 opgerichte centrale contactpunt voor het melden van incidenten], en de testinstrumenten ter ondersteuning van de uitvoering van conformiteitsbeoordelingsprocedures overeenkomstig de relevante wetgeving van de Unie. 

Artikel 15

 

 

Onderhouden van de op grond van artikel 12, lid 2, van Richtlijn (EU) 2022/2555 ingerichte Europese kwetsbaarheidsdatabase

Het onderhouden van de op grond van artikel 12, lid 2, van Richtlijn (EU) 2022/2555 ingerichte Europese kwetsbaarheidsdatabase.

Het verlenen van diensten op het gebied van kwetsbaarheidsbeheer aan belanghebbenden op basis van de Europese kwetsbaarheidsdatabase en met gebruikmaking van relevante informatie waarover Enisa beschikt.

Het aangaan van gestructureerde samenwerking met organisaties die programma’s, registers of databases aanbieden die vergelijkbaar zijn met de Europese kwetsbaarheidsdatabase.

Het bieden van actieve ondersteuning aan de CSIRT’s die overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Richtlijn (EU) 2022/2555 als coördinatoren zijn aangewezen met betrekking tot het beheer van de gecoördineerde bekendmaking van kwetsbaarheden die significante gevolgen kunnen hebben voor entiteiten in meer dan één lidstaat.

Het ontwikkelen en in stand houden van methodologieën en governancemechanismen voor de identificatie van kwetsbaarheden en gecoördineerde bekendmaking, in samenwerking met nationale bevoegde autoriteiten, CSIRT’s, het bedrijfsleven en de onderzoeksgemeenschap.

 

Artikel 16

 

 

Opstellen van potentiële Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen (“potentiële regelingen”)

Opstelling van potentiële Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen (“potentiële regelingen”) voor ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten, en de bijbehorende technische specificaties in overeenstemming met artikel 74.

Instandhouding van vastgestelde Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen overeenkomstig artikel 75, onder meer met het oog op een mogelijke herziening van de vastgestelde Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen overeenkomstig artikel 76.

Artikel 17

 

 

Enisa zorgt voor de ontwikkeling en instandhouding van regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden

 

 

Enisa zorgt voor de ontwikkeling en instandhouding van regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden. 

Enisa verstrekt een gemotiveerd besluit over het al dan niet verlenen van een machtiging aan de aanvrager voor het afgeven van Europese individuele attesteringen voor de verstrekking en instandhouding van de regelingen en de machtiging, over het niet verlenen van de machtiging, of over het afsluiten van de behandeling van de aanvraag omdat de aanvrager onvoldoende informatie heeft aangeleverd of geen actie heeft ondernomen naar aanleiding van een verzoek om aanvullende informatie. 

 

 

Artikelen 20 tot en met 22

 

 

Enisa onderhoudt en actualiseert regelmatig een speciale website

Enisa onderhoudt en actualiseert regelmatig een speciale website met openbaar toegankelijke informatie over:

a)    het ECSF, met inbegrip van het kader en tijdschema voor de actualisering ervan;

b)    de regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden, en de voortgang en tijdschema’s voor de ontwikkeling ervan;

c)    de vergoedingen in verband met elke op grond van artikel 47 van deze verordening vastgestelde regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden;

d)    de indicatieve kosten van een Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden overeenkomstig artikel 20, lid 4;

e)    de lijst van gemachtigde aanbieders van attesteringen.

Artikel 23

 

 

De Commissie onderhoudt en actualiseert regelmatig een speciale openbare website

De Commissie onderhoudt en actualiseert regelmatig een speciale website met informatie over de volgende aspecten:

a) Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen die met het oog op ontwikkeling worden aangevraagd;

b) strategische prioriteiten voor de harmonisatie van ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of beveiligingsvoorschriften uit hoofde van de wetgeving van de Unie, met inbegrip van mogelijke terreinen waarvoor een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling kan worden aangevraagd.

Artikel 72

 

 

Enisa onderhoudt een speciale certificeringswebsite

Enisa onderhoudt en actualiseert regelmatig een speciale website met openbaar toegankelijke informatie over het volgende:

a) Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen;

b) de vergoedingen in verband met de instandhouding van elke Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling;

c) de relevante technische specificaties van Enisa;

d) Europese cyberbeveiligingscertificaten en EU-conformiteitsverklaringen, met inbegrip van informatie over dergelijke certificaten en verklaringen die niet langer geldig zijn of die zijn opgeschort, ingetrokken of verlopen;

e) relevante aanvullende cyberbeveiligingsinformatie overeenkomstig artikel 84, lid 2;

f)    samenvattingen van collegiale toetsingen overeenkomstig artikel 89, lid 7;

g)    technische specificaties waarnaar wordt verwezen in een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling overeenkomstig artikel 74, lid 10.

Artikel 79

 

 

Onderzoeken

De Commissie onderzoekt alle gevallen waarin zij twijfelt of wordt gewezen op twijfels over de bekwaamheid van een conformiteitsbeoordelingsinstantie om aan de vereisten te voldoen en haar verantwoordelijkheden na te komen, of over de vraag of een conformiteitsbeoordelingsinstantie nog aan de vereisten voldoet en haar verantwoordelijkheden nakomt.

Alle gevoelige informatie die de Commissie in het kader van haar onderzoek ontvangt, wordt door haar vertrouwelijk behandeld.

Artikel 94

 

 

Enisa creëert en onderhoudt een register van essentiële en belangrijke entiteiten en van entiteiten die domeinnaamregistratiediensten verlenen  

Register van essentiële en belangrijke entiteiten en van entiteiten die domeinnaamregistratiediensten verlenen.

Op verzoek verleent Enisa de bevoegde autoriteiten toegang tot informatie over DNS-dienstverleners, registers voor topleveldomeinnamen, entiteiten die domeinnaamregistratiediensten verlenen, aanbieders van cloudcomputingdiensten, aanbieders van datacentrumdiensten, aanbieders van netwerken voor de levering van inhoud, aanbieders van beheerde diensten, aanbieders van beheerde beveiligingsdiensten, alsmede aanbieders van onlinemarktplaatsen, van onlinezoekmachines en van platforms voor socialenetwerkdiensten die in dat register is opgeslagen, waarbij het er zo nodig voor zorgt dat de vertrouwelijkheid van de informatie wordt beschermd.

Artikel 1, punt 11, richtlijn

 

 

4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling

Effect van het voorschrift/de voorschriften op de grensoverschrijdende interoperabiliteit per digitale overheidsdienst 

Registers/platforms/vroegtijdige waarschuwingen/secretariaat/operationele samenwerking/kwetsbaarheidsdatabase inzake cyberbeveiliging  

Beoordeling 

Maatregelen 

Mogelijke resterende belemmeringen 

Afstemming op bestaand digitaal en sectoraal beleid  

Vermeld het toepasselijke digitale en sectorale beleid dat is vastgesteld 

Cyberbeveiliging 

Geen bekende belemmeringen  

Organisatorische maatregelen voor een vlotte grensoverschrijdende verlening van digitale overheidsdiensten 

Vermeld de geplande governancemaatregelen 

Raad van bestuur van Enisa  

CSIRT-netwerk 

EU-CyCLONe 

NIS-samenwerkingsgroep 

 

Op al deze fora kunnen vraagstukken aan de orde worden gesteld  

 

n.v.t. 

