EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 30.4.2026
COM(2026) 168 final
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
Eerste voorgangsverslag over de uitvoering door Armenië van het actieplan voor visumliberalisering
This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52026DC0168
REPORT FROM THE COMMISSION TO THE EUROPEAN PARLIAMENT AND THE COUNCIL First Progress Report on the implementation by Armenia of the Action Plan on Visa Liberalisation
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Eerste voorgangsverslag over de uitvoering door Armenië van het actieplan voor visumliberalisering
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD Eerste voorgangsverslag over de uitvoering door Armenië van het actieplan voor visumliberalisering
COM/2026/168 final
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 30.4.2026
COM(2026) 168 final
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
Eerste voorgangsverslag over de uitvoering door Armenië van het actieplan voor visumliberalisering
1.Samenvatting
De dialoog tussen de EU en Armenië over visumliberalisering is in september 2024 van start gegaan. Vervolgens heeft de Commissie met de hulp van deskundigen van de lidstaten naar aanleiding van twee verkennende bezoeken aan Armenië in februari en april 2025 een actieplan voor visumliberalisering (visa liberalisation action plan, VLAP) opgesteld. Het VLAP werd vervolgens in november 2025 door de Commissie aan de Armeense autoriteiten voorgelegd.
Het actieplan bevat een gedetailleerde beschrijving van hervormingen op het gebied van: i) de beveiliging van reisdocumenten; ii) grens-, migratie- en asielbeheer; iii) openbare orde en veiligheid, en iv) grondrechtenvraagstukken die verband houden met de vrijheid van verkeer. De dialoog over visumliberalisering duurt zo lang als nodig is om aan alle vastgestelde benchmarks te voldoen.
In december 2025 vond in Jerevan een eerste EU-evaluatiemissie plaats met deskundigen van de lidstaten, diensten van de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden, Frontex en de EU-delegatie in Armenië om de vooruitgang te beoordelen die Armenië had geboekt bij het voldoen aan de benchmarks van het VLAP. De nadruk lag daarbij op de eerste reeks benchmarks (fase 1), die betrekking hebben op het wetgevings- en beleidskader op alle beleidsterreinen die onder het VLAP vallen.
Het eerste voortgangsverslag van de Commissie bouwt voort op de bevindingen van de EU-evaluatiemissie en op de door de Armeense autoriteiten verstrekte informatie. Hierin wordt gekeken naar de eerste reeks benchmarks van het VLAP, zoals hierboven beschreven. In grote lijnen wordt in dit eerste voortgangsverslag van de Commissie geconcludeerd dat de Armeense autoriteiten blijk hebben gegeven van een sterke politieke wil om de hervormingen die in het kader van het VLAP worden verwacht, uit te voeren. Ondanks het feit dat het VLAP pas recentelijk aan Armenië is voorgelegd, zijn veel van de noodzakelijke hervormingen door de Armeense autoriteiten al in gang gezet of gepland.
De Commissie zal de bevindingen van dit verslag doen toekomen aan het Europees Parlement en de Raad. Deze bevindingen zullen door de Commissie ook worden voorgelegd aan en besproken met de Armeense autoriteiten tijdens de volgende bijeenkomst van hoge ambtenaren. De Commissie zal de verwezenlijking van alle benchmarks die onderdeel uitmaken van de vier blokken van het VLAP, met de steun van deskundigen van de EU-lidstaten blijven monitoren. Daartoe zullen in de komende tijd in Armenië aanvullende evaluatiemissies van de EU worden georganiseerd. De Commissie zal regelmatig voortgangsverslagen publiceren. De vooruitgang bij de verwezenlijking van de eerste reeks benchmarks zal door de Commissie en de Raad zorgvuldig worden onderzocht, teneinde overeenstemming te bereiken over de start van de beoordeling van de tweede reeks benchmarks (fase 2). Bij de beoordeling van deze tweede reeks benchmarks zal worden gekeken naar de uitvoering van de hervormingen.
De Commissie zal Armenië blijven ondersteunen bij de uitvoering van het VLAP, onder meer door middel van specifieke technische en financiële bijstand in het kader van het veerkracht- en groeiplan voor Armenië dat momenteel wordt uitgevoerd.
2.Achtergrond
De betrekkingen tussen de EU en Armenië zijn gebaseerd op de brede en versterkte partnerschapsovereenkomst, die op 1 maart 2021 in werking is getreden. Op 2 december 2025 heeft de Partnerschapsraad EU-Armenië in het kader van deze partnerschapsovereenkomst een nieuwe strategische agenda voor het partnerschap tussen de EU en Armenië aangenomen, die ambitieuze prioriteiten en een duidelijk, onderling overeengekomen kader voor de samenwerking op het gebied van mobiliteit en intermenselijke contacten bevat.
Na de goedkeuring door de Raad in juli 2024 is op 9 september 2024 in Jerevan een dialoog over visumliberalisering tussen de EU en Armenië van start gegaan. In oktober 2025 hechtte de Raad zijn goedkeuring aan het door de Commissie gepresenteerde actieplan voor visumliberalisering voor Armenië, waarin de belangrijkste benchmarks zijn vastgesteld waaraan Armenië moet voldoen voordat Armeense burgers visumvrij naar de EU kunnen reizen. Het VLAP is op 5 november 2025 aan de Armeense autoriteiten overhandigd. De hervormingen in verband met de dialoog over visumliberalisering worden door de EU ondersteund via het veerkracht- en groeiplan voor Armenië, dat voorzitter Von der Leyen in april 2024 heeft aangekondigd.
Het VLAP is opgebouwd uit vier blokken, namelijk 1) documentbeveiliging, met inbegrip van biometrie; 2) geïntegreerd grensbeheer, migratiebeheer en asiel; 3) openbare orde en veiligheid, en 4) externe betrekkingen en grondrechten. Het bevat twee reeksen benchmarks: de benchmarks in de eerste fase hebben betrekking op het wetgevings- en beleidskader. Deze eerste reeks benchmarks maakt de weg vrij voor de verwezenlijking van specifiekere benchmarks, die gebruikt worden om in een tweede fase de doeltreffende en duurzame uitvoering van de betrokken maatregelen te beoordelen.
Sinds 1 januari 2014 hoeven EU-burgers geen visum meer te hebben om naar Armenië te reizen.
Als eerste geleidelijke stap naar toekomstig visumvrij reizen van Armeense burgers naar de EU is per 1 januari 2014 de visumversoepelingsovereenkomst tussen de EU en Armenië in werking getreden. Op dezelfde datum is ook de overnameovereenkomst tussen de EU en Armenië van toepassing geworden. Beide overeenkomsten, waarvan de doeltreffende uitvoering wordt gemonitord door twee speciale gemengde comités, zijn sindsdien op bevredigende wijze uitgevoerd. Het aantal Schengenvisa dat aan Armeense burgers is afgegeven, alsook het percentage meervoudige visa daarvan, is de afgelopen jaren gestaag toegenomen. In 2019 werden 51 000 Schengenvisa afgegeven aan Armeense burgers (waarvan 34,8 % meervoudige visa), terwijl in 2024 aan hen 86 300 Schengenvisa werden afgegeven (waarvan 43,5 % meervoudige visa). Hieruit blijkt dat Armeniërs steeds meer belangstelling hebben om naar de EU te reizen. Het percentage geweigerde visa is stabiel gebleven (13,2 % in 2019 en 12,4 % in 2024), hoewel naar verwachting extra maatregelen zullen worden genomen om het percentage geweigerde visa in de toekomst verder terug te dringen. De samenwerking tussen de EU en Armenië op het gebied van overname en terugkeer is nog altijd zeer goed, zoals bevestigd door de laatste vergadering van het Gemengd Comité overname op 9 oktober 2025. In 2024 vaardigden de EU-lidstaten 3 105 terugkeerbesluiten uit ten aanzien van Armeense burgers en werden 925 van hen daadwerkelijk teruggestuurd. In 2025 1 vaardigden de EU-lidstaten 3 200 terugkeerbesluiten uit tegen Armeense burgers en werden 1 310 Armeniërs daadwerkelijk naar Armenië teruggestuurd. Het aantal Armeense burgers dat wegens irregulier verblijf in de EU is aangehouden, is relatief stabiel gebleven: 2 155 in 2019 en 2 465 in 2024. Het aanzienlijke aantal ongegronde asielaanvragen van Armeense onderdanen in sommige EU-landen, met name door personen die medische hulp zoeken, vormt echter een uitdaging die de Armeense autoriteiten moeten aanpakken. In 2024 vroegen 5 130 Armeniërs asiel aan in de EU (tegen 5 240 in 2022). Deze trend van Armeniërs die asiel aanvragen, is in 2025 echter aanzienlijk afgenomen 2 : er werden in de EU door Armeense burgers 3 535 aanvragen ingediend. De Armeense autoriteiten verwachten dat het nieuwe universele zorgverzekeringsstelsel van Armenië, dat in 2026 in werking is getreden, zal bijdragen tot een verdere daling van het aantal asielaanvragen.
3.Werkwijze
Overeenkomstig de in het VLAP uiteengezette werkwijze moet de Commissie het Europees Parlement en de Raad op de hoogte houden van de uitvoering van het VLAP door Armenië. Dit verslag vormt de eerste mededeling in dit kader.
Het wordt bovendien gepubliceerd nadat de Commissie op 29 januari 2026 haar allereerste EU-visumstrategie heeft vastgesteld 3 , die tot doel heeft de veiligheid en integriteit van het Schengengebied te versterken en tegelijkertijd bonafide reizen te vergemakkelijken en de aantrekkelijkheid van de EU in de wereld te vergroten. Dit verslag is in overeenstemming met de beginselen van de visumstrategie van de EU.
Tijdens de vergadering van de hoge ambtenaren die toezicht houden op de dialoog over visumliberalisering, in november 2025, hebben de Armeense autoriteiten de maatregelen gepresenteerd die ze reeds hebben genomen om het VLAP uit te voeren en hebben ze toegelicht wat de geplande verdere stappen zijn. Op 30 november 2025 heeft Armenië zijn eerste voortgangsverslag over de uitvoering van het VLAP ingediend, dat op 27 februari 2026 is geactualiseerd. Van 8 tot en met 12 december 2025 vond in Jerevan een EU-evaluatiemissie plaats met deskundigen uit de EU-lidstaten, de diensten van de Europese Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden, Frontex en de EU-delegatie in Armenië. De evaluatiemissie concentreerde zich op de uitvoering van de eerste reeks benchmarks uit alle vier de blokken van het VLAP. Deze evaluatiemissie bouwde ook voort op twee verkennende missies naar Armenië in februari en april 2025, waaraan deskundigen van de EU-lidstaten, de diensten van de Europese Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden, Frontex en de EU-delegatie in Armenië deelnamen en die tot doel hadden informatie te verzamelen die nodig was voor het opstellen van het VLAP. De feitelijke informatie in dit verslag is gebaseerd op deze bronnen.
In dit eerste verslag wordt de structuur van het VLAP gevolgd. Uitgaande van de vier blokken van het VLAP wordt in het verslag de vooruitgang met betrekking tot de eerste reeks benchmarks beoordeeld, waarbij de nadruk op het wetgevings- en beleidskader ligt en waar nodig aanbevelingen aan de Armeense autoriteiten worden gedaan. In het afsluitende deel van het verslag wordt een eindoordeel gegeven en worden de volgende stappen uiteengezet.
Tijdens de beoordeling van de uitvoering van het VLAP zal de Commissie ook voortdurend kijken naar het percentage in Armenië geweigerde visa, het aantal Armeense burgers aan wie de toegang aan de buitengrens van de EU is geweigerd of dat tijdens een illegaal verblijf in de EU is aangehouden, het aantal terugkeerbesluiten en het aantal terugkeerders naar Armenië, het aantal asielaanvragen in de EU van Armeense burgers en andere relevante prestatie-indicatoren. De Commissie zal ook een beoordeling geven van de mogelijke gevolgen voor de EU op het gebied van migratie en veiligheid van eventuele toekomstige visumliberalisering voor Armenië, alvorens over te gaan tot de beoordeling van de tweede reeks benchmarks, waarbij de nadruk zal liggen op de uitvoering. Tijdens de uitvoering van het VLAP zullen de Armeense autoriteiten de vastgestelde potentiële effecten moeten aanpakken.
De vooruitgang zal worden beoordeeld aan de hand van een prestatiegerichte aanpak en op basis van de effectieve en consistente uitvoering door Armenië van alle in het VLAP vastgestelde benchmarks. Dit proces is niet automatisch; de vooruitgang bij de verwezenlijking van de eerste reeks benchmarks zal door de Commissie en de Raad zorgvuldig worden onderzocht, teneinde gezamenlijk te bepalen wanneer kan worden gestart met de beoordeling van de tweede reeks benchmarks.
Bij haar besluit om al dan niet bij het Europees Parlement en de Raad een voorstel in te dienen voor afschaffing van de verplichting voor Armeense burgers die naar het Schengengebied reizen om een visum voor kort verblijf te verkrijgen, door middel van een wijziging van Verordening (EU) 2018/1806, zal de Commissie ook rekening houden met de algehele betrekkingen tussen de EU en Armenië en de mogelijke gevolgen van visumliberalisering op basis van trends in de bovengenoemde prestatie-indicatoren.
Het Europees Parlement en de Raad zullen volgens de gewone wetgevingsprocedure die het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie voor deze onderwerpen voorschrijft, een besluit nemen op basis van het voorstel van de Commissie.
4.Blok 1: documentbeveiliging, met inbegrip van biometrie
ØConsolidatie van het wettelijke en institutionele kader ter waarborging van de integriteit en beveiliging van de burgerlijke staat en het civiele registratieproces, waaronder de registratie van alle Armeense burgers in een gecentraliseerd en veilig elektronisch bevolkingsregister, waarbij aan de hoogste normen voor gegevensbescherming wordt voldaan.
In juli 2025 heeft Armenië een nieuwe wet inzake het nationale bevolkingsregister aangenomen, waarin de rechtsgrondslag wordt vastgesteld voor de oprichting van een gecentraliseerd nationaal bevolkingsregister (NBR) als enige nationale bron van persoonsgegevens voor identificatiedoeleinden en demografische gegevens in Armenië. Het NBR is bedoeld om de integriteit, consistentie en betrouwbaarheid van gegevens over de burgerlijke staat en de bevolking te waarborgen en zo het identiteitsbeheer, het openbaar bestuur en de dienstverlening overeenkomstig internationale normen te versterken. Er wordt gewerkt aan technische upgrades om de efficiëntie en de interoperabiliteit van het NBR van Armenië met andere relevante databanken te verbeteren.
