Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52026DC0033

Aanbeveling voor een AANBEVELING VAN DE RAAD houdende toestemming voor Oostenrijk om af te wijken van de in Verordening (EU) 2024/1263 van de Raad vastgestelde maximale groeipercentages van de netto-uitgaven (activering van de nationale ontsnappingsclausule)

COM/2026/33 final

Brussel, 20.1.2026

COM(2026) 33 final

Aanbeveling voor een

AANBEVELING VAN DE RAAD

houdende toestemming voor Oostenrijk om af te wijken van de in Verordening (EU) 2024/1263 van de Raad vastgestelde maximale groeipercentages van de netto-uitgaven
(activering van de nationale ontsnappingsclausule)


Aanbeveling voor een

AANBEVELING VAN DE RAAD

houdende toestemming voor Oostenrijk om af te wijken van de in Verordening (EU) 2024/1263 van de Raad vastgestelde maximale groeipercentages van de netto-uitgaven
(activering van de nationale ontsnappingsclausule)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121,

Gezien Verordening (EU) 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en betreffende het multilaterale begrotingstoezicht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad 1 , en met name artikel 26,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Verordening (EU) 2024/1263 vormt samen met de gewijzigde Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de uitvoering van de procedure bij buitensporige tekorten 2 en de gewijzigde Richtlijn 2011/85/EU van de Raad tot vaststelling van voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten 3 de belangrijkste elementen van het hervormde kader voor economische governance van de EU. Het kader is gericht op het waarborgen van de houdbaarheid van de overheidsschuld en duurzame en inclusieve groei door middel van hervormingen en investeringen. Het bevordert de nationale verantwoordelijkheid en is gericht op de middellange termijn, in combinatie met een doeltreffende en samenhangende handhaving van de regels.

(2)De maximale groeipercentages van de netto-uitgaven zoals vastgelegd in een aanbeveling van de Raad overeenkomstig artikel 17, lid 1, artikel 19 of artikel 20 van Verordening (EU) 2024/1263 zijn de enige operationele referentie voor het jaarlijkse begrotingstoezicht van de lidstaten en vormen de kern van het nieuwe kader voor economische governance. De bij die aanbeveling van de Raad vastgestelde maximale groeipercentages van de netto-uitgaven leggen een begrotingsdiscipline vast voor vier of vijf jaar, op basis van een aanpassingsperiode van vier jaar die voor een bijkomende periode van maximaal drie jaar kan worden verlengd.

(3)Overeenkomstig artikel 26 van Verordening (EU) 2024/1263 biedt het kader flexibiliteit bij de toepassing van de regels in geval van uitzonderlijke omstandigheden waarover de lidstaten geen controle hebben en die een grote impact op de overheidsfinanciën hebben. In dat geval kan de Raad, op verzoek van een lidstaat en op aanbeveling van de Commissie op basis van haar analyse, binnen vier weken na de aanbeveling van de Commissie een aanbeveling goedkeuren, op grond waarvan een lidstaat kan afwijken van zijn door de Raad vastgestelde maximale groeipercentages van de netto-uitgaven indien i) er uitzonderlijke omstandigheden zijn waarover de lidstaat geen controle heeft, ii) die een grote impact hebben op de overheidsfinanciën van de betrokken lidstaat, iii) mits die afwijking de houdbaarheid van de begroting op middellange termijn niet in gevaar brengt. De Raad stelt een termijn voor een dergelijke afwijking vast.

(4)De staatshoofden en regeringsleiders van de EU hebben zich er op 10 en 11 maart 2022 in Versailles toe verbonden de Europese defensievermogens te versterken in het licht van de Russische militaire agressie tegen Oekraïne. Deze doelstellingen zijn opnieuw benoemd t in het strategisch kompas voor veiligheid en defensie. In zijn conclusies over Europese defensie van 6 maart 2025 gaf de Europese Raad aan ingenomen te zijn met het voornemen van de Commissie om aan te bevelen dat de nationale ontsnappingsclausule in het kader van het stabiliteits- en groeipact op gecoördineerde wijze wordt geactiveerd als directe maatregel.