Maatregelen om te zorgen voor een gedeeld begrip van de gegevens 

Geef een lijst met dergelijke maatregelen 

 

n.v.t. 

 

n.v.t. 

Gebruik van gezamenlijk overeengekomen open technische specificaties en normen 

Geef een lijst met dergelijke maatregelen 

 

n.v.t. 

 

n.v.t. 

Regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden  

Beoordeling 

Maatregelen 

Mogelijke resterende belemmeringen 

Afstemming op bestaand digitaal en sectoraal beleid  

Vermeld het toepasselijke digitale en sectorale beleid dat is vastgesteld 

Het voorstel bouwt voort op COM(2023) 207 final (“De academie voor cyberbeveiligingsvaardigheden”) —“Enisa zal een proefproject opzetten om onderzoek te doen naar een Europese attestregeling voor cyberbeveiligingsvaardigheden”. 

Het is mede gebaseerd op Verordening (EU) 2024/1183 (Europese portemonnee voor digitale identiteit) in de zin dat “Enisa en gemachtigde aanbieders van attesteringen ervoor zorgen dat de elektronische attesteringen van de Europese individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden worden afgegeven aan de Europese portemonnee voor digitale identiteit”. 

Cyberbeveiliging. 

AVG (bewaren van gegevens door aanbieders). 

Geen bekende belemmeringen  

Organisatorische maatregelen voor een vlotte grensoverschrijdende verlening van digitale overheidsdiensten 

Vermeld de geplande governancemaatregelen 

Raadpleging van belanghebbenden bij de opstelling van een regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden. 

Scheiding van activiteiten binnen Enisa om de onafhankelijke prestaties ervan te waarborgen.  

Kamer van beroep. 

  

Het gebruik en de erkenning van regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden blijven voor publieke en particuliere entiteiten vrijwillig van aard 

Maatregelen om te zorgen voor een gedeeld begrip van de gegevens 

Geef een lijst met dergelijke maatregelen 

 

Ontwikkelen van regelingen waarin onder meer de voorschriften met betrekking tot de inhoud en de vorm van de attesteringen uiteen worden gezet. 

Gemachtigde aanbieders zien erop toe dat elektronische attesteringen van Europese individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden, op verzoek van de betreffende persoon, worden afgegeven als elektronische attesteringen van attributen in een vorm die kan worden opgeslagen in de Europese portemonnees voor digitale identiteit. Enisa voorziet in richtsnoeren en verplichte opleidingen voor beoordelaars met betrekking tot de vereisten en beoordelingsmethoden in het kader van de regeling voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden. 

Verstrekken van openbaar toegankelijke informatie op een website. 

Uitvoeringshandelingen inzake vergoedingen. 

 

Ondanks het feit dat de regelingen zo gedetailleerd mogelijk moeten worden uitgewerkt om tot een gemeenschappelijk begrip te komen en de uitvoering te vergemakkelijken, en ondanks het feit dat Enisa in richtsnoeren en verplichte opleidingen voor beoordelaars voorziet met het oog op een consistente uitvoering van de regelingen, kunnen zich onvoorziene omstandigheden voordoen die interactie tussen gemachtigde aanbieders van attesteringen en Enisa en andere aanbieders of beoordelaars vereisen

Gebruik van gezamenlijk overeengekomen open technische specificaties en normen 

Geef een lijst met dergelijke maatregelen 

 

De regelingen voor de Europese individuele attestering van cyberbeveiligingsvaardigheden worden ontwikkeld met de steun van belanghebbenden. 

 

 

n.v.t. 

Opstellen van potentiële Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen (“potentiële regelingen”)/toewijzen van aantallen aan CBI’s 

Beoordeling 

Maatregelen 

Mogelijke resterende belemmeringen 

Afstemming op bestaand digitaal en sectoraal beleid  

Vermeld het toepasselijke digitale en sectorale beleid dat is vastgesteld 

Het voorstel is gericht op afstemming tussen governance en het nieuwe wetgevingskader, met name met betrekking tot Verordening (EG) nr. 765/200826 

Het voorstel beoogt de naleving te vergemakkelijken van de relevante sectorale wetgeving op het gebied van cyberbeveiliging door de ontwikkeling van speciale Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen. 

 

Geen bekende belemmeringen  

Organisatorische maatregelen voor een vlotte grensoverschrijdende verlening van digitale overheidsdiensten 

Vermeld de geplande governancemaatregelen 

— Europese Groep voor cyberbeveiligingscertificering  

— Enisa 

— Ad hocwerkgroepen 

— Europese Groep voor cyberbeveiligingscertificering 

— Raadpleging van belanghebbenden bij het aanvragen, ontwikkelen en vaststellen van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen 

— Comitéprocedures voor geplande uitvoeringshandelingen op het gebied van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen. 

Het gebruik van Europese cyberbeveiligingscertificering is vrijwillig van aard, tenzij anders is bepaald in de Europese wetgeving. 

Maatregelen om te zorgen voor een gedeeld begrip van de gegevens 

Geef een lijst met dergelijke maatregelen 

In afdeling 4.5 vermelde uitvoeringshandelingen. 

Het gebruik van Europese cyberbeveiligingscertificering is vrijwillig van aard, tenzij anders is bepaald in de Europese wetgeving. 

Gebruik van gezamenlijk overeengekomen open technische specificaties en normen 

Geef een lijst met dergelijke maatregelen 

In afdeling 4.5 vermelde uitvoeringshandelingen. 

De gespecificeerde voorschriften van de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling zijn in overeenstemming met de voorschriften van de wetgeving van de Unie. 

De Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen zijn gebaseerd op en verwijzen naar de internationale, Europese of nationale normen die worden toegepast bij de evaluatie of, indien dergelijke normen niet beschikbaar of passend zijn, naar de door Enisa opgestelde technische specificaties. 

n.v.t. 

Openbaar toegankelijke websites 

Beoordeling 

Maatregelen 

Mogelijke resterende belemmeringen 

Afstemming op bestaand digitaal en sectoraal beleid  

Vermeld het toepasselijke digitale en sectorale beleid dat is vastgesteld 

De Europese toegankelijkheidswet en de richtlijn inzake webtoegankelijkheid. 

Cyberbeveiliging. 

 

Geen bekende belemmeringen  

Organisatorische maatregelen voor een vlotte grensoverschrijdende verlening van digitale overheidsdiensten 

Vermeld de geplande governancemaatregelen 

 

n.v.t.  

 

n.v.t. 

Maatregelen om te zorgen voor een gedeeld begrip van de gegevens 

Geef een lijst met dergelijke maatregelen 

 

 

n.v.t. 

Gebruik van gezamenlijk overeengekomen open technische specificaties en normen 

Geef een lijst met dergelijke maatregelen 

 

 

 

n.v.t. 

