Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52025PC0580

Voorstel voor een RICHTLIJN VAN DE RAAD betreffende de structuur en de tarieven van de accijns op tabak en aan tabak verwante producten (herschikking)

COM/2025/580 final

Brussel, 16.7.2025

COM(2025) 580 final

2025/0580(CNS)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN DE RAAD

betreffende de structuur en de tarieven van de accijns op tabak en aan tabak verwante producten (herschikking)

{SEC(2025) 560 final} - {SWD(2025) 560 final} - {SWD(2025) 561 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

In Richtlijn 2011/64/EU van de Raad betreffende de structuur en de tarieven van de accijns op tabaksfabricaten 1 (hierna de “richtlijn” genoemd) worden tabaksproducten gedefinieerd en in categorieën ingedeeld (sigaretten, sigaren en cigarillo’s, rooktabak), en worden de daarop toepasselijke minimumaccijnstarieven vastgesteld. De richtlijn strekt ertoe zowel de goede werking van de interne markt van de EU als een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid te waarborgen.

Uit de op 10 februari 2020 gepubliceerde evaluatie 2 van de richtlijn is evenwel gebleken dat zij deze doelstellingen niet meer ten volle realiseert. De evaluatie heeft de belangrijkste beperkingen van het huidige regelgevingskader aan het licht gebracht. Met name de algemene voordelen voor de marktwerking zijn in de loop der jaren afgenomen, omdat de bepalingen inzake de minimumaccijnstarieven slechts in beperkte mate tot hogere belastingtarieven en prijzen in de lidstaten hebben bijgedragen. Voorts is gebleken dat de huidige richtlijnbepalingen minder doeltreffend zijn geworden om het gebruik te ontmoedigen. De in de richtlijn vastgestelde minimumtarieven zijn de afgelopen jaren niet of nauwelijks gewijzigd en hebben dus hun effect op het fiscale beleid van de meeste lidstaten verloren.

Het grote aantal rokers in de EU, van wie 21 % een jongere is 3 , blijft grote zorgen baren. De lancering van het Europees kankerbestrijdingsplan benadrukt de cruciale rol van belastingen om het tabaksgebruik terug te dringen en jongeren te ontmoedigen om te roken. De bestaande verschillen in de EU stimuleren in sommige gevallen hoge niveaus van onbedoeld grensoverschrijdend verkeer, waardoor sommige lidstaten heel wat belastinginkomsten mislopen terwijl andere er net weer heel wat extra inkomsten uit putten. De mate waarin dit grensoverschrijdende verkeer het volksgezondheidsbeleid ondermijnt, is ook een punt van zorg voor sommige lidstaten. De evaluatie heeft verder duidelijk gemaakt dat het huidige rechtskader met de opkomst van nieuwe producten, zoals elektronische sigaretten (“e-sigaretten”), verhitte tabaksproducten en een nieuwe generatie moderne nicotineproducten, op zijn grenzen stuit, omdat de richtlijn geen geharmoniseerd belastingregime voor die producten kan bieden. Dit zet de goede werking van de interne markt onder druk. Als gevolg daarvan hebben veel lidstaten accijnzen op vloeistoffen voor e-sigaretten en verhitte tabak ingevoerd, die per lidstaat verschillen. Door het gebrek aan harmonisatie voor deze producten is het voor de lidstaten moeilijker om marktontwikkelingen te volgen en goederenbewegingen te controleren.

Tot slot is de illegale handel in tabaksproducten nog steeds omvangrijk en overal in de EU een reden tot voortdurende zorg. De verschuiving van ruwe tabak naar illegale productie binnen de EU is voor de meeste lidstaten een zaak van groeiende zorg. De conclusie van de evaluatie luidde dat er behoefte is aan een meer alomvattende aanpak, waarin rekening wordt gehouden met alle aspecten van tabaksontmoediging, met inbegrip van volksgezondheid, belastingen, de bestrijding van illegale handel en milieuoverwegingen.

In het licht van deze bevindingen en het gebrek aan doeltreffendheid, relevantie en samenhang van de richtlijn is een herziening van de huidige regels noodzakelijk om:

de goede werking van de interne markt te waarborgen;

een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid te waarborgen en aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het Europees kankerbestrijdingsplan bij te dragen;

de strijd tegen fraude en belastingontduiking op te voeren en de inkomsten van de lidstaten veilig te stellen.

Deze doelstellingen zullen voornamelijk worden bereikt door de structuur van de minimumtarieven en bepaalde definities van traditionele producten te herzien en het toepassingsgebied van de richtlijn uit te breiden tot nieuwe producten en ruwe tabak.

De richtlijn maakt deel uit van een breder EU-beleidskader dat in gemeenschappelijke bepalingen voor alle aan accijns onderworpen goederen voorziet en de douanewetgeving van de Unie, het beleid ter bestrijding van het tabaksgebruik en het beleid tegen illegale handel, belastingfraude en belastingontwijking omvat.

Deze herziening maakt deel uit van het Europees kankerbestrijdingsplan 4 , omdat de belasting van tabak een van de meest doeltreffende instrumenten is om het roken tegen te gaan en jongeren ervan te weerhouden te gaan roken. Dit initiatief ondersteunt de doelstelling van het plan door de belasting van tabak en aan tabak verwante producten beter af te stemmen op gezondheidsdoelstellingen, rekening te houden met nieuwe ontwikkelingen en markttrends, geharmoniseerde regels voor nieuwe producten en ruwe tabak in te voeren en de regels voor tabaksfabricaten (sigaren, cigarillo’s, waterpijptabak en verhitte tabaksproducten) te herzien.

Dit initiatief wordt ingediend samen met een wijziging van Richtlijn (EU) 2020/262 van de Raad 5 , waarin een algemene regeling voor accijnsgoederen is vastgesteld. Deze technische wijziging zal rechtszekerheid bieden en waarborgen dat de nieuw gedefinieerde tabak en aan tabak verwante producten en ruwe tabak 6 onder de algemene accijnsregeling vallen.

Op 2 juni 2020 heeft de Raad op basis van de bevindingen van de evaluatie conclusies 7 over de herziening van de richtlijn aangenomen, waarin hij benadrukt dat wijzigingen van de richtlijn noodzakelijk zijn voor de goede werking van de interne markt en een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid in de EU. De Raad heeft de Europese Commissie verzocht een wetgevingsvoorstel voor de herziening van de richtlijn op basis van een effectbeoordeling in te dienen. Het Europees Parlement heeft ook zijn steun uitgesproken voor een ambitieuze herziening van de richtlijn en de EU-minimumtarieven om beter bij te dragen aan de verwezenlijking van gezondheidsdoelstellingen 8 .

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Het voorstel continueert de doelstellingen van de richtlijn om de goede werking van de interne markt en een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid te waarborgen, evenals de overkoepelende doelstelling van een efficiënte uitvoering van de accijns, die aansluit bij en invulling geeft aan de doelstellingen van Richtlijn (EU) 2020/262 van de Raad houdende een algemene regeling inzake accijns 9 . Bij Richtlijn (EU) 2020/262 van de Raad zijn geharmoniseerde voorwaarden voor de verschuldigdheid van de accijns en voorschriften inzake verkeer en controle vastgesteld voor alle accijnsgoederen (alcohol, tabak en energieproducten) en wordt gewaarborgd dat de lidstaten uiteindelijk het juiste bedrag aan belastingen ontvangen.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

De herziening van de richtlijn maakt integraal deel uit van het Europees kankerbestrijdingsplan. Er is gebleken dat hogere belastingen en prijzen voor tabak een van de meest doeltreffende maatregelen zijn om het tabaksgebruik als geheel terug te dringen, bestaande rokers ertoe aan te zetten om te stoppen, ervoor te zorgen dat minder jongeren beginnen te roken, de consumptie onder degenen die blijven roken te verlagen, de volksgezondheid te verbeteren en de belastinginkomsten uit tabak te verhogen. Dit voorstel is in overeenstemming met de aanbeveling van de Raad van 3 december 2024 betreffende rook- en aerosolenvrije omgevingen 10 en andere toekomstige initiatieven in het kader van het Europees kankerbestrijdingsplan om de bestaande wetgeving op het gebied van tabaksontmoediging, waaronder de tabaksproductenrichtlijn 11 , te herzien. Het tabaksontmoedigingsbeleid gaat hand in hand met de belastingheffing van tabak en is veel geloofwaardiger en doeltreffender als het daarmee in samenhang staat. Belastingheffing beïnvloedt niet alleen het gedrag, maar geeft ook een algemeen “prijssignaal” af aan de samenleving dat roken schadelijk is voor de consument en met alle mogelijke middelen moet worden ontmoedigd. De herziening van de richtlijn zal de lidstaten ondersteunen bij het verwezenlijken van de doelstellingen van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging 12 , onder meer door belastingmaatregelen vast te stellen om de vraag naar tabak te verminderen.

Het voorstel is in overeenstemming met het EU-actieplan voor billijke en eenvoudige belastingheffing ter ondersteuning van de herstelstrategie 13 , dat maatregelen bevat om de lidstaten te helpen de belastingregels te handhaven, de naleving van de belastingwetgeving te verbeteren en robuuste belastinginkomsten veilig te stellen. Het is ook in overeenstemming met de resolutie van het Europees Parlement 14 als reactie op het EU-actieplan voor billijke en eenvoudige belastingheffing ter ondersteuning van de herstelstrategie, waarin wordt opgeroepen tot een ambitieuze herziening van de richtlijn en van de EU-minimumbelastingtarieven om beter bij te dragen aan gezondheidsdoelstellingen.

Het voorstel om ruwe tabak op te nemen in het systeem voor toezicht op het verkeer van accijnsgoederen (EMCS), is in overeenstemming met het tweede actieplan ter bestrijding van de illegale tabakshandel 15 , waarin wordt voorgesteld praktische instrumenten te ontwikkelen om het toezicht en de controle op grensoverschrijdend verkeer van ruwe en gesneden tabak binnen en naar de EU te verbeteren.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Het voorstel is gebaseerd op artikel 113 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) 16 . Krachtens dit artikel stelt de Raad, na raadpleging van het Europees Parlement en het Economisch en Sociaal Comité met eenparigheid van stemmen en volgens een bijzondere wetgevingsprocedure, de bepalingen vast die betrekking hebben op de harmonisatie van de regels van de lidstaten op het gebied van de indirecte belastingen.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

De doelstellingen van het voorstel kunnen overeenkomstig de in artikel 5 VWEU neergelegde beginselen van subsidiariteit en evenredigheid niet voldoende door de lidstaten alleen worden verwezenlijkt en kunnen daarom beter op het niveau van de Unie worden verwezenlijkt. Het voorstel is gericht op de gebieden waar zich grensoverschrijdende problemen voordoen, en gaat op die manier niet verder dan wat nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken.

De tekortkomingen van de huidige richtlijn kunnen alleen worden verholpen door middel van een herziening. Bijna alle lidstaten hebben de uitholling van de reële waarde van de EU-minimumbelasting ondervangen door hun nationale accijnstarieven te verhogen. Consumenten kunnen echter goedkopere tabaksproducten vinden door over de grens te winkelen, ze door andere producten te vervangen of op de illegale markt aan te kopen, wat in alle gevallen ten koste van het volksgezondheidsbeleid gaat. Daarnaast hebben onduidelijke definities van bepaalde tabaksproducten op EU-niveau (met name van waterpijptabak en cigarillo’s) ertoe geleid dat de lidstaten een eigen koers hebben uitgezet met betrekking tot tarieven en heffingsregimes, en dat er belastingontwijkingspraktijken zijn opgezet.

Het gebrek aan regelgeving op EU-niveau en aan expliciete bepalingen voor nieuwe producten (zoals e-sigaretten en verhitte tabak) die als surrogaat dienen voor traditionele tabak, heeft geresulteerd in uiteenlopende heffingsregimes in de lidstaten, wat op zijn beurt tot administratieve moeilijkheden heeft geleid. Uiteenlopende nationale benaderingen verstoren de mededinging, verhinderen de goede werking van de interne markt en ondermijnen het tabaksontmoedigingsbeleid. Er heerst brede consensus onder de belanghebbenden dat een harmonisatie van de EU-accijnswetgeving noodzakelijk is met betrekking tot nieuwe producten. In de conclusies van de Raad over de evaluatie van de richtlijn 17 werd benadrukt dat het EU-regelgevingskader dringend moet worden verbeterd om te voorkomen dat er rechtsonzekerheid en uiteenlopende regels in de EU ontstaan. Bovendien moet worden verduidelijkt dat het aan de lidstaten is om concrete maatregelen te nemen om te voorkomen dat illegale en namaakproducten de EU-douane-unie binnenkomen en er circuleren.

In de meeste lidstaten moeten overbrengingen van ruwe tabak aan de bevoegde autoriteiten worden gemeld. De lidstaten erkennen echter ook dat het strikt nationale toepassingsgebied van die regelingen ze heel wat minder doeltreffend maakt. Zoals in de conclusies van de Raad wordt benadrukt, kunnen grensoverschrijdende overbrengingen van ruwe tabak niet doeltreffend worden gecontroleerd, doordat er geen passende controlevoorschriften in de EU zijn.

De problemen die de belangen van de lidstaten ondermijnen, hebben gemeenschappelijke wortels en kunnen niet door individuele lidstaten alleen worden aangepakt. Daarom is een voorstel tot wijziging van de bepalingen van de richtlijn noodzakelijk. Geen enkel alternatief nationaal, bilateraal of overig internationaal initiatief zou het probleem even doeltreffend aanpakken voor alle belanghebbenden op EU-niveau.

Evenredigheid

Dit voorstel is in overeenstemming met het in artikel 5, lid 4, VWEU neergelegde evenredigheidsbeginsel. De voorgestelde wijzigingen gaan niet verder dan wat nodig is om de bovengenoemde tekortkomingen aan te pakken, zodat de verdragsdoelstellingen om te zorgen voor een goede en doeltreffende werking van de interne markt, worden verwezenlijkt. Met name de voorgestelde uitbreiding van voorschriften inzake verkeer en controle tot nieuwe producten (vloeistoffen voor e-sigaretten en andere nicotineproducten) zou marktbelemmeringen als gevolg van de versnippering door nationale regels en regimes wegnemen, terwijl eventuele extra administratieve lasten tot een minimum beperkt blijven. De toepassing van voorschriften inzake verkeer en controle op ruwe tabak zou ook helpen om deze markt te monitoren en een doeltreffendere uitvoering van de belasting te waarborgen, waardoor belastingfraude wordt tegengegaan.

Een verhoging van de EU-minimumaccijnstarieven voor tabaksproducten zal leiden tot minder roken en zo bijdragen aan de verwezenlijking van de gezondheidsdoelstellingen van de EU zoals vastgesteld in artikel 168 VWEU en de doelstellingen van het Europees kankerbestrijdingsplan.

Keuze van het instrument

Er is gekozen voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2011/64/EU. Geen enkel alternatief nationaal, bilateraal of overig internationaal initiatief zou hetzelfde niveau van doeltreffendheid bieden wat de werking van de interne markt betreft; de vaststelling van gemeenschappelijke definities van en voorschriften inzake verkeer en controle voor nieuwe producten — die als surrogaat dienen voor traditionele tabaksfabricaten — en ruwe tabak zou derhalve een grote meerwaarde opleveren voor de accijns op EU-niveau.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

De richtlijn heeft al een evaluatieproces ondergaan, dat in 2012 van start is gegaan in het kader van het programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving (Refit). In 2014 is door een consortium onder leiding van Ramboll Management Consulting een onafhankelijke evaluatiestudie afgerond. Op basis van deze evaluatie heeft de Commissie eind 2015 bij de Raad een verslag 18 ingediend en in maart 2016 het mandaat ontvangen om mogelijke herzieningen van de regelgeving te onderzoeken 19 . Vervolgens heeft Economisti Associati in 2016-2017 een effectbeoordelingsstudie 20 verricht en op basis daarvan heeft de Commissie in 2018 bij de Raad een eindverslag 21 ingediend waarin werd uitgelegd waarom voor bepaalde kwesties een herziening van Richtlijn 2011/64/EU van de Raad op dat moment niet nodig of voorbarig was.

Economisti Associati heeft de richtlijn een tweede keer geëvalueerd in 2018-2019 22 . In de nieuwe evaluatie zijn de accijnsstructuur en de minimumtarieven voor rooktabak tegen het licht gehouden en nieuwe producten (verhitte tabak en e-sigaretten) onderzocht tegen de achtergrond van hun toenemende marktpenetratie. De aanbevelingen en bevindingen van deze externe studie zijn meegenomen in het evaluatieverslag 23 dat de Commissie in februari 2020 aan de Raad heeft voorgelegd.

Raadpleging van belanghebbenden

Met de raadpleging werd beoogd om feedback van belanghebbenden te verzamelen over de toepassing van de huidige regels inzake de structuur van de accijns op tabaksfabricaten en om hun mening te krijgen over mogelijke wijzigingen.

De werkwijze omvatte i) diepgaande interviews met de autoriteiten van de lidstaten, medewerkers van de Commissie, branchevertegenwoordigers, volksgezondheidsdeskundigen, niet-gouvernementele organisaties (ngo’s), professionals, onderzoeksinstellingen en andere belanghebbenden (in totaal 105 interviews); ii) de publicatie van de aanvangseffectbeoordeling met het oog op feedback en een openbare onlineraadpleging van 30 maart 2021 tot en met 26 juni 2021, in het kader waarvan 7 262 bijdragen samen met 235 standpuntnota’s zijn ontvangen; iii) gerichte enquêtes onder de overheidsinstanties van de lidstaten en een Fiscalis-workshop over de belasting van nieuwe producten, waaraan deskundigen uit de EU-landen hebben deelgenomen (3 oktober 2024); iv) een virtueel evenement over de belasting op tabak (18 mei 2022), dat openstond voor alle belanghebbenden.

