EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 21.11.2025
COM(2025) 719 final
2025/0373(NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de Voorbereidende Commissie en de eerste Conferentie van de Partijen van de Overeenkomst in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, inzake het behoud en het duurzaam gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht
TOELICHTING
1.Onderwerp van het voorstel
Dit voorstel betreft het besluit tot vaststelling van het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen op de laatste vergadering van de Voorbereidende Commissie en de eerste vergadering van de Conferentie van de Partijen van de Overeenkomst in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, inzake het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht, in verband met de beoogde vaststelling van het reglement van orde van de Conferentie van de Partijen, de financiële regels voor de financiering van de Conferentie van de Partijen, de financiering van het secretariaat en eventuele hulporganen, en de operationalisering van het financiële mechanisme van de overeenkomst.
2.Achtergrond van het voorstel
2.1.Overeenkomst in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, inzake het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht
De Overeenkomst in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, inzake het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht (“de BBNJ-overeenkomst”) heeft tot doel de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht beter te beschermen en te beheren. Deze gebieden beslaan bijna twee derde van de wereldwijde oceaan en ongeveer 95 % van het volume ervan en omvatten de volle zee en het internationale zeebodemgebied. De BBNJ-overeenkomst heeft met name betrekking op mariene genetische hulpbronnen, met inbegrip van de verdeling van de voordelen, op maatregelen zoals gebiedsgerichte beheersinstrumenten, waaronder beschermde mariene gebieden, op milieueffectbeoordelingen en op capaciteitsopbouw en de overdracht van mariene technologie. De BBNJ-overeenkomst zal op 17 januari 2026 in werking treden. De Europese Unie is partij bij de BBNJ-overeenkomst.
De Commissie heeft van 2016 tot en met 2023 onderhandelingen gevoerd met het oog op de sluiting van de BBNJ-overeenkomst op basis van de desbetreffende besluiten van de Raad. De eindtekst van de BBNJ-overeenkomst werd op 19 juni 2023 aangenomen door de intergouvernementele BBNJ-conferentie. De EU heeft de BBNJ-overeenkomst ondertekend op 20 september 2023 en geratificeerd op 28 mei 2025.
2.2.Conferentie van de Partijen bij de BBNJ-overeenkomst
De Conferentie van de Partijen bij de BBNJ-overeenkomst (“de Conferentie van de Partijen”) is opgericht bij artikel 47, lid 1, van de BBNJ-overeenkomst. In artikel 47, lid 2, is bepaald dat de eerste vergadering van de Conferentie van de Partijen door de secretaris-generaal van de VN wordt bijeengeroepen uiterlijk één jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst, i.e. uiterlijk op 17 januari 2027.
Volgens de BBNJ-overeenkomst kan de Conferentie van de Partijen worden verzocht handelingen met rechtsgevolgen vast te stellen.
Overeenkomstig artikel 47, lid 4, van de BBNJ-overeenkomst stelt de Conferentie van de Partijen op haar eerste vergadering bij consensus een reglement van orde voor zichzelf (“het reglement van orde”) vast, alsmede de financiële regels voor haar financiering en voor de financiering van het secretariaat en van eventuele hulporganen (“de financiële regels”).
2.3.Voorbereidende Commissie voor de inwerkingtreding van de Overeenkomst in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, inzake het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht
De Voorbereidende Commissie voor de inwerkingtreding van de Overeenkomst in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, inzake de instandhouding en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht (“de Voorbereidende Commissie”) is door de Algemene Vergadering van de VN opgericht ter voorbereiding van de bijeenroeping van de eerste vergadering van de Conferentie van de Partijen. Tijdens haar laatste vergadering neemt de Voorbereidende Commissie besluiten over eventuele aanbevelingen aan de Conferentie van de Partijen.
De Voorbereidende Commissie staat open voor alle lidstaten van de VN, leden van de gespecialiseerde organisaties en partijen bij het VN-Verdrag inzake het recht van de zee (“Unclos”). Na 20 september 2025 worden besluiten van de Voorbereidende Commissie uitsluitend genomen door staten en regionale organisaties voor economische integratie die de overeenkomst hebben ondertekend of die de overeenkomst hebben geratificeerd, goedgekeurd, aanvaard of ertoe zijn toegetreden. De Voorbereidende Commissie stelt alles in het werk om te goeder trouw en bij consensus overeenstemming te bereiken over inhoudelijke aangelegenheden. Ze zal ophouden te bestaan na afloop van de eerste Conferentie van de Partijen.
De EU is partij bij het Unclos en heeft de BBNJ-overeenkomst geratificeerd. Daarom is de EU een partij die deelneemt aan de Voorbereidende Commissie.