4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering

Korte beschrijving van maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering 

Beschrijving van de maatregel 

Verwijzing(en) naar voorschrift(en)  

Rol van de Commissie  

(indien van toepassing)

Te betrekken actoren 

(indien van toepassing)

Verwacht tijdschema 

(indien van toepassing)

De Commissie is bevoegd om, op basis van de door Enisa opgestelde aanvaarde potentiële regeling, uitvoeringshandelingen vast te stellen die voorzien in een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling voor ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten, die voldoet aan de vereisten van de artikelen 80 en 81. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 118, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. 

Artikel 75, lid 9

De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen

 

n.v.t.

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 119 gedelegeerde handelingen vast te stellen om lid 1 van dit artikel te wijzigen door beveiligingsdoelstellingen toe te voegen of te wijzigen om ervoor te zorgen dat daarin rekening wordt gehouden met de meest recente technologische ontwikkelingen en nieuwe daarmee verband houdende dreigingen, en door nieuwe wetgeving van de Unie vast te stellen waarin het vermoeden van conformiteit door middel van Europese cyberbeveiligingscertificering met de relevante cyberbeveiligingsvoorschriften van die wetgeving wordt vastgesteld.

Artikel 80, lid 2

De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen

 

n.v.t.

De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen met gemeenschappelijke beginselen en modelbepalingen voor de in de leden 1, 2 en 3 bedoelde elementen in alle Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen. Indien passend en beschikbaar kan een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling verwijzingen naar die beginselen en modelbepalingen bevatten.

De in de eerste alinea vermelde uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 118, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld. Bij de ontwikkeling of herziening van de gemeenschappelijke beginselen en modelbepalingen voor de elementen van Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen raadpleegt de Commissie Enisa en houdt zij in voorkomend geval rekening met de standpunten van de EGC, belanghebbenden en andere relevante organen.

Artikel 81, lid 5

De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen

Enisa

EGC

n.v.t.

De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen tot nadere bepaling van de procedures voor de in lid 4 van dit artikel bedoelde modellen van voorafgaande goedkeuring of algemene delegatie. Bij de voorbereiding van die uitvoeringshandelingen raadpleegt de Commissie de EGC. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 118, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 85, lid 5

De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen

EGC

n.v.t.

Certificaten van derde landen van ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten en de cyberbeveiligingspositie van entiteiten kunnen door middel van een uitvoeringshandeling of via het sluiten van een overeenkomst tussen de Unie en het betrokken derde land of een internationale organisatie als gelijkwaardig aan Europese cyberbeveiligingscertificaten worden erkend indien de vereisten van de regeling van het betrokken derde land of de regeling van de internationale organisatie als gelijkwaardig aan die van de Europese cyberbeveiligingscertificeringsregelingen worden beschouwd. De Commissie is bevoegd dergelijke uitvoeringshandelingen vast te stellen. De uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 118, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.

Artikel 87, lid 1

De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen

 

n.v.t.

De Commissie is bevoegd om uitvoeringshandelingen vast te stellen met een plan voor collegiale toetsingen dat een periode van ten minste vijf jaar beslaat, waarin criteria worden vastgesteld voor de samenstelling van het collegialetoetsingsteam, de bij de collegiale toetsing gebruikte methode, en het tijdschema, de frequentie en andere taken die verband houden met collegiale toetsing. Bij de voorbereiding van die uitvoeringshandelingen raadpleegt de Commissie de EGC en Enisa. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 118, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 89, lid 6

De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen

 

n.v.t.

De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen om de procedures, onder meer inzake grensoverschrijdende samenwerking, voor de machtiging van conformiteitsbeoordelingsinstanties vast te stellen. Bij de voorbereiding van uitvoeringshandelingen raadpleegt de Commissie Enisa en de EGC. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 118, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 92, lid 8

De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen

Enisa

EGC

n.v.t.

De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen om de omstandigheden, vormen en procedures voor de in lid 1 van dit artikel bedoelde aanmeldingen vast te stellen, met inbegrip van de bezwaarprocedure door andere lidstaten tijdens het aanmeldingsproces, de unieke identificatie van conformiteitsbeoordelingsinstanties, alsook de omstandigheden voor de beperking, opschorting of intrekking van de aanmelding. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 118, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 93, lid 3

De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen

 

n.v.t.

De Commissie kan overeenkomstig artikel 100 uitvoeringshandelingen vaststellen voor het aanwijzen van een derde land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging voor ICT-toeleveringsketens.

Artikel 100, lid 2

Aanwijzing van derde landen die aanleiding geven tot bezorgdheid over cyberbeveiliging

Vaststellen van uitvoeringshandelingen

n.v.t.

Geen tijdschema, maar de uitvoeringshandelingen moeten periodiek worden getoetst

De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen om te voorzien in een of meer in artikel 103, lid 2, bedoelde beperkende maatregelen.

Artikel 103, lid 2

Beperkende maatregelen in de ICT-toeleveringsketen

Vaststellen van uitvoeringshandelingen

n.v.t.

n.v.t.

Geen tijdschema, maar de uitvoeringshandelingen moeten iedere 36 maanden worden getoetst (overeenkomstig de in artikel 118, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure)

De Commissie kan overeenkomstig artikel 102 uitvoeringshandelingen vaststellen voor het identificeren van belangrijke ICT-activa die voor de vervaardiging van producten en de verlening van diensten worden gebruikt door de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 bedoelde soorten entiteiten.

Artikel 102, lid 1

Identificatie van belangrijke ICT-activa

Vaststellen van uitvoeringshandelingen

n.v.t.

n.v.t.

De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen om te bepalen dat het verboden is ICT-componenten of componenten die ICT-componenten van overeenkomstig artikel 100, lid 2, geïdentificeerde leveranciers met een hoog risico bevatten, in welke vorm dan ook te gebruiken, te installeren of te integreren in overeenkomstig artikel 102 geïdentificeerde belangrijke ICT-activa.

Artikel 103, lid 1

Beperkende maatregelen in de ICT-toeleveringsketen

Vaststellen van uitvoeringshandelingen

n.v.t.

n.v.t.

De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen om te bepalen dat het de in de bijlagen I en II bij Richtlijn (EU) 2022/2555 bedoelde soorten entiteiten verboden is ICT-componenten of componenten die ICT-componenten van een specifieke entiteit bevatten, te gebruiken, te installeren of te integreren.

Artikel 103, lid 7

Vaststellen van uitvoeringshandelingen

Raadplegen van lidstaten en de betrokken entiteiten

n.v.t.

De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen lijsten op van leveranciers met een hoog risico die relevant zijn voor de verbodsbepalingen die zijn vastgelegd in de overeenkomstig artikel 103, lid 1, vastgestelde uitvoeringshandelingen, of de in artikel 111, lid 1, bedoelde verbodsbepaling.

Artikel 104, lid 1

Vaststellen van uitvoeringshandelingen

n.v.t.

n.v.t.

De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen om de in artikel 105, lid 2, punt b), bedoelde voorwaarden nader te specificeren en om nadere regels vast te stellen met betrekking tot de in artikel 105 bedoelde procedures.

Artikel 105

Vrijstelling voor entiteiten die zijn gevestigd in of onder zeggenschap staan van entiteiten uit een derde land dat aanleiding geeft tot bezorgdheid over cyberbeveiliging

Vaststellen van uitvoeringshandelingen

n.v.t.

n.v.t.