(5)In haar mededeling van 19 maart 2025 4 heeft de Commissie alle lidstaten verzocht om op gecoördineerde wijze gebruik te maken van de flexibiliteit van de nationale ontsnappingsclausule, teneinde het effect op de defensiecapaciteit van de EU te maximaliseren. Die flexibiliteit is bedoeld om de overgang naar hogere niveaus van defensie-uitgaven te faciliteren, mits de houdbaarheid van de begroting op middellange termijn daardoor niet in gevaar komt. In die mededeling wordt benoemd dat de lidstaten via de activering van de nationale ontsnappingsclausule kunnen afwijken van de maximale groeipercentages van de netto-uitgaven die de Raad bij de goedkeuring van de budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn of bij de vaststelling van de correctieve paden in het kader van de buitensporigtekortprocedure heeft vastgelegd, voor zover die afwijking wordt gerechtvaardigd door een stijging van de defensie-uitgaven ten opzichte van het referentiejaar, en de jaarlijkse overschrijding tot en met 2028 niet meer dan 1,5 % van het bbp bedraagt. Verhogingen boven dat bedrag blijven aan de normale nalevingsbeoordelingen onderworpen. Een dergelijk maximum is nodig om te waarborgen dat de houdbaarheid van de begroting niet in gevaar wordt gebracht, terwijl alle lidstaten de flexibiliteit kunnen gebruiken bij de verhoging van hun defensie-uitgaven. De precieze bedragen worden bepaald nadat de begrotingsresultaten beschikbaar komen, zodat de extra flexibiliteit alleen voor het beoogde doel wordt gebruikt.

(6)In de aanbeveling van de Raad van 8 juli 2025 5 is het netto-uitgavenpad van Oostenrijk goedgekeurd. Daarnaast is in de op dezelfde dag overeenkomstig artikel 126, lid 7, aangenomen aanbeveling van de Raad 6 voor Oostenrijk een correctief pad vastgesteld om het buitensporige tekort te corrigeren, met dezelfde jaarlijkse en cumulatieve maximale groeipercentages van de netto-uitgaven. Bij het uitvoeren van de buitensporigtekortprocedure en bij het beoordelen of Oostenrijk doeltreffende actie heeft ondernomen, wordt ook rekening worden gehouden met de flexibiliteit die de nationale ontsnappingsclausule biedt. Daarom wordt het in de overeenkomstig artikel 126, lid 7, van de aanbeveling van de Raad van 8 juli 2025 bepaalde correctieve netto-uitgavenpad tot 2028 aangevuld met de flexibiliteit die is toegestaan door de verhoging van de defensie-uitgaven 7 uit hoofde van de nationale ontsnappingsclausule.

(7)Op 11 december 2025 heeft Oostenrijk bij de Raad en de Commissie een verzoek ingediend om de nationale ontsnappingsclausule te activeren.

(8)In zijn verzoek stelt Oostenrijk dat, in de context van toegenomen geopolitieke spanningen, Ruslands aanhoudende aanvalsoorlog tegen Oekraïne en de bedreiging die daarvan uitgaat voor de Europese veiligheid een existentiële uitdaging vormen voor de Unie, die een aanzienlijke verhoging van de defensie-uitgaven vereist. Deze situatie is een uitzonderlijke omstandigheid waarover de lidstaten geen controle hebben. Oostenrijk wijst met name op de aankoop van militair materieel in 2025, vanwege de verslechtering van de geopolitieke situatie tijdens dat jaar. In dat licht verzoekt Oostenrijk om de nationale ontsnappingsclausule voor de periode 2025-2028 te activeren, in overeenstemming met de andere lidstaten waarvoor de Raad de nationale ontsnappingsclausule voor defensie reeds heeft geactiveerd.

(9)In zijn verzoek vermeldt Oostenrijk de gegevens over de totale defensie-uitgaven tot en met 2026 (tabel 1). Daarnaast is Oostenrijk voornemens zijn defensievermogens op lange termijn ook na 2026 veilig te stellen. Daarom heeft de stijging van de defensie-uitgaven een grote invloed op de overheidsfinanciën van Oostenrijk.

Tabel 1: Totale defensie-uitgaven in Oostenrijk

2021 a

2022 a

2023 a

2024 a

2025 b

2026 b

Totale overheidsuitgaven voor defensie

(% van het bbp)

0,6

0,6

0,6

0,7

0,8

1,0

Bron: a: Eurostat; b: informatie van Oostenrijk aan de Raad en de Commissie.

(10)Oostenrijk raamt dat de stijging van de totale defensie-uitgaven als percentage van het bbp van 2021 tot en met 2025 in de orde van grootte van 0,2 procentpunten lag en derhalve heeft bijgedragen tot een verslechtering van het overheidssaldo en een stijging van de overheidsschuld.

