EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 6.2.2026
COM(2026) 10 final
2026/0037(BUD)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van aanvraag EGF/2025/005 AT/KTM van Oostenrijk
TOELICHTING
ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
1.De regels die van toepassing zijn op de financiële bijdragen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) zijn vastgesteld in Verordening (EU) 2021/691 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1309/2013.
2.Op 15 september 2025 heeft Oostenrijk aanvraag EGF/2025/005 AT/KTM ingediend voor een financiële bijdrage uit het EFG naar aanleiding van ontslagen bij KTM in Oostenrijk.
3.Na de aanvraag te hebben beoordeeld, heeft de Commissie overeenkomstig alle toepasselijke bepalingen van Verordening (EU) 2021/691 geconcludeerd dat aan de voorwaarden voor het toekennen van een financiële bijdrage uit het EFG is voldaan.
SAMENVATTING VAN DE AANVRAAG
|
EFG-aanvraag
|
EGF/2025/005 AT/KTM
|
|
Lidstaat
|
Oostenrijk
|
|
Betroffen regio(’s) (NUTS-niveau 2)
|
Opper-Oostenrijk (AT31)
|
|
Datum van de indiening van de aanvraag
|
15 september 2025
|
|
Datum van de bevestiging van de ontvangst van de aanvraag
|
15 september 2025
|
|
Datum van het verzoek om aanvullende gegevens
|
28 oktober 2025
|
|
Uiterste datum voor het verstrekken van de aanvullende gegevens
|
18 november 2025
|
|
Uiterste datum voor de voltooiing van de beoordeling
|
6 februari 2026
|
|
Criterium voor steunverlening
|
Artikel 4, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2021/691
|
Primaire onderneming
|
KTM (KTM Gruppe)
|
|
Economische sector(en)
(NACE Rev. 2-afdeling)
|
Afdeling 30 (Vervaardiging van andere transportmiddelen)
|
|
Referentieperiode (vier maanden):
|
25 februari 2025 – 25 juni 2025
|
|
Aantal ontslagen tijdens de referentieperiode (a)
|
233
|
|
Aantal ontslagen vóór of na de referentieperiode (b)
|
1 255
|
|
Totaal aantal ontslagen (a + b)
|
1 488
|
|
Totaal aantal in aanmerking komende begunstigden
|
1 488
|
|
Totaal aantal beoogde begunstigden
|
420
|
|
Begroting voor gepersonaliseerde steunmaatregelen (EUR)
|
2 895 120
|
|
Begroting voor de uitvoering van het EFG (EUR)
|
115 920
|
|
Totale begroting (EUR)
|
3 011 040
|
|
EFG-bijdrage (60 %) (EUR)
|
1 806 624
|
BEOORDELING VAN DE AANVRAAG
Procedure
4.Oostenrijk heeft aanvraag EGF/2025/005 AT/KTM ingediend op 15 september 2025, binnen twaalf weken na de datum waarop aan de in artikel 4, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2021/691 vermelde criteria voor steunverlening was voldaan. De Commissie heeft de ontvangst van de aanvraag nog op dezelfde dag bevestigd. De Commissie beschikte over de vertaling van de aanvraag op 14 oktober 2025 en heeft Oostenrijk op 28 oktober 2025 om aanvullende gegevens verzocht. Die aanvullende gegevens werden binnen 15 werkdagen na het verzoek verstrekt. De termijn van vijftig werkdagen na de ontvangst van de volledige aanvraag, binnen welke de Commissie moet beoordelen of de aanvraag voldoet aan de voorwaarden voor het verlenen van een financiële bijdrage, loopt af op 6 februari 2026.
Subsidiabiliteit van de aanvraag
Betrokken ondernemingen en begunstigden
5.De aanvraag betreft 233 ontslagen werknemers wier werkzaamheden bij KTM (KTM Gruppe) zijn beëindigd in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 30 (Vervaardiging van andere transportmiddelen). De ontslagen bij de onderneming zijn gevallen in de NUTS 2-regio Opper-Oostenrijk (AT31).