De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen met gedetailleerde regels met betrekking tot vergoedingen, waarin het bedrag van de vergoedingen en de wijze waarop deze moeten worden betaald, worden gespecificeerd.

Artikel 109

Vergoedingen

Vaststellen van uitvoeringshandelingen

n.v.t.

n.v.t.

De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot nadere bepaling van de termijnen voor de uitfasering van de ICT-componenten of componenten die ICT-componenten bevatten die door leveranciers met een hoog risico worden geleverd met betrekking tot vaste en satellietnetwerken voor elektronische communicatie.

Artikel 110, lid 4

Belangrijke ICT-activa voor mobiele, vaste en satellietnetwerken voor elektronische communicatie

Vaststellen van uitvoeringshandelingen

n.v.t.

n.v.t.

De Commissie kan overeenkomstig artikel 119 gedelegeerde handelingen vaststellen tot wijziging van bijlage II teneinde deze aan te passen aan technologische ontwikkelingen door rekening te houden met de in artikel 103, lid 3, bedoelde elementen.

Artikel 110, lid 5

Vaststellen van gedelegeerde handelingen

n.v.t.

n.v.t.

7.    Artikel 21, lid 5, wordt als volgt gewijzigd:

a)    de tweede alinea wordt vervangen door:

“De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen met de technische en methodologische vereisten en, zo nodig, de sectorale vereisten voor de in lid 2 bedoelde maatregelen met betrekking tot andere dan de in de eerste alinea van dit lid bedoelde essentiële en belangrijke entiteiten. De Commissie beoordeelt regelmatig of de in deze alinea bedoelde uitvoeringshandelingen voor specifieke sectoren of soorten entiteiten worden vastgesteld om de werking van de interne markt te verbeteren. Op basis van de resultaten van die beoordelingen kan de Commissie dergelijke uitvoeringshandelingen voorstellen voor de geïdentificeerde sectoren of soorten entiteiten. Bij het opstellen van dergelijke beoordelingen richt de Commissie zich met name op het grensoverschrijdende karakter van sectoren of soorten entiteiten en voert zij een open, transparant en inclusief raadplegingsproces uit met belanghebbenden en lidstaten.”;

b)    na de vierde alinea wordt de volgende alinea ingevoegd:

“Wanneer de Commissie de in de eerste en tweede alinea van dit lid bedoelde uitvoeringshandelingen vaststelt, leggen de lidstaten geen verdere technische of methodologische vereisten voor de in artikel 21, lid 2, van Richtlijn (EU) 2022/2555 bedoelde maatregelen op aan de entiteiten die onder het toepassingsgebied van die uitvoeringshandelingen vallen.”

Artikel 1, punt 7, richtlijn 

Maximale harmonisatie  

De Commissie kan uitvoeringshandelingen vaststellen

 

 

n.v.t.