Het verslag over de raadpleging van belanghebbenden is opgenomen in bijlage 2 bij de effectbeoordeling bij dit voorstel. De belanghebbenden erkenden in groten getale dat belastingheffing het meest doeltreffende instrument is om het roken tegen te gaan en waren er voorstander van om betaalbaarheid mee te nemen als factor in de hoogte van de belasting. De openbare raadpleging bevestigde dat het zaak was om aandacht te besteden aan de toenemende vervanging van in fabrieken vervaardigde sigaretten door bestaande geharmoniseerde producten maar nog meer door niet-geharmoniseerde producten. Hoewel burgers en branchevertegenwoordigers zich verzetten tegen het idee van hogere belastingen op een aantal producten, gaf een meerderheid toe dat verdere maatregelen om de verschillen in accijnstarieven tussen sigaretten, tabak van fijne snede en cigarillo’s te dichten, gerechtvaardigd zouden kunnen zijn. Academici, ngo’s, volksgezondheidsdeskundigen en andere respondenten waren het er bijna unaniem over eens dat de belastingen moeten worden verhoogd en de bestaande belastingverschillen tussen de producten moeten worden gedicht. Voorts beschouwden de volksgezondheidsautoriteiten belastingverhogingen, na nationale beperkingen (zoals een verbod op de verkoop enz.), als de doeltreffendste manier om het roken te verminderen.

De meeste respondenten van de openbare raadpleging beschouwen de bestrijding van illegale tabakshandel en -productie als een prioriteit. Hoewel er onder alle categorieën belanghebbenden een brede consensus bestaat over de noodzaak van verdere gemeenschappelijke EU-maatregelen op dit gebied, lopen de meningen uiteen over de manier waarop dit moet gebeuren. Veel branchevertegenwoordigers en sommige academici stellen voor gebruik te maken van een ad hoc administratief mechanisme om illegale activiteiten te bestrijden in plaats van ruwe tabak onder het toepassingsgebied van de richtlijn te brengen, in welk geval ook de voorschriften inzake verkeer en controle in het kader van de horizontale richtlijn 24 , met inbegrip van het systeem voor toezicht op het verkeer van accijnsgoederen (EMCS), moeten worden toegepast. Handhavingsinstanties, belasting- en douaneautoriteiten, burgers en ngo’s die actief zijn op het gebied van tabaksontmoediging, zijn daarentegen in groten getale voorstander van het EMCS, omdat het volgens hen praktisch en afdwingbaar is. Ondanks de meningsverschillen is de Commissie van mening dat, met het oog op de harmonisatie in de EU, het EMCS, dat al meer dan twintig jaar wordt gebruikt voor accijnsdoeleinden, het meest efficiënte en doeltreffende instrument is. Bovendien heeft de invoering van het EMCS voor accijnsgoederen onder de accijnsschorsingsregeling de lidstaten aanzienlijke administratieve kosten bespaard, doordat zij fiscale risico’s beter in kaart konden brengen. De marktdeelnemers hebben ook hun algemene tevredenheid over deze regeling uitgesproken 25 .

De raadpleging van belanghebbenden bevestigde ook dat nieuwe producten, met name verhitte tabak en vloeistoffen voor e-sigaretten, (geleidelijk) aan marktaandeel winnen ten koste van traditionele tabaksproducten. Een meerderheid van de respondenten uit de openbare raadpleging sprak zijn steun uit voor geharmoniseerde belastingregels en een afzonderlijke accijnscategorie voor verhitte tabak. De vraag of de belastingregels voor vloeistoffen voor e-sigaretten op EU-niveau moeten worden geharmoniseerd, blijft zeer omstreden onder consumenten. Op deze vraag kwam een aantal zeer vergelijkbare antwoorden in de openbare raadpleging, waarbij een meerderheid van de respondenten, voornamelijk burgers, zich uitsprak tegen het geharmoniseerde belastingstelsel voor e-sigaretten in het algemeen en voor vloeistoffen zonder nicotine in het bijzonder. De Commissie is echter van mening dat nicotinevrije vloeistoffen onder het toepassingsgebied van de richtlijn moeten worden gebracht om belastingontwijking door doe-het-zelvers tegen te gaan (zoals in de effectbeoordeling wordt uitgelegd, verwijst dit naar consumenten die een krachtige neutrale nicotineoplossing toevoegen aan nicotinevrije vloeistoffen).

Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid

Dit voorstel is gebaseerd op i) de analyse van de in 2018-2019 verrichte evaluatiestudie; ii) het verslag dat de Commissie in 2020 bij de Raad heeft ingediend, en iii) de studie “Impact analysis of the review of tobacco duty rules” 26 uit 2021, geactualiseerd in 2025 in het licht van recente markt- en regelgevingsontwikkelingen 27 . De studie, waarin gegevens over kosten en baten werden verzameld en geanalyseerd om de omvang van de in het evaluatieverslag van de Commissie vastgestelde problemen te bepalen, en de resultaten van de raadplegingen zijn gebruikt bij de effectbeoordeling van dit voorstel.

Effectbeoordeling

De Raad voor regelgevingstoetsing heeft zich op 19 juli 2022 over de effectbeoordeling gebogen. Hij heeft een positief advies uitgebracht met aanbevelingen die zijn overgenomen. Het advies van de raad, de aanbevelingen en een toelichting over de wijze waarop daarmee rekening is gehouden, zijn opgenomen in bijlage 1 bij het werkdocument van de diensten van de Commissie bij dit voorstel. Relevante toevoegingen/verduidelijkingen omvatten de volgende punten.

·De opname van gegevens uit verschillende bronnen, waaronder de Wereldgezondheidsorganisatie, de Wereldbank en academische evaluaties, ter ondersteuning van de essentiële rol van belastingheffing bij het terugdringen van tabaksgebruik. De toevoeging van een diagram van de interventielogica ter onderbouwing van de herziening van de richtlijn.

·De uitbreiding van de analyse van relevante effecten op de marktdeelnemers en de werkgelegenheid, rekening houdend met het compacte karakter van de tabakssector. De verduidelijking van het effect op kleine en middelgrote ondernemingen op basis van de kleine en middelgrote ondernemingen-toets, waarbij niet mag worden vergeten dat dit vooral van belang is voor de sector vloeistoffen voor e-sigaretten, waarin hoofdzakelijk kleine en middelgrote ondernemingen actief zijn.

·De verduidelijking van de econometrische modellering (methoden, belangrijkste aannames en uitgangssituatie). Een meer gestructureerde presentatie van alle relevante effecten. De presentatie van de milieueffecten, waarbij niet mag worden vergeten dat milieuoverwegingen niet aan de richtlijn ten grondslag liggen.

·Een gestructureerdere presentatie van de kosten en baten voor elk beleidsterrein. Om redenen van duidelijkheid is de gecombineerde effectbeoordeling echter niet gepresenteerd, aangezien de drie interventiegebieden verschillende doelstellingen hebben (zoals weergegeven in het overzicht van de interventielogica), en dus verschillende kosten en baten voor verschillende groepen marktdeelnemers en markten.

·De verduidelijking van het grootste manco van de huidige vaste nominale minimumbelastingtarieven (namelijk dat zij niet relevant kunnen blijven bij wijzigingen van het algemene prijsniveau, zowel binnen elke lidstaat als tussen lidstaten). De toelichting dat de keuze voor een nieuwe aanpak ervoor zal zorgen dat de betaalbaarheid van tabak en aan tabak verwante producten op nationaal niveau beter zal worden meegewogen in de tarieven om een doelgerichter effect op de consumptie te hebben.

·Een transparantere integratie van de standpunten van de verschillende belanghebbenden over de problemen, beleidsopties en verwachte effecten in het hoofdgedeelte van het verslag.

Aangezien de effectbeoordeling op dat moment niet werd gevolgd door een wetgevingsvoorstel, werd in 2024 de opdracht gegeven tot een studie om de markt- en regelgevingsontwikkelingen en de bijbehorende analyse te actualiseren. De studie bevestigt dat de beoogde opties nog steeds de meest relevante opties zijn en dat de geraamde effecten ervan accuraat blijven. De effectbeoordeling is waar nodig geactualiseerd om rekening te houden met deze recente analyse en om in de voorgestelde geharmoniseerde EU-minimumtarieven de inflatie sinds 2022 te weerspiegelen. De effectbeoordeling is ook aangevuld met de concurrentievermogenstoets en de kmo/mkb-toets. — beide beschikbaar in de respectieve bijlagen bij de effectbeoordeling, overeenkomstig de nieuwe vereisten inzake betere regelgeving.

In de effectbeoordeling worden drie belangrijke interventiegebieden onderzocht (herziening van de EU-minimumaccijnstarieven, uitbreiding van het toepassingsgebied van de richtlijn tot nieuwe producten en tot ruwe tabak), die verder worden onderverdeeld in specifieke beleidsopties.

Elk van deze opties is getoetst aan EU-minimumbelastingtarieven uitgedrukt in nominale termen of in termen van gedeeltelijke koopkrachtpariteit (KKP).

Opties voor de berekening van EU-minimumtarieven

In zijn conclusies van 2 juni 2020 heeft de Raad erop aangedrongen dat bij toekomstige herzieningen rekening wordt gehouden met de “specifieke economische situatie” van de lidstaten. Om die reden wordt in de effectbeoordeling naar opties gekeken voor herziene en nieuwe EU-minimumtarieven die voor elke lidstaat aan de koopkracht van zijn inwoners zijn aangepast, naast EU-minimumtarieven uitgedrukt in nominale termen. Wanneer een sterke economische groei de koopkracht in een bepaalde lidstaat versterkt, zou dit in de praktijk betekenen dat de minimumaccijns voor die lidstaat wordt verhoogd (respectievelijk verlaagd indien de koopkracht afneemt). De op KKP’s gebaseerde aanpak corrigeert ook uiteenlopende inflatietrends, omdat prijsstijgingen volledig in aanmerking worden genomen bij de aanpassing.

In de effectbeoordeling is niet aanbevolen om volledig op een op KKP-gebaseerde aanpak over te schakelen, omdat dit bij de invoering ervan grote prijsschommelingen zou teweegbrengen en dus de markt zou destabiliseren, gelet op de grote koopkrachtverschillen tussen de lidstaten. In plaats daarvan wordt voorgesteld om twee derde van het minimumtarief voor elke lidstaat in nominale termen uit te drukken en een derde aan te passen aan de koopkracht op basis van de prijsniveau-index van elke lidstaat. Deze verhoudingen tussen nominale en koopkrachtcomponenten zijn klassiek. Zij creëren een evenwicht tussen het streven naar een grotere convergentie van de prijsniveaus (waarbij ook wordt voorkomen dat de herziene EU-minimumtarieven in bepaalde lidstaten onder het huidige niveau dalen) en een verdeling van het effect over de lidstaten, waarbij de lasten worden verlicht voor landen waar de accijnzen in reële termen al boven het EU-gemiddelde liggen.

Herziening van de EU-minimumaccijnstarieven en bepaalde categorieën traditionele tabaksproducten

Er zijn drie opties overwogen, variërend van een beperkte tot een sterke accijnsverhoging. De opties met een verhoging van de minimumbelastingtarieven voor tabak van fijne snede, sigaren, cigarillo’s en andere rooktabak zijn bedoeld om stapsgewijs de kloof met het tarief voor sigaretten te verkleinen, de convergentie tussen producten op de middellange termijn te vergroten en het risico op substitutie tussen producten tot een minimum te beperken. Alle drie de opties omvatten ook de invoering van afzonderlijke categorieën voor cigarillo’s en waterpijptabak om de lidstaten in staat te stellen een gerichter belastingregime vast te stellen op maat van de consumptiepatronen en de risicoanalyse voor deze specifieke producten. Een afzonderlijke categorie voor waterpijptabak met een bescheiden verhoging van de minimumbelastingtarieven zou de rechtszekerheid ten goede komen en de lidstaten helpen de illegale handel te bestrijden (naar schatting ongeveer 60 % van de in de EU verbruikte waterpijptabak is afkomstig uit illegale bronnen), doordat de belastingautoriteiten doeltreffender toezicht zouden kunnen houden op de markt voor waterpijptabak. Alle drie de overwogen opties zouden de doelstellingen van de richtlijn verwezenlijken. Ze zouden er mede voor zorgen dat tabaksproducten in grote dan wel in zeer grote mate, naargelang de gekozen optie, minder betaalbaar worden en zo de langetermijndoelstelling (een “rookvrije generatie” waarbij in 2040 minder dan 5 % van de bevolking tabak gebruikt) van het Europees kankerbestrijdingsplan helpen verwezenlijken. De sterkste verhoging zou het tabaksgebruik het efficiëntst doen dalen. Het zou de EU flink op weg helpen naar de verwezenlijking van de langetermijndoelstelling van het Europees kankerbestrijdingsplan. Deze optie zou ook kunnen leiden tot een aanzienlijke verhoging van de accijns in bijna de helft van de lidstaten, en in sommige lidstaten tot een ongekende hoogte, met name voor producten met historisch lage belastingniveaus, zoals sigaren en cigarillo’s, waardoor het moeilijk is om alle markteffecten (terugvallende verkoop, hoge nalevingskosten voor marktdeelnemers) in kaart te brengen. De deels op KKP-gebaseerde aanpak verzacht echter de meest extreme effecten, waardoor een hoger ambitieniveau kan worden nagestreefd. Deze optie zal 13,9 miljard EUR aan belastinginkomsten genereren voor de EU-27.

De verhoging van de EU-minimumbelastingtarieven zou de producten in kwestie minder betaalbaar maken voor de consument, met een lagere omzet voor de marktdeelnemers tot gevolg. Hogere tarieven zouden echter niet per se tot hogere administratieve kosten voor het bedrijfsleven en de lidstaten leiden.

Het effect op de werkgelegenheid hangt af van het marktsegment. De tabaksteelt, -productie en -detailhandel verschillen aanzienlijk op het vlak van productiefunctie, arbeidsintensiteit en marktstructuur. Dat geldt ook voor de gevolgen. De totale impact op de werkgelegenheid in de economie als geheel zou marginaal zijn en tot een handvol lidstaten beperkt blijven 28 .

Uitbreiding van het toepassingsgebied van de richtlijn tot nieuwe producten

Nieuwe producten (vloeistoffen voor e-sigaretten, andere tabaksfabricaten, nicotinezakjes en andere nicotineproducten) worden steeds populairder, vooral onder jongeren, en naast de intrinsieke risico’s voor de volksgezondheid die deze producten met zich meebrengen, kunnen ze ook de weg naar conventioneel roken openen. Er wordt een harmonisatie voorgesteld van nieuwe producten die op de EU-markt zijn gekomen sinds de laatste herziening van de richtlijn, teneinde een gelijk speelveld te creëren voor zowel traditionele tabaksproducten als nieuwe vervangende producten. Er zijn verschillende scenario’s voor de verhoging van de EU-minimumbelastingtarieven voor traditionele tabaksproducten in overweging genomen, variërend van matig tot hoog, op basis van nationale praktijken zowel wat de tarieven als de structuur betreft, waarbij wordt geanticipeerd op het risico dat producten door andere producten worden vervangen.

In het voorkeursscenario wordt voor de tarieven voor nieuwe producten nauwer aangeknoopt bij de EU-minimumtarieven voor andere rooktabak. De voorgestelde accijnsharmonisatie voor nieuwe producten zou de marktbelemmeringen ten gevolge van de versnippering door nationale regels en belastingregimes wegnemen, de algehele samenhang van het regelgevingskader verbeteren en zo de handel binnen de EU vergemakkelijken en zorgen voor een gelijk speelveld op de interne markt voor de marktdeelnemers, met name kleine en middelgrote ondernemingen. Naast een duidelijke productafbakening gaat de voorkeur ook uit naar het creëren van een restcategorie voor alle andere nicotinehoudende producten, zodat het EU-kader aan de marktontwikkelingen wordt aangepast en eventuele mazen in de wetgeving worden gedicht. Aangezien prijs- en belastingmaatregelen een doeltreffend middel zijn om de consumptie van tabak en aan tabak verwante producten in verschillende bevolkingsgroepen, met name jongeren, terug te dringen, is de voorkeursoptie — de invoering van hoge EU-minimumbelastingtarieven — evenredig en het meest in overeenstemming met de langetermijndoelstellingen van het Europees kankerbestrijdingsplan.

Tot slot zal de toepassing van de voorschriften inzake verkeer en controle van de horizontale richtlijn (die momenteel alleen van toepassing zijn op tabaksfabricaten in het kader van de huidige richtlijn) een efficiënte en doeltreffende uitvoering van de accijns waarborgen en zo helpen inkomsten te innen die momenteel niet worden geïnd (met name in het geval van vloeistoffen voor e-sigaretten). Bij de voorkeursoptie zullen de inkomsten door de invoering van accijnstarieven voor nieuwe producten met naar schatting 900 miljoen tot 1,7 miljard EUR stijgen.

De voorkeursoptie is gebaseerd op de uitbreiding van beproefde IT-systemen (EMCS en SEED) voor de afwikkeling van accijnsgoederen. De desbetreffende administratieve verplichtingen volgen het beginsel dat digitaal de norm is.

Wat administratieve kosten en besparingen betreft, zouden de extra administratieve kosten hoofdzakelijk ten laste komen van kleine en middelgrote ondernemingen die actief zijn in het segment van de vloeistoffen voor e-sigaretten, met name kleine en middelgrote ondernemingen die gevestigd zijn in landen waar er voor dit segment momenteel geen nationaal belastingregime bestaat. De voorgestelde harmonisatie van accijnstarieven voor nieuwe producten zou evenwel de marktbelemmeringen wegnemen die het gevolg zijn van de versnippering door nationale regels en belastingregimes, en zo de handel binnen de EU vergemakkelijken en zorgen voor een gelijk speelveld op de interne markt voor de marktdeelnemers, met name kleine en middelgrote ondernemingen.