Criteria voor steunverlening
6.Oostenrijk heeft de aanvraag ingediend op grond van de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 2, punt a), van Verordening (EU) 2021/691, die vereisen dat binnen een referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat de werkzaamheden van ten minste 200 ontslagen werknemers zijn beëindigd, met inbegrip van werknemers die zijn ontslagen bij leveranciers en downstreamproducenten, en/of van zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd.
7.De referentieperiode van vier maanden voor de aanvraag liep van 25 februari 2025 tot en met 25 juni 2025.
8.Tijdens de referentieperiode werden bij KTM 233 werknemers ontslagen.
Berekening van de ontslagen en beëindigingen van werkzaamheden
9.Overeenkomstig artikel 6, eerste alinea, punt a), gelezen in samenhang met artikel 5, eerste alinea, van Verordening (EU) 2021/691 is het aantal beëindigingen van de werkzaamheden van de 233 ontslagen werknemers tijdens de referentieperiode berekend vanaf de datum van de feitelijke beëindiging of de afloop van de arbeidsovereenkomst.
In aanmerking komende begunstigden
10.Naast de werknemers die reeds werden vermeld, komen nog 1 255 ontslagen werknemers in aanmerking wier werkzaamheden vóór of na de referentieperiode van vier maanden zijn beëindigd. De werkzaamheden van al deze werknemers zijn beëindigd binnen zes maanden voor het begin van de referentieperiode op 25 februari 2025 en/of tussen het einde van de referentieperiode en de dag vóór de vaststelling van dit voorstel, overeenkomstig artikel 6, eerste alinea, punt b), van Verordening (EU) 2021/691, zoals vereist op grond van artikel 6, tweede alinea, van Verordening (EU) 2021/691. Er kan een duidelijk oorzakelijk verband worden gelegd met de gebeurtenis die in de referentieperiode tot de beëindiging van de werkzaamheden van de ontslagen werknemers heeft geleid, zoals voorgeschreven in artikel 6, tweede alinea, van Verordening (EU) 2021/691.
11.In totaal komen 1 488 werknemers in aanmerking.
Beschrijving van de gebeurtenissen die tot de ontslagen en de beëindiging van de werkzaamheden hebben geleid
12.De gebeurtenis die tot deze ontslagen heeft geleid, is de insolventieprocedure van KTM Gruppe.
13.KTM was de grootste dochteronderneming van Pierer Mobility AG (90 % van de omzet van Pierer). In 2012 was KTM uitgegroeid tot de grootste fabrikant van motorfietsen in de Europese Unie. Het hoofdkantoor van KTM bevindt zich in Mattighofen, in het district Braunau in Opper-Oostenrijk.
14.In december 2023 kondigde Pierer de verplaatsing van de productie naar China en India aan, wat leidde tot een eerste golf van ontslagen waarbij 300 banen in de fabriek in Mattighofen werden geschrapt. Dit was voornamelijk te wijten aan de veel lagere loonkosten in die landen. Andere factoren waren onder meer de nabijheid van groeimarkten, aangezien de vraag in Europa afnam, en minder strenge arbeidsbeperkingen, waardoor de productieniveaus flexibeler konden worden aangepast aan de marktontwikkelingen.
15.In 2024 kwam de onderneming in een grote crisis terecht: de verkoop daalde met 29,4 %, wat leidde tot een te grote voorraad (265 000 motorfietsen in voorraad) en een verlies van 1,1 miljard EUR. De schuld van KTM bedroeg 1,642 miljard EUR. De onderneming ging over tot ingrijpende kostenbesparingen, onder andere door meer dan 500 werknemers te ontslaan.
16.Ondanks inspanningen om de productie naar India te verplaatsen, was een insolventieprocedure onvermijdelijk. Voor Pierer werd een herstructureringsprocedure gestart. Daarbij werd voor KTM en de daarbij aangesloten ondernemingen een herstructureringsplan opgesteld. Op 29 november 2024 vroeg KTM faillissement aan. Van december 2024 tot maart 2025 werd de productie van KTM voor het eerst stilgelegd. Er werden nog eens meer dan 750 werknemers ontslagen. Op 25 februari 2025 keurden de schuldeisers een herstructureringsplan goed waarin hun een quotum van 30 % van het verschuldigde bedrag werd aangeboden. Er was echter een investeerder nodig om KTM over te nemen en het quotum te betalen.