(11)Ceteris paribus leidt een stijging van de uitgaven in de door de nationale ontsnappingsclausule bestreken periode aan het eind van die periode tot een hogere overheidsschuld en een hoger tekort. Uitgaande van een lineaire opname tot 2028 van de volledige stijging van de overheidsuitgaven die op grond van deze aanbeveling is toegestaan, blijkt uit de indicatieve prognoses van de Commissie dat de tekortquote en de schuldquote in 2028 respectievelijk 1,2 en 1,7 procentpunten hoger zijn dan indien de netto-uitgaven zouden stijgen in overeenstemming met het in Aanbeveling C/2025/3958 van de Raad vastgelegde pad. Dit zou waarschijnlijk een extra begrotingsaanpassing na de activeringsperiode van de nationale ontsnappingsclausule vergen om aan de voorwaarden van het begrotingskader te voldoen, onder meer om te waarborgen dat de schuldquote op een plausibel neerwaarts pad wordt gebracht of blijft, of op een prudent niveau onder 60 % van het bbp blijft op middellange termijn en dat het tekort onder 3 % van het bbp blijft of wordt gebracht en op middellange termijn onder de referentiewaarde wordt gehouden. Oostenrijk erkent dat er voor structureel hogere defensie-uitgaven in de toekomst beleidsmaatregelen nodig kunnen zijn om de houdbaarheid van de begroting en de naleving van de begrotingsregels op middellange termijn te waarborgen. Aangezien de toename van het tekort en van de schuld ten gevolge van de activering van de nationale ontsnappingsclausule naar verwachting beperkt zal zijn en Oostenrijk toezegt in de volgende planningsronde de nodige aanpassing te zullen doorvoeren om aan alle vereisten van het begrotingskader te voldoen, wordt de handhaving van de houdbaarheid van de begroting op middellange termijn gewaarborgd.

(12)Gegevens over de overheidsuitgaven voor defensie worden door de nationale bureaus voor de statistiek en Eurostat verzameld en bekendgemaakt, overeenkomstig de internationale classificatie van overheidsfuncties (COFOG) 8 in het kader van het Europees systeem van nationale rekeningen (ESR 2010) 9 . Die gegevens zijn passend om de invloed van defensie-uitgaven op het overheidstekort, de overheidsschuld en de netto-uitgaven, en aanverwante concepten te beoordelen. Eurostat is bezig een gegevensverzamelingsproces op te zetten, in nauwe samenwerking met de nationale bureaus voor de statistiek. Het gegevensverzamelingsproces moet worden afgestemd op de verslagleggingsvereisten die bij Verordening (EU) nr. 479/2009 van de Raad  10 zijn vastgesteld.

(13)Bovendien kan voor bepaalde overeenkomsten voor militair materieel die tijdens de activeringsperiode van de nationale ontsnappingsclausule zijn gesloten, de levering in een later stadium plaatsvinden, waardoor de overheidsfinanciën pas na de activeringsperiode van de clausule worden belast. Daarom moet de flexibiliteit die in het kader van de nationale ontsnappingsclausule wordt geboden, ook gelden voor defensie-uitgaven in verband met dergelijke latere leveringen, op voorwaarde dat de desbetreffende overeenkomsten tijdens de activeringsperiode zijn ondertekend en dat die vertraagde defensie-uitgaven onder het bovengenoemde algemene maximum blijven.

(14)Uitgaven die worden gefinancierd met leningen in het kader van Verordening (EU) 2025/1106 van de Raad van 27 mei 2025 tot vaststelling van het instrument “Optreden voor de veiligheid van Europa” (SAFE) door middel van versterking van de Europese defensie-industrie 11 , zouden automatisch voor die flexibiliteit in aanmerking komen. Daartoe zouden de lidstaten aan Eurostat verslag uitbrengen over alle defensie-uitgaven in het kader van het SAFE-instrument in de categorieën “defensieproducten” en “andere producten voor defensiedoeleinden”, in de zin van Verordening (EU) 2025/1106.

(15)Deze aanbeveling houdt geen wijziging in van de definities van overheidstekort, overheidsschuld en netto-uitgaven, en aanverwante concepten. Op deze concepten gebaseerde gegevens moeten door Oostenrijk worden verzameld en gerapporteerd overeenkomstig Verordening (EU) 2024/1263, Verordening (EG) nr. 479/2009 van de Raad en Verordening (EU) nr. 549/2013,

BEVEELT HET VOLGENDE AAN:

1. Tijdens de periode 2025-2028 mag Oostenrijk afwijken van de in Aanbeveling C/2025/3958 van de Raad vastgestelde maximale groeipercentages van de netto-uitgaven en die overschrijden, voor zover de netto-uitgaven boven die maximale groeipercentages niet meer bedragen dan:

i)    de stijging van de defensie-uitgaven in procent van het bbp sinds 2021;

ii)    mits de afwijking boven de maximale groeipercentages van de netto-uitgaven niet meer dan 1,5 % van het bbp bedraagt.

2.    Oostenrijk mag in de jaren na 2028 blijven afwijken van de maximale groeipercentages van de netto-uitgaven zoals bepaald in een aanbeveling van de Raad overeenkomstig artikel 17, 19 of 20 van Verordening (EU) 2024/1263, en die mag overschrijden, voor zover de netto-uitgaven boven die maximale groeipercentages verband houden met leveringen van militair materieel waarvoor vóór eind 2028 contracten zijn gesloten en die onder het eerdergenoemde algemene plafond blijven.

3.    Overeenkomstig artikel 22, lid 7, van Verordening (EU) 2024/1263 worden de afwijkingen van de door de Raad vastgestelde maximale groeipercentages van de netto-uitgaven die op grond van deze aanbeveling zijn toegestaan, niet als debetpost op de controlerekening van Oostenrijk opgenomen.

4.     Met het oog op een correcte registratie van de extra uitgaven vermeldt Oostenrijk de actuele en geplande gegevens over de totale defensie-uitgaven (COFOG-afdeling 02), met inbegrip van defensie-investeringen (COFOG-afdeling 02 P.51), alsook de niet onder COFOG-02 vallende met SAFE-leningen te financieren uitgaven:

a)    voor de jaren T-4, T-3, T-2 en T-1 (met jaar T als het lopende jaar) in de verslaglegging aan de Commissie (Eurostat) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 479/2009 van de Raad;

b) voor de jaren 2021 tot en met jaar T (het lopende jaar), in de nationale structurele begrotingsplannen voor de middellange termijn en in de jaarlijkse voortgangsverslagen overeenkomstig artikel 11, lid 1, artikel 15 en artikel 21, lid 1, van Verordening (EU) 2024/1263;

c) voor de jaren T (het lopende jaar) en T+1 in ontwerpbegrotingsplannen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 472/2013 van het Europees Parlement en de Raad 12 .

Deze aanbeveling is gericht tot Oostenrijk.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)

   PB L, 2024/1263 van 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1263/oj .

(2)

   Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten (PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1997/1467/2024-04-30 ).

(3)

   Richtlijn 2011/85/EU van de Raad van 8 november 2011 tot vaststelling van voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten (PB L 306 van 23.11.2011, blz. 41, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2011/85/2024-04-30 ).

(4)

   Mededeling van de Commissie (C(2025) 2000 final) van 19 maart 2025.

(5)    Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2025 tot goedkeuring van het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Oostenrijk (PB C, C/2025/3958, 20.8.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/3958/oj ).
(6)

   Aanbeveling van de Raad van 8 juli 2025 om een einde te maken aan de buitensporigtekortsituatie in Oostenrijk. De stukken met betrekking tot de buitensporigtekortprocedure voor Oostenrijk zijn te vinden op:  https://economy-finance.ec.europa.eu/economic-governance-framework/stability-and-growth-pact/corrective-arm-excessive-deficit-procedure/excessive-deficit-procedures-overview/austria_en .

(7)    Nationaal gefinancierde defensie-uitgaven zoals gedefinieerd in de classificatie van overheidsfuncties (COFOG-02).
(8)

   Handboek bronnen en methoden voor het samenstellen van COFOG-statistieken – Classificatie van overheidsfuncties – uitgave 2019.

(9)

   Verordening (EU) nr. 549/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2013 betreffende het Europees systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie (PB L 174 van 26.6.2013, blz. 1).

(10)

   Verordening (EG) nr. 479/2009 van de Raad van 25 mei 2009 betreffende de toepassing van het aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten (PB L 145 van 10.6.2009, blz. 1).

(11)    Verordening (EU) 2025/1106 van de Raad van 27 mei 2025 tot vaststelling van het instrument “Optreden voor de veiligheid van Europa (SAFE) door middel van versterking van de Europese defensie-industrie” (PB L, 2025/1106, 28.5.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/1106/oj ).
(12)    Verordening (EU) nr. 472/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 21 mei 2013 betreffende de versterking van het economische en budgettaire toezicht op lidstaten in de eurozone die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit (PB L 140 van 27.5.2013, blz. 1).
Top