Uitbreiding van het toepassingsgebied van de richtlijn tot ruwe tabak

Er wordt voorgesteld om ruwe tabak op te nemen als een nieuwe categorie, waarop de bepalingen inzake verkeer en controle van de horizontale richtlijn van toepassing zouden zijn. Dit zou de lidstaten in staat stellen de toeleveringsketens beter te controleren en hen helpen te voorkomen dat ruwe tabak in de illegale productie terechtkomt. Er zijn twee opties overwogen: een EU-minimumbelastingtarief van nul (optie 1) of hetzelfde EU-minimumbelastingtarief als dat voor andere rooktabak (optie 2). Uit de resultaten van de analyse blijkt dat er in optie 1 ongeveer 1,3 miljard EUR minder aan belastinginkomsten verloren gaan en in optie 2 2,6 miljard EUR. Aangezien het totale verlies aan accijnsinkomsten als gevolg van de illegale handel in tabak en in aan tabak verwante producten op ongeveer 13 miljard EUR wordt geraamd, zouden de voorgestelde maatregelen ertoe leiden dat, uitgedrukt in relatieve termen, 10 % tot 20 % van de huidige belastingfraude wordt teruggewonnen. Aangezien de voorgestelde opties niet bedoeld zijn om rechtstreeks belastinginkomsten te genereren, met uitzondering van inkomsten die voortvloeien uit een daling van de fraude, is optie 1 de voorkeursoptie, aangezien die het evenredigheidsbeginsel eerbiedigt.

Alle opties zijn in overweging genomen, evenals het basisscenario waarbij “geen ernstige afbreuk” aan het milieu wordt gedaan. Tabak is een gewas dat een aanzienlijke hoeveelheid water nodig heeft en de productie ervan is relatief energie-intensief. Weggegooide sigarettenpeuken zijn ook schadelijk voor het milieu, aangezien filters niet biologisch afbreekbaar zijn en zeer lang in het milieu kunnen blijven in de vorm van microplastics. Elke daling van de tabaksconsumptie als gevolg van belastingheffing zou dit schadelijke effect dus - in theorie - verminderen. Dit is in overeenstemming met de doelstellingen van de Europese klimaatwet 29 . Over de milieueffecten van e-sigaretten en rookloze tabak (met inbegrip van rookloze verhitte tabaksproducten) is er een opvallend gebrek aan informatie. De milieukosten per eenheid voor de productie van e-sigaretten kunnen echter hoger zijn dan die voor de productie van gewone sigaretten per eenheid.

De herziening van de richtlijn draagt ook bij aan de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen, met name op het gebied van gezondheid, gelijkheid, het vrijmaken van middelen, duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen, milieubescherming, voedselzekerheid en duurzame gemeenschappen.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

De administratieve en aanpassingskosten en besparingen in verband met de herziening van de richtlijn zijn per interventiegebied verschillend. De verhoging van de accijnzen op traditionele tabak zal van invloed zijn op de vraag en dus leiden tot een daling van de verkoop, maar zal niet leiden tot hogere administratieve kosten voor marktdeelnemers en overheidsinstanties.

Op basis van de gegevens die bij de evaluatie van de richtlijn zijn verzameld, is geconcludeerd dat het gebrek aan harmonisatie van de accijns voor nieuwe producten (vloeistoffen voor e-sigaretten, andere tabaksfabricaten en aan tabak verwante producten) en duidelijke belastingregels voor verhitte tabak tot rechtsonzekerheid en administratieve onzekerheid heeft geleid, wat op zijn beurt administratieve en transactiekosten met zich heeft meegebracht voor marktdeelnemers die grensoverschrijdend actief zijn. Aangezien een aanzienlijk aantal lidstaten verhitte tabaksproducten en vloeistoffen voor e-sigaretten al belast, zouden de extra regelgevingskosten verwaarloosbaar zijn. 26 Europese landen heffen belasting op verhitte tabak en 23 op vloeistoffen voor e-sigaretten. Het grootste deel van de extra kosten (geraamd op 9,6 miljoen EUR aan eenmalige kosten voor de hele sector van nieuwe producten en 6,3 miljoen EUR aan terugkerende kosten in elk daaropvolgend jaar) zou worden gemaakt door kleine en middelgrote ondernemingen die actief zijn in het segment van vloeistoffen voor e-sigaretten, met name kleine en middelgrote ondernemingen die gevestigd zijn in landen waar momenteel geen nationale belastingregelingen bestaan. Marktdeelnemers in de sector van verhitte tabaksproducten en andere tabaksfabricaten (met name het segment van nicotinezakjes) worden geacht al aan de meeste verplichtingen te voldoen, aangezien beide segmenten grotendeels in handen zijn van transnationale tabaksbedrijven. De regelgevingskosten voor de lidstaten zouden eenmalig 10 miljoen EUR bedragen en ongeveer 0,5 miljoen EUR voor elk daaropvolgend jaar.

Door ruwe tabak op te nemen in het toepassingsgebied van het EMCS en te onderwerpen aan andere controlemaatregelen die in de horizontale richtlijn zijn vastgesteld, zouden extra regelgevingskosten ontstaan. De nalevingskosten voor marktdeelnemers zouden 0,1 miljoen EUR bedragen aan eenmalige kosten en 2 miljoen EUR aan jaarlijks terugkerende kosten, terwijl het voor overheidsinstanties zou gaan om 9,7 miljoen EUR aan eenmalige kosten en ongeveer 0,7 miljoen EUR aan kosten voor elk daaropvolgend jaar. Wel wordt verwacht dat deze maatregel grensoverschrijdende onderzoeken en de vervolging van fraudegevallen zal vergemakkelijken. Bovendien zouden geharmoniseerde voorschriften inzake verkeer en controle ertoe kunnen leiden dat althans een aantal nationale controlemaatregelen (registratie, vergunning en aanvullende controlemaatregelen) wordt afgeschaft. Dit zou op zijn beurt de administratieve lasten kunnen verlichten voor zowel marktdeelnemers (zoals beschreven in de effectbeoordeling over het “one in, one out”-beginsel) als overheidsinstanties.

De autoriteiten van de lidstaten zijn van mening dat de voordelen van de harmonisatie van nieuwe producten en ruwe tabak en de toepassing van de voorschriften inzake verkeer en controle voor deze producten vermoedelijk groter zullen zijn dan de kosten.

Grondrechten

De maatregel heeft geen gevolgen voor de grondrechten.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Accijnzen zijn inkomsten voor de nationale begroting van de lidstaten. Het eigenmiddelenbesluit dat samen met dit voorstel wordt ingediend, voorziet in nieuwe eigen middelen, namelijk een deel van het minimumtarief voor tabak en aan tabak verwante producten. Hoewel dit besluit juridisch niet gekoppeld is aan de voorgestelde herziening van de richtlijn, bouwt het voort op de beleidskeuzes die in de richtlijn (en de herzieningen daarvan) zijn vastgelegd. Het versterkt de toezegging om de algemene gezondheid van de burgers te beschermen en te verbeteren en verstoringen als gevolg van de grensoverschrijdende handel in onder de richtlijn vallende producten te beperken.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

De belasting op tabak wordt regelmatig gecontroleerd door informatie van de lidstaten te verzamelen op basis van het uitvoeringsbesluit van de Commissie 30 . Daarnaast actualiseren het directoraat-generaal (Departement) Belastingen en Douane-unie (TAXUD) van de Commissie en de lidstaten de databank met de toepasselijke belastingtarieven (“tax in Europe”-databank). Dankzij het systeem voor traceerbaarheids- en veiligheidskenmerken van de Commissie, dat is opgezet overeenkomstig de tabaksproductenrichtlijn, kan de toeleveringsketen van tabak in real time worden gevolgd 31 .

Het Accijnscomité, een door de Commissie voorgezeten raadgevend comité voor accijnsaangelegenheden waarin vertegenwoordigers van alle lidstaten zetelen, zal toezicht houden op de tenuitvoerlegging en de werking van de herziene regels. Het comité zal verslag uitbrengen over uitvoeringskwesties en over de wijze waarop de in de effectbeoordeling vastgestelde problemen worden aangepakt. Het zal mogelijke verschillen in interpretatie tussen de lidstaten bespreken en verduidelijken. Indien nieuwe wetgevingsontwikkelingen nodig zijn, kan ook de deskundigengroep indirecte belastingen worden geraadpleegd.

De lidstaten en de Commissie zullen ten vroegste vijf jaar na de datum van toepassing van de nieuwe wetgeving evalueren hoe deze functioneert en een verslag daarover opstellen, zodat de markten zich kunnen aanpassen en de resultaten en effecten tastbaar kunnen worden.

Artikelsgewijze toelichting

Overschakeling van nominale tarieven op een benadering die gedeeltelijk gebaseerd is op koopkrachtpariteit (KKP): artikel 12

In het kader van de huidige richtlijn worden de EU-minimumaccijnstarieven voor elke productcategorie in nominale termen uitgedrukt, dat wil zeggen als een vast geldbedrag dat in alle lidstaten van toepassing is. Dit sluit aan bij de werkwijze die traditioneel werd gevolgd om indirecte belastingen te harmoniseren. Vanuit het oogpunt van tabaksontmoediging kan deze aanpak echter geen duurzame oplossing bieden, omdat de combinatie van inflatie en inkomensgroei mettertijd leidt tot een snelle uitholling van de minimumtarieven. Doordat de economische omstandigheden in de lidstaten sterk en blijvend van elkaar verschillen (niet alleen wat het inkomen, maar ook wat het prijsniveau in het algemeen betreft), is bovendien een nominaal minimumtarief dat op EU-niveau wordt vastgesteld, doorgaans te laag om effect te sorteren in landen met een hoger inkomen. Om een billijke verdeling van de effecten te waarborgen, wordt de volgende, gedeeltelijk op KKP gebaseerde aanpak voorgesteld.

·De huidige aanpak waarbij het minimumaccijnstarief volledig in nominale termen is uitgedrukt, wordt vervangen door een aanpak waarbij 2/3 van de belasting in nominale termen en 1/3 in KKP-termen wordt uitgedrukt, dat wil zeggen dat het niveau wordt aangepast volgens het prijsindexcijfer van de lidstaat. Dankzij het prijsindexcijfer kunnen landen worden vergeleken door de koopkrachtpariteiten te delen door de respectieve nominale wisselkoersen. Dit cijfer wordt in artikel 12, lid 3, gedefinieerd als de index die het prijsniveau van een bepaalde lidstaat voor de werkelijke individuele consumptie weergeeft ten opzichte van het gewogen EU-gemiddelde. Deze indicator wordt jaarlijks door Eurostat gepubliceerd en bijgewerkt (dataset PRC_PPP_IND). De lidstaten moeten gebruikmaken van het meest recente beschikbare prijsindexcijfer 32 (artikel 12, lid 3).

·Variaties in het prijsindexcijfer in de loop der tijd worden in aanmerking genomen door het minimumaccijnstarief dat in elke lidstaat van toepassing is, om de drie jaar te actualiseren. De keuze voor een periode van drie jaar laat toe om de tarieven regelmatig te actualiseren en zo de relevantie ervan te waarborgen, terwijl de onevenredige administratieve lasten en onzekerheid die gepaard gaan met een jaarlijkse actualisering, worden vermeden. In sommige lidstaten is het ook gebruikelijk om het belastingbeleid voor een periode van drie jaar uit te stippelen.

·Om de duurzaamheid van het beleid over langere tijd te waarborgen, wordt tegelijkertijd voorgesteld het minimumaccijnstarief te actualiseren in het licht van de gemiddelde inflatietrends in de EU, uitgaande van het geharmoniseerde indexcijfer van de consumptieprijzen (GICP) (artikel 12, lid 2). Het GICP meet veranderingen in de prijzen van consumptiegoederen en diensten die huishoudens aankopen, en vormt zo een vergelijkbare maatstaf voor de inflatie. Dit cijfer is maandelijks en jaarlijks beschikbaar, uitgesplitst naar specifieke consumptiecategorieën. Om de procentuele verandering in het GICP over de voorgaande drie kalenderjaren te bepalen, moeten de lidstaten gebruikmaken van de meest recente beschikbare gemiddelde waarde op jaarbasis van de door Eurostat verstrekte indexcijfers voor alle goederen en diensten samen voor de EU 33 . Om aan te knopen bij de aanpassing van het prijsindexcijfer, wordt voorgesteld dat deze actualisering om de drie jaar plaatsvindt en in aanmerking wordt genomen bij de berekening van het minimumaccijnstarief dat in elke lidstaat van toepassing is.

Herziening van de EU-minimumbelastingtarieven voor bepaalde categorieën traditionele tabaksproducten: artikelen 4, 6, 16 en 20

Aanknopend bij de aanpak die ook in de huidige richtlijn is gehanteerd, wordt voorgesteld om de huidige accijnsstructuur (ad valorem, specifiek of een combinatie van beide) en verschillende minimumaccijnstarieven voor bepaalde tabaksproducten te handhaven. Een specifieke belasting garandeert een minimumniveau van belasting voor alle producten en vermindert de prikkel om producten uit fiscale overwegingen door andere producten te vervangen, terwijl prijsverhogingen met een evenredige belasting automatisch worden meegenomen. Bij een gemengde structuur worden aspecten van beide gecombineerd.

Met de ad-valoremcomponent wordt voorkomen dat de EU-niveaus te snel verouderd raken en wordt gewaarborgd dat ze relevant blijven in iets welvarender EU-economieën. De specifieke component helpt de ontwikkeling van het goedkope segment te voorkomen. De huidige EU-minimumaccijnstarieven worden steeds minder doeltreffend om het tabaksgebruik terug te dringen. De minimumbelastingniveaus moeten worden herzien om een evenwicht tot stand te brengen tussen sterkere convergentie, de goede werking van de interne markt en het vermijden van onbedoelde gevolgen (zoals substitutie, illegaal verbruik en belastingontduiking).

Tot slot blijven er, ondanks het feit dat er de afgelopen tien jaar minder wordt gerookt in de EU (een daling van 28 % tot 24 % tussen 2012 en 2023), aanzienlijke verschillen bestaan tussen landen en bevolkingsgroepen. Als er geen actie wordt ondernomen, zal de langetermijndoelstelling van het Europees kankerbestrijdingsplan, zelfs met het huidige tempo waarin het gebruik daalt, niet worden gehaald. 

Er worden afzonderlijke definities van cigarillo’s (artikel 4) en waterpijptabak (artikel 6) geïntroduceerd om de rechtszekerheid te vergroten en de lidstaten in staat te stellen een gerichter belastingregime vast te stellen op maat van de consumptiepatronen en de risicoanalyse voor deze specifieke producten, en om, in het geval van waterpijptabak, de lidstaten te helpen de illegale handel te bestrijden door hun belastingautoriteiten in staat te stellen doeltreffender toezicht te houden op de markt voor waterpijptabak.

Het onderscheid tussen sigaren en cigarillo’s in artikel 4, lid 2, is gebaseerd op de fysieke kenmerken van de producten, in overeenstemming met de bestaande definities in het Unierecht 34 . Artikel 6 maakt een onderscheid tussen waterpijptabak en andere rooktabak op basis van de fysieke kenmerken en het beoogde gebruik ervan door de consument, in overeenstemming met de bestaande definities in het Unierecht 35 .

Er worden hogere EU-minimumbelastingtarieven ingevoerd voor tabaksfabricaten (sigaretten, sigaren, cigarillo’s, tabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten, waterpijptabak, verhitte tabak en andere rooktabak) (in de artikelen 16 en 20).

Voor sigaren, cigarillo’s, andere rooktabak, waterpijptabak, verhitte tabak en andere tabaksfabricaten worden geleidelijke verhogingen van de EU-minima voorgesteld om de kloof tussen deze minima en het tarief voor sigaretten te verkleinen, teneinde een geleidelijke convergentie tussen producten tot stand te brengen en het risico op substitutie tussen producten tot een minimum te beperken (artikel 20, lid 2). Er wordt voorzien in een overgangsperiode van vier jaar, waarbij de accijns na twee jaar wordt verhoogd (artikel 20, leden 4 en 5).

Uitbreiding van het toepassingsgebied van de richtlijn tot nieuwe producten: artikelen 1, 2, 7, 8, 9, 10, 20, 21, 22 en 28

Om fiscaal gedreven substitutie tegen te gaan en rechtszekerheid te waarborgen, wordt voorgesteld om nieuwe producten onder het toepassingsgebied van de richtlijn te brengen — vloeistoffen voor e-sigaretten, andere tabaksfabricaten (pruimtabak, snuiftabak), nicotinezakjes en andere nicotineproducten (artikel 2), op basis van de huidige praktijken en de verwachtingen van de lidstaten. Vandaag heffen de meeste lidstaten accijns op verhitte tabaksproducten en vloeistoffen voor e-sigaretten.

In de artikelen 7, 8, 9 en 10 worden nieuwe definities ingevoerd en in de artikelen 20 en 22 worden nieuwe EU-minimumbelastingtarieven vastgesteld. In artikel 28 is bepaald dat de Commissie de minimumaccijnstarieven voor verhitte tabak, vloeistoffen voor elektronische sigaretten, nicotinezakjes en andere nicotineproducten zal herzien, rekening houdend met ontwikkelingen op het gebied van regelgeving en markt. Tot slot wordt, net zoals bij andere rooktabak, voor nicotinezakjes en andere nicotineproducten voorzien in een overgangsperiode van vier jaar, waarbij de accijns na twee jaar wordt verhoogd met 50 % van de minimumaccijnstarieven (artikel 22, leden 3 en 4).

Krachtens artikel 151 van de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden is aan Zweden een afwijking toegestaan, op voorwaarde dat het land alle nodige maatregelen neemt om ervoor te zorgen dat dergelijke producten niet in de handel worden gebracht in de lidstaten waar een volledig verbod geldt. Aangezien tabak voor oraal gebruik in geen enkele andere lidstaat dan Zweden legaal in de handel kan worden gebracht 36 , is het derhalve niet vereist, in de zin van artikel 113 VWEU, de indirecte belastingen op dergelijke producten te harmoniseren.

Uitbreiding van het toepassingsgebied van de richtlijn tot ruwe tabak: artikelen 1 en 23

Zoals in het evaluatieverslag van de Commissie is vermeld, is het gebrek aan controle op ruwe tabak bijzonder zorgwekkend, gelet op de aanwijzingen dat ruwe tabak steeds vaker zijn weg vindt naar de illegale productie van sigaretten binnen de EU. Met name het feit dat er geen geharmoniseerde definitie van ruwe tabak bestaat, werd door de belanghebbenden als een belangrijke belemmering voor een degelijk grensoverschrijdend toezicht beschouwd. 

Er wordt voorgesteld om het toepassingsgebied van de richtlijn uit te breiden tot ruwe tabak (artikel 1) en een EU-minimumaccijnstarief van nul in te voeren (artikel 23). Hierdoor zouden de voorschriften inzake verkeer en controle van de horizontale richtlijn kunnen worden toegepast. Tegelijkertijd krijgen de lidstaten de speelruimte om positieve tarieven vast te stellen naargelang de belastingontduiking waarmee zij worden geconfronteerd. Er wordt voorgesteld om voorschriften inzake verkeer en controle toe te passen in het stadium van de eerste bewerking, zodra de tabak is gedroogd. Transport van het veld naar het landbouwbedrijf of naar verzamelcentra voor geoogste tabak zou niet onder het EMCS vallen. Dit betekent dat tabakstelers en hun coöperaties worden vrijgesteld van de toepassing van het EMCS, op voorwaarde dat er geen andere bewerking dan drogen wordt verricht.

Afstemming op Richtlijn (EU) 2020/262 van de Raad houdende een algemene regeling inzake accijns: artikel 26

Artikel 17, lid 1, punt b), van de richtlijn voorziet in een facultatieve vrijstelling voor tabaksfabricaten die onder overheidstoezicht zijn vernietigd. De artikelen 6 en 45 van Richtlijn (EU) 2020/262 van de Raad bevatten echter de bepaling dat de algehele vernietiging of het onherstelbare gehele of gedeeltelijke verlies van accijnsgoederen als gevolg van een instructie van de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat om die goederen te vernietigen, niet als uitslag tot verbruik wordt aangemerkt (dat wil zeggen dat er geen accijns verschuldigd is).

Schrapping van verouderde bepalingen: artikelen 14, 16, 18 en 20

De afwijkingen voor bepaalde lidstaten en de vermelding van overgangsperioden zullen uit de artikelen 14, 16, 18 en 20 van de richtlijn worden geschrapt omdat zij zijn verstreken en dus niet langer vereist zijn.    

🡻 2011/64/EU

 nieuw

2025/0580 (CNS)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN DE RAAD

betreffende de structuur en de tarieven van de accijns op tabaksfabrikaten  en aan tabak verwante producten  (herschikking)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 113,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Parlement,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,

Handelend volgens een bijzondere wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

 nieuw

(1)Richtlijn 2011/64/EU 37 moet op verscheidene punten worden gewijzigd. Ter wille van de duidelijkheid dient tot herschikking van die richtlijn te worden overgegaan.

(2)Sinds de vaststelling van Richtlijn 2011/64/EU is de tabaksmarkt ingrijpend gewijzigd. Er zijn nieuwe producten die als surrogaat voor tabaksfabricaten dienen en tabak of nicotine bevatten, in de handel gekomen. De lidstaten hebben daarop gereageerd met uiteenlopende nationale maatregelen voor deze surrogaten, die de mededinging verstoren en de goede werking van de interne markt ondermijnen. Met het oog op een uniforme en billijke belastingheffing moeten deze surrogaten voor tabaksfabricaten aan een geharmoniseerde accijnsstructuur en aan geharmoniseerde minimumaccijnstarieven in de Unie worden onderworpen. Deze richtlijn mag niet voorzien in de harmonisatie van de belastingvoorschriften voor tabak voor oraal gebruik, die overeenkomstig artikel 17 van Richtlijn 2014/40/EU van het Europees Parlement en de Raad niet in de handel mag worden gebracht. Voor alle duidelijkheid: deze richtlijn mag niet voorzien in de harmonisatie van belastingvoorschriften voor tabak voor oraal gebruik die overeenkomstig artikel 151 van de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden in een lidstaat in de handel wordt gebracht. 

🡻 2011/64/EU overweging 1 (aangepast)

Richtlijn 92/79/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 inzake de onderlinge aanpassing van de belastingen op sigaretten, Richtlijn 92/80/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 inzake de onderlinge aanpassing van de belastingen op andere tabaksfabrikaten dan sigaretten en Richtlijn 95/59/EG van de Raad van 27 november 1995 betreffende de belasting, andere dan omzetbelasting, op het verbruik van tabaksfabrikaten zijn herhaaldelijk en ingrijpend gewijzigd. Ter wille van de duidelijkheid en een rationele ordening van de tekst dient tot codificatie van deze richtlijnen te worden overgegaan door deze in één tekst samen te brengen.

🡻 2011/64/EU overweging 2 (aangepast)

 nieuw

(3)Ö Er moet worden gewaarborgd dat Õ dDe wetgeving van de Unie betreffende de belasting van tabaksð en aan tabak verwante ï producten Ö blijft Õ dient te zorgen voor de goede werking van de interne markt en een hoog niveau van gezondheidsbescherming Ö bescherming van de menselijke gezondheid Õ, zoals vereist bij artikel 168 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en rekening gehoudenÖ houdenÕ met het feit dat tabaksð en aan tabak verwante ï producten de gezondheid ernstig kunnen schaden ð , dat het Europees kankerbestrijdingsplan 38 naar een tabaksvrij Europa streeft ï en dat de Unie partij is bij Ö het Kaderverdrag Õ de kaderovereenkomst van de Wereldgezondheidsorganisatie Ö inzake tabaksontmoediging Õ voor de bestrijding van tabaksgebruik. De bestaande situatie voor elk van de verschillende soorten tabaksfabrikaten dient in aanmerking te worden genomen.  Om deze tweeledige doelstelling te verwezenlijken, moeten de Unie en de lidstaten hun inspanningen opvoeren om de illegale tabakshandel te bestrijden, met name de illegale invoer van tabaks- en aanverwante producten uit derde landen 39 . Nieuwe producten (vloeistoffen voor e-sigaretten, andere tabaksfabricaten, nicotinezakjes en andere nicotineproducten) worden steeds populairder, vooral onder jongeren, en naast de intrinsieke risico’s voor de volksgezondheid die deze producten met zich meebrengen, kunnen ze ook de weg naar conventioneel roken openen. 

🡻 2011/64/EU overweging 3 (aangepast)

 nieuw

(4)Een van de doelstellingen van het Verdrag betreffende de Europese Unie is de instandhouding van een economische unie waarvan de kenmerken analoog zijn aan die van een binnenlandse markt, waarin gezonde mededinging bestaat. De verwezenlijking van dit doel met betrekking tot de sector tabaksfabricaten  en aan tabak verwante producten  veronderstelt dat de in de lidstaten op het verbruik van producten van deze  de relevante  sector geheven belasting zodanig wordt toegepast dat de mededingingsvoorwaarden niet worden vervalst en het vrije verkeer van deze producten binnen de Unie niet wordt belemmerd.

 nieuw

(5)Er moet voor worden gezorgd dat tabak en aan tabak verwante producten voor de toepassing van deze richtlijn worden gedefinieerd, onverminderd de definitie van dergelijke producten met het oog op de regulering van de productie, de presentatie en de verkoop ervan binnen de EU.

🡻 2011/64/EU overweging 4

 nieuw

(6)De verschillende soorten tabaksfabricaten  en aan tabak verwante producten  die zich van elkaar onderscheiden door hun eigenschappen en door hun gebruiksdoeleinden, moeten worden gedefinieerd.

🡻 2011/64/EU overweging 6 (aangepast)

(7)Tabaksrolletjes die als zodanig, na een eenvoudige behandeling met de hand, kunnen worden gerookt, dienen ter wille van een uniforme belasting van die producten eveneens als sigaret te worden beschouwd.

🡻 2011/64/EU overweging 5 (aangepast)

 nieuw

(8) Ter versterking van de rechtszekerheid en de fraudebestrijding  dient eEen onderscheid dient te worden aangebracht tussen tabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten, en andere soorten rooktabak  , waterpijptabak en verhitte tabak. Er dient ook een onderscheid te worden aangebracht tussen sigaren en cigarillo’s om de juridische samenhang te waarborgen en de lidstaten de mogelijkheid te bieden belastingregimes in voorkomend geval aan te passen om te vermijden dat producten uit fiscale overwegingen door andere producten worden vervangen  .

🡻 2011/64/EU overweging 8 (aangepast)

 nieuw

(9)In het belang van een uniforme en billijke belastingheffing moet  een  de definitie van sigaretten, sigaren, en cigarillo’s  , tabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten, en van andere vormen van rooktabak , waterpijptabak, verhitte tabak en andere tabaksfabricaten  worden vastgesteld zodat tabaksrolletjes die op grond van hun lengte als twee of meer sigaretten kunnen worden beschouwd, voor accijnsdoeleinden worden  aangemerkt  behandeld als twee of meer sigaretten, een sigaarsoort die in veel opzichten lijkt op een sigaret, voor accijnsdoeleinden wordt beschouwd als een sigaret,  een sigaar die per stuk niet meer dan 3 gram weegt, wordt aangemerkt als een cigarillo,  rooktabak die in veel opzichten lijkt op tabak van fijne snede die bedoeld is voor het rollen van sigaretten, voor accijnsdoeleinden  wordt aangemerkt  als tabak van fijne snede wordt beschouwd, tabak die kan worden gebruikt in een waterpijp, wordt aangemerkt als waterpijptabak, tabak die wordt verhit of anderszins door een chemische reactie wordt geactiveerd, wordt aangemerkt als verhitte tabak, andere bereide en voor menselijke consumptie bestemde tabak, wordt aangemerkt als ander tabaksfabricaat,  en tabaksafval duidelijk wordt gedefinieerd. Gezien de economische moeilijkheden die een onmiddellijke toepassing voor de betrokken Duitse en Hongaarse marktdeelnemers zou kunnen veroorzaken, verdient het aanbeveling Duitsland en Hongarije te machtigen de toepassing van de definitie van sigaren en cigarillo’s uit te stellen tot uiterlijk 1 januari 2015.

 nieuw

(10)Doordat ze de opname van nicotine in het menselijk lichaam vergemakkelijken, dienen aan tabak verwante producten vaak als surrogaat voor tabaksfabricaten. In het belang van een uniforme en billijke belastingheffing moet een definitie van vloeistoffen voor elektronische sigaretten, nicotinezakjes en andere nicotineproducten worden vastgesteld.

🡻 2011/64/EU overweging 7

 nieuw

(11)Het begrip “fabrikant” dient te worden omschreven als de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die daadwerkelijk de tabaksfabricaten  en aan tabak verwante producten  vervaardigt  of die deze producten laat ontwerpen of vervaardigen en ze onder zijn naam of handelsmerk in de handel brengt  en die de maximumkleinhandelsprijs bepaalt voor elk van de lidstaten waar de betrokken producten tot verbruik worden uitgeslagen.

🡻 2011/64/EU overweging 13

 nieuw

(12)Voor de goede werking van de interne markt is het vereist minimumaccijnzen voor alle categorieën tabaksfabricaten  en aan tabak verwante producten  vast te stellen. Voor elke categorie tabak en aan tabak verwante producten moeten verschillende minimumaccijnzen worden vastgesteld om rekening te houden met verschillen in productkenmerken en de wijze waarop deze worden gebruikt  .

 nieuw

(13)Om te vermijden dat de minimumaccijnstarieven van de Unie op termijn verouderd raken, moeten ze voor elke productcategorie om de drie jaar worden geactualiseerd op basis van de wijzigingen in het geharmoniseerde indexcijfer van de consumptieprijzen van de Unie, zoals gepubliceerd door Eurostat.

(14)Om een evenwichtige verdeling van de effecten over de verschillende lidstaten te waarborgen, moet rekening worden gehouden met hun economische situatie door de minimumaccijnstarieven van de Unie aan te passen aan de prijsniveau-index van elke lidstaat, zoals gepubliceerd door Eurostat. Deze aanpassing moet om de drie jaar worden herbekeken.

🡻 2011/64/EU overweging 11

(15)De structuur van de accijns op sigaretten moet, naast een per eenheid product bepaald specifiek deel, een evenredig deel omvatten dat is gebaseerd op de kleinhandelsprijs inclusief alle belastingen. Aangezien de omzetbelasting op sigaretten dezelfde werking heeft als een ad-valoremaccijns, dient daarmee bij de vaststelling van de verhouding van het specifieke deel van de accijns en de totale belasting rekening te worden gehouden.

🡻 2011/64/EU overweging 12

(16)Onverminderd de gemengde belastingstructuur van het specifieke deel en het maximale percentage van de totale belastingdruk dat het kan uitmaken, moeten de lidstaten effectieve middelen krijgen om een specifieke accijns of een minimumaccijns op sigaretten te heffen, teneinde te garanderen dat ten minste een zekere minimumbelastingdruk van toepassing is binnen de Unie.

🡻 2011/64/EU overweging 14

(17)Wat sigaretten betreft, dient een neutraal mededingingsklimaat voor de fabrikanten te worden gewaarborgd, dient de fragmentering van de tabaksmarkten te worden teruggedrongen en dient meer gewicht te worden gegeven aan gezondheidsdoelstellingen. Dit ad-valorumminimum dient derhalve te worden gerelateerd aan de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs en het nominale minimum moet van toepassing worden op alle sigaretten. Om dezelfde redenen moet de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs ook dienen als maatstaf voor het bepalen van het aandeel van het specifieke accijnsrecht in de totale belastingdruk.

🡻 2011/64/EU overweging 16 (aangepast)

 nieuw

(18)Een dergelijke  zekere mate van  convergentie zou tevens een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van de mens helpen garanderen. De belastingdruk speelt een belangrijke rol in de prijs van een tabaksproduct  tabak en aan tabak verwante producten , die op zijn beurt het rookgedrag  consumptiegedrag  van de consument beïnvloedt. Fraude en smokkel ondergraven het fiscaal gestuurde prijsniveau in het bijzonder van sigaretten en van tabak van fijne snede bestemd voor het rollen van sigaretten, zodat de verwezenlijking van de doelstellingen van het tabakontmoedigingsbeleid en de gezondheidsbescherming in het gedrang komt.

🡻 2011/64/EU overweging 20 (aangepast)

 nieuw

(19) Gelet op de specifieke structurele sociale en economische situatie van de ultraperifere gebieden van de Azoren en Madeira moet  Portugal moet de mogelijkheid krijgen om  op in die gebieden  in de ultraperifere gebieden van de Azoren en Madeira verbruikte sigaretten die zijn vervaardigd door kleine producenten een verlaagd tarief toe te passen.

🡻 2011/64/EU overweging 22 (aangepast)

Om het economische en sociale evenwicht van Corsica niet in gevaar te brengen is het nodig en gerechtvaardigd om te voorzien in een fiscale uitzonderingsmaatregel, tot en met 31 december 2015, op grond waarvan Frankrijk een lager accijnstarief dan het nationale accijnstarief kan toepassen op sigaretten en andere tabaksfabrikaten die op Corsica tot verbruik worden aangegeven. Tegen die tijd dient de accijnsregeling voor de op Corsica tot verbruik uitgeslagen tabaksfabrikaten volledig aangepast te zijn aan die welke in continentaal Frankrijk geldt. Om een te bruuske overgang te vermijden, is het evenwel opportuun om de accijns op sigaretten en tabak van fijne snede bestemd voor het rollen van sigaretten op Corsica stapsgewijze te verhogen.

🡻 2011/64/EU overweging 17

 nieuw

(20)Wat andere producten dan sigaretten betreft, dient een geharmoniseerd belastingeffect te worden bewerkstelligd voor alle producten die tot eenzelfde groep tabaksfabricaten  en aan tabak verwante producten  behoren. De vaststelling van een totale minimumaccijns uitgedrukt als een percentage, dan wel als een bedrag per kilogram of per aantal stuks  , en als een bedrag per milliliter , is het meest geschikt voor de werking van de interne markt.

🡻 2011/64/EU overweging 15 (aangepast)

 nieuw

(21)Wat de prijzen en de accijnzen betreft, met name voor sigaretten, die veruit de belangrijkste  grootste  categorie van tabaksproducten zijn, en voor tabak van fijne snede bestemd voor het rollen van sigaretten, bestaan er nog altijd aanzienlijke verschillen tussen de lidstaten die de werking van de interne markt kunnen verstoren. Een zekere mate van convergentie van de door de lidstaten toegepaste belastingtarieven zou de fraude en de smokkel in de Unie helpen terugdringen.

🡻 2011/64/EU overweging 18 (aangepast)

(22)Wat tabak van fijne snede bestemd voor het rollen van sigaretten betreft, moet het ad-valoremminimum in de Unie zodanig worden opgezet dat het bereikte effect vergelijkbaar is met het bij sigaretten bereikte effect en moet hiertoe de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs als maatstaf worden genomen.

🡻 2011/64/EU overweging 19 (aangepast)

 nieuw

(23)De minima voor tabak van fijne snede bestemd voor het rollen van sigaretten en de minima voor sigaretten moeten nader tot elkaar worden gebracht, teneinde meer rekening te houden met de concurrentieverhouding die volgens de waargenomen consumptiepatronen tussen beide producten bestaat, en met het feit dat beide even schadelijk zijn.  Evenzo heeft de verhoging van de EU-minima voor sigaren, cigarillo’s en andere rooktabak tot doel de kloof met het tarief voor sigaretten te verkleinen teneinde een geleidelijke convergentie tussen producten tot stand te brengen en het risico op substitutie tussen producten tot een minimum te beperken  .

 nieuw

(24)Wat waterpijptabak betreft, moet het de lidstaten worden toegestaan een lager minimumbelastingniveau dan voor andere rooktabak vast te stellen, teneinde rekening te houden met de specifieke kenmerken van de markt voor waterpijptabak.

(25)Om de verscheidenheid in de huidige verschijningsvormen van verhitte tabak in aanmerking te nemen en op nieuwe verschijningsvormen te anticiperen, is de vaststelling van een totale minimumaccijns uitgedrukt als een percentage dan wel als een bedrag per kilogram of per aantal stuks, het meest geschikt voor de werking van de interne markt. De totale minimumaccijns moet dus worden uitgedrukt als een bedrag per kilogram of een bedrag voor een bepaald aantal stuks, afhankelijk van het soort verhitte tabaksproduct.