De volgende vergadering van de Voorbereidende Commissie is gepland van 23 maart tot en met 3 april 2026.
2.4.Beoogde handelingen van de Voorbereidende Commissie en de Conferentie van de Partijen
Tijdens haar laatste vergadering moet de Voorbereidende Commissie een aanbeveling aan de Conferentie van de Partijen bij de BBNJ-overeenkomst aannemen over het reglement van orde, over de financiële regels en over de operationalisering van het financiële mechanisme. Tijdens haar eerste vergadering stelt de Conferentie van de Partijen bij de BBNJ-overeenkomst op basis van de aanbevelingen van de Voorbereidende Commissie een reglement van orde voor zichzelf vast, alsook financiële regels voor haar financiering en voor de financiering van het secretariaat en eventuele hulporganen, en besluiten over de operationalisering van het financiële mechanisme.
Het reglement van orde zal betrekking hebben op de frequentie, de locatie, de organisatie en het verloop van de vergaderingen van de Conferentie van de Partijen, de deelname van waarnemers, de opstelling van de agenda’s, vertegenwoordiging en geloofsbrieven, de oprichting en werking van het bureau, de rol van het secretariaat, de rol van het hoofd van het secretariaat, stemming en besluitvorming, wijzigingen van het reglement van orde, de oprichting van hulporganen, zo nodig specifieke procedures voor hulporganen, de talenregeling, de regels inzake verkiezingen, de procedures voor het verzoeken om advies van het Internationaal Hof voor het Recht van de Zee, het samenwerkingsmechanisme met relevante rechtsinstrumenten en -kaders en relevante mondiale, regionale, subregionale en sectorale organen, en alle andere relevante regels in overeenstemming met de overeenkomst. Het reglement van orde zal van invloed zijn op de wijze waarop de Conferentie van de Partijen besluiten neemt.
In de financiële regels zullen de regels voor de financiering van de Conferentie van de Partijen, haar secretariaat en eventuele hulporganen, met inbegrip van de basis voor de verplichte bijdrage door de partijen, en de bijdrage van de Unie aan de begroting van de overeenkomst worden vastgesteld, en deze regels zullen juridisch bindend zijn voor de partijen bij de overeenkomst.
Bij de operationalisering van het bij artikel 52 ingestelde financiële mechanisme van de overeenkomst zal worden bepaald hoe de verschillende elementen van het financiële mechanisme zullen worden geformuleerd en zullen bijdragen tot de verstrekking van financiële middelen in het kader van de overeenkomst om ontwikkelingslanden die partij zijn te helpen bij de doeltreffende uitvoering ervan.
3.Namens de Unie in te nemen standpunt
Om de goede werking van de BBNJ-overeenkomst te waarborgen, moet de EU een reglement van orde ondersteunen dat voorziet in de efficiënte, kosteneffectieve, transparante en ordelijke werking en organisatie van vergaderingen van de Conferentie van de Partijen, en dat de volledige deelname van de Unie als partij overeenkomstig de BBNJ-overeenkomst mogelijk maakt.
Om ervoor te zorgen dat de BBNJ-overeenkomst correct wordt gefinancierd, moet de EU financiële regels en de operationalisering van een financieel mechanisme steunen op een wijze die een eerlijk en transparant proces tot stand brengt dat op de omstandigheden van elke Partij is afgestemd, om ervoor te zorgen dat elke Partij bijdraagt aan de financiële houdbaarheid van de BBNJ-overeenkomst en de uitvoering ervan op een wijze die billijk is en strookt met het vermogen van elke Partij om bij te dragen.
De vaststelling van het reglement van orde en de financiële regels is noodzakelijk voor de uitvoering en werking van de BBNJ-overeenkomst.
4.Rechtsgrondslag
4.1.Procedurele rechtsgrondslag
4.1.1.Beginselen
Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten “tot bepaling van de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst”.
Het begrip “handelingen met rechtsgevolgen” omvat tevens handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen tevens instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar die “beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt”.
4.1.2.Toepassing op het onderhavige geval
De Voorbereidende Commissie is een orgaan dat is opgericht door de Algemene Vergadering van de VN. De Conferentie van de Partijen is een orgaan dat is opgericht krachtens de BBNJ-overeenkomst.
Tijdens de laatste vergadering van de Voorbereidende Commissie zullen besluiten worden vastgesteld voor aanbevelingen aan de Conferentie van de Partijen inzake het reglement van orde en de financiële regels. Tijdens haar eerste vergadering zal de Conferentie van de Partijen op basis van de aanbevelingen van de Voorbereidende Commissie een reglement van orde en een financieel reglement vaststellen. De handelingen die de Voorbereidende Commissie en de Conferentie van de Partijen respectievelijk tijdens hun laatste en eerste vergadering dienen vast te stellen, zijn handelingen met rechtsgevolgen.