17.Op het moment van de vergadering van schuldeisers was de insolventieprocedure van KTM Gruppe de grootste tot dan toe in Opper-Oostenrijk.
18.De productie werd op 17 maart 2025 hervat in één ploegendienst (in plaats van op volledige productiecapaciteit). De overige werknemers werkten minder uren en kregen loonsverlaging om de kosten te drukken. Verdere ontslagen waren onvermijdelijk. Op 28 april 2025 moest de productie opnieuw worden stilgelegd vanwege een aanhoudend tekort aan onderdelen en componenten.
19.Uiteindelijk werd een investeerder gevonden. Op 22 mei 2025 stelde Bajaj Auto International Holdings B.V. de nodige middelen ter beschikking om het voortbestaan van KTM te waarborgen. Door het overeengekomen quotum aan de schuldeisers te betalen, werden het faillissement van KTM en de dreiging dat de onderneming definitief zou worden gesloten, afgewend. De productie kon op 28 juli 2025 worden hervat. Daarbij werden de bezuinigingsmaatregelen voortgezet en werd de nadruk gelegd op kostenefficiëntie.
Verwachte effect van de ontslagen op de lokale, regionale of nationale economie en werkgelegenheid
20.Het faillissement van KTM had een grote impact op de omgeving van het hoofdkantoor in Mattighofen. Met meer dan 4 000 directe werknemers in Opper-Oostenrijk is de onderneming niet alleen een belangrijke werkgever, maar ook de economische ruggengraat van veel toeleveranciers en dienstverleners. Het faillissement had een zware impact op de regionale economie en veroorzaakte ernstige verstoringen.
21.Als gevolg daarvan steeg de werkloosheid in het district Braunau in oktober 2024 met 39,8 % en in november 2024 met 37,1 % ten opzichte van dezelfde maanden van het voorgaande jaar.
22.In maart 2025 leidde dit tot het hoogste werkloosheidspercentage dat ooit in het district Braunau werd geregistreerd, dat daarmee het hoogste werkloosheidscijfer van alle arbeidsmarkten in Oostenrijk had. De werkloosheid bleef in 2025 voortdurend hoog.
Toepassing van het EU-kwaliteitskader voor anticipatie op veranderingen en herstructurering
23.Oostenrijk heeft beschreven hoe rekening is gehouden met de aanbevelingen in het EU-kwaliteitskader voor anticipatie op veranderingen en herstructurering. In Oostenrijk zijn ondernemingen die personeel ontslaan niet wettelijk of op grond van een collectieve arbeidsovereenkomst verplicht om een werkgelegenheidsprogramma of andere maatregelen ter ondersteuning van de betrokken werknemers op te zetten of daaraan deel te nemen. De betrokken onderneming kan echter vrijwillig een outplacementstichting medefinancieren die verantwoordelijk is voor de maatregelen van het werkgelegenheidsprogramma.
24.KTM AG bevond zich in de betrokken periode in een insolventieprocedure en kon daarom geen betalingen aan de outplacementstichting verrichten.
25.Wat betreft de maatregelen die zijn genomen om de ontslagen werknemers bij te staan, heeft Oostenrijk aangegeven dat de openbare dienst voor arbeidsvoorziening van Opper-Oostenrijk onmiddellijk na de kennisgeving van het faillissementsverzoek van KTM advies is gaan verstrekken aan de betrokken werknemers en in samenwerking met de deelstaat Opper-Oostenrijk heeft besloten om op vrijwillige basis een insolventiestichting op te richten en voor te financieren, en om EFG-steun aan te vragen.
Complementariteit met acties die door nationale of EU-fondsen worden gefinancierd
26.Oostenrijk heeft bevestigd dat de hieronder beschreven maatregelen die een financiële bijdrage uit het EFG ontvangen, niet ook financiële steun van andere financiële instrumenten van de Unie zullen ontvangen.
27.Het gecoördineerde pakket gepersonaliseerde steunmaatregelen vormt een aanvulling op maatregelen die uit andere nationale fondsen worden gefinancierd.