(26)Met het oog op neutrale mededingingsvoorwaarden in de tabakssector moeten ook minimumbelastingniveaus worden vastgesteld voor waterpijptabak, verhitte tabak, andere tabaksfabricaten en aan tabak verwante producten, die vanuit fiscaal oogpunt als surrogaat voor tabaksproducten kunnen worden beschouwd.

(27)Wat vloeistoffen voor elektronische sigaretten betreft, moet voor alle vloeistoffen een minimumbelastingniveau gelden, met een hoger tarief voor vloeistoffen met een nicotinegehalte van meer dan 15 mg/ml om rekening te houden met de verscheidenheid aan producten en belastingontwijking met “doe-het-zelf”-mengsels te voorkomen.

🡻 2011/64/EU overweging 9

 nieuw

(28)Wat de accijnzen betreft, moet de harmonisatie van de structuren in het bijzonder tot gevolg hebben dat de concurrentieverhoudingen tussen de verschillende categorieën tabaksfabricaten  en aan tabak verwante producten  die tot eenzelfde groep behoren, niet worden vervalst door de invloed van de belastingheffing en dat zodoende de openstelling van de nationale markten van de lidstaten wordt verwezenlijkt.

🡻 2011/64/EU overweging 21 (aangepast)

 nieuw

(29)Overgangsperioden  van vier jaar voor sigaren, cigarillo’s, waterpijptabak, verhitte tabak, andere rooktabak, andere tabaksfabricaten, nicotinezakjes en andere nicotineproducten, waarbij de accijns na twee jaar wordt verhoogd,  zouden  moeten worden vastgesteld om  de lidstaten in staat moeten  te  stellen zich soepel aan te passen aan de totale accijnstarieven en daardoor neveneffecten te vermijden.

 nieuw

(30)Om te voorkomen dat ruwe tabak wordt misbruikt voor illegale productie en zo belasting wordt ontdoken, moet op ruwe tabak accijns worden geheven. Er moet dus een definitie van ruwe tabak worden vastgesteld. De vaststelling van een minimumaccijnstarief van nul voor ruwe tabak is evenredig aan de doelstelling om belastingontduiking en -fraude aan te pakken en voorkomt dubbele belasting.

🡻 2011/64/EU overweging 10

 nieuw

(31)De eisen inzake de mededinging impliceren een regeling waarbij de prijzen voor alle groepen tabaksfabricaten  en aan tabak verwante producten  vrij tot stand worden gebracht.  Daarom moeten fabrikanten en hun vertegenwoordigers of gemachtigden in de Unie de maximumkleinhandelsprijs vrijelijk kunnen bepalen voor elk van de lidstaten waar de betrokken producten tot verbruik worden uitgeslagen

🡻 2011/64/EU overweging 23 (aangepast)

 nieuw

(32)Waar de meeste  Het dient de  lidstaten  te worden toegestaan  voor bepaalde tabaksfabricaten  en aan tabak verwante producten  naar gelang van het gebruik vrijstelling of belastingteruggaaf  te  verlenen, dienen in deze richtlijn de vrijstellingen of teruggaven voor bijzondere vormen van gebruik te worden vastgesteld.

 nieuw

(33)Om de werking van deze richtlijn te beoordelen, moet de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad regelmatig een verslag voorleggen over de toepassing van deze richtlijn, waarin met name de belastingniveaus worden onderzocht, rekening houdend met de goede werking van de interne markt, de volksgezondheid, de werkelijke waarde van de accijnstarieven en het verschil tussen de verschuldigde en de geïnde accijnzen.

(34)Ter wille van de juridische duidelijkheid en transparantie moet aan de Commissie de bevoegdheid worden verleend om overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie handelingen vast te stellen om de bij deze richtlijn vastgestelde minimumtarieven van de Unie te wijzigen in het licht van wijzigingen van het geharmoniseerde indexcijfer van de consumptieprijzen. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven 40 . Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangt de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(35)Om te garanderen dat de lidstaten volgens eenvormige voorwaarden uitvoering geven aan hun verplichting om informatie te verstrekken, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om een lijst vast te stellen van de door de lidstaten te verstrekken statistische gegevens die nodig zijn voor het verslag van de Commissie over de toepassing van deze richtlijn. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad 41 .

(36)Er moeten minimumniveaus voor nieuwe tabaks- en nicotineproducten worden vastgesteld met als doel de bestaande belastingverschillen te verkleinen, rekening houdend met de huidige en toekomstige marktontwikkelingen. De Commissie moet deze richtlijn herzien in het licht van de toekomstige herziening van Richtlijn 2014/40/EU (tabaksproductenrichtlijn) en moet overwegen om de belastingniveaus voor de verschillende productcategorieën gelijk te schakelen door de minimumbelastingniveaus voor verhitte tabak en aan tabak verwante producten als bedoeld in artikel 20, lid 2, punt f), en artikel 22 dienovereenkomstig te verhogen.

(37)De verplichting tot omzetting van deze richtlijn in intern recht dient te worden beperkt tot de bepalingen die ten opzichte van de vorige richtlijnen materieel zijn gewijzigd. De verplichting tot omzetting van de ongewijzigde bepalingen vloeit voort uit de vorige richtlijnen.

🡻 2011/64/EU overweging 24

Er dient te worden voorzien in een procedure om op gezette tijden de bij deze richtlijn bepaalde tarieven of bedragen te bezien aan de hand van een verslag van de Commissie waarin rekening is gehouden met alle relevante factoren.

🡻 2011/64/EU overweging 25 (aangepast)

(38)Deze richtlijn dient de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage I, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in  intern  nationaal recht en toepassing  de toepassingsdata  van de aldaar genoemde richtlijnen  genoemd in deel B van bijlage I bij Richtlijn 2011/64/EU  onverlet te laten,

🡻 2011/64/EU

 nieuw

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

HOOFDSTUK 1

ONDERWERP

Artikel 1

1.    In deze richtlijn worden algemene beginselen vastgesteld voor de harmonisatie van de structuur en de tarieven van de accijns welke die de lidstaten op  ruwe tabak,  tabaksfabricaten  en aan tabak verwante producten  heffen.

 nieuw

2.    Deze richtlijn is niet van toepassing op tabak voor oraal gebruik die overeenkomstig artikel 151 van de Akte van Toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden in een lidstaat in de handel wordt gebracht.

🡻 2011/64/EU (aangepast)

HOOFDSTUK 2

DEFINITIES

Artikel 2

1.    Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder tabaksfabricaten:

a)sigaretten;

b)sigaren;:

c)en cigarillo’s;

dc)rooktabak:

i)tabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten;

ii)andere soorten rooktabak;.

 nieuw

e)waterpijptabak;

f)verhitte tabak;

g)andere tabaksfabricaten.

2.Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder “aan tabak verwante producten”:

a)vloeistoffen voor elektronische sigaretten;

b)nicotinezakjes;

c)andere nicotineproducten.

3.Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder “ruwe tabak” elke vorm van geoogste tabak die uitgehard of gedroogd is en die geen tabaksfabricaat als omschreven in de artikelen 3 tot en met 8 is.

4.Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder “nicotine” alle vormen van nicotine, met inbegrip van synthetische nicotine en analoge stoffen.

🡻 2011/64/EU (aangepast)

 nieuw

2.    Met sigaretten en rooktabak worden gelijkgesteld, de producten die geheel of gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak bestaan, maar die aan de overige criteria van artikel 3, respectievelijk artikel 5, lid 1, voldoen.

4. In afwijking van de eerste alinea worden Pproducten die geen tabak bevatten, worden niet als tabaksfabricaten  of aan tabak verwante producten  beschouwd wanneer zij uitsluitend voor medische doeleinden dienen.

53.    Onverminderd  Niettegenstaande  de reeds vastgestelde bepalingen van de Unie, doen de in lid 2 van dit artikel en de artikelen 3, 4 en 5  tot en met 11  bedoelde definities geen afbreuk aan de vaststelling van de systemen noch aan die van de hoogte van belasting die van toepassing zijn op de verschillende in deze artikelen genoemde groepen producten.

Artikel 3

1.    Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder sigaretten:

a)tabaksrolletjes die geschikt zijn om als zodanig te worden gerookt en die geen sigaren of cigarillo’s zijn in de zin van artikel 4, lid 1;

b)tabaksrolletjes die door middel van een eenvoudige niet-industriële handeling in een huls van sigarettenpapier worden geschoven;

c)tabaksrolletjes die door middel van een eenvoudige niet-industriële handeling met sigarettenpapier worden omhuld.

2.    Een tabaksrolletje als bedoeld in lid 1 wordt voor de toepassing van de accijns als twee sigaretten beschouwd wanneer het, zonder filter of mondstuk, meer dan 8 cm doch niet meer dan 11 cm lang is, en als drie sigaretten wanneer het, zonder filter of mondstuk, meer dan 11 cm doch niet meer dan 14 cm lang is enzovoort.

 3.    Producten die geheel of gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak bestaan, maar anderszins onder de in lid 1 vastgestelde definitie vallen, worden aangemerkt als sigaretten.  

Artikel 4

1.    Voor de toepassing van deze richtlijn worden de volgende producten als sigaren of cigarillo’s beschouwd, indien zij geschikt zijn om en, gelet op hun kenmerken en de normale verwachtingen van de consument, uitsluitend bestemd zijn om als zodanig te worden gerookt:

a)tabaksrolletjes met een dekblad van natuurtabak  dat het product volledig omhult, in voorkomend geval met inbegrip van het filter, maar zonder verdere wikkel die het dekblad gedeeltelijk omhult; wat sigaren met mondstuk betreft, mag het dekblad het mondstuk niet bedekken ;

b)tabaksrolletjes bestaande uit een gebroken melange, met een dekblad van gereconstitueerde tabak dat de normale kleur heeft van een sigaar en het product volledig omhult, in voorkomend geval met inbegrip van het filter, doch zonder het mondstuk (voor sigaren met mondstuk), en waarvan het gewicht per stuk, zonder filter of mondstuk, niet minder dan 2,3 g en niet meer dan 10 g bedraagt en de omtrek over ten minste een derde van de lengte 34 mm of meer bedraagt.

 nieuw

2.    Cigarillo’s zijn sigaren die per stuk niet meer dan 3 gram wegen.

🡻 2011/64/EU (aangepast)

2. In afwijking van lid 1 mogen Duitsland en Hongarije de volgende alinea blijven toepassen tot en met 31 december 2014.

Als sigaren of cigarillo’s worden beschouwd de volgende producten, indien zij geschikt zijn om als zodanig te worden gerookt:

a)volledig uit natuurtabak bestaande tabaksrolletjes;

b)tabaksrolletjes met een dekblad van natuurtabak;

c)tabaksrolletjes bestaande uit een gebroken melange, met een dekblad dat de normale kleur heeft van een sigaar en dat het product volledig omhult, in voorkomend geval met inbegrip van het filter, doch zonder het mondstuk (voor sigaren met mondstuk) en een omblad, beide van gereconstitueerde tabak, waarvan het gewicht per stuk, zonder filter of mondstuk, niet minder dan 1,2 g bedraagt en het dekblad schuin gewikkeld is volgens een lijn die met de lengteas van het rolletje een scherpe hoek van ten minste 30o maakt;

d)tabaksrolletjes bestaande uit een gebroken melange, met een dekblad dat de normale kleur heeft van een sigaar, van gereconstitueerde tabak, dat het product volledig omhult, in voorkomend geval met inbegrip van het filter, doch zonder het mondstuk (voor sigaren met mondstuk) en waarvan het gewicht per stuk, zonder filter of mondstuk, niet minder dan 2,3 g bedraagt en de omtrek over ten minste een derde van de lengte 34 mm of meer bedraagt.

3.    Met sigaren en cigarillo’s worden gelijkgesteld pProducten die gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak bestaan, maar die aan de overige criteria van lid 1  anderszins onder de in lid 1 vastgestelde definitie vallen,  voldoen  worden aangemerkt als sigaren of cigarillo’s .

Artikel 5

1.    Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder rooktabak:

a)gesneden of op andere wijze versnipperde, gesponnen of tot flakes geperste tabak die geschikt is om zonder verdere industriële verwerking te worden gerookt;

b)tabaksafval, verpakt voor verkoop aan de consument, dat niet onder artikel 3 en artikel 4, lid 1, valt en dat geschikt is om te worden gerookt. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder tabaksafval verstaan de resten van tabaksbladeren en bijproducten die uit de verwerking van tabak of de vervaardiging van tabaksproducten ontstaan.

2.    Als tabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten wordt beschouwd, rooktabak die voor meer dan 25 gewichtsprocenten tabaksdeeltjes met een snijbreedte van minder dan 1,5 mm bevat.

Voorts mogen de lidstaten als tabak van fijne snede voor het rollen van sigaretten beschouwen, rooktabak die voor meer dan 25 gewichtsprocenten tabaksdeeltjes met een snijbreedte van meer dan 1,5 mm of meer bevat en die verkocht is of bestemd is om te worden verkocht voor het rollen van sigaretten.

 3.    Producten die geheel of gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak bestaan, maar anderszins onder de in lid 1 vastgestelde definitie vallen, worden aangemerkt als rooktabak. 

 nieuw

Artikel 6

1.    Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder “waterpijptabak” tabak die in een waterpijp kan worden gebruikt om emissies te produceren die door een vloeistof worden geleid voordat ze door de gebruikers worden geïnhaleerd.

2.    Producten die geheel of gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak bestaan, maar anderszins onder de in lid 1 vastgestelde definitie vallen, worden aangemerkt als waterpijptabak.

3.    Producten die zowel onder de definitie van de leden 1 en 2 van dit artikel als die van artikel 5 vallen en zowel met een waterpijp als waterpijptabak alsook als rooktabak kunnen worden gebruikt, worden aangemerkt als rooktabak.

4.    Producten die zowel onder de definitie van de leden 1 en 2 van dit artikel als die van artikel 7 vallen en zowel met een waterpijp als waterpijptabak alsook als verhitte tabak kunnen worden gebruikt, worden aangemerkt als verhitte tabak.

Artikel 7

1.    Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder “verhitte tabak” tabak die wordt verhit of anderszins door een chemische reactie of op andere wijze wordt geactiveerd om een emissie te produceren die nicotine of andere chemische stoffen bevat en bestemd is om door de gebruikers te worden geïnhaleerd, anders dan via een waterpijp als bedoeld in artikel 6, lid 1.

2.    Producten die geheel of gedeeltelijk uit andere stoffen dan tabak bestaan, maar anderszins onder de in lid 1 vastgestelde definitie vallen, met uitzondering van vloeistoffen voor elektronische sigaretten als omschreven in artikel 9, lid 1, worden aangemerkt als verhitte tabak.

3.    Producten die zowel onder de definitie van lid 1 van dit artikel als die van artikel 3 vallen, worden aangemerkt als sigaretten.

4.    Producten die zowel onder de definitie van lid 1 van dit artikel als die van artikel 4 vallen, worden aangemerkt als sigaren of cigarillo’s.

5.    Producten die zowel onder de definitie van lid 1 van dit artikel als die van artikel 5 vallen, worden aangemerkt als rooktabak.

Artikel 8

1.    Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder “andere tabaksfabricaten” tabakhoudende producten die bereid zijn en voor menselijke consumptie bestemd zijn, met uitzondering van sigaretten, sigaren, cigarillo’s, rooktabak, waterpijptabak en verhitte tabak.

2.    Een tabakhoudend product wordt geacht te zijn bereid en voor menselijke consumptie te zijn bestemd indien het door een eenvoudige, niet-industriële handeling nicotine voor opname in het menselijk lichaam kan afgeven of die opname kan vergemakkelijken.

Artikel 9

1.    Voor de toepassing van deze richtlijn wordt onder “vloeistoffen voor elektronische sigaretten” verstaan:

a)nicotinehoudende vloeistoffen die in elektronische sigaretten of soortgelijke verdampingsapparaten kunnen worden gebruikt dan wel als navulling van elektronische sigaretten kunnen dienen;

b)niet-nicotinehoudende vloeistoffen die bestemd zijn om in elektronische sigaretten of soortgelijke verdampingsapparaten te worden gebruikt dan wel als navulling van elektronische sigaretten te dienen.

2.    Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder “elektronische sigaret” een product dat kan worden gebruikt voor de consumptie van damp via een mondstuk, of een onderdeel van dat product, waaronder een patroon, een reservoir en een apparaat zonder patroon of reservoir, en dat bestemd is om te worden weggeworpen of middels een navulverpakking of een reservoir navulbaar is, of herlaadbaar is met een patroon voor eenmalig gebruik.

Artikel 10

1.    Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder “nicotinezakjes” nicotinehoudende producten bestemd voor orale opname, die met plantaardige vezels of een vergelijkbaar substraat gemengd zijn, in portiezakjes of poreuze builtjes of in een vergelijkbare vorm worden aangeboden en geen tabak bevatten.

2.    Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder “andere nicotineproducten” voor menselijke consumptie bestemde producten die nicotine maar geen tabak bevatten en die voor de opname van nicotine in het menselijk lichaam kunnen worden gebruikt, niet zijnde nicotinezakjes als omschreven in lid 1 van dit artikel noch vloeistoffen voor elektronische sigaretten als omschreven in artikel 9, lid 1.

🡻 2011/64/EU

 nieuw

Artikel 116

Als fabrikant wordt beschouwd, de in de Unie gevestigde natuurlijke persoon of rechtspersoon die tabak verwerkt tot voor verkoop in de kleinhandel gerede producten  een product vervaardigt, laat ontwerpen of laat vervaardigen, en onder zijn naam of handelsmerk in de handel brengt  .

 nieuw

HOOFDSTUK 3

BEREKENING VAN DE ACCIJNS OP TABAKSFABRICATEN EN AAN TABAK VERWANTE PRODUCTEN

Artikel 12

1.    Elke lidstaat ziet erop toe dat de cumulatieve waarde van het specifieke recht of de ad-valoremaccijns of beide, exclusief btw (“de totale accijns”) op tabaksfabricaten en aan tabak verwante producten voldoet aan de minimumbelastingniveaus die zijn vastgesteld in artikel 16, artikel 20, lid 2, en artikel 22, lid 2. De in de lidstaten toepasselijke minimumbelastingniveaus voor tabaksfabricaten en aan tabak verwante producten als bepaald in artikel 16, artikel 20, lid 2, en artikel 22, leden 2, 3 en 4, worden om de drie jaar aangepast overeenkomstig de leden 2 en 3 van dit artikel.