Het reglement van orde heeft rechtsgevolgen omdat het van invloed is op de wijze waarop besluiten van de Conferentie van de Partijen, die volkenrechtelijk bindend zijn of die een beslissende invloed kunnen hebben op de inhoud van de EU-regelgeving, zullen worden genomen.
De financiële regels zullen de basis bepalen voor de bijdrage van de Unie aan de begroting van de BBNJ-overeenkomst en zullen overeenkomstig artikel 52 van de overeenkomst volkenrechtelijk bindend zijn.
De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, VWEU.
4.2.Materiële rechtsgrondslag
4.2.1.Beginselen
De materiële rechtsgrondslag voor een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt wordt ingenomen. Wanneer de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of hoofdcomponent, terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is voor de hoofddoelstelling of de hoofdcomponent dan wel de belangrijkste doelstelling of component.
4.2.2.Toepassing op het onderhavige geval
Overeenkomstig artikel 191 en artikel 192, lid 1, VWEU moet de EU bijdragen tot het nastreven van de volgende doelstellingen: behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu; bescherming van de gezondheid van de mens; behoedzaam en rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen; en bevordering op internationaal vlak van maatregelen om het hoofd te bieden aan regionale of mondiale milieuproblemen, en in het bijzonder de bestrijding van de klimaatverandering.
Gelet op de doelstellingen en materiële bepalingen van de BBNJ-overeenkomst en op het toepasselijke EU-beleid is de milieurechtsgrondslag volgens de zwaartepuntbenadering de passendste materiële rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit.
4.3.Conclusie
De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is artikel 192, lid 1, VWEU, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.
Dit besluit op grond van artikel 218, lid 9, VWEU heeft alleen betrekking op aangelegenheden van procedurele aard en wijzigt de bevoegdheidsverdeling tussen de Unie en de lidstaten voor de door de BBNJ-overeenkomst geregelde aangelegenheden niet. Dit besluit op grond van artikel 218, lid 9, VWEU heeft geen betrekking op de bijdragen van de lidstaten aan de begroting van de BBNJ-overeenkomst, waarvoor de lidstaten bevoegd blijven.
5.Gevolgen voor de begroting
De BBNJ-overeenkomst schept een speciale institutionele structuur. Deze omvat met een secretariaat, een wetenschappelijk en technisch orgaan, een uitwisselingsmechanisme, een comité voor capaciteitsopbouw en overdracht van mariene technologie, een comité voor toegang en verdeling van voordelen, een financieel comité en een nalevingscomité. Zoals is bepaald in artikel 52, lid 2, van de BBNJ-overeenkomst zullen deze instellingen worden gefinancierd door middel van verplichte bijdragen van de partijen, op basis van de financiële regels.
De financiële institutionele kosten die de uitvoering van de BBNJ-overeenkomst meebrengt voor de Europese Unie, zijn pas bekend na de eerste Conferentie van de Partijen, waar overeenstemming moet worden bereikt over een beginbudget voor de BBNJ-overeenkomst. Overeenkomstig artikel 47, lid 6, punt e), van de BBNJ-overeenkomst stelt de Conferentie van de Partijen een begroting vast met een door haar te bepalen frequentie en voor een door haar te bepalen financiële periode.
Naast de institutionele kosten leidt de uitvoering van de BBNJ-overeenkomst waarschijnlijk tot financiële behoeften om capaciteit op te bouwen in ontwikkelingslanden en om de overdracht van mariene technologie te bevorderen, maar bijvoorbeeld ook om de wetenschappelijke kennis te genereren die nodig is om beschermde mariene gebieden vast te stellen, te monitoren en te evalueren. In artikel 14, lid 6, van de BBNJ-overeenkomst is bepaald dat daartoe, na de inwerkingtreding van deze overeenkomst, partijen die ontwikkelde landen zijn, jaarlijkse bijdragen aan het in artikel 52 van de BBNJ-overeenkomst bedoelde speciale fonds leveren die gelijk zijn aan 50 % van de verplichte bijdrage van die partij aan de door de Conferentie van de Partijen overeenkomstig artikel 47, lid 6, punt e), van de BBNJ-overeenkomst vastgestelde begroting. Deze betaling wordt voortgezet totdat de Conferentie van de Partijen een besluit heeft genomen overeenkomstig artikel 14, lid 7, van de BBNJ-overeenkomst. Potentiële totale kosten zullen in het kader van de BBNJ-overeenkomst te zijner tijd worden geraamd, op basis van de operationalisering van de financiële mechanismen van de overeenkomst.