Procedures voor overleg met de beoogde begunstigden, hun vertegenwoordigers, de sociale partners of plaatselijke en regionale autoriteiten
28.Oostenrijk heeft laten weten dat het gecoördineerde pakket van gepersonaliseerde steunmaatregelen werd opgesteld in overleg met de sociale partners overeenkomstig artikel 7, lid 4, van Verordening (EU) 2021/691. De faillissementsaanvraag van KTM is op 29 november 2024 ingediend. Op 5 december 2024 vond de eerste coördinatievergadering plaats met vertegenwoordigers van de deelstaat Opper-Oostenrijk en de sociale partners over de oprichting van een insolventiestichting.
29.In het kader van de procedure voor de erkenning van de insolventiestichting, uitgevoerd door de openbare dienst voor arbeidsvoorziening van Opper-Oostenrijk, werden de sociale partners, als vertegenwoordigers van de lokale economie en de betrokken werknemers, geraadpleegd. Alle betrokken partijen hebben de oprichting van de insolventiestichting goedgekeurd. De arbeidsmarktdienst van Opper-Oostenrijk heeft de sociale partners vervolgens in kennis gesteld van de aanvraag bij het EFG.
30.Deelname aan de insolventiestichting is vrijwillig voor de betrokken werknemers. De maatregelen zijn gericht op degenen die uitgebreide, intensieve bijstand nodig hebben.
Beoogde begunstigden en voorgestelde maatregelen
Beoogde begunstigden
31.Naar verwachting zullen 420 ontslagen werknemers aan de maatregelen deelnemen. Overeenkomstig artikel 8, lid 7, punt f), van Verordening (EU) 2021/691 is de uitsplitsing van deze werknemers naar geslacht, leeftijdscategorie en onderwijsniveau als volgt:
|
Categorie
|
Aantal
beoogde begunstigden
|
|
Geslacht:
|
Mannen:
|
279
|
(66,4 %)
|
|
|
Vrouwen:
|
141
|
(33,6 %)
|
|
|
Non-binair
|
0
|
(0 %)
|
|
Leeftijdsgroep:
|
Jonger dan 30 jaar:
|
67
|
(16 %)
|
|
|
30-54 jaar:
|
311
|
(15 %)
|
|
|
Ouder dan 54 jaar:
|
42
|
(10 %)
|
|
Opleidingsniveau
|
Lager middelbaar onderwijs of minder:
|
90
|
(21,4 %)
|
|
|
Hoger middelbaar of postsecundair onderwijs:
|
173
|
(41,2 %)
|
|
|
Tertiair onderwijs:
|
157
|
(37,4 %)
|
Voorgestelde maatregelen
32.Overeenkomstig artikel 8, lid 7, punt h), van Verordening (EU) 2021/691 bestaat het gepersonaliseerde gecoördineerde pakket dat aan ontslagen werknemers moet worden verstrekt uit de volgende maatregelen:
–Dossierbeheer: Deze maatregel is bedoeld om deelnemers zeer gepersonaliseerde ondersteuning te bieden, waaronder begeleiding bij de uitvoering van hun individuele actieplan en de documentatie en evaluatie van hun individuele opleidingstrajecten.
–Loopbaanbegeleiding — loopbaanoriëntatie: Deze maatregel gaat vooraf aan het individuele actieplan en heeft voornamelijk tot doel de loopbaanvooruitzichten in kaart te brengen op basis van de interesses en de sterke en zwakke punten van de deelnemers. Om een actieplan op te stellen, worden individuele opleidingsdoelstellingen vastgesteld en opleidingsmogelijkheden besproken. Dit is gebaseerd op een grondig onderzoek naar trends op de arbeidsmarkt en toekomstige werkgelegenheidsvooruitzichten.
–Opleiding en omscholing: Bij het opstellen van het actieplan zal bijzondere aandacht worden besteed aan de verbetering van de beroepsvaardigheden. De deelnemers kunnen zo opleidingen en omscholingscursussen volgen die aansluiten bij de behoeften van de arbeidsmarkt, waardoor ze zo snel mogelijk een nieuwe en duurzame baan kunnen vinden.
–Het proactief zoeken naar een baan: In het kader van deze maatregel wordt onder meer hulp geboden bij het opstellen van overtuigende sollicitaties, het ontwikkelen van strategieën voor het zoeken naar werk en het opstellen van individuele en beroepsgerichte sollicitaties, het stimuleren van initiatief en motivatie, het omgaan met afwijzingen en het vergroten van weerbaarheid enz.
–Opleidingstoelage — opleidingsgerelateerde subsidie: Elke deelnemer aan het programma ontvangt een opleidingstoelage om de bijkomende kosten voor deelname aan opleidingsactiviteiten te dekken.
33.Loopbaanbegeleiding en opleidings- en omscholingsmaatregelen: Deze maatregelen zorgen voor de verspreiding van de vaardigheden die nodig zijn in het digitale industriële tijdperk en in een hulpbronnenefficiënte economie, zoals vereist op grond van artikel 7, lid 2, van Verordening (EU) 2021/691. In het kader van loopbaanbegeleiding wordt bijzondere aandacht besteed aan het belang van loopbaanvooruitzichten op het gebied van groene banen (werkgelegenheid in sectoren zoals hernieuwbare energie, duurzame bouw en renovatie, water- en afvalwaterbeheer). Bij opleidings- en omscholingsmaatregelen wordt bij het opstellen van individuele actieplannen de nadruk gelegd op digitale vaardigheden, met name voor deelnemers zonder of met slechts zeer elementaire voorafgaande kennis.
34.De hier voorgestelde maatregelen zijn actieve arbeidsmarktbeleidsmaatregelen die behoren tot de in artikel 7 van Verordening (EU) 2021/691 vastgestelde in aanmerking komende maatregelen. Deze maatregelen komen niet in de plaats van maatregelen die gericht zijn op passieve sociale bescherming.
35.Oostenrijk heeft de nodige informatie verstrekt over maatregelen waartoe het betrokken bedrijf krachtens de nationale wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten verplicht is. Overeenkomstig artikel 9, lid 1, van Verordening (EU) 2021/691 heeft Oostenrijk bevestigd dat een financiële bijdrage uit het EFG niet in de plaats komt van dergelijke maatregelen.
Geraamde begroting
36.De totale kosten worden op 3 011 040 EUR geraamd, met inbegrip van uitgaven voor een bedrag van 2 895 120 EUR voor gepersonaliseerde steunmaatregelen en 115 920 EUR voor activiteiten op het vlak van voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit en controle en rapportage.
37.Van het EFG wordt in totaal een financiële bijdrage van 1 806 624 EUR (60 % van de totale kosten) gevraagd.
38.Oostenrijk heeft overeenkomstig artikel 8, lid 7, punt m), van Verordening (EU) 2021/691 gespecificeerd dat de nationale voorfinanciering gelijkelijk wordt verdeeld tussen de regering van Opper-Oostenrijk en de Oostenrijkse openbare dienst voor arbeidsvoorziening (Arbeitsmarktservice). De medefinanciering wordt verstrekt door de Oostenrijkse openbare dienst voor arbeidsvoorziening (Arbeitsmarktservice).