2.    Het Unietarief dat wordt gebruikt om het minimumbelastingniveau van een product als bedoeld in artikel 16, artikel 20, lid 2, en artikel 22, lid 2, te bepalen, wordt aangepast door het basisbedrag in euro’s te verhogen of te verlagen met de procentuele verandering, over de voorgaande drie kalenderjaren, van de gemiddelde waarde op jaarbasis van het geharmoniseerde indexcijfer van de consumptieprijzen voor de Unie voor alle goederen en diensten, zoals gepubliceerd door Eurostat.

3.    Het gedeelte van het minimumtarief, uitgedrukt als een bedrag per kilogram, per milliliter of per aantal stuks dat in een lidstaat van toepassing is, is de optelsom van een derde van het Unietarief voor de overeenkomstige categorie vermenigvuldigd met de prijsniveau-index gedeeld door honderd, en twee derde van het Unietarief voor de overeenkomstige categorie. De prijsniveau-index is het door Eurostat gepubliceerde indexcijfer dat het prijsniveau van een bepaalde lidstaat voor de werkelijke individuele consumptie weergeeft ten opzichte van het gewogen gemiddelde van de Unie. De lidstaten gebruiken de prijsniveau-index van het jaar voorafgaand aan het jaar van de aanpassing.

4.    Vanaf 1 januari 2031 ziet elke lidstaat erop toe dat de totale accijns op tabaksfabricaten en aan tabak verwante producten voldoet aan de minimumbelastingniveaus die zijn vastgesteld in artikel 16, artikel 20, lid 2, en artikel 22, lid 2, en zijn aangepast overeenkomstig de leden 2 en 3 van dit artikel, vanaf de eerste dag van het jaar dat volgt op het jaar waarin de aanpassing plaatsvindt.

5.    De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 31 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de in artikel 16, artikel 20, lid 2, en artikel 22, lid 2, vastgestelde minimumtarieven van de Unie zodanig te wijzigen dat de overeenkomstig lid 2 van dit artikel aangebrachte aanpassing in het tarief tot uiting komt.

6.    De leden 1 tot en met 5 van dit artikel zijn niet van toepassing op de overgangsperioden die zijn vastgesteld in artikel 20, leden 4 en 5, en artikel 22, leden 3 en 4.

🡻 2011/64/EU (aangepast)

 nieuw

HOOFDSTUK 43

BEPALINGEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP SIGARETTEN

Artikel 137

1.    Op in de Unie vervaardigde en op uit derde landen ingevoerde sigaretten wordt een ad-valoremaccijns geheven die berekend is over de maximumkleinhandelsprijs, met inbegrip van de douanerechten, alsmede een specifieke accijns welke berekend wordt per eenheid product.

In afwijking van de eerste alinea kan elke lidstaat  De lidstaten kunnen  de douanerechten uitsluiten van de berekeningsgrondslag voor de ad-valoremaccijns op sigaretten.

2.    Het heffingspercentage van de ad-valoremaccijns en het bedrag van de specifieke accijns  zijn  moeten voor alle sigaretten dezelfde zijn.

3.    In het definitieve stadium van de harmonisatie van de structuren wordt in alle lidstaten voor sigaretten dezelfde verhouding tussen de specifieke accijns en de som van de ad-valoremaccijns en de omzetbelasting tot stand gebracht, zodat de kleinhandelsprijzen een juiste afspiegeling vormen van het verschil in de verkoopprijzen der fabrikanten.

4.    Zo nodig kan voor de accijns op sigaretten een minimumaccijnsbedrag worden vastgesteld, op voorwaarde dat de gemengde belastingstructuur en de bandbreedte voor het specifieke deel van de accijns overeenkomstig  als bedoeld in  artikel 148 strikt worden geëerbiedigd.

Artikel 148

1.    Het percentage van het specifieke deel van de accijns op sigaretten ten opzichte van de totale belastingdruk wordt vastgesteld op basis van de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs.

2.    De gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs is gelijk aan de op basis van de kleinhandelsprijs inclusief alle belastingen berekende totale waarde van alle tot verbruik uitgeslagen sigaretten, gedeeld door de totale hoeveelheid tot verbruik uitgeslagen sigaretten. Deze prijs wordt uiterlijk op 1 maart van elk jaar bepaald op basis van de gegevens in verband met alle tot verbruik uitgeslagen hoeveelheden van het voorgaande kalenderjaar.

3.    Tot en met 31 december 2013 mag het specifieke deel van de accijns niet lager zijn dan 5 % noch hoger dan 76,5 % van de totale belastingdruk die resulteert uit de samenstelling van:

a)de specifieke accijns;

b)de ad-valoremaccijns en de belasting op de toegevoegde waarde (btw) die worden geheven op de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs.

34.    Vanaf 1 januari 2014 mag het Het specifieke deel van de accijns op sigaretten mag niet lager zijn dan 7,5 % noch hoger dan 76,5 % van de totale belastingdruk die resulteert uit de samenstelling van:

a)de specifieke accijns;

b)de ad-valoremaccijns en de btw die worden geheven op de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs.

45.    Wanneer de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs van sigaretten in een lidstaat verandert en het specifieke deel van de accijns, uitgedrukt als percentage van de totale belastingdruk, hierdoor minder dan 5 % of 7,5 %, al naargelang het geval, dan wel meer dan 76,5 % van de totale belastingdruk gaat bedragen, mag de betrokken lidstaat, in afwijking van de leden 3 en 4, wachten met het aanpassen van het bedrag van de specifieke accijns tot uiterlijk 1 januari van het tweede jaar volgende op dat waarin de verandering zich heeft voorgedaan.

56.    Onverminderd  Met inachtneming van  de leden 3, 34 en 45 van dit artikel en artikel 137, lid 1, tweede alinea, kunnen de lidstaten een minimumaccijns op sigaretten heffen.

Artikel 159

1.    De lidstaten passen op sigaretten minimumverbruiksbelastingen  op sigaretten  toe volgens de in dit hoofdstuk de artikelen 13 tot en met 18 vervatte bepalingen.

2.    Lid 1 is van toepassing op de overeenkomstig dit hoofdstuk de artikelen 13 tot en met 18 op sigaretten geheven belastingen, bestaande uit:

a)een specifieke accijns per eenheid product,

b)een over de maximumkleinhandelsprijs berekende ad-valoremaccijns,

c)een aan de kleinhandelsprijs evenredige btw.

Artikel 1610

1.    De totale accijns (specifiek recht en ad-valoremaccijns exclusief btw) op sigaretten bedraagt ten minste  63  57 % van de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs van de tot verbruik uitgeslagen sigaretten. Ongeacht de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs bedraagt die accijns niet minder dan  het Unietarief van   215  64 EUR per 1 000 sigaretten  , aangepast overeenkomstig artikel 12 .

Lidstaten die een accijns heffen van ten minste  het Unietarief van   274  101EUR per 1 000 sigaretten , aangepast overeenkomstig artikel 12 en  op basis van de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs behoeven niet te voldoen aan het in de eerste alinea  van dit artikel  bedoelde minimum van 57 %  vereiste van een totale accijns van 63 % van de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs van de tot verbruik uitgeslagen sigaretten .

2.    Met ingang van 1 januari 2014 bedraagt de totale accijns ten minste 60 % van de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs van tot verbruik uitgeslagen sigaretten. Ongeacht de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs bedraagt die accijns niet minder dan 90 EUR per 1000 sigaretten.

Lidstaten die een accijns heffen van ten minste 115 EUR per 1000 sigaretten op basis van de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs behoeven niet te voldoen aan het in de eerste alinea bedoelde minimum van 60 %.

Aan Bulgarije, Estland, Griekenland, Letland, Litouwen, Hongarije, Polen en Roemenië wordt een overgangsperiode tot en met 31 december 2017 toegestaan om te voldoen aan de voorschriften van de eerste en tweede alinea.

3.    De lidstaten verhogen geleidelijk de accijns om op de in lid 2 genoemde data aan de in dat lid bedoelde minima te voldoen.

Artikel 1711

1.    Wanneer de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs van sigaretten in een lidstaat verandert, waardoor de totale accijns onder het in de eerste zin van lid 1 en in de eerste zin van lid 2 van artikel 1610, lid 1, eerste zin, bepaalde minimum daalt, kan de betrokken lidstaat wachten met het aanpassen van de accijns tot uiterlijk 1 januari van het tweede jaar volgende op het jaar waarin de verandering zich heeft voorgedaan.

2.    Indien een lidstaat het btw-tarief voor sigaretten verhoogt, kan de totale accijns worden verlaagd met een bedrag dat, uitgedrukt als percentage van de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs, gelijk is aan de verhoging van het btw-tarief, eveneens uitgedrukt als percentage van de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs, zelfs indien een dergelijke aanpassing tot gevolg heeft dat de totale accijns daalt onder het in de eerste zin van lid 1 en in de eerste zin van lid 2 van artikel 1610 , lid 1, eerste zin, bepaalde minimum, uitgedrukt als percentage van de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs.

De lidstaat verhoogt die accijns evenwel opnieuw tot die minima uiterlijk op 1 januari van het tweede jaar volgende op het jaar waarin de accijns werd verlaagd.

Artikel 1812

1.    Portugal mag op in de ultraperifere gebieden van de Azoren en Madeira verbruikte sigaretten die worden vervaardigd door kleine producenten met een jaarlijkse productie van ten hoogste 500 t elk, een verlaagd tarief toepassen dat ten hoogste 50 % lager mag zijn dan het in artikel 1610 bepaalde tarief.

2.    In afwijking van artikel 10 kan Frankrijk van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2015 een lager accijnstarief blijven toepassen op sigaretten die in de departementen van Corsica tot verbruik worden uitgeslagen voor een jaarlijks quotum van maximaal 1200 t. Dit verlaagde tarief wordt als volgt vastgesteld:

a)tot en met 31 december 2012: ten minste 44 % van de prijs voor sigaretten uit de in die departementen meest gevraagde prijsklasse;

b)vanaf 1 januari 2013: ten minste 50 % van de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs van tot verbruik uitgeslagen sigaretten. Ongeacht de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs bedraagt die accijns niet minder dan 88 EUR per 1000 sigaretten;

c)vanaf 1 januari 2015: ten minste 57 % van de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs van tot verbruik uitgeslagen sigaretten. Ongeacht de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs bedraagt die accijns niet minder dan 90 EUR per 1000 sigaretten.

HOOFDSTUK 54

BEPALINGEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP ANDERE TABAKSFABRICATEN DAN SIGARETTEN

Artikel 1913

In iedere lidstaat wordt op de volgende groepen in de Unie vervaardigde of uit derde landen ingevoerde tabaksfabricaten een minimumaccijns geheven als bepaald in artikel 2014:

a)sigaren;

b)en cigarillo’s;,

cb)tabak van fijne snede, bestemd voor het rollen van sigaretten;

dc)andere rooktabak;.

 nieuw

e)waterpijptabak;

f)verhitte tabak;

g)andere tabaksfabricaten.

🡻 2011/64/EU (aangepast)

 nieuw

Artikel 2014

1.    De lidstaten passen een accijns  op andere tabaksfabricaten dan sigaretten  toe en kunnen daarbij kiezen uit:

a)een ad-valoremaccijns, berekend over de vrij door de in de Unie gevestigde fabrikanten of de importeurs van fabricaten uit derde landen vastgestelde maximumkleinhandelsprijs van elk product, overeenkomstig artikel 2515; of

b)een specifieke  recht  accijns, uitgedrukt als bedrag per kilogram of eventueel per aantal stuks voor sigaren, en cigarillo’s  en verhitte tabak ; of

c)een combinatie van een ad-valorem- en een specifiek deel.

De lidstaten mogen een minimumaccijnsbedrag vaststellen voor de gevallen waarin wanneer de accijns ad valorem of gemengd is.

2.    De totale accijns (specifiek recht en/of ad-valoremaccijns exclusief btw), uitgedrukt als percentage of als een bedrag per kilogram of per aantallen stuks, moet ten minste gelijk zijn aan de minimumtarieven of -bedragen:

a)

voor sigaren of cigarillo’s

:

5  40  % van de kleinhandelsprijs, inclusief alle belastingen, of  het Unietarief van  12  143  EUR per 1 000 stuks of per kilogram  , aangepast overeenkomstig artikel 12 ;

b) 

 cigarillo’s 

:

 40 %   van de kleinhandelsprijs, inclusief alle belastingen, of het Unietarief van   143   EUR per 1 000 stuks of per kilogram   , aangepast overeenkomstig artikel 12 ;

cb)

voor tabak van fijne snede bestemd voor het rollen van sigaretten

:

40  62  % van de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs van tot verbruik uitgeslagen tabak van fijne snede bestemd voor het rollen van sigaretten, of  het Unietarief van  40  215  EUR per kilogram  , aangepast overeenkomstig artikel 12 ;

dc)

voor andere rooktabak

:

20  50  % van de kleinhandelsprijs, inclusief alle belastingen, of  het Unietarief van  22  143  EUR per kilogram , aangepast overeenkomstig artikel 12 ;.

 e) 

 waterpijptabak 

 : 

 50 % van de kleinhandelsprijs, inclusief alle belastingen, of het Unietarief van 107 EUR per kilogram, aangepast overeenkomstig artikel 12; 

 f) 

 verhitte tabak 

 : 

 55 % van de kleinhandelsprijs, inclusief alle belastingen, of het Unietarief van 108 EUR per 1 000 stuks, aangepast overeenkomstig artikel 12; 55 % van de kleinhandelsprijs, inclusief alle belastingen, of het Unietarief van 155 EUR per kilogram, aangepast overeenkomstig artikel 12; 

 g) 

 andere tabaksfabricaten 

 : 

 50 % van de kleinhandelsprijs, inclusief alle belastingen, of het Unietarief van 143 EUR per kilogram, aangepast overeenkomstig artikel 12. 

Met ingang van 1 januari 2013 bedraagt de totale accijns op rooktabak van fijne snede bestemd voor het rollen van sigaretten ten minste 43 % van de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs van tot verbruik uitgeslagen rooktabak van fijne snede bestemd voor het rollen van sigaretten, of ten minste 47 EUR per kilogram.

Met ingang van 1 januari 2015 bedraagt de totale accijns op rooktabak van fijne snede bestemd voor het rollen van sigaretten ten minste 46 % van de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs van tot verbruik uitgeslagen rooktabak van fijne snede bestemd voor het rollen van sigaretten, of ten minste 54 EUR per kilogram.

Met ingang van 1 januari 2018 bedraagt de totale accijns op rooktabak van fijne snede bestemd voor het rollen van sigaretten ten minste 48 % van de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs van tot verbruik uitgeslagen rooktabak van fijne snede bestemd voor het rollen van sigaretten, of ten minste 60 EUR per kilogram.

Met ingang van 1 januari 2020 bedraagt de totale accijns op rooktabak van fijne snede bestemd voor het rollen van sigaretten ten minste 50 % van de gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs van tot verbruik uitgeslagen rooktabak van fijne snede bestemd voor het rollen van sigaretten, of ten minste 60 EUR per kilogram.

De gewogen gemiddelde kleinhandelsprijs is gelijk aan de op basis van de kleinhandelsprijs inclusief alle belastingen berekende totale waarde van de tot verbruik uitgeslagen rooktabak van fijne snede bestemd voor het rollen van sigaretten, gedeeld door de totale hoeveelheid tot verbruik uitgeslagen rooktabak van fijne snede bestemd voor het rollen van sigaretten. Deze prijs wordt uiterlijk op 1 maart van elk jaar bepaald op basis van de gegevens in verband met alle tot verbruik uitgeslagen hoeveelheden van het voorgaande kalenderjaar.

3.    De in de leden 1 en 2 bepaalde tarieven of bedragen  zijn van toepassing op  gelden voor alle producten van de betrokken groep tabaksfabricaten, zonder onderscheid binnen de groep naar kwaliteit, presentatie, oorsprong van de producten, gebruikte grondstoffen, kenmerken van de ondernemingen of enig ander criterium.

 nieuw

4.    In afwijking van lid 2 zien de lidstaten erop toe dat van 1 januari 2028 tot en met 31 december 2029 de accijnstarieven voor sigaren en cigarillo’s ten minste 12 EUR per 1 000 stuks of per kilogram dan wel 5 % van de kleinhandelsprijs, inclusief alle belastingen, bedragen, voor andere rooktabak en waterpijptabak ten minste 22 EUR per kilogram dan wel 20 % van de kleinhandelsprijs, inclusief alle belastingen, voor verhitte tabak ten minste 88 EUR per 1 000 stuks of 125 EUR per kilogram dan wel 45 % van de kleinhandelsprijs, inclusief alle belastingen, en voor andere tabaksfabricaten ten minste 0 EUR per kilogram dan wel 0 % van de kleinhandelsprijs, inclusief alle belastingen.

5.    In afwijking van lid 2 zien de lidstaten erop toe dat van 1 januari 2030 tot en met 31 december 2031 de accijnstarieven voor sigaren en cigarillo’s ten minste 71,5 EUR per 1 000 stuks of per kilogram dan wel 20 % van de kleinhandelsprijs, inclusief alle belastingen, bedragen, voor andere rooktabak ten minste 71,5 EUR per kilogram dan wel 25 % van de kleinhandelsprijs, inclusief alle belastingen, voor waterpijptabak ten minste 54 EUR per kilogram dan wel 25 % van de kleinhandelsprijs, inclusief alle belastingen, voor verhitte tabak ten minste 98 EUR per 1 000 stuks of 140 EUR per kilogram dan wel 50 % van de kleinhandelsprijs, inclusief alle belastingen, en voor andere tabaksfabricaten ten minste 71,5 EUR per kilogram dan wel 25 % van de kleinhandelsprijs, inclusief alle belastingen.