Het Armeense NBR zal naar verwachting op 1 januari 2027 volledig operationeel worden. Het zal de gehele bevolking van Armenië omvatten, met inbegrip van niet-Armeense onderdanen, en zal gebaseerd zijn op een gedetailleerde registratie van levensgebeurtenissen, zoals geboorten, sterfgevallen, huwelijken en echtscheidingen. Voorts zal het NBR fungeren als een geïntegreerd platform voor de registratie per verblijfplaats, de afgifte van burgerservicenummers en de registratie van de wettelijke status van een persoon, waaronder Armeense staatsburgers, buitenlandse ingezetenen, asielzoekers en vluchtelingen. Zodra het NBR operationeel is, zal het naar verwachting voldoen aan de relevante normen en dienen als het fundament voor veilig identiteitsbeheer, betere documentbeveiliging en empirisch onderbouwd bevolkings- en migratiebeheer.
ØConsolidatie van het wettelijke en institutionele kader voor de afgifte van machineleesbare biometrische paspoorten, volledig in overeenstemming met de hoogste ICAO-normen en aanbevolen praktijken op basis van beveiligd identiteitsbeheer (burgerlijke stand en onderliggende documenten), overeenkomstig het beginsel “één persoon, één document”, en met inbegrip van diplomatieke en dienstpaspoorten.
In 2023 heeft de regering van Armenië een openbare aanbesteding uitgeschreven voor de invoering van een nationaal biometrisch identificatiesysteem, met als doel het identiteitsbeheer te moderniseren en de beveiliging van documenten in het land af te stemmen op de internationale normen. Toen de aanbestedingsprocedure was afgerond, heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken van Armenië een publiek-private partnerschapsovereenkomst gesloten met het bedrijf HayPass CJSC om het nieuwe nationale biometrische identificatiesysteem te ontwikkelen en te implementeren. Dit systeem vormt een hoeksteen voor de bredere hervorming van het Armeense systeem voor paspoorten en identiteitsdocumenten.
Volgens de eisen voor het nieuwe systeem zullen alle door Armenië afgegeven identiteitsdocumenten — waaronder identiteitskaarten, paspoorten, verblijfskaarten, reisdocumenten en diplomatieke en dienstpaspoorten — biometrische kenmerken bevatten en voldoen aan de normen en aanbevolen praktijken van ICAO-document 9303. De hervorming in het kader van dit nieuwe systeem is bedoeld om een hoog niveau van documentbeveiliging, interoperabiliteit en internationale erkenning te waarborgen.
Er wordt gewerkt aan een uitgebreide herziening van het rechtskader voor identiteitsdocumenten en daaraan gerelateerde procedures. Het beginsel “één persoon, één document” zal daarbij naar verwachting uitdrukkelijk worden gedefinieerd en in wetgeving worden gecodificeerd, waardoor de rechtszekerheid en de operationele samenhang worden versterkt.
Om het probleem met het beheer van CSCA-certificaten op te lossen, sluit Armenië zich aan bij het PKI/PKD-systeem (Public Key Infrastructure/Public Key Directory) van de ICAO, dat het uploaden en downloaden van de nodige digitale certificaten en de verspreiding ervan naar andere landen mogelijk maakt. Zodra de nodige systeemintegratie hiervan heeft plaatsgevonden, zullen de Armeense autoriteiten tijdens grenscontroles de echtheid en geldigheid kunnen verifiëren van de chips van alle paspoorten die zijn afgegeven door landen die aangesloten zijn bij het PKD-systeem van de ICAO. De integratie van dezelfde publiekesleutelinfrastructuur voor nationale identiteitskaarten en paspoorten op basis van chips in bestaande systemen zal de beveiliging van documenten en de interne en externe veiligheid vergroten.
ØVaststelling van een duidelijk tijdschema voor de volledige uitrol van biometrische ICAO-conforme paspoorten (ook bij de consulaten van Armenië in het buitenland) en reisdocumenten (waaronder reisdocumenten voor alle niet-onderdanen die verschillen van gewone nationale reisdocumenten), overeenkomstig internationale normen, en voor de volledige uitfasering van oude paspoorten.
Het nieuwe systeem voor biometrische identificatie zal naar verwachting in de tweede helft van 2026 van start gaan, net als de eerste biometrische identiteitskaarten en paspoorten. De hervorming omvat ook reisdocumenten die door Armeense diplomatieke missies in het buitenland worden afgegeven.
Er is nog geen termijn vastgesteld voor de definitieve uitfasering van paspoorten die niet aan de ICAO-normen voldoen.
ØVaststelling van een gedragscode en instelling van opleidingsprogramma’s op het gebied van corruptiebestrijding, alsook sancties in geval van niet-naleving, veilig beheer van persoonsdocumenten en gegevensbeveiliging voor medewerkers van overheidsinstanties die omgaan met paspoorten, identiteitskaarten en andere onderliggende documenten.
Het personeel van het Armeense agentschap voor de registratie van akten van de burgerlijke stand valt onder het toepassingsgebied van de ambtenarenwet en de integriteitsgerelateerde voorschriften die uit die wet voortvloeien. Hoewel deze wet ook een duidelijke rechtsgrondslag voor integriteit en verantwoording biedt en het ministerie van Justitie regelmatige opleidingen over integriteit heeft opgezet, is er minder bewijs beschikbaar over het bestaan van specifieke operationele procedures voor het onderzoeken van integriteitsschendingen, de systematische documentatie van handhavingsresultaten of de uitvoering van concrete preventieve maatregelen om de integriteits- en corruptierisico’s die inherent zijn aan de registratie van akten van de burgerlijke stand en de afgifte van documenten, te beperken.
Om de duurzame werking van de nieuwe digitale platforms te ondersteunen en beste praktijken op het gebied van gegevensbeheer in te voeren, heeft de Armeense dienst Migratie en Burgerschap gespecialiseerd personeel aangeworven dat belast is met de ontwikkeling en uitvoering van integraal beleid inzake gegevensbeheer. Tegelijkertijd voert de dienst Migratie en Burgerschap, in samenwerking met internationale partners, gerichte initiatieven uit voor capaciteitsopbouw en opleidingsprogramma’s op het gebied van gegevensbeheer voor het betrokken personeel.
Daarnaast heeft de dienst Migratie en Burgerschap ook een verplichte reeks cursussen opgezet die relevant zijn voor documentbeveiliging en identiteitsbeheer. Dit opleidingsmateriaal wordt ontwikkeld in samenwerking met partnereenheden van de nationale veiligheidsdienst en heeft tot doel ervoor te zorgen dat het gegevensbeheer wordt afgestemd op de beste Europese praktijken en lokale operationele vereisten.
Op basis van de bovenstaande bevindingen wordt aanbevolen dat de Armeense autoriteiten met betrekking tot de benchmarks van blok 1 betreffende documentbeveiliging, met inbegrip van biometrie (eerste fase):
·ervoor zorgen dat het toekomstige nationale bevolkingsregister voldoet aan de internationale normen inzake gegevensintegriteit en -beveiliging;
·alle paspoorten uitfaseren die niet aan de ICAO-normen voldoen;
·specifieke, permanente en functiespecifieke opleidingen over de authenticatie van ID-chips aanbieden voor alle betrokken personeelsleden om ervoor te zorgen dat de resultaten van de applicatie voor het uitlezen van documenten correct worden geïnterpreteerd;
·doorgaan met de toetreding tot het PKI/PKD-systeem (Public Key Infrastructure/Public Key Directory) van de ICAO, voor het veilig uploaden, valideren en verspreiden van certificaten van de Country Signing Certification Authority en de Document Signer Certificates, die nodig zijn voor de betrouwbare verificatie van elektronische reisdocumenten;
·een gecentraliseerde infrastructuur voor certificaatbeheer opzetten om te zorgen voor de veilige, consistente en tijdige verspreiding van digitale certificaten onder alle bevoegde autoriteiten die betrokken zijn bij de verificatie van documenten en grenstoezicht, waaronder migratiediensten, grensautoriteiten, de douane en de politie;
·regelmatig integriteitsrisicobeoordelingen uitvoeren die alle stadia van de behandeling van onderliggende documenten bestrijken, waaronder afgifte, verificatie, opslag en IT-toegang;
·een verplichte opleiding op het gebied van corruptiebestrijding en integriteit ontwikkelen voor alle functionarissen die betrokken zijn bij de behandeling van onderliggende documenten, inclusief regelmatige opfriscursussen en gestructureerde follow-up;
·operationele standaardprocedures invoeren voor het melden, opsporen en onderzoeken van wangedrag en integriteitsschendingen waarbij functionarissen betrokken zijn die verantwoordelijk zijn voor de behandeling van paspoorten, identiteitskaarten en andere onderliggende documenten, om een doeltreffende verantwoording te waarborgen.
5.Blok 2: geïntegreerd grensbeheer, migratiebeheer, asiel
5.1Geïntegreerd grensbeheer en visumbeleid
ØConsolidatie van het wettelijke en institutionele kader voor grensbeheer overeenkomstig internationale en EU-normen, onder meer wat betreft gegevensbeveiliging en alomvattende grenscontroles, waarbij een doeltreffende interinstitutionele samenwerking wordt gewaarborgd tussen alle bij het grensbeheer betrokken instanties.
De afgelopen twee jaar hebben de Armeense nationale veiligheidsdienst en het Armeense grensbewakingskorps geleidelijk de extra verantwoordelijkheid voor het grenstoezicht in Armenië op zich genomen. Sinds deze overdracht is het Armeense grensbewakingskorps nu volledig verantwoordelijk voor de grenscontroles bij alle bestaande grensovergangen met Georgië en Iran en op de internationale luchthavens van het land. De grenzen met Azerbeidzjan en Turkije zijn nog steeds gesloten. Langs de Armeense groene grenzen met Iran en Turkije wordt sinds januari 2025 samen met Russische grenswachters gepatrouilleerd.
Armenië moet overwegen specifieke wetgeving op te stellen om de samenwerking en informatie-uitwisseling tussen instanties te versterken, aangezien deze van essentieel belang zijn voor de succesvolle uitvoering van het concept van geïntegreerd grensbeheer (IBM). Momenteel zijn het grensbeheer en de daarmee verband houdende rechtshandhavingsactiviteiten in het land grotendeels gescheiden. Operationele inlichtingen worden niet systematisch uitgewisseld tussen de nationale autoriteiten die op dit gebied actief zijn, en elke autoriteit treedt doorgaans onafhankelijk op bij inbreuken die binnen haar eigen bevoegdheidsgebied worden vastgesteld.
Om deze tekortkomingen te corrigeren, moet Armenië de informatie-uitwisseling tussen de betrokken instanties evenals hun analysecapaciteit verbeteren, onder meer door ontwikkeling van i) gezamenlijke risicoanalyses, ii) risicoprofielen en iii) verbeterde monitoring. In dit verband kan een strategische verschuiving van reactieve respons naar een inlichtingengestuurd politiemodel de doeltreffendheid van het grensbeheer en de interne veiligheid aanzienlijk vergroten.
ØVaststelling van een nationale strategie voor geïntegreerd grensbeheer en een bijbehorend actieplan overeenkomstig de internationale normen, met een duidelijk tijdschema, strategische en specifieke doelstellingen en uitvoeringsmaatregelen, gedetailleerde mijlpalen, prestatie-indicatoren en controlemechanismen voor de verdere ontwikkeling van wetgeving, organisatie, infrastructuur, uitrusting, voldoende personele en financiële middelen op het gebied van grens- en terugkeerbeheer, alsook internationale samenwerking.
De veranderende rol en verantwoordelijkheden van de Armeense grenswachters vereisen een overeenkomstige hervorming van het opleidingssysteem. Een dergelijke hervorming is van essentieel belang om ervoor te zorgen dat de professionele normen op het gebied van grenstoezicht en grenscontrole volledig worden nageleefd en duurzaam worden gehandhaafd, met name in het licht van de toekomstige invoering van het model voor geïntegreerd grensbeheer (IBM). Dit model vereist intensieve operationele samenwerking tussen de verschillende instanties die betrokken zijn bij het grensbeheer, waaronder de grenswacht, de politie, de migratieautoriteiten en de douane.
De Armeense autoriteiten hebben een conceptnota over het toekomstige geïntegreerd grensbeheer opgesteld, die door de premier is goedgekeurd. Op basis van deze conceptnota wordt het ontwerp van de strategie en het actieplan voor geïntegreerd grensbeheer voor de periode 2026-2029 ontwikkeld, waarbij gebruik wordt gemaakt van EU-bijstand.
De internationale samenwerking van het grensbewakingskorps bevindt zich nog in een pril stadium. Sinds 2012 bestaat er een werkregeling tussen de Nationale Veiligheidsraad en Frontex. Er wordt gewerkt aan een nieuwe werkregeling tussen Frontex en de bevoegde Armeense autoriteiten.
ØVaststelling van een gedragscode en opleidingsprogramma’s inzake corruptiebestrijding en de bestrijding van georganiseerde criminaliteit, de eerbiediging van grondrechten, doorverwijzings- en asielprocedures die relevant zijn voor het grensbeheer en de bestrijding van migrantensmokkel en mensenhandel, specifiek bestemd voor alle nationale autoriteiten die betrokken zijn bij het geïntegreerd grensbeheer.
De in mei 2025 vastgestelde gedragsregels voor het personeel van de nationale veiligheidsorganen van Armenië bieden een rechtskader dat ook van toepassing is op het personeel van het grensbewakingskorps en dat zowel gedrag in functie als een groot aantal situaties buiten functie omvat. Daarnaast heeft de nationale veiligheidsdienst in februari 2026 een nieuwe, afzonderlijke gedragscode voor het grensbewakingskorps vastgesteld, gebaseerd op EU-richtsnoeren.
Deze documenten bevatten samenhangende en consistente beginselen die betrekking hebben op de voorrang van het algemeen belang, wettigheid, onpartijdigheid en objectiviteit, non-discriminatie, respect voor kwetsbare personen, anticorruptienormen, en een passend professioneel voorkomen en bijbehorend gedrag. De bepalingen in deze documenten over de respectvolle behandeling van kwetsbare personen, klachtenprocedures en beperkingen op doorzoekingen zijn gedetailleerd en goed afgestemd op de specifieke context van het grenstoezicht. Daarnaast bevatten de gedragsregels strikte anticorruptiebepalingen, waaronder beperkingen inzake geschenken en vereisten inzake belangenconflicten, die aansluiten op het bredere nationale integriteitskader.
Het wetenschappelijk onderwijscentrum van de nationale veiligheidsdienst van Armenië biedt grensbewakingsfunctionarissen regelmatige beroepsopleidingen en bijscholingscursussen aan. De opleiding bestaat uit korte cursussen en langere programma’s van maximaal één maand, vaak op locatie. Volgens de Armeense autoriteiten zijn er plannen om vanaf medio 2026 aanvullende modules op te nemen in de opleidingsprogramma’s voor grensbewakingsfunctionarissen, waarin onderwerpen worden behandeld zoals corruptiepreventie en de bestrijding van illegale drugshandel, smokkel en georganiseerde criminaliteit.
Tegelijkertijd zijn in de deontologische regels voor douanebeambten, die op 12 augustus 2025 zijn vastgesteld, gedragsnormen voor douanepersoneel opgenomen, waaronder bepalingen inzake belangenconflicten, beperkingen inzake geschenken en de registratie daarvan, vertrouwelijkheidsverplichtingen en gedrag in de omgang met het publiek. Deze normen zijn in overeenstemming met de internationale integriteitskaders die van toepassing zijn op douaneautoriteiten.
De ontwerpconceptnota voor de periode 2026-2029, getiteld “Developing the capabilities of the Border Guard Troops within the framework of the Integrated Border Management system” (Ontwikkeling van de capaciteiten van het grensbewakingskorps in het kader van het systeem voor geïntegreerd grensbeheer), weerspiegelt het voornemen van het grensbewakingskorps om integriteitsgerelateerde hervormingen door te voeren, de transparantie en verantwoordingsplicht te versterken, anticorruptiemaatregelen in te voeren, instrumenten voor de beoordeling van integriteits- en corruptierisico’s toe te passen, alsook auditmechanismen.
Tot slot organiseert de Armeense dienst Migratie en Burgerschap regelmatig opleidingen en coördinatievergaderingen met het personeel van het grensbewakingskorps en is deze dienst van plan soortgelijke opleidingsactiviteiten aan te bieden aan betrokken politiefunctionarissen. Het doel van deze opleidingen is ervoor te zorgen dat alle bij het grensbeheer betrokken autoriteiten een uniforme en consistente toepassing geven aan asiel- en doorverwijzingsprocedures, waardoor de naleving van de normen inzake internationale bescherming wordt versterkt. Cepol verleent steun aan de nationale autoriteiten bij hun inspanningen om de capaciteit van rechtshandhavingsdiensten te ontwikkelen overeenkomstig de EU-normen en -praktijken op gebieden als mensenrechten en de bestrijding van migrantensmokkel en mensenhandel. Grensbewakingsfunctionarissen krijgen ook opleidingen van de UNHCR over de internationale en nationale normen inzake de bescherming van vluchtelingen. Het VN-agentschap monitort regelmatig de bescherming die bij grensovergangen wordt geboden, in coördinatie met de dienst Migratie en Burgerschap en het bureau van de ombudsman voor de mensenrechten.
5.2Migratiebeheer
ØConsolidatie van het wettelijke en institutionele kader voor migratiebeleid overeenkomstig de internationale en EU-normen, ook op het gebied van legale migratie/arbeidsmigratie, maatregelen ter ondersteuning van de integratie van vreemdelingen en de re-integratie van Armeense onderdanen (die al dan niet vrijwillig terugkeren), en de bestrijding van irreguliere migratie (waaronder voortdurende inspanningen om overnameovereenkomsten te sluiten met de belangrijkste landen van herkomst en/of doorreis, en interne opsporing van irreguliere migranten).
De afgelopen jaren heeft Armenië aanzienlijke wettelijke, institutionele en operationele hervormingen doorgevoerd om het kader voor migratiebeheer te moderniseren, overeenkomstig het programma van de Armeense regering voor de periode 2021-2026, daarbij mede ondersteund door verschillende door de EU gefinancierde projecten. Deze hervormingen hebben tot doel de institutionele capaciteit te versterken, voor een doeltreffender beheer van migratiestromen te zorgen en de processen voor integratie, asiel en overname te versterken. Het centrale element hierbij was de oprichting van de dienst Migratie en Burgerschap van het ministerie van Binnenlandse Zaken, die in februari 2024 operationeel is geworden en wordt ondersteund door verschillende door de EU gefinancierde projecten die worden uitgevoerd door de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en het Internationaal Centrum voor de ontwikkeling van het migratiebeleid (ICMPD).
Een deel van de lopende hervormingsinspanningen van Armenië op het gebied van migratie is gericht op de digitalisering van de bevolkingsregistratie- en migratiebeheersystemen, onder meer krachtens de bepalingen in de wet inzake het nationale bevolkingsregister, die op 3 juli 2025 is vastgesteld en op 1 januari 2027 in werking moet treden. Naast gegevens over Armeense burgers zal het nieuwe register gegevens bevatten over alle buitenlanders die legaal in Armenië verblijven. De wet biedt de rechtsgrondslag voor de oprichting van een gecentraliseerd bevolkingsregister waarin alle persoonlijke en demografische gegevens en akten van de burgerlijke stand in één informatiesysteem worden samengebracht.
Tegelijkertijd heeft Armenië hervormingen doorgevoerd om de administratieve diensten in verband met burgerschap en legaal verblijf te digitaliseren. Op 22 januari 2025 werden wijzigingen van de wet op het staatsburgerschap vastgesteld, waarbij elektronische procedures werden ingevoerd voor aanvragen om het Armeense staatsburgerschap te verkrijgen of te beëindigen. Het elektronische casemanagementsysteem voor staatsburgerschap is officieel per 1 januari 2026 van start gegaan. Dit systeem maakt digitaal dossierbeheer mogelijk, vermindert de administratieve lasten en verbetert de efficiëntie. De digitalisering van de procedures voor werkvergunningen en verblijfsvergunningen voor vreemdelingen maakte ook deel uit van de in januari 2026 vastgestelde wijzigingen van de vreemdelingenwet, die in november 2026 in werking zullen treden.
Bij regeringsbesluit werd in oktober 2023 tijdelijke bescherming verleend aan Armeniërs uit Karabach (in totaal 115 000). In december 2025 heeft de regering deze tijdelijke bescherming verlengd tot en met 31 december 2026. De dienst Migratie en Burgerschap houdt voorlichtingscampagnes over deze kwestie en heeft versnelde burgerschapsprocedures voor ontheemden gecreëerd. Tussen 2023 en medio maart 2026 verwierven in totaal 34 567 personen met een tijdelijke beschermingsstatus het Armeense staatsburgerschap. Alle personen die in het kader van dit programma een aanvraag deden, hebben tot op heden het Armeense staatsburgerschap ontvangen.
Armenië voert maatregelen uit om de re-integratie van terugkerende burgers te ondersteunen. Re-integratiesteun wordt verleend door middel van een combinatie van door de staat geleide programma’s, door donoren gefinancierde initiatieven en de betrokkenheid van maatschappelijke organisaties.
Het Centrum voor repatriëring en integratie, dat in 2023 werd opgericht door het Bureau van de Armeense Hoge Commissaris voor diasporazaken, is blijven fungeren als centraal toegangspunt voor steun voor repatriëring en re-integratie. Het centrum biedt geïndividualiseerd casemanagement en bijstand op het gebied van wettelijke status, toegang tot overheidsdiensten, werkgelegenheid, onderwijs, de vestiging van bedrijven en bredere sociaal-economische integratie, aangevuld met taalopleidingen, integratieseminars en meertalig voorlichtingsmateriaal.
Armenië blijft zijn samenwerking met de Europese Unie, de EU-lidstaten en derde landen op het gebied van overnames versterken. Op 21 juli 2025 heeft Armenië een bilaterale overnameovereenkomst met Georgië ondertekend, die op 19 januari 2026 door het Armeense parlement is geratificeerd. Momenteel wordt er gewerkt aan verdere overeenkomsten met Oekraïne, Kazachstan, Kirgizië, IJsland, Montenegro en Albanië, terwijl de overeenkomst met Moldavië klaar is voor ondertekening. Armenië heeft ook overnameovereenkomsten voorgesteld aan Irak en India.
In 2025 hebben de EU-lidstaten 775 overnameverzoeken ingediend bij Armenië, dat in reactie daarop 479 noodreisdocumenten heeft afgegeven. Als gevolg daarvan werden in 2025 119 Armeniërs teruggestuurd met door Frontex ondersteunde chartervluchten. Sinds juli 2022 valt Armenië onder het door Frontex geleide re-integratieprogramma van de EU (EURP).
Irreguliere migranten in Armenië worden in het binnenland opgespoord door middel van een samenwerkingsverband van meerdere instanties. Geïdentificeerde personen worden doorverwezen naar de dienst Migratie en Burgerschap voor de beoordeling van hun wettelijke status, de inleiding van procedures voor internationale bescherming, waar van toepassing, of de vaststelling van terugkeerbesluiten overeenkomstig de nationale wetgeving en overnameovereenkomsten. Hoewel er een wettelijk en institutioneel basiskader bestaat, blijft de opsporing in het binnenland grotendeels reactief en op individuele gevallen gebaseerd, met beperkte analytische ondersteuning, risicogebaseerde targeting of gestructureerde operationele coördinatie tussen instanties. Het uitvoeringspercentage van terugkeer- en verwijderingsbesluiten blijft laag.
Wat legale migratie betreft, hebben de Armeense autoriteiten inspanningen geleverd om de procedures voor werkvergunningen te stroomlijnen, de kaders voor arbeidsinspectie te verbeteren en hun beleid af te stemmen op de internationale normen.
ØVaststelling van een nationale migratiestrategie die zorgt voor een efficiënte toepassing van de wettelijke aspecten van het migratiebeleid, waaronder normen op het gebied van de grondrechten (ook voor kinderen), duidelijke tijdschema’s, doeleinden, activiteiten, resultaten en prestatie-indicatoren, alsook ontwikkeling en goedkeuring van het bijbehorende actieplan waarin de nodige personele en financiële middelen worden vastgesteld.
De Armeense autoriteiten werken momenteel met steun van de EU aan een nieuwe strategie inzake migratie en burgerschap voor de periode 2026-2031, die naar verwachting medio 2026 aan een openbare raadpleging zal worden onderworpen.
Met deze toekomstige strategie willen de Armeense autoriteiten een geïntegreerd, empirisch onderbouwd en toekomstgericht kader opzetten voor het beheer van alle dimensies van menselijke mobiliteit om de demografische veerkracht van Armenië, de ontwikkeling van menselijk kapitaal en internationale partnerschappen te ondersteunen. In de strategie zullen verdere wijzigingen van het rechtskader voor migratie, asiel en burgerschap worden aangekondigd.
5.3Asielbeleid
ØConsolidatie van het wettelijke en institutionele kader voor asielbeleid en aanpassing daarvan aan de internationale en EU-normen, volledig in overeenstemming met het beginsel van non-refoulement en met inbegrip van subsidiaire bescherming, door aanneming van wetgeving die een doelmatige toegang waarborgt tot eerlijke procedures tot vaststelling van de status, bescherming van rechten (vrij verkeer, gezondheidszorg, non-discriminatie, onderwijs, overige arbeids- en sociale rechten), duurzame oplossingen, waaronder de integratie van aanvragers en begunstigden van internationale bescherming, evenals bijzondere aandacht voor personen in een kwetsbare situatie, waaronder staatlozen.
Armenië heeft het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 1951 en het bijbehorende protocol van 1967 in 1993 geratificeerd.
De Armeense autoriteiten streven ernaar het rechtskader voor internationale bescherming te versterken, met wijzigingen van de vluchtelingen- en asielwet die naar verwachting in de tweede helft van 2026 door het parlement zullen worden vastgesteld. Het doel is het nationale asielkader van het land verder af te stemmen op de internationale en EU-normen door duidelijk omschreven vormen van internationale bescherming vast te stellen en daadwerkelijke toegang tot eerlijke en efficiënte asielprocedures te waarborgen. De ontwerpwetgeving heeft ook tot doel de toegang tot rechtsbijstand te waarborgen, te zorgen voor eerlijke en transparante procedures die gebaseerd zijn op met redenen omklede besluiten, de waarborgen voor de verwerking van persoonsgegevens te versterken en de procedurele waarborgen voor asielzoekers aan de grens te verbeteren. Er zijn specifieke waarborgen gepland voor kwetsbare personen, waaronder kinderen, en voor buitenlanders die worden uitgeleverd of strafrechtelijk worden vervolgd.
Armenië werkt ook aan een nieuw wetsontwerp inzake staatlozen. De afgelopen jaren omvatten de organisatorische ontwikkelingen op dit gebied versterkte doorverwijzingsmechanismen aan de grens, voorbereidende werkzaamheden voor het opzetten van een elektronisch casemanagementsysteem voor asiel, en meer samenwerking tussen instellingen in het land die zich bezighouden met migratie en grensbeheer, de rechterlijke macht en instellingen voor sociale bescherming.
De bouw van een nieuw tijdelijk opvangcentrum voor asielzoekers in de buurt van Jerevan bevindt zich momenteel in de laatste fase. De eerste asielzoekers zullen naar verwachting in de loop van 2026 naar het nieuwe gebouw worden overgebracht. Het nieuwe centrum biedt plaats aan maximaal honderd personen.
Op basis van de bovenstaande bevindingen wordt aanbevolen dat de Armeense autoriteiten met betrekking tot de benchmarks van blok 2 betreffende geïntegreerd grensbeheer, migratiebeheer en asiel (eerste fase):
Geïntegreerd grensbeheer
·doorgaan met de overgangsmaatregelen om ervoor te zorgen dat de grenscontrole in Armenië volledig onder de verantwoordelijkheid van de Armeense autoriteiten valt;
·een nieuwe werkregeling met Frontex overeenkomen en uitvoeren;
·een toekomstige strategie voor geïntegreerd grensbeheer en een bijbehorend actieplan opstellen overeenkomstig de EU-normen, met duidelijk omschreven verantwoordelijkheden, realistische tijdschema’s en degelijke monitoringmechanismen;
·het ontwerpactieplan voor de periode 2026-2029 getiteld “Developing the capabilities of the Border Guard Troops within the framework of the Integrated Border Management system” (Ontwikkeling van de capaciteiten van het grensbewakingskorps in het kader van het systeem voor geïntegreerd grensbeheer) herzien en daarin passende bepalingen opnemen inzake de benodigde middelen, regelingen inzake verantwoordingsplicht, meetbare doelstellingen en prestatie-indicatoren;
·het opleidingssysteem voor grensautoriteiten, waaronder de douanedienst en de politie, hervormen en moderniseren om de consequente toepassing van hoge professionele normen op het gebied van grenstoezicht en grenscontrole (alsook op het gebied van corruptiepreventie en de bestrijding van smokkel en mensenhandel) te waarborgen, overeenkomstig de veranderende verantwoordelijkheden van de nationale grenswachten en de vereisten van het EU-model van geïntegreerd grensbeheer;
·een specifiek rechtskader vaststellen voor doeltreffende interinstitutionele samenwerking en systematische informatie-uitwisseling tussen de Armeense grens-, douane- en politieautoriteiten, teneinde de duurzame uitvoering van het IBM-model te waarborgen;
·regelmatig integriteitsrisicobeoordelingen uitvoeren waarbij specifiek wordt gekeken naar kwetsbaarheden die verband houden met het grensbeheer (zoals documentfraude, het faciliteren van smokkel en corruptie bij inspectieprocedures), alsook aanvullende gerichte preventieve en risicobeperkende maatregelen ontwikkelen om de vastgestelde risico’s aan te pakken;
·verplichte en periodieke cursussen over corruptiebestrijding voor grenswachters opzetten, aangevuld met functiespecifieke modules die zijn ontworpen om de weerbaarheid te vergroten van personeel dat functies met een hoog risico vervult, onder meer op het gebied van documentencontrole, grenscontroles, douanecontroles, screening van asielzoekers en inlichtingenwerk;
·de onderzoeksprotocollen van de nationale veiligheidsdienst codificeren, hetzij in de desbetreffende gedragscode, hetzij via bijbehorende secundaire wetgeving, met duidelijke procedures, tijdschema’s, bewijsnormen en evenredige sancties om te zorgen voor voorspelbare, eerlijke en tijdige reacties op wangedrag en integriteitsschendingen.
Migratiebeheer
·doorgaan met de inspanningen om een passend rechtskader te ontwikkelen om de uitdagingen in verband met zowel illegale als legale migratie aan te pakken;
·een nieuwe migratiestrategie vaststellen, die een alomvattend en samenhangend beleidskader biedt dat is afgestemd op de huidige en verwachte migratiestromen en op internationale normen, ondersteund door toereikende en duurzame toewijzingen uit de staatsbegroting;
·de digitalisering van processen voor bevolkingsregistratie- en migratiebeheer voortzetten en daarbij zorgen voor de volledige naleving van de nationale wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens, die momenteel sterk in ontwikkeling is, en voor interoperabiliteit met het nationaal bevolkingsregister;
·doorgaan met het sluiten van overnameovereenkomsten met de belangrijkste landen van herkomst van de huidige migratiestromen om doeltreffende, voorspelbare en duurzame terugkeer- en overnameregelingen tot stand te brengen.
Asiel
·het nieuwe tijdelijke asielzoekerscentrum volledig gebruiksklaar maken en betrokken asielzoekers naar het centrum overbrengen;
·wijzigingen van de vluchtelingen- en asielwet en een nieuwe wet inzake staatlozen vaststellen om het nationale asielkader verder in overeenstemming te brengen met de internationale en EU-normen.
6.Blok 3: openbare orde en veiligheid
6.1Voorkoming en bestrijding van georganiseerde criminaliteit, terrorisme en corruptie
ØConsolidatie overeenkomstig de internationale en EU-normen van het wettelijke en institutionele kader voor de voorkoming en bestrijding van georganiseerde criminaliteit, samen met een nationale strategie en een actieplan waarin, binnen een duidelijk tijdschema, specifieke doelstellingen, activiteiten, resultaten, prestatie-indicatoren en voldoende personele en financiële middelen worden vastgesteld.
Armenië is partij bij het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (Verdrag van Palermo) en bij het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie (Verdrag van Merida). De wettelijke definitie en strafbaarstelling van verschillende vormen van georganiseerde criminaliteit zijn opgenomen in hoofdstuk 34 van het wetboek van strafrecht van Armenië, waarin de aansprakelijkheid voor misdrijven van algemene aard tegen de openbare veiligheid wordt vastgesteld.
Bij het wetboek van strafrecht dat in juli 2022 in werking is getreden, is voor het eerst in Armenië een systeem van strafrechtelijke aansprakelijkheid voor rechtspersonen ingevoerd. Hierbij zijn de gronden en voorwaarden voor de vaststelling van strafrechtelijke aansprakelijkheid vastgesteld, alsook de omstandigheden waaronder rechtspersonen van deze aansprakelijkheid kunnen worden vrijgesteld. Daarnaast omvat dit systeem een reeks strafrechtelijke maatregelen die van toepassing zijn op rechtspersonen (waaronder financiële sancties, de tijdelijke opschorting van specifieke activiteiten, een verbod om op het grondgebied van Armenië actief te zijn, en gedwongen liquidatie). Vooralsnog zijn er echter geen rechtspersonen veroordeeld.
Het nieuwe wetboek van strafvordering heeft ook een aantal belangrijke structurele en procedurele wijzigingen ondergaan die rechtstreekse gevolgen hebben voor het onderzoek naar en de vervolging van zware en georganiseerde criminaliteit in Armenië. Met name is de formele voorbereidende fase voor het inleiden van een strafzaak afgeschaft, zodat het strafrechtelijk onderzoek nu van start gaat bij de registratie van het eerste processtuk met aanwijzingen voor een mogelijk strafbaar feit.
Daarnaast zijn in het wetboek van strafvordering uitvoerende onderzoeksactiviteiten opgenomen. Dit betekent dat onderzoekers van de onderzoekscommissie of de commissie voor corruptiebestrijding van meet af aan betrokken zijn bij alle strafrechtelijke procedures. In dit kader werden er uitsluitend uitvoerende onderzoeksbevoegdheden toegekend aan de commissie voor corruptiebestrijding, terwijl de onderzoekscommissie, die verantwoordelijk is voor het onderzoek naar alle misdrijven behalve corruptiemisdrijven, geen uitvoerende bevoegdheden heeft en voornamelijk is aangewezen op de bevoegdheden van de politie die onder het ministerie van Binnenlandse Zaken valt.
Op basis van een EU-project dat door het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) wordt uitgevoerd, hebben de Armeense autoriteiten in februari 2026 binnen het ministerie van Binnenlandse Zaken een afzonderlijk centrum voor criminaliteitsstatistieken en -onderzoek opgericht. Dit centrum is bedoeld om de besluitvorming binnen het ministerie met analyses te ondersteunen en om de autoriteiten een vollediger overzicht te geven van trends en ontwikkelingen op het gebied van criminaliteit.
Armenië werkt ook aan een strategie voor criminaliteitspreventie voor de periode 2026-2033, die naar verwachting in de tweede helft van 2026 zal worden vastgesteld. Uit de ontwerpversie van deze strategie blijkt dat Armenië voornemens is zijn capaciteit voor criminaliteitspreventie te versterken door middel van empirisch onderbouwde beleidsvorming, institutionele coördinatie en gerichte preventieve maatregelen. Armenië is van plan zijn operationele capaciteiten op het gebied van criminaliteitspreventie te versterken door middel van de gerichte ontwikkeling van politievaardigheden, de invoering van innovatieve technologieën voor criminaliteitspreventie en de uitbreiding van de capaciteit op gebieden als de preventie van cybercriminaliteit, huiselijk geweld en geweld binnen het gezin, de preventie van jeugdcriminaliteit en de identificatie van slachtoffers. In de ontwerpstrategie wordt ook gewezen op het belang van versterking van de lokale en internationale samenwerking op het gebied van criminaliteitspreventie. Armenië heeft voor de ontwikkeling van de ontwerpstrategie in het kader van het Topcop-project gebruikgemaakt van de bestaande methoden voor strategische inlichtingenanalyse onder leiding van Europol.
ØHet wettelijke en institutionele kader voor de bestrijding van mensenhandel consolideren en in overeenstemming brengen met de internationale en EU-normen, met inbegrip van de ontwikkeling en goedkeuring van het bijbehorende actieplan, waarin duidelijke tijdschema’s, doelstellingen, activiteiten, resultaten, prestatie-indicatoren en personele en financiële middelen worden vastgesteld.
Armenië heeft het Protocol inzake de voorkoming, bestrijding en bestraffing van mensenhandel en het Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over zee en door de lucht geratificeerd, die beide een aanvulling vormen op het Verdrag van Palermo. Armenië neemt deel aan de door de Commissie geïnitieerde wereldwijde alliantie ter bestrijding van migrantensmokkel en heeft zijn goedkeuring gehecht aan de gezamenlijke verklaring die is aangenomen tijdens de internationale conferentie die de Commissie op 10 december 2025 in Brussel heeft georganiseerd.
In het nieuwe wetboek van strafrecht en het nieuwe wetboek van strafvordering zijn bepalingen inzake mensenhandel opgenomen. Met name artikel 188 van het wetboek van strafrecht bevat een geactualiseerde definitie van mensenhandel en uitbuiting, terwijl artikel 189 bepalingen bevat inzake gekwalificeerde strafbare feiten in verband met mensenhandel die worden gepleegd tegen minderjarigen of personen in kwetsbare situaties.
De afgelopen tien jaar heeft Armenië een reeks wetgevings- en institutionele maatregelen genomen om het kader voor de preventie en bestrijding van mensenhandel en aanverwante vormen van uitbuiting te versterken, overeenkomstig de internationale normen. In december 2014 en mei 2022 zijn wijzigingen vastgesteld in de wet inzake de identificatie en ondersteuning van personen die het slachtoffer zijn geworden van mensenhandel en uitbuiting, waarbij een brede basis is gelegd voor mechanismen voor de identificatie van en bijstand aan slachtoffers. In oktober 2022 werden bij een regeringsbesluit criteria goedgekeurd voor de erkenning van een persoon als slachtoffer van mensenhandel of uitbuiting. In het verlengde hiervan werden minimumkwaliteitsnormen vastgesteld voor de verstrekking van huisvesting, bestaansmiddelen, psychologische bijstand, advies, rechtsbijstand en zorgdiensten door de betrokken instellingen.
Op strategisch niveau heeft Armenië in januari 2023 het nationale programma ter bestrijding van mensenhandel en uitbuiting voor de periode 2023-2025 goedgekeurd, samen met een bijbehorend actieplan. Volgens de Armeense autoriteiten wordt momenteel gewerkt aan de voorbereiding van het volgende driejarige nationale actieplan, dat naar verwachting in april 2026 zal worden vastgesteld.
ØConsolidatie van het wettelijke en institutionele kader voor de voorkoming en bestrijding van corruptie en de aanpassing daarvan aan de internationale en EU-normen, alsook vaststelling van een nationale strategie voor de bestrijding van corruptie, de ontwikkeling en goedkeuring van een actieplan gericht op de uitvoering van die strategie, waarin duidelijke tijdschema’s, doelstellingen, activiteiten, resultaten, prestatie-indicatoren en personele en financiële middelen worden vastgesteld, en de coördinatie van de inspanningen van de instanties voor corruptiebestrijding, waaronder de raad voor corruptiebestrijding en de commissie voor corruptiepreventie, waarbij met name wordt gestreefd naar het waarborgen van de onafhankelijkheid, doelmatigheid, slagkracht en controleerbaarheid van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de bestrijding van corruptie en naar het versterken van de mechanismen voor onderlinge informatie-uitwisseling; vaststelling van een degelijk wetgevings- en institutioneel regelgevingskader, met inbegrip van de secundaire wetgeving die nodig is voor de efficiënte werking van interne controlemechanismen die gericht zijn op de preventie en bestraffing van corruptie (waaronder corruptie op hoog niveau, corruptie bij internationale transacties en de bescherming van klokkenluiders die gevallen van corruptie melden), corruptierisico’s en het vaststellen van integriteitsnormen binnen overheidsinstellingen/instanties; consolidatie van het wetgevingskader voor de naleving van de aanbevelingen van, onder andere, de Greco (Groep van Staten tegen Corruptie van de Raad van Europa) en de OESO (Netwerk voor corruptiebestrijding — Actieplan van Istanbul voor corruptiebestrijding).
Sinds de hervormingen die in 2018 van start zijn gegaan, heeft Armenië zijn wettelijke en institutionele kader voor corruptiebestrijding aanzienlijk versterkt en geharmoniseerd, overeenkomstig de internationale normen. Het land is partij bij de belangrijkste internationale rechtsinstrumenten en monitoringmechanismen ter voorkoming en bestrijding van corruptie, en neemt actief deel aan het anticorruptienetwerk voor Oost-Europa en Centraal-Azië van de OESO en het initiatief inzake indicatoren voor integriteit bij de overheid van de OESO.
Armenië heeft zijn wetgevings- en institutionele hervormingen geconsolideerd naar aanleiding van de aanbevelingen die werden gedaan na de opeenvolgende evaluatierondes van de Greco. Het nieuwe wetboek van strafrecht, dat sinds juli 2022 van kracht is, heeft het toepassingsgebied van corruptiegerelateerde strafbare feiten uitgebreid, strafrechtelijke aansprakelijkheid voor rechtspersonen ingevoerd en de bestanddelen van corruptiemisdrijven verder verfijnd overeenkomstig internationale normen.
Tegelijkertijd werden specifieke organen belast met preventie- en onderzoekstaken, met name de commissie voor corruptiepreventie, de commissie voor corruptiebestrijding en twee gespecialiseerde eenheden binnen het parket-generaal.
De vijfde nationale strategie voor corruptiebestrijding van Armenië (2023-2026) weerspiegelt de zorgen en aanbevelingen van internationale partners en maatschappelijke organisaties, alsook de input van nationale instellingen voor corruptiebestrijding. De strategie is gericht op verdere versterking van het kader voor corruptiebestrijding en doeltreffende handhaving van de wetgeving. Naar verwachting zal medio 2026 een nieuwe strategie voor corruptiebestrijding worden vastgesteld als een van de pijlers van de overkoepelende strategie voor de justitiële sector.