(1)    ENISA, ENISA Threat Landscape 2024, https://www.enisa.europa.eu/publications/enisa-threat-landscape-2024 .
(2)    ENISA, ENISA Threat Landscape 2025.
(3)    Europese Commissie, The future of European Competitiveness, https://commission.europa.eu/document/download/97e481fd-2dc3-412d-be4c-f152a8232961_en?filename=The%20future%20of%20European%20competitiveness%20_%20A%20competitiveness%20strategy%20for%20Europe.pdf .
(4)    JOIN/2025/130 final.
(5)    COM/2025/148 final.
(6)    JOIN(2025) 977 final.
(7)    COM/2025/66 final.
(8)    COM(2025) 10 final.
(9)    COM(2023) 207 final.
(10)    Uitvoeringsverordening (EU) 2023/203 van de Commissie en Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1645 van de Commissie.
(11)    Verordening (EU) 2023/1781 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 tot vaststelling van een kader voor maatregelen ter versterking van het Europese halfgeleiderecosysteem en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/694 (chipsverordening) (PB L 229 van 18.9.2023, blz. 1).
(12)    Met name de Richtlijnen 2014/23/EU, 2014/24/EU en 2014/25/EU.
(13)    Europese Commissie, Commission launches call for evidence and public consultation on the evaluation of the Public Procurement Directives, https://single-market-economy.ec.europa.eu/news/commission-launches-call-evidence-and-public-consultation-evaluation-public-procurement-directives-2024-12-13_en .
(14)    COM/2025/837 final.
(15)    JOIN/2023/20 final.
(16)    JOIN/2025/120 final.
(17)    JOIN/2025/977 final.
(18)     Verordening - 2019/881 - NL - EUR-Lex .
(19)    Horizontale groep cybervraagstukken.
(20)    Verordening (EU) 2019/881 ( https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2019/881/oj ).
(21)     http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2555/oj .
(22)     http://data.europa.eu/eli/reg/2008/765/oj .
(23)     http://data.europa.eu/eli/reg/2012/1025/oj .
(24)    PB C […] van […], blz. […].
(25)    PB C […] van […], blz. […].
(26)    Verordening (EU) 2019/881 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake Enisa (het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging), en inzake de certificering van de cyberbeveiliging van informatie- en communicatietechnologie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 526/2013 (de cyberbeveiligingsverordening) (PB L 151 van 7.6.2019, blz. 15, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/881/oj).
(27)    Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (NIS 2-richtlijn) (PB L 333 van 27.12.2022, blz. 80, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2555/oj).
(28)    Richtlijn (EU) 2022/2557 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten en tot intrekking van Richtlijn 2008/114/EG van de Raad (PB L 333 van 27.12.2022, blz. 164, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2557/oj).
(29)    Verordening (EU) 2024/2847 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 betreffende horizontale cyberbeveiligingsvereisten voor producten met digitale elementen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 168/2013 en (EU) 2019/1020 en Richtlijn (EU) 2020/1828 (verordening cyberweerbaarheid) (PB L, 2024/2847, 20.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2847/oj).
(30)    Verordening (EU) 2025/38 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2024 tot vaststelling van maatregelen ter versterking van de solidariteit en de capaciteit in de Unie om cyberdreigingen en -incidenten op te sporen, zich erop voor te bereiden en erop te reageren en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/694 (verordening cybersolidariteit) (PB L, 2025/38, 15.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/38/oj).
(31)    PB C, C/2025/3445, 20.6.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/3445/oj.
(32)    Cyberbeveiliging van 5G-netwerken — EU-instrumentarium met risicobeperkende maatregelen, NIS-samenwerkingsgroep, 1/2020, beschikbaar op: https://digital-strategy.ec.europa.eu/en/library/cybersecurity-5g-networks-eu-toolbox-risk-mitigating-measures .
(33)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad, Wegwerken van het tekort aan cyberbeveiligingsprofessionals om het concurrentievermogen, de groei en de veerkracht van Europa te versterken (“De academie voor cyberbeveiligingsvaardigheden”), COM(2023) 207 final, 18 april 2023.
(34)    Verordening (EU) 2022/2554 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende digitale operationele weerbaarheid voor de financiële sector en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1060/2009, (EU) nr. 648/2012, (EU) nr. 600/2014, (EU) nr. 909/2014 en (EU) 2016/1011 (PB L 333 van 27.12.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2554/oj).
(35)    Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/1366 van de Commissie van 11 maart 2024 tot aanvulling van Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad door middel van de vaststelling van een netcode inzake sectorspecifieke regels voor met cyberbeveiliging samenhangende aspecten van grensoverschrijdende elektriciteitsstromen (PB L, 2024/1366, 24.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2024/1366/oj).
(36)    Gedelegeerde Verordening (EU) 2022/1645 van de Commissie van 14 juli 2022 tot vaststelling van regels voor de toepassing van Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft eisen voor het beheer van risico’s voor de informatiebeveiliging met mogelijke gevolgen voor de luchtvaartveiligheid voor organisaties die onder Verordeningen (EU) nr. 748/2012 en (EU) nr. 139/2014 van de Commissie vallen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 748/2012 en (EU) nr. 139/2014 van de Commissie (PB L 248 van 26.9.2022, blz. 18, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg_del/2022/1645/oj ).
(37)    Uitvoeringsverordening (EU) 2023/203 van de Commissie van 27 oktober 2022 tot vaststelling van regels voor de toepassing van Verordening (EU) 2018/1139 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft de eisen voor het beheer van risico’s op het gebied van informatiebeveiliging met mogelijke gevolgen voor de veiligheid van de luchtvaart voor organisaties waarop de Verordeningen (EU) nr. 1321/2014, (EU) nr. 965/2012, (EU) nr. 1178/2011 en (EU) 2015/340 van de Commissie en de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2017/373 en (EU) 2021/664 van de Commissie van toepassing zijn en voor bevoegde autoriteiten waarop de Verordeningen (EU) nr. 748/2012, (EU) nr. 1321/2014, (EU) nr. 965/2012, (EU) nr. 1178/2011, (EU) 2015/340 en (EU) nr. 139/2014 van de Commissie en de Uitvoeringsverordeningen (EU) 2017/373 en (EU) 2021/664 van de Commissie van toepassing zijn, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1178/2011, (EU) nr. 748/2012, (EU) nr. 965/2012, (EU) nr. 139/2014, (EU) nr. 1321/2014 en (EU) 2015/340 van de Commissie en Uitvoeringsverordeningen (EU) 2017/373 en (EU) 2021/664 van de Commissie (PB L 31 van 2.2.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2023/203/oj).
(38)    Uitvoeringsverordening (EU) 2019/1583 van de Commissie van 25 september 2019 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/1998 van de Commissie tot vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen op het gebied van de beveiliging van de luchtvaart, voor wat maatregelen op het gebied van cyberbeveiliging betreft (PB L 246 van 26.9.2019, blz. 15, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2019/1583/oj ).
(39)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, Europees actieplan voor de cyberbeveiliging van ziekenhuizen en zorgaanbieders, COM(2025) 10 final, 15 januari 2025.
(40)    Verordening (EU, Euratom) 2023/2841 van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2023 tot vaststelling van maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de instellingen, organen en instanties van de Unie (PB L, 2023/2841, 18.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2841/oj).
(41)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s over ProtectEU: een Europese strategie voor interne veiligheid, COM(2025) 148 final, 1 april 2025.
(42)    Gezamenlijke mededeling van het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s over de strategie voor een paraatheidsunie, JOIN(2025) 130 final).
(43)    Gezamenlijke mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad, Versterking van de economische veiligheid van de EU, JOIN(2025) 977 final.
(44)    COM/2025/837 final.
(45)    Verordening (EG) nr. 460/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot oprichting van het Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging (PB L 77 van 13.3.2004, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2004/460/oj).
(46)    Verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 73, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/910/oj).
(47)    Verordening (EU) 2021/887 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot oprichting van het Europees kenniscentrum voor industrie, technologie en onderzoek op het gebied van cyberbeveiliging en het netwerk van nationale coördinatiecentra (PB L 202 van 8.6.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/887/oj).
(48)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, De vaardigheidsunie, COM(2025) 90 final van 5 maart 2025.
(49)    JOIN(2025) 791 final.
(50)    Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj).
(51)    Europese individuele attesteringen van cyberbeveiligingsvaardigheden moeten worden geacht een aanpak te volgen die vergelijkbaar is met wat de markt als “cyberbeveiligingscertificeringen” erkent. Om verwarring met betrekking tot het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering te voorkomen, wordt echter de voorkeur gegeven aan het begrip “attest”, dat reeds wordt gebruikt in de mededeling over de academie voor cyberbeveiligingsvaardigheden.
(52)

   Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1569.

(53)    Gemeenschappelijke aanpak, gehecht aan de gezamenlijke verklaring van het Europees Parlement, de Raad van de EU en de Europese Commissie over de gedecentraliseerde agentschappen, aangenomen op 19 juli 2012 en beschikbaar op: https://european-union.europa.eu/document/download/d4199ff4-1e3d-45e6-af7e-90cf1a7b10bc_en?filename=joint_statement_on_decentralised_agencies_en.pdf .
(54)    Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2001/1049/oj).
(55)    Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1725/oj).
(56)    Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/24/oj).
(57)    Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj).
(58)    Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (NIS 2-richtlijn) (PB L 333 van 27.12.2022, blz. 80, ELI:  http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2555/oj ).
(59)    Uitvoeringsverordening (EU) 2024/482 van de Commissie van 31 januari 2024 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) 2019/881 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de vaststelling van de Europese op gemeenschappelijke criteria gebaseerde cyberbeveiligingscertificeringsregeling (EUCC) (PB L, 2024/482, 7.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/482/oj).
(60)    Uitvoeringsverordening (EU) 2025/2540 van de Commissie van 9 december 2025 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) 2019/881 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de vaststelling van het plan voor collegiale toetsingen (PB L 2540 van 12.12.2025, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/2540/oj ).
(61)    Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93 (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2008/765/oj).
(62)    Uitvoeringsverordening (EU) 2024/3143 van de Commissie van 18 december 2024 tot vaststelling van de omstandigheden, vormen en procedures van aanmeldingen overeenkomstig artikel 61, lid 5, van Verordening (EU) 2019/881 van het Europees Parlement en de Raad inzake Enisa (het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging), en inzake de certificering van de cyberbeveiliging van informatie- en communicatietechnologie (PB L 3143, 19.12.2025, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2024/3143/oj ).
(63)    ENISA Threat Landscape 2025, oktober 2025.
(64)    Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (NIS 2-richtlijn) (PB L 333 van 27.12.2022, blz. 80, ELI: https://eur-lex.europa.eu/eli/dir/2022/2555/oj).
(65)    Verordening (EU) 2024/2847 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 betreffende horizontale cyberbeveiligingsvereisten voor producten met digitale elementen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 168/2013 en (EU) 2019/1020 en Richtlijn (EU) 2020/1828 (verordening cyberweerbaarheid) (PB L, 2024/2847, 20.11.2024, ELI: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/2847/oj/eng).
(66)    Gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement en de Raad, Versterking van de economische veiligheid van de EU, 3 december 2025, JOIN(2025) 977 final.
(67)    Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65, ELI: https://eur-lex.europa.eu/eli/dir/2014/24/oj/eng).
(68)    Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 243, ELI: https://eur-lex.europa.eu/eli/dir/2014/25/oj?locale=fr).
(69)    Mededeling van de Commissie over de uitvoering van het instrumentarium voor 5G-cyberbeveiliging, 15 juni 2023, C(2023) 4049 final.
(70)    Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1725/oj ).
(71)    Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/1025/oj).
(72)    Verordening (EU) 2023/2675 van het Europees Parlement en de Raad van 22 november 2023 betreffende de bescherming van de Unie en haar lidstaten tegen economische dwang door derde landen (PB L, 2023/2675, 7.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2675/oj).
(73)    PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1968/259(1)/oj.
(74)    Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/715/oj).
(75)    Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/883/oj).
(76)    PB L 136 van 31.5.1999, blz. 15, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/1999/531/oj.
(77)    Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1996/2185/oj).
(78)    Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2017/1371/oj).
(79)    Verordening nr. 1 van de Raad tot regeling van het taalgebruik in de Europese Economische Gemeenschap (PB 17 van 6.10.1958, blz. 385, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1958/1(1)/oj).
(80)    Besluit (EU, Euratom) 2015/443 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende veiligheid binnen de Commissie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 41, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2015/443/oj).
(81)    Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie van 13 maart 2015 betreffende de veiligheidsvoorschriften voor de bescherming van gerubriceerde EU-informatie (PB L 72 van 17.3.2015, blz. 53, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2015/444/oj).
(82)    Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gemeenschappelijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (NIS 2-richtlijn) (PB L 333 van 27.12.2022, blz. 80, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2555/oj).
(83)    Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap (herschikking) (PB L 293 van 31.10.2008, blz. 3, ELI: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2008/1008/oj).
(84)    In de zin van artikel 58, lid 2, punt a) of punt b), van het Financieel Reglement.
(85)     Politieke beleidslijnen 2024 .
(86)     Opdrachtbrief uitvoerend vice-voorzitter Virkkunen .
(87)     Verslag van Sauli Niinistö .
(88)     Rapport-Draghi over het Europese concurrentievermogen .
(89)     Enrico Letta, Much more than a market (april 2024) .
(90)    Toe te voegen na publicatie.
(91)     EU-cyberbeveiligingsverordening | EUR-Lex .
(92)     Financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (herschikking) — Bureau voor publicaties van de Europese Unie .
(93)     https://europa.eu/european-union/sites/europaeu/files/docs/body/joint_statement_and_common_approach_2012_en.pdf .
(94)     Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 .
(95)     https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2019/881/oj .
(96)     CNECT_AAR_2024_final .
(97)     enisa.europa.eu/sites/default/files/2024-11/2023 Consolidated Annual Activity Report_1.pdf .
(98)     MB Decision 2019_8 Financial rules_adopted.pdf .
(99)    GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.
(100)    EVA = Europese Vrijhandelsassociatie.
(101)    Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, aspirant-kandidaten van de Westelijke Balkan.
(102)    Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv. aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen enz.).
(103)    Zoals beschreven in punt 1.3.2. “Specifieke doelstellingen”
(104)    Geef onder de tabel aan hoeveel vte’s binnen het aangegeven aantal reeds aan het beheer van de actie zijn toegewezen en/of binnen uw DG kunnen worden herverdeeld en wat uw nettobehoeften zijn.
(105)    Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 20 % aan inningskosten.
(106)     Decision RR-02: Price list of SNAS services https://www.snas.sk/storage/app/uploads/public/677/e79/e4c/677e79e4cac62903312474.pdf
(107)    Bij de instandhouding wordt met name rekening gehouden met 2 persoonlijke bijeenkomsten met deskundigen per jaar (100 000 EUR), de kosten van contractanten ter ondersteuning van de ontwikkeling en herziening van ondersteunende documentatie voor de regeling, de invoering van certificeringsregelingen, de ondersteuning van collegiale toetsing en de uitvoering van conformiteitsbeoordelingen (4 x 15 000 = 60 000 EUR). De kosten omvatten ook het operationele deel van het CEF-platform en de certificeringswebsite van Enisa (40 000 EUR).
Top

Straatsburg, 20.1.2026

COM(2026) 11 final

BIJLAGEN

bij

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad

betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa), het Europees kader voor cyberbeveiligingscertificering, en de beveiliging van ICT-toeleveringsketens, en tot intrekking van Verordening (EU) 2019/881 (de cyberbeveiligingsverordening 2)






{SEC(2026) 11 final} - {SWD(2026) 11 final} - {SWD(2026) 12 final}


BIJLAGE I

VEREISTEN WAARAAN CONFORMITEITSBEOORDELINGSINSTANTIES MOETEN VOLDOEN

1.Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is naar nationaal recht opgericht en heeft rechtspersoonlijkheid.

2.Een conformiteitsbeoordelingsinstantie mag geen leverancier met een hoog risico zijn.

3.Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is een derde instantie die onafhankelijk is van de door haar beoordeelde entiteit of ICT-producten, -diensten en -processen of beheerde beveiligingsdiensten. Een instantie die lid is van een ondernemersorganisatie of van een beroepsvereniging die ondernemingen vertegenwoordigt die betrokken zijn bij het ontwerp, de vervaardiging, de levering, de assemblage, het gebruik of het onderhoud van de door haar beoordeelde ICT-producten, -diensten en -processen of beheerde beveiligingsdiensten, kan als een dergelijke derde partij worden beschouwd, op voorwaarde dat haar onafhankelijkheid en de afwezigheid van belangenconflicten worden aangetoond.

4.Een conformiteitsbeoordelingsinstantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, zijn niet de ontwerper, fabrikant, leverancier, installateur, koper, eigenaar, gebruiker of onderhouder van de door hen beoordeelde ICT-producten, -diensten en -processen, beheerde beveiligingsdiensten of entiteiten, noch de gemachtigde vertegenwoordiger van een van die partijen. Dit vormt geen beletsel voor het gebruik van de beoordeelde ICT-producten, -diensten, -processen of beheerde beveiligingsdiensten die noodzakelijk zijn voor de werkzaamheden van de conformiteitsbeoordelingsinstantie of het gebruik van dergelijke ICT-producten, -diensten, -processen of beheerde beveiligingsdiensten voor persoonlijke doeleinden.

5.Een conformiteitsbeoordelingsinstantie, haar hoogste leidinggevenden en het personeel dat de conformiteitsbeoordelingstaken verricht, zijn niet rechtstreeks of als vertegenwoordiger van de betrokken partijen betrokken bij het ontwerpen, vervaardigen, verhandelen, installeren, gebruiken of onderhouden van de door hen beoordeelde ICT-producten, -diensten, -processen, beheerde beveiligingsdiensten of entiteiten. Zij voeren geen activiteiten uit die hun onafhankelijk oordeel of hun integriteit met betrekking tot hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten in het gedrang kunnen brengen. Dat geldt met name voor adviesdiensten.

6.Conformiteitsbeoordelingsinstanties zorgen ervoor dat de activiteiten van hun dochterondernemingen en onderaannemers geen afbreuk doen aan de vertrouwelijkheid, objectiviteit of onpartijdigheid van hun conformiteitsbeoordelingswerkzaamheden.

7.Indien een conformiteitsbeoordelingsinstantie in eigendom is van of wordt geëxploiteerd door een overheidsinstantie, worden de onafhankelijkheid en de afwezigheid van belangenconflicten tussen de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit en de conformiteitsbeoordelingsinstantie gewaarborgd en gedocumenteerd.

8.Conformiteitsbeoordelingsinstanties en hun personeel voeren de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten uit met de grootste mate van beroepsintegriteit en met de vereiste technische bekwaamheid op het specifieke gebied en zij zijn vrij van elke druk en beïnvloeding, met name van financiële aard, die hun oordeel of de resultaten van hun conformiteitsbeoordelingsactiviteiten kunnen beïnvloeden, met name van personen of groepen van personen die belang hebben bij de resultaten van die activiteiten.

9.Een conformiteitsbeoordelingsinstantie is in staat alle conformiteitsbeoordelingstaken te vervullen die haar krachtens deze verordening zijn toegewezen, ongeacht of die taken door de conformiteitsbeoordelingsinstantie zelf dan wel namens haar en onder haar verantwoordelijkheid worden verricht. Elke uitbesteding aan of raadpleging van extern personeel wordt naar behoren gedocumenteerd, brengt geen tussenpersonen met zich mee en geschiedt bij schriftelijke overeenkomst waarin onder meer de vertrouwelijkheid en belangenconflicten worden geregeld.

10.Een conformiteitsbeoordelingsinstantie beschikt te allen tijde, voor elke conformiteitsbeoordelingsprocedure en voor elke soort, categorie of subcategorie ICT-producten, -diensten of -processen of beheerde beveiligingsdiensten of entiteiten over:

(a)het nodige personeel met technische kennis en voldoende relevante ervaring om de conformiteitsbeoordelingstaken te verrichten;

(b)de nodige beschrijvingen van de procedures voor de uitvoering van de conformiteitsbeoordeling, waarbij de transparantie en de mogelijkheid tot reproductie van die procedures worden gewaarborgd; een gepast beleid en geschikte procedures die een onderscheid maken tussen taken die zij als op grond van artikel 93 aangemelde instantie verricht en haar andere activiteiten;

(c)procedures voor de uitoefening van haar activiteiten die naar behoren rekening houden met de omvang van een onderneming, de sector waarin die actief is, haar structuur, de mate van complexiteit van de technologie van de betrokken ICT-producten, -diensten of -processen en het massa- of seriële karakter van het productieproces.

11.Een conformiteitsbeoordelingsinstantie beschikt over de nodige middelen om de technische en administratieve taken in verband met de conformiteitsbeoordelingswerkzaamheden op passende wijze uit te voeren en heeft toegang tot alle vereiste apparatuur en faciliteiten.

12.Een conformiteitsbeoordelingsinstantie gebruikt, installeert of integreert voor conformiteitsbeoordelingsactiviteiten uit hoofde van titel III geen ICT-componenten of componenten die ICT-componenten bevatten van leverancier met een hoog risico in overeenkomstig artikel 102 geïdentificeerde belangrijke ICT-activa.

13.Het voor de uitvoering van de conformiteitsbeoordelingsactiviteiten verantwoordelijke personeel beschikt over:

(a)een gedegen technische opleiding voor alle conformiteitsbeoordelingsactiviteiten waarvoor de conformiteitsbeoordelingsinstantie geaccrediteerd en, in voorkomend geval, gemachtigd is;

(b)toereikende kennis van de eisen inzake de conformiteitsbeoordelingen die ze verrichten en over voldoende bevoegdheid om die beoordelingen uit te voeren;

(c)voldoende kennis van en inzicht in de toepasselijke eisen en normen en in de relevante bepalingen van de harmonisatiewetgeving en uitvoeringshandelingen van de Unie;

(d)de bekwaamheid om certificaten, dossiers en rapporten op te stellen die aantonen dat conformiteitsbeoordelingen zijn verricht.

14.De conformiteitsbeoordelingsinstanties, hun hoogste leidinggevenden, de voor de verrichting van de conformiteitsbeoordelingswerkzaamheden verantwoordelijke personen en eventuele onderaannemers zijn onpartijdig.

15.De beloning van de hoogste leidinggevenden en het beoordelingspersoneel hangt niet af van het aantal uitgevoerde conformiteitsbeoordelingen of van de resultaten daarvan.

16.Conformiteitsbeoordelingsinstanties sluiten een aansprakelijkheidsverzekering af, tenzij de wettelijke aansprakelijkheid op basis van het nationale recht door hun lidstaat wordt gedekt of de lidstaat zelf rechtstreeks verantwoordelijk is voor de conformiteitsbeoordeling.

17.Het personeel van een conformiteitsbeoordelingsinstantie is gebonden aan het beroepsgeheim ten aanzien van alle informatie die bij de uitvoering van de taken uit hoofde van deze verordening of een bepaling van het recht van een lidstaat ter uitvoering daarvan wordt verkregen, behalve wanneer openbaarmaking vereist is uit hoofde van het recht van de Unie of het recht van de lidstaat waaraan deze personen onderworpen zijn, en behalve ten aanzien van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten waar zij hun activiteiten uitoefenen. De eigendomsrechten worden beschermd. De conformiteitsbeoordelingsinstantie beschikt over gedocumenteerde procedures om de naleving van dit lid te waarborgen.

18.Conformiteitsbeoordelingsinstanties handelen overeenkomstig een reeks consistente, billijke, evenredige en redelijke voorwaarden, waarbij voorkomen wordt de marktdeelnemers onnodig te belasten, en rekening wordt gehouden met de belangen van micro-ondernemingen en kleine tot middelgrote ondernemingen met betrekking tot vergoedingen.

19.Conformiteitsbeoordelingsinstanties die certificaten afgeven, voldoen aan de eisen van de toepasselijke geharmoniseerde norm zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 9, van Verordening (EG) nr. 765/2008 voor de accreditatie van conformiteitsbeoordelingsinstanties die ICT-producten, -diensten of -processen, beheerde beveiligingsdiensten of de cyberbeveiligingspositie van entiteiten certificeren.

20.Conformiteitsbeoordelingsinstanties die evaluatieactiviteiten verrichten, voldoen aan de eisen van de relevante geharmoniseerde normen voor de accreditatie van conformiteitsbeoordelingsinstanties die deze activiteiten verrichten.

21.Wanneer een conformiteitsbeoordelingsinstantie specifieke taken in verband met de conformiteitsbeoordeling uitbesteedt of door een dochteronderneming laat uitvoeren, waarborgt zij dat de onderaannemer of dochteronderneming aan de vereisten van deze bijlage voldoet, en, in voorkomend geval, de aanvullende of specifieke vereisten zoals vastgelegd in een Europese cyberbeveiligingscertificeringsregeling. De conformiteitsbeoordelingsinstantie stelt de nationale autoriteit voor cyberbeveiligingscertificering daarvan in kennis.

22.Conformiteitsbeoordelingsinstanties nemen de volledige verantwoordelijkheid op zich voor de taken die worden verricht door subcontractanten of dochterondernemingen, ongeacht waar deze zijn gevestigd.