2025/0373 (NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de Voorbereidende Commissie en de eerste Conferentie van de Partijen van de Overeenkomst in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, inzake het behoud en het duurzaam gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Bij Besluit 98/392/EG van de Raad heeft de Europese Gemeenschap haar goedkeuring gehecht aan het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee van 10 december 1982 (“Unclos”) en de overeenkomst inzake de toepassing van deel XI van dat verdrag van 28 juli 1994.
(2)De Overeenkomst in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, inzake het behoud en het duurzaam gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht (“de overeenkomst”) is door de Unie gesloten krachtens Besluit 2024/1830 van de Raad en [zal] in werking [treden] op 17 januari 2026.
(3)De Conferentie van de Partijen bij de overeenkomst (“de Conferentie van de Partijen”) is opgericht bij artikel 47, lid 1, van de overeenkomst. Overeenkomstig artikel 47, lid 4, van de overeenkomst stelt de Conferentie van de Partijen op haar eerste vergadering bij consensus een reglement van orde voor zichzelf (“het reglement van orde”) vast, alsmede de financiële regels voor haar financiering en voor de financiering van het secretariaat en van eventuele hulporganen (“de financiële regels”).
(4)In haar Resolutie 78/272 van 24 april 2024 heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties besloten een voorbereidende commissie in te stellen ter voorbereiding van de inwerkingtreding van de overeenkomst en ter voorbereiding van de bijeenroeping van de eerste vergadering van de Conferentie van de Partijen bij de overeenkomst (“de voorbereidende commissie”), na afloop waarvan de voorbereidende commissie zal ophouden te bestaan.
(5)Overeenkomstig punt 9 van de resolutie van de Algemene Vergadering wordt beoogd dat de voorbereidende commissie tijdens haar laatste vergadering besluiten neemt over aanbevelingen aan de Conferentie van de Partijen inzake het reglement van orde en de financiële regels.
(6)De beoogde handelingen van de voorbereidende commissie en de Conferentie van de Partijen zullen rechtsgevolgen hebben.
(7)Daarom moet het standpunt worden bepaald dat namens de Unie moet worden ingenomen tijdens de laatste vergadering van de voorbereidende commissie en de eerste Conferentie van de Partijen. Om de goede werking van de overeenkomst te waarborgen, moet de Unie een reglement van orde steunen dat voorziet in de efficiënte, kosteneffectieve, transparante en ordelijke werking en organisatie van vergaderingen van de Conferentie van de Partijen, en dat de volledige deelname van de Unie als partij overeenkomstig de overeenkomst mogelijk maakt.
(8)Om ervoor te zorgen dat de BBNJ-overeenkomst correct wordt gefinancierd, moet de EU de vaststelling van financiële regels en de operationalisering van een financieel mechanisme steunen die een eerlijk en transparant proces tot stand brengen dat op de omstandigheden van elke Partij is afgestemd, om ervoor te zorgen dat elke Partij bijdraagt aan de financiële duurzaamheid van de BBNJ-overeenkomst en de uitvoering ervan op een wijze die billijk is en strookt met het vermogen van elke Partij om bij te dragen. De operationalisering van het door de Unie ingestelde financiële mechanisme moet er ook voor zorgen dat aan ontwikkelingslanden die partij zijn bijstand wordt verleend voor hun inspanningen ter uitvoering van de overeenkomst,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in de laatste vergadering van de voorbereidende commissie en de eerste vergadering van de Conferentie van de Partijen bij de overeenkomst is als volgt:
(1)De Unie steunt de vaststelling van een reglement van orde dat voorziet in de efficiënte, kosteneffectieve, transparante en ordelijke werking en organisatie van vergaderingen van de Conferentie van Partijen bij de overeenkomst, en dat de volledige deelname van de Unie als partij overeenkomstig de overeenkomst mogelijk maakt.
(2)De Unie steunt de vaststelling van financiële regels en de operationalisering van een financieel mechanisme die een eerlijk en transparant proces tot stand brengen dat op de omstandigheden van elke Partij is afgestemd, om ervoor te zorgen dat elke Partij bijdraagt aan de financiële houdbaarheid van de overeenkomst en de uitvoering ervan op een wijze die billijk is en strookt met het vermogen van elke Partij om bij te dragen, en waarbij het financiële mechanisme ook waarborgt dat aan ontwikkelingslanden die partij zijn bijstand wordt verleend voor hun inspanningen ter uitvoering van de overeenkomst.
Artikel 2
Kleine technische wijzigingen van de overeenkomstig dit besluit vastgestelde standpunten die in overeenstemming zijn met het in artikel 1 vastgestelde standpunt van de Unie, Unclos, de overeenkomst en het recht van de Unie, kunnen door de Unie worden goedgekeurd zonder nader besluit van de Raad.
Artikel 3
Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter