Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52026AT40840

Eindverslag van de raadadviseur-auditeur — Zaak AT.40840 – Gucci

C/2025/6810

PB C, C/2026/1006, 23.2.2026, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1006/oj (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1006/oj

European flag

Publicatieblad
van de Europese Unie

NL

C-serie


C/2026/1006

23.2.2026

Eindverslag van de raadadviseur-auditeur (1)

Zaak AT.40840 – Gucci

(C/2026/1006)

(1)   

Het ontwerpbesluit gericht tot Guccio Gucci S.p.A. en moedermaatschappij Kering S.A. (in dit verslag gezamenlijk “Gucci” genoemd) heeft betrekking op één enkele voortdurende inbreuk op artikel 101 VWEU en artikel 53 van de EER-Overeenkomst in de luxemode-sector, door a) de uitvoering van een ondernemingsbrede strategie voor verticale prijsbinding ten aanzien van onafhankelijke online- en offline-detailhandelaren in de periode van 30 april 2015 tot en met 18 april 2023 en b) het opleggen van beperkingen op de onlineverkoop van de zogenaamde “Diana”-handtas aan detailhandelaren in de periode van 8 juli 2021 tot en met 31 december 2021.

(2)   

Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de Commissie de procedure van artikel 11, lid 6, van Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad en artikel 2, lid 1, van Verordening (EG) nr. 773/2004 van de Commissie (2) ingeleid ten aanzien van de partijen.

(3)   

Op [...] heeft Gucci, na verschillende gespreksronden met het directoraat-generaal Concurrentie van de Commissie, een formeel verzoek tot schikking ingediend in het kader van de samenwerkingsprocedure (“de verklaring”). De verklaring bevatte:

een duidelijke en ondubbelzinnige erkenning van de gezamenlijke en hoofdelijke aansprakelijkheid van Guccio Gucci S.p.A. en Kering S.A. voor de in de verklaring beschreven inbreuk,

een indicatie van de maximale geldboete die Gucci zou aanvaarden in het kader van de medewerkingsprocedure;

een verklaring dat Gucci voldoende in kennis was gesteld van de bezwaren die de Commissie voornemens was tegen de onderneming aan te voeren en dat de onderneming voldoende in de gelegenheid was gesteld om tijdens de voorafgaande besprekingen haar standpunt aan de Commissie kenbaar te maken;

een verklaring dat Gucci toegang had tot de bewijsstukken ter staving van de bezwaren en voldoende gelegenheid was geboden om toegang te hebben tot alle overige documenten in het dossier van de Commissie en dat zij niet overwoog te verzoeken om nadere inzage in documenten in het dossier of om nader verhoor in een hoorzitting, tenzij de conclusies van de Commissie in de mededeling van punten van bezwaar de inhoud van de verklaring niet weergaven; en

de instemming van Gucci om de mededeling van punten van bezwaar en het definitieve besluit dat is vastgesteld overeenkomstig de artikelen 7 en 23 van Verordening nr. 1/2003 in het Engels te ontvangen.

(4)   

Op 3 juli 2025 heeft de Commissie een aan Gucci gerichte mededeling van punten van bezwaar aangenomen. Gucci heeft op 15 juli 2025 geantwoord met de bevestiging dat de mededeling van punten van bezwaar overeenstemde met de inhoud van haar verklaring en heeft haar toezegging herhaald om de samenwerkingsprocedure te volgen.

(5)   

De in het ontwerpbesluit vastgestelde inbreuk en opgelegde geldboete stemmen overeen met die welke in de verklaring zijn erkend en aanvaard. Het bedrag van de geldboete wordt verlaagd op grond van het feit dat Gucci op verschillende manieren met de Commissie heeft samengewerkt.

(6)   

Gucci heeft mij geen klachten of verzoeken met betrekking tot de onderhavige procedure doen toekomen.

(7)   

Overeenkomstig artikel 16 van Besluit 2011/695/EU heb ik onderzocht of in het ontwerpbesluit alleen punten van bezwaar worden behandeld ten aanzien waarvan Gucci in de gelegenheid is gesteld zijn standpunten kenbaar te maken. Ik ben tot de conclusie gekomen dat dit inderdaad het geval is.

(8)   

Gezien het bovenstaande ben ik van mening dat de daadwerkelijke uitoefening van de procedurele rechten in deze zaak geëerbiedigd is.

Brussel, 13 oktober 2025

Dorothe DALHEIMER

Raadadviseur-auditeur


(1)  Opgesteld overeenkomstig artikel 16 van Besluit 2011/695/EU van de voorzitter van de Europese Commissie van 13 oktober 2011 betreffende de functie en het mandaat van de raadadviseur-auditeur in bepaalde mededingingsprocedures (PB L 275 van 20.10.2011, blz. 29).

(2)  Verordening (EG) nr. 773/2004 van de Commissie van 7 april 2004 betreffende procedures van de Commissie op grond van de Artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB L 123 van 27.4.2004, blz. 18).


ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2026/1006/oj

ISSN 1977-0995 (electronic edition)


Top