🡻 2011/64/EU (aangepast)

4. In afwijking van de leden 1 en 2 kan Frankrijk van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2015 een lager accijnstarief dan het nationale accijnstarief blijven toepassen op andere tabaksfabrikaten dan sigaretten die in de departementen van Corsica tot verbruik worden uitgeslagen. Dit verlaagde tarief wordt als volgt vastgesteld:

a)

sigaren en cigarillo’s

:

ten minste 10 % van de kleinhandelsprijs inclusief alle belastingen;

b)

tabak van fijne snede, bestemd voor het rollen van sigaretten

:

i)tot en met 31 december 2012: ten minste 27 % van de kleinhandelsprijs inclusief alle belastingen;

ii)vanaf 1 januari 2013: ten minste 30 % van de kleinhandelsprijs inclusief alle belastingen;

iii)vanaf 1 januari 2015: ten minste 35 % van de kleinhandelsprijs inclusief alle belastingen;

c)

andere soorten rooktabak

:

ten minste 22 % van de kleinhandelsprijs inclusief alle belastingen.

 nieuw

HOOFDSTUK 6

BEPALINGEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP AAN TABAK VERWANTE PRODUCTEN

Artikel 21

In iedere lidstaat wordt op de volgende groepen aan tabak verwante producten die in de Unie zijn vervaardigd of uit derde landen zijn ingevoerd, een minimumaccijns overeenkomstig artikel 22 geheven:

a)vloeistoffen voor elektronische sigaretten;

b)nicotinezakjes;

c)andere nicotineproducten.

Artikel 22

1.    De lidstaten passen een accijns op aan tabak verwante producten toe en kunnen daarbij kiezen uit:

a)een ad-valoremaccijns, berekend over de vrij door de in de Unie gevestigde fabrikanten of de importeurs van fabricaten uit derde landen vastgestelde maximumkleinhandelsprijs van elk product, overeenkomstig artikel 25;

b)een specifiek recht, uitgedrukt als een bedrag per kilogram;

c)een combinatie van een ad-valorem- en een specifiek deel.

De lidstaten mogen een minimumaccijnsbedrag vaststellen wanneer de accijns ad valorem of gemengd is.

2.    De totale accijns voor vloeistoffen voor elektronische sigaretten, uitgedrukt als een percentage of als een bedrag per milliliter, is ten minste gelijk aan de tarieven of minimumbedragen voor:

a)vloeistoffen die 0 mg nicotine per milliliter tot maximaal 15 mg nicotine per milliliter bevatten: 20 % van de kleinhandelsprijs, inclusief alle belastingen, of het Unietarief van 0,12 EUR per milliliter, aangepast overeenkomstig artikel 12;

b)vloeistoffen die meer dan 15 mg nicotine per milliliter bevatten: 40 % van de kleinhandelsprijs, inclusief alle belastingen, of het Unietarief van 0,36 EUR per milliliter, aangepast overeenkomstig artikel 12.

3.    Aan de lidstaten wordt een overgangsperiode tot en met 31 december 2031 toegestaan om de in lid 4 van dit artikel vastgestelde tarieven of minimumbedragen te bereiken.

Met ingang van 1 januari 2030 is de totale accijns, uitgedrukt als een percentage of als een bedrag per kilogram, ten minste gelijk aan de tarieven of minimumbedragen voor:

a)nicotinezakjes: 25 % van de kleinhandelsprijs, inclusief alle belastingen, of het Unietarief van 71,5 EUR per kilogram;

b)andere nicotineproducten: 25 % van de kleinhandelsprijs, inclusief alle belastingen.

4.    Met ingang van 1 januari 2032 zorgen de in lid 3, eerste zin, van dit artikel bedoelde lidstaten ervoor dat de totale accijns, uitgedrukt als een percentage of als een bedrag per kilogram, ten minste gelijk is aan de tarieven of minimumbedragen voor:

a)nicotinezakjes: 50 % van de kleinhandelsprijs, inclusief alle belastingen, of het Unietarief van 143 EUR per kilogram, aangepast overeenkomstig artikel 12;

b)andere nicotineproducten: 50 % van de kleinhandelsprijs, inclusief alle belastingen.

5. De in de leden 1 tot en met 4 bepaalde tarieven of bedragen zijn van toepassing op alle producten van de betrokken groep aan tabak verwante producten, zonder onderscheid binnen de groep naar kwaliteit, presentatie, oorsprong van de producten, gebruikte grondstoffen, kenmerken van de ondernemingen of enig ander criterium.

HOOFDSTUK 7

BEPALINGEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP RUWE TABAK

Artikel 23

In iedere lidstaat wordt op in de Unie geteelde en uit derde landen ingevoerde ruwe tabak een minimumaccijns geheven van 0 EUR per kilogram.

🡻 2011/64/EU (aangepast)

 nieuw

HOOFDSTUK 85

VASTSTELLING VAN DE MAXIMUMKLEINHANDELSPRIJS VAN TABAKSFABRICATEN  EN AAN TABAK VERWANTE PRODUCTEN , HEFFING VAN DE ACCIJNS, VRIJSTELLINGEN EN TERUGGAVEN

Artikel 2415

1.    De fabrikanten of, in voorkomend geval, hun vertegenwoordigers of gemachtigden in de Unie, alsmede de importeurs van fabrikaten  tabaksfabricaten en aan tabak verwante producten  uit derde landen stellen vrijelijk de maximumkleinhandelsprijs vast van elk van hun producten voor iedere lidstaat waar deze tot verbruik worden uitgeslagen.

De bepaling van de eerste alinea mag echter geen beletsel vormen voor de toepassing van de wettelijke regelingen van de lidstaten inzake prijzencontrole of de inachtneming van de vastgestelde prijzen, voor zover deze verenigbaar zijn met de voorschriften van de Unie.

2.    Ter vereenvoudiging van de accijnsheffing kunnen de lidstaten voor elke groep  tabaksfabricaten  tabaksfabrikanten  en aan tabak verwante producten  een schaal voor de kleinhandelsprijzen vaststellen, mits die schaal voldoende uitgebreid en gedifferentieerd is om de verscheidenheid van de producten uit de Unie metterdaad te dekken.

Elke schaal geldt voor alle producten van de groep tabaksfabricaten  en aan tabak verwante producten  waarop zij betrekking heeft, zonder onderscheid naar kwaliteit, presentatie, oorsprong van de producten of van de gebruikte grondstoffen, kenmerken van de ondernemingen of enig ander criterium.

HOOFDSTUK 95

HEFFING VAN DE ACCIJNS, VRIJSTELLINGEN EN TERUGGAVEN

Artikel 2516

1.    Uiterlijk in het eindstadium van de harmonisatie van de accijns wordt de wijze van heffing van de accijns geharmoniseerd. Gedurende de voorgaande etappe wordt de accijns in beginsel geheven door middel van fiscale merktekens.  Wanneer  Indien de lidstaten de accijns heffen door middel van fiscale merktekens, zijn zij verplicht deze merktekens verkrijgbaar te stellen voor de fabrikanten en handelaren van de andere lidstaten.  Wanneer  Indien zij de accijns op een andere wijze heffen, zien de lidstaten erop toe dat hieruit geen enkele administratieve of technische belemmering voor het handelsverkeer tussen de lidstaten voortvloeit.

2.    Importeurs in de Unie en fabrikanten  in de Unie  van tabaksfabricaten  en aan tabak verwante producten  zijn onderworpen aan de in lid 1 bedoelde regeling inzake de wijze van heffing en betaling van de accijns.

Artikel 2617

 nieuw

1.    Wanneer de lidstaten accijns toepassen op ruwe tabak, verlenen zij teruggaaf van de accijns die is voldaan ter zake van ruwe tabak die voor de productie van tabaksfabricaten is gebruikt.

De lidstaten bepalen voor deze teruggaaf aan welke voorwaarden en formaliteiten moet worden voldaan.

🡻 2011/64/EU (aangepast)

 nieuw

2.    Van de accijns kunnen worden vrijgesteld of teruggaaf van de reeds voldane accijns kan worden verkregen voor:

a)gedenatureerde tabaksfabricaten die voor industriële of tuinbouwkundige doeleinden worden gebruikt;

b)tabaksfabrikaten die onder overheidstoezicht worden vernietigd;

bc)tabaksfabricaten  en aan tabak verwante producten  die uitsluitend zijn bestemd voor wetenschappelijke proefnemingen en voor tests in verband met de kwaliteit van de producten;

cd)tabaksfabricaten  en aan tabak verwante producten  die door de producent opnieuw worden be- of verwerkt.

De lidstaten bepalen voor  deze  bovenbedoelde vrijstellingen of teruggaven aan welke voorwaarden en formaliteiten moet worden voldaan.

HOOFDSTUK 106

SLOTBEPALINGEN

Artikel 2718

1.    De Commissie publiceert jaarlijks de waarde van de euro in nationale valuta’s met het oog op de vaststelling van de bedragen van de totale accijns.

De voor deze omrekening toe te passen wisselkoersen zijn de in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakte koersen van de eerste werkdag van oktober. Zij worden toegepast vanaf 1 januari van het volgende kalenderjaar.

2.    De lidstaten kunnen bij de in lid 1 bedoelde jaarlijkse aanpassing de geldende bedragen van de accijns onveranderd laten, indien de omrekening van de in euro uitgedrukte bedragen van de accijns een verhoging van de in nationale valuta uitgedrukte accijns geeft van minder dan 5 %, of minder dan 5 EUR indien dit bedrag lager is.

Artikel 2819

1.     Uiterlijk op 31 december 2032 en   vervolgens  oO m de  vijf  vier jaar legt de Commissie  het Europees Parlement en  de Raad een verslag  voor over de toepassing van  en, in voorkomend geval, een voorstel voor over de bij deze richtlijn vastgestelde accijnstarieven en de structuur van de accijns.

In het verslag van de Commissie  worden de minimumbelastingniveaus tegen het licht gehouden,  wordt rekening gehouden  rekening houdend  met de goede werking van de interne markt,  de volksgezondheid , de werkelijke waarde van de accijnstarieven en de doelstellingen van het Verdrag  betreffende de werking van de Europese Unie  in het algemeen.  In het verslag worden met name de toepassing en de gevolgen van de bepalingen betreffende ruwe tabak beoordeeld ten aanzien van belastingontduiking en ‑fraude. 

 nieuw

De lidstaten verstrekken de Commissie op verzoek de beschikbare informatie die nodig is om het verslag op te stellen, met inbegrip van de informatie die nodig is om het bedrag aan accijnzen dat jaarlijks op hun grondgebied wordt geïnd te vergelijken met het bedrag aan accijnzen dat verschuldigd is.

🡻 2011/64/EU (aangepast)

 nieuw

2.    Het in lid 1 genoemde verslag wordt hoofdzakelijk opgesteld aan de hand van de door de lidstaten verstrekte informatie.

3.    De Commissie stelt ð uitvoeringshandelingen vast ï volgens de ð onderzoeks ïprocedure van artikel ð 30, lid 2, ï 43 van Richtlijn 2008/118/EG van de Raad  42  Ö , waarin zij Õ een lijst Ö opneemt Õ van voor het verslag vereiste statistische gegevens ð die door de lidstaten moeten worden verstrekt ï vast, met uitsluiting van gegevens over individuele natuurlijke personen of juridische entiteiten. Behalve voor de lidstaten direct beschikbare gegevens bevat de lijst alleen gegevens waarvan het verzamelen en ordenen niet een te zware administratieve last op de lidstaten legt.

4.   De Commissie publiceert de gegevens niet, noch verspreidt zij deze anderszins indien dit zou leiden tot de onthulling van een commercieel, industrieel of beroepsgeheim.

 nieuw

4.    Er moeten minimumniveaus voor nieuwe tabaks- en nicotineproducten worden vastgesteld met als doel de bestaande belastingverschillen te verkleinen, rekening houdend met de huidige en toekomstige marktontwikkelingen. De Commissie herziet deze richtlijn zonder onnodige vertraging, in het licht van de toekomstige herziening van Richtlijn 2014/40/EU (tabaksproductenrichtlijn) en overweegt om de belastingniveaus voor de verschillende productcategorieën gelijk te schakelen door de minimumbelastingniveaus voor verhitte tabak en aan tabak verwante producten als bedoeld in artikel 20, lid 2, punt f), en artikel 22 dienovereenkomstig te verhogen.

 nieuw

Artikel 29

1.    De Commissie wordt bijgestaan door het Accijnscomité, dat is ingesteld bij artikel 52, lid 1, van Richtlijn (EU) 2020/262. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.    Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 30

1.    De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.    De in artikel 12, lid 5, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd.

3.    De in artikel 12, lid 5, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door de Raad worden ingetrokken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.    Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5.    Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, stelt zij de Raad daarvan in kennis.

6.    Een overeenkomstig artikel 12, lid 5, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling geen bezwaar heeft gemaakt, of indien de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie heeft meegedeeld dat hij daartegen geen bezwaar zal maken. Die termijn wordt op initiatief van de Raad met twee maanden verlengd.

7.    De Commissie stelt het Europees Parlement in kennis van de door haar vastgestelde gedelegeerde handelingen, de mogelijke bezwaren die daartegen worden gemaakt of de intrekking van de bevoegdheidsdelegatie door de Raad.

🡻 2011/64/EU

Artikel 3120

 nieuw

1.    De lidstaten dienen uiterlijk op 31 december 2027 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om te voldoen aan artikel 1, artikel 2, lid 1, punten e), f) en g), artikel 2, leden 2 tot en met 5, artikel 4, lid 1, punt a), artikel 4, lid 2, de artikelen 6 tot en met 12, de artikelen 16 en 17, artikel 19, punten e), f) en g), artikel 20, lid 1, punt b), artikel 20, leden 2, 4 en 5, de artikelen 21 tot en met 24, artikel 25, lid 2, artikel 26 en artikel 28, lid 1. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onmiddellijk mee.

Zij passen die bepalingen toe met ingang van [1 januari 2028].

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking ervan naar deze richtlijn verwezen. In de bepalingen wordt tevens vermeld dat verwijzingen in bestaande wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen naar de bij deze richtlijn ingetrokken richtlijn, gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn. De regels voor die verwijzing en de formulering van die vermelding worden vastgesteld door de lidstaten.

🡻 2011/64/EU (aangepast)

 nieuw

2.    De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijke bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3221

De Richtlijn  2011/64/EU en 92/79/EEG, 92/80/EEG en 95/59/EG, zoals gewijzigd bij de in bijlage I, deel A, genoemde richtlijnen, worden  wordt  ingetrokken  met ingang van 1 januari 2028 , onverminderd de verplichtingen van de lidstaten met betrekking tot de in bijlage I, deel B, genoemde termijnen voor omzetting in  intern  nationaal recht en  de  toepassing  toepassingsdata  van de aldaar genoemde richtlijnen  genoemd in deel B van bijlage I bij Richtlijn 2011/64/EU .

Verwijzingen naar de ingetrokken richtlijnen gelden als verwijzingen naar de onderhavige richtlijn en worden gelezen volgens de concordantietabel in de bijlage II.

Artikel 3322

Deze richtlijn treedt in werking op  de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie  1 januari 2011.

 nieuw

Artikel 2, lid 1, punten a) tot en met d), artikel 3, artikel 4, lid 1, punt b), artikel 4, lid 3, artikel 5, de artikelen 13, 14, 15 en 18, artikel 19, punten a) tot en met d), artikel 20, lid 1, punten a) en c), artikel 20, lid 3, artikel 25, lid 1, artikel 27 en artikel 28, lid 2, zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2028.