23.Een conformiteitsbeoordelingsinstantie mag uitsluitend met instemming van de producent of leverancier activiteiten uitbesteden of door een dochteronderneming laten uitvoeren.

24.Conformiteitsbeoordelingsinstanties houden de relevante documenten over de beoordeling van de kwalificaties van de onderaannemer of de dochteronderneming en over de door de onderaannemer of dochteronderneming krachtens deze verordening uitgevoerde werkzaamheden ter beschikking van de nationale cyberbeveiligingscertificeringsautoriteit.

BIJLAGE II

Belangrijke ICT-activa voor mobiele en vaste netwerken voor elektronische communicatie 

Kritieke infrastructuur 

Belangrijke ICT-activa  

1. 5G-netwerken voor elektronische communicatie (niet-autonoom en autonoom) 

Kernnetwerkfuncties van mobiele netwerken voor elektronische communicatie 

Netwerkfunctievirtualisatie (NFV) en beheer en netwerkorkestratie (MANO) 

Radiotoegangsnetwerk 

2.  Vaste netwerken voor elektronische communicatie 

Kernnetwerkfuncties van vaste netwerken voor elektronische communicatie 

Netwerkbeheersysteem 

Vervoers- en transmissienetwerk    

Toegangsnetwerk 

3. Satellietnetwerken voor elektronische communicatie

Kernnetwerkfuncties van satellietnetwerken voor elektronische communicatie

Netwerkbeheersysteem

Encryptieproducten voor de beveiliging van afstandsbesturing/telemetrie

Grondstations en complementaire grondstations



BIJLAGE III

CONCORDANTIETABEL

Verordening (EU) 2019/881

Deze verordening

Artikel 1, lid 1

Artikel 1, lid 1

Artikel 1, lid 1, tweede alinea

Artikel 1, lid 2

Artikel 1, lid 2

Artikel 1, lid 4

Artikel 2

Artikel 2

Artikel 3

Artikel 3

Artikel 4

Artikel 4

Artikel 5

Artikel 5

Artikel 6

Artikel 6

Artikel 7, lid 1

Artikel 10, lid 1

Artikel 7, lid 2

Artikel 68, leden 1 en 2

Artikel 7, lid 3

Artikel 10, lid 2

Artikel 7, lid 4, eerste alinea, punten a) tot en met d)

Artikel 10, lid 4

Artikel 7, lid 4, tweede alinea

Artikel 68, lid 3

Artikel 7, lid 5

Artikel 14, leden 3 tot en met 5

Artikel 7, lid 6

Artikel 11, lid 1, punt f), en lid 5

Artikel 7, lid 7

Artikel 11 en artikel 10, lid 5

Artikel 8, lid 1

Artikel 17, leden 1 en 2

Artikel 8, lid 2

Artikel 8, lid 3

Artikel 8, lid 4

Artikel 17, lid 1, punt d)

Artikel 8, lid 5

Artikel 18, lid 6

Artikel 8, lid 6

Artikel 18, lid 4

Artikel 8, lid 7

Artikel 8

Artikel 9, punt a)

Artikel 11, lid 2, punt a)

Artikel 9, punt b)

Artikel 11, lid 2, punt c)

Artikel 9, punt c)

Artikel 5, lid 1, punt a)

Artikel 9, punt d)

Artikel 9, punt e)

Artikel 10

Artikel 7

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 9

Artikel 13

Artikel 24

Artikel 14

Artikel 25

Artikel 15

Artikel 28

Artikel 16

Artikel 26

Artikel 17

Artikel 27

Artikel 18

Artikel 29

Artikel 19

Artikel 30

Artikel 20

Artikel 32

Artikel 21

Artikel 35

Artikel 22

Artikel 23

Artikel 24

Artikel 44

Artikel 25

Artikel 52

Artikel 26

Artikel 53

Artikel 27

Artikel 54

Artikel 28

Artikel 55

Artikel 29

Artikel 45

Artikel 30

Artikel 46

Artikel 31

Artikel 48

Artikel 32

Artikel 50

Artikel 33

Artikel 51

Artikel 34

Artikel 56

Artikel 35

Artikel 57

Artikel 36

Artikel 31

Artikel 37

Artikel 59

Artikel 38

Artikel 60

Artikel 39

Artikel 64

Artikel 40

Artikel 65

Artikel 41

Artikel 66

Artikel 42, lid 1

Artikel 70, lid 1

Artikel 42, lid 2

Artikel 70, lid 4

Artikel 42, lid 3

Artikel 70, lid 2

Artikel 43

Artikel 67

Artikel 44

Artikel 62

Artikel 45

Artikel 63

Artikel 46, leden 1 en 2

Artikel 71, leden 1 en 2

Artikel 47

Artikel 48

Artikel 73, leden 1 en 2

Artikel 49, lid 1

Artikel 74, lid 1

Artikel 49, lid 2

Artikel 49, lid 3

Artikel 74, lid 4

Artikel 49, lid 4

Artikel 74, lid 2

Artikel 49, lid 5

Artikel 74, lid 3

Artikel 49, lid 6

Artikel 74, lid 5

Artikel 49, lid 7

Artikel 74, lid 9

Artikel 49, lid 8

Artikel 76, lid 1

Artikel 49 bis, leden 1 tot en met 3

Artikel 72, leden 3 tot en met 5

Artikel 49 bis, lid 4

Artikel 50

Artikel 79, leden 1 en 3

Artikelen 51 en 51 bis

Artikel 80, lid 1

Artikel 52

Artikel 82, leden 1, 7 en 9

Artikel 53

Artikel 83

Artikel 54, leden 1 en 2

Artikel 81, leden 1 tot en met 4

Artikel 54, leden 3 en 4

Artikel 78, leden 1 en 3

Artikel 55, lid 1

Artikel 84, leden 1 en 2

Artikel 55, lid 2

Artikel 84, lid 3

Artikel 56, lid 1

Artikel 85, lid 1

Artikel 56, lid 2

Artikel 71, lid 3

Artikel 56, lid 3

Artikel 56, lid 4

Artikel 85, lid 2

Artikel 56, leden 5 tot en met 9

Artikel 84, leden 3, 4, 6, 8 en 9

Artikel 56, lid 10

Artikel 71, lid 4

Artikel 57

Artikel 86, leden 1 tot en met 4

Artikel 58

Artikel 88

Artikel 59

Artikel 89

Artikel 60, leden 1, 2 en 4

Artikel 91, leden 1 tot en met 3

Artikel 60, lid 3

Artikel 92, lid 1

Artikel 61, lid 1

Artikel 93, lid 1

Artikel 61, leden 2 tot en met 4

Artikel 61, lid 5

Artikel 93, lid 3

Artikel 62, leden 1, 2, 4 en 5

Artikel 90, leden 1 tot en met 4

Artikel 62, lid 3

Artikelen 63 en 64

Artikel 96

Artikel 65

Artikel 97

Artikel 66

Artikel 118

Artikel 67

Artikel 120

Artikel 68

Artikel 121

Artikel 69

Artikel 122

Top