De commissie voor corruptiepreventie is verantwoordelijk voor het voorkomen van corruptie en het waarborgen van de integriteit in de publieke sector. Tussen 2021 en 2025 werd het Armeense systeem voor vermogensaangifte aanzienlijk uitgebreid. Als gevolg van deze uitbreiding moeten bepaalde categorieën overheidsfunctionarissen nu gedetailleerde verklaringen indienen over hun vermogen, inkomsten, uitgaven en belangen. De commissie voor corruptiepreventie beheert een elektronisch aangiftesysteem en is wettelijk bevoegd om toegang te krijgen tot overheidsdatabanken en financiële gegevens, waaronder gegevens die gewoonlijk worden beschermd door het bankgeheim, de vertrouwelijkheid van effectentransacties, het verzekeringsgeheim en kredietinformatie.
De commissie voor corruptiepreventie voert integriteitscontroles uit en brengt advies uit over kandidaten voor benoeming of bevordering bij de rechterlijke macht, het Openbaar Ministerie en tot andere hoge openbare functies, zoals de commissie voor corruptiebestrijding en de onderzoekscommissie. Bij de op 11 april 2024 vastgestelde wijzigingen van het wetboek op de rechterlijke organisatie zijn permanente integriteitscontroles ingevoerd voor rechters, aanklagers en onderzoekers, en verschillende aanklagers en onderzoekers in functie zijn in 2024 en 2025 aan dergelijke beoordelingen onderworpen. De adviezen van deze commissie zijn niet-bindend en zijn soms door de tot aanstelling bevoegde autoriteiten genegeerd. Het pakket met nieuwe wetgeving om de transparantie te vergroten en de workflow voor integriteitsadviezen te formaliseren, is op 4 maart 2026 door de Nationale Vergadering goedgekeurd.
In januari 2026 heeft de Nationale Vergadering wijzigingen van de wet inzake de commissie voor corruptiepreventie vastgesteld, waarbij een systeem voor de beoordeling van corruptierisico’s binnen overheidsinstanties is ingevoerd. De wet zal zes maanden na de vaststelling ervan in werking treden, na goedkeuring van de methode voor de beoordeling van corruptierisico’s door de commissie voor corruptiepreventie.
De commissie voor corruptiepreventie verleent ook methodologische ondersteuning aan overheidsinstellingen bij het opstellen van sectorspecifieke gedragscodes en is bevoegd om adviezen uit te brengen over eventuele tekortkomingen die door haar worden vastgesteld. De commissie voor corruptiepreventie beschikt momenteel over onvoldoende personeel en onvoldoende regelgevende en financiële middelen om haar uitgebreide mandaat doeltreffend te kunnen vervullen.
Er is een begin gemaakt met de voorbereidende werkzaamheden voor een nieuwe wet inzake corruptiepreventie, die tot doel heeft het bestaande regelgevingskader inzake belangenconflicten, de aanvaarding van geschenken, gedragscodes, onverenigbaarheden en daarmee verband houdende integriteitsnormen te consolideren.
Wat de integriteitsregelingen binnen het ministerie van Binnenlandse Zaken betreft, heeft een nieuw opgerichte afdeling voor corruptiebestrijding en binnenlandse veiligheid een breed mandaat gekregen, waaronder het voeren van tuchtprocedures, het voorkomen en opsporen van corruptie, het uitvoeren van inspecties en operationele activiteiten, en het uitvoeren van integriteitscontroles van personeel binnen het ministerie. Het integriteitskader werd in oktober 2025 verder versterkt door de vaststelling van de wet inzake integriteit en discipline bij de politie en de daarvan afgeleide secundaire wetgeving, waarbij normen, verantwoordelijkheden en procedures zijn vastgesteld voor tuchtrechtelijke onderzoeken en integriteitsbeoordelingen van politiefunctionarissen en brandweerlieden. Overeenkomstig de wet inzake integriteit en discipline bij de politie moeten kandidaten voor politiefuncties voorafgaand aan hun eerste benoeming een integriteitscontrole ondergaan. Deze integriteitscontroles zijn in januari 2026 van start gegaan.
De Armeense commissie voor corruptiebestrijding is de verantwoordelijke autoriteit voor het onderzoeken van corruptiemisdrijven en het voeren van strafrechtelijke vooronderzoeken in corruptiezaken. De commissie is opgericht bij een specifieke wet, geniet een hoge mate van institutionele onafhankelijkheid en is bevoegd om operationele onderzoeksactiviteiten uit te voeren. De voorzitter van de commissie voor corruptiebestrijding wordt door de regering benoemd voor een termijn van zes jaar, die eenmaal kan worden verlengd.
De commissie voor corruptiebestrijding is wettelijk verplicht het publiek te informeren over haar activiteiten, met inachtneming van de vertrouwelijkheid van het vooronderzoek en de bescherming van staatsgeheimen. Hoewel het aantal veroordelingen wegens corruptie toeneemt, blijkt uit de strafpraktijk dat er op grote schaal voorwaardelijke straffen worden opgelegd, waardoor het afschrikkende effect van strafrechtelijke sancties dreigt te worden ondermijnd en het vertrouwen van het publiek in het rechtsstelsel wordt verzwakt. Zo werden in 2024 aan slechts 37 personen vrijheidsstraffen opgelegd, terwijl aan 185 personen voorwaardelijke straffen werden opgelegd.
Momenteel mist de commissie voor corruptiebestrijding een alomvattende strategische aanpak van corruptie in sectoren met een hoog risico afgestemd op de Europese normen en goede praktijken. Het ontbreken van een strategisch en risicogebaseerd kader beperkt het vermogen van de commissie om proactieve, op inlichtingen gebaseerde onderzoeken uit te voeren, met name in zaken waarbij hoge ambtenaren betrokken zijn.
Hoewel Armenië stelselmatig steekpenningen in beslag neemt in gevallen van actieve omkoping, blijft de systematische opsporing en invordering van de opbrengsten van corruptie beperkt. De afdeling voor de confiscatie van voorwerpen van illegale oorsprong bij het parket-generaal richt zich op de ontneming van vermogensbestanddelen door middel van civielrechtelijke verbeurdverklaringsprocedures, maar haar mandaat strekt zich niet uit tot de ontneming van criminele vermogensbestanddelen. Er is momenteel geen gecentraliseerde en gespecialiseerde eenheid die zich bezighoudt met de identificatie en opsporing van vermogensbestanddelen in het kader van strafrechtelijke procedures, en onderzoekers en aanklagers geven doorgaans voorrang aan de bewijsaspecten van zaken boven de ontneming van vermogensbestanddelen.
ØConsolidatie van het wettelijke en institutionele kader voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering (AML/CFT), waardoor het in overeenstemming wordt gebracht met de internationale en EU-normen die zijn vastgesteld door de Financiële-actiegroep (FATF).
Armenië is partij bij de belangrijkste internationale rechtsinstrumenten op het gebied van de bestrijding van witwassen en de financiering van terrorisme, waaronder het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen (Verdrag van Wenen), het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (Verdrag van Palermo), het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie (Verdrag van Merida) en het Internationaal Verdrag ter bestrijding van de financiering van terrorisme. Daarnaast heeft Armenië het Verdrag van de Raad van Europa van 2005 inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven en de financiering van terrorisme (Verdrag van Warschau) geratificeerd. Armenië neemt ook deel aan het Camden Asset Recovery Inter-Agency Network.
Armenië is lid van het Comité van deskundigen inzake de evaluatie van maatregelen ter bestrijding van het witwassen van geld (Moneyval) van de Raad van Europa. Het laatste wederzijdse evaluatieverslag over Armenië van Moneyval werd in december 2015 aangenomen, gevolgd door een follow-upverslag in juli 2018. Volgens dit verslag voldeed Armenië indertijd geheel of gedeeltelijk aan de meeste technische nalevings- en doeltreffendheidsvereisten. De nieuwe Moneyval-evaluatie, die volgens de planning in 2026 zal worden gepubliceerd na het bezoek ter plaatse in 2025, zal een belangrijke referentie vormen voor de volgende beoordeling van deze benchmark.
De Armeense wet inzake de bestrijding van witwassen en de financiering van terrorisme is sinds 2008 van kracht en is herhaaldelijk gewijzigd, laatstelijk in juni 2022, om rekening te houden met de veranderende internationale normen. Armenië heeft de wet inzake cryptoactiva herzien om contante transacties in de cryptovalutasector met ingang van 1 januari 2027 te verbieden.
ØRegelmatige actualisering van de bijbehorende nationale AML/CFT-strategie.
De Armeense nationale strategie ter bestrijding van witwassen, de financiering van terrorisme en de financiering van proliferatie werd oorspronkelijk in 2014 vastgesteld, en wordt regelmatig geëvalueerd en om de drie jaar geactualiseerd.
De huidige nationale strategie voor de periode 2025-2028 is gebaseerd op een risicogebaseerde aanpak en is bedoeld om de belangrijkste risico’s, kwetsbaarheden en systemische tekortkomingen aan te pakken die werden vastgesteld bij de nationale beoordeling van witwassen en terrorismefinanciering over de periode 2021-2023.
ØConsolidatie van een onafhankelijke financiële-inlichtingeneenheid, met voldoende bevoegdheden en middelen.
Het centrum voor financieel toezicht (Financial Monitoring Centre, FMC) werd in 2005 opgericht als een afzonderlijke eenheid binnen de centrale bank van Armenië. Het opereert als een administratieve financiële-inlichtingeneenheid en fungeert als tussenpersoon tussen rapporterende entiteiten en rechtshandhavingsinstanties. Het FMC heeft tot taak witwassen en de financiering van terrorisme te bestrijden door het verzamelen, analyseren en verspreiden van relevante informatie over AML/CFT-activiteiten. Het heeft momenteel 37 personeelsleden in dienst en is voornemens in 2026 drie extra personeelsleden aan te nemen.
Op binnenlands niveau is het FMC een van de weinige instellingen binnen de Armeense rechtshandhavingsgemeenschap die haar samenwerking met partnerautoriteiten in Armenië heeft geformaliseerd door middel van memoranda van overeenstemming.
Hoewel het aantal meldingen van verdachte transacties dat het FMC heeft ontvangen (366 in 2024) en het aantal meldingen van het FMC aan rechtshandhavingsinstanties (95 in 2024) beperkt blijven, wordt in internationale evaluaties consequent de kwaliteit van de interne processen en de analytische werkzaamheden van het FMC erkend.
ØConsolidatie van het wettelijke en institutionele kader voor de ontneming van vermogensbestanddelen en het in overeenstemming brengen met de internationale en EU-normen, onder meer door de oprichting van een bureau voor de ontneming van vermogensbestanddelen.
Het wetboek van strafrecht van 2022 biedt een rechtskader voor de confiscatie van illegale vermogensbestanddelen als strafrechtelijke maatregel. In artikel 121 van het wetboek van strafrecht wordt de confiscatie van de opbrengsten van misdrijven en de daarbij gebruikte hulpmiddelen geregeld. Door de invoering van strafrechtelijke aansprakelijkheid voor rechtspersonen in het wetboek van strafrecht van 2022 is het toepassingsgebied voor confiscatie aanzienlijk uitgebreid, waardoor deze nu zowel op natuurlijke als op rechtspersonen kan worden toegepast.
Naast confiscatie op grond van een veroordeling heeft Armenië een rechtskader ingevoerd voor confiscatie zonder veroordeling. Op 16 april 2020 heeft de Nationale Vergadering de wet inzake de civielrechtelijke verbeurdverklaring van illegale vermogensbestanddelen aangenomen, waarin de rechtsgrondslag wordt vastgesteld voor confiscatie zonder strafrechtelijke veroordeling. Armenië beschikt derhalve over een wetgevingskader dat grotendeels is afgestemd op de verplichtingen die voortvloeien uit de internationale overeenkomsten waarbij het partij is, maar nog niet op de EU-normen.
De Armeense autoriteiten hebben zich ertoe verbonden het nationale systeem voor de ontneming van vermogensbestanddelen te hervormen en in overeenstemming te brengen met de EU-normen.
ØVaststelling van een wetgevingskader voor de bescherming van klokkenluiders die onder andere gevallen van witwassen en terrorismefinanciering melden.
Het wettelijk kader van Armenië biedt sinds 2018 formele garanties voor de bescherming van klokkenluiders en is sinds 2022 aanzienlijk gewijzigd. De huidige wetgeving biedt de mogelijkheid om corruptiemisdrijven, belangenconflicten, inbreuken op gedragscodes en onverenigbaarheidsvereisten, inbreuken in verband met verplichte verklaringen of andere schade aan het algemeen belang te melden.
Hoewel de Armeense ombudsman voor de mensenrechten formeel bevoegd en toegerust is om klachten en verzoeken van klokkenluiders en aanverwante personen over vermeende schendingen van hun rechten in ontvangst te nemen, zijn er tot op heden geen praktische gevallen van klokkenluidersbescherming gemeld.
Het ministerie van Justitie heeft wetswijzigingen voorbereid om het kader voor klokkenluiders te versterken. De ontwerpwijzigingen hebben met name tot doel het toepassingsgebied uitdrukkelijk uit te breiden tot mogelijke schendingen in verband met witwassen en de financiering van terrorisme; ook particuliere entiteiten met 250 of meer werknemers zullen in het toepassingsgebied van de wet worden opgenomen.
ØVaststelling van een nationale strategie inzake het drugsbeleid met een evenwichtige en alomvattende aanpak, waaronder maatregelen ter bestrijding van de drugshandel en ter vermindering van de vraag naar drugs en van drugsgerelateerde schade, overeenkomstig de internationale en EU-normen, alsmede ontwikkeling en goedkeuring van een actieplan waarin duidelijke tijdschema’s, doelstellingen, activiteiten, resultaten, prestatie-indicatoren en personele en financiële middelen worden vastgesteld om de uitvoering van de nationale strategie te waarborgen.
Armenië is partij bij het Verdrag van de Verenigde Naties tegen de sluikhandel in verdovende middelen en psychotrope stoffen (Verdrag van Wenen) en het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad (Verdrag van Palermo).
Drugsgerelateerde criminaliteit is een van de voornaamste bedreigingen voor de veiligheid en de volksgezondheid in Armenië. De afgelopen jaren is de onlinedrugshandel in Armenië toegenomen, van slechts acht geregistreerde gevallen in 2021 tot 321 gevallen in 2024. Ook het totale aantal drugsgerelateerde strafrechtelijke onderzoeken is toegenomen, wat zowel de geïntensiveerde rechtshandhavingsinspanningen weerspiegelt als het feit dat Armenië in toenemende mate wordt gebruikt als doorvoerroute voor verdovende middelen. Per december 2025 had de politie 3 311 drugsgerelateerde strafzaken onderzocht, tegenover 3 639 in 2024, 5 070 in 2023, 2 266 in 2022 en 1 544 in 2021.
Als reactie op de toenemende dreiging hebben de Armeense autoriteiten in juni 2025 een strategisch plan (2025-2027) vastgesteld ter bestrijding van het niet-medische gebruik van en de illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen. In de strategie en het bijbehorende actieplan worden 68 activiteiten op 12 strategische gebieden vastgesteld, waaronder preventie, rechtshandhaving, onlinehandel, capaciteitsopbouw, internationale samenwerking en het aanbieden van moderne, empirisch onderbouwde behandeling en rehabilitatie.
ØOndertekening, ratificatie en omzetting in nationale wetgeving van alle toepasselijke verdragen en daaraan verbonden protocollen van de Verenigde Naties en de Raad van Europa op bovengenoemde gebieden en in verband met de bestrijding van terrorisme, waaronder het Verdrag van de Raad van Europa van 2005 inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven en de financiering van terrorisme, evenals het Haags Kinderbeschermingsverdrag van 1996 (Verdrag inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen), het Verdrag van de Raad van Europa van 2007 inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik, en het Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake strafrechtelijke bestrijding van corruptie.
Armenië is in januari 2001 lid geworden van de Raad van Europa en heeft sindsdien 83 Verdragen van de Raad van Europa ondertekend, waarvan het er 70 heeft geratificeerd. Armenië heeft het Verdrag van de Raad van Europa van 2005 inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven en de financiering van terrorisme ondertekend en geratificeerd (inwerkingtreding 1 oktober 2008). Het heeft ook het Verdrag van ’s-Gravenhage van 1996 inzake de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning, de tenuitvoerlegging en de samenwerking op het gebied van ouderlijke verantwoordelijkheid en maatregelen ter bescherming van kinderen ondertekend en geratificeerd (inwerkingtreding 1 mei 2008). Daarnaast heeft Armenië het Verdrag van de Raad van Europa van 2007 inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik ondertekend en geratificeerd (inwerkingtreding 1 januari 2021). Armenië heeft ook het Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake strafrechtelijke bestrijding van corruptie ondertekend en geratificeerd, dat op 1 mei 2006 in werking is getreden.
Armenië is partij bij alle belangrijke VN-instrumenten inzake misdaadbestrijding en georganiseerde misdaad die in het kader van het VN-verdrag kunnen worden geratificeerd. Op het gebied van terrorismebestrijding onderhoudt Armenië overeenkomstig de Resoluties 1267 (1999), 1989 (2011) en 2253 (2015) een nauwe samenwerking met het Comité van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. De bevoegde Armeense autoriteiten ontvangen, onderzoeken en verifiëren regelmatig bijgewerkte geconsolideerde lijsten met betrekking tot ISIS (Da’esh), Al Qaida en daarmee verbonden personen, groepen en entiteiten om ervoor te zorgen dat hun nationale procedures in overeenstemming zijn met de internationale verplichtingen op het gebied van terrorismebestrijding. Het nationale kader is in overeenstemming gebracht met de internationale normen, en met name door de inwerkingtreding van het nieuwe wetboek van strafrecht in 2022, dat een gemoderniseerde aanpak van terrorismegerelateerde strafbare feiten heeft ingevoerd.
6.2Justitiële samenwerking in strafzaken
ØConsolidatie van de wettelijke en institutionele kaders om een efficiënte wederzijdse rechtshulp in strafzaken te waarborgen.
De samenwerking tussen Armenië en de EU-lidstaten is voornamelijk gebaseerd op belangrijke instrumenten van de Raad van Europa, met name het Europees Verdrag betreffende uitlevering van 13 december 1957 en de aanvullende protocollen daarbij, het Europees Verdrag betreffende de overdracht van strafvervolging van 15 mei 1972 en het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken van 20 april 1959, samen met de aanvullende protocollen daarbij.
De justitiële samenwerking met andere landen in strafzaken is op nationaal niveau geregeld in de hoofdstukken 54 en 541 van het wetboek van strafvordering, waarin het rechtskader voor uitlevering, wederzijdse rechtshulp en andere vormen van internationale samenwerking in strafrechtelijke procedures is vastgelegd. De internationale wederzijdse rechtshulp in strafzaken wordt ook geregeld door de Wet inzake rechtshulp in strafzaken, vastgesteld op 15 november 2024.
Samen vormen deze een alomvattend rechtskader dat Armenië in staat stelt samen met partnerlanden te zorgen voor wederzijdse rechtshulp in strafzaken.
ØOndertekening, ratificatie en omzetting in nationale wetgeving van toepasselijke internationale verdragen en de protocollen daarbij, met name het Tweede Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken en het Verdrag van de Raad van Europa van 2005 inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven en de financiering van terrorisme.
Armenië heeft het Tweede Aanvullend Protocol bij het Europees Verdrag inzake wederzijdse rechtshulp in strafzaken ondertekend en geratificeerd. Dit protocol trad op 1 april 2011 in werking. De nationale wetgeving is in overeenstemming gebracht met dit protocol. Voorts zijn er interne procedures in gang gezet met het oog op de ratificatie en uitvoering van het Derde Aanvullend Protocol in 2026.
Armenië heeft het Verdrag van de Raad van Europa van 2005 inzake het witwassen, de opsporing, de inbeslagneming en de confiscatie van opbrengsten van misdrijven en de financiering van terrorisme ondertekend en geratificeerd (inwerkingtreding 1 oktober 2008).
6.3Samenwerking op het gebied van rechtshandhaving
ØInvoering van doeltreffende coördinatiemechanismen tussen bevoegde overheidsinstanties en oprichting van een gemeenschappelijke databank (of IT-systeem) met het recht op rechtstreekse toegang voor de betrokken ambtenaren.
De Armeense rechtshandhavingsinstanties hebben toegang tot een breed scala aan digitale gegevensbronnen met informatie over rechtshandhaving, bevolkingsregistratie, migratie, grensbeheer en internationale samenwerking. Voor de toegang tot en het gebruik van deze gegevens zijn ze echter aangewezen op meerdere systemen met een beperkte interoperabiliteit. Het gebruik van gegevens is overwegend reactief en gebaseerd op individuele gevallen, met beperkte toepassing van proactieve of inlichtingengestuurde benaderingen. Ontoereikende operationele coördinatie en tekortkomingen in de praktische operationele planning blijven een probleem voor de Armeense onderzoeksinstanties.
Verdere vooruitgang op dit gebied zal mogelijk worden gemaakt door de volledige implementatie van het gecentraliseerde nationale bevolkingsregister (gepland voor 1 januari 2027) en een betere interoperabiliteit tussen informatiesystemen, waarbij een beroep kan worden gedaan op het recentelijk gecreëerde centrum voor criminaliteitsstatistieken en -onderzoek bij het ministerie van Binnenlandse Zaken.
De strategie voor de justitiële en wettelijke hervormingen voor de periode 2022-2026 omvat ook plannen om een elektronisch systeem in te voeren voor het beheer van strafzaken tijdens de fase van het strafrechtelijke vooronderzoek (“e-dossiers”). Deze hervorming zal een belangrijk onderdeel vormen van de bredere inspanningen van de regering om het strafrechtstelsel te moderniseren en de efficiëntie, transparantie en controleerbaarheid ervan te verbeteren. Het elektronische casemanagementsysteem zal naar verwachting in maart 2027 volledig operationeel zijn.
ØDoeltreffende gestructureerde samenwerking nastreven via de uitvoering van werkregelingen met zowel Europol (onder meer door middel van verbindingen via Siena en de inzet van een verbindingsfunctionaris) als Cepol, en actief blijven deelnemen aan regionale projecten voor capaciteitsopbouw in het gebied van het Oostelijk Partnerschap.
In september 2021 ondertekenden de Armeense politie en Europol een werkregeling, waarmee de basis werd gelegd voor de daaropvolgende uitvoeringsinstrumenten (de verbindingsovereenkomst en het memorandum van overeenstemming over het beveiligde communicatiekanaal — Siena). Deze instrumenten zijn in mei 2024 formeel in werking getreden. Armenië heeft een verbindingsfunctionaris bij Europol aangesteld en deze in april 2026 daadwerkelijk ingezet. Deze inzet zal de betrekkingen tussen de Armeense rechtshandhavingsinstanties, Europol en andere verbindingsfunctionarissen van de partners van Europol versterken.
De Armeense samenwerking met Cepol is gebaseerd op een werkregeling die in april 2017 werd ondertekend. Deze werkregeling moet worden verlengd om rekening te houden met de meest recente EU-wetgeving inzake gegevensbescherming. Sinds Cepol in 2020 het Topcop-programma voor oostelijke partners heeft gelanceerd, hebben Armeense rechtshandhavingsfunctionarissen deelgenomen aan een groot aantal opleidingscursussen over illegale drugshandel, mensenhandel, illegale migratie, georganiseerde vermogenscriminaliteit, onlinefraude en cybercriminaliteit, alsook aan uitwisselings- en mentorprogramma’s van Cepol.
De benoeming van een nationale Empact-coördinator bij de Armeense politie vergroot de mogelijkheden voor de deelname van Armenië aan door de EU geleide kaders voor operationele samenwerking aanzienlijk.
6.4Gegevensbescherming
ØConsolidatie van de huidige doeltreffende wettelijke en institutionele kaders inzake de bescherming van persoonsgegevens, en deze in overeenstemming brengen met de internationale en EU-normen, onder meer door de vaststelling van verordeningen, instructies en voorschriften ter regulering van passende processen, activiteiten en procedures.
De huidige Armeense wet inzake de bescherming van persoonsgegevens is in mei 2015 vastgesteld. In het verlengde hiervan werden er regeringsbesluiten vastgesteld om de technische en organisatorische aspecten van de verwerking van persoonsgegevens te regelen. In het regeringsprogramma voor de periode 2021-2026 wordt het strategische belang van een betere bescherming van persoonsgegevens erkend en worden maatregelen uiteengezet om het institutionele en regelgevingskader op dit gebied te verbeteren. Momenteel is de belangrijkste nationale toezichthouder voor gegevensbescherming in Armenië het agentschap voor de bescherming van persoonsgegevens, dat onder het ministerie van Justitie ressorteert.
De regering heeft in oktober 2025 een conceptnota goedgekeurd met plannen voor de oprichting van een nieuwe en onafhankelijke autoriteit voor de bescherming van persoonsgegevens. Het geplande institutionele kader voor deze autoriteit zal naar verwachting functioneren op basis van versterkte wetgeving en gemoderniseerde regelgevingspraktijken, die zorgen voor een betere bescherming van de persoonsgegevens van burgers en doeltreffendere handhavingsmechanismen, overeenkomstig de Europese beginselen inzake gegevensbescherming. De nieuwe wet zal naar verwachting in het vierde kwartaal van 2026 door het parlement worden vastgesteld, terwijl de nieuwe autoriteit voor de bescherming van persoonsgegevens naar verwachting medio 2027 zal worden opgericht.
ØOmzetting in nationale wetgeving van toepasselijke internationale verdragen, protocollen en aanbevelingen, waaronder het Aanvullend Protocol van 2001 bij het Europees Verdrag tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens inzake toezichthoudende autoriteiten en grensoverschrijdend verkeer van gegevens (ETS nr. 181), het Protocol van 2018 tot wijziging van het Verdrag tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens (CETS nr. 223) en Aanbeveling R (87) 15 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa tot regeling van het gebruik van persoonsgegevens op politieel gebied.
Armenië heeft het Aanvullend Protocol (ETS nr. 181) ondertekend en geratificeerd, dat in september 2012 in werking is getreden. Ook heeft het in oktober 2019 “Verdrag 108+” ondertekend en in januari 2022 geratificeerd.
De Armeense autoriteiten zijn voornemens wetswijzigingen vast te stellen om ervoor te zorgen dat het nationale kader voor gegevensbescherming wordt geharmoniseerd met de meest recente Europese normen en internationale beste praktijken, waaronder die welke voortvloeien uit Verdrag 108+ van de Raad van Europa, de bijbehorende protocollen en de relevante instrumenten van de Raad van Europa die van toepassing zijn op de rechtshandhavingssector.
ØOprichting van een onafhankelijke toezichthoudende instantie voor de bescherming van persoonsgegevens met passende bevoegdheden en verplichtingen.
De huidige Armeense nationale gegevensbeschermingsautoriteit, het agentschap voor de bescherming van persoonsgegevens, functioneert als een afzonderlijke onderafdeling binnen de structuur van het ministerie van Justitie. Zij kan dus niet worden geacht in overeenstemming te zijn met de vereisten en normen inzake de onafhankelijkheid van een toezichthoudende autoriteit voor gegevensbescherming.
De bovengenoemde conceptnota, die in oktober 2025 door de regering is goedgekeurd, omvat de oprichting van een onafhankelijke autoriteit voor de bescherming van persoonsgegevens. Het beoogde model is een collegiaal orgaan bestaande uit drie commissarissen, dat bevoegd is om procedures en onderzoeken uit te voeren, corrigerende maatregelen vast te stellen en deskundig advies te verstrekken aan overheidsinstellingen en particuliere entiteiten.
Het vereiste van een onafhankelijke autoriteit vloeit voort uit Verdrag 108 en Verdrag 108+, maar ook uit andere verbintenissen van Armenië, met name uit hoofde van de in april 2024 ondertekende overeenkomst tussen de EU en Armenië betreffende de samenwerking tussen Eurojust en de Armeense autoriteiten die bevoegd zijn voor justitiële samenwerking. Op grond van deze verbintenissen moet Armenië een gegevensbeschermingsautoriteit oprichten waarvan de onafhankelijkheid gegarandeerd is, en die beschikt over voldoende middelen en doeltreffende bevoegdheden.
Het mandaat van de nieuwe gegevensbeschermingsautoriteit moet duidelijk worden onderscheiden van dat van het agentschap voor informatiesystemen dat momenteel belast is met het beheer van de informatiesystemen van de staat en dat volgens de plannen zal worden omgevormd tot een nieuw orgaan dat belast is met cyberbeveiliging en gegevensbeheer.
In het licht van het bovenstaande moet in een later stadium, na de vaststelling en uitvoering van de geplande wetswijzigingen en de oprichting van de nieuwe gegevensbeschermingsautoriteit, een alomvattende beoordeling van het kader voor de bescherming van persoonsgegevens van Armenië worden verricht.
Op basis van de bovenstaande bevindingen wordt aanbevolen dat de Armeense autoriteiten met betrekking tot de benchmarks van blok 3 betreffende openbare orde en veiligheid (eerste fase):
Voorkoming en bestrijding van georganiseerde criminaliteit
·de strategie voor criminaliteitspreventie en het bijbehorende actieplan vaststellen. De strategie moet betrekking hebben op zowel preventieve als repressieve aspecten, met inbegrip van de operationele samenwerking tussen rechtshandhavingsinstanties, en zich met name richten op georganiseerde criminaliteit;
·doorgaan met de ontwikkeling van analysecapaciteiten op het gebied van zware en georganiseerde criminaliteit door invoering van een inlichtingengestuurd politiemodel, om een betrouwbaar en alomvattend kader voor situationeel bewustzijn te ontwikkelen, zoals een nationale dreigingsevaluatie van de zware en georganiseerde criminaliteit (Socta);
·de met Europol getroffen werkregeling uitvoeren, onder meer door operationele informatie te delen via Siena;
·interinstitutionele operationele taskforces opzetten om regelmatig gezamenlijke operationele doelstellingen vast te stellen, te coördineren en uit te voeren op alle gebieden waarop georganiseerde criminaliteit een rol speelt;
·een bureau voor de ontneming van vermogensbestanddelen opzetten en operationeel maken door middel van duidelijke operationele standaardprocedures, met een welomschreven mandaat, voldoende bevoegdheden en tijdige toegang tot relevante informatie;
·de capaciteit voor de bestrijding van cybercriminaliteit versterken, onder meer door gerichte investeringen in technische hulpmiddelen zoals IT-infrastructuur en digitaal forensisch onderzoek;
·risico’s in verband met transacties in cryptoactiva en het gebruik van cryptoactiva bij het plegen van financiële misdrijven blijven aanpakken;
·extra middelen uittrekken ter ondersteuning van de uitvoering van de activiteiten die zijn vastgesteld in het actieplan bij het strategisch plan voor de periode 2025-2027 ter bestrijding van het niet-medische gebruik van en de illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.
Bestrijding van corruptie
·een nieuwe nationale strategie voor de bestrijding van corruptie vaststellen waarin prioriteit wordt gegeven aan de sectoren die het gevoeligst zijn voor corruptie, door daarin een robuust kader voor risicobeoordeling op te nemen;
·de wijzigingen van de wet inzake de commissie voor corruptiepreventie uitvoeren en de nationale methode voor het identificeren van corruptierisico’s toepassen, zodat gerichte, risicogebaseerde anticorruptiemaatregelen kunnen worden ingevoerd bij overheidsinstellingen en relevante entiteiten uit de particuliere sector;
·de commissie voor corruptiepreventie voldoende financiële, personele en technische middelen ter beschikking stellen en de uitvoering van haar integriteitsadviezen versterken;
·het systeem voor vermogensaangifte moderniseren door de invoering van geautomatiseerde functies die systematische kruiscontroles met relevante financiële en overheidsdatabanken mogelijk maken;
·sectorspecifieke gedragscodes consolideren;
·het integriteitsbewustzijn in de publieke sector versterken, onder meer door middel van systematische voorlichting en opleiding over klokkenluidersmechanismen;
·de capaciteit van het bureau van de ombudsman voor de mensenrechten vergroten, zodat het aan zijn mandaat inzake de bescherming van klokkenluiders kan voldoen;
·zorgen voor een doeltreffende uitvoering van de nieuwe wet inzake integriteit en discipline bij de politie en de bijbehorende secundaire wetgeving;
·versterken van de operationele capaciteit van de onlangs opgerichte afdeling binnenlandse veiligheid en corruptiebestrijding van het ministerie van Binnenlandse Zaken;
·de strategische coördinatie en uitwisseling van inlichtingen tussen rechtshandhavingsinstanties versterken, onder meer door de vaststelling, onder coördinatie van de commissie voor corruptiebestrijding, van een duidelijke operationele strategie om corruptie op hoog niveau aan te pakken.
Gegevensbescherming
·een robuust kader voor gegevensbescherming opzetten en beheren en een onafhankelijke, volledig functionele nationale gegevensbeschermingsautoriteit oprichten met een duidelijk wettelijk mandaat, autonoom bestuur en voldoende personele, technische en financiële middelen, overeenkomstig de Europese en internationale normen, waaronder de algemene verordening gegevensbescherming van de EU, de richtlijn gegevensbescherming bij rechtshandhaving, Verdrag 108+ en toepasselijke internationale richtsnoeren;
·zorgen voor een duidelijke afbakening tussen de bevoegdheden en taken van de toekomstige gegevensbeschermingsautoriteit en het agentschap voor informatiesystemen, dat in de nabije toekomst verantwoordelijk zal zijn voor cyberbeveiliging en gegevensbeheer.
7.Blok 4: externe betrekkingen en grondrechten
7.1Vrij verkeer binnen de Republiek Armenië
ØVerbetering en consolidatie van het rechtskader voor de registratie van buitenlandse burgers en staatlozen die legaal op het grondgebied van de Republiek Armenië verblijven.
De herziene wet inzake het nationale bevolkingsregister, die in juli 2025 is vastgesteld, zal het bevolkingsregister van Armenië en het rechtskader ervan moderniseren en harmoniseren. Bij de wet wordt een eenvormig, gecentraliseerd en digitaal nationaal bevolkingsregister ingevoerd voor alle personen die legaal in Armenië verblijven, waaronder buitenlanders, staatlozen, vluchtelingen en asielzoekers (zie deel 3). Buitenlanders en staatlozen zullen met betrekking tot het bevolkingsregister dezelfde rechten genieten en dezelfde verplichtingen hebben als Armeense burgers, en zij krijgen net als Armeense burgers een burgerservicenummer toegewezen. Het nieuwe digitale register zal naar verwachting op 1 januari 2027 operationeel zijn.
7.2Voorwaarden en procedures voor de afgifte van reis- en identiteitsdocumenten
ØConsolidatie van wettelijke en institutionele kaders voor het opzetten van een doeltreffend en volledig functioneel systeem voor de afgifte van reis- en identiteitsdocumenten, zonder enige discriminatie van onder andere vrouwen, kinderen, personen met een handicap, ontheemden, personen die tot minderheden behoren, of personen in een kwetsbare situatie.
De nieuwe eenvormige wet inzake identiteitsdocumenten, waaraan momenteel de laatste hand wordt gelegd, is opgesteld volgens het non-discriminatiebeginsel. Bij de wet zal vanaf het najaar van 2026 een samenhangend en inclusief rechtskader worden vastgesteld voor de afgifte en het gebruik van alle identiteitsdocumenten in Armenië (zie deel 4). Deze documenten zullen volledig voldoen aan de ICAO-normen.
De nieuwe centrale loketten voor de afgifte van identiteitsdocumenten, die volledig zullen worden gerenoveerd, zullen volledig toegankelijk zijn voor personen met een handicap. Veel van de gedecentraliseerde loketten zijn momenteel echter niet toegankelijk voor personen met een handicap. Bovendien hebben personen met een psychosociale of verstandelijke handicap door de huidige procedures geen volledige toegang tot de diensten van de burgerlijke stand en diensten voor de afgifte van documenten, waardoor het risico bestaat dat kwetsbare en gemarginaliseerde personen worden uitgesloten van daadwerkelijke toegang tot identiteitsdocumenten.
7.3Rechten van burgers, met inbegrip van de bescherming van minderheden
ØVaststelling van een alomvattende antidiscriminatiewet, zoals aanbevolen door de toezichthoudende organen van de VN en de Raad van Europa, om gelijkheid te bevorderen en doeltreffende bescherming tegen discriminatie te waarborgen, onder meer door oprichting van een specifiek orgaan voor gelijke behandeling.
De regering van Armenië werkt aan een wetsontwerp inzake de preventie van en bescherming tegen discriminatie. Volgens de informatie van de Armeense autoriteiten wordt hiermee beoogd discriminatie te voorkomen en te zorgen voor gelijke behandeling en gelijke kansen voor alle personen bij de uitoefening van hun rechten, vrijheden en verplichtingen, overeenkomstig internationale normen. Er zal een definitie van discriminatie en de verschillende vormen ervan worden gegeven en er zal een lijst van beschermde kenmerken worden vastgesteld.
Binnen het beoogde institutionele kader zou de Armeense ombudsman voor de mensenrechten als orgaan voor gelijke behandeling fungeren. Zijn mandaat omvat het monitoren van de naleving van de antidiscriminatiewetgeving en het bevorderen van gelijke behandeling, het voorkomen van schendingen van het recht om niet te worden gediscrimineerd, en het beschermen van de rechten van slachtoffers van discriminatie.
ØOndertekening, ratificatie en omzetting in de nationale wetgeving van relevante juridische documenten van de VN en de Raad van Europa ter bevordering van gelijkheid en ter bestrijding van discriminatie, rekening houdend met het Verdrag van de VN betreffende de status van staatlozen en de bestaande aanbevelingen van de Raad van Europa betreffende het Europees Handvest voor regionale talen en talen van minderheden. Consolidatie van het beleid om de sociaal-economische inclusie van ontheemden te waarborgen.
Armenië is volwaardig partij bij het VN-Vluchtelingenverdrag van 1951 en het bijbehorende protocol van 1967, het Verdrag betreffende de status van staatlozen van 1954 en het Verdrag tot beperking der staatloosheid van 1961. Deze instrumenten verplichten Armenië wettelijk om diverse rechten te waarborgen, zoals de toegang van ontheemden en staatlozen tot werk, huisvesting, onderwijs, sociale bijstand en identiteitsdocumenten. Momenteel wordt de laatste hand gelegd aan het wetsontwerp betreffende staatlozen. Het regelt de procedure voor de vaststelling van de status van staatloze in Armenië, alsook de uitzettingsprocedures, en behandelt kwesties inzake documentatie overeenkomstig de door Armenië geratificeerde internationale verdragen. Het wetsontwerp waarborgt de rechten, vrijheden en verplichtingen van staatlozen overeenkomstig de verdragen van de Verenigde Naties. Gedurende de gehele procedure zoals vastgelegd in het ontwerp, worden beginselen als het belang van het kind, non-discriminatie, eerbiediging van de grondrechten en de naleving van internationale normen uitdrukkelijk in acht genomen.
De regering van Armenië heeft een wetsontwerp inzake nationale minderheden opgesteld, dat nog door het parlement moet worden aangenomen. Het doel ervan is de bescherming van de rechten van nationale minderheden te waarborgen en hun integratie te bevorderen overeenkomstig de internationale normen. Het wetsontwerp heeft tot doel de wetgeving van Armenië in overeenstemming te brengen met het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden van de Raad van Europa en het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden. Naar aanleiding van de aanbevelingen uit een gezamenlijk advies van de Raad van Europa en de Commissie van Venetië van 2024 is over het ontwerp een uitgebreide openbare raadpleging gehouden. Het wetsontwerp waarborgt de rechten van nationale minderheden om hun tradities, taal en cultuur in stand te houden en te ontwikkelen. In het ontwerp wordt het belang van interculturele dialoog en het vrije gebruik van minderheidstalen in het openbaar onderwijs onderstreept. Het legt ook de verantwoordelijkheden vast van nationale organen en lokale organen voor zelfbestuur ten aanzien van nationale minderheden, waaronder verplichtingen om hun deelname aan besluitvormingsprocessen te vergemakkelijken.
Armenië heeft het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld ondertekend, maar nog niet geratificeerd. Het land heeft vooruitgang geboekt bij de aanpassing van de nationale wetgeving en het nationaal beleid aan de vereisten van het Verdrag.
De wettelijke en institutionele kaders voor kinderbescherming in Armenië zijn geleidelijk verbeterd. De wet inzake de rechten van het kind en het systeem voor kinderbescherming, die in oktober 2025 is vastgesteld, bevat wettelijke definities van kindermisbruik, pesten, uitbuiting en verwaarlozing, en beoogt een integraal kader vast te stellen voor de bescherming van de rechten van het kind. Tegelijkertijd wordt in het ontwerpprogramma voor de bescherming van de rechten van het kind voor de periode 2024-2029 (dat nog door de regering moet worden goedgekeurd) en de demografische strategie voor de periode 2024-2040 (goedgekeurd in oktober 2024) het toepassingsgebied van het kinderbeschermingsbeleid uitgebreid tot alle kinderen, waarmee de eerdere, beperktere focus op kinderen in kwetsbare situaties wordt losgelaten. De voorgestelde hervormingen geven voorrang aan zorg in gezinsverband en pleegzorg boven institutionalisering, erkennen minderjarige getuigen van huiselijk geweld als slachtoffers en versterken de bescherming tegen kinderarbeid.
De bescherming tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik van kinderen werd verder versterkt nadat Armenië in 2020 het Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik ratificeerde. Met deze stap werd een duidelijkere rechtsgrondslag gecreëerd voor de aanpak van seksuele uitbuiting en seksueel misbruik van kinderen. Verdere vooruitgang op dit gebied vereist de vaststelling van een strategie voor het voorkomen en bestrijden van kindermisbruik en seksuele uitbuiting, alsook de totstandbrenging van toegankelijke, vertrouwelijke en kindvriendelijke meldingsmechanismen waarmee kinderen geweld en misbruik veilig kunnen melden.
Na de eerste noodhulp hebben de autoriteiten aanzienlijke inspanningen geleverd voor de integratie op lange termijn van de meer dan 115 000 ontheemde Armeniërs uit Karabach. De ontheemden hebben een tijdelijke beschermingsstatus gekregen en kunnen een beroep doen op steunprogramma’s van de overheid. Deze programma’s omvatten bijstand in geld, subsidies voor huur en nutsvoorzieningen, steun voor de aankoop van een woning en gratis toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en sociale diensten. Het steunprogramma voor huur en nutsvoorzieningen bood tot juni 2025 universele dekking voor alle ontheemde Armeniërs uit Karabach, waarna het werd vervangen door gerichte bijstand. Meer dan 16 000 ontheemde kinderen zijn ingeschreven op Armeense scholen. De autoriteiten hebben ook de verwerving van het Armeense staatsburgerschap bevorderd door middel van voorlichtingscampagnes en versnelde burgerschapsprocedures voor Armeniërs uit Karabach. Ondanks deze inspanningen blijft de integratie van de getroffen bevolking op lange termijn een aanzienlijke uitdaging.
ØVaststelling van eerlijke en transparante voorwaarden voor de verwerving van het Armeense staatsburgerschap, waarbij ook de uitdagingen bij het faciliteren van naturalisatie en het dubbele staatsburgerschap zullen worden aangepakt en het risico op misbruik van de mogelijke toekomstige regeling voor visumvrij reizen zal worden beperkt. Afzien van de vaststelling van een burgerschapsregeling voor investeerders.
Bij recente wijzigingen van de wet op het burgerschap, die op 1 januari 2026 in werking zijn getreden, zijn bepaalde stappen in de procedure voor het verkrijgen van het burgerschap gedigitaliseerd, terwijl de criteria om voor burgerschap in aanmerking te komen, ongewijzigd zijn gebleven. De regering van Armenië is van plan dit jaar een strategie inzake migratie en burgerschap vast te stellen.
De bestaande voorwaarden voor het verkrijgen van het Armeense staatsburgerschap zijn gebaseerd op de mate van integratie van de aanvrager in de Armeense samenleving en omvatten vereisten met betrekking tot verblijf, talenkennis en algemene kennis. Deze voorwaarden gelden niet voor etnische Armeniërs, die in aanmerking komen voor een vereenvoudigde naturalisatieprocedure.
Krachtens de huidige wet op het staatsburgerschap gelden er vrijstellingen van het vereiste van een verblijf van drie jaar voor personen van Armeense etnische afkomst, echtgenoten van Armeense burgers en ouders of kinderen van Armeense burgers. Het burgerschap kan ook collectief worden toegekend in geval van repatriëring of grootschalige terugkeer. Hoewel de wet aanvankelijk het houden van een dubbele nationaliteit verbood, is de dubbele nationaliteit nu op grond van latere wijzigingen in beperkte gevallen toegestaan, met name voor Armeniërs die in het buitenland verblijven.
Het bestaande wetgevingskader omvat duidelijk omschreven criteria om in aanmerking te komen voor naturalisatie, alsook de beschikbare rechtsmiddelen bij afwijzing van de aanvraag, waarborgen voor staatlozen en de rechten van kinderen. De wet verleent echter te ruime discretionaire bevoegdheden in uitzonderlijke gevallen, is niet transparant over de procedure en bevat dubbelzinnigheden met betrekking tot het dubbele staatsburgerschap als gevolg van inconsistenties tussen oudere wettelijke bepalingen en recentere praktijken.
De Armeense autoriteiten werken ook aan een herziening van de wettelijke bepalingen voor het verkrijgen van een verblijfsvergunning in ruil voor investeringen. Binnen het huidige rechtskader kunnen etnische Armeniërs en buitenlanders die in Armenië economische of culturele activiteiten ontplooien, een speciale verblijfsvergunning voor tien jaar krijgen. Armenië is niet voornemens een burgerschapsregeling voor investeerders in te voeren.
ØOpstelling en vaststelling van een nationale strategie en een nationaal actieplan voor de mensenrechten, waarmee actief wordt gestreefd naar naleving van de aanbevelingen en normen, met name inzake gelijkheid en discriminatiebestrijding, de rechten van minderheden, de bescherming van persoonsgegevens, daadwerkelijke toegang tot de rechter en godsdienstvrijheid, van VN-organen, OVSE/ODIHR, de Raad van Europa, de Europese Commissie tegen Racisme en Onverdraagzaamheid, en andere internationale mensenrechtenorganen.
De looptijd van de nationale strategie van Armenië voor de bescherming van de mensenrechten en het bijbehorende actieplan voor de periode 2023-2025 liep eind vorig jaar af. De strategie en het actieplan bestreken een groot aantal gebieden, waaronder gelijkheid en non-discriminatie, godsdienstvrijheid, toegang tot de rechter, voorkoming van foltering en het recht op gezondheid. Ze waren grotendeels gebaseerd op aanbevelingen van internationale organen zoals de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, de Raad van Europa en de OVSE. In plaats van een nieuwe, op zichzelf staande mensenrechtenstrategie te ontwikkelen, zijn de autoriteiten voornemens dit gebied als een van de pijlers op te nemen in een bredere nationale strategie voor de hervorming van de justitiële sector, die in de tweede helft van 2026 moet worden vastgesteld.
Armenië heeft in april 2025 een strategie voor de uitvoering van het genderbeleid in de periode 2025-2028 vastgesteld. De strategie is in overeenstemming met de internationale normen, waaronder het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen, het actieprogramma van Peking, de duurzameontwikkelingsdoelstellingen en het Verdrag van Istanbul. De strategie is erop gericht gelijke rechten en kansen voor vrouwen en mannen op alle gebieden van het openbare leven te waarborgen door middel van empirisch onderbouwde en participatieve benaderingen. In mei 2025 heeft Armenië het derde nationale actieplan inzake vrouwen, vrede en veiligheid voor de periode 2025-2027 vastgesteld, dat is ontwikkeld overeenkomstig Resolutie 1325 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.
Om de toegang tot de rechter te verbeteren, hebben de Armeense autoriteiten een reeks maatregelen genomen om de werkdruk bij de rechtbanken te verminderen. Deze maatregelen omvatten wetswijzigingen die het mogelijk maken bepaalde zaken over te dragen aan advocaten of bemiddelaars, alsook een toename van het aantal rechters en een verhoging van de salarissen van rechters, bedoeld om de behandeling van zaken te versnellen. In het kader van de justitiële en wettelijke hervormingen is een gecentraliseerd elektronisch rechtsstelsel ingevoerd, waardoor de achterstand bij de behandeling van civiele zaken aanzienlijk is verminderd. Het Armeense centrum voor arbitrage en bemiddeling, dat in 2023 is opgericht, bevordert mechanismen voor alternatieve geschillenbeslechting; ook is er verplichte bemiddeling ingevoerd voor bepaalde categorieën familierechtelijke zaken.
Hoewel alternatieve maatregelen vaker worden toegepast, blijft het wijdverbreide gebruik van voorlopige hechtenis een punt van zorg. In oktober 2025 bevond 50,8 % van de gedetineerden in penitentiaire inrichtingen zich in voorlopige hechtenis. Dit is ook een belangrijke oorzaak van de overbevolking in penitentiaire instellingen. Overeenkomstig een uitspraak van het Grondwettelijk Hof moeten de rechtbanken nu, na een bepaalde periode, de inspanningen beoordelen die de onderzoeksinstanties hebben geleverd om ongerechtvaardigde verlenging van de voorlopige hechtenis te voorkomen. In strafrechtelijke procedures is de rol van psychologen versterkt en is hun deelname nu verplicht in zaken waarbij minderjarigen of personen met een handicap betrokken zijn. Video-opnamen van ondervragingen zijn ook verplicht geworden, mede met gebruik van op het lichaam gedragen camera’s door agenten.
Armenië onderging in mei 2025 de vierde cyclus van de universele periodieke doorlichting. De regering steunde de meeste van de 265 ontvangen aanbevelingen, maar nam nota van 16 aanbevelingen (die zij dus niet steunde). De Europese Commissie tegen Racisme en Onverdraagzaamheid heeft in haar verslag van 2023 aanbevolen dat de Armeense autoriteiten op een aantal gebieden actie ondernemen, onder meer door bewustmakingsactiviteiten over het belang van diversiteit en verdraagzaamheid in de samenleving te ondersteunen, in samenwerking met de ombudsman voor de mensenrechten en relevante vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld, teneinde haatzaaiende uitlatingen, door haat ingegeven geweld en alle vormen van discriminatie te voorkomen en te bestrijden.
Op basis van de bovenstaande bevindingen wordt aanbevolen dat de Armeense autoriteiten met betrekking tot de benchmarks van blok 4 betreffende externe betrekkingen en grondrechten (eerste fase):
·ervoor zorgen dat personen met een fysieke, psychosociale of verstandelijke handicap volledige toegang hebben tot het systeem voor de afgifte van reis- en identiteitsdocumenten;
·de wet inzake de preventie van en bescherming tegen discriminatie vaststellen, overeenkomstig internationale en Europese normen en de aanbevelingen van de Raad van Europa;
·het toekomstige orgaan voor gelijke behandeling dat in het kader van de antidiscriminatiewet zal worden opgericht, voldoende en duurzame financiële en personele middelen ter beschikking stellen om zijn mandaat te kunnen vervullen, onder meer voor de uitvoering van onderzoeks-, monitoring- en procesgerelateerde taken;
·de wet inzake nationale minderheden vaststellen die de rechten van nationale minderheden waarborgt om hun tradities, talen en cultuur in stand te houden en te ontwikkelen, met bijzondere nadruk op het vrije gebruik van minderheidstalen in het openbaar onderwijs alsook op de zinvolle deelname van vertegenwoordigers van nationale minderheden aan besluitvormingsprocessen op nationaal en lokaal niveau;
·het wetgevingskader van Armenië volledig afstemmen op de bepalingen van het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, en zorgen voor de vaststelling en uitvoering van de daarvoor benodigde wettelijke, institutionele en beleidsmaatregelen, met inbegrip van mechanismen voor slachtofferbescherming, capaciteitsopbouw voor de betrokken professionals en aanhoudende bewustmakingsinitiatieven;
·de in oktober 2025 aangenomen wet inzake de rechten van het kind en het systeem voor kinderbescherming uitvoeren en het integrale programma voor de bescherming van de rechten van het kind voor de periode 2024-2029 vaststellen, die ervoor moeten zorgen dat alle kinderen, onder wie kinderen met een handicap en kinderen in alternatieve zorg, worden beschermd tegen alle vormen van geweld, waaronder mensenhandel, overeenkomstig de internationale normen, waaronder het Verdrag van ’s-Gravenhage van 1996 inzake de bescherming van kinderen;
·een alomvattende strategie opstellen om seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen te voorkomen en te bestrijden, overeenkomstig het Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik, waarbij wordt gezorgd voor een op de leeftijd afgestemde, toegankelijke, vertrouwelijke en kindvriendelijke justitie, rapportagemechanismen en ondersteuning voor minderjarige slachtoffers en getuigen;
·de wet op het staatsburgerschap wijzigen om openstaande kwesties in verband met de naturalisatie en het dubbele staatsburgerschap van etnische Armeniërs op te lossen, waarbij duidelijke waarborgen worden ingesteld om mogelijk misbruik in het kader van een toekomstige visumvrije regeling met de EU te voorkomen;
·afzien van de invoering van een burgerschapsregeling voor investeerders en ervoor zorgen dat een verblijfsregeling voor investeerders geen onrechtmatige route naar het burgerschap vormt;
·een uitgebreide effectbeoordeling van de uitvoering van de strategie voor de bescherming van de mensenrechten 2023-2025 verrichten, en tijdig en op inclusieve wijze een vervolgstrategie ontwikkelen en vaststellen.
8.Algemene beoordeling en vervolgstappen
Overeenkomstig de vastgestelde werkwijze heeft de Commissie de uitvoering van het actieplan voor visumliberalisering (VLAP) door Armenië beoordeeld op basis van de door de Armeense autoriteiten verstrekte informatie en relevante rechts- en beleidsdocumenten. De op documenten gebaseerde evaluatie werd aangevuld met een evaluatie ter plaatse door de diensten van de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden, bijgestaan door deskundigen uit de EU-lidstaten, Frontex en de EU-delegatie in Armenië.
De Commissie monitort ook de vooruitgang die Armenië heeft geboekt via het Gemengd Comité visumversoepeling EU-Armenië, het Gemengd Comité overname EU-Armenië, het Subcomité justitie, vrijheid en veiligheid EU-Armenië, en de mensenrechtendialoog. In al deze kaders is er sprake van een hoog niveau van overleg en samenwerking tussen de EU en Armenië.
Op basis van het bovenstaande is de Commissie van oordeel dat Armenië goede vooruitgang heeft geboekt bij de uitvoering van de benchmarks die relevant zijn voor de eerste fase (wetgevings- en beleidskader) van het VLAP, aangezien het VLAP pas in november 2025 officieel aan de Armeense autoriteiten is overhandigd. De eerste reeks benchmarks van blok 1 (documentbeveiliging, met inbegrip van biometrie) en — binnen blok 2 (migratiebeheer) bevinden zich al in een vergevorderd stadium van uitvoering. Armenië boekt ook goede vorderingen bij de uitvoering van de eerste reeks benchmarks met betrekking tot de andere beleidsterreinen van blok 2 (geïntegreerd grensbeheer, asiel), blok 3 (openbare orde en veiligheid) en blok 4 (externe betrekkingen en grondrechten) van het VLAP.
De bevindingen van dit eerste voortgangsverslag van de Commissie zullen aan het Europees Parlement en de Raad worden voorgelegd. Deze bevindingen zullen door de Commissie ook worden voorgelegd aan en besproken met de Armeense autoriteiten tijdens de volgende bijeenkomst van hoge ambtenaren. De Commissie zal Armenië blijven ondersteunen bij de uitvoering van het VLAP, onder meer door middel van specifieke technische en financiële bijstand in het kader van het veerkracht- en groeiplan voor Armenië dat momenteel wordt uitgevoerd. De Commissie zal de verwezenlijking van alle benchmarks van de vier blokken van het VLAP actief monitoren, met de hulp van deskundigen uit de EU-lidstaten. In de komende periode zullen in Armenië aanvullende evaluatiemissies van de EU worden georganiseerd om de vooruitgang te beoordelen die de Armeense autoriteiten hebben geboekt bij de verwezenlijking van alle benchmarks van de eerste fase. De aanbevelingen in dit verslag moeten de Armeense autoriteiten helpen de vastgestelde tekortkomingen te corrigeren. Deze monitoring zal als basis dienen voor toekomstige verslagen van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de vooruitgang die Armenië heeft geboekt bij de uitvoering van het VLAP.