|
Maatregelen
|
Geraamd aantal deelnemers
|
Geraamde kosten per deelnemer
(in EUR)
|
Geraamde totale kosten
(in EUR)
|
|
Gepersonaliseerde steunmaatregelen (maatregelen uit hoofde van artikel 7, lid 2, tweede alinea, punt a), van Verordening (EU) 2021/691)
|
|
Dossierbeheer
|
420
|
920
|
386 400
|
|
Loopbaanbegeleiding — loopbaanoriëntatie (Berufsberatung — Berufsorientierung)
|
420
|
1 000
|
420 000
|
|
Opleiding en omscholing (Aus- und Weiterbildung)
|
300
|
3 436
|
1 030 800
|
|
Het proactief zoeken naar een baan (Aktive Arbeitssuche)
|
120
|
500
|
60 000
|
|
Subtotaal (a):
Percentage van het pakket van gepersonaliseerde steunmaatregelen:
|
–
|
1 897 200
|
|
|
|
(65,53 %)
|
|
Toelagen en stimulansen (maatregelen uit hoofde van artikel 7, lid 2, tweede alinea, punt b), van Verordening (EU) 2021/691)
|
|
Opleidingstoelage — opleidingsgerelateerde subsidie (Ausbildungsbeihilfe — Ausbildungsbedingter Zuschuss)
|
420
|
2 376
|
997 920
|
|
Subtotaal (b):
Percentage van het pakket van gepersonaliseerde steunmaatregelen:
|
–
|
997 920
|
|
|
|
(34,47 %)
|
|
Activiteiten overeenkomstig artikel 7, lid 5, van Verordening (EU) 2021/691
|
|
1. Voorbereiding
|
–
|
0
|
|
2. Beheer
|
–
|
115 920
|
|
3. Voorlichting en publiciteit
|
–
|
0
|
|
4. Controle en rapportage
|
–
|
0
|
|
Subtotaal (c):
Percentage van de totale kosten:
|
–
|
115 920
|
|
|
|
(3,85 %)
|
|
Totale kosten (a + b + c):
|
–
|
3 011 040
|
|
EFG-bijdrage (60 % van de totale kosten)
|
–
|
1 806 624
|
39.De kosten van de in de bovenstaande tabel opgenomen maatregelen die vallen onder artikel 7, lid 2, tweede alinea, punt b), van Verordening (EU) 2021/691, bedragen niet meer dan 35 % van de totale kosten voor het gecoördineerde pakket gepersonaliseerde steunmaatregelen. Oostenrijk heeft bevestigd dat deze maatregelen afhangen van de actieve deelname van de beoogde begunstigden aan opleidingsactiviteiten en activiteiten in verband met het zoeken van een baan.
Periode waarbinnen de uitgaven subsidiabel zijn
40.Oostenrijk heeft de beoogde begunstigden met ingang van 1 maart 2025 gepersonaliseerde steunmaatregelen verstrekt. De uitgaven voor de maatregelen komen derhalve vanaf 1 maart 2025 tot 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van het financieringsbesluit voor een financiële bijdrage uit het EFG in aanmerking.
41.Op 1 maart 2025 heeft Oostenrijk de eerste administratieve uitgaven gedaan met het oog op de uitvoering van het EFG. De uitgaven voor activiteiten op het vlak van voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit en controle en rapportage zullen derhalve van 1 maart 2025 tot 31 maanden na de datum van inwerkingtreding van het financieringsbesluit voor een financiële bijdrage uit het EFG in aanmerking komen.
Beheers- en controlesystemen
42.De aanvraag bevat een beschrijving van het beheers- en controlesysteem zoals voorgeschreven in artikel 23 van Verordening (EU) 2021/691, waarin de verantwoordelijkheden van de betrokken instanties zijn vastgesteld. Oostenrijk heeft de Commissie ervan in kennis gesteld dat de financiële bijdrage krachtens een administratieve overeenkomst tussen het Oostenrijks federaal Ministerie van Onderwijs, Sociale Zaken, Volksgezondheid, Zorg en Consumentenbescherming (eenheid IX/A/3), als Oostenrijkse beheersautoriteit voor het EFG, en Opper-Oostenrijk, zal worden beheerd door de afdeling Economie en Onderzoek van Opper-Oostenrijk. De controlefunctie op het eerste niveau is uitbesteed aan Public Management & Consulting GmbH in Wenen. De functie van de auditautoriteit wordt uitgeoefend door dezelfde afdeling binnen het directoraat van Opper-Oostenrijk voor regionale planning, economische en plattelandsontwikkeling, die ook optreedt als de auditautoriteit van Opper-Oostenrijk voor het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Fonds voor een rechtvaardige transitie. De auditautoriteit werkt dus gescheiden en onafhankelijk van de afdeling Economie en Onderzoek om een adequate scheiding van taken te waarborgen.
Toezeggingen door de betrokken lidstaat
43.Oostenrijk heeft op de volgende punten de nodige garanties geboden:
–bij de toegang tot de voorgestelde maatregelen en de uitvoering ervan zullen de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie worden gerespecteerd;
–er is voldaan aan de voorschriften van de nationale en EU-wetgeving betreffende collectieve ontslagen;
–dubbele financiering wordt voorkomen;
–de financiële bijdrage uit het EFG zal voldoen aan de procedurele en materiële EU-regels inzake overheidssteun.
GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Begrotingsvoorstel
44.Overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027, gewijzigd bij Verordening (EU, Euratom) 2024/765 van de Raad van 29 februari 2024, mag het EFG het jaarlijks maximumbedrag van 30 miljoen EUR (in prijzen van 2018) niet overschrijden.
45.Na te hebben onderzocht of de aanvraag voldoet aan de voorwaarden van artikel 13, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2021/691, en rekening houdend met het aantal beoogde begunstigden, de voorgestelde maatregelen en de geraamde kosten, stelt de Commissie voor om uit het EFG een bedrag van 1 806 624 EUR beschikbaar te stellen — hetgeen overeenkomt met 60 % van de totale kosten van de voorgestelde maatregelen — teneinde een financiële bijdrage toe te kennen in het kader van de aanvraag.
46.Overeenkomstig artikel 15, lid 1, eerste alinea, tweede zin, van Verordening (EU) 2021/691 en zoals voorgeschreven in punt 9 van het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen, zal het voorgestelde besluit om middelen uit het EFG beschikbaar te stellen gezamenlijk door het Europees Parlement en de Raad worden genomen.
Met dit besluit samenhangende handelingen
47.Tegelijk met dit voorstel voor een besluit om middelen uit het EFG beschikbaar te stellen, dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel in om 1 806 624 EUR naar het desbetreffende begrotingsonderdeel over te schrijven.
48.Tegelijk met dit voorstel voor een besluit om middelen uit het EFG beschikbaar te stellen, heeft de Commissie ook een besluit over een financiële bijdrage vastgesteld dat een financieringsbesluit is in de zin van artikel 110 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Dat financieringsbesluit treedt overeenkomstig artikel 15, lid 2, eerste alinea, van Verordening (EU) 2021/691 in werking op de datum waarop het Europees Parlement en de Raad de Commissie in kennis stellen van de goedkeuring van de begrotingsoverschrijving.
2026/0037 (BUD)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van aanvraag EGF/2025/005 AT/KTM van Oostenrijk
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,
Gezien Verordening (EU) 2021/691 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1309/2013, en met name artikel 15, lid 1, eerste alinea,
Gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen, en met name punt 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) heeft tot doel solidariteit te betonen en fatsoenlijke en duurzame werkgelegenheid in de Unie te bevorderen door steun te verlenen aan ontslagen werknemers en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beëindigd als gevolg van grote herstructureringen en hen te helpen zo snel mogelijk weer fatsoenlijk en duurzaam werk te vinden.
(2)Overeenkomstig artikel 8 van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad, gewijzigd bij Verordening (EU, Euratom) 2024/765 van de Raad, en artikel 16 van Verordening (EU) 2021/691, mag het EFG een jaarlijks maximumbedrag van 30 miljoen EUR (in prijzen van 2018) niet overschrijden.
(3)Op 15 september 2025 heeft Oostenrijk overeenkomstig artikel 8, lid 1, van Verordening (EU) 2021/691 een aanvraag ingediend om middelen uit het EFG beschikbaar te stellen in verband met ontslagen van werknemers bij KTM (KTM Gruppe) in Oostenrijk. Oostenrijk heeft overeenkomstig artikel 8, lid 5, van Verordening (EU) 2021/691 aanvullende gegevens verstrekt. Op basis van de beoordeling door de Commissie in het voorstel voor een besluit tot beschikbaarstelling van het Europees Parlement en de Raad wordt die aanvraag geacht te voldoen aan de voorwaarden voor het verlenen van een financiële bijdrage uit het EFG, zoals vastgesteld in artikel 13 van Verordening (EU) 2021/691.
(4)Er moeten dan ook middelen uit het EFG beschikbaar worden gesteld om een financiële bijdrage van 1 806 624 EUR te leveren in het kader van de door Oostenrijk ingediende aanvraag.
(5)Teneinde zo snel mogelijk middelen uit het EFG ter beschikking te stellen, moet dit besluit van toepassing zijn vanaf de datum waarop het wordt vastgesteld,
HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Ten laste van de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2026 wordt een bedrag van 1 806 624 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten beschikbaar gesteld uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie. Het is van toepassing vanaf [the date of its adoption].
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement
Voor de Raad
De voorzitter
De voorzitter