🡻 2011/64/EU

Artikel 3423

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)     Richtlijn 2011/64/EU van de Raad betreffende de structuur en de tarieven van de accijns op tabaksfabricaten (PB L 176 van 5.7.2011, blz. 24).
(2)     Evaluatie van Richtlijn 2011/64/EU van de Raad van 21 juni 2011 betreffende de structuur en de tarieven van de accijns op tabaksfabricaten (SWD(2020) 33 final).
(3)    Demografische gegevens en statistieken over roken in de EU: Tobacco consumption statistics - Statistics Explained - Eurostat .
(4)     Europees kankerbestrijdingsplan , SWD(2021) 44 final.
(5)     Richtlijn (EU) 2020/262 van de Raad van 19 december 2019 houdende een algemene regeling inzake accijns (herschikking) (PB L 58 van 27.2.2020, blz. 4).
(6)    Voorstel voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn (EU) 2020/262 wat betreft de algemene regeling inzake accijns op tabak en aan tabak verwante producten, COM(2025) 581.
(7)     Conclusies van de Raad over de structuur en de tarieven van de accijns op tabaksfabricaten .
(8)     Resolutie van het Europees Parlement van 10 maart 2022 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende billijke en eenvoudige belastingheffing ter ondersteuning van de herstelstrategie (follow-up door het Parlement van het actieplan van de Commissie van juli en de daarin vervatte 25 initiatieven op het gebied van btw, vennootschapsbelasting en personenbelasting ).
(9)     Richtlijn (EU) 2020/262 van de Raad van 19 december 2019 houdende een algemene regeling inzake accijns (herschikking) (PB L 58 van 27.2.2020, blz. 4).
(10)     Aanbeveling van de Raad betreffende rook- en aerosolenvrije omgevingen, ter vervanging van Aanbeveling 2009/C 296/02 van de Raad .
(11)     Richtlijn 2014/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten en tot intrekking van Richtlijn 2001/37/EG (PB L 127 van 29.4.2014, blz. 1). 
(12)    Het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging is een juridisch bindend internationaal verdrag dat tot doel heeft de gevolgen van tabaksgebruik voor de gezondheid en de economie te verminderen.
(13)     Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad – Actieplan voor billijke en eenvoudige belastingheffing ter ondersteuning van de herstelstrategie (COM(2020) 312 final).
(14)     Resolutie van het Europees Parlement van 10 maart 2022 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende billijke en eenvoudige belastingheffing ter ondersteuning van de herstelstrategie (follow-up door het Parlement van het actieplan van de Commissie van juli en de daarin vervatte 25 initiatieven op het gebied van btw, vennootschapsbelasting en personenbelasting) .
(15)     Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité - Tweede actieplan ter bestrijding van de illegale tabakshandel 2018-2022 (COM(2018) 846 final).
(16)    Geconsolideerde versie van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PB C 326 van 26.10.2012, blz. 47).
(17)     Conclusies van de Raad over de structuur en de tarieven van de accijns op tabaksfabricaten .
(18)     Verslag van de Commissie aan de Raad over de Refit-evaluatie van Richtlijn 2011/64/EU en over de structuur en de tarieven van de accijns op tabaksfabricaten (COM(2015) 621 final).
(19)     Conclusies van de Raad over de structuur en de tarieven van de accijns op tabaksfabricaten , 8 maart 2016.
(20)     Studie van Economisti Associati over Richtlijn 2011/64/EU van de Raad betreffende de structuur en de tarieven van de accijns op tabaksfabricaten (2017).
(21)     Verslag van de Commissie aan de Raad inzake Richtlijn 2011/64/EU van de Raad betreffende de structuur en de tarieven van de accijns op tabaksfabricaten (COM(2018) 17 final).
(22)     Studie van Economisti Associati over Richtlijn 2011/64/EU van de Raad betreffende de structuur en de tarieven van de accijns op tabaksfabricaten (2019).
(23)     Evaluatie van Richtlijn 2011/64/EU van de Raad van 21 juni 2011 betreffende de structuur en de tarieven van de accijns op tabaksfabricaten (SWD(2020) 33 final).
(24)     Richtlijn (EU) 2020/262 van de Raad van 19 december 2019 houdende een algemene regeling inzake accijns (herschikking) (PB L 58 van 27.2.2020, blz. 4).
(25)     Voorstel voor een richtlijn van de Raad houdende een algemene regeling inzake accijns (herschikking)  (SWD(2018) 261 final).
(26)    “Impact analysis of the review of tobacco excise duty rules”, Economisti Associati, 2021. Niet gepubliceerd.
(27)    Economisti Associati “Specific Assignment: Study on the impact analysis of a review of tobacco taxation rules: update with recent market and regulatory developments’, 2025. Niet gepubliceerd.
(28)    Relatief gezien is Bulgarije de lidstaat waar de impact het grootst zou zijn, met een relatief hoge concentratie van tabakstelers en een bovengemiddelde concentratie van de productie. Griekenland en Polen tellen ook veel tabakstelers. In absolute cijfers is de productie geconcentreerd in Duitsland.
(29)    De Europese klimaatwet zet de langetermijnkoers uit om de doelstelling van klimaatneutraliteit tegen 2050 op alle beleidsterreinen en op een sociaal rechtvaardige en kostenefficiënte manier te verwezenlijken. De Europese klimaatwet bevat een bindende klimaatdoelstelling voor de Unie om de netto-uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met ten minste 55 % te verminderen ten opzichte van 1990.
(30)     Uitvoeringsbesluit van de Commissie van 28 juli 2011 betreffende de door de lidstaten overeenkomstig de Richtlijnen 92/79/EEG en 92/80/EEG van de Raad te verstrekken lijst van statistische gegevens over de structuur en de tarieven van de accijns op tabaksfabricaten (PB L 197 van 29.7.2011, blz. 17).
(31)    In het geval van sigaretten en shagtabak sinds 20 mei 2019 en voor alle andere tabaksproducten sinds 20 mei 2024.
(32)    Bijvoorbeeld in 2025, de indicator van de nationale rekeningen “Price level indices (EU27_2020 = 100)”.
(33)    Bijvoorbeeld voor de tarieven die vanaf 2031 van toepassing zijn, de procentuele verandering tussen het EU-gemiddelde van het GICP van 2027 en 2029.
(34)    Artikel 8 van Richtlijn 2007/74/EG van de Raad van 20 december 2007 betreffende de vrijstelling van belasting over de toegevoegde waarde en accijnzen op goederen die worden ingevoerd door reizigers komende uit derde landen (PB L 346 van 29.12.2007, blz. 6) en artikel 32 van Richtlijn (EU) 2020/262 van de Raad van 19 december 2019 houdende een algemene regeling inzake accijns (herschikking) (PB L 58 van 27.2.2020, blz. 4).
(35)     Richtlijn 2014/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten en tot intrekking van Richtlijn 2001/37/EG (PB L 127 van 29.4.2014, blz. 1).
(36)    Artikel 17 van Richtlijn 2014/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten en tot intrekking van Richtlijn 2001/37/EG (PB L 127 van 29.4.2014, blz. 1).
(37)    Richtlijn 2011/64/EU van de Raad van 21 juni 2011 betreffende de structuur en de tarieven van de accijns op tabaksfabricaten (PB L 176 van 5.7.2011, blz. 24, ELI:  http://data.europa.eu/eli/dir/2011/64/oj ).
(38)     Europees kankerbestrijdingsplan (COM(2021) 44 final).
(39)    In het geval van Cyprus, de “groene lijn” overeenkomstig Verordening (EG) nr. 866/2004 van de Raad van 29 april 2004 inzake een regeling op grond van artikel 2 van Protocol nr. 10 van de Toetredingsakte (ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2004/866/2015-08-31 ).
(40)    PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1, ELI:  http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2016/512/oj .
(41)    Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2011/182/oj ).
(42)    PB L 9 van 14.1.2009, blz. 12.
Top

Brussel, 16.7.2025

COM(2025) 580 final

BIJLAGE

bij

Voorstel voor een richtlijn van de Raad

betreffende de structuur en de tarieven van de accijns op tabak en aan tabak verwante producten

{SEC(2025) 560 final} - {SWD(2025) 560 final} - {SWD(2025) 561 final}


🡻 2011/64/EU (aangepast)

BIJLAGE I

DEEL A

Ingetrokken richtlijnen met overzicht van de achtereenvolgende wijzigingen ervan

(bedoeld in artikel 21)

Richtlijn 92/79/EEG van de Raad

(PB L 316 van 31.10.1992, blz. 8)

Richtlijn 1999/81/EG van de Raad

(PB L 211 van 11.8.1999, blz. 47)

uitsluitend artikel 1

Richtlijn 2002/10/EG van de Raad

(PB L 46 van 16.2.2002, blz. 26)

uitsluitend artikel 1

Richtlijn 2003/117/EG van de Raad

(PB L 333 van 20.12.2003, blz. 49)

uitsluitend artikel 1

Richtlijn 2010/12/EU van de Raad

(PB L 50 van 27.2.2010, blz. 1)

uitsluitend artikel 1

Richtlijn 92/80/EEG van de Raad

(PB L 316 van 31.10.1992, blz. 10)

Richtlijn 1999/81/EG van de Raad

(PB L 211 van 11.8.1999, blz. 47)

uitsluitend artikel 2

Richtlijn 2002/10/EG van de Raad

(PB L 46 van 16.2.2002, blz. 26)

uitsluitend artikel 2

Richtlijn 2003/117/EG van de Raad

(PB L 333 van 20.12.2003, blz. 49)

uitsluitend artikel 2

Richtlijn 2010/12/EU van de Raad

(PB L 50 van 27.2.2010, blz. 1)

uitsluitend artikel 2

Richtlijn 95/59/EG van de Raad

(PB L 291 van 6.12.1995, blz. 40)

Richtlijn 1999/81/EG van de Raad

(PB L 211 van 11.8.1999, blz. 47)

uitsluitend artikel 3

Richtlijn 2002/10/EG van de Raad

(PB L 46 van 16.2.2002, blz. 26)

uitsluitend artikel 3

Richtlijn 2010/12/EU van de Raad

(PB L 50 van 27.2.2010, blz. 1)

uitsluitend artikel 3

DEEL B

Termijnen voor omzetting in nationaal recht en toepassing

(bedoeld in artikel 21)

Richtlijn

Omzettingstermijn

Toepassingsdatum

92/79/EEG

31 december 1992

92/80/EEG

31 december 1992

95/59/EG

1999/81/EG

1 januari 1999

1 januari 1999

2002/10/EG

1 juli 2002 1

2003/117/EG

1 januari 2004

2010/12/EU

31 december 2010

1 januari 2011

BIJLAGE II

Concordantietabel

Richtlijn 92/79/EEG

Richtlijn 92/80/EEG

Richtlijn 95/59/EG

De onderhavige richtlijn

Artikel 1, leden 1 en 2

Artikel 1

Artikel 1, lid 3

Artikel 2, lid 1, aanhef

Artikel 2, lid 1, aanhef

Artikel 2, lid 1, onder a) en b)

Artikel 2, lid 1, onder a) en b)

Artikel 2, lid 1, onder c), eerste streepje

Artikel 2, lid 1, onder c), i)

Artikel 2, lid 1, onder c), tweede streepje

Artikel 2, lid 1, onder c), ii)

Artikel 2, lid 1, slot

Artikel 2, lid 2

Artikel 7, lid 2

Artikel 2, lid 2

Artikel 2, lid 3

Artikel 2, lid 3

Artikel 4, lid 1, eerste alinea

Artikel 3, lid 1

Artikel 4, lid 1, tweede alinea

Artikel 4, lid 2

Artikel 3, lid 2

Artikel 3, lid 1

Artikel 4, lid 1

Artikel 3, lid 2

Artikel 4, lid 2

Artikel 7, lid 1

Artikel 4, lid 3

Artikel 5, aanhef

Artikel 5, lid 1, aanhef

Artikel 5, lid 1

Artikel 5, lid 1, onder a)

Artikel 5, lid 2

Artikel 5, lid 1, onder b)

Artikel 6, eerste alinea

Artikel 5, lid 2, eerste alinea

Artikel 6, tweede alinea

Artikel 5, lid 2, tweede alinea

Artikel 9, lid 1, eerste alinea

Artikel 6

Artikel 8, lid 1

Artikel 7, lid 1, eerste alinea

Artikel 16, lid 6

Artikel 7, lid 1, tweede alinea

Artikel 8, leden 2, 3 en 4

Artikel 7, leden 2, 3 en 4

Artikel 16, leden 1 t/m 5

Artikel 8, leden 1 t/m 5

Artikel 16, lid 7

Artikel 8, lid 6

Artikel 1

Artikel 9

Artikel 2, leden 1 en 2

Artikel 10, leden 1 en 2

Artikel 2, lid 3

Artikel 2, lid 4

Artikel 10, lid 3

Artikel 2 bis

Artikel 11

Artikel 3, lid 1

Artikel 3, lid 2

Artikel 12, lid 1

Artikel 3, lid 3

Artikel 3, lid 4

Artikel 12, lid 2

Artikel 1

Artikel 13

Artikel 2

Artikel 3, lid 1, eerste en tweede alinea

Artikel 14, lid 1

Artikel 3, lid 1, derde alinea, aanhef

Artikel 14, lid 2, eerste alinea, aanhef

Artikel 3, lid 1, derde alinea, eerste, tweede en derde streepje

Artikel 3, lid 1, vierde en vijfde alinea

Artikel 3, lid 1, zesde alinea, aanhef

Artikel 3, lid 1, zesde alinea, onder a), b) en c)

Artikel 14, lid 2, eerste alinea, onder a), b) en c)

Artikel 3, lid 1, zevende alinea

Artikel 3, lid 1, achtste alinea

Artikel 3, lid 1, negende alinea

Artikel 14, lid 2, tweede alinea

Artikel 3, lid 1, tiende alinea

Artikel 14, lid 2, derde alinea

Artikel 3, lid 1, elfde alinea

Artikel 14, lid 2, vierde alinea

Artikel 3, lid 1, twaalfde alinea

Artikel 14, lid 2, vijfde alinea

Artikel 3, lid 1, dertiende alinea

Artikel 14, lid 2, zesde alinea

Artikel 3, lid 1, veertiende alinea

Artikel 3, lid 2

Artikel 14, lid 3

Artikel 3, lid 3

Artikel 3, lid 4

Artikel 14, lid 4

Artikel 9, lid 1, tweede alinea

Artikel 15, lid 1, eerste alinea

Artikel 9, lid 1, derde alinea

Artikel 15, lid 1, tweede alinea

Artikel 9, lid 2, eerste zin

Artikel 15, lid 2, eerste alinea

Artikel 9, lid 2, tweede zin

Artikel 15, lid 2, tweede alinea

Artikel 10

Artikel 16

Artikel 11

Artikel 17

Artikel 12

Artikel 13

Artikel 14

Artikel 15

Artikel 2, lid 5

Artikel 5, lid 1

Artikel 18, lid 1

Artikel 2, lid 6

Artikel 5, lid 2

Artikel 18, lid 2

Artikel 4

Artikel 4

Artikel 19

Artikel 5, lid 1

Artikel 6, lid 1

Artikel 5, lid 2

Artikel 6, lid 2

Artikel 18

Artikel 20

Artikel 19, lid 1

Artikel 21, eerste alinea

Artikel 19, lid 2

Artikel 21, tweede alinea

Artikel 20

Artikel 22

Artikel 6

Artikel 7

Artikel 21

Artikel 23

Bijlage I

Bijlage II

Bijlage I

Bijlage II

🡹

BIJLAGE

Concordantietabel

Richtlijn 2011/64/EU

De onderhavige richtlijn

Artikel 1

Artikel 1, lid 1

Artikel 1, lid 2

Artikel 2, lid 1, aanhef

Artikel 2, lid 1, aanhef

Artikel 2, lid 1, punt a)

Artikel 2, lid 1, punt a)

Artikel 2, lid 1, punt b)

Artikel 2, lid 1, punten b) en c)

Artikel 2, lid 1, punt c)

Artikel 2, lid 1, punt d)

Artikel 2, lid 1, punten e), f) en g)

Artikel 2, leden 2 en 3

Artikel 2, lid 2, eerste alinea

Artikel 3, lid 3, en artikel 5, lid 3

Artikel 2, lid 2, tweede alinea

Artikel 2, lid 4

Artikel 2, lid 3

Artikel 2, lid 5

Artikel 3, leden 1 en 2

Artikel 3, leden 1 en 2

Artikel 4, lid 1

Artikel 4, lid 1

Artikel 4, lid 2

Artikel 4, lid 2

Artikel 4, lid 3

Artikel 4, lid 3

Artikel 5, leden 1 en 2

Artikel 5, leden 1 en 2

Artikelen 6 tot en met 10

Artikel 6

Artikel 11

Artikel 12

Artikel 7

Artikel 13

Artikel 8, leden 1 en 2

Artikel 14, leden 1 en 2

Artikel 8, lid 3

Artikel 8, lid 4

Artikel 14, lid 3

Artikel 8, lid 5

Artikel 14, lid 4

Artikel 8, lid 6

Artikel 14, lid 5

Artikel 9

Artikel 15

Artikel 10, lid 1

Artikel 16

Artikel 10, leden 2 en 3

Artikel 11

Artikel 17

Artikel 12, lid 1

Artikel 18

Artikel 12, lid 2

 

Artikel 13, aanhef

Artikel 19, aanhef

Artikel 13, punt a)

Artikel 19, punten a) en b)

Artikel 13, punt b)

Artikel 19, punt c)

Artikel 13, punt c)

Artikel 19, punt d)

Artikel 19, punten e), f) en g)

Artikel 14, lid 1

Artikel 20, lid 1

Artikel 14, lid 2, eerste alinea, aanhef

Artikel 20, lid 2, eerste alinea, aanhef

Artikel 14, lid 2, eerste alinea, punt a)

Artikel 20, lid 2, eerste alinea, punten a) en b)

Artikel 14, lid 2, eerste alinea, punt b)

Artikel 20, lid 2, eerste alinea, punt c)

Artikel 14, lid 2, eerste alinea, punt c)

Artikel 20, lid 2, eerste alinea, punt d)

Artikel 20, lid 2, eerste alinea, punten e), f) en g)

Artikel 14, lid 2, tweede tot en met vijfde alinea

Artikel 14, lid 2, zesde alinea

Artikel 20, lid 2, tweede alinea

Artikel 14, lid 3

Artikel 20, lid 3

Artikel 20, leden 4 en 5

Artikel 14, lid 4

Artikelen 21, 22 en 23

Artikel 15

Artikel 24

Artikel 16

Artikel 25

Artikel 26, lid 1

Artikel 17, eerste alinea, aanhef

Artikel 26, lid 1, eerste alinea, aanhef

Artikel 17, eerste alinea, punt a)

Artikel 26, lid 2, eerste alinea, punt a)

Artikel 17, eerste alinea, punt b)

Artikel 17, eerste alinea, punt c)

Artikel 26, lid 2, eerste alinea, punt b)

Artikel 17, eerste alinea, punt d)

Artikel 26, lid 2, eerste alinea, punt c)

Artikel 17, tweede alinea

Artikel 26, lid 2, tweede alinea

Artikel 18

Artikel 27

Artikel 19, lid 1

Artikel 28, lid 1, eerste en tweede alinea

Artikel 28, lid 1, derde alinea

Artikel 19, leden 2 en 3

Artikel 28, leden 2 en 3

Artikel 19, lid 4

Artikel 28, lid 4

Artikelen 29 en 30

Artikel 31, lid 1

Artikel 20

Artikel 31, lid 2

Artikel 21

Artikel 32

Artikel 22

Artikel 33, eerste alinea

Artikel 33, tweede alinea

Artikel 23

Artikel 34

Bijlage I

Bijlage II

Bijlage

(1)    In afwijking van de in artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2002/10/EG vastgestelde data:    a)    wordt de Bondsrepubliek Duitsland gemachtigd de bepalingen om aan artikel 3, lid 1, van Richtlijn 2002/10/EG te voldoen, uiterlijk op 1 januari 2008 in werking te doen treden;    b)    worden het Koninkrijk Spanje en de Helleense Republiek gemachtigd de bepalingen om aan artikel 1, lid 1, van Richtlijn 2002/10/EG te voldoen (in verband met artikel 2, lid 1, tweede zin, van Richtlijn 92/79/EEG), uiterlijk op 1 januari 2008 in werking te doen treden.
Top